Beantwoording art.35 vragen PvdA - Solidariteitsfonds basisonderwijs
Tekst van het document
postadres Postbus 26, 3400 AA IJsselstein
bezoekadres Overtoom 1 3401 BK IJsselstein
Gemeenteraad IJsselstein Postbus 26 3400 AA IJSSELSTEIN
t 14 030 f 030 6884350 e info@ijsselstein.nl
betreft
Beantwoording schriftelijke vragen op grond van artikel 35 Solidariteitsfonds basisonderwijs.
uw kenmerk uw brief van behandeld door
zaaknummer
173868
datum
14 mei 2024
blad 1 van 2 1 Bijlagen
S.E. Boer- Huigen
Geachte raadsleden, Op 13 april 2024 heeft raadslid mevrouw Van Schalkwijk namens de PvdA-fractie schriftelijke raadsvragen gesteld op grond van artikel 35 van het “Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente IJsselstein 2017”. Deze vragen gaan over Solidariteitsfonds basisonderwijs. Hierbij ontvangt u ons antwoord met een kopie van de schriftelijke raadsvragen van mevrouw Van Schalkwijk. Hoogachtend, Het college van IJsselstein,
drs. W.M. van de Werken secretaris
mr. P.J.M. van Domburg burgemeester
De gemeente IJsselstein gebruikt uw persoonsgegevens uitsluitend voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt. Voor meer informatie daarover verwijzen wij u naar www.ijsselstein.nl/privacy.
Bankrelatie BNG NL79BNGH028.50.09.958 Bankrelatie RABO NL83RABO0320.72.82.85
datum ons kenmerk blad 2 van
14 mei 2024 173868 2
Beantwoording schriftelijke vragen op grond van artikel 35 d.d. 13 april 2024 door raadslid mevrouw Van Schalkwijk namens de PvdA-fractie over Solidariteitsfonds basisonderwijs. Vraag 1: Hoe kijkt het college naar de rol van de vrijwillige ouderbijdrage in het basisonderwijs? Het college volgt de discussies over de vrijwillige ouderbijdrage met interesse, maar ziet dit primair als een zaak waarover de school met haar ouders/medezeggenschapsraad beslist. Tegelijkertijd signaleert het college ook dat er sprake is van verschillen in inkomsten uit ouderbijdragen tussen scholen, wat leidt tot een verschil in activiteiten tussen scholen. Het college vindt het belangrijk dat scholen hierover in gesprek gaan met elkaar. Vraag 2: Deelt het college de mening van de PvdA IJsselstein dat de ongelijkheid in de hoeveelheid ouderlijke bijdragen en het aanbod van activiteiten op basisscholen onwenselijk is? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Het college is van mening dat alle kinderen mee moeten kunnen doen met de activiteiten op school, ongeacht de financiële mogelijkheden van ouders om een ouderbijdrage te kunnen/of willen betalen. Door de wetswijziging per augustus 2021 is dit ingeregeld, daarin staat dat scholen ouders een vrijwillige ouderbijdrage kunnen vragen voor extra activiteiten.
Als ouders deze bijdrage niet voldoen, dan mag de school een leerling niet uitsluiten van deelname en ook geen alternatief bieden. De kosten voor activiteiten binnen het verplichte programma moeten door de school worden betaald. In Nederland is het onderwijs vrij toegankelijk voor alle kinderen vanaf 4 jaar. De overheid ziet toe op de toegankelijkheid en de kwaliteit van dit aanbod. Daarnaast is er in Nederland de vrijheid van ouders om te kiezen voor een school van bepaalde signatuur of met bepaald aanbod. Alles wat scholen extra willen doen, moet uit vrijwillige bijdrages of fondsen/donaties worden gefinancierd. Het is aan de school(besturen) om samen met ouders en scholen hierover afspraken te maken. Vraag 3: Hoe kijkt het college aan tegen het initiatief van de gemeente Utrecht om een solidariteitsfonds op te richten? De gemeente Utrecht neemt met het inrichten van het Solidariteitsfonds de verantwoordelijkheid op zich om te weinig en verschillende inkomsten uit de vrijwillige ouderbijdrage, te dempen of mogelijk gelijk te verdelen. Het onderliggende probleem, dat er steeds minder ouders zijn die een ouderbijdrage betalen waardoor het aanbod aan extra activiteiten onder druk komt te staan, wordt daarmee niet opgelost. De uitvoering van het Solidariteitsfonds in gemeente Utrecht behoeft daarnaast nog nadere uitwerkingen.
De verwachting is dat het fonds afhankelijk blijft van de ouders om bij te dragen. Hoe groot dat draagvlak is, is onbekend. Hoe de uitwerking van het fonds verder precies zal zijn, is nog de vraag en zullen we volgen. Vraag 4: Is het college bereid om te kijken naar een mogelijke uitwerking van een solidariteitsfonds voor het basisonderwijs binnen de gemeente IJsselstein? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Als gemeente zien wij geen rol om een fonds in te richten. Het vragen en inzetten van de ouderbijdrage is een verantwoordelijkheid van de scholen. Het is aan de scholen onderling om hun aanbod op elkaar af te stemmen, gelijk te trekken of juist de diversiteit in het aanbod op de school te bewaren. Zij zouden er voor kunnen kiezen gezamenlijk een dergelijk fonds in te richten. Vanuit de ontwikkelingen rondom het onderwijskansenbeleid moedigen we deze gesprekken aan. Vraag 5: Is het college bereid om het idee voor een solidariteitsfonds een plek te geven in het onderwijsachterstandsbeleid? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Zie het antwoord op vraag 4.