CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - zienswijze cliëntenraad WIL BGW 2021

Commissie Samenleving 3 maart 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: 21:20 uur Raadsvoorstel Begrotingswijziging WIL 20212.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Directie en Bestuur WIL T.a.v. Mw. E. Eggengoor, bestuurslid DB en Dhr. R. Esser, directeur Postbus 2708 3430 GC NIEUWEGEIN Cc: Gemeenteraden en colleges van B&W Vianen, 31.12.2020 Betreft: Advies en zienswijze m.b.t. de herziene begroting 2021.

Geachte mw. Eggengoor en heer Esser, Naast onze zienswijze op de procesbrief 2021, die dit jaar de kaderbrief verving, komen wij uiteraard ook graag terug op de herziene begroting 2021 die ons is voorgelegd. Het is ons duidelijk dat gezien de huidige situatie er geen andere mogelijkheid was om de oorspronkelijk begroting grondig aan te pakken. Onze reactie is mede gestoeld op de informatie die wij ontvingen m.b.t. het kaderstellend raadsdebat en de procesbrief. Het is daardoor mogelijk dat u hier en daar wat overlappingen uit genoemde stukken tegenkomt. Algemeen: De cliëntenraad kan zich in grote lijnen vinden in het handhaven van de ‘nullijn voor 2021’ maar op een aantal punten zijn de gevolgen van de nullijn voor de dienstverlening aan de uitkeringsgerechtigden te groot. Wij hebben daarom grote aarzelingen bij een aantal in de begrotingswijziging geschetste ontwikkelingen die aanleiding geven tot een invulling van de door u gemelde tenzij. De Cliëntenraad WIL deelt de verwachting over de geschetste ontwikkelingen; met als belangrijkste de invoering van nieuwe wetten en de ‘klantvolumes die als gevolg van Corona naar verwachting substantieel gaan stijgen’. Het tenzij wordt in de begrotingswijziging 1 ingevuld met twee maatregelen: 1. Een extra kostenpost van € 575.000 voor ‘het contineren van het matchingsteam en het jongerenloket’.

Voor de begrotingswijziging 1 een structurele wijziging van € 245.000 voor het programma Werk en incidenteel € 330.000 voor de programma’s Inkomen, Werk en Bedrijfsvoering. 2. Het overschakelen op een crisisregime op diverse dienstverlenings- en bedrijfsonderdelen om de volumegroei op te vangen. Na een groei van boven de circa 10 – 15%, de ‘drempelwaarde’ is het noodzakelijk om de inzet op te schalen. De verwachting is dat in Q3 van 2021 dat punt zal worden bereikt. De momenten voor op en afschalen (bij volumedaling) worden door het dagelijks bestuur bepaald en worden gestaffeld doorgevoerd. De verwachting voor heel 2021 is een volumestijging van 25%. Het afschalen zal plaatsvinden tot het niveau van de ‘drempelwaarde’. Crisisregime: De Cliëntenraad WIL kan zich vinden in de onder punt 1 genoemde maatregel, maar met het invoeren van een crisisregime uitdrukkelijk niet. Indien de verwachting is dat nog het gehele jaar 2021 de volumestijging hoger zal zijn dan het huidige volume, heeft dat tot gevolg dat het crisisregime voor het gehele jaar 2021 zal gelden en mogelijk ook voor een deel van 2022. Het terugdraaien van dit crisisregime en het afschalen zal dan pas medio 2022 plaatsvinden. Daarmee krijgt het crisisregime een nagenoeg permanent karakter en dat is voor de cliëntenraad WIL niet aanvaardbaar.

De volumestijging leidt dan meteen tot een daling van het niveau dienstverlening en hiervan is de uitkeringsgerechtigde en iedereen die afhankelijk is van WIL de dupe. Nog afgezien van de armoedeval waarin mensen terecht kunnen komen, die dan weer kunnen leiden tot een beroep op de SHV. Dat dreigt ook bij het verlengen van de termijnen voor de toekenning van bijzondere regelingen en/of voor degene die nu al een beroep moeten doen op de SHV. Ons standpunt is dat degenen die een beroep moeten doen op WIL niet de dupe mogen zijn van interne problemen bij WIL. Het oprekken van termijnen is voor ons dan ook een

2 onbegaanbaar traject. Daarnaast dient u alert te zijn op het verplaatsen van taken naar vrijwilligers. Nu al worden deze belast met het voortraject van de SHV het mag niet zo zijn dat zij worden ingezet voor taken die voorheen door professionele krachten werden gedaan. Al in 2020 is het niveau van de dienstverlening niet optimaal geweest door de tijdelijke (noodzakelijke) herpositionering van een aantal medewerkers. Daar heeft de cliëntenraad alle begrip voor uitgesproken en haar waardering getoond voor de snelle en adequate wijze waarop WIL inspeelde op deze noodsituatie. Deze waardering geldt nog onverkort. In de samenvatting staat als eerste punt genoemd dat ‘Op inhoud willen we onze dienstverlening en inzet zo goed en lang als mogelijk continueren’. Wij hebben begrip voor de situatie, maar o.i. dient het streven te zijn de dienstverlening gewoon op niveau te houden. Wij zijn van mening dat dit ook kan mits er geen crisisregime wordt ingevoerd en de ‘begrotingswijziging 1 post incidenteel’ wordt verhoogd. De methodiek opschalen, het staffelen en de rol van het dagelijks bestuur hierbij, die voorzien is na het bereiken van de ‘drempelwaarde’, kan per 1 januari worden ingevoerd. Bij de begrotingswijziging 2 voor 2021 kan o.i. dan de post incidenteel worden geactualiseerd.

Een crisisregime, als dat al noodzakelijk is, dient daarom zo kort mogelijk te duren en zo snel mogelijk te worden omgezet in structureel beleid, eventueel aangevuld met “crisis”maatregelen. Uitgangspunt daarbij is voor ons dat de uitkeringsgerechtigde geen merkbare hinder ondervindt. Een noodmaatregel als het genoemde crisisregime mag echter nooit een beleidsuitgangspunt zijn voor het brede beleid. Wij zien dat hoewel in de hele begroting gesproken wordt van crisisregime dat hier toch een structurele lijn in te ontdekken is. Als dit al het geval is gebruik dan deze structurele lijn om nieuw beleid in te zetten en door te ontwikkelen zet grote stappen op weg naar 2022. Natuurlijk kunnen tijdelijke- of herschikking van maatregelen van kracht zijn om de (tijdelijke) druk op de organisatie op te vangen, maar met de nadruk op tijdelijk. Wij delen uw mening dat deze tijdelijke noodmaatregelen duidelijk met zowel met de uitkeringsgerechtigden als de uitvoering en “opdrachtgevers” goed gecommuniceerd moeten worden. De in de herziene begroting genoemde onderzoeksrapporten van het CBS geven op dit moment heldere maatschappelijke analyses. De Cliëntenraad wil hierbij graag opmerkzaam maken op het SCP-rapport. Hierin zijn de relevante maatschappelijke ontwikkelingen aangegeven en te herkennen zoals opvattingen over werkloosheid en armoede.

Deze kunnen mede het uitgangspunt zijn van een nieuwe visieontwikkeling: te starten met deze begrotingswijziging. UWT en regionale arbeidsmarkt/SUWI: In de begroting wordt wel stil gestaan bij de lokale en bovenregionale (Utrechtse Werk Tafel) aspecten, maar deze zijn niet verder uitgewerkt, wij nemen aan dat dit in een later stadium alsnog gebeurt. Naast de extra inzet is met name de regiefunctie van belang bij met name de vacaturewerving, onduidelijk is wie deze regie gaat nemen. Dat geldt ook voor de inzet op kansarme groepen zoals arbeidsgehandicapten in het kader van de baangarantie regeling. Zowel de Arbeidsmarktregio Midden Nederland en de Utrechtse Werk Tafel (UWT), als het UWV beschikken over heldere arbeidsmarktinformatie en hebben ook contacten met werkgevers. Daarnaast zijn de lokale werkteams bezig om de contacten met werkgevers op te bouwen. Goede afstemming en duidelijke regie is volgens de Cliëntenraad WIL dan ook van essentieel belang. Een goede regievoering kan, mits goed uitgevoerd, zowel meerwaarde opleveren voor de financiële consequenties als de uitvoering in het belang van de doelgroepen. Bij een slechte afstemming en regie zullen de tegenovergestelde gevolgen zich voordoen: Dubbel werk, frustraties, tegengestelde acties, onzekerheid bij de doelgroepen enz. Er zijn Dashboarden voorhanden die richting kunnen geven aan de beleidsinzet.

Beschut werk blijft in de begroting geheel buiten schot, terwijl WIL een belangrijke taak heeft in de uitvoering. De effectieve inzet voor kwetsbare groepen en een inclusieve samenleving blijft na 2015 structureel achter en is helaas nog verstrekt versterkt in de laatste crisis. Het Besluit SUWI en het Breed Offensief zijn van belang voor de toekomstige invulling van het beleid. Met name de SUWI vraagt om een goede regionale afstemming met de stad Utrecht als mogelijke regievoerder. Het is duidelijk dat er zich een veranderende vraag van de arbeidsmarkt aandient en soms een tijdelijke opschorting van huidige functies. Mensen hebben soms inmiddels andere beroepskeuzes gemaakt waardoor er in de oude herlevende beroepen vacatures zullen ontstaan zoals de horeca en cultuur. Dit

3 alles zal extra investeringen vragen in het kader van omscholing, werkervaring en bemiddelingsinzet. Een nieuwe visie op scholing en begeleiding naar ander werk/functies is dan ook noodzakelijk. Wij nemen aan dat u deze ontwikkelingen op de voet volgt en binnenkort met een beleidsvoorstel komt. Bij de bedrijfsvoering zijn scholing en aanpassingen van de organisatie niet meegenomen. Maar het is volgens ons duidelijk dat deze kosten bij een veranderende organisatie een onderdeel moeten vormen van de bedrijfsvoering om de organisatie toekomstbestendig te kunnen houden en medewerkers te kunnen ondersteunen bij hun persoonlijk ontwikkelingsperspectief binnen de organisatie en in het belang van de organisatie en daarmee van de uitkeringsgerechtigden. Bij arbeidsbemiddeling blijft voor de Cliëntenraad de individuele benadering en maatwerk essentieel. Alleen een goede begeleiding kan tot gevolg hebben dat betrokkene regulier en duurzaam op de arbeidsmarkt terecht komt. Te snelle bemiddeling onder druk zal leiden tot “draaideurklanten” en op den duur meer tijd en energie vergen. Dan hebben we het niet eens over de frustraties voor betrokkenen en de negatieve maatschappelijke impact naar werknemers en werkgevers. Beter minder mensen goed ondersteunen en bemiddelen dan grote groepen marginaal. Mensen die langdurig van de participatiewet gebruik maken willen toekomstperspectief.

Kortdurende werklozen zitten nog in de verwerking van het verlies van hun werk en willen ook echt financieel perspectief zien. Niemand zit te wachten op alleen een sociaal perspectief zonder een leefbaar inkomen. Handgeld/Pilots: De ingezette lijn naar Handgeld los van de werkelijke noodzaak heeft tot het genoegen van de Cliëntenraad geleid tot succesvolle nieuwe impulsen. Wij denken hierbij aan de lokale benadering, individuele ondersteuning en maatwerk. De evaluatie van deze (arbeidsmarkt gerelateerde) pilots zal onzes inziens moeten leiden tot structureel beleid waar elke gemeente van profiteert en daarmee de uitkeringsgerechtigde. Helaas gaat het opnieuw niet alleen om experimenten die kunnen leiden tot nieuwe beleidsimpulsen maar ook om de verdeling van financiële middelen en herverdelingen. Voor de Cliëntenraad staan door het bestuur te beoordelen, waardevolle experimenten en pilots, voorop. Daarbij dient allereerst gekeken te worden naar de waarde voor de arbeidsmarkt en dienen overlappingen gemeden te worden. Niet de verdeling van de middelen. Het uitvoeringsniveau is dan niet van belang, de functionaliteit wel, waarbij rekening gehouden zal moeten worden met de knelpunten in de wijken c.q. gemeenten. KRD: De Cliëntenraad is positief ten aanzien van het opnemen van het verslag van het kaderstellend raadsdebat (KRD).

Maar zij is van mening dat het doorzetten van deze discussie met de Gemeenteraden in oktober 2021 te laat is. Wij hebben o.i. al voldoende argumenten in dit advies en in de reactie op het KRD, alsmede de procesbrief aangeleverd om de discussie behoorlijk te vervroegen, daar komt nog bij dat er in maart 2022 verkiezingen zijn en er voor die tijd belangrijke stappen moeten worden gezet en besluiten worden genomen m.b.t. WIL 3.0. Hoewel wij ons in veel punten kunnen vinden uit de uitkomsten van het KRD vinden wij het een gemis dat in de herziene begroting de Individuele benadering, maatwerk en inclusie niet tot hun recht komen. In het verslag komen deze punten wel degelijk uit de opvattingen naar voren. De participatie van alle inwoners wordt door de aanwezige raadsleden als uitgangspunt gehanteerd. Daarbij is ook aan de Poort een essentiële positie toegekend (met de nadruk op effectieve inrichting). Handhaving: De gevolgen van het inzetten van risicoprofielen is inmiddels duidelijk geworden, wij hoeven hier alleen maar aan de belastingdienst toeslagen te denken. De Cliëntenraad WIL is beducht voor de risico’s die een dergelijk beleid met zich meebrengen. Mensen worden op zijn minst onheus bejegent. Of in het ergste geval financieel benadeeld, met alle negatieve gevolgen van dien.

De vraag is hoe dit bij het vaststellen van risicoprofielen voorkomen wordt? Opnieuw wordt aangegeven dat bij het repressieve beleid het draagvlak voor de uitvoering in de samenleving een belangrijk uitgangspunt is. De Cliëntenraad WIL is van mening dat het een maatschappelijke plicht is van de uitvoeringsorganisatie en overheid de samenleving duidelijk te maken dat het mensen voorzien van (thans minimale) middelen om in het levensonderhoud te voorzien een essentiële voorwaarde moet zijn van het beleid. In plaats van een regressief beleid waarvan nu duidelijk geworden is dat dit mensen extra in problemen brengt (kinderopvangtoeslag, belastingdienst en andere

4 uitvoeringsorganisaties). Wij weten dat u hierin – in principe - voorzichtig bent, maar wij horen graag (opnieuw) uw mening hierover. Ook de herijking van prioriteiten, met minder maatwerk kent risico’s. Binnen de kansrijke groep “kom je er mee weg” en in de kansarme groep loop je extra kans om “aangepakt” te worden. Van gelijke behandeling is dan ook geen sprake meer. Toch wordt ten aanzien van het handhavingsbeleid alleen over risico’s gesproken en niet over leefbaarheid (waarbij wordt uitgegaan van de leefwereld). Bij de consequenties van de verschillende beleidsonderdelen bij het oplopen van de volumes, komen de maatschappelijke en uitvoeringsrisico’s het eerst in beeld. Wij missen hier bij de toelichting de duidelijke afweging, die voor ons absoluut noodzakelijk is. Het is wel duidelijk dat de consequenties voor de individuele uitkeringsgerechtigde groot kunnen zijn. De vraag is of de brede maatschappelijke risicobeperking opweegt tegen de individuele toepassing bij afhankelijke mensen. Wij hebben daarbij onze twijfels. Ten slotte: Het mag duidelijk zijn dat wij het oprekken van de termijnen voor afhandeling bij Inkomensbeheer niet acceptabel vinden, het is ook niet productief want het kan op termijn leiden tot een nieuwe schuldpositie en het oplossen daarvan kost uiteindelijk aanzienlijk meer.

Het afzien van de individuele verhaal-verplichting ziet de Cliëntenraad graag opgenomen als structureel beleid. De Cliëntenraad WIL is een grote voorstander van het “verhaal” halen door de uitvoeringsorganisatie (WIL) en dit niet over te laten aan de uitkeringsgerechtigde, die hierdoor in een onmogelijke spagaat kan komen. Wij vertrouwen erop dat u dit advies/ zienswijze bij uw verdere beleid betrekt en wij gaan ervan uit dat u ons op de hoogte houdt van verdere stappen in dat beleid. Wij wensen u veel wijsheid toe bij het nemen van de noodzakelijke beslissingen. Met vriendelijke groet Namens de Cliëntenraad WIL,

Diane Breedveld, Secretaris CR WIL.

Secretariaat: Vijfheerenlanden 279-C, 4131 GA VIANEN, Email diane.breedveld@gmail.com, tel. 06.22440826

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9707767/1