Businesscase Harmonisatie Minimabeleid Lekstroom 2025
Tekst van het document
BUSINESSCASE Harmonisatie minimabeleid Lekstroom
Werkgroep Harmonisatie & Herontwerp 1 augustus 2025
Aanleiding Op dit moment verschillen de minimaregelingen die door Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) worden uitgevoerd in de Lekstroomgemeenten Houten, Lopik, IJsselstein en Nieuwegein. Het gaat hierbij om de Individuele Inkomenstoeslag (IIT), Bijzondere Bijstand (BB) en Collectieve Zorgverzekering Minima (CZM). Hierdoor ontstaat er onduidelijkheid bij inwoners over waar zij recht op hebben en ontstaat er ongelijkheid tussen gemeenten onderling. Dit zorgt bovendien voor extra kosten en complexiteit bij de uitvoering. Daarom willen de gemeenten samenwerken aan één duidelijk, eerlijk en toekomstbestendig minimabeleid. Het uitgangspunt is dat alle inwoners met een laag inkomen dezelfde kansen krijgen op financiële ondersteuning, ongeacht waar ze wonen. Dit sluit goed aan bij het meerjarenbeleidsplan van WIL waarin eenvoud, toegankelijkheid, uniformiteit en financiële bestaanszekerheid centraal staan. Eind 2024 is er een werkgroep geformeerd met beleidsadviseurs op het terrein van minimaregelingen van elke gemeente en WIL. Deze werkgroep levert nu deze businesscase op.
Uitgangspunten Voor het harmoniseren van het minimabeleid hanteren de Lekstroomgemeenten de volgende uitgangspunten: • We bieden duidelijkheid: Er moet eenduidigheid zijn in het aanbod voor inwoners van alle vier gemeenten. • We bieden bestaanszekerheid: We vinden dat de inwoners in de Lekstroomgemeenten die het nodig hebben, ook echt een beroep moeten kunnen doen op de ondersteunende regelingen die we hebben. • We maken het makkelijk: Het gebruik van de regelingen moet gemakkelijk en laagdrempelig zijn. • We letten op de uitvoeringskosten: De kosten voor de uitvoering van de regelingen houden we zo laag als mogelijk, maar wel binnen de grenzen van de kwaliteit die we willen bieden aan de inwoner. • We prioriteren in noodzaak: De beschikbare (economisch schaarse) middelen voor de regelingen moeten primair beschikbaar zijn de inwoners die dit het hardst nodig hebben. De Individuele Inkomenstoeslag (IIT) is gekozen als basisregeling binnen het minimabeleid, omdat deze regeling inwoners met een langdurig laag inkomen structureel ondersteunt en inwoners zelf laat bepalen waaraan ze het bedrag besteden. Dit bevordert financiële zelfstandigheid en vermindert administratieve lasten door ambtshalve toekenning. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de IIT binnen de Lekstroomgemeenten nadrukkelijk niet fungeert als voorliggende voorziening op de Bijzondere Bijstand.
De regelingen worden in samenhang met elkaar beschouwd, waardoor inwoners effectief ondersteund worden zonder overlap of onnodige complexiteit. Sommige regelingen, zoals de Collectieve Zorgverzekering Minima (CZM), vragen om een gefaseerde aanpak vanwege de complexiteit en de impact op inwoners. Hierbij worden ook de afwijkende lokale regelingen van Lopik en Houten onderzocht om ervoor te zorgen dat de ondersteuning binnen de hele regio gelijkwaardig en passend is.
Doel van het document Dit document ondersteunt de bestuurlijke besluitvorming binnen de Lekstroomgemeenten met een concreet en onderbouwd voorstel om de minimaregelingen te harmoniseren. Het doel is te komen tot geharmoniseerde regelingen die eenvoudig toegankelijk zijn voor inwoners, administratief eenvoudiger en kosteneffectief uitvoerbaar zijn, en waarbij inwoners in vergelijkbare situaties dezelfde ondersteuning ontvangen, ongeacht hun woonplaats binnen de regio.
1
Leeswijzer Deze businesscase beschrijft de aanleiding, doelstellingen en voorstellen voor harmonisatie van het minimabeleid binnen de Lekstroomgemeenten. Per regeling is uiteengezet wat de huidige situatie is, welke wijzigingen worden voorgesteld en wat de effecten daarvan zijn op inwoners, uitvoering en financiën. Hoofdstuk 1 (Individuele Inkomenstoeslag - IIT), hoofdstuk 2 (Bijzondere Bijstand - BB) en hoofdstuk 3 (Collectieve Zorgverzekering Minima - CZM) beschrijven per regeling de huidige knelpunten, het herontwerp en de verwachte effecten. Elk hoofdstuk sluit af met een afweging en onderbouwing van het voorstel. Hoofdstuk 4 biedt een integraal financieel overzicht per gemeente van de voorgestelde harmonisatie. Dit hoofdstuk bevat de structurele financiële effecten vanaf 2026, de incidentele kosten voor 2025 en aandachtspunten, waaronder specifieke aspecten van de CZM die verdere uitwerking vragen. Hoofdstuk 5 behandelt de risico’s per regeling met bijbehorende beheersmaatregelen. Hierbij komen uitvoeringsrisico’s, financiële risico’s en implementatierisico’s aan bod. Hoofdstuk 6 gaat in op de praktische implementatie van de voorgestelde harmonisatie, inclusief communicatie, monitoring, evaluatie en een vooruitblik naar fase 2 vanaf 2026.
2
Inhoudsopgave Aanleiding ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 1 Uitgangspunten --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 1 Doel van het document ----------------------------------------------------------------------------------------------------- 1 Leeswijzer ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 2 1. Individuele Inkomenstoeslag ------------------------------------------------------------------------------------------ 4 2. Bijzondere Bijstand (BB) ------------------------------------------------------------------------------------------------- 8 3. Collectieve Zorgverzekering Minimaregeling (CZM) ------------------------------------------------------------ 12 4. Financiële gevolgen per gemeente --------------------------------------------------------------------------------- 14 5. Risico’s en beheersmaatregelen ------------------------------------------------------------------------------------ 17 6. Implementatie, monitoring en evaluatie -------------------------------------------------------------------------- 19
3
1. Individuele Inkomenstoeslag 1.1 Huidige situatie De Individuele Inkomenstoeslag (IIT) biedt inwoners met een langdurig laag inkomen extra financiële ruimte, die inwoners van Houten, IJsselstein, Lopik en Nieuwegein jaarlijks kunnen aanvragen bij Werk en Inkomen Lekstroom (WIL). Het doel van deze toeslag is om inwoners met een langdurig laag inkomen te ondersteunen en hen financiële ruimte te geven, waarbij inwoners zelf bepalen hoe ze deze financiële ondersteuning willen gebruiken, wat hen extra flexibiliteit en vrijheid geeft. Dit kan helpen bij onverwachte uitgaven. Kenmerken van de huidige regeling: •
Doelgroep: inwoners met minimaal 3 jaar achtereenvolgend een inkomen tot maximaal 110% van de geldende bijstandsnorm. • Toeslaghoogte: bedraagt jaarlijks 40% van de toepasselijke bijstandsnorm en is vrij besteedbaar door inwoners. • Aanvraagproces: inwoners moeten de toeslag ieder jaar opnieuw zelf aanvragen. Hierbij dienen ze aan te tonen dat ze aan de voorwaarden voldoen. De IIT is gekoppeld aan 13 verschillende huishoudenstypen (zoals alleenstaanden, alleenstaande ouders en gezinnen). Dit betekent in de praktijk dat de uitvoering complex is, omdat per type huishouding de norm en toeslag afzonderlijk bepaald en getoetst moeten worden. Hierbij bestaan ook verschillen tussen gemeenten, zo ontvangen alleenstaande ouders in IJsselstein momenteel 50% van de bijstandsnorm, terwijl dit in Houten, Lopik en Nieuwegein 40% bedraagt. Uitvoeringspraktijk en knelpunten: •
• •
De jaarlijkse aanvraag leidt tot onnodige administratieve belasting en onzekerheid bij inwoners. Sommige inwoners zijn onvoldoende op de hoogte van het bestaan of de aanvraagprocedure van de toeslag. De noodzaak tot jaarlijkse handmatige beoordeling voor meerdere huishoudenstypen leidt tot hogere uitvoeringskosten en werkdruk binnen WIL. Niet alle inwoners die recht hebben op deze toeslag maken er daadwerkelijk gebruik van, waardoor de regeling niet optimaal bijdraagt aan het vergroten van financiële bestaanszekerheid.
1.2 Voorgesteld herontwerp In het voorgestelde herontwerp van de IIT ligt de nadruk op eenvoud, toegankelijkheid en een groter bereik. De regeling blijft bedoeld als vrij besteedbare financiële ondersteuning voor inwoners die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen. De uitvoering wordt efficiënter en effectiever door invoering van ambtshalve toekenning. Concrete aanpassingen: Ambtshalve toekenning IIT • Inwoners die bekend zijn bij WIL krijgen de IIT automatisch toegekend als zij aan één van de onderstaande groepen behoren: o Zij ontvingen vorig jaar IIT en hebben nog steeds een PW-uitkering. o Zij ontvingen eerder IIT, deden afgelopen jaar geen aanvraag, maar hebben minimaal 36 maanden een PW-uitkering. o Dit betekent minder administratieve lasten voor inwoners en een groter bereik. • Voor inwoners zonder uitkering vanuit de Participatiewet blijft handmatige aanvraag nodig, omdat hun inkomensgegevens niet automatisch beschikbaar zijn bij WIL. • Circa 80% van de doelgroep ontvangt automatisch de toeslag, voor 20% blijft handmatige aanvraag nodig vanwege het ontbreken van inkomensgegevens.
4
Vereenvoudiging huishoudtypen • De toeslag wordt voortaan berekend op basis van slechts drie huishoudtypen, in plaats van de huidige dertien typen. Dit verlaagt de complexiteit en verbetert duidelijkheid en voorspelbaarheid: o Gehuwden: €769 per jaar o Alleenstaanden: €539 per jaar o Overige huishoudens, zoals kostendelers en alleenstaanden in instellingen: €385 per jaar De genoemde bedragen zijn gebaseerd op normen voor het jaar 2025 en aantallen huishoudens uit 2024. Bij daadwerkelijke invoering vanaf 2026 kunnen deze bedragen iets afwijken door jaarlijkse indexering en veranderingen in het aantal huishoudens. Met deze vereenvoudiging vervalt ook het huidige verschil tussen gemeenten voor alleenstaande ouders (50% in IJsselstein, 40% in Houten, Lopik en Nieuwegein). Verordening en wettelijke context • De verordening wordt aangepast om ambtshalve toekenning mogelijk te maken, waarbij de peildatum verschuift naar 1 januari van elk kalenderjaar. • Toegevoegd is de mogelijkheid tot terugvordering indien inwoners ten onrechte de toeslag ontvangen en dit hen redelijkerwijs te verwijten valt. Dit geldt uitsluitend voor inwoners die bewust en aantoonbaar gefraudeerd hebben. Beoogde doelen van het herontwerp • Ambtshalve toekenning verhoogt het bereik van de toeslag, waardoor meer huishoudens ondersteuning krijgen.
Het aantal begunstigde huishoudens stijgt naar ongeveer 1.779, tegenover 1.356 in de huidige situatie. • Het terugbrengen van het aantal huishoudtypen van dertien naar drie en de ambtshalve toekenning leidt tot lagere uitvoeringskosten, minder foutgevoeligheid en betere dienstverlening, door minder administratieve belasting bij inwoners en uitvoering. • Er ontstaat duidelijkheid voor inwoners. De toeslag blijft volledig vrij besteedbaar. Eventuele kleine verschillen in toeslagbedragen door de vereenvoudiging van huishoudtypen zijn minimaal en leiden niet tot substantiële inkomensachteruitgang.
1.3 Verwachte effecten Gevolgen voor inwoners: • •
Door de toeslag voortaan op slechts drie duidelijk herkenbare huishoudtypen te baseren, wordt de regeling eenvoudiger, voorspelbaarder en beter uitlegbaar aan inwoners. Ambtshalve toekenning zorgt dat inwoners de toeslag niet meer jaarlijks hoeven aan te vragen. Vooral inwoners met beperkte digitale vaardigheden of laaggeletterdheid profiteren (zie casusvoorbeeld Cindy). Het aantal huishoudens dat de toeslag ontvangt groeit met 423 huishoudens van 1.356 naar ongeveer 1.779, zoals zichtbaar in onderstaande tabel.
Effect ambtshalve toekenning Individuele Inkomenstoeslag (IIT) vanaf 2026 Gemeente
Huishoudens IIT (2024)
Huishoudens IIT (vanaf 2026)
Extra huishoudens bereikt
Houten
293
372
79
Lopik
77
103
26
IJsselstein
278
363
85
Nieuwegein
708
941
233
1.356
1.779
423
Totaal
5
Cindy (alleenstaand, langdurige bijstandsuitkering) Cindy ontvangt al zes jaar een bijstandsuitkering. Zij heeft moeite met lezen, schrijven en is niet digitaal vaardig. Hierdoor heeft ze nog nooit gebruik gemaakt van financiële regelingen zoals de Individuele Inkomenstoeslag, ondanks dat zij hier al jaren recht op had. Door de invoering van ambtshalve toekenning ontvangt Cindy vanaf 2026 jaarlijks automatisch een toeslag van €539,-. Dit ondersteunt haar financiële stabiliteit aanzienlijk, zonder dat zij administratieve drempels hoeft te overwinnen.
Gevolgen voor de uitvoering (WIL): • •
Ambtshalve toekenning verlaagt de administratieve werkdruk. De vrijgekomen capaciteit kan WIL inzetten om inwoners beter te ondersteunen bij complexe situaties die maatwerk vereisen. De eenvoudiger regeling resulteert in structureel lagere uitvoeringskosten.
Financiële gevolgen: • Door betere toegankelijkheid en ambtshalve toekenning nemen de jaarlijkse regelingskosten structureel toe van €745.800 naar €1.018.700 Dit betekent een structurele toename van €272.900 per jaar. • In de huidige situatie bedragen de uitvoeringskosten circa €250.000 per jaar (Houten €59.625, Lopik € 14.625, IJsselstein € 50.875 en Nieuwegein € 124.875). • Door vereenvoudiging van het aanvraagproces en ambtshalve toekenning dalen deze structureel met ongeveer €65.880, waarmee de uitvoeringskosten uitkomen op circa €185.000 per jaar. • Totaal maakt dat jaarlijks de totale kosten stijgen met €207.020. Dit sluit aan bij gemeentelijke beleidsdoelen zoals armoedebestrijding en verbetering van financiële bestaanszekerheid. • Voor de invoering van ambtshalve toekenning is in 2025 eenmalig €18.650 nodig voor noodzakelijke proces- en ICT-aanpassingen Gemeente Houten
Regelingskosten IIT
Uitvoeringskosten IIT
Netto impact
52.300
-15.710
36.590
Lopik
18.380
-3.850
14.530
IJsselstein
58.460
- 13.410
45.050
Nieuwegein
143.760
-32.910
110.850
Totaal
272.900
-65.880
207.020
1.4 Afweging en onderbouwing voorstel Het voorgestelde harmonisatievoorstel voor de IIT is zorgvuldig afgewogen op basis van inhoudelijke doelen, financiële effecten en praktische uitvoerbaarheid. Met dit voorstel bereiken we dat inwoners in vergelijkbare omstandigheden dezelfde ondersteuning ontvangen, ongeacht in welke Lekstroomgemeente zij wonen. Dit draagt bij aan meer rechtsgelijkheid en versterkt de regionale samenwerking. Door de IIT ambtshalve toe te kennen, vergroten we het bereik aanzienlijk. Inwoners met een langdurig laag inkomen die bij WIL bekend zijn, die tot nu toe soms buiten beeld bleven vanwege onbekendheid of administratieve drempels, ontvangen straks automatisch hun toeslag. Daarmee ondersteunt de regeling beter en effectiever kwetsbare inwoners en verbetert het hun financiële bestaanszekerheid. Hoewel het voorstel leidt tot hogere regelingskosten (€272.900 extra per jaar), adviseren wij de kostenstijging te accepteren vanwege het sterke maatschappelijke belang. Bovendien leidt de vereenvoudiging van het uitvoeringsproces tot een structurele besparing op uitvoeringskosten van €65.880 per jaar. Deze besparing zorgt ervoor dat de totale netto stijging van de jaarlijkse kosten (€207.020) relatief beperkt blijft in verhouding tot de verbetering van het bereik en de kwaliteit van dienstverlening.
6
Bovendien verlaagt dit voorstel de administratieve belasting voor zowel inwoners als uitvoerende medewerkers aanzienlijk. Hierdoor ontstaat er binnen WIL meer ruimte voor persoonlijke aandacht en maatwerkondersteuning in complexere situaties, wat bijdraagt aan een kwalitatief sterkere dienstverlening. Dit voorstel sluit goed aan bij gemeentelijke beleidsdoelen zoals het verbeteren van financiële bestaanszekerheid en het tegengaan van armoede. Daarbij accepteren wij bewust een beperkte stijging van de kosten vanwege het duidelijke maatschappelijke belang.
7
2. Bijzondere Bijstand (BB) De regeling Bijzondere Bijstand (BB) vormt binnen de Lekstroomgemeenten een belangrijk financieel vangnet voor inwoners met een laag inkomen, bedoeld om individuele en noodzakelijke kosten te dragen die inwoners niet zelf kunnen betalen. De uitvoering ligt bij Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) namens Houten, IJsselstein, Lopik en Nieuwegein.
2.1 Huidige situatie Kenmerken van de huidige regeling: • •
•
• •
Inwoners met inkomensgrenzen variërend tussen 100% (Houten, Lopik en Nieuwegein) en 110% (IJsselstein) van de toepasselijke bijstandsnorm. Er geldt geen bovengrens voor de toegang tot Bijzondere Bijstand op basis van inkomen. Vanaf de gemeentelijke inkomensgrens wordt gewerkt met een draagkrachtberekening van 35%, ongeacht hoe hoog het inkomen daarboven ligt. Kostensoorten: De regeling voorziet in uiteenlopende kosten zoals woninginrichting, medische kosten (waaronder tandartskosten), bewindvoeringskosten, woonkostentoeslag en incidentele woonkosten. Voor woninginrichting wordt daarbij momenteel een vergoeding gehanteerd van maximaal 60% van de geldende NIBUD-norm, met uitzondering van duurzame gebruiksgoederen waarvoor soms een vergoeding tot maximaal 100% wordt verstrekt. Kosten worden individueel beoordeeld op noodzakelijkheid, bijzonderheid en voorzienbaarheid. Hierbij wordt ook gekeken naar draagkracht vanuit inkomen, vermogen en reserveringscapaciteit. De inkomensgrenzen verschillen per gemeente, waarbij IJsselstein een hogere inkomensgrens (110%) hanteert dan de overige gemeenten (100%).
Uitvoeringspraktijk en ervaren knelpunten: •
De complexe beoordeling leidt tevens tot een hoge administratieve uitvoeringslast en bijbehorende uitvoeringskosten voor WIL.
2.2 Voorgesteld herontwerp Het voorgestelde herontwerp voor Bijzondere Bijstand binnen de Lekstroomgemeenten is gericht op eenvoud, transparantie en gelijke toegankelijkheid voor inwoners in vergelijkbare omstandigheden, ongeacht hun woonplaats binnen de regio. Concrete aanpassingen: Uniforme inkomensgrens: • De inkomensgrens voor toegang tot bijzondere bijstand wordt geharmoniseerd op 110% van de toepasselijke bijstandsnorm voor alle vier gemeenten. Hierdoor wordt de regeling voor meer inwoners toegankelijk en worden bestaande verschillen opgeheven, en worden vooral kwetsbare inwoners met de laagste inkomens beter ondersteund. Aanpassing draagkrachtberekening en inkomenssituaties: • Voor inwoners met een Participatiewet-uitkering wordt geen draagkracht berekend. Voor overige inwoners wordt een draagkrachtberekening gemaakt om vast te stellen of hun inkomen onder de grens van 110% van de bijstandsnorm ligt. • Voor inkomens tussen 110% en 150% wordt een uniforme draagkracht van 35% toegepast. • Inkomens boven 150% komen niet langer in aanmerking voor bijzondere bijstand.
Anita (43 jaar) is sinds kort gescheiden en staat er alleen voor in de zorg voor haar 12jarige zoon. Ze werkt 32 uur per week als administratief medewerker en heeft een nettoinkomen van boven 150% van het sociaal minimum.
8
Kort na de scheiding werd Anita’s zoon acuut ziek. Medisch specialisten hebben bepaald dat hij met spoed dagelijks behandeld moet worden in een academisch ziekenhuis buiten de regio. De enige optie is dat Anita hem dagelijks zelf brengt en haalt. Deze reiskosten lopen op tot enkele honderden euro’s per maand. Tegelijkertijd kampt Anita met een verhoogde woonlastendruk. Door de scheiding draagt zij nu zelfstandig de lasten van de particuliere huurwoning, waarvoor zij geen recht heeft op huurtoeslag. Door de krapte op de woningmarkt kan zij op korte termijn niet verhuizen naar een sociale huurwoning. Haar ex-partner is niet in staat om bij te dragen in de kosten van alimentatie. Al met al heeft Anita haar inkomen nodig om met name de vaste lasten te kunnen bekostigen en kan zij net aan rondkomen. In beginsel zal haar aanvraag moeten worden afgewezen op basis van de hoogte van haar inkomen. Echter zouden de nadelige gevolgen van dit besluit onevenredig zijn in verhouding tot het doel wat met het besluit wordt nagestreefd. Dit heeft er mee te maken dat er dusdanige omstandigheden aanwezig zijn dat het ‘probleem’ niet op een andere manier te verhelpen is dan bijzondere bijstand te verstrekken. WIL besluit daarom gebruik te maken van haar inherente afwijkingsbevoegdheid (hardheidsclausule) en de bijzondere bijstand alsnog toe te kennen.
Aanpassing vergoeding woninginrichting: • De vergoeding voor woninginrichting wordt vastgesteld op 40% van de NIBUD-normen (voorheen 60%). Hiermee wordt een balans gezocht tussen passende ondersteuning en beheersbaarheid van kosten. Het NIBUD baseert zijn normen op gemiddelde nieuwprijzen voor een standaard huishouden. De bijzondere bijstand is echter bedoeld als vangnetregeling en richt zich daarom op passende ondersteuning in individuele situaties, niet op volledige vergoeding van nieuwprijzen. Daarnaast is het aanbod van kwalitatief goede tweedehands en circulaire goederen sterk verbeterd, waardoor passende ondersteuning mogelijk blijft. Stofferingskosten blijven volledig (100%) vergoed. Deze aanpassing gaat tegelijk in met de ambtshalve toekenning van de IIT. Hoewel beide wijzigingen los van elkaar staan, draagt de automatische IIT bij aan de algehele financiële ondersteuning van inwoners, waardoor de verlaagde vergoeding voor woninginrichting beter te dragen is. Doelstellingen van het herontwerp: • • •
Meer duidelijkheid en eenvoud voor inwoners, wat leidt tot betere toegankelijkheid van de regeling. Uniformiteit in ondersteuning binnen de Lekstroomregio, waarmee ongelijke behandeling wordt voorkomen. Lagere administratieve lasten en meer efficiëntie in de uitvoering.
Jason (alleenstaand met maandinkomen €1.547) Hij zit onder beschermingsbewind en betaalt daarvoor maandelijks €141,47 aan zijn bewindvoerder. In 2025 heeft hij volgens de huidige inkomensgrens (100%) een draagkracht van €70,66 per maand, waardoor hij €70,81 aan bijzondere bijstand ontvangt. Vanaf 2026 wordt de inkomensgrens verhoogd naar 110%. Hierdoor daalt zijn draagkracht naar €23,57 per maand, waardoor Jason nu €117,90 per maand ontvangt. Hij ontvangt daardoor maandelijks €47,09 extra, wat op jaarbasis neerkomt op €565,08 extra bijzondere bijstand.
9
2.3 Verwachte effecten Gevolgen voor inwoners: •
Door een uniforme inkomensgrens van 110% ontvangen inwoners in vergelijkbare situaties dezelfde ondersteuning, ongeacht in welke Lekstroomgemeente zij wonen. Hierdoor ontstaat rechtsgelijkheid.
Gevolgen voor de uitvoering (WIL): • Voor inwoners met een Participatiewet-uitkering vervalt de draagkrachtberekening. Voor overige inwoners blijft de berekening nodig, maar wordt het proces eenvoudiger omdat medewerkers niet langer rekening hoeven te houden met verschillende gemeentelijke inkomensgrenzen en beleidsregels. Dit vermindert administratieve lasten en de kans op fouten. • Door minder administratieve taken ontstaat ruimte om capaciteit te richten op inwoners die maatwerk nodig hebben. Financiële gevolgen: • In de huidige situatie bedragen de jaarlijkse regelingskosten voor de bijzondere bijstand (woninginrichting) circa €860.400, op basis van een vergoeding van maximaal 60% van de NIBUDnormen en het actuele aantal aanvragen. Door verlaging van de vergoedingen naar 40% van de NIBUDrichtprijs nemen deze regelingskosten structureel af met circa €286.870 per jaar. Hierdoor komen de totale jaarlijkse regelingskosten voor bijzondere bijstand vanaf 2026 uit op ongeveer €573.530. • Door vermindering van administratieve lasten en eenvoudiger uitvoering wordt een jaarlijkse besparing gerealiseerd. Dit zorgt voor efficiënter gebruik van uitvoeringscapaciteit bij WIL. Op dit moment kunnen we nog geen inschatting maken wat het financiële effect is. • Door lagere regelings- en uitvoeringskosten ontstaat structureel een jaarlijkse financiële besparing.
Naast directe besparingen zijn er ook indirecte voordelen zoals minder bezwaarprocedures en minder foutenherstel dankzij duidelijkere regels. • Voor communicatie en procesaanpassingen is in 2025 eenmalig een bedrag van €28.425 noodzakelijk. • Het financiële effect van enerzijds de verhoging naar 110% en aftoppen van 150% van de toepasselijke bijstandsnorm is onduidelijk. We monitoren het totale effect op de regelingskosten. Gemeente
Regelingskosten BB
Uitvoeringskosten BB
Netto impact
Houten
€
-68.420,00
€
-68.420,00
Lopik
€
-16.780,00
€
-16.780,00
IJsselstein
€
-58.380,00
€
-58.380,00
Nieuwegein
€
-143.290,00
€
-143.290,00
Totaal
€
-286.870,00
€
-286.870,00
De uitvoeringskosten blijven naar verwachting budgetneutraal en zijn daarom niet afzonderlijk opgenomen in de tabel. De totale structurele besparing op regelingskosten bedraagt €286.870 per jaar.
Ali is met zijn dochter gevlucht naar Nederland en krijgt bijzondere bijstand voor woninginrichting. In 2025 ontvangt hij maximaal € 7.623,20, gebaseerd op 60% vergoeding voor meubels. Vanaf 2026 wordt deze vergoeding aangepast naar 40%, waardoor hij maximaal € 5.542,80 ontvangt. Daarnaast ontvangt Ali wel 100% vergoeding voor stofferingskosten en krijgt hij automatisch (ambtshalve) de Individuele Inkomenstoeslag (IIT). Deze aanpassing maakt de regeling doelgerichter en stimuleert het gebruik van betaalbare en circulaire meubelopties.
10
2.4 Afweging en onderbouwing voorstel De keuze voor het voorgestelde herontwerp van de regeling Bijzondere Bijstand binnen de Lekstroomgemeenten is zorgvuldig afgewogen op basis van een aantal belangrijke beleidsmatige en uitvoeringsgerichte overwegingen. Beleidsmatige afweging: • Door één duidelijke inkomensgrens van 110% voor alle Lekstroomgemeenten in te voeren, worden inwoners gelijk behandeld en verdwijnen de huidige verschillen tussen gemeenten. • Inwoners met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm hebben in het nieuwe voorstel zonder verdere verrekening recht op bijzondere bijstand. • De verlaging van de vergoeding voor woninginrichting naar 40% van de NIBUD-norm zorgt voor betere beheersbaarheid van de kosten, zonder dat dit ten koste gaat van noodzakelijke ondersteuning. Uitvoeringsgerichte afweging: • De voorgestelde vereenvoudiging van de draagkrachtberekening en de uniforme inkomensgrens zorgen voor minder administratieve lasten en uitvoeringskosten. • Met minder administratieve complexiteit kunnen medewerkers zich richten op kwalitatief maatwerk en betere dienstverlening aan inwoners die extra aandacht nodig hebben. • Door eenvoudiger en uniformer beleid neemt de complexiteit van beoordelingen af, wat leidt tot snellere afhandeling en kortere wachttijden voor inwoners.
11
3. Collectieve Zorgverzekering Minimaregeling (CZM) 3.1 Huidige situatie De Collectieve Zorgverzekering Minima (CZM) biedt inwoners met een laag inkomen binnen de Lekstroomgemeenten (Houten, Lopik, IJsselstein en Nieuwegein) toegang tot een betaalbare zorgverzekering met extra voorzieningen. Momenteel verschillen inkomensgrenzen en gemeentelijke bijdragen per gemeente. De aanvraagprocedure vraagt inwoners jaarlijks om documentatie aan te leveren, waarna een uitgebreide inkomens- en rechtmatigheidstoets plaatsvindt. Dit leidt tot administratieve lasten bij inwoners en een verhoogde werkdruk binnen WIL. Knelpunten in de huidige situatie: • • •
Jaarlijkse administratieve belasting voor inwoners vanwege uitgebreide aanvraagprocedures. Verhoogde uitvoeringskosten door de noodzaak van jaarlijkse handmatige toetsingen. Vertraging in besluitvorming door benodigde documentatie, wat zorgt voor onzekerheid bij inwoners.
3.2 Voorgesteld herontwerp De aanvraagprocedure van de CZM versimpeld door gebruik te maken van bestaande gegevens uit gemeentelijke databestanden zoals U-pas, stadspas en BSN-lijsten. Deze koppeling zorgt voor een snellere en efficiëntere afhandeling van aanvragen. Grotere inhoudelijke wijzigingen, zoals harmonisatie van inkomensgrenzen en gemeentelijke bijdragen, worden bewust uitgesteld naar fase 2. Deze splitsing maakt een zorgvuldige en gefaseerde aanpak mogelijk. Concrete aanpassingen: • •
Aanvraagprocedure: Inwoners met een U-pas of stadspas hoeven geen aanvullende bewijsstukken meer aan te leveren voor de aanvraag CZM. Procesvereenvoudiging: De inschatting is dat circa 50% van de huidige deelnemers hierdoor automatisch kan worden herkend, waardoor voor hen geen aanvullende documentatie meer nodig is.
Doelstellingen van het herontwerp • • •
Snellere en eenvoudigere afhandeling van aanvragen. Minder administratieve lasten voor inwoners en WIL. Verbeterde toegankelijkheid en bereikbaarheid van de regeling.
3.3 Verwachte effecten Gevolgen voor inwoners: • •
Eenvoudige en snelle toegang tot CZM zonder jaarlijks aanleveren van bewijsstukken. Verminderde administratieve lasten, voor inwoners en de uitvoering van WIL.
Sam en Alex maken gebruik van de Stadspas. Bij de aanvraag van de CZM in november 2024 moesten zij nog uitgebreide bewijsstukken aanleveren. Dankzij het herontwerp vanaf 2026 worden zij direct erkend als rechthebbenden door gebruik te maken van hun stadspasgegevens, waardoor ze sneller zekerheid krijgen over deelname aan de CZM zonder dat zij extra bewijsstukken hoeven aan te leveren.
12
Gevolgen voor de uitvoering (WIL): • Verminderde administratieve werklast vanwege versimpelde toetsprocedure. • Kortere afhandelingstijden van aanvragen, wat leidt tot minder onzekerheid bij inwoners. • Structurele verlaging van uitvoeringskosten door minder handmatige controles en administratieve handelingen. Toelichting berekening besparing uitvoeringskosten CZM: Jaarlijks worden gemiddeld 433 nieuwe aanvragen verwerkt, waarvan er ongeveer 300 afkomstig zijn van inwoners met bekende inkomensgegevens. Deze aanvragen kosten nu circa 350 uur per jaar. Door automatische herkenning vervalt ongeveer de helft van deze uren (175 uur). Bij een kostprijs van circa €66 per uitvoeringsuur resulteert dit in een verwachte structurele besparing van €11.550 per jaar. Financiële gevolgen: • Door gebruik te maken van bestaande gemeentelijke gegevens zoals de U-pas en Stadspas, wordt het aantal benodigde uren gehalveerd naar circa 175. Hierdoor dalen de uitvoeringskosten structureel met ongeveer €11.550 per jaar. • Tegelijkertijd neemt naar verwachting de regelingskosten toe. We verwachten dat de helft van de gemiddelde afwijzingen in aanmerking zal komen. Hiermee zullen de regelingskosten toenemen met circa €10.365 per jaar, als gevolg van een groter bereik van de regeling. De netto structurele lastenverlaging komt daarmee uit op ongeveer €1.185 per jaar.
• Naast directe besparingen draagt de vereenvoudigde aanvraagprocedure ook indirect bij aan minder fouten en minder bezwaarprocedures, wat verdere efficiëntie oplevert. • Voor het aanpassen van processen en ICT-systemen om automatische koppeling met U-pas, stadspas en BSN-lijsten mogelijk te maken, is in 2025 eenmalig €3.750 noodzakelijk.
Gemeente
Regelingskosten CZM
Houten
Uitvoeringskosten CZM
Netto impact CZM
2.625
-2.930
-305
0
0
0
IJsselstein
2.240
-2.500
-260
Nieuwegein
5.500
-6.120
-620
Totaal
10.365
-11.550
-1.185
Lopik
3.4 Afweging en onderbouwing voorstel Het voorstel van de CZM-harmonisatie is zorgvuldig afgewogen op basis van beleidsdoelen zoals eenvoud, toegankelijkheid en kostenbeheersing. De voorgestelde versimpeling van het aanvraagproces leidt direct tot administratieve winst, betere dienstverlening en duidelijkheid voor inwoners, zonder op dit moment ingrijpende beleidswijzigingen te vereisen. De keuze om grotere inhoudelijke wijzigingen in fase 2 zorgvuldig te onderzoeken, biedt ruimte om de meest passende vervolgstappen te bepalen. De gerealiseerde structurele besparing op uitvoeringskosten van €11.550 per jaar rechtvaardigt deze gefaseerde aanpak, gezien het directe positieve effect voor inwoners en uitvoering, terwijl we tegelijkertijd voldoende tijd creëren om mogelijke grotere beleidsmatige wijzigingen zorgvuldig voor te bereiden en te toetsen.
13
4. Financiële gevolgen per gemeente 4.1 Overzicht financiële gevolgen Onderstaande tabel toont de gecombineerde financiële gevolgen van de voorgestelde harmonisatie van de IIT, BB en CZM per gemeente. De bedragen zijn structureel per jaar vanaf 2026. Daarnaast zijn incidentele implementatiekosten voor de regelingen in 2025 opgenomen. Een negatief verschil (-) betekent een structurele besparing voor de gemeente, een positief verschil (+) betekent extra kosten ten opzichte van de huidige situatie. De exacte verdeling van uitvoeringskostenbesparingen per gemeente is gebaseerd op de afgesproken verdeelsleutel. IIT
BB
CZM
regelingskosten
regelingskosten
regelingskosten
Netto totaal regelingskosten
Houten
52.300
-68.420
2.625
-13.495
Lopik
18.380
-16.780
0
1.600
IJsselstein
58.460
-58.380
2.240
2.320
Nieuwegein
143.760
-143.290
5.500
5.970
Totaal
272.900
-286.870
10.365
-3.605
Gemeente
Houten
-15.710
0
-2.930
-18.640
Netto totaal uitvoering & regelingskosten -32.135
Lopik
-3.850
0
0
-3.850
-2.250
IJsselstein
-13.410
0
-2.500
-15.910
-13.590
Nieuwegein
-32.910
0
-6.120
-39.030
-33.060
Totaal
-65.880
0
-11.550
-77.430
-81.035
Gemeente
BB IIT CZM Netto totaal uitvoeringskosten uitvoeringskosten uitvoeringskosten uitvoeringskosten
Incidentele implementatiekosten 2025: • • •
Voor de invoering van ambtshalve toekenning van de IIT is eenmalig in 2025 een investeringsbudget nodig van €18.650,- voor noodzakelijke proces- en ICT-aanpassingen. Voor de harmonisatie van de BB zijn in 2025 beperkte incidentele kosten geraamd op €28.425,-, voornamelijk voor communicatie en procesaanpassingen. Voor het aanpassen van processen en ICT-systemen om de automatische koppeling van de CZM met Upas, stadspas en BSN-lijsten te realiseren, is in 2025 eenmalig een investeringsbudget nodig van €3.750,-.
Hoewel wij met de huidige inzichten de verwachte afname in uitvoeringstijd en de daarmee samenhangende kostenbesparing kunnen onderbouwen, is het op dit moment nog niet mogelijk om een volledig beeld te geven van de uitvoering- en implementatiekosten. In de begroting 2026 hebben we een inschatting gemaakt van de investeringskosten. Deze inschatting kwam uit op €75.000. Om die reden is dit bedrag in de Turap/2e begrotingswijziging opgenomen en is dit vanuit de gemeenten toegekend. Hiervan is op dit moment circa €50.000 concreet te duiden. We stellen voor de resterende middelen in te zetten voor nog nader te concretiseren onderdelen van de businesscase, zoals het opstellen van een communicatieplan, evaluatieactiviteiten en onvoorziene uitgaven. Dit restant functioneert daarmee feitelijk als een tijdelijke bestemmingsreserve. Niet-bestede middelen zullen, volgens afspraak, worden geretourneerd aan de betrokken gemeenten.
14
4.2 Structurele financiële effecten vanaf 2026 per gemeente Vanaf 2026 zijn er geen incidentele kosten, buiten de bestemmingsreserve na. De voorgestelde harmonisatie leidt structureel tot een hoger bereik en hogere regelingskosten bij IIT en CZM. Deze extra kosten worden gecompenseerd door de besparing op regelingskosten bij Bijzondere Bijstand (BB) en lagere uitvoeringskosten bij IIT en CZM. Dit leidt jaarlijks tot de structurele besparingen zoals weergegeven in onderstaande tabel. Gemeente Houten Lopik IJsselstein Nieuwegein Totaal
Structureel effect per 2026 -32.135 -2.250 -13.590 -33.060 -81.035
4.3 Toelichting op financiële berekeningen De voorgestelde harmonisatie leidt tot wijzigingen in regelings- en uitvoeringskosten voor de IIT, BB en CZM. Hieronder worden de financiële effecten per regeling duidelijk toegelicht, met onderscheid tussen incidentele kosten in 2025 (implementatiejaar) en structurele effecten vanaf 2026. Effecten vanaf 2026 IIT: In de huidige situatie bedragen de jaarlijkse regelingskosten voor de IIT-regeling circa €745.800. Door ambtshalve toekenning stijgen de regelingskosten naar ongeveer €1.018.700, wat een structurele toename van €272.900 per jaar betekent. De uitvoeringskosten bedragen momenteel circa €250.000. Dankzij administratieve vereenvoudiging dalen de uitvoeringskosten structureel met €65.880 per jaar, waarmee de nieuwe uitvoeringskosten uitkomen op circa €185.000. De netto kostenstijging van de IIT bedraagt daarmee € 207.020 per jaar. BB: De regelingskosten voor bijzondere bijstand (kostensoort: woninginrichting) bedragen in de huidige situatie circa €860.400. Door verlaging van de vergoeding voor woninginrichting van 60% naar 40% van de NIBUD-norm dalen deze naar €573.530. Dit levert een structurele besparing op van €286.870 per jaar op. De uitvoeringskosten blijven naar verwachting budgetneutraal. In 2025 zijn er incidentele implementatiekosten van €28.425 voorzien. CZM: De uitvoeringskosten dalen structureel met €11.550.
Tegelijkertijd nemen de regelingskosten toe met circa €10.635, wat resulteert in een netto structurele lastenverlaging van €1.185 per jaar. In 2025 is hiervoor eenmalig €3.750 nodig voor ICT-aanpassingen en procesinrichting. Per saldo leidt de harmonisatie tot incidentele investeringskosten van €50.825 in 2025. Vanaf 2026 bedraagt de structurele besparing €81.035 per jaar (zie paragraaf 4.2). Naast deze financiële effecten zorgt de harmonisatie ook voor indirecte kwaliteitsverbeteringen, zoals minder fouten, minder bezwaar- en beroepsprocedures en meer ruimte voor kwalitatieve maatwerkondersteuning.
15
4.4 Aandachtspunten Gemeenten dienen rekening te houden met enkele belangrijke aandachtspunten en risico’s: •
• •
De ambtshalve toekenning van IIT kan leiden tot een hoger gebruik van de regeling. Actieve monitoring en tussentijdse evaluaties van de effecten op andere regelingen en gemeentelijke budgetten is noodzakelijk. Hoewel structurele uitvoeringskosten lager worden, moeten gemeenten rekening houden met incidentele kosten in 2025 voor ICT- en procesaanpassingen. Periodieke evaluatie is nodig om te bepalen of aanvullende beheersmaatregelen noodzakelijk zijn, mochten financiële effecten groter blijken dan verwacht.
Aanvullend aandachtspunt uitvoeringskosten CZM Op verzoek van de gemeenten is bekeken hoe het aanvraagproces voor de Collectieve Zorgverzekering Minima (CZM) eenvoudiger kan worden ingericht. Op dit moment maakt WIL al gebruik van BSN-lijsten; het voorstel is om deze lijsten verder te verrijken met gegevens vanuit de U-pas en Stadspas. Hierdoor ontstaat naar verwachting een duidelijke afname van de benodigde uitvoeringsuren, vooral bij een deel van de nieuwe aanvragen. Hierbij blijft er sprake van uitvoerende taken per individueel dossier. Tijdens de uitwerking van deze businesscase bleek dat er op dit moment nog onvoldoende duidelijkheid bestaat over de exacte verdeling van middelen tussen reguliere basisdienstverlening en aanvullende afspraken rondom de CZM. Dit wordt meegenomen in de monitoring/evaluatie om dit op termijn te kunnen duiden.
4.5 Aanvullende effecten (niet direct meetbaar) Naast de genoemde financiële effecten levert de voorgestelde harmonisatie ook indirecte voordelen op. Dit betreft voordelen zoals minder fouten in de uitvoering, beter uit te leggen aan de inwoners, een lager aantal bezwaar- en beroepsprocedures, eenvoudigere uitvoering, meer op basis van vanuit vertrouwen werken en een hogere kwaliteit van dienstverlening. Deze effecten zorgen indirect voor extra capaciteit bij WIL, maar zijn niet direct financieel gekwantificeerd in de tabellen.
16
5. Risico’s en beheersmaatregelen 5.1 Risico’s per regeling Regeling
Risico
IIT
Actieve monitoring en tussentijdse Ambtshalve toekenning leidt Onvoorziene stijging kosten andere evaluaties uitvoeren, en indien nodig mogelijk tot hoger gebruik van regelingen en druk op aanvullende beheersmaatregelen de regeling. gemeentelijke budgetten. invoeren. Groot deel doelgroep (966 huishoudens) krijgt bij eerste ambtshalve toekenning (maart 2026) binnen 12 maanden opnieuw IIT.
Gevolgen
Beheersmaatregel
Strijdig met wettelijke bepaling (IIT Dit risico is niet te voorkomen (geen maximaal eens per 12 maanden). beheersmaatregel mogelijk, fout Hierdoor ontstaat financiële accepteren en bespreken met intern onrechtmatigheid. controleur).
Nieuwe instroom (max. 228 Financiële onrechtmatigheid door Inwoners informeren via een brief om huishoudens per jaar) ontvangt strijdigheid met wettelijke bepaling zelfstandige aanvragen te ontmoedigen en in tweede jaar opnieuw binnen (maximaal één IIT per 12 dubbele uitbetalingen binnen één jaar te 12 maanden een IIT-uitbetaling. maanden). voorkomen. Onterechte ambtshalve toekenning aan inwoners met niet-aaneengesloten bijstandsperiodes (risico onbekend, waarschijnlijk niet incidenteel).
Financiële risico’s, terugvorderingen (bij bewust schenden van de inlichtingenplicht Risico accepteren: inwoners op de lijst met een intrekking van het recht laten staan, actief monitoren. op uitkering als gevolg) en extra uitvoeringslasten.
Inwoners met genoemde openstaande Openstaande werkprocessen of Onterechte betaling aan inwoners werkprocessen worden uitgesloten van onderzoeken (bijv. blokkades, waarbij redelijkerwijs bekend is dat ambtshalve toekenning en per brief beëindiging, rechtmatigheid) zij mogelijk geen recht hebben. geïnformeerd dat zij handmatig IIT moeten aanvragen.
BB
Risico op extra uitvoeringswerk door inwoners die toch Hogere uitvoeringskosten dan geraamd. zelfstandig aanvragen doen ondanks ambtshalve lijst.
Vooraf proactief brieven verzenden om zelfstandige aanvragen te minimaliseren.
Mogelijk meer IIT-toekenningen aan statushouders korter dan 3 Extra financiële last jaar in Nederland. Territorialiteitsbeginsel niet van toepassing op referteperiode.
Actieve monitoring en evaluatie.
Verlaging vergoeding Op grond van de Awb 4:84 inherente woninginrichting kan Kwetsbare inwoners dreigen tussen afwijkingsbevoegdheid toepassen voor wal en schip te vallen. onvoldoende blijken voor maatwerk. specifieke kwetsbare groepen. Nieuwe inkomensgrens van 150% leidt tot klachten en bezwaarschriften vanuit inwoners die afvallen.
Hogere uitvoeringsdruk en juridische kosten.
Duidelijke en vroegtijdige communicatie over wijzigingen en mogelijkheden om inwoners tijdig voor te bereiden op veranderingen.
17
Mogelijke privacyrisico’s en technische fouten bij automatische gegevensuitwisseling.
CZM
Risico op onterechte toekenning
Vertragingen, administratieve lasten en juridische risico’s bij overtreding privacyregels.
Zorgvuldige voorbereiding, mandaat organiseren en toetsing gegevensuitwisseling op privacywetgeving (AVG).
Financieel risico
Werkwijze aanpassen door voor het lijstwerk het Inlichtingenbureau te gebruiken voor controle van de inkomensgrens.
Anita (43 jaar) is recent gescheiden en heeft een inkomen boven 150% van het sociaal minimum. Haar zoon van 12 jaar is ernstig ziek en moet dagelijks behandeld worden in een academisch ziekenhuis buiten de regio. Anita draagt alle reiskosten, die oplopen tot honderden euro’s per maand. Ze heeft verhoogde woonlasten omdat ze na de scheiding alleen de lasten van de particuliere huurwoning draagt, zonder recht op huurtoeslag. Haar ex-partner draagt financieel niet bij. Hoewel haar aanvraag formeel afgewezen zou moeten worden op basis van haar inkomen, besluit WIL gebruik te maken van de hardheidsclausule. Hiermee ontvangt Anita toch bijzondere bijstand, omdat afwijzing zou leiden tot onevenredig zware gevolgen. Zo wordt voorkomen dat inwoners zoals Anita in uitzonderlijke situaties tussen wal en schip vallen.
5.2 Algemene risico’s Implementatierisico’s: • • •
Mogelijke vertraging bij implementatie van ICT- en procesaanpassingen. Hogere incidentele kosten door onverwachte technische uitdagingen. Nieuwe processen zoals automatische toekenning kunnen in het begin juist tot extra fouten leiden.
Financiële risico’s: • • •
Risico dat structurele besparingen pas later gerealiseerd worden, wat druk legt op gemeentelijke begrotingen in de eerste jaren. Risico dat structurele besparingen op uitvoeringskosten lager uitvallen dan geraamd. Onverwachte stijging van het aantal aanvragen door toegenomen bekendheid van regelingen.
Uitvoeringsrisico’s: •
Toegenomen werkdruk bij medewerkers van WIL tijdens overgangsfase naar geharmoniseerd beleid.
Beheersmaatregelen: • • • •
Goede voorbereiding en tijdige implementatieplanning. Realistische financiële buffers opnemen voor onverwachte kosten. Capaciteitsplanning en tijdelijke inzet van extra personeel tijdens overgangsperiode. Intensieve monitoring van proceskwaliteit tijdens eerste maanden van implementatie.
18
6. Implementatie, monitoring en evaluatie Voor een succesvolle implementatie van het geharmoniseerde minimabeleid binnen de Lekstroomgemeenten zijn zorgvuldige voorbereiding, duidelijke communicatie en een gestructureerd implementatieproces essentieel. Hieronder volgt een concreet voorstel voor het implementatieproces.
6.1 Communicatie Voor effectieve implementatie en acceptatie van de geharmoniseerde regelingen is het belangrijk om inwoners, raadsleden en uitvoeringspartners tijdig en helder te informeren. De volgende acties worden voorgesteld: 1. Het opstellen van een communicatieplan, waarin staat wanneer welke doelgroepen geïnformeerd worden en wat daarbij de belangrijkste boodschappen zijn. 2. Tijdige en duidelijke communicatie naar inwoners over veranderingen en de voordelen daarvan, zoals eenvoudiger toegang tot regelingen en betere dienstverlening. 3. Specifieke aandacht en ondersteuning voor de inwoners die geen recht meer zullen hebben op bijzondere bijstand door de bovengrens van 150%.
6.2 Implementatie Voor een soepele overgang naar het nieuwe beleid zijn de volgende stappen gepland: 1. Besluitvorming zodat de gewijzigde regelingen per 1 januari 2026 in werking kunnen treden. 2. Proces- en ICT-aanpassingen door WIL voor ambtshalve toekenning IIT en koppeling CZM met gegevensbestanden. 3. Informeren en instructie van medewerkers WIL over aangepaste regelingen en werkprocessen. 4. Aanpassing van gemeentelijke verordeningen en beleidsregels.
6.3 Monitoring en evaluatie Om goed zicht te houden op de voortgang en mogelijke knelpunten snel te signaleren, worden monitoring en evaluatie hieronder nader toegelicht. We streven naar de volgende vormgeving: 1. Opstellen van een monitoring- en evaluatieplan. 2. Periodieke monitoring (minimaal per kwartaal) van het gebruik en de financiële impact van regelingen. 3. Kwartaalrapportages vanuit WIL aan gemeenten met informatie over het gebruik van regelingen en financiële effecten, inclusief eventuele uitvoeringsproblemen. 4. Een tussentijdse evaluatie na 6 maanden na invoering, waarin eerste ervaringen worden geanalyseerd en eventuele verbeterpunten benoemd. 5. Het instellen van een regionaal overleg met gemeenten en WIL, gericht op snelle afstemming en bijsturing binnen de bestaande overlegstructuren.
6.4 Vooruitblik naar fase 2, herontwerp In fase 2 wordt onderzocht of er een beter passend zorgmodel mogelijk is. Hierbij wordt specifiek gekeken naar de eventuele harmonisatie van inkomensgrenzen en gemeentelijke bijdragen binnen de Collectieve Zorgverzekering Minima (CZM) en de regelingen chronisch zieken in Houten en Lopik. Ook zullen de verschillende kostensoorten binnen de Bijzondere Bijstand beoordeeld en waar nodig aangepast worden. Het doel is om te komen tot een samenhangend, eenduidig en passend minimabeleid dat inwoners die het echt nodig hebben beter ondersteunt, een vereenvoudiging voor de uitvoering is en kostenbesparing met zich meebrengt. Hierbij worden eenvoud, toegankelijkheid en financiële bestaanszekerheid vooropgesteld. De financiële effecten hiervan worden zorgvuldig uitgewerkt en afgewogen, met aandacht voor de financiële impact en de verdeling per gemeente. Hiermee wordt in fase 2 verder invulling gegeven aan een effectief, transparant en toekomstbestendig minimabeleid.
19