Nota Bodembeheer IJsselstein, mei 2021
Tekst van het document
Het Aanvullingsbesluit bodem bevat bruidsschatregels voor bouwen op verontreinigde grond (inclusief een specifieke beoordelingsregeling bouwen op verontreinigde bodem), nazorg na saneren van de bodem, kleinschalig graven (bodemvolume < 25 m3) en gehalten boven de interventiewaarde bodemkwaliteit en activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging met een aanvaardbaar risico.
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
67
10. Bestuurlijke vaststelling In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de procedures die gevolgd moeten worden bij het vaststellen van de bodemkwaliteitskaart en de Nota bodembeheer. Bovendien wordt ingegaan op het delegeren van taken van de gemeenteraad naar het college en het accepteren van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten, zodat deze ook als bewijsmiddel kunnen worden gebruikt als er grond van buiten de buur- of regiogemeenten in IJsselstein wordt toegepast.
10.1 Vaststelling kaart en beleid 10.1.1 Vasstelling en geldigheid In het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) is vastgelegd dat een Nota bodembeheer een maximale geldigheid heeft van 10 jaar. Een bodemkwaliteitskaart heeft een maximale geldigheid van 5 jaar en kan daarna voor nog eens maximaal 5 jaar verlengd worden als uit de evaluatie 14 blijkt dat de kaart niet (drastisch) aangepast hoeft te worden. Tussentijdse herziening van deze Nota, of de bodemkwaliteitskaart, kan eerder nodig zijn als wetswijzigingen, actuele ontwikkelingen of voortschrijdend inzicht daartoe aanleiding geven. De vaststelling van deze Nota is, omdat de gemeente gekozen heeft voor het vaststellen van een Gebiedsspecifiek bodembeleid, een besluit van de gemeenteraad (Bbk, art. 44, lid 1). Het is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waarop de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing is. Dit betekent dat het besluit open staat voor indiening zienswijzen en beroep bij de rechter. Deze Nota, met bijbehorende bodemkwaliteitskaart, treedt in werking nadat deze door de gemeenteraad is vastgesteld en deze op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt (publicatie in het Gemeenteblad).
10.1.2 Evaluatie/aanpassing van het beleid of kaart Er kunnen tussentijds redenen zijn om het beleid of kaart aan te passen nog voordat de wettelijk vastgelegde geldigheidsduur van 5 jaar, verstreken is. Bijvoorbeeld als wetswijzigingen, actuele ontwikkelingen of voortschrijdend inzicht daartoe aanleiding toe geven. Redenen om het beleid uit deze Nota te herzien zijn in ieder geval: • Het opstellen van een regionaal Gebiedsspecifieke beleid voor grondverzet en bodemsaneringen voor alle gemeenten in het werkgebied van de ODRU. IJsselstein heeft zich hier onlangs aan gecommitteerd (samen met 14 andere gemeenten uit het werkgebied van de ODRU). Elke 3 jaar zal worden getoetst of de vastgestelde regels nog werkbaar zijn en of voldaan wordt aan de verwachtingen: • Zoveel mogelijk hergebruiken van gebiedseigen grond binnen het bodembeheergebied; • Duidelijkheid voor aannemers, adviesbureaus en gemeentelijke afdeling over de geldende regels; • Besparing van kosten en tijd bij het toepassen en hergebruiken van grond en bagger; • Duurzaam en kosteneffectief bodembeheer.
14
In bijlage 16 is een Stappenschema opgenomen dat doorlopen moet worden bij de evaluatie van de BKK, voorafgaande aan een besluit om de kaart na 5 jaar te verlengen
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
68
10.2 Delegeren bevoegdheden van raad naar college Het vaststellen van deze Nota en het daarin beschreven Gebiedsspecifieke beleid is een besluit dat genomen wordt door de gemeenteraad. Hiermee staan de kaders van het beleid voor grondverzet en bodemsaneringen in de gemeente vast. Op onderdelen kunnen kleine wijzigingen de effectiviteit van het beleid vergroten of is actualisatie nodig. Om aan te sluiten bij de dynamiek van grondverzet, zijn besluiten over kleine aanpassingen van beleid of kaart met een uitvoerend karakter, door de gemeenteraad gedelegeerd naar het college van burgemeester en wethouders. De delegatie kan geen betrekking hebben op wijziging van de Lokale Maximale Waarden (LMW) of de maximaal toegestane percentages bodemvreemd materiaal, aangezien de vaststelling daarvan wettelijk is voorbehouden aan de raad. Delegatie van die onderdelen is daarom niet mogelijk (Gemeentewet, art. 156, lid 1). De toegestane delegatie aan het college gaat concreet over de volgende zaken: 1. Wijziging van de Bodemfunctieklassenkaart; 2. Verlengen van de bodemkwaliteitskaart; 3. Acceptatie van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten. Hierna worden de bovengenoemde onderdelen afzonderlijk toegelicht.
10.2.1 Wijziging van de Bodemfunctieklassenkaart Onderdeel van de vaststelling van Gebiedsspecifiek beleid zoals vastgelegd in deze Nota, is ook de vaststelling van de Bodemfunctieklassenkaart (bijlage 5 van deze Nota). Op de Bodemfunctieklassenkaart is het grondgebied van de gemeente IJsselstein ingedeeld in bodemfunctieklassen (Landbouw/Natuur, Wonen en Industrie). De Bodemfunctieklassenkaart wordt gebruikt bij het beoordelen van het resultaat van een bodemsanering en bij het toepassen of hergebruiken van grond. De bodemfunctieklasse op de Bodemfunctieklassenkaart sluit aan bij de (hoofd)functie van de op de Bodemzoneringskaart onderscheiden bodemkwaliteitszones. De bodemfunctieklasse die aan een zone is toegekend, is afgeleid van het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Het wijzigen van de Bodemfunctieklassenkaart is daarom feitelijk niet meer dan een uitvoeringshandeling en kan om deze reden als een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders worden aangemerkt.
10.2.2 Verlengen van de Bodemkwaliteitskaart Een bodemkwaliteitskaart heeft een geldigheidsduur van 5 jaar. Na 5 jaar kan deze kaart voor nog eens 5 jaar verlengd worden als aan een aantal voorwaarden voldaan wordt. Eén van de voorwaarden is dat er een evaluatie uitgevoerd is, waarbij nagaan is hoeveel nieuwe bodemgegevens er sinds het opstellen van de kaart bijgekomen zijn en of dit leidt tot een (ingrijpende) wijziging van de kaart. Hiervoor moet een verplicht Stappenplan 15 doorlopen worden. Wanneer na het doorlopen van dit Stappenplan geconcludeerd wordt dat er geen (ingrijpende) wijziging van de bodemkwaliteitskaart noodzakelijk is, kan de geldigheidstermijn van de bodemkwaliteitskaart voor de duur van maximaal 5 jaar verlengd worden. Omdat het daarbij in feite gaat om een uitvoeringsbesluit, zijn besluiten over het verlengen (en kleine wijzigingen) van de bodemkwaliteitskaart gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders.
15
Zie Stappenplan, opgenomen in bijlage 16
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
69
Als na het doorlopen van het Stappenplan (zie bijlage 16) wordt geconcludeerd dat de kaart ingrijpend aangepast zal moeten worden, dan wordt de gemeenteraad hier direct over geïnformeerd. Bij ingrijpende wijzigingen van de kaart is er in feite sprake van het opstellen van een nieuwe bodemkwaliteitskaart en zal er een nieuwe openbare procedure gevolgd moeten worden. In dat geval zal de gemeenteraad de gewijzigde kaart opnieuw vaststellen. Ook als de Nota bodembeheer ingrijpend aangepast moet worden, is dat een besluit dat de gemeenteraad neemt.
10.2.3 Acceptatie van andere bodemkwaliteitskaarten De ambitie van de gemeente IJsselstein is het grondverzet in de eigen gemeente, maar ook in de regio te optimaliseren. Dit betekent dat er naar gestreefd wordt om zoveel als mogelijk en milieuhygiënisch verantwoord, vrijkomende grond en baggerspecie her te gebruiken. Uitwisselen van grond en baggerspecie met buurgemeenten is daarbij essentieel. Gelijktijdig met de vaststelling van deze Nota bodembeheer en de bijbehorende bodemkwaliteitskaart, stemt de gemeenteraad van IJsselstein ook in met het streven naar het uitwisselen van grond met de buur- en regiogemeenten. Hieronder is aangegeven welke bodemkwaliteitskaarten de gemeente IJsselstein accepteert als bewijsmiddel voor de kwaliteit van grond die in IJsselstein wordt toegepast en aan welke voorwaarden deze kaarten moeten voldoen om geaccepteerd te kunnen worden. Acceptatie van nog niet genoemde of nieuw op te stellen bodemkwaliteitskaarten in de toekomst is een besluit dat eveneens door de raad aan het college gedelegeerd wordt.
Om de uitwisseling van grond met buur- en regiogemeenten op een simpele en kosteneffectieve manier mogelijk te maken accepteert de gemeenteraad van IJsselstein ook de bodemkwaliteitskaarten van de volgende buur- en regiogemeenten als bewijsmiddel voor het toepassen grond in IJsselstein: • alle overige gemeenten die gelegen zijn in het werkgebied van de Omgevingsdienst regio Utrecht. Dit zijn: Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Bunnik, Woerden, Oudewater, Montfoort, De Ronde Venen, Stichtse Vecht, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Zeist, Rhenen, Veenendaal en Renswoude • alle gemeenten die gelegen zijn in het werkgebied van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht). Dit zijn: Houten, Nieuwegein, Lopik, Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest, Utrecht en Woudenberg. Bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten/regio’s mogen volgens de bepalingen uit het Besluit bodemkwaliteit alleen als bewijsmiddel gebruikt worden als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: • De bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten • De kwaliteitsklasse waarin de bodem is ingedeeld is gebaseerd op de gemiddeld gemeten gehalten • de vastgestelde lokale normen en de maximaal toelaatbare percentages bodemvreemd materiaal zijn niet hoger dan die vastgesteld zijn in de eigen gemeente • De bodemkwaliteitskaart is nog geldig.
10.3 Communicatie Na het vaststellen van deze Nota komt het aan op de uitvoering. Goede communicatie is daarbij belangrijk. Het communicatietraject richt zich niet alleen op de eigen organisatie, maar ook op partijen daarbuiten. Bij de totstandkoming van deze Nota zijn naast de gemeenten, ook vertegenwoordigers van andere overheden, adviesbureaus en marktpartijen betrokken. Voor
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
70
de implementatie van het beleid is het noodzakelijk de communicatie breed op te zetten en te laten aansluiten bij de uitvoeringspraktijk.
10.4 Implementatie Hiervoor benaderen de gemeente en de ODRU de doelgroepen actief. Hiervoor zal een Implementatieplan opgesteld worden. Doelgroepen Intern (gemeentelijke organisatie en Omgevingsdienst) Binnen de gemeenten zijn verschillende afdelingen betrokken bij het ontgraven en toepassen van grond en baggerspecie. Beleidsmedewerkers, handhavers en uitvoerders hebben elk hun eigen invalshoek. Het succes van implementatie hangt af van de samenwerking, waarbij de verschillende uitgangspunten elkaar aanvullen. De ODRU organiseert bijeenkomsten waarin de disciplines beleid, handhaving en uitvoering gezamenlijk geïnformeerd worden over het (nieuwe) Gebiedsspecifieke beleid voor grondverzet en bodemsanering in de gemeente IJsselstein. De bijeenkomsten zijn op de praktijk gericht. Op deze manier wordt niet alleen duidelijk wie welke rol heeft en wat iedereen te doen staat, maar ook de samenwerking wordt bevorderd. De bijeenkomsten zullen om de zoveel jaar worden herhaald om enerzijds de kennis over de regels omtrent grondverzet en bodemsaneringen op te frissen en anderzijds informatie bij de betrokkenen op te halen over mogelijke knelpunten en om na te kunnen gaan of het beleid en de tools die daarbij horen nog steeds voldoende zijn voor het doel waarvoor ze zijn ontwikkeld. Zo nodig wordt het beleid bijgesteld en worden nieuwe tools ontwikkeld.
Extern (organisaties en particulieren) Buiten de gemeentelijke organisatie houden verschillende andere partijen zich ook bezig met grond- en baggerstromen. Daaronder zijn overheidsorganisaties als Rijkswaterstaat, waterschappen, Staatsbosbeheer en de provincie, maar ook projectontwikkelaars, aannemers, grondbanken en agrariërs. Voor deze partijen organiseert de ODRU, samen met de gemeenten in het werkgebied van de ODRU, regelmatig regionale informatiebijeenkomsten, waarin het Gebiedsspecifieke beleid wordt toegelicht. Ook dit soort bijeenkomsten wordt benut om informatie op te halen over eventuele knelpunten die men in de praktijk tegenkomt. Inwoners van een gemeente zijn over het algemeen slechts incidenteel betrokken bij grondverzet en bodemsaneringen. Op die momenten is het handig om de grote lijnen van het gemeentelijk beleid te kennen en te weten wat de gemeente van de inwoner verwacht. Daarom zal op de gemeentelijk website de mogelijkheid worden geboden om de Nota bodembeheer te downloaden. De bodemkwaliteitskaart (incl. alle bijbehorende kaartlagen) zijn voor een ieder te raadplegen op het GeoPortaal van de Omgevingsdienst regio Utrecht (www.odru.nl).
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
71
Bijlage 1: Lijst met literatuurverwijzingen 1. 2. 3. 4. 5.
Besluit bodemkwaliteit Regeling bodemkwaliteit Tijdelijk Handelingskader PFAS, 2 juli 2020 Risico Toolbox Bodem Herziene handreiking toepassing van PFOA-houdende grond Zuid-Holland Zuid (OZHZ, 13 juni 2018) 6. Nota bodembeheer regio Zuid-Holland Zuid (OZHZ, 1 juli 2010) 7. Nota bodembeheer regio Zuidoost Utrecht (Milieudienst ZOU, december 2011) 8. Handelingskader voor diffuus lood in de bodem (provincie Utrecht, ref. nr. 81F8FFB6, 24 sept. 2019) 9. Beleidsnota PFAS provincie Utrecht (2021) 10. Bodemkwaliteitskaart PFAS provincie Utrecht (2021)
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
72
Bijlage 2: Lijst met begrippen en definities Definities en toelichting van in deze Nota gebruikte begrippen. De hoofdstukken verwijzen naar de hoofdstukken uit deze Nota waar de term of het begrip (het meest) gebruikt wordt. Verder zijn de begrippen en definities zoveel mogelijk gerubriceerd. De volgende rubrieken zijn onderscheiden (op volgorde): KLASSEN KAARTEN NORMEN GROND STATISTIEK WET BODEMBESCHERMING BESLUITEN EN REGELINGEN GRAVEN OVERIGE BEGRIPPEN EN DEFINITIES
HOOFDSTUK 2: Generieke kader:
Kader dat landelijk geldt voor het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en bagger en waarvan de regels zijn vastgesteld in het Besluit bodemkwaliteit en in de Regeling bodemkwaliteit
Maximale Waarden (MW):
Waarden waaraan toe te passen grond of bagger tenminste moeten voldoen in het Generieke kader
Gebiedsspecifieke beleidskader:
Kader dat geldt voor de onderdelen waarvoor een gemeente lokale beleidsregels heeft vastgesteld
Lokale Maximale Waarden (LMW):
Waarden waaraan toe te passen grond of bagger tenminste moeten voldoen volgens het door de gemeente vastgestelde Gebiedsspecifieke beleidskader. Deze waarde vervangt voor de met name genoemde toepassing de Maximale Waarde uit de Regeling bodemkwaliteit
Gebiedsspecifieke beleidsregel:
Regel die geldt voor het graven in de bodem, het toepassen of tijdelijk opslaan van grond en bagger of voor het verspreiden van bagger op de landbodem
Toepassingsbereik:
Het toepassingsbereik geeft per Gebiedsspecifieke beleidsregel aan of de regel alleen van toepassing is op het eigen grondgebied of op het uitgebreidere bodembeheergebied
Stand-still:
Dit beginsel houdt in: het plaatselijk verslechteren van de bodemkwaliteit binnen een bepaald bodembeheergebied, is toegestaan als er elders binnen ditzelfde gebied een kwaliteitsverbetering plaatsvindt en als de verslechtering van de bodemkwaliteit geen milieuhygiënische risico’s oplevert
Duurzaam bodembeheer:
Dit begrip houdt in: de bodem zodanig gebruiken, benutten en beschermen dat deze ook voor toekomstige
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
73
generaties zonder onaanvaardbare risico’s te gebruiken is voor diverse doeleinden. Onderdeel daarvan is dat hergebruik van gebiedseigen grond gestimuleerd wordt waar dit mogelijk is en milieuverantwoord is. Hierdoor zijn er minder primaire grondstoffen en minder transportbewegingen nodig, wat leidt tot minder verkeersbelasting en minder uitstoot van uitlaatgassen, CO2 en fijnstof. PFAS:
Deze afkoring staat voor: poly- en perfluoralkylstoffen. Dit zijn door de mens gemaakte stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Voorbeelden van PFAS zijn: PFOA, PFOS en GenX.
HOOFDSTUK 5: (Uitgebreide) bodembeheergebied:
Het gebied waarvoor de door de gemeente vastgestelde Gebiedsspecifieke regels gelden. Dit gebied kan voor wat betreft de herkomst van de grond/bagger, groter zijn dan het eigen grondgebied (ook wel eigen bodembeheergebied genoemd in deze Nota)
Niet-zone gerelateerde beleidsregels:
Dit zijn Gebiedsspecifieke beleidsregels die gelden voor handelingen die in principe in elk van de onderscheiden bodemkwaliteitszones voor kunnen komen
Zone gerelateerde beleidsregels:
Dit zijn Gebiedsspecifieke beleidsregels die alleen gelden voor met name genoemde handelingen binnen een bepaald zone
Bodemvreemd materiaal:
Onder bodemvreemd materiaal wordt begrepen: steenachtig materiaal dat niet van nature in die hoedanigheid in de bodem wordt aangetroffen en hout. Het in de Regeling bodemkwaliteit genoemde maximale gewichtspercentage van 20 %, geldt dan ook alleen voor steenachtige materialen en hout. Overige bodemvreemde materialen (zoals glas, plastic, metaal etc, mogen alleen sporadisch in de toe te passen grond voorkomen, als ze redelijkerwijs niet uit de toe te passen grond te verwijderen zijn
Asbest-verdacht:
Zie bijlage 8 voor een uitleg over asbest-verdachte grond
Gevoelige functie:
Locatie, waar gelet op het bij de functie horende bodemgebruik, eerder potentiële blootstellingsrisico’s voor de mens of ecosysteem te verwachten zijn bij een verontreinigde bodem.
Ecologisch beschermingsgebied:
Gebieden die deel uitmaken van de NNN-gebieden, vanwege hun bijzondere ecologische waarde. Voor deze gebieden gelden in het Gebiedsspecifieke kader dat de gemeente heeft vastgesteld voor het toepassen van grond, strengere regels dan in het Generieke kader
NNN-gebieden:
Gebieden die deel uitmaken van het Natuur Netwerk Nederland. Zie provinciale Plannenviewer op de website van de provincie Utrecht
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
74
OCB:
Organochloor bestrijdingsmiddelen. Bestrijdingsmiddelen die chloorverbindingen bevatten (o.a. drins, DDT/DD/DDE en HCH)
Wegberm:
Strook grond van maximaal 10 meter breed, langs een weg. Als er sprake is van een bermsloot gaat het alleen om de strook tussen de weg en de sloot. Let op: op de kaartlagen van de BKK zijn de wegbermen niet apart ingetekend (om praktische redenen). Zie verder bijlage 14
(On)verdachte wegberm:
Een wegberm wordt, in het kader van de Nota, als verdacht aangemerkt als: - er visueel meer dan 20% bodemvreemd materiaal in de bodem aanwezig is of verwacht wordt; - het aantal motorvoertuigen op de weg waarlangs de berm gelegen is, meer bedraagt dan 10.000 per etmaal; - in de weg waarlangs de berm gelegen is teerhoudend asfalt is gebruikt
Aangrenzende percelen:
Deze term wordt gebruikt bij het verspreiden van bagger op de landbodem. Percelen die grenzen aan (één van) de te baggerwatergangen wordt aangemerkt als aangrenzend perceel. De gemeente IJsselstein heeft het begrip aangrenzende percelen middels een gebiedsspecifieke beleidsregel, verruimd tot alle percelen die binnen dezelfde zone zijn gelegen als de watergang waaruit de bagger vrijkomt
Ongerijpte bagger:
Bagger die nog niet steekvast is
(On)verdachte watergang:
Een watergang wordt, in het kader van deze Nota, als verdacht aangemerkt als:
Oppervlaktewater:
In deze Nota worden hier, naast kanalen, rivieren, grote meren, sloten en hoofdwatergangen ook kleinere sloten, vennen en greppels (waarin wel eens water staat) begrepen
Tijdelijke opslag:
Het Besluit bodemkwaliteit onderscheidt een aantal vormen van tijdelijke opslag. Dit is aangegeven in par. 5.4.10, tabel 10 van de Nota.
Weilanddepot:
Vorm van tijdelijk opslag van baggerspecie op een perceel dat aan de gebaggerde watergang grenst. In het depot wordt de bagger ontwaterd, om daarna te kunnen verspreiden op één of meerdere percelen die aan de gebaggerde watergang grenst
Tijdelijke uitname:
Voor een definitie hiervan en voor de criteria die gelden voor tijdelijke uitname wordt verwezen naar bijlage 7 van deze Nota
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
75
KLASSEN: Bodemfunctieklasse:
Klasse waarin een gebied op de Bodemfunctieklassenkaart is ingedeeld (Landbouw/Natuur, Wonen of Industrie).
Bodemkwaliteitsklasse:
Klasse die aangeeft de kwaliteit van toe te passen grond of van de ontvangende bodem aangeeft (klasse L/N-grond, klasse Wonen-grond of klasse Industrie-grond). Grond die vuiler is dan klasse Industrie-grond, wordt Niet toepasbare grond genoemd. Deze grond is niet geschikt voor hergebruik en moet, als deze vrijkomt, afgevoerd worden nar een erkend verwerker
Klasse AW-grond/Klasse L/N-grond (Klasse Landbouw/Natuur):
Grond waarvan de gehalten zijn gelegen beneden de Maximale waarde die is vastgesteld voor het toepassen van grond voor in een gebied dat ingedeeld is in de bodemfunctieklasse Landbouw/Natuur (officiële term is klasse Achtergrondwaarde). Zie bijlage 9 voor een overzicht van de Maximale Waarden per onderscheiden bodemfunctieklasse
Klasse Wonen-grond:
Grond waarvan de gehalten zijn gelegen beneden de Maximale waarde die is vastgesteld voor het toepassen van grond voor in een gebied dat ingedeeld is in de bodemfunctieklasse Wonen. Zie bijlage 9 voor een overzicht van de Maximale Waarden per onderscheiden bodemfunctieklasse
Klasse Industrie-grond:
Grond waarvan de gehalten zijn gelegen beneden de Maximale waarde die is vastgesteld voor het toepassen van grond voor in een gebied dat ingedeeld is in de bodemfunctieklasse Industrie. Zie bijlage 9 voor een overzicht van de Maximale Waarden per onderscheiden bodemfunctieklasse
KAARTEN: Bodemkwaliteitskaart (BKK):
Samenstelsel van kaartlagen met elk hun eigen gebruiksfunctie. Hieronder vallen: Bodemzoneringskaart, Ontgravingskaart en Toepassingskaart
Bodemzoneringskaart:
Kaart waarop de onderscheiden bodemkwaliteitszones zijn ingedeeld. Deze kaart is te vinden in bijlage 4A van deze Nota
Ontgravingskaart:
Kaart waarop per onderscheiden zone de gemiddeld te verwachten bodemkwaliteit wordt aangeduid, die men kan verwachten bij het graven in de bodem. Deze kaart is te vinden in bijlage 4B (bovengrond) en 4C (ondergrond) van deze Nota
Toepassingskaart:
Kaart waarop per onderscheiden zone aangegeven is welke kwaliteit grond toegepast mag worden (en evt. welke overige Gebiedsspecifieke eisen er gelden bij het toepassen van grond). Deze kaart is te vinden in bijlage 4D (voor grond afkomstig van binnen het uitgebreide
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
76
bodembeheergebied) en bijlage 4E (voor grond afkomstig van buiten buiten het uitgebreide bodembeheergebied) van deze Nota Bodemfunctieklassenkaart:
Kaart waarop het bodembeheergebied is ingedeeld in bodemfunctieklassen: Wonen of Industrie. Niet ingedeelde gebieden vallen automatisch in de bodemfunctieklasse Landbouw/Natuur. Elke gemeente dient (volgens het Besluit bodemkwaliteit, art. 55) een Bodemfunctieklassenkaart te hebben. Deze kaart is opgenomen in bijlage 5 van deze Nota
NORMEN: NEN 5740:
Norm die geldt voor het uitvoeren van bodemonderzoeken
NEN 5725:
Norm die geldt voor het uitvoeren van (historisch) vooronderzoeken bij bodemonderzoek
NEN 5707:
Norm de geldt voor het uitvoeren van een onderzoek naar asbest in de bodem
NEN 5720:
Norm die geldt voor het uitvoeren van waterbodemonderzoeken
NEN 5717:
Norm die geldt voor het uitvoeren van (historisch) vooronderzoeken bij waterbodemonderzoek
GROND: Grond:
Zie definitie van grond in art.1 van het Besluit bodemkwaliteit. Onder dit begrip vallen o.a.: zand, klei, veen etc, maar ook bagger
Standaardbodem:
Bodem die bestaat uit 10% organische stof en 25 % lutum
Schone grond:
Formeel is dat grond die geen verontreinigingen bevat. In de praktijk wordt het begrip schone grond gebruikt voor grond die in een bodemonderzoek of partijkeuring onderzocht is op het standaardstoffenpakket en op basis daarvan ingedeeld kan worden in klasse Landbouw/Natuur. Er is echter pas sprake van schone grond als de grond, naast de stoffen uit het standaardpakket bodem ook op andere relevante stoffen die in de grond verhoogd verwacht kunnen worden, is geanalyseerd en vastgesteld is dat de Maximale Waarde (MW) van de klasse Landbouw/Natuur niet overschreden wordt.
Standaardstoffenpakket:
Stoffenpakket dat onderzocht wordt als de grond niet verdacht is
Meldpunt bodemkwaliteit:
Digitaal meldpunt voor het toepassen of tijdelijk opslaan van grond en bagger (www.meldpuntbodemkwaliteit)
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
77
Grootschalige bodemtoepassing (GBT):
Toepassing van grond of bagger in een werk met een minimale omvang van 5000 m3 en een minimale toepassingshoogte. Een GBT moet passen in het landschap, moet aanmerkt worden als een nuttig toepassing en moet functioneel zijn (niet hoger of groter dan noodzakelijk voor het doel van de GBT)
Afdeklaag:
Laag grond of bouwstof die verplicht aangebracht moet worden bij het realiseren van een rootschalige bodemtoepassing
STATISTIEK: Percentielwaarde(n):
Waarde waar beneden een bepaald percentage waarnemingen ligt. Bijv. de 90-percentielwaarde (P90) geeft aan dat 90% van de meetwaarde uit een dataset lager is dan de aangegeven waarde.
Statistische kengetallen:
Kengetallen die gebruikt worden voor de statistische analyse van een bepaalde dataset met meetgegevens. In dit geval de meetgegevens die zijn gebruikt uit eerder verrichte bodemonderzoeken en partijkeuringen
WET BODEMBESCHERMING: Interventiewaarde:
Waarde waarboven sprake is van sterk verontreinigde grond. De interventiewaarden zijn vastgelegd in bijlage 1 van de Circulaire Bodemsanering
Geval van (vermoedelijk) ernstige bodemverontreiniging:
Hier is sprake van als één of meerdere stoffen de interventiewaarde overschrijdt in een bodemvolume van meer dan 25 m3
Wet bodembescherming (Wbb):
(Alleen onderdelen die in het kader van deze Nota van belang zijn, zijn benoemd) Wet die regels stelt om de bodem te beschermen (zorgplicht bodem, art. 13) en bij het verrichten van handelingen in of op ernstig verontreinigde grond. Na 1-12022 komt deze wet te vervallen voor nieuwe bodemsaneringsgevallen
Leeflaag:
Laag grond die aangebracht wordt bij een bodemsanering, waarbij ervoor gekozen is de verontreiniging niet (geheel) te ontgraven. De leeflaag moet contact met de verontreiniging voorkomen en moet daarom intact blijven
Terugsaneerwaarde:
Waarde waaraan gehalten van stoffen in de bodem na een sanering moeten voldoen om de sanering als afgrond te kunnen beschouwen
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
78
BESLUITEN EN REGELINGEN: Besluit uniforme saneringen (BUS):
Besluit dat regels stelt voor eenvoudige gelijksoortige saneringen die in korte tijd afgerond kunnen worden
Regeling uniforme saneringen (RUS:
Regeling waarin de uitvoeringsregels worden genoemd die horen bij het Besluit uniforme saneringen (technische details)
Besluit bodemkwaliteit (Bbk):
(Alleen onderdelen die in het kader van deze Nota van belang zijn, zijn benoemd) Besluit dat op 1 juli 2008 in werking is getreden voor het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en bagger en voor het verspreiden van bagger
Regeling bodemkwaliteit:
Regeling waarin de uitvoeringsregels worden genoemd die horen bij het Besluit bodemkwaliteit (o.a. de Maximale Waarden en de verspreidingsnorm voor bagger)
Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL):
(Alleen onderdelen die in het kader van deze Nota van belang zijn, zijn benoemd) Besluit behorende bij de Omgevingswet. Hierin wordt opgesomd welke activiteiten als milieubelastend worden aangemerkt (bijv. het graven in een bodemvolume van meer dan 25 m3 en het saneren van de bodem)
Besluit kwaliteit Leefomgeving (BKL):
Besluit behorende bij de Omgevingswet. Dit besluit geeft aan wat de inhoudelijke normen zijn voor overheden om te voldoen aan de nationale doelstellingen (Omgevingsplan, Omgevingsvergunning, Programma etc) en internationale verplichtingen
GRAVEN:
Projectmatige ontgravingen:
Ontgravingen die in de bodem worden verricht zonder saneringsdoel (dus niet met het doel om de bodemkwaliteit te verbeteren)
Kleinschalige ontgraving:
Projectmatige ontgravingen in een bodemvolume dat kleiner is dan 25 m3
(Historisch) vooronderzoek:
Een onderzoek voorafgaand aan het verrichten van een activiteit op of in de bodem. Bij dit onderzoek worden informatiebronnen geraadpleegd en wordt een locatieinspectie uitgevoerd. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5725.
OVERIGE BEGRIPPEN EN DEFINITIES: KWALIBO:
Nota bodembeheer
Dit staat voor Kwaliteitsborging in het bodembeheer. Er worden in dit besluit onder meer eisen gesteld aan de kwaliteit en integriteit van personen, bedrijven en instellingen t.b.v. het bodembeheer
gemeente IJsselstein
79
Erkende bodemintermediairs:
bedrijven, instellingen of personen die beschikken over de benodigde certificaten of erkenningen om de betreffende werkzaamheden uit te mogen voeren (zie ook KWALIBO)
Erkende bewijsmiddelen:
Ook wel milieuhygiënische verklaring genoemd. Het besluit bodemkwaliteit geeft aan welke milieuhygiënische verklaringen gebruikt mogen worden voor het toepassen van grond. Zie verder par. 6.2
Risico Toolbox Bodem (RTB):
Door het RIVM ontwikkelde tool om bodemrisico’s te bepalen. Wordt o.a. gebruikt bij het vaststellen van een Lokale Maximale Waarde (LMW), voor de toepassing van grond of voor het beoordelen van de actuele bodemkwaliteit. Deze term wordt in deze Nota aangehaald in par. 5.5.3 (hergebruik grond in zone D)
Risico-index:
Dit is een beleidsmatige indicator. Het geeft de verhouding aan tussen het (lokale) blootstellingsniveau van een bepaalde stof en de algemene effectgrenswaarde die gekozen is. A.d.h. van de risico-indexen kan afgeleid worden voor welke vormen van bodemgebruik de risico’s (bij normaal bodemgebruik) het grootst zijn
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
80
Bijlage 3: Tabellen met statistische kengetallen van de bodemkwaliteit in de onderscheiden zones: -
Bebouwing 1/1 Bebouwing 2/1 Bebouwing 3/3 Buitengebied 1/1
9,31 0,43 31,44 27,59 0,12 37,80 28,11 96,05 151,94 10,78 0,97 1,65 95,92 0,018 21,53 4,23
Aantal
227 327 228 332 325 326 330 327 97 97 97 316 320 97 264 257
9,14 0,35 33,58 22,95 0,10 27,63 29,17 76,80 162,62 10,11 0,98 0,71 59,21 0,013 28,26 4,57
Aantal
192 282 193 282 281 282 282 282 89 89 89 200 268 88 226 223
7,74 0,32 28,88 18,92 0,08 22,96 25,16 65,28 127,11 8,94 0,92 0,23 45,48 0,012 21,73 3,07
Lognormaal gemiddelde
8,00 0,38 25,60 20,71 0,10 29,74 23,21 77,43 121,57 9,37 0,91 0,48 59,10 0,013 14,24 3,16
Lognormaal gemiddelde
3,09 <det 21,59 15,56 <det 16,68 19,21 54,36 108,58 7,17 <det <det <det <det 19,25 2,10
P25
<det <det 16,12 14,19 <det 21,32 14,43 58,46 86,71 7,62 <det 0,06 <det <det 9,38 2,30
P25
8,09 <det 32,86 23,86 <det 24,63 30,19 81,05 162,87 10,89 <det 0,11 <det <det 30,00 3,80
P50
8,02 <det 29,01 23,64 <det 32,54 28,86 92,62 168,91 10,76 <det 0,43 <det <det 22,30 3,90
P50
11,85 <det 43,18 29,05 0,09 32,84 37,51 98,84 208,11 12,71 <det 0,53 <det <det 37,73 5,40
P75
11,46 0,45 41,10 35,46 0,11 47,97 38,85 127,35 202,70 14,57 <det 1,30 47,91 0,008 31,85 5,70
P75
12,37 0,33 45,06 31,12 0,11 34,89 39,34 107,74 220,78 13,62 <det 0,68 <det 0,011 39,90 6,00
P80
13,18 0,49 47,50 39,01 0,13 53,86 41,30 127,35 213,96 14,57 <det 1,60 94,63 0,012 34,00 6,26
P80
BKK IJsselstein
De kengetallen zijn omgerekend naar standaardbodem (lutum=25, humus=10) Vermenigvuldiging van het kengetal met de waarde uit de kolom bodemtypecorrectie geeft het oorspronkelijke kental
Voor het berekenen van het gemiddelde en het lognormaal gemiddelde is voor meetwaarden onder de detectiegrens conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten uitgegaan van 0,7 x detectiegrens
Statistische kengetallen hoger dan de Achtergrondwaarde (AW) zijn in een lichtgeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Wonen zijn in een donkergeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Industrie zijn in een oranje kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Interventiewaarde zijn in een rood kader weergegeven
Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
Rekenkundig gemiddelde
ONDERGROND (0,50 - 2,0 m-mv)
Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
Rekenkundig gemiddelde
BOVENGROND (0 - 0,50 m-mv)
BIJLAGE 8A: STATISTISCHE KENGETALLEN ZONE BEBOUWING 1/1
15,46 0,52 54,26 35,27 0,14 48,13 44,82 108,73 280,50 14,71 <det 1,20 65,62 0,011 45,00 8,28
P90
17,19 0,74 59,10 48,35 0,19 67,32 46,62 150,50 240,98 15,69 <det 2,95 152,59 0,023 38,00 7,20
P90
19,02 0,68 61,02 40,46 0,17 58,49 48,48 118,61 316,69 16,89 0,59 2,01 109,37 0,022 50,93 10,60
P95
17,19 0,98 61,57 53,20 0,26 82,19 49,95 185,81 261,25 15,92 0,60 6,45 260,23 0,047 45,58 8,40
P95
0,97 0,88 1,07 0,96 1,01 0,97 1,09 1,01 1,11 1,10 1,00 1,00 0,46 0,46 1,00 1,00
Bodemtype correctie
0,87 0,81 0,93 0,85 0,93 0,89 0,90 0,86 0,89 0,89 1,00 1,00 0,42 0,42 1,00 1,00
Bodemtype correctie 27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,04
Max.waarde Wonen
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
Achtergrondwaarde
27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,04
Max.waarde Wonen
NORMERING (standaardbodem)
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
Achtergrondwaarde
NORMERING (standaardbodem)
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
Max.waarde Industrie
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
Max.waarde Industrie
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
2 november 2020
Marmos . Bodemmanagement
10,42 0,57 32,34 36,92 0,25 62,43 27,90 136,56 164,89 10,87 2,04 4,42 100,78 0,014 18,36 4,34
Aantal
115 167 117 166 163 165 167 165 50 50 50 155 162 50 124 125
10,17 0,38 33,42 26,55 0,11 34,86 27,80 87,78 165,97 9,17 1,43 1,17 62,87 0,011 26,59 5,45
Aantal
84 124 85 123 122 123 122 123 39 39 39 93 118 39 93 93
8,39 0,33 27,25 19,79 0,08 25,70 22,60 68,46 110,07 7,83 1,22 0,29 40,69 0,010 16,77 2,93
Lognormaal gemiddelde
8,51 0,47 25,74 26,04 0,14 42,85 22,49 103,91 114,22 9,16 1,09 1,31 61,95 0,013 11,37 3,01
Lognormaal gemiddelde
4,74 <det 14,54 11,57 <det 17,61 15,30 48,71 58,49 5,67 <det <det <det <det 11,00 1,70
P25
<det <det 11,53 13,21 <det 26,89 12,34 72,77 76,68 6,37 <det 0,43 <det <det 5,38 1,80
P25
9,54 <det 32,95 25,24 0,01 26,94 28,69 84,23 152,17 9,53 <det 0,13 <det <det 26,00 3,60
P50
9,51 <det 28,83 33,33 0,11 50,28 29,62 119,19 139,99 10,59 <det 1,20 <det 0,011 16,00 3,80
P50
14,59 0,31 46,52 35,76 0,10 44,03 39,21 111,63 237,77 12,39 <det 0,70 <det 0,009 40,50 5,50
P75
14,45 0,63 44,97 46,54 0,22 85,35 37,03 175,65 238,63 12,57 <det 3,10 77,19 0,012 26,25 6,40
P75
15,64 0,45 51,56 37,86 0,12 50,76 41,13 121,77 264,40 12,39 <det 0,89 5,87 0,009 42,18 6,76
P80
15,66 0,68 46,13 51,57 0,22 91,20 40,73 200,75 246,90 13,87 <det 4,30 103,69 0,013 28,88 6,90
P80
BKK IJsselstein
De kengetallen zijn omgerekend naar standaardbodem (lutum=25, humus=10) Vermenigvuldiging van het kengetal met de waarde uit de kolom bodemtypecorrectie geeft het oorspronkelijke kental
Voor het berekenen van het gemiddelde en het lognormaal gemiddelde is voor meetwaarden onder de detectiegrens conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten uitgegaan van 0,7 x detectiegrens
Statistische kengetallen hoger dan de Achtergrondwaarde (AW) zijn in een lichtgeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Wonen zijn in een donkergeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Industrie zijn in een oranje kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Interventiewaarde zijn in een rood kader weergegeven
Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
Rekenkundig gemiddelde
ONDERGROND (0,50 - 2,0 m-mv)
Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
Rekenkundig gemiddelde
BOVENGROND (0 - 0,50 m-mv)
BIJLAGE 8B: STATISTISCHE KENGETALLEN ZONE BEBOUWING 2/1
17,72 0,64 61,63 46,91 0,17 68,58 45,81 142,07 351,90 13,53 1,70 2,94 90,43 0,011 51,00 11,28
P90
19,27 0,89 62,27 72,96 0,31 113,41 49,37 245,91 369,08 17,65 <det 10,00 205,08 0,021 40,40 8,06
P90
20,69 0,78 65,32 54,59 0,28 87,96 52,41 171,50 422,28 16,29 2,42 4,32 147,84 0,021 54,40 15,92
P95
20,47 1,01 68,27 98,43 0,40 149,66 55,54 263,48 402,80 22,12 <det 17,60 332,40 0,028 45,55 9,84
P95
0,96 0,89 1,03 0,95 0,99 0,97 1,05 0,99 1,05 1,05 1,00 1,00 0,55 0,55 1,00 1,00
Bodemtype correctie
0,83 0,79 0,87 0,79 0,89 0,86 0,81 0,80 0,79 0,79 1,00 1,00 0,43 0,43 1,00 1,00
Bodemtype correctie 27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,04
Max.waarde Wonen
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
Achtergrondwaarde
27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,04
Max.waarde Wonen
NORMERING (standaardbodem)
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
Achtergrondwaarde
NORMERING (standaardbodem)
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
Max.waarde Industrie
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
Max.waarde Industrie
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
2 november 2020
Marmos . Bodemmanagement
9,86 0,64 27,28 67,79 0,37 195,43 31,39 285,59 180,68 13,42 0,97 25,93 164,23 0,044 9,60 3,34
Aantal
54 76 55 76 75 80 74 81 20 20 20 75 59 18 55 55
10,26 0,43 32,15 45,69 0,26 118,49 32,06 120,47 170,16 12,45 1,08 6,79 79,36 0,014 19,34 4,68
Aantal
59 93 61 93 90 105 92 101 32 32 32 74 65 25 75 76
9,28 0,40 29,01 37,32 0,18 66,90 29,41 109,62 149,73 11,79 1,03 0,71 47,46 0,013 15,39 3,61
Lognormaal gemiddelde
8,57 0,53 23,34 44,56 0,20 107,34 26,92 184,04 135,40 11,11 0,87 1,93 82,76 0,023 5,89 2,53
Lognormaal gemiddelde
7,37 <det 22,55 25,70 0,08 31,00 22,66 87,62 116,51 10,41 <det 0,07 <det <det 11,90 2,38
P25
<det <det 9,25 26,49 0,07 47,95 17,86 116,95 83,98 7,30 <det 0,53 <det <det 2,95 1,50
P25
10,37 <det 25,93 39,17 0,15 58,56 28,63 108,30 165,14 11,59 <det 0,41 <det 0,010 15,00 3,40
P50
8,63 <det 23,12 44,29 0,22 108,05 25,90 183,78 140,13 11,43 <det 2,40 <det 0,011 5,60 2,80
P50
12,37 0,43 41,72 50,18 0,32 114,83 38,17 139,94 212,23 13,35 <det 2,08 <det 0,011 25,35 5,48
P75
11,14 0,62 35,41 79,88 0,35 256,62 41,97 300,74 228,58 18,39 <det 4,40 104,90 0,019 11,50 4,40
P75
12,96 0,50 42,85 54,10 0,40 133,20 39,36 146,03 218,96 15,29 1,33 3,46 <det 0,011 28,00 5,90
P80
11,50 0,73 37,58 99,65 0,48 276,88 45,37 325,80 263,16 21,51 <det 5,50 161,85 0,022 14,20 4,68
P80
BKK IJsselstein
De kengetallen zijn omgerekend naar standaardbodem (lutum=25, humus=10) Vermenigvuldiging van het kengetal met de waarde uit de kolom bodemtypecorrectie geeft het oorspronkelijke kental
Voor het berekenen van het gemiddelde en het lognormaal gemiddelde is voor meetwaarden onder de detectiegrens conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten uitgegaan van 0,7 x detectiegrens
Statistische kengetallen hoger dan de Achtergrondwaarde (AW) zijn in een lichtgeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Wonen zijn in een donkergeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Industrie zijn in een oranje kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Interventiewaarde zijn in een rood kader weergegeven
Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
Rekenkundig gemiddelde
ONDERGROND (0,50 - 2,0 m-mv)
Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
Rekenkundig gemiddelde
BOVENGROND (0 - 0,50 m-mv)
BIJLAGE 8C: STATISTISCHE KENGETALLEN ZONE BEBOUWING 3/3
16,50 0,64 49,61 67,32 0,52 218,18 53,44 176,45 231,68 16,87 1,50 15,20 85,47 0,021 38,60 8,50
P90
18,26 1,07 56,08 142,36 0,56 473,40 54,83 467,82 403,49 25,35 1,50 21,20 309,32 0,056 26,20 6,72
P90
17,68 0,86 66,53 80,29 0,70 281,10 59,94 219,04 272,17 20,81 1,50 34,29 145,30 0,025 42,17 12,60
P95
23,07 1,46 65,90 166,08 0,62 638,86 72,69 651,60 457,16 29,00 1,52 203,00 389,65 0,122 30,27 7,49
P95
0,85 0,81 0,89 0,82 0,91 0,87 0,84 0,82 0,82 0,82 1,00 1,00 0,47 0,47 1,00 1,00
Bodemtype correctie
0,70 0,68 0,69 0,63 0,79 0,74 0,56 0,60 0,50 0,52 1,00 1,00 0,33 0,33 1,00 1,00
Bodemtype correctie 27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,04
Max.waarde Wonen
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
Achtergrondwaarde
27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,04
Max.waarde Wonen
NORMERING (standaardbodem)
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
Achtergrondwaarde
NORMERING (standaardbodem)
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
Max.waarde Industrie
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
Max.waarde Industrie
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
2 november 2020
Marmos . Bodemmanagement
12,60 0,49 37,45 34,29 0,14 50,79 29,85 118,91 130,66 8,51 0,96 1,55 63,53 0,014 25,36 4,71
Aantal
91 134 91 137 135 137 135 142 43 43 43 135 132 42 115 116
10,40 0,35 34,75 21,10 0,09 25,44 29,51 76,62 135,74 9,22 0,95 0,91 53,55 0,013 27,56 4,34
Aantal
79 112 79 114 113 114 114 113 30 30 30 91 97 30 94 100
8,84 0,31 29,87 17,64 0,08 19,78 26,09 64,15 115,97 8,39 0,90 0,21 45,63 0,013 21,39 2,76
Lognormaal gemiddelde
11,62 0,40 34,86 28,71 0,11 40,95 27,36 104,26 106,51 7,53 0,92 0,49 48,54 0,012 20,76 3,92
Lognormaal gemiddelde
5,48 <det 23,30 13,97 <det 13,49 20,50 51,29 68,81 6,55 <det <det <det <det 16,70 1,65
P25
9,44 <det 29,79 22,88 0,01 29,72 23,76 85,18 80,58 5,49 <det <det <det <det 16,50 2,70
P25
9,61 <det 34,24 21,09 0,05 20,76 30,28 75,43 143,16 9,21 <det <det <det <det 28,00 2,75
P50
11,80 0,27 36,74 30,51 0,11 38,22 30,69 105,15 138,41 8,21 <det 0,43 <det <det 25,00 4,20
P50
12,54 0,24 48,04 27,42 0,08 26,72 39,13 99,57 184,72 12,04 <det 0,25 <det 0,012 39,00 5,30
P75
15,29 0,69 45,68 41,40 0,15 52,02 37,62 136,70 182,90 11,87 <det 1,10 <det 0,011 32,55 6,03
P75
13,58 0,38 48,89 28,47 0,10 29,06 42,30 100,58 184,72 12,97 <det 0,35 <det 0,012 41,00 5,90
P80
16,63 0,70 49,65 44,45 0,16 55,20 38,81 155,63 187,84 12,86 <det 1,66 52,61 0,011 35,20 6,50
P80
BKK IJsselstein
De kengetallen zijn omgerekend naar standaardbodem (lutum=25, humus=10) Vermenigvuldiging van het kengetal met de waarde uit de kolom bodemtypecorrectie geeft het oorspronkelijke kental
Voor het berekenen van het gemiddelde en het lognormaal gemiddelde is voor meetwaarden onder de detectiegrens conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten uitgegaan van 0,7 x detectiegrens
Statistische kengetallen hoger dan de Achtergrondwaarde (AW) zijn in een lichtgeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Wonen zijn in een donkergeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Industrie zijn in een oranje kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Interventiewaarde zijn in een rood kader weergegeven
Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
Rekenkundig gemiddelde
ONDERGROND (0,50 - 2,0 m-mv)
Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
Rekenkundig gemiddelde
BOVENGROND (0 - 0,50 m-mv)
BIJLAGE 8D: STATISTISCHE KENGETALLEN ZONE BUITENGEBIED 1/1
16,71 0,57 56,12 34,48 0,14 34,66 45,65 110,63 222,58 13,98 <det 2,00 55,34 0,013 46,70 8,14
P90
19,31 0,88 56,60 51,64 0,23 82,38 42,57 178,76 215,53 12,86 <det 3,80 106,07 0,017 43,00 8,80
P90
17,92 0,69 62,11 39,01 0,19 46,49 46,59 120,69 241,06 15,33 <det 5,65 117,15 0,019 49,60 10,91
P95
20,39 0,94 60,07 70,17 0,32 104,46 44,84 220,82 217,50 13,75 <det 6,12 167,38 0,023 45,27 9,60
P95
0,96 0,87 1,05 0,95 1,00 0,96 1,07 0,99 1,08 1,08 1,00 1,00 0,43 0,43 1,00 1,00
Bodemtype correctie
0,93 0,86 1,01 0,92 0,97 0,94 1,01 0,95 1,01 1,01 1,00 1,00 0,47 0,47 1,00 1,00
Bodemtype correctie 27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,04
Max.waarde Wonen
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
Achtergrondwaarde
27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,04
Max.waarde Wonen
NORMERING (standaardbodem)
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
Achtergrondwaarde
NORMERING (standaardbodem)
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
Max.waarde Industrie
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
Max.waarde Industrie
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
2 november 2020
Marmos . Bodemmanagement
Bijlage 4: Kaartbijlagen van de bodemkwaliteitskaart: 4A 4B 4C 4D 4E 4F 4G
Bodemzoneringskaart Ontgravingskaart bovengrond (0 – 0,5 m -mv) Ontgravingskaart ondergrond (0,5 – 2 m -mv) Gebiedsspecifieke Toepassingskaart voor grond/bagger afkomstig uit gemeenten binnen het Bodembeheergebied IJsselstein Generieke Toepassingskaart voor grond/bagger afkomstig uit gemeenten buiten het bodembeheergebied IJsselstein PFAS-zoneringskaart bovengrond (0 – 0,5 m -mv) PFAS-zoneringskaart ondergrond (0,5 – 2 m -mv)
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
1
Zones bodemkwaliteitskaart Bebouwing 1/1 Bebouwing 2/1 Bebouwing 3/3 Buitengebied 1/1 niet gezoneerd
SCHAAL: 1:25.000
DATUM: 29-01-2021
BIJLAGE:
4A
Bodemkwaliteitskaart: zones
PROJECT:
P19-12
Nota bodembeheer gemeente IJsselstein
OPDRACHTGEVER:
ODRU
Ontgravingskaart bovengrond (0-0,5 m-mv) Achtergrondwaarde klasse Wonen klasse Industrie geen kwaliteit vastgesteld (zie paragraaf 5.5 van de Nota bodembeheer) LET OP: EERST PUNTBRONNENCHECK UITVOEREN
SCHAAL: 1:25.000
DATUM: 29-01-2021
BIJLAGE:
4B
Bodemkwaliteitskaart: ontgravingskaart bovengrond
PROJECT:
P19-12
Nota bodembeheer gemeente IJsselstein
OPDRACHTGEVER:
ODRU
Ontgravingskaart ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Achtergrondwaarde klasse Wonen klasse Industrie geen kwaliteit vastgesteld (zie paragraaf 5.5 van de Nota bodembeheer) LET OP: EERST PUNTBRONNENCHECK UITVOEREN
SCHAAL: 1:25.000
DATUM: 29-01-2021
BIJLAGE:
4C
Bodemkwaliteitskaart: ontgravingskaart ondergrond
PROJECT:
P19-12
Nota bodembeheer gemeente IJsselstein
OPDRACHTGEVER:
ODRU
toepassingseis, dieptetraject 0-2,0 m-mv (*) herkomstlocatie binnen bodembeheergebied Achtergrondwaarde, verruiming binnen zelfde zone klasse Wonen klasse Wonen, verruiming binnen zelfde zone klasse Industrie (*) Voor gevoelige functies geldt altijd de Achtergrondwaarde als toepassingseis
Gemeenten binnen het bodembeheergebied van IJsselstein
SCHAAL: 1:25.000
DATUM: 29-01-2021
BIJLAGE:
4D
Toepassingskaart herkomstlocatie grond/bagger binnen bodembeheergebied
PROJECT:
P19-12
Nota bodembeheer gemeente IJsselstein
OPDRACHTGEVER:
ODRU
toepassingseis, dieptetraject 0-2,0 m-mv (*) herkomstlocatie buiten bodembeheergebied Achtergrondwaarde klasse Wonen klasse Wonen (0-0,5 m-mv), dieper Achtergrondwaarde
(*) Voor gevoelige functies geldt altijd de Achtergrondwaarde als toepassingseis
SCHAAL: 1:25.000
DATUM: 29-01-2021
BIJLAGE:
4E
Toepassingskaart herkomstlocatie grond/bagger buiten bodembeheergebied
PROJECT:
P19-12
Nota bodembeheer gemeente IJsselstein
OPDRACHTGEVER:
ODRU
PFAS-zoneringskaart bovengrond (0 – 0,5 m -mv)
Ontgravingskwaliteit PFAS-zones bovengrond PFAS-zones
Gecorrigeerde gemiddeld gemeten gehalten (in µg/kg) PFOS
PFOA
PFAS overig
B1
< 1,4
3,9
<1,4
B2
< 1,4
2,3
< 1,4
B3
< 1,4
< 1,4
< 1,4
VERKLARING Voldoet aan landelijke achtergrondwaarde (THK PFAS 2 juli 2020) > landelijke achtergrondwaarde en < toepassingswaarde Wonen/Industrie (THK PFAS 2 juli 2020)
PFAS-zoneringskaart ondergrond (0,5 – 2 m -mv)
Ontgravingskwaliteit PFAS-zones ondergrond PFAS-zones
Gecorrigeerde gemiddeld gemeten gehalten (in µg/kg) PFOS
PFOA
PFAS overig
O1
< 1,4
2,6
<1,4
O2
< 1,4
< 1,9
< 1,4
VERKLARING Voldoet aan landelijke achtergrondwaarde (THK PFAS 2 juli 2020) > landelijke achtergrondwaarde en < toepassingswaarde Wonen/Industrie (THK PFAS 2 juli 2020)
Bijlage 5: Bodemfunctieklassenkaart
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
2
Bodemfunctieklassenkaart in het kader van het Besluit bodemkwaliteit Bodemfunctieklasse Wonen Bodemfunctieklasse Industrie Landbouw / natuur Rijkswegen en provinciale wegen hebben de bodemfunctie industrie, inclusief de bijbehorende bermen (niet weergegeven in de kaart)
SCHAAL: 1:25.000
DATUM: 29-01-2021
BIJLAGE:
5
Bodemfunctieklassenkaart
PROJECT:
P19-12
Nota bodembeheer gemeente IJsselstein
OPDRACHTGEVER:
ODRU
Bijlage 6: Kaart met ligging (voormalige) boomgaardpercelen
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
3
Voormalige boomgaarden op basis van oude topografische kaarten Boomgaard op topografische kaart 1959 Overige boomgaarden 1940 - 1980
SCHAAL: 1:25.000
DATUM: 05-08-2020
BIJLAGE:
6
Boomgaarden uit de periode 1940-1980
PROJECT:
P19-12
Nota bodembeheer gemeente IJsselstein
OPDRACHTGEVER:
ODRU
Bijlage 7: Samenvatting Handvat tijdelijke uitname
Tijdelijke uitname van grond en baggerspecie volgens het Besluit bodemkwaliteit Voor tijdelijke uitname van grond en baggerspecie stelt het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) een vrijstelling voor een aantal verplichtingen. In artikel 36, derde lid is namelijk het volgende vastgelegd:
Dit impliceert dat als de grond of baggerspecie niet wordt bewerkt en op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde condities opnieuw in dezelfde toepassing wordt teruggebracht, dit toegestaan is toegestaan zonder kwaliteitsbepaling (artikel 38 en 40), toetsing aan de functie (o.a. artikel 59) en melding (artikel 42). Overige bepalingen van het Bbk, en andere wetgeving zoals de Wet bodembescherming, de Arbo-regelgeving, Wet ruimtelijke ordening en Waterwet blijven bij tijdelijke uitname onverminderd van kracht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: • Functionaliteit (art. 5 Bbk), d.w.z. dat sprake moet zijn van een nuttige toepassing, geen grotere hoeveelheid wordt toegepast dan volgens gangbare maatstaven nodig is voor het functioneren van de toepassing en dat de toepassing volgens gangbare maatstaven nodig is op de plaats waar deze plaatsvindt, of onder de omstandigheden waarin deze plaatsvindt); • Zorgplicht bodem (art. 13 Wbb) en zorgplicht oppervlaktewater (art. 7 Bbk). Het is bijvoorbeeld niet toegestaan om asbesthoudende grond terug te plaatsen indien er bij ontgraving asbest is geconstateerd; • Bij tijdelijke uitname kunnen grond of baggerspecie worden getransporteerd. Als dit binnen de grenzen van een werk gebeurt (geen transport over de openbare weg) is het niet nodig dat hierbij schriftelijke bescheiden aanwezig zijn.
Als het transport naar een tijdelijke opslag buiten de grenzen van het werk plaatsvindt, is de aanwezigheid van schriftelijke bescheiden wel noodzakelijk. Een oorspronkelijk toegepaste bouwstof, ontgraven grond of baggerspecie wordt veelal als een afvalstof gezien. In dat geval moet het transport zijn vergezeld van een begeleidingsbrief. Voor een volledig overzicht van andere wet- en regelgeving wordt verwezen naar paragraaf 12.1 uit de HUM Bbk te vinden via de website van Bodemplus: www.senternovem.nl/bodemplus/downloads/bodembeheer/hum_bbk.asp. Tijdelijke opslag bij tijdelijke uitname Tijdelijke opslag van de grond of baggerspecie kan onderdeel uitmaken van de tijdelijke uitname. Deze opslag duurt niet langer dan de looptijd van de onderhoudsof aanlegwerkzaamheden waarop het tijdelijk verplaatsen of wegnemen is gericht. Deze vorm van tijdelijke opslag hoeft daarom niet te worden gemeld, onderzocht of getoetst (onderzoeksverplichtingen die voortvloeien uit andere wet- en regelgeving gelden uiteraard onverkort). Overtollig materiaal dat na afronding van de werkzaamheden op de locatie in opslag blijft, in afwachting van een nieuwe bestemming, valt niet onder deze uitzonderingsbepaling. De plaats van tijdelijke opslag is niet nader bepaald (Zie Nvt Bbk p. 67).
De uitzonderingen voor tijdelijke uitname op grond van artikel 36, derde lid zijn in lijn met de uitzonderingen voor tijdelijke uitname van grond ingevolge artikel 28, derde lid, onder 2°, van de Wet bodembescherming. In dit artikel is bepaald dat voor een tijdelijke verplaatsing van grond geen meldingsplicht geldt. De gedachte bij beide uitzonderingen is dat in deze situaties er weinig tot niets verandert aan de milieubelasting. Dit artikel geldt niet alleen voor toepassingen die op grond van het Bbk worden gerealiseerd, maar ook voor toepassingen die onder meer onder het regime van het Bouwstoffenbesluit, het daaraan voorafgegane IPO-interimbeleid, of voor die tijd tot stand zijn gebracht. Daarbij moet het wel nuttige toepassingen betreffen. Hieronder worden de vier aspecten uit artikel 36, derde lid Bbk, namelijk ‘zonder te zijn bewerkt, ‘onder dezelfde condities’, ‘op en nabij dezelfde plaats” en ‘in dezelfde toepassing’ behandeld. Daarbij is gebruik gemaakt van tekst uit de Nvt bij het Besluit bodemkwaliteit. A. Zonder te zijn bewerkt: In het Bbk is geen definitie opgenomen van het begrip bewerken. De toelichting van het Bbk geeft voor tijdelijke uitname aan welke voorbeelden wel of niet onder het begrip bewerken vallen.
De volgende voorbeelden worden gezien als bewerken (hierbij kan dus geen gebruik gemaakt worden van de uitzondering uit artikel 36): • Het rijpen van baggerspecie, voor zover de tijdelijke verplaatsing hierop gericht is; • Het ontwateren van baggerspecie, voor zover de tijdelijke verplaatsing hierop gericht is; • Zandscheiding. De eerste twee voorbeelden betreffen niet de tijdelijke verplaatsing die enkel en alleen om logistieke redenen plaatsvindt. Ook daarbij kunnen (bijkomende) natuurlijke chemische en fysische processen optreden die onontkoombaar zijn, zonder dat er be- of verwerkingsactiviteiten plaatsvinden die dergelijke processen zouden bevorderen. De volgende voorbeelden vallen volgens de toelichting niet onder het begrip bewerken (hierbij kan dus wel gebruik gemaakt worden van de uitzondering uit artikel 36): • Het uitzeven van bodemvreemde bestanddelen; • Louter natuurlijke, niet gestimuleerde processen of omstandigheden, zoals verdamping, microbiële afbraak, natuurlijke oxidatie en reductie; • Wiijziging van de structuur van de grond of baggerspecie, zoals ten gevolge van graafwerkzaamheden of het ploegen van landbouwgronden. De gedachte bij het eerste en derde voorbeeld is dat de grove bestanddelen veelal bouwstoffen betreffen, die als zodanig weer kunnen worden toegepast.
De kwaliteit van de grond en baggerspecie zelf blijft hierdoor onveranderd of zal worden verbeterd. Let op: het uitzeven van bodemvreemde bestanddelen gericht op een milieuhygiënische kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld het uitzeven van asbesthoudende materialen) valt niet onder deze uitzondering. Dit wordt gezien als een bewerking (reinigen van verontreinigde grond). Voor dergelijke werkzaamheden is bovendien een erkenning voor de BRL 7500 op grond van het Besluit bodemkwaliteit vereist.
B. Onder dezelfde condities: Toetsing aan kwaliteit en functie kan achterwege blijven omdat de betreffende handelingen ter plaatse niet tot (extra) aantasting van de bodem(functie) leiden. Om dit te waarborgen spreekt het artikel daarnaast over onder dezelfde condities. Van belang is dat samenstelling en emissie (uitloging) van de grond niet wijzigt. Het emissiegedrag kan bijvoorbeeld ongunstig worden beïnvloed door wisseling tussen zuurstofrijke en
Nota bodembeheer
gemeente IJsselstein
1