CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3b Bewindvoering (bijlage bij 1ste BW WIL 2023)

Raadsvergadering 9 maart 2023, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel eerste begrotingswijziging WIL 2023 en kaderbrief WIL 20242.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 bij 1ste BW2023

FACTSHEET BUSINESSCASE BEWINDVOERING Context Al jaren zien we een trend, namelijk: veel en stijgende kosten vanuit de bijzondere bijstand, voor de kosten van (beschermings)bewindvoering. Mensen kunnen om verschillende redenen onder bewind worden gesteld. Dit heeft tot doel om hen te helpen niet verder in financiële problemen te komen. Rechtbanken leggen bewindvoering dwingend op, veelal voor meerdere jaren achtereen (veelal 5 jaar) en vaak voor onbepaalde tijd. Bewindvoerders hebben tot taak de financiën op orde te brengen én te houden. Onderbewindgestelden worden daarmee ontzorgd. Omdat dit een opgelegde maatregel is van de rechter, is dit geen vrijblijvende regeling. De kosten die daaruit voortvloeien komen voor rekening van de onderbewindgestelde. Vaak gaat het om mensen met een laag inkomen. Door deze structurele kosten dreigen mensen onder het sociaal minimum terecht te komen. Gemeenten in Nederland verstrekken daarom bijzondere bijstand voor deze kosten. En meestal voor vele jaren achtereen. Het gaat daarmee dus om langdurige structurele kosten. De kosten van bijzondere bijstand voor genoemde bewindvoering bedragen nu omtrent de € 1,6 miljoen per jaar, voor het werkgebied van WIL. Bewindvoerders hebben ook de taak mensen weer financieel zelfredzaam te laten worden.

Maar het probleem daarbij is dat ze een vergoeding krijgen voor hun rol als financieel beheerder, maar nauwelijks voor andere taken. Dat betekent dat bewindvoerders geen prikkel hebben om de ondersteuning actief af te bouwen. Daardoor werden en worden klanten vaak niet of nauwelijks geholpen richting financiële zelfredzaamheid. Die prikkel is er inmiddels wel wat meer, maar in zeer beperkte mate. Het helpen van klanten richting een financieel zelfredzame situatie vraagt namelijk veel (persoonlijke) begeleiding en aandacht. Daar is weinig tijd en ruimte voor. Om deze redenen blijven de genoemde uitgaven structureel hoog en lopen zelfs verder op. Wat willen we? De Lekstroom-gemeenten en WIL (als uitvoerder) willen daarom via pilots en daarmee dus in de praktijk onderzoeken of we deze structurele (oplopende) kosten kunnen beperken, door -daar waar het kan- klanten te begeleiden richting financiele zelfredzaamheid (binnen de begroting en diensverlening van WIL) en ze daarmee uit bewindvoering te houden. Een bijkomend doel is de onderbewingestelde inwoner/klant van WIL ook zelf gericht vooruit te helpen. Begeleiding en aandacht voor klanten levert namelijk minder stress op. En we weten dat stress een belangrijke factor is in relatie tot gezondheid, werk, thuissituaties, leerbaarheid en eigenwaarde. Door hier op in te zetten verwachten we ook een verbetering op diverse leefgebieden.

1

Samenvattend De kosten van (beschermings)bewindvoering blijven naar verwachting hoog. Gemeenten zijn gebonden aan de uitgaven, op grond van de P-wet. Rechtbanken verplichten bewindvoerders tegenwoordig ook toe te werken naar financiële zelfredzaamheid, maar het toezicht daarop en de tijd die bewindvoerders daarvoor hebben is zeer beperkt. Gemeenten hebben daardoor nauwelijks invloed op het proces, maar betalen wel de kosten. Klanten blijven vaak heel lang onder bewind, zonder een duidelijk vooruitzicht op financiële zelfstandigheid. Om toch de kosten te verlagen is inzet nodig om onderbewindgestelden te helpen uit te stromen uit bewindvoering en weer financieel zelfredzaam te worden. Uit onderzoek blijkt dat veel bewindvoerders hier ook voor openstaan. Het spreekt voor zich dat we parallel hieraan met bewindvoerders in gesprek gaan over hun eigen verantwoordelijkheid in deze. Onze beoogde inzet: de businesscase bewindvoering In de kern zijn er drie scenario’s denkbaar, om deze kosten te verlagen en de onderbewindgestelden financieel redzaam te maken. Scenario 1 en 2 WIL begeleidt actief onderbewindgestelden zelf naar financiële zelfredzaamheid. Dit zijn klanten die voldoende leerbaar zijn en die gecoacht kunnen worden inzake hun financiën. Om te komen tot deze situatie van financiële zelfstandigheid, wordt klanten begeleiding geboden vanuit de medewerkers Budgetbeheer van WIL.

De extra personele inzet zal een plaats krijgen in dit team. In scenario 1 beginnen we met een pilot van 25 klanten (= uiteindelijk 25 succesvol afgeronde dossiers), in scenario 2 met 60 klanten (inverdieneffect door schaalgrootte). In zowel scenario 1 als 2 gaan we uit van een duur van de pilot van 1 jaar. Het zelf begeleiden vraagt om financiële expertise, maar ook om coachingsvaardigheden. Gezien de huidige arbeidsmarkt is het te verwachten dat zulke professionals niet makkelijk gevonden worden. In de pilotfase kiest WIL er voor deze professionals in te huren; op langere termijn is vaste formatie hiervoor het meest logisch. Uitgaande van een caseload van 25 klanten vraagt scenario 1 circa 1 fte aan inzet. Deze personele inzet betekent een kostenpost van € 100.000. We gaan daarbij zoals gezegd uit van ingehuurd personeel tegen marktconform tarief. Als opbrengst staat hier een plus van € 45.000 besparing op de bijzondere bijstand tegenover per jaar (= 25 dossiers x € 150 bijzondere bijstand per maand). Klanten zijn meestal langdurig onder bewind en vragen jaarlijks bijzondere bijstand aan. Wanneer zij uitstromen uit bewind, levert dit jaarlijks een besparing op. Deze besparing werkt meerdere jaren door. De besparing over 5 jaar bezien is derhalve € 225.000. De termijn van 5 jaar is realistisch. Scenario 2 is identiek aan het eerste scenario, maar dan met dubbele capaciteit.

In dit scenario gaan we uit van 2 fte en wordt de investering € 200.000. Doordat er meer samenwerking mogelijk is, zien we ook een efficiëntieslag. We schatten in dat we via dit scenario 60 dossiers succesvol kunnen afronden. De besparing wordt daarmee verhoudingsgewijs iets hoger: € 108.000 per jaar (= 60 dossiers x € 150 bijzondere bijstand per maand). Over de genoemde 5 jaar gerekend is de verwachte besparing daarmee € 540.000. 2

WIL kiest er voor met scenario 1 te starten om de pilot zowel financieel als organisatorisch behapbaar te houden; opschalen kan altijd nog. Scenario 3 In dit scenario speelt WIL in op een innovatieve ontwikkeling op het gebied van schuldhulpverlening: het inzetten van het Huishoudboekje. Het Huishoudboekje is een voorziening die inwoners helpt het eigen budget te beheren in een moment van hun leven dat ze dit zelf niet kunnen zonder hulp. De gemeente Utrecht is een van de koplopers in Nederland die hier al goede ervaringen mee hebben. Het Huishoudboekje is een uitbreiding van het bestaande pakket aan dienstverlening. Een mogelijkheid voor inwoners om gebruik te maken van een laagdrempelige voorziening als steun in de rug om overzicht te houden op hun financiële administratie. Inzet aan de voorkant (preventie) Deelname aan het Huishoudboekje kan worden ingezet bij inwoners die “te weinig” problemen hebben om voor schuldhulpverlening in aanmerking te komen, maar wel ondersteuning kunnen gebruiken. Dit bespaart uiteindelijke de kosten op de lange termijn (voorkomen van problematische schulden) en verbetert de kwaliteit van leven voor de deelnemers. Inzet aan de achterkant Inzet van het Huishoudboekje kan er ook voor zorgen dat een duurder ingezet product zoals budgetbeheer en bewindvoering eerder kan worden afgeschaald.

In het Huishoudboekje is bijvoorbeeld een stappenplan opgenomen waarin in fases afgeschaald wordt. Er ontstaat doorstroom vanuit zwaardere hulpverlening, zodat er meer ruimte is om nieuwe inwoners te ondersteunen. Daarnaast is het Huishoudboekje een voorziening die breder ingezet kan worden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de klantgroep statushouders in het kader van hun inburgering en het ontzorgen waarvoor gemeenten de eerste zes maanden verantwoordelijk zijn. WIL kiest er voor om tegelijk met scenario 1 ook scenario 3 op te pakken. Kosten en baten Het inzetten van het Huishoudboekje aan de preventieve kant resulteert niet direct in het besparen van kosten van bijzondere bijstand voor bewindvoering. Het beoogde effect is dat mensen financieel fit blijven, door middel van laagdrempelige hulpmiddelen en daardoor niet in grotere problemen terechtkomen. Op de langere termijn is zoals gezegd wel te verwachten dat er minder mensen bij een bewindvoerder terechtkomen. Dit levert besparing op. Het levert ook veel maatschappelijk effect op, zoals stressreductie, voorkomen van de armoedeval, kosten van advocaat en procedures. Voor klanten levert het meer kwaliteit van leven op, meer eigenwaarde, zelfredzaamheid. Deze maatschappelijke effecten zijn niet eenvoudig in financiën uit te drukken. Ook de besparing op de bijzondere bijstand is moeilijk in cijfers uit te drukken.

Maar het Huishoudboekje werkt preventief, helpt bij de zelfstandigheid, eigenwaarde en

3

voorkomt dat financiële problemen zo groot worden dat langdurige hulpstructuren nodig zijn. Dit effect is terug te zien bij o.a. de gemeente Utrecht. Wanneer het Huishoudboekje wordt ingezet aan de achterkant, is wel een directe financiële besparing wel te verwachten. Het gaat dan om klanten die nu begeleid worden door een bewindvoerder. Het Huishoudboekje is dan te zien als een uitstroominstrument. Wij schatten in dat wanneer in het eerste jaar 25 klanten gebruik maken van het Huishoudboekje dat de besparing uitkomt op (25 x € 150 per maand) = € 45.000 in het eerste volledige jaar (en zoals gezegd de 4 jaren er na ook nog). De implementatiekosten van het Huishoudboekje zijn € 25.000,- eenmalig. Dit zijn de aanschafkosten van de applicatie. Daarnaast zijn er jaarlijkse kosten voor het gebruik (€ 17.500,-), op basis van een SLA. Ook is er inzet nodig, vanuit WIL, om ook daadwerkelijk persoonlijke begeleiding te bieden. Wanneer we uitgaan van een halve (specialistische) fte komt dit neer op € 55.000 aan kosten, op basis van een marktconform tarief. Notabene Door aanschaf van het Huishoudboekje verwachten we overigens dat er meer klanten gebruik van kunnen gaan maken. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld om het Huishoudboekje als instrument in te zetten voor al onze klanten, die zich melden met vragen over hun financiën.

In bredere zin werkt het Huishoudboekje dan dus als preventiemiddel, waarbij zwaardere begeleiding niet nodig is. Het voegt daarmee een stuk preventie toe aan onze dienstverlening en voorkomt hogere kosten in een later stadium. Het is niet goed mogelijk om dit in bedragen uit te drukken, maar we verwachten hier ook een flinke sociale/maatschappelijke impact te kunnen realiseren, voor klanten. Niet alleen klanten vanuit de doelgroep van de bijzondere bijstand, maar ook de context van schulden én van uitkeringen. Onderstaand plaatje schetst de kosten en baten van de businesscase Bewindvoering die WIL wil uitvoeren in een oogopslag. Financieel overzicht businesscase bewindvoering 2023 Kosten Personeel scenario 1 100 Personeel scenario 3 55 Huishoudboekje (impl. en gebruik) 43 Totaal investering 198 Baten Besparing scenario 1 45 Besparing scenario 3 45 Besparing totaal 90 Overall besparing -108 Cumulatief -108

2024

2025

2026

2027

18 18

18 18

18 18

18 18

45 45 90 -72 -36

45 45 90 72 36

45 45 90 72 108

45 45 90 72 180

4

Afhankelijk van de startdatum van het proces zullen de effecten en de resultaten zichtbaar worden. Begin 2024 zal er tussentijdse een evaluatie plaatsvinden, waarbij resultaten gerapporteerd worden. Aan het einde van de looptijd van de pilot (eind 2023, begin 2024, wordt een eindevaluatie gedaan en daarover wordt ook gerapporteerd. Op grond daarvan kan besloten worden de pilot te continueren, eventueel te intensiveren (opschaling van scenario 1 naar 2 bijvoorbeeld) of om de werkwijze regulier te maken. Te ondernemen acties en uitwerking Werven van een nieuwe Start werving maart/april februari 2023 (tijdelijke) kracht, die Voorkeur gaat uit naar een medewerker in tijdelijke deze BC gaat uitvoeren. dienst. Start nieuwe medewerker medio mei 2023. Ontwerp werkwijze, Met ingang van medio mei 2023. Dit proces heeft een oriëntatie en doelgroep opstart van 2 maanden intensief. Het loopt ook de bepalen. Contacten maanden daarna door, om continu klanten te vinden die leggen met meegenomen kunnen worden in de BC. bewindvoerders en voorstellen doen van overname cliënten. Starten met overname Dit proces start vanaf 1 juni, met een klein aantal. Het van klanten. proces om klanten over te nemen via de BC en de opstart richting financiële begeleiding heeft een aanloop nodig.

Verwacht wordt: 12 klanten in oktober 2023 Kostenrealisatie Vanaf het moment waarop de eerste klant opgenomen wordt in de BC stoppen de kosten van bewindvoering. Omdat er een opbouw is van klantenaantallen, stijgt de kostenbesparing elke maand. Het streefgetal van 25 klanten verwachten we medio februari 2024. Uitwerking besparing Juni 3 klanten, juli 5 klanten, september 10 klanten, oktober 12 klanten, et cetera (x € 150 p.p.p.m.) We streven naar 25 dossiers, als doel van de BC. Dit is geen begrensd aantal. Daar waar mogelijk zullen we meer klanten proberen op te pakken. Investering De kosten voor personeel worden gemaakt vanaf het moment waarop we een medewerker aannemen. De kosten voor de implementatie van het Huishoudboekje loopt daarmee gelijk. Opbrengsten Van: 1 klant uit bewindvoering € 1800,00 per jaar 1 klant in huishoudboekje € 1800,00 per jaar Naar : 2 x 25 klanten per jaar is € 90 k voor een heel jaar. Inverdieneffect ontstaat in het 2e jaar.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12352276/1