CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - 221222 Geconsolideerde tekst GR WIL na wijziging

Raadsvergadering 9 maart 2023, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel wijziging Gemeenschappelijke Regeling WIL5.957 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 Geconsolideerde tekst van de GR na wijziging

Intitulé Instellingsbesluit van de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Houten, IJsselstein, Lopik en Nieuwegein houdende regels omtrent regionale samenwerking sociale zaken Lekstroomgemeenten (Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom)

De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Houten, IJsselstein, Lopik, Nieuwegein, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft overwegende, dat de sociale zekerheid voor ingrijpende veranderingen staat; dat, naast het overhevelen van taken door het rijk naar de gemeenten, verwacht mag worden dat de veranderingen in de sociale zekerheid gepaard gaan met structurele bezuinigingen, waardoor het budget voor gemeenten aanzienlijk zal krimpen; dat er een gevoel van urgentie is over de noodzaak van samenwerking om deze opgaven op te kunnen pakken: grotere doelgroep, minder middelen, betere verbinding met de arbeidsmarkt; dat daarom is ingestemd met samenwerking en de vorming van een regionale sociale dienst per 1 januari 2013; dat een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam de meest geschikte juridische vorm is voor deze Regionale Sociale Dienst; dat de genoemde bestuursorganen door regionaal samen te werken in ieder geval willen realiseren: een meer effectieve uitvoering en daardoor meer kansen om hun burgers naar vermogen te laten participeren in het arbeidsproces, een minder kwetsbare uitvoering en een betere borging van de kwaliteit van de dienstverlening aan burgers, een duurzaam efficiënte uitvoering en daardoor meer control en minder (financiële) risico’s voor alle afzonderlijke gemeenten; dat de Wet

gemeenschappelijke regelingen onlangs is aangepast, zodat deze gemeenschappelijke regeling in overeenstemming moet worden gebracht met de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen; gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet; de toestemming van de gemeenteraden van Houten, IJsselstein, Lopik, Nieuwegein en Vianen overeenkomstig artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen,

20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

1

besluiten: de Gemeenschappelijke regeling Werk & Inkomen Lekstroom te wijzigen zodat deze komt te luiden als volgt: HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr); b. regeling: deze gemeenschappelijke regeling; c. gemeente(n): de aan de onder b bedoelde regeling deelnemende gemeente(n), zijnde de gemeente(n): Houten, IJsselstein, Lopik en Nieuwegein; d. dienst: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, lid 1 van de regeling, in deze regeling eveneens genoemd: de dienst; e. college: college van burgemeester en wethouders; f. raden: de gemeenteraden van de gemeenten; g. gemeentebestuur: raad, college en burgemeester; h. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Utrecht; i. algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de regeling; j. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de regeling; k. minimabeleid: het geheel van inkomensondersteunende maatregelen ter bevordering van de maatschappelijke participatie, activering en toeleiding naar de arbeidsmarkt en ter ondersteuning van ouderen, chronisch zieken en gehandicapten in de bijkomende kosten van bestaan. l.

lokaal werkteam: een per gemeente gevormd team, waarbinnen medewerkers van de dienst werkzaam zijn, aangestuurd door een leidinggevende van de betreffende gemeente, met als taak het op lokaal niveau en onder verantwoordelijkheid van de gemeente uitvoeren van re-integratie en participatiedienstverlening voor inwoners van de betreffende gemeente; m. jaarplan lokaal werkteam: een door het college van de betreffende gemeente vastgesteld plan dat de doelen en prioriteiten met betrekking tot de uitvoering van reintegratie en participatiedienstverlening bevat die de betreffende gemeente met behulp van het lokaal werkteam gaat uitvoeren in dat betreffende jaar. Het plan bevat tevens een begroting van financiële middelen die die gemeente inzet om deze doelen te bereiken. 2. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of enig andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, worden in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college en de burgemeester gelezen: de dienst, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter van de regeling. 20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

2

Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd Werk en Inkomen Lekstroom, gevestigd te Nieuwegein. 2. Het rechtsgebied waarvoor deze regeling geldt omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten. Artikel 3 Bestuursorganen Het bestuur bestaat uit: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

HOOFDSTUK 2 BELANG, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 4 Belang en missie 1. De dienst behartigt de gemeenschappelijke belangen van de gemeenten ten aanzien van een klantgerichte uitvoering van de wetten waarvan de uitvoering is overgedragen aan de dienst. Dit geschiedt door middel van een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering. 2. De dienst heeft de missie dat alle burgers in de deelnemende gemeenten die dat kunnen naar vermogen (economisch) participeren, en sociale uitsluiting, schulden en armoede voorkomen wordt. Degenen die dat nodig hebben krijgen (extra) inkomensondersteuning dan wel een rechtmatige uitkering. Deze inkomensondersteuning en/of uitkeringsafhankelijkheid is zo kort mogelijk en mensen worden hierin zo goed als mogelijk ondersteund. Daarbij gaat de dienst uit van de kracht van mensen zelf en werk boven een uitkering. Artikel 5 Taken en bevoegdheden 1. Binnen het belang en de missie van het vorige artikel verricht de dienst de daarop gerichte beleids- en uitvoerende taken voor de deelnemende gemeenten in het kader van de aan die gemeenten opgedragen of in de toekomst op te dragen taken op grond van en krachtens a. de Participatiewet; b. de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; c. de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; d.

het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (incl. artikel 36); e. het minimabeleid f. artikel 1.13 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; g. de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening inclusief de afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 285, lid 1 onder f van de Faillissementswet; h. de artikelen 21 en 22 van de Wet op de Lijkbezorging 2. De dienst is voorts opgedragen de volledige verantwoordelijkheid en de uitvoering van taken op grond van en krachtens nieuwe wet- en regelgeving, die in de plaats treedt of samenhangt met de in het eerste lid genoemde wetten en regelgeving. 20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

3

3. De deelnemende gemeentebesturen dragen hun taken en bevoegdheden op grond van de wetten en regelingen bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel over aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, met uitzondering van de taak en de bevoegdheid tot het vaststellen en uitvoeren van een jaarplan lokaal werkteam dat onderdeel uitmaakt van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 7, lid 1 onder a van de Participatiewet. 4. De gemeenteraden van Houten en Nieuwegein dragen in afwijking van het derde lid geen van hun verordenende bevoegdheden over. 5. Bij de uitvoering van de bevoegdheid voor het minimabeleid en de bijzondere bijstand (uitvoering van artikel 35 van de Participatiewet) geldt als randvoorwaarde dat de dienst daarbij het lokaal gemeentelijk beleid voor deze dienstverlening uitvoert. 6. Voorts is de dienst belast met: a. de taak en bevoegdheid om te besluiten op bezwaarschriften die in het kader van de uitgeoefende taken worden ingediend; b. de behandeling en afhandeling van klachten op basis van de door het algemeen bestuur vast te stellen klachtenregeling. c. de voorbereidende werkzaamheden van regelingen die aan het Rijk verantwoord moeten worden ten behoeve van rijksinformatie. 7.

De gemeenten kunnen de dienst belasten met de verantwoordelijkheid en de uitvoering van de taken en bevoegdheden op grond van andere dan in het eerste lid genoemde wetten en regelingen inzake de sociale zekerheid en inzake gemeentelijke sociale zorg voor zover de betreffende wetgeving en regelingen daartoe de mogelijkheid bieden. 8. De taken zoals genoemd in het eerste lid, worden zoveel mogelijk uitgevoerd in samenwerking met betrokken gemeenten, het UWV-werkbedrijf en andere organisaties en instanties die belast zijn met de uitvoering van taken binnen het sociaal domein of belast zijn met de uitvoering van sociale zekerheidswetten. 9. De gemeentelijke bestuursorganen verlenen hun medewerking aan de uitvoering van besluiten die het bestuur van de dienst neemt binnen de aan het bestuur toegekende bevoegdheden. Artikel 6 Dienstverlening 1. Naast de in artikel 5 bedoelde taken is de dienst bevoegd tot het verrichten van diensten voor een of meer deelnemende gemeenten, voor gemeenten buiten het in artikel 2, tweede lid, genoemde rechtsgebied, en/of andere organisaties, indien deze daarom verzoeken en het algemeen bestuur dit verzoek inwilligt. 2. De dienstverlening bedoeld in het eerste lid geschiedt in principe op basis van overeenkomst, tussen de dienst en de gemeente of gemeenten, dan wel organisatie(s) die het aangaat.

In deze overeenkomst wordt neergelegd welke prestaties de dienst zal leveren, de kosten die bij de gemeente, dan wel de organisatie in rekening worden gebracht en de voorwaarden waaronder tot de dienstverlening wordt overgegaan.

20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

4

HOOFDSTUK 3 HET ALGEMEEN BESTUUR Artikel 7 Taken en bevoegdheden 1. Aan het algemeen bestuur worden door de deelnemende gemeentebesturen alle taken en bevoegdheden overgedragen die op grond van de in artikel 5, leden 1 en 2 genoemde wetten en regelgeving aan de deelnemende gemeentebesturen toekomen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, derde tot en met vijfde lid. 2. Alle bevoegdheden die niet bij of krachtens de wet of de regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen, berusten bij het algemeen bestuur. 3. Het algemeen bestuur is bevoegd verordeningen en andere regelingen vast te stellen omtrent de eigen organisatie en bedrijfsvoering. 4. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden van het algemeen bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen overdracht verzet. 5. In aanvulling op artikel 33a, lid 2 Wgr kan het algemeen bestuur niet overdragen de bevoegdheid tot: a. het vaststellen van de financiële en beleidsmatige kaders; b. het vaststellen van verordeningen; c. het vaststellen van een liquidatieplan bij opheffing. Artikel 8 De samenstelling 1. Het algemeen bestuur bestaat uit acht leden die door de raden van de deelnemende gemeenten uit hun midden, de voorzitter van de raden inbegrepen en uit de wethouders van de gemeenten worden aangewezen. Iedere deelnemende raad wijst twee leden aan. 2.

De raden van de deelnemende gemeenten beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur. 3. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt. 4. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 5. Het lid dat ophoudt lid van de raad of het college te zijn van de gemeente waarvan de raad hem of haar als lid van het algemeen bestuur heeft aangewezen, houdt daarmee tevens op lid van het algemeen bestuur te zijn. 6. Indien tussentijds door ontslag, overlijden of om andere reden een plaats van een lid van het algemeen bestuur openvalt, wijst de gemeenteraad die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering of, indien dit niet mogelijk is, ten spoedigste daarna, een nieuw lid aan. 7. Totdat de raden van de gemeenten in hun opvolging hebben voorzien, blijven de leden van het algemeen bestuur die op grond van artikel 8, derde lid, hadden moeten aftreden, als zodanig functioneren. 8. In geval van het bestaan van een of meer vacatures blijft het algemeen bestuur bevoegd besluiten te nemen.

20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

5

Artikel 9 Ontslag 1. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. 2. Het lid van het algemeen bestuur dat ontslag neemt, stelt de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede de raad die hem heeft aangewezen daarvan op de hoogte. Het ontslag is onherroepelijk. 3. Leden van het algemeen bestuur die ontslag hebben genomen, behouden het lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien. 4. Een gemeenteraad kan een door hem aangewezen lid ontslaan als dit lid niet meer het vertrouwen van de gemeenteraad bezit. Op een dergelijk ontslag zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Artikel 10 Plaatsvervangende leden 1. Elk lid van het algemeen bestuur heeft een plaatsvervanger. 2. De artikelen 8 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangers. Artikel 11 De werkwijze 1. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. 2. Het algemeen bestuur vergadert minimaal twee maal per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordelen, of wanneer een vijfde deel van de leden van het algemeen bestuur dit onder opgave van redenen schriftelijk verzoekt. In het laatste geval vindt de vergadering binnen twee weken na het gedane verzoek plaats. 3. De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. 4.

Tegelijkertijd met de oproep brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de oproep op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd, dit met uitzondering van stukken waaromtrent conform de wettelijke bepalingen geheimhouding is opgelegd. 5. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. 6. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 7. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of een besluit worden genomen over: a. het vaststellen of wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de rekening; c. het wijzigen van de regeling. Artikel 12 De besluitvorming 1. Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.

20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

6

2. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. 3. Bij staking van de stemmen wordt het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. 4. Indien de stemmen opnieuw staken in een ingevolge het derde lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen. Artikel 13 Commissies Het algemeen bestuur kan overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 24 en 25 van de Wet, commissies van advies en bestuurscommissies instellen. Artikel 14 Oprichten van of deelnemen in privaatrechtelijke rechtsvormen Het algemeen bestuur kan besluiten tot het oprichten van of deelnemen in een besloten of naamloze vennootschap, een stichting, een vereniging, coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij, onverminderd het bepaalde in artikel 31a van de wet. Artikel 15 (vervallen)

HOOFDSTUK 4 HET DAGELIJKS BESTUUR Artikel 16 1. Het dagelijks bestuur heeft de bevoegdheden als genoemd in artikel 33b van de wet en is belast met en bevoegd tot hetgeen hieromtrent in deze regeling is opgenomen. Artikel 17 De samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit een voorzitter en drie leden die ieder uit een andere deelnemende gemeente komen. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door en uit het algemeen bestuur. Zij worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in zijn nieuwe samenstelling, volgend op de dag van aftreden van de leden van de raden van de deelnemende gemeenten. 3. Het aanwijzen van de leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of om andere reden openvallen, vindt plaats binnen twee maanden na dat openvallen, of indien dit niet mogelijk is zo spoedig mogelijk daarna. 4. Totdat in hun opvolging is voorzien, blijven de leden van het dagelijks bestuur als zodanig functioneren. 5. In geval van langdurige afwezigheid kan een lid van het dagelijks bestuur worden vervangen door het lid van het algemeen bestuur dat namens dezelfde gemeente zitting heeft. Artikel 18 De werkwijze 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden dit nodig oordelen.

20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

7

2. In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelen de leden van het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden alsmede de onderlinge plaatsvervanging. De taakverdeling wordt medegedeeld aan het algemeen bestuur en aan de deelnemende gemeenten. 3. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Het reglement wordt na vaststelling ter kennisneming aan het algemeen bestuur overgelegd.

HOOFDSTUK 5 DE VOORZITTER Artikel 19 De aanwijzing en vervanging De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden door en uit het algemeen bestuur aangewezen. Artikel 20 Taken en bevoegdheden 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter tekent de stukken, die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. Hij kan de ondertekening van de stukken van het dagelijks bestuur opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. 3. De voorzitter vertegenwoordigt de dienst in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen ge(vol)machtigde. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente, die partij is in een geding waarbij de dienst is betrokken, wordt de dienst door een ander, door het dagelijks bestuur aan te wijzen, lid vertegenwoordigd. 4. Het algemeen en dagelijks bestuur worden geïnformeerd over eventuele mandaat-, machtigings- en volmachtbesluiten als bedoeld in het tweede of derde lid.

HOOFDSTUK 6 DE DIRECTEUR EN HET PERSONEEL Artikel 21 De taken en bevoegdheden van de directeur 1. De bestuursorganen van de dienst worden bijgestaan door een directeur, die in de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur een adviserende stem heeft. Hij vervult de functie van secretaris van het algemeen en het dagelijks bestuur. 2. De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur. 3. De directeur is hoofd van de dienst en belast met de dagelijkse leiding van de dienst. 4. De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. 5. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een directiestatuut. Het directiestatuut wordt vastgesteld door het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur ieder voor wat betreft de eigen bevoegdheid.

20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

8

6. De directeur is verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur. Artikel 22 Het personeel Het openbaar lichaam is lid van de Werkgeversvereniging samenwerkende gemeentelijke organisaties en past voor de rechtspositie van de werknemers de cao toe die deze werkgeversvereniging voor haar leden afsluit.

HOOFDSTUK 7 INFORMATIE EN VERANTWOORDING Artikel 23 Informatie- en verantwoordingsplicht van het algemeen bestuur en zijn leden 1. Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van de raden worden gevraagd. 2. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt de gemeenteraad die hem als lid heeft aangewezen alle inlichtingen die door één of meer leden van die raad worden gevraagd. 3. Een lid van het algemeen bestuur is aan de gemeenteraad die hem als lid heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Het afleggen van verantwoordelijkheid geschiedt op de door de betrokken gemeenteraad geregelde wijze. Artikel 24 Informatie- en verantwoordingsplicht van het dagelijks bestuur en zijn leden 1. Het dagelijks bestuur geeft aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van de raden worden gevraagd. 2. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden zijn voor het in dat bestuur gevoerde beleid tezamen en ieder afzonderlijk verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur. 3. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden verstrekken aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die door één of meer leden daarvan worden gevraagd of die het algemeen bestuur nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. 4.

Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. In dit geval is het bepaalde in artikel 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK 8 VISIE EN BELEID Artikel 25 Strategische visie en kaderbrief 1. Het algemeen bestuur stelt minimaal eens in de vier jaar een notitie vast met betrekking tot de strategische visie van de dienst op basis van landelijke en regionale ontwikkelingen die zich voordoen op het gebied van de sociale zekerheid. 2. Het algemeen bestuur stuurt jaarlijks voor 1 februari een ontwerpkaderbrief, waarin vervat de algemene en financiële beleidsmatige kaders, naar de raden als startdocument voor het overleg met de deelnemende gemeenten over het te voeren beleid. De kaderbrief is het uitgangs- en startpunt voor de begroting van het daaropvolgende jaar.

20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

9

3. De strategische visie en de ontwerpkaderbrief worden voor zienswijzen aan de raden van de gemeenten voorgelegd. HOOFDSTUK 9 FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 26 Geldelijk beheer en de boekhouding 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten vast voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. 2. De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 27 Begrotingsprocedure 1. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting met toelichting en een meerjarenbegroting met toelichting voor tenminste drie op het begrotingsjaar volgende jaren op. Hierbij neemt de dienst de jaarbegrotingen uit de jaarplannen lokaal werkteam van de deelnemende gemeenten, zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, onder m, geconsolideerd over. 2. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 1 mei, maar in ieder geval acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, deze ontwerpbegroting en meerjarenbegroting van de dienst voor het komende begrotingsjaar, vergezeld van een toelichting, toe aan de raden van de gemeenten. 3.

De ontwerpbegroting en de meerjarenbegroting, alsmede de eventuele nota van wijzigingen, wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in artikel 190, tweede en derde lid van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken na toezending van de ontwerpbegroting bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. De zienswijze van de raden alsmede de eventuele nota van wijzigingen worden uiterlijk twee weken voor de vaststelling toegezonden aan het algemeen bestuur. 6. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting en de meerjarenbegroting aan de raden van de deelnemers, die eventueel terzake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 7. Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting en de meerjarenbegroting binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop zij betrekking hebben, aan gedeputeerde staten. 8.

Met betrekking tot begrotingswijzigingen is het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de wijzigingen die geen invloed hebben op de bijdragen van de deelnemers en de genoemde data. Artikel 28 Bijdragen van de gemeenten In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke deelnemende gemeente verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van de dienst. Op de gemeentelijke bijdrage wordt de

20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

10

vergoeding voor diensten van de gemeente aan de dienst in mindering gebracht. De kosten die de dienst aan de gemeenten toerekent, bestaan uit directe en indirecte kosten. Artikel 29 De indirecte kosten 1. De indirecte kosten zijn de kosten die worden toegerekend aan de deelnemende gemeenten en waartoe behoren: a. de kosten van het personeel; b. de kosten van automatisering; c. de kosten van huisvesting; en d. alle overige indirecte kosten. 2. De toerekening van de indirecte kosten per deelnemende gemeente is gebaseerd op een verdeelsleutel, die op voorstel van het algemeen bestuur jaarlijks bij de begrotingsprocedure wordt vastgesteld bij besluit van de raden van de deelnemende gemeenten aan deze gemeenschappelijke regeling. Artikel 30 De directe kosten De directe kosten zijn de kosten die rechtstreeks worden toegerekend aan de gemeente waarvoor de kosten zijn gemaakt en waartoe behoren: a. uitkeringskosten, kosten van re-integratie, kosten van voorzieningen, leningen en andere verstrekkingen die voortvloeien uit de uitvoering van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 5 van deze regeling, onder aftrek van ontvangsten uit vorderingen, die voortkomen uit de uitvoering van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 5 van deze regeling, zoals opbrengsten uit terugvordering en verhaal; b.

alle extra uitvoeringskosten van de dienst die worden veroorzaakt door gemeentelijke beleid dat afwijkt van het algemene beleid van de dienst; c. alle kosten van op verzoek van een gemeente toegevoegd personeel voor het lokaal werkteam van de betreffende gemeente dat buiten de vaste formatie van de dienst valt; d. alle extra kosten van de dienst die voortvloeien uit een kennelijk ontoereikende uitvoering van de taken en bevoegdheden. Artikel 31 Betaling aan de dienst 1. De dienst brengt de kosten als bedoeld in de artikelen 29 en 30 in rekening bij de deelnemende gemeenten. De dienst brengt de kosten inclusief BTW in rekening en vermeldt bij de factuur de compensabele BTW. 2. De bevoorschotting door de gemeenten gebeurt per 1e van iedere maand. 3. Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het dagelijks bestuur. Artikel 32 Garantstelling 1. De deelnemende gemeenten dragen er steeds zorg voor dat de dienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

11

2. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemende gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onmiddellijk aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet. Artikel 33 De jaarrekening 1. Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar jaarlijks voor 15 april toe aan de raden van de deelnemers. 2. Het dagelijks bestuur biedt de rekening over het afgelopen kalenderjaar, met alle bijbehorende bescheiden, jaarlijks vóór 15 april ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan. De rekening moet zijn vergezeld van een verslag van het onderzoek naar de betrouwbaarheid van de jaarrekening ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet aangewezen accountants en van hetgeen het dagelijks bestuur voor zijn verantwoordingstaak verder dienstig acht. 3. Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening en stelt haar uiterlijk zes maanden na afloop van het betreffende kalenderjaar vast. 4. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, met alle bijbehorende stukken aan de gemeenten en gedeputeerde staten. 5.

Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. Artikel 34 Verrekening voorschotten 1. In de rekening wordt het werkelijke bedrag opgenomen dat elk van de deelnemende gemeenten verschuldigd is. 2. Verrekening van het verschil tussen de reeds verrichte betalingen en het werkelijk verschuldigde bedrag vindt plaats onmiddellijk na de kennisgeving aan de deelnemende gemeenten van de vaststelling van de rekening. Artikel 35 Reserve- en voorzieningenbeleid 1. Het algemeen bestuur kan besluiten tot het instellen van een algemene reserve en bestemmingsreserves met in totaal een maximum van 5% van de organisatiekosten. 2. Het algemeen bestuur kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop nieuw toetredende gemeenten kunnen participeren in de reserve- en voorzieningenpositie van de dienst. Artikel 36 Vergoedingen Reis- en verblijfskosten gemaakt als bestuurslid van de dienst, worden door de gemeente die het lid vertegenwoordigd vergoed, op basis van de reis- en verblijfskostenregeling van toepassing in die gemeente. HOOFDSTUK 10 HET ARCHIEF Artikel 37 Het archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de dienst overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen verordening, die aan gedeputeerde staten moet worden meegedeeld.

20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

12

2. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13, eerste lid van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de dienst wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats van een van de gemeenten aan. 3. Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van de dienst, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, is, onder de bevelen van het dagelijks bestuur, met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 belast de archivaris. Met betrekking tot dit toezicht stelt het algemeen bestuur een verordening vast, welke aan gedeputeerde staten wordt meegedeeld. 4. Bij uittreding van een deelnemer worden de archiefbescheiden van ‘lopende’ klanten uit het grondgebied van de uittredende gemeente door deze overgenomen. De dienst blijft de archiefbescheiden van ‘afgesloten’ klanten beheren en ontvangt daar middelen voor van de uittredende gemeente. 5. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de blijvend te bewaren archiefbescheiden van de dienst door het dagelijks bestuur overgebracht naar de onder het tweede lid aangewezen archiefbewaarplaats. Indien nodig besluit het dagelijks bestuur bij overbrenging tot het stellen van beperkingen aan de openbaarheid.

Archiefbescheiden van de dienst die op termijn dienen te worden vernietigd, worden overgedragen aan de gemeente waartoe de aangewezen archiefbewaarplaats behoort. Archiefbescheiden van ‘lopende’ klanten worden overgedragen aan de gemeente waar de klant qua woonadres onder valt.

HOOFDSTUK 11 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, GESCHILLEN EN OPHEFFING Artikel 38 Toetreding 1. Het bestuur van de gemeente dat wenst toe te treden, richt een verzoek ter zake aan het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur zendt het verzoek, als bedoeld in het eerste lid, binnen drie maanden door aan de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden. 3. Toetreding tot de regeling door een andere gemeente kan plaatsvinden indien de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste drie vijfde van de deelnemende gemeenten daarmee instemmen. 4. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding bepaalde voorwaarden verbinden. 5. Van elk besluit tot toetreding van een gemeente wordt kennis gegeven aan Gedeputeerde Staten en aan het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Artikel 39 Uittreding 1. Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van de daartoe strekkende besluiten van de betreffende bestuursorganen. 2. Het dagelijks bestuur zendt het besluit tot uittreding van een gemeente aan de raden van de overige deelnemende gemeenten.

20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

13

3. Tenzij het algemeen bestuur een kortere termijn bepaalt, vindt de uittreding niet eerder plaats dan op 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur van het besluit tot uittreden in kennis is gesteld. 4. De financiële schade die door de uittreding aan de dienst is toegebracht, wordt, inclusief de hierdoor ontstane wachtgeldverplichtingen, aan de uittredende gemeente in rekening gebracht. 5. De dienst en de uittredende gemeente vragen gezamenlijk advies aan een onafhankelijke externe deskundige voor de vaststelling van de financiële schade als bedoeld in het vierde lid. Het advies van deze deskundige is voor partijen bindend, onverminderd het bepaalde in artikel 28 van de wet. De kosten voor het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente. 6. Van elk besluit tot uittreding van een gemeente wordt kennis gegeven aan gedeputeerde staten en aan het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Artikel 40 Wijziging 1. Zowel het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, als de betreffende bestuursorganen van de deelnemende gemeenten kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. De regeling kan worden gewijzigd bij een zodanig besluit van tenminste drie vijfde van de betreffende bestuursorganen van de deelnemende gemeenten. 3.

In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kunnen de artikelen 5, 7, 8, 12, 17 en 19 alleen worden gewijzigd bij unaniem besluit van de betreffende bestuursorganen van de deelnemende gemeenten. 4. Het algemeen bestuur stelt op basis van de besluiten van alle bestuursorganen vast of al dan niet aan het gestelde in het tweede en derde lid is voldaan. Zij geeft daarvan kennis aan de deelnemende gemeenten. Van elk besluit tot wijziging van de regeling wordt kennis gegeven aan Gedeputeerde Staten. Artikel 41 Geschillen 1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Een lid wordt aangewezen door het algemeen bestuur en een lid wordt aangewezen door de betrokken gemeente of gemeenten. Deze twee leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan die tevens als voorzitter van de commissie optreedt. 3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen. 4. De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen. Artikel 42 Opheffing 1. De regeling kan worden opgeheven op voorstel van het algemeen bestuur, bij een daartoe strekkend besluit van de betreffende bestuursorganen van tenminste drie vijfde van de deelnemende gemeenten.

20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

14

2. Ingeval van opheffing van de regeling regelt het algemeen bestuur de financiële gevolgen van de opheffing in een liquidatieplan. Hierbij kan van bepalingen van de regeling worden afgeweken. 3. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. 4. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. 5. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. 6. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 7. De organen van de gemeenschappelijke regeling blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

HOOFDSTUK 12 SLOTBEPALINGEN Artikel 43 Inwerkingtreding 1. Deze wijziging van de regeling treedt in werking op 1 januari 2016, onverminderd het bepaalde in artikel 26, derde lid, van de wet. 2. Het college van de gemeente Nieuwegein zendt de gewijzigde regeling aan gedeputeerde staten. 3. Het college van de gemeente Nieuwegein maakt de gewijzigde regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 44 Overgangsrecht/garantieregeling 1. Verplichtingen ten aanzien van personeel, inventaris, huisvesting, informatie- en communicatietechnologie, die zijn aangegaan of zijn ontstaan voor het aangaan van deze regeling, worden door de gemeente gedragen die de verplichting is aangegaan voor de duur er van. Deze bepaling is niet van toepassing op investeringen die zijn gemaakt ten behoeve van de voorbereiding van de dienst. 2. Vorderingen welke in relatie staan tot de overgedragen taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 5 gaan over naar de dienst, met uitzondering van die vorderingen waarop voorafgaande aan 1 mei 2013 gedurende vijf jaar of langer geen aflossing heeft plaatsgevonden.

Artikel 45 Mededeling van wijzingen aan gedeputeerde staten De toezending van de gewijzigde regeling, met inbegrip van toetreding en uittreding van gemeenten of de toezending van het besluit tot opheffing van de regeling aan gedeputeerde staten, geschiedt door het college van de gemeente Nieuwegein. Artikel 46 Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

15

Artikel 47 Titel De regeling kan worden aangehaald als de ‘Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom’. Artikel 48 Leemtebepaling In gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist het algemeen bestuur.

Ondertekening Aldus besloten, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn, De burgemeester van Houten d.d. Het college van Houten d.d. , De raad van Houten d.d. 15 december 2015, De burgemeester van IJsselstein d.d. , Het college van IJsselstein d.d. , De raad van IJsselstein d.d. 17 december 2015, De burgemeester van Lopik, d.d. , Het college van Lopik, d.d. , De raad van Lopik, d.d. 15 december 2015, De burgemeester van Nieuwegein d.d. , Het college van Nieuwegein d.d. , De raad van Nieuwegein d.d. 26 november 2015 ,

20221222 Geconsolideerde tekst bij voorstel wijziging GR WIL

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12352294/1