CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b. Verkennend en nader bodem- en asbest in grond onderzoek en indicatief waterbodemonderzoek

Commissie Ruimte 17 september 2024, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: 21:30 uur Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Randdijk40.898 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

VERKENNEND EN NADER BODEMONDREZOEK CONFORM NEN5740 EN NTA 5755 VERKENNEND EN NADER ASBEST IN GRONDONDERZOEK CONFORM NEN5707 INDICATIEF WATERBODEMONDERZOEK Locatie Opdrachtgever Projectnummer Datum Versie

: Randdijk 21 te IJsselstein : Van Arnhem bouwgroep : 25.23.00212 : 16 augustus 2023 : 1.0

Onderzoeksgegevens Soort onderzoek

Doelstelling waterbodem Onderzoekslocatie Projectnummer Datum uitvoering Datum watermonstername Datum rapportage

Verkennend en nader bodem- en asbest in grond onderzoek en indicatief waterbodemonderzoek NEN 5740, NTA 5755, NEN 5707 conform BRL SIKB 2000 versie 6.0, incl. wijzigingsblad d.d. 28-03-2019 (protocol 2001 versie 6.0, 2002 versie 6.0 en 2018 versie 6.0) vaststellen of op de onderzoekslocatie een milieuhygiënische bodemverontreiniging aanwezig is afperken verontreiniging en bepalen omvang; vaststellen ernst en spoedeisendheid nagaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem bepalen van de aard en omvang van een eventuele bodemverontreiniging door asbest(houdende) materialen indicatief bepalen van de kwaliteit van de waterbodem Randdijk 21 te IJsselstein 25.23.00212 3 t/m 7 juli 2023 14 en 20 juli 2023 16 augustus 2023

Opdrachtgever Opdrachtgever Contactpersoon Postadres Postcode en plaats

Van Arnhem bouwgroep De heer A.C. Kaasjager Anth. van Diemenstraat 36 4104 AE CULEMBORG

Methode Veldwerk

Doelstelling verkennend bodem Doelstelling nader bodem Doelstelling verkennend asbest

Doelstelling nader asbest

Opdrachtnemer Opdrachtnemer Contactpersoon Bezoekadres Postcode en plaats Telefoonnummer Website e-mail Veldwerk

SGS Search Ingenieursbureau B.V. Steven Traast Meerstraat 2 5473 ZH HEESWIJK 088 – 214 66 00 www.sgssearch.nl mailto:nl.search.milieu@sgs.com Alexander Berenpas Maarten Meijer

Colofon Rapportage Opgesteld door

Duan Koster

Goedgekeurd door

Jeroen Geerdink

Datum/paraaf controle

16 augustus 2023

…………

Verkennend Bodemonderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

SAMENVATTING Dit rapport presenteert de resultaten van een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek op de locatie Randdijk 21 te IJsselstein naar aanleiding van een opdracht van Van Arnhem Bouwgroep. Algemeen De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als woon- en werklocatie en heeft een totale oppervlakte van circa 10.485 m2. Het terrein is deels bebouwd. Het onbebouwde terrein is deels onverhard en deels verhard met beton, klinkers, tegels en puin. Aanleiding en doel van het onderzoek De aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling, bestaande uit het amoveren van de bestaande bebouwing en terreinverharding en het realiseren van een woongebouw met ondergrondse parkeerkelder op het terrein. In verband hiermee wordt het van belang geacht verder inzicht te verkrijgen in milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) en de aanwezigheid van asbest(houdende materialen) in de bodem. Daarnaast hebben de onderstaande onderzoeken een individuele doelstelling. Doelstelling verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 Het doel van het verkennend bodemonderzoek is vast te stellen of op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, mogelijk is en zo niet, welke vervolgacties noodzakelijk zijn.

Het verkennend bodemonderzoek is er niet op gericht de exacte omvang en ernst van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740/A1 van het Nederlands Normalisatie Instituut (februari 2016). Doelstelling nader bodemonderzoek conform NTA5755 Doel van het onderzoek is om de omvang en ernst van de aangetroffen verontreiniging vast te stellen. Daarbij zal door middel van een risicobeoordeling de spoedeisendheid van een eventuele sanering bepaald worden. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt vastgesteld of er vervolgacties noodzakelijk zijn. Doelstelling verkennend onderzoek asbest in grond conform NEN5707 Het verkennend onderzoek asbest in grond heeft het doel om, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking van bodemverontreiniging met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Het verkennend onderzoek asbest in grond is uitgevoerd conform de NEN5707/C2 “Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond”, d.d. december 2017.

Doelstelling nader onderzoek asbest in grond conform NEN5707 Het doel van het nader onderzoek asbest in grond is het vaststellen van de aard en omvang van de bodemverontreiniging en het bepalen van het gehalte aan asbest op basis van een visuele inspectie van het maaiveld en de uitgegraven grond in combinatie met een steekproefsgewijze monsterneming. Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN5707+C2 “Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond”, d.d. december 2017. Doelstelling indicatief waterbodem onderzoek conform NEN5720 Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend waterbodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie en mogelijk dempen van de sloot. In verband hiermee wordt

Verkennend Bodemonderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

van belang geacht (indicatief) inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bestaande waterbodem. Werkzaamheden verkennend bodemonderzoek Deellocatie IV Verdeeld over het terrein zijn 15 boringen verricht, te weten: ▪ 1 boringen tot 0,5 m-mv; ▪ 11 boringen tot circa 1,0 m-mv; ▪ 2 boringen tot 2,0 m-mv; ▪ 1 boringen met peilbuis tot 3,0 m-mv. Er zijn 9 grondmengmonsters van de grond onderzocht op het NEN-grondpakket. Het grondwater is geanalyseerd op het NEN-grondwaterpakket. Aanvullend op bovengenoemde analyses zijn de grondmonsters eveneens geanalyseerd op PFAS componenten, excl. GenX en OCB’s. Deellocatie VI Verdeeld over het terrein zijn 11 boringen verricht, te weten: ▪ 1 boring tot 1,0 m-mv; ▪ 7 boringen tot 2,0 m-mv; ▪ 3 boringen met peilbuis tot 3,0 m-mv. Er zijn 2 grondmengmonsters van de grond onderzocht op het NEN-grondpakket. Daarnaast zijn 2 grondwatermonsters geanalyseerd op het NEN-grondwaterpakket. Aanvullend op bovengenoemde analyses zijn de grondmonsters eveneens geanalyseerd op PFAS componenten, excl. GenX. Werkzaamheden nader bodemonderzoek Het onderzoek heeft bestaan uit het plaatsen van 4 boringen voor het bepalen van de omvang van de verontreiniging met nikkel in het grondwater. In de boorgaten zijn peilbuizen geplaatst voor de horizontale en verticale afperking van de verontreiniging.

Er zijn vervolgens 4 grondwatermonsters onderzocht op nikkel. Vanwege de aanwezigheid van een verhardingslaag (grind, baksteen en beton) is het niet mogelijk gebleken alle boringen te plaatsen. Werkzaamheden Verkennend asbest in grondonderzoek Deellocatie I Verdeeld over het terrein zijn 14 proefgaten gegraven tot 0,5 m-mv. Er zijn 4 grond(meng)monsters van de bovengrond onderzocht op asbest conform de NEN5898. Er zijn 2 materiaalverzamelmonsters geanalyseerd op asbest conform de NEN5898. Deellocatie II Verdeeld over het terrein zijn 10 proefgaten gegraven tot 0,5 m-mv. Ten behoeve van monstername zijn plaatselijk kernboringen uitgevoerd door de bestaande betonvloer, met een diameter van 350 mm (zoals beschreven in de NEN5707). Er zijn 2 grond(meng)monsters van de bovengrond onderzocht op asbest conform de NEN5898. Er is 1 materiaalverzamelmonster geanalyseerd op asbest conform de NEN5898.

Verkennend Bodemonderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

Werkzaamheden nader asbest in grond onderzoek Deellocatie III Nabij voormalig proefgat A06 en A23 zijn in totaal 10 proefsleuven (5 proefsleuven bij A06 en 5 proefsleuven bij A23) machinaal korte sleuven gegraven tot maximaal 1,0 m-mv. De korte sleuven dienen conform de norm een oppervlakte te hebben van minimaal 30 cm x 200 cm. Aangezien geen asbestverdachte materialen aanwezig waren groter dan 20 mm (grove fractie), zijn geen materiaalverzamelmonsters samengesteld. Deellocatie V In de betreffende druppelzone zijn, ter plaatse van de onverharde bodem, in totaal 4 proefgaten (0,3 x 0,3 m-mv) gegraven tot circa 0,5 m-mv. Van de toplaag (tot 0,1 m-mv) is één mengmonsters samengesteld ten behoeve van analyse op respirabele vezels (SEM analyse). Aangezien geen asbestverdachte materialen aanwezig waren groter dan 20 mm (grove fractie), zijn geen materiaalverzamelmonsters samengesteld.

Werkzaamheden indicatief waterbodemonderzoek Ten behoeve van het indicatief bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem, zijn de volgende onderzoekswerkzaamheden verricht: • Het uitvoeren van in totaal 8 steken tot 0,5 m – waterbodem; • Het zintuiglijk beoordelen van het bij de steken vrijkomende bodemmateriaal op bodemkundige eigenschappen en op eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken zoals asbesthoudend materiaal; • De waterbodemmonsters zijn verpakt in glazen potten met een PE-deksel. De monsters zijn gekoeld bewaard. • Samenstellen van 1 mengmonsters van het vrijkomende slib/ waterbodem. • Analyse van de 1 mengmonsters op het standaard waterbodempakket, aangevuld met OCB. • Toetsing van de analyseresultaten aan de vigerende wet- en regelgeving. In verband met de aanwezigheid van struiken aan de noordzijde van de waterbodem is het niet mogelijk gebleken boringen 801 t/m 804 te plaatsen. Resultaten verkennend bodemonderzoek Deellocatie IV Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er plaatselijk sprake is van antropogene bijmengingen in de grond met bakstenen, beton en kooldeeltjes. Dit kan duiden op de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem.

Uit de analyseresultaten blijkt dat, ter plaatse van deellocatie IV, zijnde het overwoekerd terreindeel aan de zuid- en oostzijde van de onderzoekslocatie, niet tot licht verontreinigd is met de onderzochte stoffen. Plaatselijk worden licht verhoogde gehalten aan zink, PAK, PCB, lood en nikkel gemeten. Bij toetsing aan de grenswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit blijkt de grond over het algemeen als Altijd Toepasbaar gekwalificeerd te kunnen worden, plaatselijk is kwaliteit Wonen van toepassing. Een uitzondering op bovengenoemd beeld is de sterk beton- en baksteenhoudende bovengrond van boring 401. Hier is sprake van een sterk verhoogd gehalte aan nikkel en een matig verhoogd gehalte aan PAK. De overige stoffen worden maximaal licht verhoogd gemeten. Deze matig tot sterk verhoogde gehalten aan nikkel en PAK kunnen zeer waarschijnlijk worden toegeschreven aan de aanwezige bijmengingen met beton en baksteen. Het grondwater bevat licht verhoogde gehalten aan barium. Op basis van de aangetoonde gehalten aan PFAS componenten is de grond indicatief te kwalificeren als klasse ‘Landbouw / natuur’.

Verkennend Bodemonderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

Deellocatie VI Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er plaatselijk sprake is van antropogene bijmengingen in de grond met bakstenen en beton. Dit kan duiden op de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem. Uit de analyseresultaten blijkt dat de grond ter plaatse van deellocatie VI over het algemeen licht verontreinigd is met diverse stoffen, zoals zware metalen (nikkel, zink, lood) en PAK. Bij toetsing aan de grenswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit volgt over het algemeen de kwalificatie Altijd Toepasbaar. Uitzonderingen op bovengenoemd beeld zijn de zintuiglijk met baksteen en beton verontreinigde grond(meng)monsters MM601 en MM602. Als gevolg van een licht verhoogd gehalte aan minerale olie (factor 0,07) wordt de grond van MM601 gekwalificeerd als Niet Toepasbaar, terwijl de grond van MM602 gekwalificeerd wordt als klasse Industrie (op basis van minerale olie, nikkel en zink). Deze verhoogde gehalten zijn zeer waarschijnlijk te relateren aan de bijmengingen met beton en baksteen. Nader onderzoek naar deze (lichte) verontreinigingen wordt daarmee niet noodzakelijk geacht. Het grondwater bevat licht verhoogde gehalten aan barium en naftaleen. Op basis van de aangetoonde gehalten aan PFAS componenten is de grond indicatief te kwalificeren als klasse ‘Landbouw / natuur’.

Milieuhygiënische kwaliteit ondergrond (1,0 – 2,0 m-mv) Ten aanzien van de diepere ondergrond (1,0 – 2,0 m-mv), relevant in verband met de voorgenomen realisatie van een halfverdiepte parkeerkelder, kan gesteld worden dat deze bodemlaag niet tot (zeer) licht verontreinigd is. De grond(meng)monsters van deze bodemlaag (MM605 t/m MM608) worden allen gekwalificeerd als Altijd Toepasbaar (bij toetsing aan Regeling bodemkwaliteit). Resultaten nader bodemonderzoek (Deellocatie VII) Grond Uit de onderzoeksresultaten is gebleken dat ter plaatse van de boringen 705 t/m 709, ter horizontale afperking van de nikkelverontreiniging in de grond, geen sprake was van grond. Bij deze boringen is tot een minimale diepte van 0,9 m-mv sprake van grind, baksteen en beton, en is derhalve niet te beschouwen als grond. Op basis van deze zintuiglijke waarnemingen is de nikkelverontreiniging in de grond bij deze boringen horizontaal afgeperkt, zonder het uitvoeren van analyses op grondmonsters. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het niet mogelijk was om de boringen door te zetten tot onderzijde van de grind-, baksteen- en betonhoudende laag, deze laag is mogelijk nog dieper aanwezig dan 0,9 m-mv. Op basis van deze onderzoeksresultaten hoeft de geraamde omvang van de nikkelverontreiniging in de grond, zoals door Econsultancy in 2021 en 2022 bepaald, niet aangepast te worden.

De omvang van de nikkelverontreiniging wordt geraamd op circa 50 m3, uitgaande van een oppervlakte van circa 35 m2 en een gemiddelde dikte van 1,3 m1. De aangetroffen sterke verontreiniging met nikkel is zeer waarschijnlijk te relateren aan de bijmengingen met baksteen en beton, welke op het zuidwestelijke deel van de onderzoekslocatie aanwezig is als terreinverharding/ funderingsmateriaal. Grondwater Uit de onderzoeksresultaten is gebleken dat in de grondwatermonsters, afkomstig uit de peilbuizen 701 t/m 704, geen sterk verhoogde gehalten aan nikkel zijn aangetroffen. In het grondwater uit peilbuis 701 is nikkel matig verhoogd gemeten, in de overige grondwatermonsters wordt nikkel niet verhoogd gemeten ten opzichte van de streefwaarde. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden verwacht dat de oppervlakte van de interventiewaardecontour in het grondwater overeenkomst met de geraamde oppervlakte van de grondverontreiniging. De hoeveelheid sterk verontreinigd grondwater wordt dan ook geraamd op ca. 70 m3, gebaseerd op een oppervlakte van 35 m2 en een laagdikte van 2 m1. Hierbij dient opgemerkt te

Verkennend Bodemonderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

worden dat de grondwaterverontreiniging verticaal nog niet is afgeperkt. Naar verwachting is er echter sprake van een grondwaterverontreiniging met een relatief geringe omvang, veroorzaakt door uitloging vanuit de aanwezige beton- en baksteenlagen. Geval Gebaseerd op de onderbouwing, zoals opgenomen in het nader onderzoek van Econsultancy (2022), kan worden gesteld dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, welke (grotendeels) is ontstaan vóór 1 januari 1987). Een duidelijke bron van de verontreiniging is niet vast te stellen, tijdens het uitvoeren van het veldwerk zijn geen aanwijzingen aangetroffen van een duidelijke bron. Gezien de resultaten van het grondmonster ter plaatse van boring 401, waarbij in een sterk baksteen- en betonhoudend grondmonster een sterk verhoogd gehalte aan nikkel werd gemeten, kan verwacht worden dat er een relatie bestaat tussen de sterke verontreiniging met nikkel en de aanwezige bijmengingen met baksteen en beton. De sterke grondverontreiniging is niet perceelsgrensoverschrijdend naar aangrenzende percelen.

Op basis van de aard en omvang van de verontreiniging (circa 50 m³ sterk verontreinigde grond, circa 70 m3 sterk verontreinigd grondwater) en de resultaten van de milieuhygiënische risicobeoordeling door Econsultancy wordt gesteld dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, dat niet met spoed hoeft te worden gesaneerd. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat, gezien de realisatie van een halfverdiepte kelder op een groot deel van de locatie, de verontreiniging in de grond in het kader van deze realisatie wordt verwijderd. Resultaten verkennend asbest in grond onderzoek Door middel van het uitgevoerde onderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en of de verdenking van een bodemverontreiniging met asbest op de onderzoekslocatie terecht is. Deellocatie I Uit de visuele inspectie blijkt dat op het maaiveld zintuiglijk asbestverdacht materiaal (MVM101 en MVM102) is aangetroffen. Het betreft in beide gevallen hechtgebonden plaatmateriaal welke chrysotiel (wit) asbest bevat. Uit de visuele inspectie van het vrijgekomen bodemmateriaal blijkt dat zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal in de bodem is aangetroffen. In de fijne fractie is wel asbest aangetroffen.

In grondmengmonster ASB101 (proefgaten 401, 414 en 415) wordt hechtgebonden chrysotiel (wit) asbest van 11 mg/kg d.s en niet hechtgebonden chrysotiel (wit) asbest van 4,6 mg/kg d.s. gemeten. In totaal is in het bodemtraject van 0,00 tot 0,50 m-mv van proefgat 401, 414 en 415 een concentratie asbest aangetroffen van 15,7 mg/kg d.s. (gewogen). Uit de analyseresultaten blijkt dat in de fijne fractie van de overige proefgaten geen asbest is aangetroffen in een verhoogd gehalte ten opzichte van de rapportagegrens. Uit toetsing van de analyseresultaten wordt geconcludeerd dat het gehalte aan asbest in de bodem kleiner is dan 50 mg/kg d.s. (toetsingscriterium nader onderzoek). Deellocatie II Uit de visuele inspectie blijkt dat op het maaiveld zintuiglijk asbestverdacht materiaal is aangetroffen op de betonverharding. Het betreft hechtgebonden plaatmateriaal welke chrysotiel (wit) asbest bevat. Uit de visuele inspectie van het vrijgekomen bodemmateriaal blijkt dat zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal in de bodem is aangetroffen. In de fijne fractie van mengmonster ASB202 is asbest aangetroffen. Het betreft hechtgebonden plaatmateriaal chrysotiel (wit) asbest. In het mengmonster is een concentratie van 0,547 mg/kg d.s. gemeten.

Verkennend Bodemonderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de overige proefgaten in de fijne fractie geen asbest is aangetroffen in een verhoogd gehalte ten opzichte van de detectiegrens. Uit toetsing van de analyseresultaten wordt geconcludeerd dat het gehalte aan asbest in de bodem kleiner is dan 50 mg/kg d.s. (toetsingscriterium nader onderzoek). Resultaten nader asbest in grond onderzoek Deellocatie III Ruimtelijke Eenheid 1 (A06) Uit de visuele inspectie blijkt dat op het maaiveld zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Uit de visuele inspectie van het vrijgekomen bodemmateriaal blijkt dat zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal in de bodem is aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in zowel de grove als fijne fractie van de proefsleuven geen asbest is aangetroffen in een verhoogd gehalte ten opzichte van de rapportagegrens. Uit toetsing van de analyseresultaten wordt geconcludeerd dat de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. in Ruimtelijke Eenheid 1 niet overschreden wordt. De analyserapporten zijn opgenomen als bijlage 7. Ruimtelijke Eenheid 2 (A023) Uit de visuele inspectie blijkt dat op het maaiveld zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Uit de visuele inspectie van het vrijgekomen bodemmateriaal blijkt dat zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal in de bodem is aangetroffen.

In proefsleuf 306 (0,15 - 0,60 m-mv), 307 (0,10 - 0,40 m-mv) en 308 (0,10 - 0,60 m-mv) is in de fijne fractie asbest aangetroffen in concentraties van respectievelijk 24,1 mg/kg d.s., 15,2 mg/kg d.s., 15 mg/kg d.s. (gewogen). Uit toetsing van de analyseresultaten wordt geconcludeerd dat de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. in Ruimtelijke Eenheid 2 niet overschreden wordt. De analyserapporten zijn opgenomen als bijlage 7. Deellocatie V Ruimtelijke eenheid 3 (druppelzone) Uit de visuele inspectie blijkt dat op het maaiveld zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Uit de visuele inspectie van het vrijgekomen bodemmateriaal blijkt dat zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal in de bodem is aangetroffen. In de fijne fractie is wel asbest aangetroffen in een concentratie van 1,04 mg/kg d.s.. In totaal is in het bodemtraject van 0,00 tot 0,10 m-mv van proefgaten 501, 502, 503 en 504 een concentratie asbest aangetroffen van 1,04 mg/kg d.s. Uit de SEM analyse (elektronenmicroscopie) blijkt dat geen respirabele vezels zijn aangetroffen in een gehalte boven de rapportagegrens. De analyserapporten zijn opgenomen als bijlage 6.

Resultaten indicatief waterbodemonderzoek Uit de analyseresultaten van het mengmonster, samengesteld uit 8 steken uit de bestaande waterbodem, blijkt dat de waterbodem (indicatief) gekwalificeerd kan worden als Altijd Toepasbaar binnen de grenswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. Bij toepassing van het uitkomende materiaal in een oppervlaktewaterlichaam dient rekening te worden gehouden met de kwalificatie Klasse B. Het vrijkomend materiaal is daarnaast wel verspreidbaar op en aangrenzend perceel (op de landbodem), niet verspreidbaar in een zoet oppervlaktewaterlichaam en wel verspreidbaar in een zout oppervlaktewaterlichaam.

Verkennend Bodemonderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

Hierbij dient opgemerkt te worden dat er sprake is van een indicatief onderzoek, aangezien er geen plannen zijn voor het uitgraven/ baggeren van de bestaande sloot. Indien hiervoor alsnog plannen bestaan, dan dient een verkennend onderzoek uitgevoerd te worden conform NEN5720. aanbevelingen Op basis van de uitkomsten van onderhavig bodemonderzoek, gecombineerd met de resultaten van de voorgaand uitgevoerde bodemonderzoeken door Econsultancy, kunnen de volgende aanbevelingen worden gedaan: • Er is op de ontwikkelingslocatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met nikkel, in zowel de grond als het grondwater, zonder spoedeisende saneringsnoodzaak. Bij graafwerkzaamheden binnen de verontreinigingscontour dient, voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden, een BUS melding te worden ingediend bij het bevoegd gezag. De werkzaamheden binnen de sterk verontreinigde grond dienen te worden uitgevoerd door een aannemer, in het bezit van het certificaat BRL7000, protocol 7001 en/of 7004. Daarnaast dienen de werkzaamheden te worden begeleid door een milieukundig begeleider conform BRL6000, protocol 6001. Voor de werkzaamheden buiten de verontreinigingscontour zijn bovengenoemde aanbevelingen niet van toepassing.

• Bij het verwijderen van de aanwezige terreinverharding, bestaande uit gebroken baksteen en beton, dient er rekening te worden gehouden met mogelijk verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK in het materiaal. Ten behoeve van mogelijk hergebruik van het materiaal dient de kwaliteit dan ook bepaald te worden door middel van een partijkeuring (AP04), inclusief het uitvoeren van een uitloogonderzoek. • Buiten de eerdergenoemde sterke nikkelverontreiniging, wordt de grond op de onderzoekslocatie over het algemeen gekwalificeerd als Altijd Toepasbaar. De zintuiglijk verontreinigde grond wordt regelmatig gekwalificeerd als klasse Industrie of Niet Toepasbaar. Aanbevolen wordt om de zintuiglijk verontreinigde grond afzonderlijk te ontgraven van de zintuiglijk schone grond, en apart te kwalificeren conform de Regeling bodemkwaliteit. Op basis van de uitkomsten van deze kwalificatie, middels partijkeuringen (AP04) kan bepaald worden waar de grond hergebruikt kan worden. • Op basis van het indicatief waterbodemonderzoek bestaat er geen belemmering voor het dempen van de aanwezige sloot op de onderzoekslocatie. Indien ervoor gekozen wordt om de sloot uit te baggeren, en de vrijkomende baggerspecie af te voeren voor hergebruik elders, dient een verkennend waterbodemonderzoek conform NEN5720 uitgevoerd te worden.

Op basis van de uitkomsten van het verkennend waterbodemonderzoek kan de kwaliteit en de mogelijkheden voor hergebruik vastgesteld worden. • Indien er in de toekomst nog een enkel stukje asbesthoudend materiaal wordt aangetroffen dan zal de concentratie dermate laag zijn, dat daar geen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s door veroorzaakt worden. Voor de asbesthoudende materialen die in de toekomst mogelijk worden aangetroffen, wordt geadviseerd om het aangetroffen asbest te laten verwijderen door middel van handpicking. Hierdoor wordt de verspreiding en eventuele vezelemissie te voorkomen.

Verkennend Bodemonderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1. Algemeen 1.2. Aanleiding en doel van het onderzoek 1.3. Partijdigheid 1.4. Normering 1.5. Opbouw van het rapport

1 1 2 3 3 3

2. HISTORISCH ONDERZOEK 2.1. Algemeen 2.2. Geografische gegevens 2.3. Afbakening geografisch besluitvormingsgebied 2.4. Historische gegevens 2.5. Huidig en toekomstig gebruik 2.6. Geohydrologische situatie

4 4 4 4 4 9 10

3. ONDERZOEKSHYPOTHESE PER ONDERZOEK 3.1. Onderzoekshypothese verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 3.2. Onderzoekshypothese nader bodemonderzoek conform NTA5755 3.2.1. Conceptueel model 3.2.2. Werkzaamheden 3.3. Onderzoekshypothese verkennend asbest in grondonderzoek conform NEN5707 3.4. Onderzoekshypothese nader asbest in grondonderzoek conform NEN5707 3.5. Onderzoekshypothese indicatief waterbodemonderzoek

11 11 11 11 12 12 13 14

4. UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN 4.1. Verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 (Deellocatie IV en VI) 4.2. Nader bodemonderzoek conform NTA5755 (Deellocatie VIII) 4.3. Verkennend asbest in grond onderzoek conform NEN5707 (Deellocatie I en II) 4.4. Nader asbest in grondonderzoek conform NEN5707 (Deellocatie III en VI) 4.5. Indicatief waterbodemonderzoek conform NEN5720 (Deellocatie VIII)

15 15 17 18 19 21

5. VELD- EN LABORATORIUMRESULTATEN 5.1. Verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 (Deellocatie IV en VI) 5.1.1. Resultaten veldonderzoek 5.1.2. Resultaten laboratoriumonderzoek 5.1.3. PFAS 5.2. Nader bodemonderzoek conform NTA5755 (Deellocatie VIII) 5.2.1. Resultaten veldonderzoek 5.2.2. Resultaten laboratoriumonderzoek 5.3. Verkennend asbest in grond onderzoek conform NEN5707 (Deellocatie I en II) 5.3.1. Visuele inspectie maaiveld 5.3.2. Veldinspectie diepere bodemlaag 5.4. Nader asbest in grondonderzoek conform NEN5707 (Deellocatie III en VI) 5.4.1. Visuele inspectie maaiveld 5.4.2. Veldinspectie diepere bodemlaag 5.4.3. Berekening concentraties per Ruimtelijke Eenheid 5.5. Indicatief waterbodemonderzoek conform NEN5720 (Deellocatie VIII)

22 22 22 24 26 27 27 27 28 28 28 31 31 31 33 34

6. INTERPRETATIE VAN RESULTATEN 6.1. Algemeen

35 35

Verkennend Bodemonderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

6.2. Interpretatie van resultaten verkennend onderzoek (deellocatie IV en VI) 6.3. Interpretatie resultaten van nader bodemonderzoek (deellocatie VII) 6.4. Interpretatie resultaten van verkennend asbest in grond onderzoek (deellocatie I en II) 6.5. Interpretatie resultaten van nader asbest in grond onderzoek (Deellocatie III en V) 6.6. Interpretatie resultaten indicatief waterbodemonderzoek (deellocatie VIII)

35 36 37 37 38

7. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 7.1. Milieuhygiënische situatie verkennend bodemonderzoek (Deellocatie IV en VI) 7.2. Milieuhygiënische situatie nader bodemonderzoek (Deellocatie VII) 7.3. Verkennend asbest in grondonderzoek (Deellocatie I en II) 7.4. Nader Asbest in grond onderzoek (Deellocatie III en V) 7.5. Indicatief waterbodemonderzoek (deellocatie VIII) 7.6. Aanbevelingen

39 39 39 40 40 41 41

8. KWALITEITSBORGING EN ONDERZOEKSBETROUWBAARHEID

42

9. REFERENTIES EN LITERATUUR

43

BIJLAGE 1: TOPOGRAFISCHE LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2: SITUATIETEKENING BIJLAGE 3: BOORBESCHRIJVINGEN BIJLAGE 4: ANALYSERESULTATEN MILIEUHYGIËNISCH ONDERZOEK BIJLAGE 5: ANALYSECERTIFICATEN GROND- EN GRONDWATERMONSTERS BIJLAGE 6: ANALYCERTIFICATEN WATERBODEMMONSTERS BIJLAGE 7: ANALYSECERTIFICATEN ASBEST BIJLAGE 8: ABSESTIDENTIFICATIE MATERIAAL BIJLAGE 9: FOTO’S ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 10: ONDERZOEKSRAPPORTAGES ECONSULTANCY BIJLAGE 11: LIJST BEDRIJFSACTIVITEITEN PFAS BIJLAGE 12: BODEMKWALITEITSKAART BIJLAGE 13: VERKLARENDE WOORDENLIJST (ALFABETISCH)

Verkennend Bodemonderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

1. INLEIDING 1.1. Algemeen In opdracht van Van Arnhem bouwgroep heeft SGS Search Ingenieursbureau B.V. op de locatie Randdijk 21 te IJsselstein diverse onderzoeken uitgevoerd. Het betreft de volgende onderzoeken uitgevoerd conform: • Verkennend bodemonderzoek - conform NEN 5740/A1 van het Nederlands Normalisatie Instituut (februari 2016); • Nader bodemonderzoek - gebaseerd op de NTA 5755; • Verkennend asbest in grond onderzoek – conform NEN5707+C2 “Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond”, d.d. december 2017; • Nader onderzoek asbest in grond - conform NEN5707+C2 “Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond”, d.d. december 2017; • Indicatief waterbodemonderzoek - gebaseerd op de richtlijn “Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek” (NEN 5720, december 2017). De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als woon- en werklocatie en heeft een totale oppervlakte van circa 10.485 m2. Het terrein is deels bebouwd. Het onbebouwde terrein is deels onverhard en deels verhard met beton, klinkers, tegels en puin. In november 2021 is door Econsultancy een verkennend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend onderzoek asbest in grond en puin uitgevoerd (rapportnummer 14948.001, d.d. 16-112021).

In navolging van genoemd onderzoek is vervolgens door Econsultancy een nader en aanvullend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend onderzoek asbest in grond, uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer 14948.007, d.d. 22-07-2022). Op basis van de resultaten van genoemde onderzoeken zijn de navolgende onderzoeksinspanningen geïdentificeerd, waar aanvullend/ nader onderzoek plaats dient te vinden om een volledig beeld van de milieuhygiënische kwaliteit en/of verontreinigingssituatie te verkrijgen: I. Verkennend onderzoek asbest in grond – overwoekerd terreindeel (gele contour) II. Verkennend onderzoek asbest in grond – bebouwd terreindeel (oranje contouren) III. Nader onderzoek asbest in grond – voormalige proefgaten A06 en A23 (rode contouren) IV. Verkennend bodemonderzoek – overwoekerd terreindeel (gele contour) V. Nader onderzoek asbest in grond – druppelzone loods (magenta contour) VI. Verkennend bodemonderzoek – bodemlaag 1,0 – 2,0 m-mv (blauwe contour) VII. Nader bodemonderzoek (2e fase) – nikkelverontreiniging grond en grondwater (groene contour) VIII. Indicatief waterbodemonderzoek – sloot zuidzijde onderzoekslocatie (blauwe contour). De ligging van de genoemde onderzoekslocaties, gemarkeerd door gekleurde contouren, is in figuur 1 globaal weergegeven. Op de situatietekeningen, bijgevoegd als bijlage 2, zijn deze contouren in meer detail weergegeven.

De ligging van de blauwe contour is gebaseerd op de toekomstige situering van de ondergrondse parkeerkelder op het terrein. De topografische ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven op bijlage 1. Een overzicht van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn opgenomen in bijlage 9.

1

1

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

Figuur 1 Globale ligging onderzoekslocaties (bron: Google Earth)

1.2. Aanleiding en doel van het onderzoek De aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling, bestaande uit het amoveren van de bestaande bebouwing en terreinverharding en het realiseren van een woongebouw met ondergrondse parkeerkelder op het terrein. In verband hiermee wordt het van belang geacht verder inzicht te verkrijgen in milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) en de aanwezigheid van asbest(houdende materialen) in de bodem. Daarnaast hebben de onderstaande onderzoeken een individuele doelstelling. Doelstelling verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 Het doel van het verkennend bodemonderzoek is vast te stellen of op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, mogelijk is en zo niet, welke vervolgacties noodzakelijk zijn. Het verkennend bodemonderzoek is er niet op gericht de exacte omvang en ernst van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740/A1 van het Nederlands Normalisatie Instituut (februari 2016). Doelstelling nader bodemonderzoek conform NTA5755 Doel van het onderzoek is om de omvang en ernst van de aangetroffen verontreiniging vast te stellen.

Daarbij zal door middel van een risicobeoordeling de spoedeisendheid van een eventuele sanering bepaald worden. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt vastgesteld of er vervolgacties noodzakelijk zijn.

2

2

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

Doelstelling verkennend onderzoek asbest in grond conform NEN5707 Het verkennend onderzoek asbest in grond heeft het doel om, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking van bodemverontreiniging met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Het verkennend onderzoek asbest in grond is uitgevoerd conform de NEN5707/C2 “Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond”, d.d. december 2017. Doelstelling nader onderzoek asbest in grond conform NEN5707 Het doel van het nader onderzoek asbest in grond is het vaststellen van de aard en omvang van de bodemverontreiniging en het bepalen van het gehalte aan asbest op basis van een visuele inspectie van het maaiveld en de uitgegraven grond in combinatie met een steekproefsgewijze monsterneming. Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN5707+C2 “Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond”, d.d. december 2017. Doelstelling indicatief waterbodem onderzoek conform NEN5720 Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend waterbodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie en mogelijk dempen van de sloot. In verband hiermee wordt van belang geacht (indicatief) inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bestaande waterbodem. 1.3.

Partijdigheid SGS Search Ingenieursbureau B.V. heeft op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en/of de onderzoekslocatie waarop het onderzoek betrekking heeft. SGS Search Ingenieursbureau B.V. garandeert hiermee derhalve dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek wordt uitgevoerd. 1.4. Normering In een brief van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal [ref: BWL/2004000321] van 3 maart 2004 is het volgende bepaald: • •

een interventiewaarde voor asbest in bodem, grond en baggerspecie van 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbest concentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie); een restconcentratienorm voor de toepassing en het hergebruik van alle asbestbevattende materialen (incl. grond, baggerspecie en puin(granulaat) van 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbest concentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie).

In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek asbest in grond. In de bijlage is een overzicht weergegeven van relevante referenties en literatuur. 1.5. Opbouw van het rapport In dit rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • historisch onderzoek (hoofdstuk 2); • uitgevoerde werkzaamheden (hoofdstuk 3); • de resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 4); • de resultaten van het verkennend onderzoek asbest in grond (hoofdstuk 5); • interpretatie van resultaten (hoofdstuk 6); • conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 7); • kwaliteitsborging en betrouwbaarheid (hoofdstuk 8); • referenties en literatuur (hoofdstuk 9).

3

3

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

2. HISTORISCH ONDERZOEK 2.1. Algemeen Het doel van een historisch onderzoek is te bepalen of er gegevens over bodemverontreiniging en / of bodembedreigende activiteiten bekend zijn, die relevant zijn voor het bodemonderzoek. Het historisch onderzoek wordt op zodanige wijze ingestoken dat hypotheses kunnen worden opgesteld en vervolgens een opzet voor onderzoek kan worden ontworpen die het best aansluit bij de specifieke kenmerken van de betreffende locatie. Het historisch onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 “Bodem- Landbodem- Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, Nederlands Normalisatie Instituut, oktober 2017”. Hierbij is bijlage A gebruikt voor het vooronderzoek asbest in de bodem. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding gehanteerd: Aanleiding A: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de onderzoekswerkzaamheden, zoals vastgelegd in onderhavig onderzoeksrapport, zijn gebaseerd op de eerder door Econsultancy uitgevoerde onderzoeken (november 2021 en juli 2022, zie paragraaf 1.1 van dit rapport). Voor het historisch onderzoek zijn wij dan ook uitgegaan van de historische informatie, zoals opgenomen in de rapportages van Econsultancy, op enkele punten aangevuld met informatie die voorhanden was bij SGS Search en/of overige informatiebronnen.

2.2. Geografische gegevens De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 1

Geografische gegevens onderzoekslocatie

Gemeente:

IJsselstein

Adres:

Randdijk 21 te IJsselstein

Kadastrale gegevens:

Gemeente: IJsselstein Sectie: D

Coördinaten:

x:

Oppervlakte onderzoekslocatie:

Circa 10.485 m2

132.472

Nummer: 3227, 4140 y:

448.459

2.3. Afbakening geografisch besluitvormingsgebied Het geografische besluitvormingsgebied is het geografische gebied waarover een besluit moet worden genomen en waarop het daadwerkelijke bodemonderzoek zich richt. Voor de afbakening is in verband met de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie gekozen voor een perceelsgewijze afbakening. Het geografisch gebied waarop het vooronderzoek betrekking heeft, wordt de onderzoekslocatie genoemd. Het vooronderzoek heeft zich gericht op een deel van het perceel waarbinnen het geografisch besluitvormingsgebied valt en de aangrenzende percelen tot een maximale afstand van 25 meter. 2.4. Historische gegevens De volgende informatiebronnen zijn gebruikt om de voor het vooronderzoek noodzakelijke informatie te verkrijgen: • • • • • •

4

Omgevingsdienst regio Utrecht (incl. bodemkwaliteitskaart/asbestkansenkaart); Opdrachtgever; BAG viewer (Basisregistratie Adressen en Gebouwen); Bodemloket; Kadaster; Terreininspectie;

4

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

•

Luchtfoto’s.

Hieronder is een beschrijving gegeven van de meest relevante informatie die het historisch onderzoek heeft opgeleverd. Archiefonderzoek opdrachtgever en Omgevingsdienst regio Utrecht Op basis van de beschikbare informatie kan gesteld worden dat er geen (asbest)verdachte activiteiten en gebeurtenissen hebben plaatsgevonden op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving, zoals verwoord in paragraaf E.2.2. van bijlage E, behorende bij de NEN 5707/C2:2017. Op de onderzoekslocatie en/of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden bodemonderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken zijn weergegeven in onderstaande tabel. De eerdergenoemde onderzoeksrapportages van Econsultancy zijn niet in deze tabel opgenomen, maar worden afzonderlijk beschreven aangezien deze de basis vormen voor de gehanteerde onderzoeksopzet voor onderhavig onderzoek. De onderzoeksrapportages van Econsultancy zijn, voor de volledigheid, dan ook als bijlage 10 bijgevoegd. Tabel 2 Overzicht reeds uitgevoerde bodemonderzoeken Documentgegevens

Samenvatting resultaten en conclusies

Onderzoekslocatie Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Soort onderzoek: Verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek Uitvoerend bureau: Econsultancy Referentienummer: 14948.001 Datum: 16 november 2021

Zie elders in dit hoofdstuk.

Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Soort onderzoek: nader en aanvullend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest Uitvoerend bureau: Econsultancy Referentienummer: 14948.007 Datum: 22 juli 2022

Zie elders in dit hoofdstuk.

Omgeving onderzoekslocatie (maximaal 25 m afstand van onderzoekslocatie) Locatie: Randdijkse bosjes Soort onderzoek: Verkennend (water-) bodemonderzoek Uitvoerend bureau: RPS BCC Referentienummer: NC926.1002/03 Datum: 9 december 2009

Aanleiding: het onderzoek was uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling Analytisch gedempte sloot: de sloot was licht verontreinigd met PAK Analytisch waterbodem aangrenzende sloot: het slib uit de sloot (waterbodem) was verspreidbaar op aangrenzende percelen en toepasbaar op landbodem (klasse industrie) en onder water (klasse A/B)

Calamiteiten Uit de historische informatie blijkt dat er in 2002 een brand heeft gewoed op de onderzoekslocatie, waarbij een deel van de bestaande loodsen is verwoest. De brand is geblust door de brandweer, de gebruikte blusmiddelen zijn onbekend gebleven. Door Econsultancy is aanvullend aandacht besteed aan de locatie van de brand. De verwachting ten aanzien van de aanwezigheid van archeologische waarden is laag. De verwachting ten aanzien van de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven is laag. Asbestinventarisatie Er zijn zover bekend is in het verleden geen asbestinventarisaties uitgevoerd op de onderzoekslocatie.

5

5

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

Opdrachtgever De opdrachtgever heeft 2 onderzoeksrapportages aangeleverd met betrekking tot de ontwikkelings-/ onderzoekslocatie. Deze rapportages zijn hieronder kort samengevat beschreven, de volledige rapportages zijn als bijlage 10 bij dit rapport gevoegd. • •

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem en puin; Econsultancy, rapportnr. 14948.001, d.d. 16-11-2021 Nader en aanvullend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem; Econsultancy, rapportnr. 14948.007, d.d. 22-07-2022.

Verkennend bodemonderzoek (november 2021) Het verkennend bodemonderzoek had betrekking op de huidige ontwikkelingslocatie (Randdijk 21 IJsselstein) en het naastgelegen perceel (thans in gebruik als park). Voor de ontwikkelingslocatie zijn alleen de deellocaties A (bedrijventerrein zuidelijk deel), B (afgebrande schuur), C (loods) en D (gedempte sloot) relevant. De overige deellocaties zijn gesitueerd ter plaatse van het park (ten noorden van ontwikkelingslocatie). Deellocatie A: De verdachte laag was licht verontreinigd met cadmium, lood, nikkel, minerale olie, PCB en PAK. De ondergrond was plaatselijk licht verontreinigd met nikkel. Het grondwater was licht verontreinigd met barium en naftaleen. Deellocatie B: De verdachte laag was licht verontreinigd met kwik, nikkel en PAK. In de verdachte laag zijn tevens licht verhoogde gehalten aan PFOS en PFOA boven de detectielimiet aangetroffen. Getoetst aan het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” voldeed de onderzochte verdachte laag voor de parameter PFOS en PFOA op indicatieve basis aan de kwaliteitsklasse “Landbouw/Natuur”. Deellocatie C: Plaatselijk was de verdachte laag licht verontreinigd met verschillende zware metalen, minerale olie, PCB en PAK. De verdachte laag ter plaatse van boring C04 (traject: 0,30-0,60 m -mv) was sterk verontreinigd met nikkel.

Ter plaatse van boring C09 (traject: 0,00-0,50 m -mv) was de verdachte laag matig verontreinigd met PAK. De ondergrond was plaatselijk licht verontreinigd met nikkel. Het grondwater was licht verontreinigd met barium. Deellocatie D: De ligging van de gedempte sloot was middels boringen niet geïdentificeerd. Er weren geen bijmengingen aangetroffen die wijzen op het feit dat de sloot gedempt is met afval. Conclusies en aanbevelingen: Ten behoeve van het veldwerk is ter plaatse van de boringen/gaten de begroeiing op deellocatie A gesnoeid. Gezien het feit dat enkel de te onderzoeken plekken gesnoeid zijn, is niet uit te sluiten dat er onder de overige begroeiing mogelijk lokaal verdachte (deel)locaties aanwezig zijn. Hierdoor is besloten om niet direct aanvullend onderzoek te verrichten. Econsultancy adviseerde daarom om op termijn de volledige begroeiing van de locatie te verwijderen en een aanvullend milieuhygiënisch vooronderzoek uit te voeren en indien noodzakelijk een verkennend onderzoek en/of een verkennend onderzoek asbest in bodem/puin uit te voeren. Voor de sterke nikkelverontreiniging ter plaatse van deellocatie C had Econsultancy geen verklaring. Econsultancy adviseerde om op termijn de aard en de omvang van de vastgestelde nikkelverontreiniging ter plaatse van boring C04 nader te onderzoeken.

Ter plaatse van gat A06 (ASB-MA5) overschreed het indicatieve asbestgehalte ruim de interventiewaarde. Het indicatieve asbestgehalte van gat A23 (ASB-MMA3) overschreed de helft van de interventiewaarde. Econsultancy adviseerde om ter plaatse van deze gaten op termijn (na verwijdering begroeiing) een nader onderzoek asbest in bodem uit te voeren. Nader en aanvullend bodemonderzoek (juli 2022) Het nader en aanvullend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem is uitgevoerd naar aanleiding van de onderzoeksresultaten van het verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem en puin. Tijdens het verkennend (bodem)onderzoek zijn een aantal verontreinigingssituaties waargenomen, die nader/aanvullend onderzocht dienden te worden. Tevens

6

6

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

heeft de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) geadviseerd enkele terreindelen aanvullend/nader te onderzoeken: • sterke verontreiniging met nikkel in de bovengrond (boring C04); • druppelzone(s) loods met voormalig asbestverdacht dak; • bovengrond voormalige volkstuinen; • bovengrond (voormalige) opslag auto’s/afval/dumpingen/etc. Nader bodemonderzoek nikkel: De sterke nikkelverontreiniging in de grond kon op grond van het nader bodemonderzoek op de onderzoekslocatie verticaal als afgeperkt en horizontaal als deels afgeperkt worden beschouwd en werd geraamd op circa 35 m². Horizontaal was de verontreiniging nog niet afgeperkt in westelijke en zuidelijke richting. Het gehele geval van bodemverontreiniging was, in verband met aanwezige (puin)verhardingen en bebouwing, echter niet bepaald. De verontreiniging is niet tot aan de Achtergrondwaarde afgeperkt. De sterke nikkelverontreiniging in de grond bevond zich in de kern van de verontreiniging vanaf circa 0,1 m -mv tot maximaal 1,4 m -mv. Op basis van de bekende gegevens bedroeg de totale omvang van de sterke nikkelverontreiniging op de locatie circa 50 m³. In het mengmonster van de grond zijn geen verhoogde gehalten aan PFAS aangetoond. In het grondwater ter plaatse van de kern van de verontreiniging is eveneens een sterk verhoogde concentratie nikkel aangetoond.

Hoogstwaarschijnlijk heeft de nikkelverontreiniging in het grondwater een relatie met de verontreiniging in de grond. Een herbemonstering van het grondwater of een afperkend grondwateronderzoek had niet plaatsgevonden. Deellocatie I bouwvoor voormalige volkstuinen: In de zintuiglijke schone bovengrond (bouwvoor) zijn geen verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen (OCB) aangetoond. De hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie I als "verdacht" ten aanzien van bestrijdingsmiddelen (OCB) diende te worden beschouwd, werd op basis van de onderzoeksresultaten verworpen. Opgemerkt werd dat de afvalhoudende laag (boring I08) zich nabij een mogelijke stortplek bevindt, die tijdens voorgaande onderzoeken (deels) is vastgesteld ten oosten van de schuren. Mogelijk is deze stortplek groter van omvang dan bekend. Deellocatie J bovengrond vml. opslag auto’s/afval/dumpingen/etc.: In de matig puinhoudende bovengrond zijn een matig verhoogd gehalte aan PAK en licht verhoogde gehalten nikkel, lood, zink en minerale olie aangetoond. In de zintuiglijk schone bovengrond zijn plaatselijk licht tot matig verhoogde gehalten nikkel en verder licht verhoogde gehalten kobalt, kwik, zink, minerale olie en/of PAK aangetoond. De lichte tot matige verontreinigingen zijn vermoedelijk te relateren aan (voormalige) activiteiten op de onderzoekslocatie.

Geadviseerd werd de aangetoonde matige verontreinigingen met nikkel en PAK nader te onderzoeken. Deellocatie H: druppelzone loods met vml. asbestverdacht dak: In de bodem zijn zintuiglijk in de fractie > 20 mm geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In het (in het veld niet gezeefde) mengmonster is analytisch asbest in de fractie < 20 mm boven de detectiegrens aangetoond. Het betreft chrysotiel asbest. Het verhoogde asbestgehalte was, gelet op de analyseresultaten, hoogstwaarschijnlijk te relateren aan de aanwezigheid van (een of enkele) vezels in het grondmengmonster. In de toplaag is een licht verhoogd gehalte aan PCB aangetoond. De lichte PCBverontreiniging in de druppelzone is vermoedelijk te relateren aan een PCB-houdende coating van de voormalige asbestverdachte daken. Conclusie en aanbevelingen: Geadviseerd werd om op termijn, na de sloop van de huidige bebouwing en verhardingen, aanvullend bodemonderzoek uit te laten voeren om de sterke verontreiniging met nikkel in de grond en het grondwater nader af te perken. In hoeverre er aanleiding bestaat tot nader bodemonderzoek is afhankelijk van het toekomstige gebruik van de locatie en de daaraan gekoppelde saneringsdoelstelling.

Econsultancy adviseerde om op termijn, na de sloop van de huidige bebouwing en het verwijderen van de sterke begroeiingen/verhardingen/opslag materialen (waaronder afval), aanvullend bodemonderzoek uit te voeren naar de geconstateerde matige verontreinigingen met nikkel en PAK in de bovengrond. Tevens werd geadviseerd om ter plaatse van de, door de ODRU

7

7

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

aangegeven, asbestverdachte terreindelen (deellocatie I en J) en de tijdens voorgaand verkennend onderzoek geconstateerde asbestverontreiniging ter plaatse van gat A23, een aanvullend/nader asbestonderzoek uit te laten voeren. Terreininspectie Tijdens de terreininspectie zijn diverse asbestverdachte objecten aangetroffen, namelijk: • (voormalig) asbestverdacht dak (van de schuur) • Asbestverdacht plaatmateriaal op het maaiveld Daarnaast zijn tijdens de terreininspectie meerdere vaten met mogelijk bodembedreigende componenten aangetroffen. Bodemkwaliteitskaart Bij de Omgevingsdienst regio Utrecht is een bodembeheersplan met kwaliteitskaart (achtergrondwaarden) vastgesteld om de hergebruiksmogelijkheden van de grond te bepalen. Het grondgebied van de gemeente is daartoe verdeeld in bodemkwaliteitszones. Per bodemkwaliteitszone is voor bepaalde stoffen het achtergrondgehalte vastgesteld. Het terrein is ingedeeld in zone ‘bebouwing 1/1’. Hiervan is de kwalificatie voor de bovengrond licht verontreinigd met cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel, zink, kobalt, PAK, minerale olie en PCB. De kwalificatie van de ondergrond is licht verontreinigd met cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel, kobalt, PAK en PCB. De betreffende achtergrondgehalten zijn opgenomen in bijlage 12.

PFAS componenten In het kader van het historisch vooronderzoek is tevens gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van PFAS componenten in de grond en het grondwater. Hierbij is voornamelijk gebruik gemaakt van het document ‘Een handelingskader voor PFAS’ van het Expertisecentrum PFAS (uitgavedatum 25 juni 2019). In het genoemde document is een lijst van bedrijfsactiviteiten opgenomen waar PFAS is/ wordt gebruikt. Deze lijst is als bijlage 11 bij deze rapportage gevoegd. In de tabel is weergegeven hoe groot de kans is dat PFAS componenten, als gevolg van de activiteiten, in het milieu terecht gekomen zijn. Indien blijkt dat één of meerdere van de, in de tabel genoemde, bedrijfsactiviteiten op of nabij de locatie aanwezig zijn of zijn geweest, kan niet worden uitgesloten dat PFAS componenten aanwezig zijn in de bodem (grond, grondwater) op de huidige onderzoekslocatie en wordt aanbevolen het gehanteerde analysepakket voor grond en grondwater uit te breiden met PFAS componenten. Uit de historische informatie blijkt dat géén van de bedrijfsactiviteiten, genoemd in de lijst van het Expertisecentrum PFAS, op of in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie aanwezig is (geweest). Er kan dan ook worden gesteld dat er op of nabij de onderzoekslocatie geen aantoonbare bron van PFAS aanwezig is geweest. Asbestkansenkaart Voor de gemeente IJsselstein is geen asbestkansenkaart opgesteld.

Indicatief waterbodem Aan de zuidzijde van de ontwikkelingslocatie is een sloot met geringe breedte aanwezig. Uit de ontwikkelingsplannen (in concept) blijkt dat (een deel van) de sloot mogelijk gedempt gaat worden in het kader van de ontwikkelingen. In voorbereiding hierop is (indicatief) inzicht in de kwaliteit van de waterbodem gewenst. De sloot wordt indicatief onderzocht, op basis van een lintvormig water. Er is geen nadere informatie verkregen aangaande de aanwezigheid van (punt)bronnen op en in de omgeving van de sloot. Puntbronnen kunnen een mogelijke invloed hebben op de geohydrologische en/of waterhuishoudkundige situatie.

8

8

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

Conclusie historische gegevens Op basis van de beschikbare historische gegevens, en met name de onderzoeksrapportages van Econsultancy (2021, 2022), is door SGS Search geconstateerd dat er nog diverse onduidelijkheden zijn die nader onderzocht dienen te worden in voorbereiding op de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Het betreft de volgende onderdelen: • Verkennend onderzoek asbest in grond: ten tijde van de voorgaande onderzoeken is op een beperkt deel van de locatie een verkennend onderzoek asbest in grond uitgevoerd. Onder de bestaande bebouwing, alsmede ter plaatse van de overwoekerde terreindelen, is echter nog geen onderzoek uitgevoerd. Dit dient alsnog uitgevoerd te worden. • Nader onderzoek asbest in grond: uit het verkennend onderzoek asbest in grond (Econsultancy, november 2011) blijkt ter plaatse van gat A06 en A23 de grenswaarde voor nader onderzoek overschreden te worden. Een nader onderzoek asbest in grond (NEN5707) dient dan ook uitgevoerd te worden. • Aanvullend verkennend bodemonderzoek: ten tijde van het onderzoek door Econsultancy was een deel van het terrein niet onderzocht, vanwege de aanwezige overwoekering (voornamelijk zuidelijk en oostelijk deel van het terrein). Aanvullend verkennend bodemonderzoek dient alsnog uitgevoerd te worden, nadat de begroeiing is verwijderd.

• Druppelzone loods: ten tijde van het verkennend asbest in grond onderzoek door Econsultancy is geen SEM analyse uitgevoerd (vereiste bij onderzoek binnen een druppelzone). Dit dient alsnog uitgevoerd te worden. Onderzoek naar PCB is reeds door Econsultancy uitgevoerd, en hoeft niet opnieuw gedaan te worden. • Op de onderzoekslocatie is een sterke verontreiniging met nikkel in de grond en grondwater aangetroffen. De aard en omvang is nog niet volledig in kaart gebracht, een nader onderzoek 2e fase (NTA5755) dient nog uitgevoerd te worden. • Tijdens het verkennend bodemonderzoek door Econsultancy (november 2021) is zeer beperkt onderzoek gedaan naar de diepere bodemlagen (dieper dan 1,0 m-mv). Omdat men voornemens is om op een belangrijk deel van de locatie tot 2,0 m-mv te graven i.v.m. de halfverdiepte parkeerkelder, is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de grond tussen 1,0 en 2,0 m-mv wenselijk. • Mogelijk wordt, in het kader van de herontwikkeling, het zuidelijk deel van de watergang gedempt. Hiertoe is het (indicatief) vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem wenselijk. Ten behoeve van de invulling van de eerder genoemde onderzoeksopgave, zullen de navolgende onderzoekswerkzaamheden worden uitgevoerd. I. Verkennend onderzoek asbest in grond: overwoekerd terreindeel (gele contour, ca. 3.500 m2) II.

Verkennend onderzoek asbest in grond: bebouwd terreindeel (oranje contouren, resp. ca. 2.000 m2 en 150 m2) III. Nader onderzoek asbest in grond: voormalige proefgaten A06 en A23 (rode contouren) IV. Verkennend bodemonderzoek: overwoekerd terreindeel (gele contour, ca. 3.500 m2) V. Nader onderzoek asbest in grond: druppelzone loods (magenta, ca. 60 m1) VI. Verkennend bodemonderzoek: bodemlaag 1,0 – 2,0 m-mv (blauwe contour, ca. 4.600 m2), in combinatie met verkennend bodemonderzoek onder bestaande bebouwing VII. Nader bodemonderzoek (2e fase): nikkelverontreiniging (grond en grondwater) (groene contour) VIII. Indicatief onderzoek waterbodem (lichtblauwe contour) De diverse contouren zijn weergegeven in figuur 1 (elders in deze rapportage), de ligging van de verschillende deellocaties is eveneens weergegeven in de situatietekeningen in bijlage 2. 2.5. Huidig en toekomstig gebruik De locatie is momenteel in gebruik als woon- en werklocatie. Het terrein is deels bebouwd. Het onbebouwde terrein is deels onverhard en deels verhard met beton, klinkers, tegels en puin. In de omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich woningen, één natuurvoorziening en openbare weg. De onderzoekslocatie is gelegen in een natuur en stedelijk gebied en ligt binnen het 100-jaaraandachtsgebied (buitenste schil) van een grondwaterbeschermingsgebied.

9

9

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Randdijk 21 te IJsselstein Opdrachtgever: Van Arnhem bouwgroep Projectnummer: 25.23.00212

De ligging van mogelijk verdachte plaatsen/activiteiten is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. In de nabije toekomst wordt de locatie herontwikkeld tot een woongebouw met ondergrondse (halfverdiepte) parkeergarage. 2.6. Geohydrologische situatie De geohydrologische situatie met betrekking tot de onderzoekslocatie en de directe omgeving is weergegeven in onderstaande tabellen. Figuur 2 Verticale doorsnede van de lithostratigrafie. De locatie ligt op 1,22 km vanaf punt A

Toelichting legendacode: Letters 1-2 = Laagcode; Letter 3 = Dominante textuur; Cijfer = Eenheidsnummer

Tabel 3

Algemene hydrologische informatie

Hoogte maaiveld [m+NAP]

Freatisch grondwater t.o.v. maaiveld [m]

Stromingsrichting

0,50

-0,50

Noordoostelijk

Tabel 4

Nadere informatie per lithostratigrafische eenheid

Laagnummer

Van [m+NAP]

Tot [m+NAP]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14459406/1