CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Rapport sturingsmogelijkheden financieel ravijn

Raadsvergadering 6 maart 2025, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel ravijnjaar13.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport financieel ravijn 6 september 2024 1

Voorwoord Aan het college van IJsselstein, De financiële positie van de gemeente IJsselstein staat onder druk. De belangrijkste oorzaak hiervan is de geplande korting door de rijksoverheid op het gemeentefonds vanaf 2026. Daarnaast zal de verwachte herverdeling van het gemeentefonds negatieve gevolgen hebben voor onze gemeente. Ook heeft de gemeente te maken met kostenstijgingen die het gevolg zijn van marktomstandigheden. Dit zorgt ervoor dat wij als organisatie vanaf 2026 geen sluitende begroting meer kunnen opstellen zonder omvangrijke maatregelen te nemen. 2026 wordt daarom ook wel het ‘ravijnjaar’ genoemd. Wij hopen dat het rijk met structurele oplossingen hiervoor komt en via de Vereniging Nederlandse Gemeenten roepen wij het rijk hiertoe op. In de tussentijd moeten wij ons zo goed mogelijk op het ravijnjaar voorbereiden. Onze financiële uitgangspositie is goed, maar de opgave is groot. U heeft de ambtelijke organisatie de opdracht gegeven om voorbereidingen te tre en en sturingsmogelijkheden in kaart te brengen om het ravijn te dichten. Bij sturingsmogelijkheden kan het gaan om het verlagen van uitgaven of het verhogen van inkomsten. Zowel in voorzieningen als in onze eigen organisatie. In de eerste helft van 2024 heeft de ambtelijke organisatie een inventarisatie uitgevoerd van de sturingsmogelijkheden op al onze activiteiten.

De uitkomsten presenteren wij in dit rapport. Wij benadrukken dat deze inventarisatie objectief is uitgevoerd. Dat wil zeggen, los van enige politieke richting of voorkeuren. Dit betekent dat sturingsmogelijkheden feitelijk worden weergegeven en dat alle sturingsmogelijkheden die zijn gevonden ook in dit rapport zijn opgenomen. Ook wanneer dit als zeer onwenselijk gezien kan worden, botst met bestaand beleid of andere negatieve gevolgen kan hebben. We besteden bij sturingsmogelijkheden aandacht aan (maatschappelijke) gevolgen en risico’s omdat het van belang is dit mee te wegen bij politieke besluitvorming. Ook dit is een feitelijke weergave. We doen hierbij geen uitspraak of de mogelijke maatregelen wenselijk of verstandig zijn. Het rapport bevat dus geen adviezen. Deze inventarisatie is tot stand gekomen door inzet van budgetbeheerders, financieel adviseurs, concerncontroller en teamleiders. Het rapport heeft als doel om de politieke besluitvorming over mogelijke maatregelen te faciliteren. Het is dan ook voor intern gebruik en niet geschikt voor andere doeleinden. Uiteraard zijn wij beschikbaar om verdere toelichting op dit rapport te geven en gaan wij graag het gesprek aan hoe wij u in het verdere proces kunnen ondersteunen. IJsselstein, 6 september 2024 Wilma van de Werken Gemeentesecretaris

2

Inhoud Voorwoord ............................................................................................................................................................................................ 2 Inhoud ..................................................................................................................................................................................................... 3 Samenvatting .................................................................................................................................................................................... 5

Toelichting tabellen en categorieën ................................................................................................................................... 5 Totaaloverzicht per programma ........................................................................................................................................... 6 Tabel 1 – Totaaloverzicht inkomsten per programma .................................................................................................... 6 Tabel 2 – Totaaloverzicht kosten per programma ........................................................................................................... 6 Grootste sturingsmogelijkheden........................................................................................................................................... 7 Leeswijzer ......................................................................................................................................................................................... 8 1.

Financieel perspectief ...................................................................................................................................................... 9

Tabel 5 – Financieel perspectief 2026 – 2029 ................................................................................................................. 9 Bezuiniging gemeentefonds .................................................................................................................................................... 9 Herijking gemeentefonds .......................................................................................................................................................... 9 2.

Proces en uitgangspunten ............................................................................................................................................ 11

Opzet rapport ................................................................................................................................................................................. 11 Categorieën ..................................................................................................................................................................................... 11 Niet beïnvloedbare kosten ..................................................................................................................................................... 12 3.

Uitkomsten .............................................................................................................................................................................. 14

Programma 1 – Bestuur en organisatie ............................................................................................................................ 14 Tabel 6 – Overzicht inkomsten programma 1 ................................................................................................................... 14 Tabel 7 – Overzicht kosten programma 1 ........................................................................................................................... 14 Programma 2 – Openbare orde en veiligheid ............................................................................................................... 16 Tabel 8 – Overzicht inkomsten programma 2 ................................................................................................................. 16 Programma 3 – Wonen en ruimte......................................................................................................................................... 17 Tabel 9 – Overzicht inkomsten programma 3 .................................................................................................................. 17 Tabel 10 – Overzicht kosten programma 3 ........................................................................................................................

17 Programma 4 – Onderwijs, sport en cultuur ................................................................................................................. 21 Tabel 11 – Overzicht inkomsten programma 4 ................................................................................................................. 21 Tabel 12 – Overzicht kosten programma 4 ....................................................................................................................... 21 Programma 5 – Inkomen, jeugd en Wmo ........................................................................................................................ 26 Tabel 13 – Overzicht inkomsten programma 5 ............................................................................................................... 26 3

Tabel 14 – Overzicht kosten programma 5 ...................................................................................................................... 26 Programma 6 – Overhead ...................................................................................................................................................... 30 Tabel 15 – Overzicht inkomsten programma 6 ............................................................................................................... 30 Tabel 16 – Overzicht kosten programma 6 ....................................................................................................................... 30 Programma 7 – Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................................. 33 Tabel 17 – Overzicht inkomsten programma 7 ............................................................................................................... 33 Tabel 18 – Overzicht kosten programma 7 ....................................................................................................................... 33 4.

Risico’s, onzekerheden en kansen ....................................................................................................................... 35

Tot slot ................................................................................................................................................................................................ 38

4

Samenvatting Wij hebben de inventarisatie afgerond en geven in dit rapport een totaaloverzicht van sturingsmogelijkheden die uit de inventarisatie zijn gebleken. De leeswijzer hieronder geeft aan hoe het rapport is opgebouwd. In deze samenvatting geven wij een overzicht van de belangrijkste sturingsmogelijkheden en een totaaloverzicht per programma en per portefeuillehouder. De sturingsmogelijkheden worden verder toegelicht in hoofdstuk 3.

Toelichting tabellen en categorieën Alle budgetten zijn opgedeeld in vier categorieën. Categorie A en B geven de sturingsmogelijkheden weer. Voor categorie A geldt dat de gevolgen en risico’s van de maatregel als relatief laag worden ingeschat en voor categorie B hoog. Categorie C zijn budgetten waarvan het niet reëel is dat deze geschrapt kunnen worden en in categorie D staan budgetten die gebruikt worden voor de uitvoering van wettelijk verplichte taken. Voor de inkomstentabellen geldt dat de totaalkolom de begrote inkomsten weergeeft voor 2026. Onze huidige inkomsten zijn opgenomen in kolommen C en D en tellen op tot het totaal. In kolommen A en B staan de mogelijkheden voor extra inkomsten. Voor de kostentabellen geldt dat de totaalkolom de begrote kosten weergeeft voor 2026. Iedere Euro is ingedeeld in één van de categorieën waardoor het totaal optelt tot onze huidige begrote kosten. Wij verwijzen naar hoofdstuk 2 voor verdere toelichting op de uitgangspunten en gebruikte categorieën.

5

Totaaloverzicht per programma De twee onderstaande tabellen geven een volledig overzicht van de budgetten en sturingsmogelijkheden per programma, uitgesplitst naar inkomsten en kosten. Tabel 1 – Totaaloverzicht inkomsten per programma

Inkomsten

Totaal

A

B

C

D

Programma 1

471.696

0

0

59.698

411.998

Programma 2

0

0

0

0

0

Programma 3

877.013

351.269

9.313.786

11.084.311

Programma 4

20.398.097 3.232.418

50.000

0

3.187.799

44.619

Programma 5

8.960.863

0

0

1.124.460

7.836.403

Programma 6

770.735

0

0

695.735

75.000

Programma 7

68.629.762 3.497.964

3.921.810

7.348.103

61.281.659

Totaal

102.463.571 4.424.977

4.273.079

21.729.581

80.733.990

Tabel 2 – Totaaloverzicht kosten per programma

Kosten Programma 1 Programma 2

Totaal 2.715.732 4.016.476

A 54.878 7.336

B 145.814 184.436

C 1.905.238 1.567.179

D 609.803 2.257.526

Programma 3

30.738.159

843.982

930.267

19.235.574

9.928.336

Programma 4 Programma 5 Programma 6 Programma 7 Totaal

10.515.662 1.295.403 43.067.550 930.734 11.513.307 450.475 2.130.742 1.445.113 104.697.628 5.027.920

1.417.788 2.639.092 671.498 400.000 6.388.895

6.870.867 10.040.567 9.633.906 1.581.749 50.835.079

1.656.604 29.457.158 757.428 3.880 44.670.734

6

Grootste sturingsmogelijkheden Wij vatten hier de belangrijkste sturingsmogelijkheden samen. Dit zijn mogelijkheden met een waarde van minstens 0,5 miljoen Euro. Wij geven mogelijkheden in deze samenvatting gegroepeerd weer. Voor verdere toelichting verwijzen wij naar hoofdstuk 3 en de bijlage. 1. OZB - € 4,8 miljoen Het is mogelijk de OZB te verhogen. Hiermee kan maximaal 4,8 miljoen Euro aan extra inkomsten gegenereerd worden. Het maximeren van de OZB heeft grote financiële impact op inwoners. Het is ook mogelijk om voor een kleinere verhoging te kiezen. 2. Stelposten - € 4,4 miljoen Het aanpassen van stelposten in de begroting is een boekhoudkundige wijziging en leidt niet tot een verandering in werkelijke uitgaven of inkomsten. Wel kan gekozen worden om minder conservatief te begroten door bijvoorbeeld het opnemen van de verwachte inkomsten uit BTW compensatiefonds of het verlagen van de stelpost voor loon- en prijsindexatie. Daarnaast is het mogelijk om een stelpost jaarresultaat op te nemen waarmee de grenzen van de begrotingsrichtlijnen worden opgezocht. In totaal is het begrotingssaldo hiermee met 4,4 miljoen Euro te beïnvloeden. Dit brengt belangrijke risico’s en onzekerheden mee. Deze worden toegelicht in hoofdstuk 4. 3. Jeugd en Wmo - € 2,3 miljoen Het grootste deel van onze uitgaven bij jeugd en Wmo ziet toe op wettelijke open-einde regelingen.

Hier kunnen we dus niet mee stoppen. Wel is het mogelijk om de voorzieningen terug te brengen tot het absolute (wettelijk) minimum. Daarnaast geven we een aantal subsidies, bijvoorbeeld binnen het voorliggend veld. De mogelijke besparingen binnen jeugd en Wmo kennen veel onzekerheden en brengen belangrijke risico’s met zich mee. Zie hoofdstuk 3 en 4 voor verdere toelichting. 4. Sport en recreatie - € 1,5 miljoen De sturingsmogelijkheden zien vooral toe op sportaccommodaties, de exploitatievergoeding voor het zwembad en de bijdrage aan recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL). Het is mogelijk om de bijdrages aan SGL en het zwembad te stoppen. Daarnaast zien we mogelijkheden om sportaccommodaties af te stoten wat een aanzienlijke besparing op onderhoudskosten en kapitaallasten kan geven. Veel sturingsmogelijkheden op dit gebied hebben een grote impact op het niveau van sportvoorzieningen in IJsselstein. 5. Ambtelijke organisatie en overhead – € 1,1 miljoen Met name op het gebied van ICT, inhuur en overige personeelskosten liggen besparingsmogelijkheden. Het gaat hierbij om diverse applicaties, boven-formatieve inhuur en opleidingsbudgetten. Ongeveer een derde van het bedrag is realiseerbaar zonder heel grote impact. Twee derde zal grote impact hebben op onze bedrijfsvoering. 6.

Kunst en cultuur - € 1,1 miljoen De besparingsmogelijkheid op kunst en cultuur ziet voornamelijk toe op het Fulcotheater, het Museum IJsselstein en de bibliotheek. De subsidies aan het theater en het museum kunnen (op termijn) volledig gestopt worden en de bibliotheekvoorziening gereduceerd tot het wettelijk minimum. De meeste mogelijkheden hebben een grote impact op het niveau van kunst- en cultuurvoorzieningen. 7. Minimabeleid - €0,9 miljoen Wanneer we minimabeleid terugbrengen tot wat we verplicht zijn, kunnen we bijna een miljoen Euro besparen. Dit houdt in dat we de grens voor bijzondere bijstand terugbrengen naar 100% van het sociaal 7

minimum, strenger zijn in kwijtschelding, stoppen met de U-pas en de bijdrage aan stichting Leergeld beëindigen. 8. Wonen - € 0,8 miljoen De grootste besparingsmogelijkheid ziet toe op het budget voor woningbouwopgave. Dit kan gereduceerd worden of volledig geschrapt. Kosten zullen hierdoor elders verhaald moeten worden waardoor projecten moeilijker haalbaar zijn. 9. Parkeren - € 0,7 miljoen De extra inkomsten uit parkeren zijn bijna volledig te realiseren door het laten vervallen van de eerste twee uur gratis parkeren in de parkeergarages. 10. Openbare ruimte - € 0,5 miljoen De sturingsmogelijkheden zien toe op het reduceren van klein onderhoud, het verder verbeteren van de kostendekkendheid van leges en het schrappen van geplande investeringen.

Leeswijzer Het rapport is opgedeeld in de volgende hoofdstukken; 1. Financieel perspectief Hier wordt het meest actuele financiële perspectief van de gemeente toegelicht. Dit geeft een beeld van de omvang van de opgave. 2. Proces en uitgangspunten In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke wijze het proces is uitgevoerd en de belangrijke uitgangspunten hierbij. Dit is van belang om de uitkomsten juist te kunnen interpreteren. 3. Uitkomsten Per programma wordt hier eerst een totaaloverzicht van sturingsmogelijkheden gegeven. Vervolgens wordt iedere sturingsmogelijkheid van meer dan 50.000 Euro uitgewerkt waarbij ook de gevolgen op hoofdlijnen worden toegelicht 4. Risico’s en onzekerheden Sommige sturingsmogelijkheden brengen risico’s of onzekerheden met zich mee die in aard of omvang bijzonder zijn. Deze worden in dit hoofdstuk toegelicht. Risico’s en onzekerheden in dit hoofdstuk kunnen ook algemeen van aard zijn. 5. Slot Het rapport kent geen conclusies, besluiten of adviezen. In het slot wordt enkel het vervolg geschetst. Bijlage Als bijlage is de totale inventarisatielijst opgenomen. Deze lijst geeft al onze budgetten weer op het niveau van grootboekrekeningen en kostenplaatsen. In de lijst zijn de begrotingscijfers 2026 opgenomen. Ieder budget is opgedeeld in de verschillende categorieën waarbij een bestuurlijke toelichting gegeven wordt.

De categorisatie in de bijlage sluit één op één aan op de totaaloverzichten die in hoofdstuk 3 van dit rapport zijn opgenomen. De bijlage geeft aanvullend inzicht doordat ook sturingsmogelijkheden van minder dan 50.000 Euro hieruit blijken en zijn toegelicht. Ook bevat het een toelichting wanneer er in een budget geen sturingsmogelijkheden worden gezien. 8

1. Financieel perspectief Tabel 5 toont u het financiële perspectief vanaf 2026. Het tekort van ca. € 2,2 miljoen in 2026 ontstaat voornamelijk door de korting op het Gemeentefonds. Het tekort is in 2027 hoger en stabiliseert op ca. € 2,3 miljoen vanaf 2029. Aanpassingen die wij van plan zijn te doen in de begroting 2025 en die ook e ect hebben op latere jaren zijn in dit saldo meegenomen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het aanpassen van onbenutte budgetten en het herijken van stelposten. Het begrotingssaldo is exclusief het restant van de herijking van het gemeentefonds. Het lijkt er niet op dat het rijk ons op korte termijn gaat compenseren voor deze nadelen. Daarnaast verwachten we nadelen vanuit het meerjaren onderhoudsplan vastgoed, inclusief duurzaamheid ((D)MJOP). Dit plan is nu in voorbereiding en zal nog aan de raad worden voorgelegd. Het is van belang om deze kosten mee te wegen in de integrale afweging voor het ravijnjaar. Als we deze post optellen komen we tot een tekort van € 6,8 miljoen in 2027. Structureel verwachten we een tekort van ca. € 6 miljoen per jaar. Tabel 5 – Financieel perspectief 2026 – 2029 Ontwikkeling saldo begroting (bedragen x € 1.000)

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

-3.496

-4.665

-3.795

Financieel effect Meicirculaire 2024

-511

-383

-447

Financieel effect begroting 2025

1.822

1.514

2.001

Actueel saldo begroting

-2.185

-3.534

-2.241

1.954 -2.288

Risico herijking gemeentefonds

-2.680

-2.680

-2.680

-2.680

Uitkomsten (D)MJOP gebouwen

-455 -5.320

-554 -6.768

-803 -5.724

-724 -5.692

Saldo begroting

Inschatting bezuinigingsopgave

Raming 2029

-3.795 -447

Bezuiniging gemeentefonds Tot 2025 is de Algemene uitkering van het Gemeentefonds vaak met incidentele middelen verhoogd. Vanaf 2026 vervallen deze middelen weg, en ontstaat een groot tekort. Kosten en taken die in de afgelopen jaren flink zijn gestegen nemen daarentegen niet af. Hierdoor ontstaat een tekort van ca. € 2,5 miljard op het Gemeentefonds. Voor ons resulteert dit in de hierboven getoonde tekorten. Wij verwachten dat het Rijk op termijn gaat bijdragen om de disbalans tussen taken en middelen op te lossen. Helaas is deze oplossing op korte termijn nog niet in zicht. Wettelijk zijn we verplicht een structureel sluitende begroting aan te bieden. In afwachting van aanvullende rijksmiddelen zullen we dus keuzes moeten maken. De bezuinigingsmogelijkheden uit dit rapport kunnen een onderlegger vormen voor deze afweging.

Herijking gemeentefonds In 2022 is de verdeling van de Algemene uitkering gewijzigd. Voor onze gemeente viel deze herverdeling zeer nadelig uit. Omdat de e ecten van de herverdeling zo groot zijn, worden enkele aspecten hiervan verder onderzocht. In afwachting hiervan wordt vooralsnog een maximum bijstelling gehanteerd van € 37,50 per inwoner. Dit kan stijgen tot een bijstelling van € 116,75 per inwoner. Voor IJsselstein betekent dit een extra korting van bijna € 2,7 miljoen. 9

Ook al valt de herijking positiever voor ons uit, dan nog resteert naar verwachting een groot nadeel dat nog niet is opgenomen in onze begroting. Daarnaast kan de herijking in theorie zelfs nóg nadeliger uitvallen. Tot nu toe hebben we echter geen concrete signalen dat de onderzoeken het beeld voor IJsselstein veel zullen beïnvloeden. We houden er daarom rekening mee dat ook voor dit tekort (op termijn) dekking gevonden moet worden.

10

2. Proces en uitgangspunten Dit rapport moet gelezen worden als een inventarisatie van mogelijke financiële sturingsmogelijkheden. Het is nadrukkelijk geen advies. De sturingsmogelijkheden zijn op hoofdlijnen in te delen in het verhogen van inkomsten en het beperken van kosten. In dit rapport worden onderwerpen met sturingsmogelijkheden boven de € 50.000 inhoudelijk toegelicht. Hierbij wordt ingegaan op de verwachte e ecten en mogelijke risico’s bij de verschillende opties. In de bijlage wordt ook ingegaan op de overige mogelijkheden. De regie van dit project lag bij cluster Financiën. In aanvulling hierop heeft ook de concerncontroller gedurende het proces een cruciale onafhankelijk kritische rol vervuld. De input is vanuit de teams aangeleverd. Dit rapport kan gebruikt worden voor het proces van de kadernota 2026. Dit stelt uw college in staat om -indien nodig- keuzes te kunnen maken om de begroting sluitend te krijgen. De cijfers in dit rapport en in de bijlage zijn gebaseerd op de jaarschijf 2026 in de begroting 2025. Aanpassingen die via de begroting 2025 worden voorgesteld zijn dus al verwerkt in de cijfers en het financieel perspectief in hoofdstuk 1. Daarnaast zijn in het financieel perspectief tegenvallers opgenomen die we op dit moment verwachten maar die nog niet in de begroting zijn verwerkt. Dit doen we om een volledig beeld te geven van de opgave.

Nadat dit rapport definitief is kunnen wijzigingen optreden zoals circulaires, begrotingswijzigingen of andere mee- of tegenvallers. Om een volledig beeld te houden zal het dan nodig zijn dit rapport hiervoor bij te werken.

Opzet rapport Het project heeft op hoofdlijnen de volgende opzet: 1. Alle budgetten zijn besproken met de budgetbeheerder en is bepaald in welke categorieën de budgetten vallen. Hierbij is altijd het 4 ogen principe gehanteerd. Om een neutrale beoordeling te garanderen. Ook de bijbehorende risico’s zijn beschreven. 2. De opgehaalde input is door de financieel adviseurs en concerncontroller met de betre ende teamleider afgestemd en waar nodig aangevuld en/of aangepast. 3. De financieel adviseurs en concerncontroller hebben een rapport opgesteld en aan het MT aangeboden. 4. Het MT biedt dit definitieve rapport aan uw college aan. Bij het opstellen van de lijst met bezuinigingsopties hebben we de volgende uitgangspunten aangehouden. Hiermee is de uniformiteit van de opdracht en invulling hiervan geborgd. 1. Alles kan gestopt worden tenzij er een dwingende reden is waarom dit niet kan. 2. Alle budgetten vallen binnen de scope. 3. De lijst is een ambtelijke (apolitieke) inventarisatie.

Categorieën De bezuinigingsopties zijn in vier categorieën verdeeld, A tot en met D. De categorieën hebben de volgende betekenissen: - Categorie A: dit zijn sturingsmogelijkheden die leiden tot structureel lagere kosten of hogere inkomsten. We schatten in dat de impact op inwoners, ondernemers en bedrijfsvoering relatief laag is; 11

-

-

-

Categorie B: dit zijn sturingsmogelijkheden die leiden tot structureel lagere kosten of hogere inkomsten. Het verschil met categorie A is dat de impact op inwoners, ondernemers en bedrijfsvoering hoog is, of dat er sprake is van belangrijke risico’s; Categorie C: deze kosten en inkomsten kunnen niet (reëel) beïnvloed worden. Redenen kunnen zijn dat er sprake is van (langdurige) contractuele verplichtingen, of omdat bij het stoppen zorgt voor meer kosten in de toekomst. Hieronder zijn de belangrijkste niet beïnvloedbare kosten toegelicht; Categorie D: dit zijn kosten die niet gestopt kunnen worden, omdat het gaat over taken die we op het wettelijk minimum uitvoeren.

Niet beïnvloedbare kosten Onder de categorie C zijn posten opgenomen die buiten de scope van de opdracht vallen of waar we geen realistische sturingsmogelijkheden in zien. De belangrijkste hiervan lichten we onderstaand kort toe. De toelichting op niet beïnvloedbare kosten is ook altijd in de bijlage opgenomen. Verder worden in dit rapport enkel de mogelijkheden in categorie A en B toegelicht. Personeelskosten Bij het opstellen van de lijst met bezuinigingsopties zijn de loonkosten van het personeel voorlopig buiten de scope gehouden. Dit geldt voor zowel eigen personeel als voor inhuur dat binnen onze formatie valt. Het is wel mogelijk dat sommige inhoudelijke beleidskeuzes kunnen leiden tot een reductie in de formatie. Als het college uit bijgaande lijst haar keuzes heeft gemaakt dan kunnen wij beoordelen welke consequenties dit heeft voor de formatie. Het is mogelijk dat dit dan op termijn leidt tot een aanvullende besparing. Onderhoud vastgoed De optie om het onderhoud te verlagen achten wij niet reëel aangezien het onderhoudsniveau op het minimale niveau ligt. Dit uit zich op dit moment al door onvoorziene kosten en achterstallig onderhoud. Het verlagen van het onderhoudsniveau brengt veiligheidsrisico’s en op termijn hogere kosten met zich mee. Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuw meerjaren onderhoudsplan.

Dit (D)MJOP is nog niet vastgesteld maar we hebben de verwachte extra kosten wel opgenomen in het financieel perspectief in hoofdstuk 1. Ook deze extra kosten zouden in categorie C vallen. Wij zien enkel realistische besparingsmogelijkheden op het onderhoud van vastgoed indien gekozen wordt voor afstoten. Dit lichten we verderop in het rapport verder toe. Inrichting en beheer openbare ruimte (IBOR) Het is in theorie mogelijk om het beheerniveau te verlagen van C naar D. Echter in de praktijk leidt dit voor wegen vrijwel direct tot onveilige situaties. Met daaraan gekoppeld risico’s op schade, letsel en aansprakelijkheid. Dit past binnen het uitgangpunt dat de veiligheid voor inwoners niet in gevaar mag komen. Voor de openbare ruimte en reiniging kan het niveau verlaagd worden door alles op C of zelfs op D te onderhouden. In het IBOR dat is vastgesteld in de raad van juli 2024 worden de arealen begraafplaatsen en Binnenstad op B onderhouden. En de rest op C. Verlaging van beheerniveau leidt tot versobering en verrommeling van de openbare ruimte. De waardering en beoordeling door inwoners kan daardoor dalen en kan ook leiden tot meer meldingen openbare ruimte en klachten. En dus ook meer inzet hierop. Daarnaast wordt het onderhoud van het areaal en gebied op niveau B veelal gedaan door eigen personeel.

Het verlagen van beheerniveau B naar C kan dus alleen als gekeken wordt naar onze eigen formatie. Het personele aspect en consequenties is nu buiten de scope van dit onderzoek gebleven. 12

Over het algemeen kan gesteld worden dat verlaging van het dagelijks beheerniveau de levensduur van het areaal verkort. En dat daardoor eerder groot onderhoud en vervanging van desbetre ende aan de orde is. Dit betekent meestal jaarlijkse hogere kosten in plaats van besparing en is er sprake van kapitaalsvernietiging. Het meest recente vastgesteld beheerniveau is een goede mix om dat te voorkomen. Daarnaast wordt nu ingezet op wegwerken achterstanden en achterstallig onderhoud van de afgelopen 10 jaar. Gemeenschappelijke regelingen Het grootste deel van de budgetten voor gemeenschappelijke regelingen zijn in categorie C of D gezet. De reden is dat deze partijen vaak wettelijke taken uitvoeren of omdat wij als individuele gemeente geen bepalende invloed uit kunnen oefenen. Ook bij het terughalen van taken is een besparing zeer onzeker als deze taken binnen onze eigen organisatie uitgevoerd moeten worden. Het is daarom zeer lastig om per regeling in te schatten hoeveel zij zouden kunnen bezuinigen. Als het gaat om niveau van dienstverlening of kosten voor de eigen bedrijfsvoering zouden onze gemeenschappelijke regelingen dit wel zelf in kaart kunnen brengen. We verwachten dat hier mogelijkheden liggen, maar alleen in samenwerking met andere deelnemers en met de juiste bestuurlijke druk.

We hebben daarom algemene taakstelling van 2% opgenomen van het totale budget van de verbonden partijen. Dit is ongeveer € 400.000. Rente en afschrijving investeringen (Kapitaalkosten) In de nota waardering en afschrijven Gemeente IJsselstein 2023 is geregeld dat alle investeringen boven de € 25.000 worden geactiveerd. In de nota wordt bepaald wat de afschrijvingstermijn is van een investering. Op dit moment hebben we voor 3,8 miljoen aan kapitaalkosten in de begroting. Dit bedrag kan niet in één keer worden afgeschreven, omdat we hiervoor niet de financiële middelen hebben. Het heeft namelijk een meerjarig e ect. Ook op rentekosten en opbrengsten kunnen we geen invloed uitoefenen. Facilitaire kosten en ICT Met name binnen programma 6 maken we kosten voor facilitaire voorzieningen en ICT. Hieronder vallen bijvoorbeeld kosten voor kantoormeubilair, overige kantoorbenodigdheden, energie, verzekeringen, harden software. In de meeste van deze kostenposten zien wij geen mogelijkheden om significant te besparen omdat we bij inkoop al vaak kiezen voor de meest voordelige inschrijving. Daarnaast zijn de meeste kosten voor hard- en software absoluut noodzakelijk voor onze eigen bedrijfsvoering. Wel hebben wij de kosten per applicatie afgewogen. Kosten voor niet noodzakelijke applicaties worden dus wel benoemd als besparingsmogelijkheid.

Incidenteel of SPUK gerelateerd In onze begroting staan ook kostenposten die een incidenteel karakter hebben of kosten waarvoor we via een SPUK gelijke inkomsten ontvangen. Deze kosten staan in categorie C omdat we hier geen structurele besparing kunnen realiseren. Het verlagen van deze uitgaven draagt dus niet bij aan de opgave.

13

3. Uitkomsten Programma 1 – Bestuur en organisatie De inkomsten en kosten zijn per onderwerp uitgewerkt in onderstaande tabellen. Ieder onderwerp met een totale sturingsmogelijkheid (som van A en B) boven de € 50.000 wordt onder de tabellen toegelicht. Tabel 6 – Overzicht inkomsten programma 1

Inkomsten Burgerzaken Overig Totaal

Totaal 411.998 59.698 471.696

A

B 0 0 0

C 0 0 0

0 59.698 59.698

D Toelichting 411.998 n.v.t. 0 n.v.t. 411.998

Tabel 7 – Overzicht kosten programma 1

Kosten Eigen personeel Burgerzaken Bestuurlijke samenwerking Raad en college Overig Totaal

Totaal 1.732.250 352.159

A

B

0 15.786

0 17.395

C D Toelichting 1.732.250 0 n.v.t. 24.098 294.880 n.v.t.

283.736

0

72.508

125.000

284.368 25.873 63.219 13.219 2.715.732 54.878

86.228

A

55.911 23.890 178.695 0 0 50.000 145.814 1.905.238 609.803

B n.v.t.

A. Bestuurlijke samenwerking Wij zien sturingsmogelijkheden ter waarde van € 72.000 in bestuurlijke samenwerking: Categorie B (oranje)  Dit betreft de U10 bijdrage. Deze is niet verplicht en het is mogelijk om niet meer aan de U10 deel te nemen. Dit vermindert onze invloed op regio, provincie en rijk en kan er bijvoorbeeld toe leiden dat ruimtelijke opgaven moeilijker gerealiseerd worden. Wanneer de U10 deelname gestopt wordt leidt dit tot uittredingskosten van naar schatting € 220.000. Dit is een incidentele last.

B. Raad en college Wij zien sturingsmogelijkheden ter waarde van ruim € 80.000 in de overige kosten raad en college: Categorie A (geel)  Voor € 25.000 ziet dit toe op externe adviezen en overige kosten van de rekenkamer. Het budget hiervoor kan verminderd worden. Dit leidt ertoe dat de rekenkamer minder onderzoeken kan uitvoeren.

14

Categorie B (oranje)  Aanvullend op categorie B kan het budget van de rekenkamer met € 25.000 verder teruggebracht worden. Hiermee kan de rekenkamer geen externe adviezen meer uitvragen en zelf veel minder onderzoeken uitvoeren.  Daarnaast zien wij voor € 30.000 sturingsmogelijkheden in overige kosten van de raad en de gri e. Dit ziet toe op diverse kleine kosten waaronder catering, trainingen en advies.

15

Programma 2 – Openbare orde en veiligheid De kosten zijn per onderwerp uitgewerkt in onderstaande tabel. Ieder onderwerp met een totale sturingsmogelijkheid (som van A en B) boven de € 50.000 wordt onder de tabel toegelicht. De inkomsten in programma 2 zijn zeer beperkt. Hierin zijn geen sturingsmogelijkheden. Tabel 8 – Overzicht inkomsten programma 2

Kosten Bijdrage VRU Eigen personeel Brandweer Veiligheidsbeleid Overig Totaal

Totaal 2.145.000 1.347.479 235.160 257.318 31.519 4.016.476

A

B

0 0 0 0 7.336 0 0 172.240 0 12.196 7.336 184.436

C

D 0 2.145.000 1.347.479 0 126.174 101.650 85.078 0 8.448 10.876 1.567.179 2.257.526

Toelichting n.v.t. n.v.t. n.v.t A n.v.t.

A. Lokaal veiligheidsbeleid

Wij zien sturingsmogelijkheden ter waarde van € 172.000 in lokaal veiligheidsbeleid. De belangrijkste mogelijkheden zijn: Categorie B (oranje)  Onze groepsaanpak jeugd heeft een totaalbudget van € 107.000. Voor een klein deel hiervan achten wij het niet reëel hiermee te stoppen. In het overige deel van € 97.000 zien wij sturingsmogelijkheden omdat de groepsaanpak niet verplicht is. Het is mogelijk dit budget te verminderen. De groepsaanpak jeugd heeft een preventieve werking. Het stoppen of verminderen van de groepsaanpak jeugd kan leiden tot hogere problematiek en kosten in bijvoorbeeld de jeugdzorg of de handhaving. Hierdoor is het onzeker of het verminderen van dit budget per saldo tot kostenbesparing leidt.  Voor € 56.000 ziet dit toe op door derden uitgevoerde werkzaamheden, waaronder openbaar cameratoezicht, Meld Misdaad Anoniem en de gemeentebeleidsmonitor. Het is mogelijk met deze onderdelen van het veiligheidsbeleid te stoppen. Dit geeft wel een risico op meer overlast en criminaliteit. We schatten de mogelijke impact daarom als hoog in.

16

Programma 3 – Wonen en ruimte De inkomsten en kosten zijn per onderwerp uitgewerkt in onderstaande tabellen. Ieder onderwerp met een totale sturingsmogelijkheid (som van A en B) boven de € 50.000 wordt onder de tabellen toegelicht. Tabel 9 – Overzicht inkomsten programma 3

Inkomsten Riool, afval en milieu Bouw en wonen Parkeren

Totaal

A

B

C

11.724.594

0

0

6.463.702

0 287.193 6.463.702

D

Toelichting

896.272 10.828.322

n.v.t.

0

A

1.169.099 735.000

0

1.169.099

0

B

Vastgoed Openbare ruimte Economie

322.617

0

0

322.617

0

n.v.t.

412.850

142.013

20.896

156.861

255.989

C

158.797

0

43.180

158.797

0

n.v.t.

Overig

146.438

0

0

146.438

0

n.v.t.

Totaal

20.398.097

877.013 351.269

9.313.786

11.084.311

C

D

Toelichting

Tabel 10 – Overzicht kosten programma 3

Kosten Riool, afval en milieu Openbare ruimte Eigen personeel Bouw en wonen Parkeren Vastgoed Economie Overig Totaal

Totaal

A

B

9.290.553

50.356

0

1.114.678

8.125.519

F

7.229.252

55.242

381.125

5.184.926

1.607.959

C

4.530.658

0

0 4.530.658

0

n.v.t.

100.061

A

938.859 0 0 923.101 15.758 446.040 53.003 162.490 351.508 79.039 389.536 124.145 111.814 153.577 0 1.660.937 0 0 1.660.937 0 30.738.159 843.982 930.267 19.235.574 9.928.336

n.v.t. D E n.v.t.

6.252.324 561.236 274.838

5.316.189

17

A. Bouw en wonen We zien sturingsmogelijkheden ter waarde van € 1,1 miljoen op bouw en wonen. Dit bestaat voor € 0,8 miljoen uit mogelijke kostenbesparingen en voor € 0,3 miljoen uit mogelijkheden voor extra inkomsten. De belangrijkste mogelijkheden zijn: Categorie A (Geel)  Onder bouw en wonen hebben we budget voor de woningopgave. Dit wordt gebruikt voor bijvoorbeeld onderzoeks- en advieskosten. Dit budget kan verlaagd worden met 495.000. Verlaging betekent een groter risico dat de ambities op dit gebied niet gehaald gaan worden en dat projecten grote vertragingen oplopen. Projecten moeten dan waar mogelijk vanuit externe partijen gedekt worden. Dit kost vaak meer tijd. Het risico dat projecten niet doorgaan kan deels worden verkleind door vaker incidenteel budget uit de algemene reserve te gebruiken.  Het budget voor initiatieven projecten kan met ruim € 60.000 worden verlaagd. Een deel van dit budget ( € 26.000) wordt gebruikt voor de subsidiemakelaar. Hierdoor bestaat de kans dat we subsidiemogelijkheden mislopen vanuit de provincie en het rijk. Daarnaast wordt een deel van dit budget € 35.000 ingezet voor onderzoekskosten voor haalbaarheid van projecten. Als dit budget wegvalt kan er minder getoetst worden. Categorie B (Oranje)  In aanvulling op categorie B het budget voor de woningopgave verder te verlagen met € 270.000.

Met het verder verlagen van het budget is de kans zeer groot dat de woningbouwopgave niet (volledig) kan worden uitgevoerd.  Het is mogelijk om naar schatting € 287.000 extra inkomsten uit leges omgevingsvergunningen te genereren. We hanteren dan volledige kostendekkendheid als uitgangspunt. De impact hiervan is groot omdat leges recent al fors zijn verhoogd en we nu al tot de duurdere gemeenten in de regio horen.

B. Parkeren

We zien sturingsmogelijkheden op de inkomsten ter waarden van € 735.000 op parkeren. De mogelijkheden zijn: Categorie A (geel)  Een tariefstijging van 10% voor de parkeerbelasting en de eerste parkeervergunning niet meer gratis verstrekken. Dit zorgt voor € 75.000 aan extra opbrengsten. Categorie B (oranje)  De eerste 2 uur gratis parkeren laten vervallen in de parkeergarages. Dit zorgt voor € 660.000 aan extra opbrengsten.

C. Openbare ruimte

We zien sturingsmogelijkheden ter waarde van € 575.000 op de openbare ruimte. De belangrijkste mogelijkheden zijn: Categorie A (Geel)  De leges op begraven kunnen met ongeveer 50% worden verhoogd als we deze volledig kostendekkend maken. Dit zorgt er voor dat de opbrengsten met € 125.000 stijgen. Het risico is wel dat onze inwoners hierdoor naar andere gemeenten gaan waar het tarief lager ligt. In dat geval zullen de opbrengsten alsnog niet volledig kostendekkend zijn. 18

De kosten voor het verkeerbeleid kunnen naar beneden worden bijgesteld met € 25.000. Het risico hierbij is dat er bijvoorbeeld minder wegaanpassingen mogelijk zijn en minder campagnes verkeersveiligheid voor de jeugd.

Categorie B (Oranje)  We kunnen stoppen met het onderhoud op de speeltoestellen. De kosten nemen af met € 77.000. Veel speeltoestellen zijn de afgelopen jaren vervangen en hebben minimaal onderhoud nodig. Het risico is dat er onveilige situaties ontstaan als er geen onderhoud meer wordt gedan op de speeltoestellen. Als er een onveilige situatie ontstaat moet het toestel worden verwijderd. Daarnaast wordt de kans dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld bij een ongeluk groot.  In aanvulling op categorie A het budget voor verkeersbeleid verder te verlagen met € 48.000. Dit betekent minder budget voor wegaanpassingen, het verwijderen van bollards en het wegvallen van de buurtbus en campagnes verkeersveiligheid.

D. Vastgoed We zien sturingsmogelijkheden op de inkomsten en kosten van ons vastgoed. De mogelijkheden zijn bijvoorbeeld:  Bij afloop contracten huur meer dan indexatie verhogen en sturen op marktconforme verhuurprijzen  Integraal kijken welke partijen het beste in welk gebouw passen  Leegstand minimaliseren en vastgoed afstoten wanneer het niet meer doelmatig gebruikt wordt. Dit kan een besparing op onderhoud en kapitaalkosten opleveren  Strenger kijken of we geen dingen om niet verstrekken We starten in 2024 al met een onderzoek om de mogelijkheden in kaart te brengen. We verwachten in 2025 inzichtelijk te hebben welke maatregelen mogelijk zijn en wat dit op kan leveren. Voor nu hebben we een voorzichtige schatting gemaakt dat het vergroten van opbrengsten of het verlagen van kosten € 200.000 per jaar op kan leveren.

E. Economie

We zien sturingsmogelijkheden ter waarde van € 235.000 op economie. De belangrijkste mogelijkheden zijn: Categorie A (Geel)  Er kan een keuze gemaakt worden om de structurele subsidies te verlagen voor een bedrag van € 41.000. Dit ziet met name toe op de subsidies voor stadspromotie.  Er kan een keuze gemaakt worden om geen incidentele subsidies meer te verstrekken. Dit bespaart € 30.000. Het gaat hierbij om incidentele subsidies voor stadspromotie en Stichting Roemeense Kinderhulp.  Het is mogelijk om € 38.000 te besparen door te stoppen met ROM en EBU. Dit maakt onderdeel uit van de U10 samenwerking. De evaluatie hiervan vindt eind 2024 plaats en het is mogelijk om de U10 samenwerking in afgeslankte vorm voort te zetten waarbij we geen bijdrage voor ROM en EBU meer doen. Categorie B (Oranje)  In aanvulling op categorie A geen structurele subsidies meer verstrekken. Dit betreft de subsidies aan Uit in IJsselstein, voor 4/5 mei en voor Sinterklaas. Dit geeft een extra besparing van € 107.000. 19

We kunnen de markt meer kostendekkend maken door het tarief te verhogen. Dit heeft het risico dat er minder marktkooplieden aanwezig zullen zijn en de inkomsten hierdoor dalen. Dit verlaagt ook het maatschappelijk e ect van de markt en de aanloop voor andere ondernemers in de stad. Met een verdubbeling zouden marktgelden ruim kostendekkend worden. Dit levert € 43.000 op.

Veel van de hierboven genoemde maatregelen zullen ertoe leiden dat de economische visie niet uitgevoerd kan worden, of alleen in afgeslankte vorm.

F. Riool, afval en milieu Categorie A (Geel)  We hebben een budget van € 50.000 voor milieu educatie. Het is mogelijk hiermee te stoppen.

20

Programma 4 – Onderwijs, sport en cultuur De inkomsten en kosten zijn per onderwerp uitgewerkt in onderstaande tabellen. Ieder onderwerp met een totale sturingsmogelijkheid (som van A en B) boven de € 50.000 wordt onder de tabellen toegelicht. Tabel 11 – Overzicht inkomsten programma 4

Inkomsten Totaal A Sport 984.073 50.000 Onderwijsbeleid 688.749 0 Cultuur en erfgoed 438.504 0 Onderwijshuisvesting 264.269 0 Kunst 59.203 0 Overig 797.620 0 Totaal 3.232.418 50.000

B 0 0 0 0 0 0 0

C 984.073 644.130 438.504 264.269 59.203 797.620 3.187.799

D

Toelichting A n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

0 44.619 0 0 0 0 44.619

B 898.184

C 1.834.313

D Toelichting 51.134 A

Tabel 12 – Overzicht kosten programma 4

Kosten Sport Onderwijshuisvesting Onderwijsbeleid Cultuur en erfgoed Eigen personeel Kunst Overig Totaal

Totaal 2.676.477

A 617.846

2.194.799

32.438

2.000 2.015.422

144.939

n.v.t.

1.551.872

76.000

77.484

660.977

737.411

B

2.019.913

437.233

44.455

817.909

720.316

C

962.196

0

0

962.196

0

n.v.t.

877.344 131.886 395.665 346.989 2.804 233.061 0 0 233.061 0 10.515.662 1.295.403 1.417.788 6.870.867 1.656.604

D n.v.t.

A. Sport Wij zien sturingsmogelijkheden ter waarde van € 1.6 miljoen op sport. De belangrijkste mogelijkheden zijn: Categorie A (geel)  Onze sportaccommodaties (exclusief zwembad) leveren ons in totaal zo’n € 350.000 aan huuropbrengsten. Indien de huurtarieven met 15% verhoogd zouden worden levert dit dus ongeveer € 50.000 op. We schatten in dat dit een relatief lage impact heeft en dat de vraag hierdoor niet significant daalt. Natuurlijk kan ook voor andere percentages worden gekozen, het e ect op de inkomsten wijzigt dan evenredig. Bij een hoger percentage stijgt het risico dat de vraag daalt.  We zijn verplicht om sportaccommodaties ter beschikking te stellen voor scholen. We hebben een analyse gemaakt op de bezetting van onze accommodaties en hieruit blijkt dat deze rond de 60% ligt onder schooltijd. Buiten schooltijd is dit vergelijkbaar. Dit betekent dat we van onze 6 21

sportaccommodaties zeker één grote accommodatie zouden kunnen afstoten. De Oever heeft de laagste bezetting, maar is ook het nieuwst en heeft en een boekwaarde van € 1.7 miljoen Euro wat dan afgeschreven zou worden. Ook zijn er voor De Oever nog relatief weinig onderhoudskosten waardoor het afstoten hiervan niet aantrekkelijk is. Hoewel de IJsselhal veel gebruikt wordt, is het afstoten hiervan het meest kostene ectief. Het zou een incidentele last betekenen van ongeveer € 300.000, maar we besparen structureel € 260.000 aan onderhoud en kapitaalkosten. De inkomsten van € 100.000 die de IJsselhal geeft verwachten we te behouden doordat sportverenigingen in andere sporthallen met overcapaciteit terecht kunnen. De impact van deze maatregel is relatief beperkt omdat we voldoende ruimte houden voor scholen. Ook voor sportverenigingen en andere gebruikers blijft voldoende ruimte. Het kan zijn dat op enkele populaire tijdstippen voor sportverenigingen geen plek is in andere sporthallen, maar we kunnen voldoende alternatieven bieden. Verdere frictiekosten (of opbrengsten) hangen sterk af van de alternatieve bestemming van de locatie. De grond is van de gemeente en zou mogelijk gebruikt kunnen worden als inbreidingslocatie. Dit is iets wat verder onderzocht zou moeten worden voordat we de (financiële) impact hiervan kunnen bepalen.

Ter compensatie van het wegvallen van de btw compensatie van sportaccommodaties ontvangen we een specifieke uitkering (SPUK). De btw compensatie is echter al in de budgetten opgevangen. Daarom is het mogelijk om dit budget algemeen in te zetten. Het risico is dat de regeling o cieel eindig is. Wanneer dit budget niet als structureel gezien wordt of de regeling stopt of de bijdrage daalt/tegenvalt dan hebben we geen dekking meer. De regeling heeft echter een structureel karakter. We besparen hiermee € 130.000. Voor combinatiefuncties ontvangen we middelen in de Brede SPUK. Deze middelen zijn een cofinanciering van maximaal 40% van de kosten. De regeling wordt door Pulse uitgevoerd. Tot op heden betalen wij een deel van de vereiste middelen om aan de cofinanciering te voldoen. Wanneer wij een deel (€ 50.000) van dit budget laten vervallen wordt het moeilijker om aan de cofinancieringseisen te voldoen. Dit heeft het risico dat een deel van de specifieke middelen terug moet worden betaald aan het rijk. Voor de bijdrage aan het Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) is circa € 161.000 begroot. De impact voor de inwoners zal beperkt zijn. Mede ook doordat IJsselstein maar voor 4,6% belang heeft in SGL. SGL is geen wettelijke regeling waarbij deelname verplicht is. Uittreden uit het Recreatieschap Stichtse Groenlanden is mogelijk.

De frictiekosten/financiële consequenties zijn echter niet bekend. Hiervoor zijn wij afhankelijk aan de overgebleven deelnemers.

Categorie B (oranje)  In aanvulling op de maatregel onder categorie A zou een tweede (kleinere) sportaccommodatie afgestoten kunnen worden. Op basis van de bezettingsanalyse zouden we dan net voldoende capaciteit onder schooltijd hebben om alle scholen te faciliteren. In de praktijk wordt het dan wel passen en meten en lopen we het risico dat het niet altijd lukt. Of dat scholen moeten uitwijken naar een tijdstip en locatie die ongunstig is voor de school of voor de leerlingen. Indien een tweede locatie wordt afgestoten ligt Poortdijk het meest voor de hand. Het afstoten van Poortdijk geeft een incidentele last van € 260.000 en een structurele besparing van € 95.000. Het afstoten van Het Heem kan een alternatief zijn en is financieel voordeliger (incidentele last € 80.000 en structurele besparing € 150.000). Het Heem is echter groter waardoor het risico op onvoldoende capaciteit toeneemt. Ook voor sportverenigingen en andere gebruikers heeft het afstoten van een tweede sporthal gevolgen. In daluren hebben we dan nog steeds ruim voldoende capaciteit voor sportverenigingen. Echter zal er op veel populaire tijdstippen zeker een tekort aan ruimte ontstaan. De gemeente heeft hierin geen verplichting richting verenigingen dus kan hier wel voor kiezen. Daarnaast is er een 22

groter risico dat we een deel van de inkomsten verliezen omdat gebruikers niet altijd naar een andere locatie kunnen uitwijken. De impact hiervan is beperkt (max € 35.000). Net als bij de IJsselhal kunnen bij het afstoten van een sporthal zoals de Poortdijk de mogelijkheden voor inbreiding onderzocht worden. Naast onze eigen sportaccommodaties verzorgen wij diverse voorzieningen op sportpark Groenvliet (VVIJ en FCIJ) en de Zomerdijk (onder andere HCIJ). Het gaat hierbij met name om sportvelden en facilitaire voorzieningen. De kosten hiervan bedragen € 340.000 per jaar. Dit ziet met name toe op onderhoudskosten en kapitaalkosten. De huuropbrengsten die hier tegenover staan zijn met € 60.000 beperkt. We zijn niet verplicht deze voorzieningen te leveren en kunnen door het af te stoten € 280.000 besparen. Als we deze voorzieningen zouden afstoten dan ligt het voor de hand dat we met de verenigingen in gesprek gaan over de overdracht. De boekwaarde van al deze voorzieningen bedraagt 1,2 miljoen Euro. Of we bij afstoten een incidentele last hiervoor moeten nemen hangt af van de afspraken die dan met de verenigingen worden gemaakt. Het gevolg is ook dat de verenigingen dan de verdere kosten voor onderhoud en gebruikskosten op zich moeten nemen. Verminderd met de huur die nu betaald wordt, betekent dit een extra last voor de verenigingen van ongeveer € 150.000 per jaar.

Uit een grove berekening blijkt dat dit gemiddeld 50 Euro per jaar per lid is. De verenigingen zullen dit dan naar eigen inzicht via de contributie of op andere wijze moeten opvangen. Aan de grond van de velden die nu in ons eigendom zijn kunnen we ook een andere bestemming geven. Dit kan onderzocht worden maar zal naar verwachting een veel grotere impact hebben op de verenigingen en op het totaal aan sportfaciliteiten in IJsselstein. Een volgende belangrijke besparingsmogelijkheid is het stoppen van de exploitatievergoeding voor het zwembad. De verwachting is dat zonder deze vergoeding het zwembad zal sluiten. Dit heeft tot gevolg dat het sportaanbod binnen de gemeente daalt en IJsselsteiners uit moeten wijken naar omliggende gemeenten. Eén derde van de Nederlanders zwemt minimaal één keer per jaar (sportersmonitor 2010). Het risico bestaat dat mensen niet uitwijken en/of minder gaan sporten. Daarnaast vallen dan de huurinkomsten weg, wat de besparing beperkt tot ca. € 270.000. Wanneer het zwembad zou sluiten kan onderzocht worden of er een andere bestemming gegeven kan worden aan de locatie. We hebben ongeveer € 90.000 aan structurele onderhoudskosten en kapitaalkosten voor het gebouw. Deze kosten vervallen dan. De incidentele last bij volledige afschrijving bedraagt € 100.000. Verdere frictiekosten (of opbrengsten) hangen af van de alternatieve bestemming van de locatie.

Jaarlijks verstrekken we € 69.000 aan subsidies aan sportvereniging om de lokale sport te stimuleren. Deze subsidies kunnen we afbouwen. Hiermee hebben sportclubs minder middelen om het sportaanbod in stand te houden. We lopen hiermee het risico dat het sportaanbod en hiermee de mentale en fysieke vitaliteit van IJsselsteiners terugloopt. In aanvulling op categorie A is de volledige eigen cofinanciering op combinatiefuncties te schrappen. Dit is € 60.000 in aanvulling op categorie A. Hierbij is de kans aanzienlijk dat we niet aan de benodigde cofinancieringseisen kunnen voldoen en een deel van de specifieke middelen terug moet betalen aan het rijk. Het is mogelijk om het aanbod voor schoolzwemmen te stoppen. Hiermee besparen we ca. € 32.000 per jaar. Hiermee lopen we het risico dat overgewicht en obesitas onder kinderen toeneemt. Daarnaast stimuleren we de ontwikkeling van sociale en motorische vaardigheden niet meer en neemt de zwemvaardigheid af, wat slecht is voor het zelfvertrouwen en de veiligheid van kinderen.

Vastgoedonderzoek Uit de inventarisatie blijken veel sturingsmogelijkheden op het gebied van sportaccommodaties. We doen een diepgaander vastgoedonderzoek om een integrale afweging mogelijk te maken en concreet uitgewerkte opties in beeld te brengen. Hierin betrekken we sportaccommodaties. In dit rapport hebben we 23

hierop een voorschot genomen en een grove inschatting gemaakt van de besparingsmogelijkheid. We verwijzen naar hoofdstuk voor 4 voor een verdere toelichting van risico’s en onzekerheden op dit gebied.

B. Onderwijsbeleid

Wij zien sturingsmogelijkheden ter waarde van € 142.000 op onderwijsbeleid. De belangrijkste mogelijkheden zijn: Categorie A (geel)  Voor onderwijsachterstandenbeleid ontvangen we rijksmiddelen. Aanvullend daarop besteden we algemene middelen aan onderwijsbeleid. Dit laatste deel kan afgebouwd worden. Dit beperkt de ruimte om externe expertise in te zetten en lokaal specifiek aanvullend aanbod in te zetten. Hiermee zijn we minder in staat om de ontwikkeling van al onze kinderen in een vroeg stadium op voldoende niveau te brengen. Hiermee besparen we € 60.000,. Categorie B (oranje)  In aanvulling op categorie A is ál het lokaal maatwerk te schrappen. De impact hiervan is aanzienlijk. Denk hierbij aan het vervallen van toegang tot de puzzelgroep, regiosamenwerking, vroegsignalering voorschoolse kinderen, etc. Hiermee zijn we minder in staat om de ontwikkeling van al onze kinderen in een vroeg stadium op voldoende niveau te brengen. Hiermee besparen we nog eens € 70.000.

C. Cultuur en erfgoed

Wij zien sturingsmogelijkheden ter waarde van € 580.000 op cultuur en erfgoed. De belangrijkste mogelijkheden zijn: Categorie A (geel)  Het is mogelijk om de subsidie voor het Museum IJsselstein terug te brengen, of volledig te laten vervallen. In het laatste scenario bespaart dit ca. € 335.000 per jaar. De verwachting is in dit geval dat het museum niet in deze vorm door kan gaan en moet sluiten. Dit heeft tot gevolg dat de kunstcollectie van IJsselstein niet beheerd kan worden en is niet meer toegankelijk is voor het publiek. Daarnaast versobert/vervalt de cultuureducatie over de geschiedenis van IJsselstein. Kinderen leren hierdoor minder over het ontstaan van de stad en haar geschiedenis. Daarnaast kan dit een negatief e ect hebben op het toerisme in de stad.  Vanaf 2025 krijgen gemeenten een wettelijke taak waarmee we verplicht zijn te zorgen voor een volwaardige bibliotheek. Waar de bibliotheekvoorziening exact aan moet voldoen is nog niet duidelijk, maar we verwachten een aantal normen op het gebied van voorzieningenniveau, toegankelijk en bekostiging. Uit analyse blijkt dat we al aan deze normen voldoen. Vanuit het Rijk worden extra middelen beschikbaar gesteld die naar verwachting voor IJsselstein € 100.000 per jaar zullen bedragen. Omdat we al aan de verwachte bekostigingsnorm voldoen, hoeven we deze middelen niet aan de bibliotheek te verstrekken.

Dit zijn extra middelen voor een taak die we al uitvoeren.

24

D. Kunstbevordering Wij zien sturingsmogelijkheden ter waarde van € 525.000 op kunstbevordering. De belangrijkste mogelijkheden zijn: Categorie A (geel)  Om de amateurkunst te bevorderen verstrekken we incidentele en structurele subsidies. Deze zijn af te bouwen omdat hier geen wettelijke taak onder ligt. Als we deze subsidies verlagen kunnen we minder initiatieven en lokale kunst ondersteunen. Ook stagneert de talentontwikkeling en moeten we rekening houden met een afbouwperiode. Hiermee besparen we ongeveer € 120.000. Categorie B (oranje)  In aanvulling op categorie A kunnen we de subsidies terugbrengen tot nul. Dit bespaart (op termijn) ca. € 390.000. Hiermee vervalt ook de subsidie aan het Fulcotheater. De verwachting is in dit geval dat het theater niet in deze vorm door kan gaan en moet sluiten. Door het wegvallen van de subsidies ondersteunen we geen lokaal kunstaanbod meer, wat een negatieve invloed heeft op de sociale cohesie, het leef- en vestigingsklimaat van de stad en de ontwikkelmogelijkheden van IJsselsteiners.

25

Programma 5 – Inkomen, jeugd en Wmo De inkomsten en kosten zijn per onderwerp uitgewerkt in onderstaande tabellen. Ieder onderwerp met een totale sturingsmogelijkheid (som van A en B) boven de € 50.000 wordt onder de tabellen toegelicht. Tabel 13 – Overzicht inkomsten programma 5

Inkomsten Totaal Werk en 8.261.673 inkomen Wmo 405.782 Jeugd 184.024 Volksgezondheid 57.772 Meedoen 51.612 Totaal 8.960.863

A

B

C

D

Toelichting

0

0

430.319

7.831.354

n.v.t.

0 0 0 0 0

0 405.782 0 184.024 0 57.772 0 46.563 0 1.124.460

0 0 0 5.049 7.836.403

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Tabel 14 – Overzicht kosten programma 5

Kosten Totaal A B C D Toelichting Werk en 17.389.270 20.000 917.221 3.486.569 12.965.480 A inkomen Jeugd 10.447.664 246.989 631.962 478.520 9.090.193 B Wmo 9.255.014 602.996 849.276 2.051.753 5.750.990 C Eigen personeel 3.949.908 0 0 3.949.908 0 n.v.t. Volksgezondheid 1.741.942 30.749 240.634 26.746 1.443.813 D Meedoen 288.943 30.000 0 52.262 206.681 n.v.t. Overig -5.191 0 0 -5.191 0 n.v.t. Totaal 43.067.550 930.734 2.639.092 10.040.567 29.457.158 A. Werk en inkomen Het grootste deel van de kosten voor werk en inkomen ziet toe op uitkeringen en kosten WIL (regelingskosten, uitvoeringskosten en overhead). Hierin hebben wij geen of zeer beperkte sturingsmogelijkheden. De relatief beperkte mogelijkheden (€ 622.000) zien toe op: Categorie A (geel)  In het budget voor incidentele projecten die bijdragen aan activering, participatie en uitstroom naar werk zien we mogelijkheden. Van het totale budget kan een klein deel (€ 20.000) geschrapt worden zonder grote impact. Categorie B (oranje)  In afwijking van andere WIL gemeenten hanteren wij voor de bijzondere bijstand een inkomensgrens van 110% van het sociaal minimum. Hierdoor verstrekken wij meer bijzondere bijstand dan dat we wettelijk verplicht zijn. Wanneer we dit verlagen naar 100% schatten we in dat ruim 40% minder huishoudens van de bijzondere bijstand gebruik maken en dat de regelingskosten met ongeveer een derde dalen.

Dit bespaart € 280.000. Daarnaast betalen we de WIL kosten voor 26

 

uitvoering en voor bedrijfsvoering. Indien de uitvoeringskosten evenredig dalen zou dit € 180.000 schelen. Dit is echter onzeker omdat een lagere grens niet per se leidt tot minder werk in de beoordeling van aanvragen. Voor de bedrijfsvoering geldt wel dat ons aandeel evenredig daalt. Dit zou nog eens € 35.000 besparen. Het verlenen van kwijtscheldingen is geen verplichting maar een gemeentelijke bevoegdheid. Hier is een keuze op te maken van ca. € 175.000. Bij het terugbrengen van de kwijtscheldingen raken we een groep van al extra kwetsbare IJsselsteiners. Hiermee vergroten we de problematiek. Het mentale en fysieke welzijn kan hiermee afnemen, wat weer door kan werken in een toename van andere gemeentelijke dienstverlening en kosten. Aan de U-pas geven we € 240.000 uit. Deelname is echter niet verplicht. We schatten de impact van stoppen hoog in omdat de pas alleen aan huishoudens met een laag inkomen wordt gegeven. Het schrappen hiervan leidt ertoe dat minima minder kunnen deelnemen aan sport, cultuur en andere voorzieningen. Jaarlijks doen we een bijdrage aan stichting leergeld. Bij het wegvallen van de bijdrage besparen we € 100.000, maar kunnen ook minder kinderen meedoen aan excursies, met sport, met school, met muziekles etc.

Dit heeft een zeer negatief e ect op zowel de algemene ontwikkeling van onze kinderen, als de sociale ontwikkeling, van een al kwetsbare doelgroep. Voor het minimabeleid is € 25.000 uitgetrokken om ons beleid te herijken en de toenemende problematiek rondom armoede en schulden met prioriteit te kunnen bestrijden. Zonder dit budget kunnen wij dit niet meer doen. Een klein deel van onze uitkeringskosten maken we aan “niet uitkeringsgerechtigden”. Het is mogelijk deze alleen te helpen wanneer ze zich melden. Dit kan ca. € 22.000 besparen. Dit heeft tot gevolg dat problematiek en kosten later in hogere mate terugkomen. Zie ook toelichting onder categorie A over Lokale werkprojecten. In aanvulling hierop kan een verdere € 25.000 geschrapt worden, met hogere impact. Reiskosten WSW inhuur kost ons € 13.000 per jaar en zijn we niet verplicht. Hiermee stoppen zou de laagste inkomens raken en niet in lijn zijn met beleid richting onze eigen medewerkers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14807480/2