Bijlage Woonvisie 2025 gemeente IJsselstein
Tekst van het document
Levensloopgeschikt(er) maken van woningen en geclusterde woonvormen Onze woningvoorraad is nog onvoldoende voorbereid op de vergrijzing. Slechts een klein deel van bestaande woningen in IJsselstein is levensloopgeschikt. Als gemeente richten we ons daarom in de eerste plaats op de bouw van nieuwe nultredenwoningen. Hiermee bevorderen we de doorstroming op de woningmarkt én beperken we de kosten voor Wmo-aanpassingen. Tegelijkertijd blijft een grote groep ouderen zo lang mogelijk in hun eigen huis wonen. Ze voelen zich verbonden met hun woning en vertrouwde omgeving. En doordat veel ouderen vitaal blijven, is het vaak ook mogelijk om langer in de eigen woning te blijven. Wel is het belangrijk tijdig stil te staan bij eventuele woningaanpassingen (zoals het toevoegen van een traplift of drempelvrij maken). Naast het aanpassen van woningen met hulpmiddelen of nultredenwoningen, kunnen ook geclusterde woonvormen in de bestaande voorraad gerealiseerd worden. Dit hoeft niet allemaal via nieuwbouw te gebeuren. Soms kan een aanpassing ook al plaatsvinden door alleen een ontmoetingsfunctie toe te voegen (of een bestaande ontmoetingsplek in de woonomgeving beter in te richten). Landelijk zijn er al diverse ervaringen opgedaan om in bestaande wijken of wooncomplexen aanpassingen te verrichten waardoor geclusterde woonvormen ontstaan.
Bijvoorbeeld door het beter toegankelijk maken van wooncomplexen, het toevoegen van ontmoetingsruimtes of het splitsen van bestaand vastgoed in appartementen met gezamenlijke ruimtes. We gaan als gemeente inventariseren wat we in de bestaande voorraad voor geclusterde woonvormen voor ouderen kunnen doen. Dit doen we in ieder geval samen met Cazas Wonen.
Meer rendement uit woonruimteverdeling Bij de toewijzing van woonruimte in de sociale huur is IJsselstein aangesloten bij het gezamenlijke woonruimteverdeelsysteem in de U16. De verdelingsregels zijn vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde Huisvestingsverordening. Deze Huisvestingsverordening biedt op verschillende punten ruimte om te sturen op een optimale benutting van de bestaande woningvoorraad. Meer ruimte voor eigen inwoners: de Huisvestingsverordening biedt de mogelijkheid om 50% van de vrijkomende woningen met voorrang aan te bieden aan mensen met een lokale binding (inclusief aandachtsgroepen). Voor sociale huurwoningen wordt dit momenteel toegepast in de gemeente IJsselstein. Zo borgen we dat inwoners die graag in de gemeente willen blijven wonen daar zo goed mogelijk de kans voor krijgen. Voorrang geven aan ouderen bij nieuwbouwprojecten die een nultredenwoningen zijn: hiermee stimuleren we de doorstroming, en zorgen we er tevens voor dat woningen die geschikt zijn voor ouderen ook vaker door ouderen bewoond worden. 23
Onze aanpak We gaan onderzoeken of we de mogelijkheden voor woningsplitsing kunnen vergroten, door: Ruimte geven aan woningsplitsing binnen de buurten, met name in ruim opgezette wijken Verruimen waar mogelijk de gemeentelijke kaders We onderzoeken of we voor specifieke vormen van woningdelen een uitzondering kunnen maken in het Omgevingsplan. We werken aan de hand van de Transitievisie Warmte aan verduurzaming van de woningvoorraad. We inventariseren samen met Cazas Wonen de kansen in de bestaande voorraad om woningen te transformeren tot een geclusterde woonvorm. We gebruiken de verschillende mogelijkheden die de Huisvestingsverordening biedt om optimaal rendement te halen uit de woonruimteverdeling.
24
6.
Huisvesting aandachtsgroepen
We bieden voldoende en passende huisvesting voor aandachtsgroepen, zowel voor mensen met een zorgof ondersteuningsvraag als voor groepen met een specifieke woonbehoefte, zoals arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en statushouders. Daarbij zetten we in op betaalbaarheid, evenwichtige spreiding over de buurten en een goede aansluiting op de woonzorgvisie.
Passende huisvesting voor aandachtsgroepen met zorg Naast senioren zien we ook een groeiende vraag naar geschikte huisvesting voor andere doelgroepen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Denk aan mensen die uitstromen uit beschermd wonen of de maatschappelijke opvang. Zij hebben meestal behoefte aan een goedkope huurwoning. Voor deze groepen is het doorgaans lastig om zelfstandig aan een passende woonruimte te komen, terwijl het juist belangrijk is om een eigen woonplek te hebben. Een eigen woonplek draagt bij aan hun herstel, zelfredzaamheid en het meedoen in de samenleving. In het gemeentelijke WMO-beleid zetten we ons ook in om deze doelgroepen te ondersteunen bij zelfstandig wonen en deel te nemen aan de samenleving. In de Wet versterking regie op de volkshuisvesting is beschreven dat iedere gemeente in haar woonbeleid de huisvestingsopgave voor een aantal landelijke aandachtsgroepen moet benoemen. Daarbij gaat het om de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte van deze groepen, maar ook de behoeften op het vlak van de woonomgeving (bereikbaarheid van zorgvoorzieningen, ondersteuning bij het zelfstandig wonen, etc.). Deze huisvestingsopgave hebben we in onze Woonzorgvisie vastgelegd. Prognose opgave aandachtsgroepen met zorg, zoals aangegeven in de Woonzorgvisie 2024-2034: Aandachtsgroep
Opgave t/m 2040*
Mensen met een lichamelijke beperking (intramuraal)
+ 0 (balans tussen vraag en aanbod)
Mensen met een verstandelijke beperking (intramuraal)
+ 20
Uitstromers uit Beschermd Wonen
+ 8 (van 13 naar 21 plekken beschikbaar)
Uitstromers ex-gedetineerden
Geen opgave bekend
Uitstromers jeugdzorg met verblijf
+ 2**
*De Tussenvoorziening heeft in de gemeente IJsselstein 28 doorstroomplekken voor (dreigend) dak- en thuislozen mensen. De komende jaren blijft dit aanbod stabiel en is de verwachting dat deze plekken ook gevuld blijven. **De stap van een instelling naar een zelfstandige woning is voor veel jongeren die uitstromen te groot. IJsselstein wil daarom kijken naar de mogelijkheden voor het toevoegen van een tussenvoorziening voor deze doelgroep. Dit kan een vorm van gemengd wonen zijn, bijvoorbeeld met een andere (vitale) doelgroep. IJsselstein is momenteel bezig met een regionale tussenvoorziening/woonvoorziening gericht op jongvolwassen uit jeugdzorg.
Verplichte urgentie: op naar een fair share in de regio In het verleden konden gemeenten zelf bepalen of ze nadere afspraken maakten over de doorstroming vanuit een zorginstelling naar een zelfstandige woonvorm, bijvoorbeeld door een huisvestingsverordening voor het onderdeel urgenties op te stellen. Met het wetsvoorstel versterking regie op de volkshuisvesting verandert dat. Iedere gemeente is verplicht om binnen haar regio (in het geval van IJsselstein is dat regio Utrecht) om een regionale huisvestingsverordening voor het onderdeel urgenties uit te werken. Hierbij zijn ook wettelijk verplichte urgentiecategorieën benoemd (zie tabel). Doel daarvan is dat iedere gemeente binnen de regio haar verantwoordelijkheid pakt om een deel van deze groep urgente woningzoekenden aan woonruimte te helpen (nu is het doorgaans de centrumgemeente -Utrecht- die hierin het grootste deel van de huisvesting biedt). Op die manier komt er een eerlijker verdeling (fair share) van huisvesting voor urgente doelgroepen in de regio . De
25
aantallen uit de Woonzorgvisie 2024 – 2030 gebruiken we als uitgangspunt voor de fairshare afspraken in de regio. Zo verlichten deze gemeenten de druk op andere gemeenten waar juist bovengemiddeld veel mensen vanuit aandachtsgroepen een woning zoeken. Om tot een eerlijke verdeling in de regio 6 te komen zetten we ons in om in IJsselstein woonruimte te realiseren voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Ook daarom is het belangrijk dat er de komende jaren meer sociale huurwoningen worden toegevoegd, met name betaalbare woningen met een huurprijs onder de eerste aftoppingsgrens.
Overzicht aandachtsgroepen, inclusief verplichte urgentiecategorieën Aandachts-groep?
Verplichte urgentie?
Mantelzorgverleners- en ontvangers
Ja
Ja
Lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking
Ja
Ja
(Dreigend) dakloze mensen
Ja
Ja*
Uitstroom beschermd wonen, klinische ggz
Ja
Ja
Uitstroom vrouwenopvang, slachtoffers mensenhandel
Ja
Ja
Uitstroom Jeugdzorg
Ja
Ja
Uitstroom (jeugd)detentie, forensische zorg
Ja
Ja
Uitstappende sekswerkers
Ja
Ja
Arbeidsmigranten
Ja
Nee
Studenten
Ja
Nee
Woonwagenbewoners
Ja
Nee
Ouderen
Ja
Nee
Statushouders
taakstelling
Nee
*alleen (dreigend) dakloze met kinderen krijgen urgentie
Meer zeer goedkope woonruimte nodig Met alleen een regionale huisvestingsverordening voor urgente doelgroepen zijn we er nog niet. Daarvoor is ook voldoende betaalbare huisvesting nodig waar deze urgente doelgroepen kunnen wonen. Er is op dit moment te weinig aanbod aan betaalbare huurwoonruimte om deze groepen snel te kunnen huisvesten. In de basis gaat het hierbij vooral om een kleine zelfstandige woonruimte, waar aanvullende ondersteuning of hulp thuis geleverd kan worden. Maar voor sommige urgente doelgroepen is enige clustering van de woonruimte van belang (bijvoorbeeld mensen met een verstandelijke beperking). Bij andere doelgroepen kan onzelfstandige woonruimte ook uitkomst bieden, bijvoorbeeld voor de uitstroom vanuit de Jeugdzorg (kamertrainingprojecten).
In de Wet versterking regie op de volkshuisvesting is opgenomen dat regiogemeenten twee jaar de tijd krijgen om zelf tot een betere verdeling van de urgente doelgroepen over de regio te komen. Komen de gemeenten hier niet zelfstandig uit, dan zal na die twee jaar elke gemeente binnen de regio minimaal 15% van de vrijkomende huurvoorraad moeten toewijzen aan de wettelijk verplichte urgenten. 6
26
Voor meerdere urgente groepen met een zorgachtergrond is ook de directe woonomgeving belangrijk. Zij hebben behoefte aan een rustige, prikkelarme omgeving en de nabijheid van (mantel)zorgondersteuning. In onze woonzorgvisie hebben we de concrete woonopgave per doelgroep benoemd. Samen met onze woningcorporaties maken we nadere prestatieafspraken om in deze goedkope woonruimte te kunnen voorzien.
Aandachtsgroepen met specifieke woonbehoefte Niet elke aandachtsgroep heeft een zorgbehoefte. Er zijn ook enkele aandachtsgroepen met een specifieke woningbehoefte.
Arbeidsmigranten De woonomstandigheden van arbeidsmigranten zijn landelijk gezien vaak erbarmelijk. Omdat voor de Nederlandse economie de arbeidsmigranten een belangrijke rol spelen, en omdat IJsselstein vrij veel werkgelegenheid biedt aan arbeidsmigranten, pakken wij ook onze verantwoordelijk op het gebied van huisvesting. Primair is de huisvesting van arbeidsmigranten de verantwoordelijkheid van de werkgevers. Maar we willen als gemeente de mogelijkheden onderzoeken om ruimte bieden aan werkgevers die een grootschalige huisvestingslocatie voor arbeidsmigranten op eigen terrein willen realiseren, wanneer deze huisvesting voldoet aan de Roemer-normen voor fatsoenlijke huisvesting (minimaal aantal vierkante meters per persoon, maximaal aantal personen per sanitaire voorziening, ontkoppeling van huisvestingscontract en arbeidscontract).
Woonwagenbewoners Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft enkele jaren geleden geoordeeld dat woonwagenbewoners een minderheidsgroep vormen met een eigen culturele identiteit die bescherming van de overheid verdient. Kenmerkend voor het woonwagenleven is naast de specifieke woonvorm ook het leven in familieverband. Vervolgens heeft de Rijksoverheid in 2018 een beleidskader uitgebracht met daarin vereisten ten aanzien van het gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid. Hierin staat onder andere dat gemeenten het beleid ten aanzien van woonwagens en standplaatsen moeten vaststellen als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid. Dit beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven. De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan zolang er behoefte is aan standplaatsen. Woonwagenbewoners moeten binnen een redelijke termijn kans maken op een woonwagenstandplaats. We nemen daarbij als gemeente de gemiddelde inschrijftijd voor een sociale huurwoning in IJsselstein als uitgangspunt voor deze redelijke termijn. Op dit moment is er één woonwagenlocatie in de gemeente, bestaande uit drie standplaatsen. Er is geen inzicht in de actuele behoefte aan woonwagenstandplaatsen.
De eerstvolgende stap is daarom om de behoefte aan woonwagenstandplaatsen in de gemeente te inventariseren, om een goed beeld te krijgen van de toekomstige huisvestingsopgave voor deze aandachtsgroep. Onafhankelijk van of er een uitbreidingsopgave uit het onderzoek naar voren komt, zal de gemeente het beleid ten aanzien van woonwagenstandplaatsen nader gaan uitwerken. Hierin komen verschillende onderwerpen aan de orde: Hoe gaan we concreet invulling geven aan een eventuele uitbreidingsopgave? Hoe blijft de kwaliteit van standplaatsen, woonwagens en openbare ruimte op peil? Welke uitgangspunten gaan we hanteren bij de toewijzing van vrijkomende standplaatsen Wat zijn rollen en verantwoordelijkheden van betrokkenen (gemeente, woningcorporatie en woonwagenbewoners)?
27
Wat betreft het laatste punt zien we de huisvestingsopgave voor woonwagenbewoners die qua inkomen tot de DAEB doelgroep (sociale huurgrens) behoren als een verantwoordelijkheid voor de woningcorporatie. We gaan hier met hen over in gesprek.
Studenten In IJsselstein staan veel studenten ingeschreven. Het merendeel woont thuis. De gemeente heeft daarom geen noemenswaardige huisvestingsopgave voor studentenhuisvesting.
Statushouders Voor de huisvesting van statushouders krijgt IJsselstein momenteel halfjaarlijks een taakstelling van het Rijk. Als gemeente vullen we deze taakstelling zo goed mogelijk in. Dat betekent dat we samen met onze partners, met name de woningcorporatie, binnen hun mogelijkheden statushouders die zijn toegewezen in IJsselstein huisvesten. Als uitgangspunt vinden wij een goede spreiding over de buurten belangrijk. Het onderwerp huisvesting statushouders is politiek in beweging op het moment van schrijven van deze visie. Mocht er landelijk gezien andere wetgeving komen, die bijvoorbeeld de mogelijke rol van woningcorporaties wettelijk beperken, dan zullen we daar naar moeten handelen, maar we lopen daar niet op vooruit.
Onze aanpak Binnen de regio Utrecht werken we aan een regionale huisvestingsverordening voor het onderdeel urgenties. Samen met Cazas Wonen maken we prestatieafspraken over de realisatie van goedkope huurwoningen, waarbij we zoeken naar alternatieve en innovatieve oplossingen om betaalbare huur te realiseren (bijvoorbeeld inzetten van onzelfstandige woonruimten voor doelgroepen waarbij dat past). We onderzoeken de behoefte en mogelijkheden om ruimte aan werkgevers van arbeidsmigranten om op eigen terrein huisvesting te kunnen bieden aan arbeidsmigranten. Dit resulteert in beleid voor huisvesting van arbeidsmigranten. We onderzoeken de behoefte aan woonwagenstandplaatsen en werken vervolgens onze visie op een eventuele uitbreidingsopgave, kwaliteit van bestaande woonwagenlocaties en toewijzingsbeleid uit in gemeentelijke woonwagenbeleid. De gemeenten en Cazas Wonen werken samen om de taakstelling te voldoen met betrekking tot de huisvesting van statushouders.
28
7.
Leefbaarheid
Prettig wonen draait niet alleen om de woning zelf. We investeren in een goede en toekomstbestendige leefomgeving. Dit betekent aandacht voor ontmoeting en voorzieningen, klimaatadaptatie, het tegengaan van hittestress en het aantrekkelijk inrichten van de openbare ruimte.
Aandacht voor kwetsbare buurten In sommige buurten concentreren zich meer kwetsbare groepen dan in andere wijken. Wij staan er als gemeente voor dat iedereen, arm of rijk, jong of oud, in elke buurt een prettig leefklimaat kan ervaren. In buurten waar dat meer onder druk staat zitten we hier dichter op. Dit doen we door een integrale aanpak waarbij we de problematiek in samenhang aan kunnen pakken (sociaal en fysiek verbinden). Die aanpak bestaat uit een mix van maatregelen op korte termijn (zoals intensief beheer en toezicht) en maatregelen op langere termijn (zoals het sturen op meer differentiatie in de woningvoorraad, bijvoorbeeld door de sloop of verkoop van een aantal sociale huurwoningen, die we dan in andere buurten compenseren.)
Voldoende ontmoeting en voorzieningen in iedere buurt In een vitale buurt wonen bewoners samen, en hebben ze voldoende gelegenheid om elkaar te ontmoeten. Het gaat dan zowel om ontmoetingsruimtes als om een woonomgeving / buitenruimte die aantrekkelijk is om te verblijven. Vaak hebben buurten al ontmoetingsruimten, en gaat het er niet zo zeer om daar meer van toe te voegen, alswel om te kijken hoe bestaande voorzieningen beter benut kunnen worden (vaker open, aantrekkelijker programma, richten op meer verschillende doelgroepen). We werken daarbij samen met partijen in zorg en welzijn.
Inrichting openbare ruimte In de openbare ruimte kijken we naar natuurlijke momenten (zoals de vervanging van de riolering) om op dat moment ook te investeren in het aantrekkelijker maken van de openbare ruimte. Ook bij nieuwbouw en herstructurering of bij de aanpak van weginfrastructuur kijken we naar de fysieke leefbaarheid. We investeren dan in een woonomgeving die aanzet tot bewegen en ontmoeten, die toegankelijk is, die klimaatadaptief is ingericht en hittestress tegengaat.
Onze aanpak In kwetsbare buurten plegen we extra inzet vanuit een integrale benadering. Dit doen we met een combinatie van snelle maatregelen (beheer, toezicht) en lange termijn oplossingen (meer woningdifferentiatie) We stimuleren ontmoeting door bestaande voorzieningen beter te benutten, in samenwerking met zorg- en welzijnspartners. We investeren in aantrekkelijke, toegankelijke en klimaatbestendige openbare ruimte bij natuurlijke momenten van herinrichting.
29
Bijlage 1: kaart IJsselstein met woningbouwlocaties en voorzieningen
30
Bijlage 2: Buurtenveloppen Voor iedere buurt is er een ‘buurtenvelop’ opgesteld. Dit laat de huidige situatie van de buurt zien aan de hand van cijfers en voorzieningen op de kaart. Tijdens een ambtelijke sessie zijn kansen voor iedere buurt verkend. Deze zijn per buurt aangegeven in een kader.
31