Beantwoording technische vragen VVD - GR vorming regio (RBL)
Tekst van het document
Betreft Datum Onderwerp
Technische vragen 29-10-2025 GR-vorming regio (RBL)
Geacht college, Naar aanleiding van de presentatie over de vorming van deze GR in de commissie Samenleving van 17 september jongstleden, en de regionale raadsinformatiebijeenkomst over hetzelfde onderwerp op 24 september jongstleden heeft de VVD fractie een aantal technische vragen: 1. Wat zijn de juridische onzekerheden van scenario 3? 2. Wat is de beste schatting die nu gemaakt kan worden over de hoogte van de eventuele frictiekosten? 3. Waaruit bestaat het grotere financiële risico dat in scenario 1 wordt benoemd? 4. Wat is de beste schatting die nu gemaakt kan worden over de hoogte van de mogelijke kostenstijgingen van de samenwerkingsvorm openbaar lichaam? Wij kijken uit naar uw beantwoording. Met vriendelijke groet, Namens de VVD fractie, Luuk Nagtegaal Beantwoording Vraag 1: Wanneer wordt gekozen voor scenario 3 moeten we in overleg met de regio bepalen op welk moment we taken terugnemen. Ook moeten we afspraken maken over frictie- en desintegratiekosten. Wij verwachten dat we dit in goed overleg met de regio kunnen doen, maar er bestaat een risico wanneer dit niet lukt. Deze onzekerheid ziet dus met name toe op het moment waarop we taken terugnemen en de vergoeding voor frictie- en desintegratiekosten. Dit risico is bij scenario 3 minder groot dan bij scenario 2 omdat de desintegratie bij scenario 2 complexer en omvangrijker is.
Het risico is groter dan bij scenario 1 omdat scenario 1 op hoofdlijnen gelijk is aan de huidige samenwerking. Vraag 2: De gemeente Houten (en RBL) berekent de maximale frictie- en desintegratiekosten op € 528.000 en geeft aan dat ze deze kosten met ongeveer € 160.000 kunnen reduceren of eerder afbouwen. Het deel van de kosten dat volgens de gemeente Houten niet gereduceerd of afgebouwd kan worden zien we als desintegratiekosten en ziet toe op het verlies van schaalvoordeel dat de overige deelnemers hebben als IJsselstein geen Wmo taken afneemt. We voeren nog gesprekken met de regio wat over de bepaling en verdeling van deze kosten. Daarom kunnen we er op dit moment nog geen inschatting over geven. We weten dus wel zeker dat de kosten tussen de € 0 en de € 528.000 zullen liggen. We
sturen erop aan dat we snel tot een afspraak komen. De andere Lekstroom gemeenten willen dat ook. Vraag 3: Over het algemeen zien wij het financieel risico toenemen wanneer we taken in een gemeenschappelijke regeling onderbrengen omdat deelnemers bij tekorten moeten bijspringen. Ook merken we in de praktijk dat we hier bij gemeenschappelijke regeling minder directe invloed hebben dan bij een contractpartij. Het is niet per definitie zo dat een gemeenschappelijke regeling financieel risicovoller is dan de huidige vorm van samenwerking. Dit risico is dan ook niet doorslaggevend geweest voor het advies in het ambtelijk rapport. Vraag 4: Hier kunnen we geen goede schatting van geven. Om die reden is dit in het advies ook niet als financiële consequentie meegewogen. In lijn met het antwoord op vraag 3 is het niet per definitie zo dat kostenstijgingen sterker zijn bij een openbaar lichaam. In de praktijk zien we wel dat we bij een openbaar lichaam kwetsbaarder zijn voor kostenstijgingen en hier minder grip op hebben. Daarom hebben we het als risico/nadeel benoemd. We schatten het risico ten opzichte van andere samenwerkingsvormen niet heel hoog in. Het is daarom niet doorslaggevend geweest bij het bepalen van het advies.