Bijlage 2b Reactie belangrijkste zienswijzen
Tekst van het document
MEMO Verwerking zienswijzen en reacties IRP 15 September 2021 De 16 gemeenteraden hebben hun zienswijzen gedeeld. Uit de zienswijzen blijkt waardering voor het werk dat er ligt en de constatering dat de regio ver is met het gezamenlijk optrekken in het REP. Deze zienswijzen zijn zoveel als mogelijk verwerkt in het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). • • •
Per zienswijze is een reactie geformuleerd in een separaat overzicht; Tijdens de zomerperiode (begin juli – begin september) is een aantal onderwerpen uit de zienswijzen inhoudelijk bediscussieerd en nader ingevuld in het IRP op basis van ambtelijke reacties en bestuurstafels; De belangrijkste (generieke) wijzigingen worden samengevat in dit memo.
1. Integratie van het thema energie in het Integraal Ruimtelijk Perspectief Uit de zienswijzen: Oproep vanuit zienswijzen om de zoekgebieden in de RES integraal op te nemen in het IRP. Verwerking in IRP: - De conclusie dat het verwerken van de energieopgave uit de RES (tot 2030) in de zoekgebieden mogelijk is - Het expliciet benoemen dat de energieopgave tot 2030 is ingevuld en dat tot 2040 (en 2050) dus een aanvullende opgave is die op langere termijn kan worden ingevuld - De zoekgebieden uit de RES zijn verwerkt in o Een thematisch kaartbeeld in het thematische hoofdstuk over energie o Hetzelfde thematische kaartbeeld in het hoofdstuk “toekomst op de kaart” o Een projectie van de zoekgebieden op de perspectiefkaart 2040 als “kalkblad” over de perspectiefkaart - Het schematisch illustreren van de orde van grootte van het gebied dat binnen de zoekgebieden daadwerkelijk nodig is voor energieopwekking (zon) - Het in ieder deelgebied benoemen dat er een opgave is voor de uitwerking van de zoekgebieden en dat daarbij koppelkansen liggen met o.a. de landschapsopgave Wat niet is overgenomen: - Niet opgenomen: ordenings- en inrichtingsprincipes voor zonnevelden en windturbines als illustratie uit het onderzoek van LandID.
Dit zou meer sturing geven aan het invullen vaan zoekgebieden, maar aangezien dit geen volwaardig onderdeel van de RES (het is een bijlage) die niet wordt vastgesteld, is het niet logisch om deze in het IRP wel op te nemen. - Niet opgenomen: Een aantal gemeenten heeft op lokaal niveau voortschrijdend inzicht over zoeklocaties en gemaakte keuzes t.o.v. de concept-RES. Indien deze 1
lokale wijzigingen in de RES worden vastgelegd kan op termijn het IRP hierop worden aangepast. Dit zorgt ervoor dat de inhoud van de concept RES en het IRP op dit moment gelijk is, en dat de discussie over lokale aanpassingen alleen gevoerd wordt aan de bestuurstafel KNR.
2. Keuzes over regionale bedrijventerreinen Uit de zienswijzen: Gesignaleerd wordt dat de redeneerlijn over bedrijventerreinen nog niet af was (versie juni 2021). Er was nog onvoldoende zekerheid over (zoek)locaties voor functioneel grootschalige regionale bedrijventerreinen. Verwerking in het IRP; - Het belang dat lokaal ruimte blijft voor uitbreiding van bedrijventerreinen zodat schuifruimte op bedrijventerreinen ontstaat voor de verdichting is extra benadrukt. - Op korte termijn moet voor de regionale grootschalige opgave gezocht worden naar locaties die ruimte bieden. Daarvoor zijn uitbreiding van bestaande terreinen benoemd in Vijfheerenlanden en bij Mijdrecht. - Voor de langere termijn moet gezocht worden naar vernieuwende bedrijventerreinen (4.0) waarbij combinaties van functies gezocht worden (meervoudig ruimtegebruik). Dit is een opgave om te onderzoeken door een aantal gemeenten in het kader van de ontwikkeling van een aantal regiopoorten. Aan de A2 en A12 corridors. Precieze locaties zijn daarbij niet benoemd. - De koppeling tussen regionale functioneel grootschalige bedrijventerreinen en drie regioknopen wordt beter omschreven. Het gaat niet om de directe stationsomgevingen, waar de druk op de ruimte hoog is, maar om de bredere invloedssfeer van de regioknopen (op enige afstand van). 3.
De haalbaarheid van het IRP, met speciale aandacht voor de groenopgave Uit de zienswijzen: Stapelen we niet teveel ambities op elkaar? Maken we onze projecten niet onhaalbaar? Wat als we de groenopgave zo ambitieus maken zonder dat we hier financiële dekking voor hebben, wat roepen we dan over onszelf af aan te maken investeringen? Deze vragen komen in verschillende vormen terug vanuit de zienswijzen. Eind juli: verwerking in het IRP; - Dit onderwerp is in het hoofdstuk uitvoeringsstrategie verder uitgewerkt. Daarin is van de paragraaf investeringsstrategie een separaat hoofdstuk gemaakt. - Hierin wordt aangegeven dat het haalbaarheidsvraagstuk breder is dan alleen voor de groenopgave. Dit geldt voor alle thema’s. - Binnen het thema groen wordt verwezen naar het programma Groen Groeit Mee en wordt onderscheid gemaakt in verschillende soorten investeringen: o Groen-blauwe verbindingen op regionaal schaalniveau 2
-
-
o Landschappelijke opgaven gekoppeld aan verstedelijking o Landschappelijke opgaven gekoppeld aan opgave landelijk gebied, energie en vitale kernen o Zelfstandige/onafhankelijke natuuropgaven, met vaak al een financieringsbron Er is een voorbeelduitwerking opgenomen voor groen in de stedelijke omgeving, waarin verschillende strategieën worden benoemd hoe om te gaan met de uitdagingen van de groenopgave. Het belangrijkste werk in dit haalbaarheidsvraagstuk zal worden geadresseerd in de vervolgfase.
4. De reikwijdte van de redeneerlijn over Vitale Kernen Uit de zienswijzen: Vitaliteit moet altijd kunnen. Maar tegelijkertijd verbindt het IRP er ook weer voorwaarden aan, met name op het gebied van mobiliteit en landschap. Waar ligt precies de balans, en hoe kunnen we dit juist benaderen vanuit koppelkansen? Verwerking in het IRP: - De formuleringen rond vitale kernen zijn in het IRP aangepast om recht te doen aan de zienswijzen. Dit gaat om kleine aanpassingen en het vergroten van de consistentie tussen de redeneerlijn en de uitwerking in deelgebieden. - In de antwoorden op de zienswijzen over OV in het landelijk gebied wordt verwezen naar het Toekomstbeeld OV, maar ook worden kansen benoemd voor snellere en directere OV-lijnen. Toegevoegd is dat het de insteek van de regio is om met Provincie en waar nodig andere overheden in gesprek te gaan over wat er nodig is in de relatie tussen vitale kernen en OV-bereikbaarheid. - In het IRP is een toevoeging gedaan dat binnen de vitale kernen de plekken die met goed OV ontsloten zijn logische plekken zijn om als eerste te kijken naar verdere verstedelijking (voor zover dat passend is binnen de kernen en het landschap). Dit op initiatief van een zienswijze vanuit de Gemeente De Ronde Venen. - Het voorstel om een gebiedsuitwerking voor vitale kernen op te starten is meegenomen in de uitvoeringsstrategie en het Plan van Aanpak Fase 4.
5. De samenhang tussen regiopoorten Uit de zienswijzen: De regiopoorten hangen met elkaar samen doordat ze gekoppeld zijn aan een mobiliteitsnetwerk en in een aantal gevallen ook omdat ze dichtbij elkaar liggen. Bijvoorbeeld bij Houten, Bunnik en Driebergen-Zeist. Als de ontwikkeling van de regiopoorten alleen vanuit hun functie als knoop wordt opgepakt dan is er de kans dat dit gezamenlijk niet de beste oplossing geeft Verwerking in het IRP - Deze samenhang is meegenomen in het Plan van Aanpak Fase 4 voor vervolg en de uitwerking van het knooppuntenprogramma 3
6. Positionering IRP en samenhang met andere schaalniveaus en regio’s Uit de zienswijzen: Hoe positioneren we het IRP in het krachtenveld waarbij lokale autonomie over plannen leidend is. En hoe spreken we elkaar aan op de uitvoering? Wordt er regie gevoerd op consistentie van lokale initiatieven op het IRP? Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor hoe het IRP zich verhoudt tot andere regio’s, zoals de MRA, het Groene Hart, etc. Verwerking in het IRP: - In het inleidende hoofdstuk is dit nog iets sterker omschreven en ook in de directe beantwoording zienswijzen zal dit worden opgenomen. - De conclusie is dat Het Rijk, de Provincie, de Regio en de Gemeenten op vrijwel dezelfde manier kijken naar de toekomst van de regio. Dit is een unieke en kansrijke uitgangspositie. Zo is gesuggereerd om een “cassette” te maken met daarin Utrecht Nabij, de POVI en het IRP. - In de laatste versie (september) is een column van Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving Wouter Veldhuis als bijlage opgenomen, over deze consistentie, met een oproep om deze consistentie en ambitie door de schaalniveaus vast te houden en te bewaken. - Positionering van het IRP ten opzichte van Utrecht Nabij en POVI wordt geïllustreerd met een schema. 7. Redactioneel Uit de zienswijzen: Oproep om nog eens goed te kijken naar leesbaarheid van het stuk.
Verwerking in het IRP: - De volledige tekst en het beeldmateriaal is door een eindredacteur doorgenomen. Dit leidt tot verdere verduidelijking van de structuur van het IRP en zorgt voor het wegnemen van inconsistenties en redactionele fouten. - Het beeldmateriaal wordt beter geduid en gepositioneerd: dubbelingen worden verwijderd en bij beeldmateriaal wordt duidelijker gemaakt wat IRP beelden zijn, wat beelden zijn van andere plandocumenten en welke beelden volgen uit de onderzoeken per pijler.
4