CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

F. Buysse - Beleidsvragen Commissie U20 Retailvisie

Commissie Ruimte 24 februari 2026, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: 21:40 uur Raadsvoorstel Detailhandel- en Horecastructuurvisie 2026431 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Utrechtsestraat 20 – Beleidsvragen t.b.v. Commissie Ruimte Aan: Commissie Ruimte en College van B&W IJsselstein 19 februari 2026 Betreft: Nadere beleidsvragen n.a.v. reactie d.d. 12 februari 2026 en behandeling Retail- en Horecastructuurvisie Geachte commissieleden, geacht college, Naar aanleiding van de reactie van het college van 12 februari 2026 op mijn raadsbrief van december 2025, en in het kader van de behandeling van de nieuwe Retail- en Horecastructuurvisie, leg ik u onderstaande beleidsvragen voor. Deze vragen zijn kaderstellend van aard en zien op de begripsafbakening, juridische doorwerking en evenredigheid van het voorgestelde beleid. Zij raken niet uitsluitend mijn initiatief, Utrechtsestraat 20, maar de bredere positionering van rand-, scharnier- en kraamkamerlocaties binnen de binnenstad. 1. Juridische status versus beleidslabel Wordt de kwalificatie van de hoek Utrechtsestraat–Kerkstraat, scharnierlocatie, als “onderdeel van het hoofdwinkelgebied” juridisch vastgelegd in het omgevingsplan, of betreft dit uitsluitend een beleidsmatige interpretatie binnen de structuurvisie? 2. Kraamkamer of kernwinkelgebied? De structuurvisie duidt de hoek Utrechtsestraat–Kerkstraat aan als “kraamkamer”, wat een overgangs- en ontwikkelzone suggereert.

Hoe kan een locatie tegelijkertijd deel uitmaken van een kraamkamer én strikt worden aangemerkt als kernwinkelgebied waar functiemenging op de begane grond wordt uitgesloten? Welke begripsafbakening hanteert de raad? 3. Doorwerking naar het omgevingsplan Wordt bij vaststelling van de Retail- en Horecastructuurvisie voorzien in aanpassing van het omgevingsplan om nieuwe functies in de kraamkamer planologisch mogelijk te maken? Indien niet: is de kraamkamerfunctie dan feitelijk beperkt tot retail en horeca, en is de term 'kraamkamer' dan beleidsmatig juist gekozen? 4. Leegstand als beleidsopening – welke criteria? In de reactie van het college wordt gesteld dat het standpunt kan wijzigen bij significante leegstand of veranderende economische omstandigheden. Welke objectieve criteria gelden hiervoor? Wordt leegstand gemeten per pand, straatdeel of voor de binnenstad als geheel,

en is er onderscheid tussen kernwinkelgebied en kraamkamergebied? Welke termijn geldt voordat heroverweging plaatsvindt? Kan de raad deze criteria expliciet vastleggen? 5. Objectieve onderbouwing van kernstatus Op basis van welke concrete, meetbare gegevens (passantentellingen, marktvraag, verhuurtransacties) wordt deze specifieke locatie als kernwinkelgebied aangemerkt? Zijn deze gegevens actueel, openbaar en specifiek voor dit straatdeel? 6. Evenredigheid en maatwerk op scharnierlocaties Is volledige uitsluiting van functiemenging op een scharnierlocatie een evenredige maatregel, indien geen concrete gegadigde voor grotere retailunits aanwezig is en een hybride oplossing (commerciële hoek + wonen daarachter) wel mogelijk is? Moet de raad hier kiezen voor harde categorisering of voor maatwerk binnen duidelijke kaders? Ik verzoek u deze vragen te betrekken bij uw beraadslagingen over de Retail- en Horecastructuurvisie en de positionering van dit deel van de binnenstad. Met vriendelijke groet, Frans Buysse frans@buysse.nl 06-53972747

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16628888/1