Bijlage 4 bij rvs - reactie WIL op beoogd besluit innovatieagenda
Tekst van het document
Gemeente IJsselstein T.a.v. Het college van B&W Postbus 26 3400 AA IJsselstein
Bladnummer: 1/6 Contactpersoon: Afdeling: Telefoon: E-mail:
Nieuwegein, 23 september 2021 Ons kenmerk: Uw kenmerk: Betreft:
DIR/149268/2021 Reactie WIL op beoogd besluit Innovatieagenda
Geacht college,
In de afgelopen anderhalf jaar hebben de Lekstroom gemeenten samen met WIL invulling gegeven aan de Innovatieagenda. Deze Innovatieagenda is recentelijk geëvalueerd. De vraag hoe verder ligt nu voor, met besluitvorming in uw college en de raden op korte termijn. WIL is zowel in de evaluatie als de beoogde besluitvorming door u meegenomen, waarvoor dank. We kunnen ons hierom ook vinden in de hoofdlijnen van de bevindingen, conclusies en aanbevelingen uit het evaluatierapport. Als input voor de definitieve besluitvorming door uw college en raad is afgesproken dat WIL haar reactie geeft. Dit omdat u en wij het belangrijk vinden dat de uitvoerbaarheid van het beoogde besluit vooraf door de uitvoeringsorganisatie wordt getoetst en dat de aandachtspunten vanuit de werkorganisatie voor de invoering van het voorgestelde scenario en de nieuwe opdracht voor de GR WIL goed zijn besproken zodat deze in de implementatie van het door u te nemen besluit de goede aandacht krijgen. Deze toets heeft ondertussen plaatsgevonden. Leeswijzer In deze reactie staan we achtereenvolgens allereerst kort stil bij de belangrijkste uitkomsten van de evaluatie en de kern van uw beoogde besluit. Daarna treft u onze reactie op hoofdlijnen aan. Aansluitend gaan we op onze reactie in drie delen dieper in. Deel een betreft een korte reflectie.
Daarin schetsen we hoe wij tegen de toekomst aankijken en de samenwerking die hieraan van u en ons gevraagd is. Om dit samenspel en daarmee de uitvoering van de Participatiewet tot een succes te maken is het belangrijk een aantal zaken goed in te regelen of door te ontwikkelen; hierop gaan we in het tweede deel van onze reactie nader in. In het derde deel van onze reactie staan we kort stil bij enkele aandachtspunten. Op voorhand willen we u alvast meegeven dat WIL -zowel bestuur en directie- graag samen met u door wil op de ingeslagen weg. We geloven in de potentie van de meer hybride uitvoering en zetten hier graag samen met u onze schouders onder.
Stadsplein 1B, 3431 LZ Nieuwegein | Postbus 2708, 3430 GC Nieuwegein | Antwoordnummer 2568, 3430 VB Nieuwegein t 030 – 7022 300 | e info@wil-lekstroom.nl | i www.wil-lekstroom.nl | KvK 57354944 | IBAN NL51 BNGH 0285 1588 72
Pagina 2 van 6
Uitkomsten evaluatie Kort en bondig geformuleerd heeft de evaluatie van de Innovatieagenda laten zien dat het lokale werken, aanvullend op de regionale uitvoering, toegevoegde waarde heeft. Een groter aantal en breder palet aan klanten heeft aandacht en ondersteuning gekregen, vaak ook vanuit een meer integraal perspectief en in samenwerking tussen u en WIL. Hierdoor zijn -waarschijnlijk- ook meer klanten gericht vooruitgeholpen. De bewijslast hiervoor is weliswaar nog beperkt, mede door de relatief korte periode en corona; de eerste inzichten en bevindingen zijn evenwel hoopvol en positief. De dienstverlening van WIL is verder in lijn met de vooraf herijkte beleidskeuzes doorontwikkeld; WIL is daardoor meer afgestemd op gemeenten geraakt en dat is positief. Tegelijk heeft de afgelopen experimenteer- en transitiefase een aantal verbeterpunten aan het licht gebracht die opgepakt moeten worden om de potentiële winst ten volle te kunnen pakken. Uw beoogde besluit Op grond van de evaluatie bent u voornemens de ingezette lijn door te zetten met lokale werkteams aanvullend en in samenhang met een sterke regionale uitvoeringsorganisatie (= WIL). U opteert hiermee voor een hybride uitvoeringsstructuur van de participatiewet.
U bent voornemens in de uitwerking hiervan te kiezen voor wat in de evaluatie ‘scenario D’ heet: met directe gemeentelijke sturing op lokale werkteam door lokale projectleider. U geeft verder aan vooraf en parallel hieraan een aantal zaken goed uit te willen werken; zodat de uitvoering straks ook echt werkt. Reactie WIL op hoofdlijnen Het DB heeft kennisgenomen van het evaluatierapport en de beoogde besluiten van de betrokken colleges en raden. Het DB spreekt waardering uit voor de/het evaluatie(proces). Het DB spreekt ook waardering uit voor allen die op beleid en uitvoering binnen de gemeenten en WIL betrokken zijn geweest en met elkaar de experimenteerfase en transitie mogelijk en tot een succes hebben gemaakt. Er is hard gewerkt en er zijn mooie stappen vooruitgezet. Het DB is overall van mening dat de beoogde hybride uitvoering van de participatiewet (met lokale werkteams i.c.m. een sterke WIL) recht doet aan de huidige bestuurlijke realiteit en de dienstverlening aan onze klanten nog beter maakt. Het DB gelooft ook in potentie van de beoogde hybride uitvoeringsstructuur en dat scenario D hiertoe een prima startmodel is. Ook de uitgesproken ondersteuning van deze keuze door de directie van WIL is daarbij voor het DB belangrijk. Een effectieve uitvoering en implementatie vraagt wel om een aantal zaken goed te regelen.
Een groot deel van deze zaken heeft u al op het vizier staan en staan in het evaluatierapport aangegeven. Niet uitputtend denken we daarbij in ieder geval aan de volgende zaken: ▪ Inhoudelijke helderheid over wat we samen collectief en lokaal willen bereiken/doen? ▪ Een heldere en eenduidige verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden? ▪ Een herijking van het financiële vraagstuk, incl. toedeling van middelen uit het participatiebudget. ▪ Een goede inbedding van deze besluitvorming in de (gemeentelijke) organisatie ▪ Helderheid over het werkgeverschap ▪ Het met dit besluit in lijn brengen van alle formele regelingen, waaronder de regeling voor de GR WIL ▪ Het goed regelen van het AVG-vraagstuk (privacy) Onderstaand gaan we kort nader in op bovenstaande zaken. We willen evenwel starten met een korte reflectie. Afsluitend willen we u tot slot nog wijzen op enkele andere aandachtspunten.
Pagina 3 van 6
Deel 1 reactie: een korte reflectie Het door u gewenste en beoogde ‘scenario D’ gaat uit van een gezamenlijke uitvoering van de Participatiewet door WIL en de Lekstroomgemeenten. Dit is een andere constructie dan de vigerende constellatie waarin u de uitvoering van de Participatiewet 1-op-1 aan WIL heeft overgedragen. De beoogde constructie is de jure mogelijk en ook uitvoerbaar, mits taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden helder en eenduidig zijn belegd: of bij de een, of bij de ander. Scherper dan in de experimenteer- en transitiefase. Bij onder andere de uitvoering van het minimabeleid kennen we een soortgelijke constructie al. De facto betekent een gezamenlijke uitvoering dat WIL en de Lekstroom-gemeenten het samen moeten doen. Met een metafoor: we zitten samen op een tandem en alleen samen komen we gericht vooruit. Een hybride uitvoeringsstructuur als ‘scenario D’ is wel een meer complexe en meer risicovolle constellatie dan de huidige constructie in de GR. Er moet vanuit gelijkwaardigheid unanimiteit zijn over de bedoeling, het hoe en wat. En dat vraagt gezamenlijke stuurmanskunst, samenwerking, motivatie en vertrouwen. De experimenteer- en transitieperiode heeft ons in dezen mooie lessen geleerd. De Cliëntenraad WIL adviseert vanuit de risico’s voor meer zekerheid te kiezen: ‘scenario C’. U kiest als gemeenten voor de potentie van de nieuwe constructie.
Het DB en de directie geloven eveneens in de potentie, en zijn dus positief over de beoogde keuze. Vanuit de metafoor van de tandem: samen kunnen we harder fietsen en verder komen! Tegelijk achten we een aantal van de risico’s realistisch. Enkele beheersmaatregelen zijn daarom opportuun. In onze reactie doen wij hiertoe eerste voorstellen. Met de Innovatieagenda gingen we samen op pad richting een nieuwe uitvoeringstructuur. Met het door u beoogde besluit formaliseren we dit. Tegelijk gaan we samen verder met de transitie van onze werkdienstverlening. We stellen dan ook voor het beoogde samenspel binnen scenario D in de tijd goed te volgen en waar nodig bij te stellen. ‘Scenario D’ is namelijk een middel, geen doel. Op deze wijze kunnen ook landelijke en regionale ontwikkelingen als de Wet SUWI, de veranderende arbeidsmarkt en de herijking van de Utrechtse Werktafel goed meegewogen worden. Deel 2 reactie: een aantal uit te werken zaken nader bekeken Waar gaan we voor? Met een hybride uitvoering van de Participatiewet is het van belang helder te hebben waarvoor we samen gaan. De WIL-begroting is de plek voor helderheid over de collectieve inzet en richting. De lokale werkplannen zijn de spoorboekjes voor de lokale inzet. De afgelopen experimenteer- en transitieperiode heeft laten zien dat deze inzet per gemeente van verschillen. Maar ook dat we elkaars inzet niet altijd kennen.
Om samen gericht vooruit te komen is het belangrijk onze inzet vroegtijdig en goed op elkaar af te stemmen. Voor WIL is helderheid over de beoogde lokale inzet ook van belang om gericht te kunnen ondersteunen, adviseren en ontzorgen. We zien uw lokale jaarplannen voor 2022 dan ook graag tegemoet en gaan hierover aansluitend graag met u in gesprek. Wie doet en mag wat? Een hybride uitvoering van de Participatiewet is zoals gezegd goed uitvoerbaar, mits helder is wie wat doet en mag. Conform het beoogde besluit wordt WIL gevraagd -qua werkdienstverlening; op de andere domeinen/programma’s verandert niets- invulling te geven aan de volgende taken: ✓ Werkgeversdienstverlening ✓ Poort en schouw proces ✓ Aanpak baangarantiebanen ✓ Jongerenloket ✓ Matchingsteam ✓ De informatievoorziening en bedrijfsvoering van de werkdienstverlening (de ‘achterkant’) ✓ De personeelsvoorziening van de lokale werkteams
Pagina 4 van 6
Aansluitend op de praktijk van de experimenteer- en transitiefase stellen wij voor de verantwoordelijkheden voor en bevoegdheid tot handelen in dezen hiermee formeel in lijn te brengen/houden. Dit is niet anders dan ook nu formeel geregeld is. Conform het beoogde besluit is het aan de lokale werkteams invulling te geven aan de re-integratie en participatie van bijstandsklanten met een beperkte tot grote afstand tot de arbeidsmarkt. In de experimenteer- en transitiefase was dit ook het geval, maar waren verantwoordelijkheden en bevoegdheden in dezen onvoldoende scherp ingeregeld. Wij stellen voor hierover met elkaar vooraf goed met elkaar in gesprek te gaan om zowel de verdeling van taken vooraf zo concreet en scherp als mogelijk te stellen, maar ook de bijbehorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden; om discussies gaandeweg te voorkomen. Uit het oogpunt van efficiency en uitvoerbaarheid gaan wij i.r.t. de bedrijfsvoering uit van het uitgangspunt ‘uniformiteit’ en ‘basisdienstverlening met aanvullend maatwerk’. Over wat die uniformiteit betekent en wat basisdienstverlening is en wat niet, gaan we graag samen met u het gesprek aan. De financiën Een hybride uitvoering van de Participatiewet betekent dat een deel van de werkdienstverlening onder de verantwoordelijkheid van u als gemeente valt; zie hierboven.
U bepaalt zelf als gemeente welke inzet u wilt plegen, welke ambities u formuleert en welke middelen u hiervoor ter beschikking wilt stellen. Het lokale werkplan is in dezen als het ware uw beleidsplan en begroting. WIL zal uw lokale jaarplan geconsolideerd opnemen in de WIL-begroting om een integraal beeld te kunnen schetsen. Over hoe we dat samen het beste kunnen vormgeven, gaan we graag met u in gesprek. Net als tot nu toe voert WIL haar deel van de werkdienstverleningstaken op in de reguliere begroting binnen het programma Werk, met een schets van de gevraagde inzet en kosten per gemeente. Het participatiebudget hoeft in deze constructie niet meer (volledig) door de gemeenten te worden overgedragen; net als met de uitvoeringskosten en regelingskosten vraagt WIL wat nodig is en rekent zij 1op-1 af. Wij verkennen graag met de gemeenten hoe hier een wederzijds passende en transparante oplossing voor kan worden bereikt om dit goed te organiseren. De organisatie en personele kant van de samenwerking De hybride uitvoering van de Participatiewet volgens ‘scenario D’ betekent dat u als gemeente verantwoordelijkheid neemt voor de uitvoering van een deel van de werkdienstverlening in termen van resultaten en inzet. De uitvoering vindt plaats binnen een lokaal werkteam, onder aansturing van een lokale projectleider.
Tijdens de experimenteer- en transitiefase was onvoldoende helder van wie het lokale werkteam nu was: van WIL, van de gemeente of was het een netwerkconstruct? Het beoogde besluit impliceert in onze ogen dat het lokale werkteam rechtstreeks vanuit de gemeente wordt aangestuurd. In lijn met de beoogde uitwerking van ‘scenario D’ blijven de medewerkers van het lokale werkteam in dienst van WIL (de projectleider uitgezonderd). Ook is in het advies aangegeven dat het de voorkeur verdient om extra (tijdelijke) gemeentelijke inzet boven de vaste personeelsformatie te contracteren via WIL. Hierover maken wij in de implementatiefase graag met u verdere afspraken, zodat verantwoordelijkheden, de financiële afspraken en hierbij passende organisatorische oplossingen goed zijn ingeregeld. Een belangrijk vraagstuk qua personeel en organisatie is bezetting van de lokale werkteams; deze bezetting is vanzelfsprekend een belangrijke sleutel tot succes. We hebben het hier ook over de bezetting van de rol van projectleider uiteraard: degene die voorop de tandem zit.
Pagina 5 van 6
Een van de majeure denklijnen achter de Innovatieagenda en het lokale werken was en is dat binnen de lokale werkteams waar nodig aan klanten brede dienstverlening geboden kan worden om hen gericht vooruit te kunnen helpen. In de praktijk betekent dit soms breder kijken en handelen dan de Participatiewet alleen. WIL onderschrift deze denklijnen en uitvoering ten volle. Voor de uitvoering betekent goed aansluiten op ‘de leefwereld’ van de klant dat aan de achterkant meerdere systeemwerelden bijeen komen in termen van wetten, systemen, formele functies, communicatielijnen, sturingslijnen, AVG, verantwoording en dergelijke. De experimenteer- en transitiefase heeft laten zien dat dit binnen de ene gemeente meer en indringender speelt dan in de andere. Voor een goede uitvoering en dienstverlening -aan de voorkant en achterkant- is het essentieel dat dit vraagstuk goed doordacht en opgepakt wordt. Wij denken hierin graag met u mee. De GR en AVG De huidige GR staat deels op gespannen voet met de beoogde hybride uitvoering van de Participatiewet volgens ‘scenario D’. De GR moet dus herijkt worden, in ieder geval op twee punten. Zo vraagt de uitwerking van het beoogde besluit om een wijziging van de GR op financieel vlak t.a.v. de te herijken afspraken over de inzet en besteding van: het participatiebudget.
Tevens is een wijziging van de GR noodzakelijk, omdat de Participatiewet binnen de huidige GR 1-op-1 aan WIL is opgedragen en daarmee een hybride uitvoering in de weg staat. Het zou fijn zijn dit traject voor eind 2022 afgerond te hebben; de belangrijkste stappen hiervoor zullen door u als gemeente gezet moeten worden. Het wijzigen van de GR is namelijk alleen aan u. Wij weten dat er in ieder geval ambtelijk nog meer wijzigingsvoorstellen leven. Wij stellen voor die in een keer in het herijkingstraject en te starten implementatietraject mee te nemen. We kunnen dan ook eventuele AVG-vraagstukken in dezen goed regelen. Deel 3 reactie: enkele aandachtspunten tot slot In ieder geval in Nieuwegein en Houten geldt dat de uitvoering van de Innovatieagenda gepaard is gegaan met de tijdelijke inzet van extra financiële middelen De evaluatie heeft laten zien dat met deze extra inzet mooie resultaten zijn geboekt. Het spreekt niet voor zich dat we gezamenlijk zonder deze investering samen dezelfde resultaten kunnen blijven oogsten. Na het komende besluitvormingsproces breekt een periode van implementatie en doorontwikkeling aan. Wij denken dat een zekere mate van generieke procesbegeleiding en specialistische ondersteuning van belang is om tot een goede uitwerking en effectief samenspel op de korte en lange termijn te kunnen komen. Deze is in het beoogde besluit deels ook al voorzien.
De experimenteerfase heeft veel moois opgeleverd, maar tegelijk ook zichtbaar gemaakt dat samenwerken niet vanzelf gaat. Wij pleiten er dan ook voor de komende periode te investeren in coaching en begeleiding op de werkvloer. Daar waar aan de orde, kan dan ook gewerkt worden aan het vergroten van het wederzijdse vertrouwen dat nodig is om de potentie van de samenwerking ten volle te kunnen benutten. Hiervoor en voor een aantal andere noodzakelijke voorzieningen is een eenmalig implementatiebudget nodig. Wij werken hiervoor een voorstel uit dat bij de 1e begrotingswijziging 2022 van WIL aan u ter besluitvorming wordt aangeboden. We gaan hierover vooraf graag met u het gesprek aan in het Kaderstellend Raadsdebat over de Begroting 2022. De beoogde formalisering van de hybride uitvoering van de Participatiewet volgens ‘scenario D’ is een belangrijke stap vooruit, maar ook een nieuwe fase in de samenwerking tussen WIL en de Lekstroomgemeenten. Een fase waarin partnership het centrale begrip is.
Pagina 6 van 6
Qua sturing betekent dit ook het een en ander: WIL voert niet meer namens u de Participatiewet uit, maar dat doen we samen. Dit vraagt denken wij dan ook niet alleen om een passende governancestructuur, waarin bestuur en college gelijkwaardig en geregeld om tafel zitten, maar ook om het samen een vinger aan de pols houden of het ons lukt de ‘1+1=3’ van de tandemconstructie te realiseren. Wij gaan ook hierover graag met u verder in gesprek. Wij wensen u tot slot veel wijsheid toe en zien uit naar het samen met u gezamenlijk invulling geven aan de Participatiewet volgens ‘scenario D’. Ambtelijk is ons eerste aanspreekpunt hiervoor zoals bekend onze directeur, de heer Rob Esser. Bestuurlijk is Sander Bos, als portefeuillehouder op dit dossier, uw aanspreekpunt in dezen binnen WIL. Met vriendelijke groet,
Ellie Eggengoor Voorzitter DB WIL
Rob Esser Directeur WIL