Bijlage 8. 20240820 Nota van wijzigingen
Tekst van het document
Nota van wijzigingen plan Randdijk datum:
20 augustus 2024
projectmedewerker:
Buro SRO | T. Ponse | J.J. van Nuland
t.a.v.:
Gemeente IJsselstein | Marcia van Kats VABO Ontwikkeling BV | Sylvester Jansen
Tekstuele aanpassingen In plantoelichting zijn verschillende taalkundige fouten gecorrigeerd. Daarnaast zijn enkele, meer inhoudelijke, aanpassingen doorgevoerd. Hieronder de opsomming van de inhoudelijke aanpassingen: Toelichting Locatie wijziging
Huidige tekst
Nieuwe tekst
Paragraaf 2.1
Het plangebied is gelegen aan de Randdijk binnen IJsselstein
Het plangebied is gelegen aan de Randdijk binnen IJsselstein
waarbij het op dit moment een mix van wonen, bedrijfsvoering
waarbij het op dit moment een mix van wonen, bedrijfsvoering en
en volkstuinen. Er staat op dit moment één vrijstaande woning
volkstuinen aanwezig is. Er staat op dit moment één vrijstaande
en twee bedrijfsloodsen met de nok parallel aan de Randdijk,
woning en twee bedrijfsloodsen met de nok parallel aan de Rand-
deze verkeren in een matige staat.
dijk, deze verkeren in een matige staat.
Het plangebied is gelegen aan de A2 en N210 die het plange-
Het plangebied is gelegen aan de A2 en N210 die het plangebied
bied omranden aan de oostzijde. De tramverbinding ten zuid-
omranden aan de oostzijde. De tramverbinding ten zuidwesten
westen van het plangebied vormt zowel een barrière als een
van het plangebied vormt zowel een barrière als een verbinding
verbinding met Nieuwegein en Utrecht. Ten noorden van het
met Nieuwegein en Utrecht. Ten noorden van het plangebied is
plangebied is de Nedereindse Plas wat functioneert als een re-
de Nedereindse Plas wat functioneert als een recreatiegebied en
creatiegebied en als nationaal landschap.
als nationaal landschap. De hoofdfietsroute vanuit IJsselstein
De foto hieronder geeft een impressie van het plangebied.
naar Nieuwegein loopt langs het terrein en sluit aan op de Randdijk. De foto hieronder geeft een impressie van het plangebied.
Paragraaf 2.2
De initiatiefnemer is voornemens om de huidige bedrijfsbebou-
De initiatiefnemer is voornemens om de huidige bedrijfsbebou-
wing binnen het plangebied te slopen. Na sloop wordt een
wing binnen het plangebied te slopen. Na sloop wordt een nieuw
nieuw appartementengebouw gerealiseerd met maximaal 145
appartementengebouw gerealiseerd met maximaal 145 apparte-
appartementen. In dit appartementengebouw worden apparte-
menten. In dit appartementengebouw worden appartementen in
menten in drie klassementen, namelijk sociale huur, midden
drie klassementen gerealiseerd, namelijk sociale huur, apparte-
koop en dure koop. De appartementen in deze klassementen
menten in het middensegment en dure koop. De sociale huur ap-
hebben respectievelijk een oppervlakte van 60 m², 80m² en
partementen krijgen een oppervlak van minimaal 65 m² en de
109m².
middensegment koop appartementen krijgen een oppervlak van
Het plan bestaat uit twee gebouwen rustend op een gezame-
minimaal 75 m².
lijke parkeergarage en kent een varierende bouwhoogte tussen
Voor de sociale appartementen wordt gebruikt gemaakt van de
14,5 meter tot 29,5 meter. Zie de onderstaande verbeelding
vastgestelde Amsterdamse bouwbrief. Met de Amsterdamse
voor de verdeling van de bouwhoogtes.
bouwbrief kan afgeweken worden van het Bbl voor het hebben van bergingen. In de Amsterdamse bouwbrief wordt toegelicht hoe een gemeenschappelijke fietsenberging in combinatie met een inpandige berging zodanig kan worden ingericht dat dit als een gelijkwaardige oplossing kan worden gezien. De keuze om uitsluitend de sociale huurwoningen te betrekken bij deze regeling heeft onder meer te maken met het toekomstige eigendom en beheer van deze fietsenberging. Elk vak waar drie fietsen kunnen staan (eis vanuit de regeling), behoort in eigendom bij een vast appartement nummer. Dit eigendom is onlosmakelijk met elkaar verbonden via nog op te stellen splitsingsakte en splitsingstekening. Eigenaar kan deze bergingsplaats niet separaat
verkopen van de woning. Ook het beheer en onderhoud van deze berging is op deze wijze geborgd bij een en dezelfde partij. Het plan bestaat uit twee gebouwen rustend op een gezamenlijke parkeergarage en kent een variërende bouwhoogte tussen 14,5 meter tot 29,5 meter. Zie de onderstaande verbeelding voor de verdeling van de bouwhoogtes., Paragraaf 2.2 onder afbeelding
De ontsluiting van het plangebied zal niet veranderen. Het ver-
De ontsluiting van het plangebied zal in basis niet veranderen.
keer zal van het plangebied ontsloten wordt via de Europalaan
Het verkeer zal van het plangebied ontsloten worden via de Eu-
door middel van de Randdijk.
ropalaan door middel van de Randdijk. In verband met de extra verkeersbewegingen zal de bestaande verkeerssituatie waar nodig verbeterd worden.
Paragraaf 2.2 onder afbeelding
-
Dit inrichtingsplan is opgenomen als bijlage 1 bij de plantoelichting.
Paragraaf 3.3.2 onder Ontsluitings-
Voor dit hoofdpunt wordt randvoorwaarden gesteld aan de mo-
Voor dit hoofdpunt worden randvoorwaarden gesteld aan de mo-
structuur en parkeren
biliteitssituatie van het voorliggende plan. De ontwikkeling moet
biliteitssituatie van het voorliggende plan. De ontwikkeling moet
zo veel mogelijk aansluiten op de bestaande ontsluitingsweg en
zo veel mogelijk aansluiten op de bestaande ontsluitingsweg en
langzaamverkeersroutes waar mogelijk. Voor het parkeren
langzaamverkeersroutes waar mogelijk. Voor het parkeren wordt
wordt er een onderscheid gemaakt tussen het parkeren voor de
er een onderscheid gemaakt tussen het parkeren voor de bewo-
bewoners en voor bezoekers, waarbij het parkeren voor bewo-
ners en voor bezoekers, waarbij het parkeren voor bewoners zo
ners zo veel mogelijk (half)verdiept onder de bouwmassa
veel mogelijk (half)verdiept onder de bouwmassa plaatsvindt met
plaatsvindt met een uitgang aan de noord- en zuidkant van de
een uitgang aan de zuidkant van het woongebouw. Het gebouw
parkeergarage. Voor bezoekers kan de benodige parkeervoor-
heeft aan de zuidkant en de oostkant haar ingang voor bewoners
ziening op maaiveld aangelegd worden, mits deze landschap-
en bezoekers. Voor bezoekers kan de benodigde parkeervoor-
pelijk ingepast en vormgegeven wordt. Hiernaast moeten aan-
ziening op maaiveld aangelegd worden, mits deze landschappe-
wezige wandelpaden halfverhard uitgevoerd worden en moet
lijk ingepast en vormgegeven wordt. Hiernaast moeten aanwe-
het voorliggende plan voldoen aan de gemeentelijke parkeer-
zige wandelpaden halfverhard uitgevoerd worden en moet het
norm. Indien hieraan niet voldoen kan worden kan er middels
voorliggende plan voldoen aan de gemeentelijke parkeernorm.
een mobiliteitsplan aangegeven worden op welke wijze er wordt
Indien hieraan niet voldaan kan worden kan er middels een mo-
voldaan aan de parkeerbehoefte.
biliteitsplan aangegeven worden op welke wijze er wordt voldaan
Het voorliggende plan wijkt af op twee punten ten opzichte van
aan de parkeerbehoefte. Dit mobiliteitsplan maakt t.z.t. onder-
de nota. Er is namelijk gekozen om deelmobiliteit direct op te
deel uit van de aanvraag voor de activiteit bouwen.
nemen in het bestemmingsplan in plaats van een apart mobili-
Het voorliggende plan wijkt af op twee punten ten opzichte van
teitsplan. Geacht wordt dat het gebruik van deelmobiliteit zo ge-
de nota. Er wordt zeer waarschijnlijk net niet voldaan aan de par-
ring is dat het opstellen van een mobiliteitsplan niet van belang
keernorm. Een tekort van 6 parkeerplaatsen wordt voorzien. Dit
is. Hiernaast is er één ontsluiting voor de parkeergarage aan de
tekort wordt opgelost door de inzet van deelauto's. In de aan-
zuidkant van de parkeergarage en geen aan de noordkant. Ge-
vraag omgevingsvergunning wordt dit verder uitgewerkt en wordt
acht wordt dat het aanleggen van een extra ontsluiting ten koste
de gemeente gevraagd gemotiveerd af te wijken van de parkeer-
zal gaan van het groene karakter van de buitenruimte en dat er
norm.
meer verharding aangelegd moet worden om deze ontsluiting
Daarnaast ziet het plan op één ontsluiting voor de parkeergarage
aan de sluiten op de rest van de verharding binnen het plange-
aan de zuidkant van het woongebouw en geen tweede ontsluiting
bied. Voor de rest gaat het voorliggende plan mee in de voor-
aan de noordkant. Door één in- en uitrit te maken kan de hoe-
waarden zoals beschreven in de nota.
veelheid verharding beperkt worden en krijgt het plan een groener karakter. Daarnaast kan daarmee ook de parkeercapaciteit van de kelder geoptimaliseerd worden waarmee minder maaiveld parkeren nodig is. Voor de rest voldoet het voorliggende plan aan de (ruimtelijke)voorwaarden zoals beschreven in de nota.
Paragraaf 3.3.3 onder planspecifiek
Het voorliggende plan voorziet in de aanleg van appartementen
De woonvisie van IJsselstein heeft als één van de doelstellingen
in de klassementen sociale huur, midden koop en dure koop.
om een kwalitatief passend woningvoorraad te realiseren. Hierbij
De woonvisie van IJsselstein heeft als een van de doelstellin-
dienen tussen 600 en 800 woningen binnen het bestaand stede-
gen om het aantal woningen in het sociale huur segment en de
lijk gebied gerealiseerd te worden. Verder dient circa 30% van de
middenhuur/koop segment. Hiernaast ligt het plangebied op
nieuwbouw van de woningbouwopgave in het sociale segment
zeer korte afstand van de basisvoorzieningen en openbaar ver-
gerealiseerd worden uitgevoerd worden en maximaal 40% van
voer waardoor de beoogde woningen passend zijn voor star-
de nieuwbouw in het middendure segment. Ook is het wenselijk
ters, samenwonende, startende gezinnen en scheefwoners bin-
dat nieuwe woningen nabij (bestaande) voorzieningen worden
nen IJsselstein.
gerealiseerd. Het initiatief voorziet in het realiseren van maximaal
Er kan dus geconcludeerd worden dat het voorliggende plan
145 appartementen binnen het bestaand stedelijk gebied met ap-
aansluit op de Woonvisie van de gemeente IJsselstein.
partementen in het sociale en middendure segment. Verder worden de appartementen op korte afstand van voorzieningen en openbaar vervoer gerealiseerd. Hiermee wordt er aangesloten op de woonvisie van de gemeente IJsselstein.
pagina 2 van 7
Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen de Woonvisie van de gemeente IJsselstein. Paragraaf 4.1 onder planspecifiek
Tijdens de aanlegfase is tijdelijk sprake van werkzaamheden en
Tijdens de aanlegfase is tijdelijk sprake van werkzaamheden en
een toename van verkeer. De belangrijkste effecten hierbij zijn
een toename van (zwaar-)verkeer. De belangrijkste effecten hier-
geluidsproductie, verkeersgeneratie en luchtverontreiniging.
bij zijn geluidsproductie, verkeersgeneratie en luchtverontreini-
Vooral de verkeersgeneratie tijdens de aanlegfase zou voor
ging. Ook in de eindfase neemt het aantal verkeersbewegingen
problemen kunnen zorgen op de openbare wegen in de omge-
toe. In de paragraaf verkeer wordt hier nader op in gegaan. Het
ving. Hierdoor is het van belang dat de verkeersintensiteit afge-
plan kan afgewenteld worden op het bestaande wegennet maar
stemd wordt met de omwonende langs de route. Belangrijke
er zijn (ook als gevolg van de autonome ontwikkeling) wel aan-
nadelige effecten zijn dan ook niet te verwachten. Daarnaast
passingen nodig aan het verkeernetwerk. De planvorming hier-
komt bij de aanlegfase bouwafval vrij. Het vrijkomend materiaal
voor is reeds opgestart.
wordt conform wet- en regelgeving afgevoerd. Er is geen
Het vrijkomend materiaal gedurende de bouw wordt door de ini-
sprake van productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nade-
tiatiefnemer conform wet- en regelgeving afgevoerd. Er is geen
lige milieugevolgen.
sprake van productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen.
Paragraaf 4.2 onder planspecifiek
Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening moet er wor-
Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening moet er worden
den aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grond-
aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in
water in het plangebied in overeenstemming zijn met het be-
het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde ge-
oogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet bodembescherming
bruik. Dit is geregeld in de Wet bodembescherming (wbb). Ont-
(wbb). Ontwikkelingen kunnen gerealiseerd worden indien de
wikkelingen kunnen gerealiseerd worden indien de bodem
bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt zijn
waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt zijn of ge-
of geschikt zijn gemaakt voor het beoogde gebruik. Om na te
schikt zijn gemaakt voor het beoogde gebruik. Om na te gaan of
gaan of de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik is er
de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik is er door Eco-
door Econsultancy een verkennend bodem- en asbestonder-
consultancy een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitge-
zoek uitgevoerd (Rapportage verkennend bodemonderzoek en
voerd (Rapportage verkennend bodemonderzoek en verken-
verkennend onderzoek asbest in bodem en puin, d.d. 16 no-
nend onderzoek asbest in bodem en puin, d.d. 16 november
vember 2021, rapport 14948.001) zie bijlagen bij toelichting bij-
2021, rapport 14948.001) zie bijlagen bij toelichting bijlage 2.
lage 1.
Hierna is in 2022 een nader bodemonderzoek uitgevoerd door
Uit het verkennend onderzoek is bleken dat een significante
Ecoconsultancy (rapportnummer 14948.007, 22 juli 2022), zie
nikkelverontreiniging aanwezig is binnen het plangebied. Hier-
bijlagen bij toelichting bijlage 2a. In dit onderzoek zijn de ver-
naast is op verschillende plekken binnen het plangebied de in-
dachte locaties binnen het plangebied nader onderzocht op ver-
terventiewaarde voor asbest overschreden. Ten slotte zijn nik-
vuiling. Hieruit is een sterk verhoogde gehalte aan nikkel aange-
kel, zink en minerale olie aangetroffen in gehalte boven de tus-
troffen in zowel de bodem en het grondwater, echter kan de bron
senwaarden. Als gevolg hiervan is nader onderzoek nodig om
van de vervuiling niet geconstateerd worden. De verwachting is
te exacte omvang van de vervuiling te bepalen, waarna vervolg-
dat de nikkelverontreiniging te beschrijven valt een ernstig geval
stappen opgesteld kunnen worden. Het meest recente vervolg-
van bodemverontreiniging die niet spoedeisend gesaneerd hoeft
onderzoek is uitgevoerd door SGS Search (verkennend en na-
te worden. Verder is de hypothese voor bestrijdingsmiddelen als
der bodem- en asbest in grondonderzoek en indicatief waterbo-
gevolg van de voormalige volkstuinen verworpen, zijn een matig
demonderzoek, 16 augustus 2023, rapport 25.23.00212), zie
verhoogd gehalte PAK en licht verhoogde gehalten nikkel, lood,
bijlagen bij toelichting bijlage 1a.
zink en minerale olie aangetoond rondom deellocatie J en is deel-
Uit het nader bodemonderzoek werdt geconcludeerd dat er op
gebied H lichtelijk verontreinigd met PCB en asbest. Hierbij was
verschillende plekken binnen het plangebied sprake is van een
het advies om na de sloop van de bestaande bebouwing op ver-
antropogene bijmeningen in de grond bestaande uit baksteen
schillende locaties binnen het plangebied een nieuw asbeston-
en beton. Uit analyse bleek dat de verwachte omvang van de
derzoek te laten uitvoeren. Hierbij is ook afgesproken met het
nikkelverontreiniging ongeveer minimaal 50 m³ bedraagt zoals
ODRU dat het onderzoek naar het afperken van de bodemver-
verwacht in eerdere onderzoeken. Er is tegelijkertijd een ver-
vuiling ook plaats kan vinden nadat de bestaande bebouwing is
hoogde gehalte aan nikkel aangetoond in het aanwezige bo-
gesloopt.
demwater rondom de verontreiniging. Desondanks het nader
Uit de voorgaande onderzoeken is bleken dat een significante
onderzoek was een bron niet vast te stellen, maar de verwach-
nikkelverontreiniging aanwezig is binnen het plangebied. Hier-
ting is dat het verband houd met de aangetroffen bijmenging
naast is op verschillende plekken binnen het plangebied de inter-
van baksteen en beton. Verder is de verwachting dat 70 m³ aan
ventiewaarde voor asbest overschreden. Ten slotte zijn nikkel,
grondwater verontreinigd is met nikkel. Geconcludeerd werdt
zink en minerale olie aangetroffen in gehalte boven de tussen-
dat er sprake is van een ernstige verontreiniging is, maar dat
waarden. Als gevolg hiervan is nader onderzoek nodig om te
deze niet spoedeisend gesaneerd moet worden.
exacte omvang van de vervuiling te bepalen, waarna vervolg-
Verder is het plangebied verder onderzocht op de aanwezig-
stappen opgesteld kunnen worden. Het meest recente vervolg-
heid van asbest. Hierbij is een lichte verontreiniging van PCB
onderzoek is uitgevoerd door SGS Search (verkennend en nader
en chrysotiel (wit) asbest aangetoond. Gezien de geringe halte
bodem- en asbest in grondonderzoek en indicatief waterbodem-
van beide stoffen is een verder onderzoek niet nodig geacht.
onderzoek, 16 augustus 2023, rapport 25.23.00212), zie bijlagen
Ten slotte is er aangetoond dat lokaal binnen het plangebied er
bij toelichting bijlage 2b.
sprake is van een verhoogde halte van PAK's. Hierbij was de
Uit het nader bodemonderzoek werd geconcludeerd dat er op
verwachting dat deze verhoogde gehalte te maken heeft met
verschillende plekken binnen het plangebied sprake is van een antropogene bijmengingen in de grond bestaande uit baksteen
pagina 3 van 7
voorgaande activiteiten binnen het plangebied. Het advies is
en beton. Uit analyse bleek dat de verwachte omvang van de
om deze verontreiniging verder te onderzoeken.
nikkelverontreiniging ongeveer minimaal 50 m³ bedraagt zoals
Geconcludeerd werd om na de sloop van de bestaande bebou-
verwacht in eerdere onderzoeken. Er is tegelijkertijd een ver-
wing en verharding een aanvullend bodemonderzoek uit te voe-
hoogd gehalte aan nikkel aangetoond in het aanwezige bodem-
ren naar nikkel en PAK's binnen het plangebied. Verder wordt
water rondom de verontreiniging. Desondanks het nader onder-
er geadviseerd om op basis van advies van het ODRU om ver-
zoek was een bron niet vast te stellen, maar de verwachting is
der asbestonderzoek uit te voeren binnen het plangebied op
dat het verband houdt met de aangetroffen bijmenging van bak-
selecte locaties binnen het plangebied.
steen en beton. Verder is de verwachting dat 70 m³ aan grond-
Conclusie Geconcludeerd dient te worden dat het plangebied vervuild is met nikkel in zowel de bodem en in het grondwater. Verder onderzoek moet uitgevoerd worden zodra de bestaande bebouwing en verharding zijn gesloopt, waarna er hoogstwaarschijnlijk saneringswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden voordat het plangebied geschikt is voor het beoogde gebruik. Indien deze stappen volledig uitgevoerd worden vormt het aspect bodem geen belemmering voor het voorliggende plan.
water verontreinigd is met nikkel. Geconcludeerd werd dat er sprake is van een ernstige verontreiniging is, maar dat deze niet spoedeisend gesaneerd moet worden. Ten slotte is er aangetoond dat lokaal binnen het plangebied er sprake is van een verhoogde halte van PAK's. Hierbij was de verwachting dat deze verhoogde gehalte te maken heeft met voorgaande activiteiten binnen het plangebied. Het advies is om deze verontreiniging verder te onderzoeken. Geconcludeerd werd om na de sloop van de bestaande bebouwing en verharding een aanvullend bodemonderzoek uit te voeren naar nikkel en PAK's binnen het plangebied. Verder wordt er geadviseerd om op basis van advies van het ODRU om verder asbestonderzoek uit te voeren binnen het plangebied op selecte locaties binnen het plangebied. Conclusie Geconcludeerd dient te worden dat het plangebied vervuild is met nikkel in zowel de bodem en in het grondwater. Verder onderzoek moet uitgevoerd worden zodra de bestaande bebouwing en verharding zijn gesloopt, waarna er saneringswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden voordat het plangebied geschikt is voor het beoogde gebruik. Dit was reeds bekend voor de aanvang van het initiatief waardoor budget beschikbaar is voor de toekomstige saneringswerkzaamheden, waardoor het plan financieel niet belemmerd wordt.
Indien deze stappen volledig uitgevoerd worden vormt het aspect bodem geen belemmering voor het voorliggende plan.
Paragraaf 4.3 onder het kopje Ge-
Om het beoogde plan geluidstechnisch gewenst te maken moe-
Om het beoogde plan geluidstechnisch gewenst te maken moe-
luidsbeperkende maatregelen
ten geluidsbeperkende maatregelen uitgevoerd worden. Ge-
ten geluidsbeperkende maatregelen uitgevoerd worden. Ge-
luidsbeperkende maatregelen aan de bron blijken niet mogelijk,
luidsbeperkende maatregelen aan de bron blijken niet mogelijk,
alle mogelijke maatregelen zijn al reeds geïmplementeerd voor
alle mogelijke maatregelen zijn al reeds geïmplementeerd voor
de A2. Hiernaast zijn er wel maatregelen mogelijk voor de N210
de A2. Hiernaast zijn er wel maatregelen mogelijk voor de N210
en Europalaan/Televisiebaan, maar deze stuiten op significante
en Europalaan/Televisiebaan, maar deze stuiten op significante
civieltechnische, stedenbouwkundig en/of verkeerskundige
civieltechnische, stedenbouwkundig en/of verkeerskundige pro-
problemen waardoor deze maatregelen niet toereikend zijn.
blemen waardoor deze maatregelen niet toereikend zijn.
Geluidsbeperkende maatregelen moeten dus aangebracht
Verlenen hogere ontheffingswaarden
worden binnen het plangebied zelf. Hierbij moet er gedacht worden aan het aanbrengen van balkonschermen, afsluitbare balkons, coulissendempers, gevelschermen, speciale vensters, etc. Indien deze maatregelen niet toereikend zijn kan er gewerkt worden met een dove gevel. Bij verdere planuitwerkingen moet de geluidsbeperkende maatregelen exact uitgewerkt worden.
Voor het voorliggende initiatief kan de gemeente IJsselstein hogere waarden voor geluidsbelasting vanwege de A2, N210 en de Europalaan/Televisiebaan verlenen. Echter zijn hieraan voorwaarden verbonden vanuit het gemeentelijke beleid. Geluidsbeperkende maatregelen moeten aangebracht worden aan het beoogde gebouw zelf. Hierbij moet er gedacht worden aan het aanbrengen van balkonschermen, afsluitbare balkons, coulissendempers, gevelschermen, speciale vensters, etc. Indien deze maatregelen niet toereikend zijn kan er gewerkt worden met een dove gevel. Bij verdere planuitwerkingen moet de geluidsbeperkende maatregelen exact uitgewerkt worden. Om als bevoegd gezag wel sturing te kunnen geven aan deze verdere planuitwerking zijn in artikel 6.2.1 hiervoor specifieke bepalingen opgenomen.
Paragraaf 4.6 is aangevuld met
Plasbrand scenario
twee tekstdelen
Door het openscheuren van de tankwagen stroomt de gevaarlijke stof uit. Benzine is licht ontvlambaar. Wanneer de plas ontsteekt kan het scenario plasbrand optreden. De effecten van een
pagina 4 van 7
plasbrand zijn warmtestraling en rook en kunnen tot 50 meter effect hebben. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan.
Fakkelbrand scenario Een fakkelbrand wordt veroorzaakt doordat na een botsing een afsluiter afbreekt van de tankwagen. Hierdoor stroomt LPG uit en ontsteekt direct. Er ontstaat een fakkel die blijft branden tot de tank leeg is of wordt afgesloten. Het effect van een fakkelbrand is warmtestraling. Dit effect kan slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Het invloedsgebied is 100 meter. Paragraaf 4.12 (verkeer en parke-
Gehele tekst is herschreven op bijgestelde woningaantallen en
ren)
bijgestelde parkeerbehoefte berekening
Paragraaf 7.4 en 7.5
Beide paragraven zijn aangevuld op de uitkomsten van de verdere procedure
Bijlagen bij de toelichting ▪
Bijlage 1, inrichtingsplan ontwerp 15 mei 2024
▪
Bijlage 8, Nota van wijzigingen
Aanpassingen aan verbeelding ▪
Ontsluiting parkeergarage (bestemming verkeer) is verschoven;
▪
Aanduiding dove gevel aan de oostzijde is verlengd;
▪
Aanduiding parkeerterrein is komen te vervallen.
pagina 5 van 7
Regels
Locatie wijziging
Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1.10 Amsterdamse bouwbrief is ingevoegd
de Bouwbrief ‘Gemeenschappelijke fietsenberging bij een woongebouw’ van de gemeente Amsterdam (nummer 2015-130)
Artikel 3.1
-
e. Fietsenberging
Artikel 3.2.3 is toegevoegd
-
Fietsenberging Voor het bouwen van een fietsenberging gelden de volgende regels: a. de oppervlakte mag maximaal 540 m² bedragen; b. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen; c. deze voldoet aan het door de gemeente goedgekeurde inrichtingsplan.
Artikel 3.3.1 is toegevoegd
-
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. artikel 3.1 ten einde de ontsluiting van het plangebied aan te leggen binnen de bestemming Groen indien dit vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid tot een verbeterde situatie leidt een en ander conform het door de gemeente goedgekeurde inrichtingsplan.
Artikel 3.3.2 is toegevoegd
-
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 1 wanneer blijkt dat met de meest optimale inrichting van de parkeergarage niet voorzien kan worden in voldoende parkeerplaatsen, teneinde op maaiveld parkeren t.b.v. motorvoertuigen toe te staan. Hiervoor dient aan de volgende criteria de worden voldaan: a. parkeervoorzieningen wordt halfverhard aangelegd; b. de maatvoering van parkeervoorzieningen worden overeenkomstig de hiervoor voorgeschreven maatvoering uitgevoerd; c. parkeervoorzieningen worden aangelegd overeenkomstig een door de gemeente goedgekeurd inrichtingsplan.
Artikel 3.4.1 is toegevoegd
-
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de wettelijke vereisten zoals deze gelden voor bergingen onder voorwaarde dat: a.
alleen afgeweken mag worden voor sociale huurappartementen;
b.
voldaan wordt aan de Amsterdamse bouwbrief waarmee de gelijkwaardigheid is aangetoond.
Artikel 6.2.1 onder i is ingevoegd
het complex dient te voorzien in een centrale voorziening waarmee de luchtbehandelingsinstallatie middels één handeling uitgeschakeld kan worden in geval van een calamiteit.
Artikel 6.2.3 is aangepast
Voor het bouwen van parkeergarages gelden de vol-
Voor het bouwen van parkeergarages gelden de vol-
gende regels:
gende regels:
a.
a.
(ondergrondse) parkeergarages mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse
uitsluitend worden gebouwd ter plaatse
van de aanduiding 'parkeergarage'; b.
de bouwhoogte mag maximaal 1,5 m bedragen.
pagina 6 van 7
(ondergrondse) parkeergarages mogen van de aanduiding 'parkeergarage';
b.
de parkeervoorziening als een waterdichte bak wordt uitgevoerd;
c.
de bouwhoogte mag maximaal 1,8 m bedragen.
Artikel 6.4.2 is ingevoegd
-
Als strijdig gebruik wordt aangemerkt, het gebruik van gronden overeenkomstig artikel 6 lid 1 sub a , indien: a. binnen 1,5 jaar na gereedkomen van de bouw geen uitvoering is gegeven aan het inrichtingsplan conform een nog nader op te stellen inrichtingsplan welke door de gemeente is akkoord bevonden; b. de inrichting overeenkomstig het inrichtingsplan niet in stand wordt gelaten.
Artikel 6.4.3 is ingevoegd
-
Alvorens uitvoering te geven aan een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient nader ecologisch onderzoek uitgevoerd te worden en, indien nodig, een ontheffing voor de aangetroffen plant- en diersoorten verkregen te zijn.
Artikel 9.2 is toegevoegd
Het betreft hier de gangbare gemeentelijke regeling voor parkeren waarbij de parkeernormen zoals opgenomen in plantoelichting en overeengekomen zijn met de afdeling verkeer als bovengrens zijn aangehouden
Artikel 11.1
-
d. afwijken van de parkeernormen
Artikel 11.2
-
c. een mobiliteitsplan wordt opgesteld, aangeleverd en vastgesteld door de gemeente IJsselstein voor het afwijken van de parkeernormen.
pagina 7 van 7