CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen SDIJ inzake Toets-en afwegingskader duurzame energie

Raadsvergadering 20 mei 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel toets- en afwegingskader duurzame energie2.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geachte mevrouw Zandstra,

Middels dit document willen wij graag terugkomen op de technische vragen die u op 7 april heeft gesteld over het toets en afwegingskader duurzame energie.

Vraag 1: Hoeveel ha zonnevelden zijn nodig om te komen aan de 0,26 TWh? Antwoord vraag 1: In de Lopikerwaard willen we in 2030 0,26 TWh duurzame energie op een grootschalige manier opwekken. Enerzijds om een deel van de eigen energieopgave duurzaam in te vullen anderzijds om een bijdrage te leveren aan de Regionale Energiestrategie. Om dit te realiseren zien we een combinatie van zon op dak, zonnevelden en windturbines. In de inschatting die we nu hebben gemaakt zouden er naast zon op dak 7 windturbines en 120 hectare zonnevelden nodig zijn. Dit is echter een inschatting en de daadwerkelijke totstandkoming van initiatieven kan tot gevolg hebben dat hier lichte verschuivingen in plaatsvinden. Hieronder is in tabelvorm toegevoegd welke bijdrage de Lopikerwaard regio wil leveren aan de regionale Energiestrategie. Windenergie groot Windenergie klein Zon op veld Zon op dak Totaal

+/- 7 turbines 100 turbines +/- 120 ha n.v.t

+/- 0,124 TWh +/- 0,001 TWh +/- 0,076 TWh +/- 0,06 TWh +/- 0,26 TWh

Als IJsselstein hebben we de ambitie om +/- 0,05 TWh bij te dragen aan de regionale opgave. Een deel hiervan kunnen we realiseren met zon op dak maar dat zal niet voldoende zijn. Wanneer we de resterende opgave invullen met zonnevelden dan zijn daar ongeveer 50 hectare voor nodig, uiteraard afhankelijk van hoe het zonneveld wordt ingericht. Zoals in het toets- en afwegingskader staat gaan we echter ook de mogelijkheden voor windturbines langs de snelweg nader onderzoeken. Wanneer dit mogelijk blijkt en u hier ook ruimte voor wil bieden kan het aantal zonnevelden dat nodig is voor de ambitie worden teruggebracht. Voor meer uitleg over de windturbines langs de snelweg zie vraag 3.

Vraag 2: Aan welke gebieden in de vijf gemeenten wordt gedacht om de zonnevelden aan te leggen? Antwoord vraag 2: Vanuit het grensoverschrijdende karakter van windturbines hebben we in de Lopikerwaard samenwerking voornamelijk hier de focus op gelegd. In IJsselstein zijn relatief beperkt mogelijkheden voor windturbines en daarom hebben we op Lopikerwaard niveau de keus gemaakt dat er voor IJsselstein daarom meer nadruk zal liggen bij zonnevelden. De keuzes voor de gebieden die hiervoor worden aangewezen in echter een meer lokale keus. Ofwel hier zien wij iets meer ruimte voor een afweging per gemeente. In de andere Lopikerwaard gemeente wordt op dit moment de laatste hand gelegd aan de toets en afwegingskaders en daarbij worden de definitieve keuzes gemaakt voor de gebieden die zij geschikt zien voor zonnevelden. Deze informatie is nu dan ook nog niet helemaal beschikbaar. Wanneer dit bekend is en u hier inzage in wenst kunnen wij deze informatie verstrekken. Dit neemt echter niet weg dat we in het vervolgtraject en de gebiedsgerichte verdieping nauw met elkaar zullen blijven samenwerken om ook voor de zonnevelden in heel de Lopikerwaard voor goede landschappelijke inpassing te zorgen.

Vraag 3: Voor de windturbines zijn al locaties in beeld. Betekent dit dat er op IJsselsteinsgrondgebied geen windturbines geplaats worden. Antwoord vraag 3: Als 5 Lopikerwaard gemeenten zijn wij samen tot een samenhangend plan gekomen voor de opwek van duurzame energie waarin elke gemeente een bijdrage levert. Zonder dat dat geheel in beton gegoten is. In dit plan worden voor windturbines locaties genoemd langs de A12 en het vervanging van de drie bestaande windmolens in Lopik. Van deze locaties is duidelijk dat deze technisch geschikt zijn en uit de participatie komt naar voren dat deze locaties maatschappelijk het meesten draagvlak hebben. Tegelijkertijd zou dit voor IJsselstein betekenen dat er relatief grote focus komt te liggen op zonnevelden. Deze zonnevelden hebben echter ook een aanzienlijk ruimtebeslag. Mede om die reden willen we in sluiten we windturbines in IJsselstein in het voorstel niet helemaal uit. Uit de landschappelijke analyse en de participatie komt naar voren dat de zone langs de snelweg A2 ook een geschikte zone zou zijn voor windturbines. Deze locatie is echter wat gecompliceerder en dat heeft mede te maken het feit dat we het advies van de GGD en ODRU willen volgen om de WHO-geluidsnorm voor windturbines te handteren. Omdat deze locatie wat onzekerder is hebben we hem niet willen opnemen in het Lopikerwaard bod.

We willen u raad echter wel voorstellen de komende jaren nader onderzoeken of de zone langs de snelweg zou kunnen worden benut met de in achtneming van de WHO-norm voor geluid. Wanneer hier ruimte voor is zou hier, mits de raad daar mee instemt, een initiatief tot ontwikkeling kunnen komen. Dit zou betekenen dat er minder zonneveldenvelden nodig zullen zijn om de voorgestelde ambitie van 0,05 TWh te halen. De zone rond de snelweg wordt dus zowel vanuit landschappelijke als maatschappelijk oogpunt gezien als een geschikte locatie voor windturbines. Aanvullend hierop zijn er ook vanuit energetisch perspectief belangrijke redenen om de kansen voor windenergie nader te onderzoeken. Zonneenergie heeft een fluctuerend aanbod waar een windturbine een meer stabiel aanbod van energie geeft. Vanuit het oogpunt van netstabiliteit is het dan ook van belang dat er naast zonne-energie ook een aanzienlijk deel windenergie wordt opgewerkt. Het fluctuerende aanbod resulteert er tevens in dat de aansluitkosten, welke voor een deel worden doorberekend aan de consument, voor windturbines lager zijn dan voor zonnevelden. Met windenergie worden de kosten voor de consument dan ook lager gehouden.

Vraag 4: Blijft in de samenwerking de ambitie voor IJsselstein bestaan om op eigen grondgebied voor 2030 0,05 TWh energie op te wekken? Antwoord vraag 4: De ambitie om als IJsselstein zo’n 0,05 TWh blijft ook in de Lopikerwaard samenwerking overeind staan. Zoals in het toets en afwegingskader staat beschreven is het de ambitie van de gemeente IJsselstein om in 2030 0,05 TWh duurzame elektriciteit op een grootschalige manier op te wekken. Dit is in lijn met de ambitie om in 2050 een klimaat neutrale gemeente te zijn en zorgt dat de gemeente een bijdrage levert aan de Regionale Energiestrategie.

Vraag 5: Er is in veel gemeentes weerstand tegen windturbines. De plannen van het samenwerkingsverband moet nog door de diverse gemeenteraden worden aangenomen of verworpen. Heeft de samenwerking ook alternatieve scenario’s opgesteld? Zo ja, wat zijn deze scenario’s? Antwoord vraag 5: Windturbines zijn een maatschappelijk gevoelig onderwerp en het is aan iedere raad om voor zijn eigen grondgebied een weloverwogen keuze te maken over de zoekgebieden voor zowel zon maar zeker ook wind. Hierbij kan het voorkomen dat een bepaald zoekgebied wordt verworpen. In dat geval zijn er geen concrete alternatieven scenario’s. Dat neemt niet weg dat er technisch gezien nog andere geschikte locaties zijn. Wanneer het plan verworpen wordt kan dat aanleiding zijn om over de andere technische geschikte locaties een gesprek te voeren.

Vraag 6: Op pagina 6 van het toets- en afwegingskader wordt gesproken over mogelijke opbrengsten voor IJsselstein als kans bij het plaatsen van windmolens en zonnevelden. Aan welke opbrengsten moet worden gedacht? Antwoord vraag 6: zonnevelden en windturbines leveren duurzame energie terug aan het elektriciteitsnet en daar komen inkomsten uit voort. Inwoners kunnen, zoals beschreven in het toets en afwegingskader, op verschillende wijze profijt ervaren van deze opbrengsten. Hoe dit precies plaatsvindt zal per project verschillen en is maatwerk.

Vraag 7: Op pagina 7 staat dat het kader is opgesteld op basis van de ruimtelijke visie van stedenbouwkundigen en landschapsexperts. Wat is specifiek voor IJsselstein hun visie? Antwoord vraag 7: Pagina 7 stelt dat het toets en afwegingskader is opgesteld op basis van: - Participatie: de opbrengsten van de inloopavonden met bewoners, online enquêtes met bewoners, digitale gesprekken met bewoners en stakeholders. - Technische analyse: voldoen de plannen bijvoorbeeld aan wettelijke regels en de mogelijkheden van het elektriciteitsnetwerk? - Ruimtelijke visie: wat vinden stedenbouwkundigen, landschapsexperts? Met betrekking tot de ruimtelijke visie hebben we bij dit toets en afwegingskader nauw afgestemd met de omgevingsvisie om zo tot een integraal beeld te komen. Daarnaast hebben we de input uit diverse landschappelijke rapportages meegenomen waaronder de landschappelijke studie van de U16 en het Groene Hart advies van de drie provinciaal adviseurs ruimtelijke kwaliteit. Deze adviseurs hebben echter geen specifieke visie voor IJsselstein gegeven of opgesteld.

Vraag 8: Op pagina 8 is sprake van een prioriteringsoverzicht. Wie stelt dit overzicht op? Antwoord vraag 8: Het prioriteringsoverzicht is onderdeel van de gebiedstabel. Voor zowel voor zon als wind geeft de gebiedstabel in de laatste kolom aan of het gebied wordt gebruikt voor de ambitie van 2030 en welke mogelijk later worden ingezet. Dit vormt het de prioritering, door de omvang van IJsselstein deze prioritering alleen allicht anders dan u had verwacht. De daadwerkelijke invulling van deze tabel is uiteindelijk een bevoegdheid van de raad.

Vraag 9: Op pagina 12 staat dat het kan zijn dat windturbines of zonnevelden in sommige gebieden enkel worden toegestaan onder bepaalde voorwaarde. Om welke gebieden gaat het en wat zijn de bijbehorende voorwaarden? Antwoord vraag 9: De gebiedsgerichte voorwaarden staan nader uitgewerkt in de gebiedstabel van hoofdstuk 4 conclusie.

Vraag 10: Op pagina 14 en 15 wordt gesproken maximale geluidsnormen. Is het juist dat dit gemiddeld maximale normen zijn? Zo ja, dan betekent dit dat meerdere malen de genoemde maximale norm zal worden overschreden. Acht u dit maatschappelijk verantwoord? Antwoord vraag 10: Tijdens de vergunningsfase dienst middels geluidsmodellen te worden aangetoond of de gestelde WHO-geluidsnorm wordt gehaald. Hierbij gaat het, net als bij andere ruimtelijke ontwikkelingstrajecten, om jaargemiddelde waarden. Dit betekent dat het op sommige dagen meer geluid zal opleveren, en op andere dagen minder. Als na de realisatie handhaving plaats vindt zal er gehandhaafd worden op de minder strenge norm die in het activiteitenbesluit staan. Dit omdat het juridische niet mogelijk is om op de WHO-norm te handhaven. Dit neemt niet weg dat het wel mogelijk is om afspraken te maken met de eigenaren van de windmolens om zodanig de WHO-norm te borgen.

Vraag 11: Op pagina 20 staat dat het Groene Hart is aangewezen als NOVI-aandachtsgebied waarbij extra aandacht is voor ruimtelijke kwaliteit. De gevolgen die dit heeft is tot op heden niet bekend. Waarom is dit nog niet bekend en hoe kunt u een dan wel een toets- en afwegingskader opstellen? Antwoord vraag 11: Het Groene Hart is relatief recentelijk door het Rijk aangewezen als een NOVIaandachtsgebied. Hierdoor is nog niet bekend wat dit betekent voor zonnevelden en windturbines. Waarschijnlijk zal het Groene Hart advies van de provinciaal adviseurs ruimtelijke kwaliteit, wat wij reeds in ons beleid hebben betrokken, hier een rol in spelen. Tegelijkertijd vraagt het Rijk wel van elke regio om een RES 1.0 met zoekgebieden aan te leveren. Ondanks dat het niet bekend is wat het aanwijzen van het Groene Hart als NOVI-aandachtgebied betekent kiezen we er toch voor om als gemeente kaders op te stellen over zon en wind omdat we dat vanuit de urgentie van de opgave en de afspraken die we in het kader van de RES hebben gemaakt belangrijk vinden. Dit neemt niet weg dat het aanwijzen van het Groene Hart als NOVI-aandachtsgebied in de toekomst gevolgen kan hebben. We houden de ontwikkelingen dan ook in de gaten zodat we ons, samen met u, over de eventuele gevolgen hiervan kunnen buigen.

Vraag 12: Op pagina 23 onder maatschappelijke acceptatie staat dat de keuzes zo veel mogelijk moeten kunnen rekenen op acceptatie onder de inwoners. Is hier ook de recent aan de wethouder aangeboden petitie in meegenomen? De petitie is door de wethouder in ontvangst genomen. Het geluid dat in de petitie naar voren komt kunt u in uw afweging meenemen.

Vraag 13: Op pagina 24 staat dat de initiatiefnemer kan afwijken van de uitgangspunten van de gemeente betreffende de groep ‘direct omwonende’. Wat is de achterliggende motivatie? Wie bepaald of de afwijking door de initiatiefnemer terecht is? Kunnen de ‘direct omwonende’ beroep aantekenen tegen het voorstel van de initiatiefnemer? Zo ja, wat is de te volgen weg? Antwoord vraag 13: energieprojecten zijn maatwerk. Elk project is anders omdat de omvang wisselt maar ook de locatie. Dit kan aanleiding zijn om af te wijken van de uitgangspunten van de gemeenten. Als gemeente beoordelen wij of voldoende is gemotiveerd wie er als direct omwonende worden gekwalificeerd. Ongeacht of inwoners worden gekwalificeerd als direct omwonende hebben zij altijd te mogelijkheid om tijdens participatie avonden mee te denken over de invulling van het project. Deze dienen namelijk openlijk toegankelijk te zijn. Wanneer er na het gehele proces een bestemmingsplan door u als gemeenteraad wordt vastgesteld kunnen inwoners, mits zij worden gezien als belanghebbende, altijd bezwaar maken en beroep gaan. Dit zal via de gebruikelijke wegen gaan zoals dat ook bij andere ruimtelijke projecten gaat.

Vraag 14: Op pagina 25. Kunt u de genoemde gedragscodes tijdig nazenden? Antwoord vraag 14 Gedragscode wind: Gedragscode zon:

https://www.nwea.nl/wp-content/uploads/2020/11/20201103Gedragscode-WoL-opgemaakt-FINAL.pdf https://www.natuurenmilieu.nl/wp-content/uploads/2019/11/Gedragscodezon-op-land-Holland-Solar-171019-definitief.pdf

Vraag 15: Op pagina 25. Waarom is de gemeente nu sturend waar het gaat om de financiële participatie? Het initiatief ligt in het voorstel geheel bij derden. Hoe worden de belangen van de inwoners geborgd en wat zijn de eventuele beroep- en bezwaarmogelijkheden? Antwoord vraag 15: In het klimaatakkoord is afgesproken om te streven naar 50% lokaal eigendom. Middels het toets en afwegingskader wordt dit streven concreet gemaakt en wordt aangegeven hoe dit naar visie van de gemeente IJsselstein zou moeten worden ingevuld. Omdat energieprojecten maatwerk zijn ligt het initiatief hiervoor uiteindelijk bij derden. Dit neemt niet weg dat de gemeente actief in gesprek zal blijven om in relatie tot financiële participatie de belangen van inwoners te borgen. Een belangrijk aandachtspunt is echter wel dat lokaal eigendom niet juridisch is af te dwingen. Ondanks dat het merendeel van de initiatiefnemers zich actief inspant om dit te realiseren is het als gemeente dus niet mogelijk om het als een harde randvoorwaarde te stellen. Ofwel decentrale overheden kunnen de wens van financiële participatie stimuleren, maar niet afdwingen. Het

Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën zegt daar het volgende over: “ Deze grenzen aan de bevoegdheden komen voort uit de opvatting – naar de huidige stand van de jurisprudentie – dat financiële participatie van de omgeving in een energieproject geen ruimtelijk relevant motief dient. Wel of niet financieel participeren door de omgeving verandert immers niets aan de ruimtelijke impact van het project. In gemeentelijk participatiebeleid – en in de afweging om al dan niet planologisch medewerking te verlenen – is onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) het uitgangspunt van een ‘goede ruimtelijke ordening’ leidend. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een bestuursorgaan alle ruimtelijk relevante belangen af te wegen. Beleid dat gericht

is op het behartigen van particuliere financiële belangen van omwonenden is niet te relateren aan ‘de goede ruimtelijke ordening’. Als een initiatiefnemer weigert om te investeren in financiële participatie van de omgeving in de productie van hernieuwbare energie, vormt dat geen ruimtelijk relevant motief om bijvoorbeeld een omgevingsvergunning te weigeren” Bron: Oplegger & factsheet Bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële

participatie (NP RES) (https://www.regionale-energiestrategie.nl/bibliotheek/participatie+volksvertegenwoordige rs/b+participatie/downloads_getfilem.aspx?id=1234378&forcedownload=true)

Wij gaan er vanuit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u echter nog vragen hebben dan vernemen wij dat graag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10025998/1