CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Adviesrapport Significant Samenwerking U16 in 2023 en 2024

Commissie Samenleving 14 september 2022, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: 21:30 uur Op verzoek van PvdA: Debataanvraag Doorcentralisatie Beschermd Wonen5.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SAMENWERKING BESCHERMD WONEN TUSSEN 16 UTRECHTSE GEMEENTEN IN 2023 EN 2024 VOORZIENINGEN VOOR KWETSBARE INWONERS BESCHIKBAAR HOUDEN, PASSEND EN STEEDS DICHTERBIJ

KLANT KENMERK AUTEUR(S) DATUM VERSIE

Samenwerkende Utrechtse gemeenten (U16) CP/jve/002751 Coby Peeters, Sam Huberts, Patrick Tazelaar 18 oktober 2021 Definitief

INHOUDSOPGAVE

Inhoudsopgave Samenvatting

3

1

Inleiding

5

1.1

Voorzieningen voor kwetsbare inwoners

5

1.2

Motivatie en urgentie voor samenwerking

6

1.3

Context: geleidelijke verschuiving van verantwoordelijkheden en budgetten

6

1.4

Verantwoording bij dit advies

6

2

3

Afwegingen

7

2.1

Regionale koers zet transformatie centraal

7

2.2

Samenwerken op verschillende niveau’s

7

2.3

Afwegingskader

8

Gefaseerd toewerken naar een grotere regionale rol

9

3.1

Mogelijke scenario’s

9

3.2

2023 – 2024: samen inkopen, samen leren, financieel solidair en samen investeren

10

3.3

Onderzoek gericht op het wenkend perspectief

11

3.4

Het toegangsproces en besluitvorming

12

3.5

Regioplan: concretiseren van de samenwerking

12

3.6

Governance afspraken

13

Samenvatting Gemeenten bieden kwetsbare inwoners die ondersteuning nodig hebben

Met deze fasering borgen gemeenten dat voorzieningen voor deze kwetsbare

verschillende vormen van begeleiding en voorzieningen, veelal lokaal of regionaal

inwoners beschikbaar blijven en dat de processen lokaal, regionaal en

georganiseerd. Ook ‘beschermd wonen’ (BW) is een voorziening waar inwoners op

bovenregionaal zo worden ingericht dat cliënten de ondersteuning die ze nodig

kunnen rekenen. Op dit moment is de gemeente Utrecht als centrumgemeente

hebben op een passende plek kunnen krijgen.

hiervoor verantwoordelijk. Advies: fasering geeft rust, tijd én betere informatie Vanaf 2023 worden de 16 individuele gemeenten1 (U16) geleidelijk zelf verantwoordelijk om de BW-voorzieningen te organiseren voor deze kwetsbare

Wij adviseren de zestien Utrechtse gemeenten om in de eerste twee jaar van de

doelgroep. Het verschuiven van de taken naar regiogemeenten (transitie of

decentralisatie (2023 - 2024) de essentie van bestaande financiële, organisatorische

doordecentralisatie) beoogt dat inwoners meer lokaal en dichtbij kunnen worden

en inkoopafspraken voort te zetten en samen te blijven werken aan de Regionale

geholpen zoals geformuleerd in het koersdocument 2. Kern van deze Regionale koers

koers. In 2023 wordt onderzoek uitgevoerd gericht op (condities voor) de

is dat alle betrokkenen inzetten op zo zelfstandig mogelijk wonen van cliënten, dus in

samenwerking in de periode 2025 en verder. Dit is samengevat in figuur 1 hieronder.

de wijk in plaats van in een instelling. Dit is samengevat als: ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’. Dit is een complexe opgave. Het brengt voor alle gemeenten kansen, uitdagingen en ook financiële risico’s met zich mee. Risico’s die op dit moment nog lastig te overzien zijn. De 16 gemeenten ervaren daarom een grote wens en urgentie om op dit dossier samen te blijven werken.

Met het voorbereiden van de transitie in de komende jaren scheppen de 16 gemeenten de voorwaarden voor de gewenste inhoudelijke transformatie, in het belang van de doelgroep. In het rapport adviseren we voor deze transitie een gefaseerd scenario dat rekening houdt met de risico’s en kansen, terwijl de ingezette transformatiebeweging voort kan gaan. Dit adviesrapport schetst hoe de eerste twee jaren eruitzien en hoe de U16-gemeenten zich samen voorbereiden op besluitvorming

Figuur 1. Kern van het advies over de regionale samenwerking U16

(in 2023) over het toekomstperspectief (na 2025). 1

Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort,

2

Regionale koers maatschappelijke opvang en beschermd wonen U16 (2017) (link).

Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist.

3

Een belangrijke reden om te kiezen voor deze fasering is dat op dit moment nog veel

gemeenten sturen er samen met de gecontracteerde aanbieders op aan dat de

informatie ontbreekt om de nieuwe samenwerking vorm te geven. De twee jaar extra

benodigde ondersteuning geleverd kan worden binnen het beschikbare budget. Dit

tijd benutten de U16-gemeenten om een beter beeld te krijgen van de

vraagt om gezamenlijk regionaal accounthouderschap in de U16.

ondersteuningsbehoefte van cliënten die gebruik (gaan) maken van deze voorzieningen en voor het gesprek met zorgaanbieders daarover. Ook ontstaat met

Bij deze inhoudelijke en financiële samenwerking tussen gemeenten, hoort ook een

deze fasering tijd voor het inrichten van de lokale en regionale processen en de

gedeeld beeld over het toegangsproces tot deze voorzieningen. Op dit moment

samenwerkingsafspraken gerelateerd aan de verschuiving van taken. Belangrijk is te

verloopt de toegang tot regionale voorzieningen via de regionale toegang. De intentie

constateren dat de budgetten die gemeenten per 2023 krijgen voor deze doelgroep

is om steeds meer lokaal te werken aan een passend ondersteuningsplan voor een

op dit moment nog onzeker zijn. De verwachting is dat gemeenten in 2022 een

inwoner. Wanneer daarin voorzieningen nodig zijn die collectief worden ingekocht, zal

scherper beeld krijgen van zowel de verwachte ontwikkelingen in de zorgvraag als

voor die voorzieningen sprake zijn van een centrale besluitvorming. Hiervoor is een

over deze budgetten vanuit het Rijk.

mandateringsregeling nodig. Gemeenten gaan samenwerken bij het vormgeven van dit toegangsproces.

Een tweede belangrijke reden voor deze fasering is dat dit rust en ruimte geeft om verder te werken aan de inhoudelijke transformatie zoals geformuleerd in de

Gemeenten zijn zich ervan bewust dat het succes van de transformatie niet alleen

Regionale koers en om toe te werken naar een grotere rol voor de regio’s vanaf 2025.

gaat over beschikbaarheid van BW-voorzieningen, maar ook over passende

Hoe de rolverdeling en samenwerking er vanaf dat moment gaat uitzien en hoe

woningen voor deze doelgroep. Het succes van de transformatie (meer ondersteuning

gemeenten samenwerken aan transformatie zal worden beschreven in een Regioplan

thuis) is dus mede afhankelijk van het woonbeleid in de gemeenten, dus de

U16 dat in de loop van 2022 gereed zal zijn. Besluitvorming over het

beschikbaarheid van betaalbare woonplekken zodat cliënten kunnen ‘uitstromen’ naar

toekomstperspectief zal plaatsvinden na een onderzoek die wordt uitgevoerd in 2023.

zelfstandigheid.

Dit onderzoek beoordeelt of aan alle condities voor de doordecentralisatie is voldaan. Welke condities dat zijn en hoe gemeenten die samen gaan realiseren wordt

En ondertussen werken gemeenten door aan de transformatie. Daarvoor zijn jaarlijks

uitgewerkt in het Regioplan.

middelen nodig die regionaal of lokaal kunnen worden ingezet voor transformatie, uitvoeringskosten, preventie en nazorg. De intentie van gemeenten is deze ook in

Om BW-voorzieningen beschikbaar te hebben in de periode 2023 - 2024 worden de

2023 en 2024 beschikbaar te blijven stellen uit de bovenregionaal samengevoegde

bestaande BW-contracten door gemeente Utrecht met twee jaar verlengd. Zowel

financiële middelen voor beschermd wonen3.

bestaande als nieuwe cliënten kunnen van deze voorzieningen gebruikmaken. Het budget voor de nieuwe cliënten wordt door het Rijk overgemaakt naar de

Besluitvorming over de samenwerken na 2025 vindt plaats in 2023 op basis van

regiogemeenten. Deze regiogemeenten voegen dit samen bij de middelen die het Rijk

uitkomsten van een gezamenlijk onderzoek. Een belangrijk thema zijn faire financiële

deze beide jaren aan Utrecht in haar rol als centrumgemeente beschikbaar stelt. Wij

afspraken voor 2025 e.v.. We adviseren deze te baseren op het feitelijk gebruik van

adviseren om met deze samenvoeging van middelen ook af te spreken volledig

BW-voorzieningen en niet op vanuit het Rijk beschikbaar gestelde budgetten.

financieel solidair te zijn, dus niet af te rekenen naar gebruik per gemeente. De U163

Separate besluitvorming vindt plaats in 2022.

4

1 Inleiding inkoopafspraken gemaakt met aanbieders van deze voorzieningen. Deze contracten Gemeenten bieden kwetsbare inwoners die ondersteuning nodig hebben

lopen eind 2022 af, maar kunnen drie maal voor een periode van twee jaar worden

verschillende vormen van begeleiding en voorzieningen. ‘Beschermd wonen’ is een

verlengd.

voorziening waar inwoners op kunnen rekenen. Op dit moment is de gemeente Utrecht als centrumgemeente hiervoor verantwoordelijk. Vanaf 2023 worden de 16

Beschermd thuis is een voorziening bedoeld voor inwoners van een gemeente

individuele gemeenten (U16) geleidelijk zelf ook verantwoordelijk om deze

binnen de U16-regio die zelfstandig wonen maar (zeer) intensieve gespecialiseerde

voorzieningen te organiseren. Ze werken intensief samen bij het voorbereiden van

begeleiding met 24-uurs bereikbaarheid nodig hebben. Beschermd verblijf is een

deze transitie en aan de daarbij beoogde transformatie. Gemeenten en betrokken

voorziening bedoeld voor inwoners uit de U16 die niet zelfstandig kunnen wonen en

partners in U16 hebben in 2017 een Regionale koers opgesteld voor beschermd

tijdelijk intensieve gespecialiseerde begeleiding in een 24-uursvoorziening nodig

wonen (BW) en maatschappelijke opvang (MO). Kern is dat alle betrokkenen inzetten

hebben. Beschermd wonen specialistisch is een bovenregionale voorziening (U16-

op zo zelfstandig mogelijk wonen, dus in de wijk in plaats van in een instelling, met

niveau) bedoeld voor inwoners in de U16-regio die tijdelijk niet zelfstandig kunnen

passende ondersteuning. Ook moeten deze kwetsbare inwoners geholpen worden

wonen en naast gespecialiseerde begeleiding in een 24-uursvoorziening een

met het actief meedoen in de samenleving.

specifieke ondersteuningsvraag, benadering en/of setting nodig hebben die niet lokaal of regionaal kan worden geboden.

De gemeenten ervaren de urgentie om de samenwerking voort te zetten, zowel inhoudelijk als financieel. Inhoudelijke samenwerking gaat over leren wat werkt om

De ambitie is de BT- en BV-voorzieningen steeds dichterbij de inwoner aan te

deze doelgroep zo goed mogelijk te ondersteunen, zowel preventief als met passende

bieden, met de mogelijkheid van flexibel op- en afschalen naar ondersteuning in de

ondersteuning. Dit advies focust op de systeemafspraken voor deze samenwerking in

thuissituatie. Daarvoor is het nodig om vraag en aanbod goed op elkaar af te

de periode 2023 en 2024. Dit is daarmee een opmaat naar keuzes over de

stemmen. In de huidige inkoopafspraken is daarom afgesproken dat aanbieders beide

samenwerking vanaf 2025; die op basis van de stappen in dit voorstel onderbouwd

voorzieningen moeten kunnen bieden. Naast samenhang tussen BT- en BV-

genomen kunnen worden.

voorzieningen is ook inhoudelijke aansluiting op de regionale en lokale voorzieningen van belang. Door het combineren van deze voorzieningen in een ondersteuningsplan

1.1

Voorzieningen voor kwetsbare inwoners

zal het mogelijk worden om deze kwetsbare inwoners zo thuis mogelijk te helpen.

Gemeenten bieden kwetsbare inwoners die ondersteuning nodig hebben

Het aantal cliënten dat gebruikmaakt van specialistische BW-voorzieningen is

verschillende vormen van begeleiding en voorzieningen. ‘Beschermd wonen’ is een

kleiner. In combinatie met de complexere aard van zorgvraag betekent dat

voorziening waar inwoners op kunnen rekenen. De Utrechtse gemeenten hanteren

continuering van de samenwerking op bovenregionaal niveau een passend

voor ‘beschermd wonen’ drie vormen: beschermd thuis (BT), beschermd verblijf (BV)

eindmodel is voor deze voorzieningen.

en beschermd wonen specialistisch (BW-spec). Utrecht heeft als centrumgemeente

5

1.2

Motivatie en urgentie voor samenwerking

hoeveel er gebruik gemaakt wordt van voorzieningen en hoe dit zich verhoudt met het beschikbare budget uit het objectief verdeelmodel.

De Utrechtse gemeenten voelen zich samen verantwoordelijk voor een goede en eenduidige uitvoering van hun verantwoordelijkheden opdat alle inwoners van de 16 gemeenten toegang hebben tot beschermd wonen wanneer dat nodig is. Daarbij hanteren zij het principe ‘lokaal wat lokaal kan, regionaal wat meerwaarde heeft’. De motivatie om samen te werken is sterk bepaald door de complexiteit van deze ambitie: gemeenten wensen een verschuiving van bovenregionaal (U16) naar meer lokale en regionale uitvoering (Wmo-regio’s). Nieuwe samenwerkingsafspraken bevorderen een versnelling in deze verschuiving, maar tijdens deze ‘verbouwing’ moet zorg wel beschikbaar blijven. De gemeenten blijven samen optrekken om deze voorzieningen voor deze meest kwetsbare inwoners beschikbaar te houden.

1.3

Context: geleidelijke verschuiving van verantwoordelijkheden en budgetten

Met ingang van 2023 ontvangen alle 16 gemeenten individueel financiële middelen

Figuur 2. Verschuiving voorlopige BW-budgetten U16 gemeenten (bron: AEF)

1.4

Verantwoording bij dit advies

voor nieuwe cliënten die gebruikmaken van BW-voorzieningen. Voor de bestaande cliënten ontvangt de centrumgemeente het budget. Deze financiële verschuiving is

In dit advies zijn de beschikbare inzichten in het najaar van 2021 gebundeld. De

zichtbaar in figuur 2. Daarin is zichtbaar dat in de eerste jaren (2023/2024) sprake is

regio’s in de U16 zijn in verschillende werkgroepen bezig met het ophalen van kennis

van een relatief laag budget dat naar de regiogemeenten gaat. De verschuiving vindt

en bespreken van keuzes rond beschermd wonen. Deze werkgroepen gaan elk over

plaats over een periode van 10 jaar. Het totale beschikbare budget blijft over de jaren

een specifiek onderdeel van de beweging naar een nieuwe samenwerking op het

ongeveer constant; rond 82 miljoen euro. Deze bedragen zijn nog niet definitief. Dit

gebied van BW (wonen en zorg, het zorglandschap, governance, financiering en

zijn middelen voor het inkopen van BW-voorzieningen en voor het samen organiseren

toegang). De projectleiders van deze werkgroepen waren ons klankbord bij het tot

van de beoogde transformatie.

stand brengen van dit advies.

De toekomstige budgetten kunnen uiteraard in de komende jaren anders blijken door

In dit proces hebben we gebruikgemaakt van simulaties die ons tonen dat het voor

aanpassing van landelijke budgetten en herijking van de verdeelmodellen. Deze

regiogemeenten op dit moment nog heel lastig is om de consequenties van de

verdeelmodellen maken gebruik van kenmerken van gemeenten (zogenaamd

doordecentralisaties te overzien, zowel inhoudelijk als financieel. Dit is een

objectief verdeelmodel). de modellen sluiten echter niet altijd aan bij de situatie op lokaal of Wmo-regioniveau. Daarom is het van belang om als U16 te monitoren

belangrijke achtergrond voor ons advies om gefaseerd toe te werken naar een grotere regionale verantwoordelijkheid.

6

2 Afwegingen De gemeenteraden van de zestien gemeenten hebben met deze Regionale koers In dit hoofdstuk beschrijven we de context en de afwegingen die door de

ingestemd.

verschillende regio’s en gemeenten naar voren zijn gebracht. Ze vormen het kader voor ons advies om te kiezen voor een gefaseerde transitie naar een grotere

Deze transformatie start niet in 2023 maar is al in gang gezet. In de gemeenten is een

regionale rol (door de Wmo-regio’s) in het samen vormgeven van BW-voorzieningen.

beweging zichtbaar ‘naar lokaal’ en ‘meer thuis’. Deze transformatie sluit aan op de bredere Wmo-verantwoordelijkheden die gemeenten hebben voor kwetsbare

2.1

Regionale koers zet transformatie centraal

inwoners. Gemeenten wensen dit proces te versnellen - om inwoners de juiste zorg op de goede plek te kunnen leveren. Dit vraagt om samenwerkingsafspraken die deze

Vanaf 2023 verandert de manier waarop beschermd wonen wordt georganiseerd.

transformatie kunnen ondersteunen en versnellen.

Individuele gemeenten worden zelf verantwoordelijk om deze voorzieningen te organiseren, naar aanleiding van het advies van de Commissie Toekomst Beschermd

2.2

Samenwerken op verschillende niveau’s

Wonen (Dannenberg). Verschuiving van deze verantwoordelijkheden naar individuele gemeenten beoogt om inwoners meer lokaal en dichtbij te kunnen helpen: ‘Van

De U16-gemeenten stellen de zorg voor hun inwoners voorop en helpen elkaar om

beschermd wonen naar een beschermd thuis’. Gemeenten staan voor de opgave

deze zorg steeds meer in de lokale omgeving te organiseren. Voor cliënten die reeds

deze beweging de komende jaren verder in gang te zetten. Er is sprake van een

zorg ontvangen, is continuering van deze zorg belangrijk. Cliënten hebben belang bij

verschuiving van verantwoordelijkheden én van financiële middelen naar individuele

het flexibel kunnen op- en afschalen van ondersteuning.

gemeenten. Dit brengt voor alle gemeenten grote kansen, uitdagingen, en ook financiële risico’s mee.

Samenwerking is het sleutelwoord om dit tot een succes te maken. De gemeenten willen toegroeien naar een samenwerkings-mix: ‘zelfstandigheid waar het kan, en

De U16-gemeenten en betrokken partners hebben hiervoor een Regionale koers

samenwerking waar het waarde toevoegt’:

opgesteld. Centraal staan drie belangrijke veranderingen:

a.

a.

Meer begeleiding thuis: meer kwetsbare mensen gaan in de wijk wonen, dus zijn er meer begeleiders thuis nodig;

b.

c.

Bovenregionaal | Deze samenwerking betreft alle gemeenten binnen de U16regio;

b.

Regionaal | Deze samenwerking vindt plaats op regioniveau. De U16-regio

Inzetten op voorkomen en herstel: er zijn meer professionals in de wijk.

bestaat uit een viertal Wmo-regio’s, waarbinnen gemeenten kunnen

Daardoor kunnen we problemen eerder zien en aanpakken;

samenwerken. Deze regio’s zijn: Regio Lekstroom, Regio Utrecht West, Regio

Taken en budget van de centrumgemeente Utrecht gaan naar de U16-

Utrecht Zuidoost en Utrecht Stad;

regiogemeenten. Elke gemeente is verantwoordelijk voor de hulp aan haar inwoners.

c.

Lokaal | Wanneer gemeenten taken zelf oppakken, regelen zij dit ‘lokaal’. Dit betreft onder andere de inzet van voorliggende voorzieningen, initiatieven

7

gericht op participatie en de beschikbaarheid van woningen voor deze doelgroep.

2.3

Afwegingskader

Dit advies is langs een - door de regio’s opgesteld - afwegingskader gelegd. De belangrijkste aspecten die zijn meegewogen zijn: a.

Behoud kwaliteit & kwantiteit zorg | Zowel kwaliteit als kwantiteit van het aanbod moeten beschikbaar blijven voor cliënten in de regio;

b.

Gevolgen voor cliënten | De gevolgen voor cliënten kennen meerdere aspecten: continuïteit van zorg, bestaande cliënten mogen niet de dupe worden van de transformatie, flexibel op- en afschalen tussen ondersteuningsvormen is gewenst;

c.

Grip op financiën | Wanneer gemeenten per 2023 zelf verantwoordelijk worden voor kosten van de nieuwe instroom is grip op financiën van groot belang;

d.

Beperken administratieve lasten | Voor zowel gemeenten als voor aanbieders streven we naar beperking van (extra) administratieve lasten;

e.

Toegang tot voorzieningen | Het toegangsproces dat in samenwerking wordt georganiseerd dient eenduidig, laagdrempelig en duidelijk te zijn voor elke cliënt en betrokken professional;

f.

Passende regionale samenwerkingsvorm | Het niveau van regionale samenwerking moet aansluiten bij beoogde organisatie en coördinatie van de zorg en de omvang van de financiële risico’s die gemeenten lopen;

g.

Relatie met inkoop | De geldende inkoopafspraken kennen verlengingsclausules. Inkoopafspraken zijn randvoorwaarden voor beschikbaarheid van voorzieningen én voor de beoogde transformatie.

We adviseren dit afwegingskader opnieuw te hanteren bij besluitvorming in 2023 over de toekomstige samenwerking in de regio.

8

3 Gefaseerd toewerken naar een grotere regionale rol We adviseren een gefaseerde verschuiving van taken en samenwerkingsafspraken. Dit past bij de geleidelijke verschuiving van het budget naar de regiogemeenten en de beoogde transformatiebeweging ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’.

Deze fasering is nodig omdat op dit moment sprake is van teveel onzekerheden rond de omvang van de ondersteuning die deze cliënten nodig hebben én over de budgetten die gemeenten daarvoor krijgen. We adviseren om voor 2023 en 2024 de essentie van bestaande financiële, organisatorische en inkoopafspraken voort te zetten. Deze twee extra jaren geven gemeenten, regio’s en aanbieders de tijd om het toekomstperspectief zoals verwoord in de Regionale koers voor BW/MO verder uit te werken. Hoe deze twee jaren eruitzien werken we uit in dit hoofdstuk.

Figuur 3. Fasering met tussentijdse onderzoek en besluitvorming over het toekomstperspectief

Centraal in deze gefaseerde verschuiving staat een onderzoek in 2023, zie figuur 3. Op dat moment zullen de contouren van de toekomstige samenwerking (met ingang

3.1

Mogelijke scenario’s

van 2025) scherper zijn geformuleerd en kan worden beoordeeld of de condities voor nieuwe samenwerkingsafspraken op orde zijn. Dit onderzoek is daarmee input voor

Drie scenario’s voor de inhoudelijke, organisatorische en financiële samenwerking in

besluitvorming over de rolverdeling en de samenwerkingsafspraken zoals deze met

de regio zijn overwogen, elk met een verschillend tijdpad:

ingang van 2025 zullen gelden.

Besluitvorming over rolverdeling en samenwerking moet in 2023 worden genomen om

A.

Bestaande rolverdeling voortzetten voor langere tijd;

B.

Zo snel mogelijk naar grotere regionale rol;

C.

Samen uitwerken en voorbereiden van een nieuwe rolverdeling.

voldoende tijd te hebben voor een zorgvuldige inkoopprocedure. Wanneer gekozen wordt om per 2025 de BV- en BT-voorzieningen regionaal in te kopen, zullen

Scenario A betekent dat Utrecht namen de 16 gemeenten voor langere tijd

gesprekken met aanbieders over een passend regionaal voorzieningenaanbod

(bijvoorbeeld gedurende de 10-jarige overgangsperiode) de voorzieningen

moeten starten direct nadat de uitkomsten van het onderzoek bekend zijn. Als

organiseert voor deze doelgroep. De bestaande rolverdeling wordt dan voortgezet.

terugvaloptie kunnen de bestaande regionale inkoopafspraken worden verlengd voor

Maar omdat per 2023 verantwoordelijkheid en financiële middelen voor nieuwe

de periode 2025 - 2027. Regio’s kunnen deze contracten dan overnemen.

cliënten naar de regiogemeenten gaan vraagt dit scenario aanvullende afspraken. Regiogemeenten dragen financiële middelen over aan Utrecht en er is een mandateringsregeling nodig rond besluitvorming wanneer bovenregionaal

9

voorzieningen worden ingezet. Dit scenario lijkt eenvoudig omdat het beperkte

zijn. Kern van dit Regioplan is besluitvorming over het toekomstperspectief na een

inspanning vraagt; de investering in transitie is beperkt. Toch is dit scenario niet

onderzoek in 2023. Dit onderzoek beoordeelt of aan alle condities voor de

wenselijk omdat het onvoldoende ruimte en prikkel biedt om zorg voor inwoners zo

doordecentralisatie (toekomstperspectief) is voldaan. Welke condities dat zijn en hoe

dichtbij mogelijk te organiseren. Het past niet bij de transformatie zoals beschreven in

gemeenten die samen gaan realiseren, wordt uitgewerkt in dit Regioplan. In dit

de Regionale koers.

Regioplan wordt de dan beschikbare informatie verwerkt over budgetten en verwachte zorgkosten welke in 2022 beschikbaar gaan komen.

Scenario B betekent dat nieuwe cliënten vanaf 2023 financieel en inhoudelijk onder verantwoordelijkheid van regiogemeenten vallen. Om gebruik te kunnen maken van BW-voorzieningen nemen regionale inkooporganisaties dan de bovenregionale

3.2

2023 – 2024: samen inkopen, samen leren, financieel solidair en samen investeren

contracten over. Voor regiogemeenten is dit een risicovol scenario. Op dit moment is er onvoldoende inzicht in de vraagontwikkeling, de kosten en het budget per

We adviseren de 16 Utrechtse gemeenten om voor de jaren 2023 en 2024 alle vanuit

gemeente om hiertoe weloverwogen te besluiten. De financiële risico’s die dit met

het Rijk verkregen budgetten voor nieuwe en bestaande cliënten samen te voegen en

zich meebrengt kunnen op dit moment niet worden vastgesteld. Gemeenten hebben

aan de gemeente Utrecht te vragen of zij de bestaande contracten voor alle BW-

meer tijd nodig om voor de kleine aantallen cliënten per gemeente passende zorg- en

voorzieningen met twee jaar kunnen verlengen. Utrecht koopt daarmee alle BW-

woonarrangementen te organiseren binnen het beschikbare budget of om daarover

voorzieningen in voor de bestaande én de nieuwe cliënten. Uit deze middelen worden

binnen een Wmo-regio solidariteitsafspraken te maken.

ook pgb’s betaald. Dit geeft duidelijkheid voor cliënt, toegang en aanbieder.

Scenario C werkt toe naar een grotere regionale rol met nader afgestemde

Landelijk wordt gewerkt aan afspraken voor buitenregionale plaatsing van cliënten. In

samenwerkingsafspraken. Dit scenario neemt twee jaar de tijd om deze afspraken uit

beginsel gaat de factuur dan naar de herkomstgemeente (woonplaatsbeginsel),

te werken en de condities voor deze samenwerking vorm te geven. Dit scenario heeft

maar hoe besluitvorming en financiële afwikkeling in verschillende denkbare situaties

de voorkeur van de regiogemeenten. Net als in scenario A is in die twee jaar voor

plaatsvindt, vraagt nadere uitwerking.

nieuwe cliënten die geplaatst worden in bovenregionaal georganiseerde BWvoorzieningen een mandateringsregeling nodig. Omdat het opstellen van een

We adviseren de inleg van regiogemeenten niet af te rekenen naar het werkelijk

passend ondersteuningsplan voor deze cliënten lokaal of regionaal plaatsvindt krijgt

gebruik per regiogemeente. Met deze afspraak zijn de U16-gemeenten voor 2023 en

elke gemeente steeds meer inzicht in de ondersteuningsbehoefte van deze

2024 samen volledig solidair.

doelgroep. Dit inzicht is belangrijk om deze kwetsbare inwoners zo lokaal mogelijk te kunnen helpen en een beter beeld te krijgen bij de financiële risico’s die

De financiële middelen van de 16 gemeenten worden in 2023 en 2024

regiogemeenten lopen.

samengevoegd om beschikbaarheid van de verschillende BW-voorzieningen te borgen. Dit past bij solidariteitsafspraken voor alle ingezette BW-, BV- en BT-

Scenario C is in paragraaf 3.2 nader uitgewerkt. Hoe de rolverdeling en

voorzieningen, inclusief de pgb’s en buitenregionaal geplaatste nieuwe cliënten. Het

samenwerking er vanaf 2025 uit gaat zien en hoe gemeenten dan samen verder

model dekt ook het risico af dat een individuele gemeente te weinig budget ontvangt

werken aan transformatie wordt beschreven in een Regioplan dat in 2022 gereed zal

10

vanuit het Rijk. Voor de 16 gemeenten als collectief is dit risico op basis van de

aan aanbieders beschikbaar gestelde middelen niet voldoende blijken (er is meer

huidige ervaringen klein.

inzet nodig dan voorzien), dan adviseren we gemeenten om af te spreken dat individuele gemeenten achteraf geld bijleggen, naar rato van hun inleg in de

Onderzoek om te komen tot een passend aanbod voor een inwoner gebeurt lokaal

collectieve inkoop van dat jaar. Ook dit is onderdeel van de financiële solidariteit.

door de gemeentelijke toegang. Bij het opstellen van een ondersteuningsplan voor een cliënt wordt gekeken naar het gehele pallet van lokale, regionale en

De solidariteitsafspraken die twee jaar gelden zullen mogelijk daarna worden

bovenregionale voorzieningen. De toegang zet in op transformatie (herstel, positieve

afgebouwd. Dit betekent dat gemeenten die meer gebruikmaken van de gezamenlijk

gezondheid). Dit vraagt om samen leren. Deze nieuwe organisatie van de toegang

ingekochte voorzieningen dan meer gaan bijdragen aan de gezamenlijke inkoop. Dit

vraagt ook om investeringen, bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van expertise. Het

is een financiële incentive voor de gewenste transformatie.

inschatten van de omvang van deze investeringen is buiten de scope van dit advies. De vormgeving van faire financiële afspraken tussen en/of binnen de regio’s voor Bij het inzetten van BW-voorzieningen die collectief worden ingekocht adviseren we

2025 en daarna is onderdeel van besluitvorming in 2023. Te denken valt aan

een centraal besluit te nemen. Dit heeft drie redenen (1) het bevordert samen leren

afrekenen naar gebruik in combinatie met een vorm van financiële solidariteit per

(2) de inkopende gemeente (accounthouder) krijgt inzicht in de ontwikkeling van de

Wmo-regio. We adviseren na 2025 niet het beschikbare budget maar de realisatie

behoefte aan deze voorzieningen en (3) het voorkomt afwenteling op collectieve

(effect transformatie en mate waarin BW-voorzieningen zijn ingezet) als basis te

voorzieningen. Centrale besluitvorming borgt ook dat voor alle cliënten dezelfde

nemen voor nieuwe financiële afspraken. Het is immers onduidelijk of de budgetten

criteria worden gehanteerd in het plaatsingsproces. In deze periode kunnen

rekening houden met alle relevante lokale of regionale omstandigheden. Voorbeelden

toegangsprofessionals vanuit verschillende gemeenten en regio’s ervaring opdoen

hiervan zijn de aanwezigheid van jeugdzorginstellingen of de mate waarin

met het nieuwe toegangsproces. Dit is gericht op samen leren en zorgt voor een

regiogemeenten al in staat zijn geweest om het gebruik van BW-voorzieningen te

zachte landing en overgang naar de nieuwe rolverdeling per 2025, zie ook uitwerking

voorkomen.

in paragraaf 3.4. 3.3

Onderzoek gericht op het wenkend perspectief

De realisatiecijfers (gebruik van BW-voorzieningen per gemeente) worden in deze periode gedeeld. Goede registratie (iWmo) en monitoring is belangrijk om van elkaar

In 2023 bepalen gemeenten in een gezamenlijke onderzoek of is voldaan aan de

te leren én voor het bepalen van het inkoopvolume voor de jaren 2025 en verder

voorwaarden om over te gaan naar een samenwerkingsmodel met een grotere regionale rol zoals beschreven in het Regioplan. Met het oog op de uitvoerbaarheid

Het bovenregionaal georganiseerde accounthouderschap is betrokken bij het

en helderheid van deze afspraken voor alle stakeholders, met name voor aanbieders,

begrotingsproces en de gesprekken met bovenregionaal gecontracteerde aanbieders.

adviseren we dringend dat alle Wmo-regio’s hetzelfde tijdpad hanteren.

In gesprekken met aanbieders wordt gekeken naar het gebruik van voorzieningen en wachtlijsten. Aanbieders werken net als nu binnen een vooraf gesteld budget.

Het onderzoek kijkt naar de voortgang van de inhoudelijke transformatie, de

Ervaring in de afgelopen jaren leert dat de kans op overschrijdingen binnen het BW-

organisatie van de toegang en de ontwikkelingen in zorgaanbod en zorgvraag.

domein klein is. Mocht in de accountgesprekken toch geconstateerd worden dat de

Daarmee geeft dit onderzoek ook cijfermatige en inhoudelijke input voor een nieuwe

11

waarschijnlijk regionale inkoopstrategie voor 2025 en verder. Om het

Vanuit de wet- en regelgeving zijn de volgende punten van belang voor de periode

toekomstperspectief goed voor te bereiden adviseren we voldoende tijd in te ruimen

2023 en 2024:

voor het gesprek met de betrokken aanbieders. Een zorgvuldige (regionale) inkoop

a.

Regiogemeenten mandateren Utrecht voor de primaire besluitvorming en voor

vraagt ca 1,5 jaar doorlooptijd en is nodig om het aanbod van BW-voorzieningen af te

bezwaar en beroepsprocedures bij het inzetten van collectief ingekochte BW-

stemmen op de (regionale) vraag.

voorzieningen en gemeentelijke regelgeving moet in lijn zijn met deze mandatering;

Wanneer meer informatie beschikbaar komt over gebruik van voorzieningen op

b.

gemeentelijk niveau en het budget dat regiogemeenten voor deze cliënten ontvangen kunnen op regionaal niveau solidariteitsafspraken gemaakt worden voor de periode

afspraken voor situaties waarin deze termijnen worden overschreden; c.

na 2024. De reden om deze afspraken op regionaal niveau te maken is dat

Het bestuursorgaan dat dit besluit neemt (Utrecht) dient zichzelf te vergewissen van het advies (ondersteuningsplan) van de gemeentelijke (of

gemeenten in de Wmo-regio’s al intensief samenwerken en elkaars processen kennen.

Werkwijzen en termijnen voor besluitvorming worden beschreven, met

regionale) toegang. Dit is dde zogenaamde vergewisplicht artikel 3:9 Awb; d.

Een procedure voor situaties waarin Utrecht het advies van lokale of regionale toegang gemeente niet overneemt in een beschikking of wanneer de cliënt

Om dit onderzoek goed te kunnen uitvoeren is over meerdere jaren betrouwbare

langer dan een afgesproken aantal weken op de wachtlijst staat voor de

informatie nodig over het zorggebruik per gemeente.

aangevraagde BW-voorziening.

3.4

Het toegangsproces en besluitvorming

3.5

Regioplan: concretiseren van de samenwerking

Onderzoek om te komen tot een passend aanbod van ondersteuning voor een

In dit adviesrapport zijn diverse punten benoemd waarvoor nadere uitwerking nodig is

inwoner gebeurt in beginsel lokaal. Hierdoor is het mogelijk om de toegang tot

in een Regioplan, hieronder een overzicht:

beschermd wonen in te bedden in de lokale context en het onderzoek met een brede

a.

passende kennis en expertise van belang. Deze expertise kan op regionaal of bovenregionaal niveau georganiseerd worden.

Inbreng van het cliëntperspectief. Het Regioplan zet de bedoeling van deze nieuwe samenwerkingsafspraken centraal: ‘passende ondersteuning van deze

blik op de behoefte en mogelijkheden van de inwoner uit te voeren. Hiervoor is

kwetsbare doelgroep, zo thuis mogelijk’; b.

Nieuwe werkprocessen, kennisdeling en samen leren wat werkt. Professionals in de gemeentelijke toegang en bij aanbieders krijgen te maken

Zoals hierboven beschreven adviseren we bij het inzetten van voorzieningen die

met nieuwe processen bij het opstellen van een passend

collectief worden ingekocht centrale besluitvorming te organiseren. Deze centrale

ondersteuningsaanbod voor een inwoner. De benodigde kennis en expertise

besluitvorming over inzet van BW-voorzieningen kan vanuit juridisch perspectief het

wordt beschikbaar gesteld. Er zijn heldere procesafspraken nodig op U16

beste worden belegd bij Utrecht als bestuursorgaan. Dit betekent dat de formele

niveau, waardoor het niet uitmaakt in welke gemeente een inwoner zich meldt

afspraken nodig zijn tussen gemeenten over het besluitvormingsproces bij het

met een hulpvraag. Beleidsmedewerkers ondersteunen dit verandertraject en

inzetten van BW-voorzieningen. Tegelijkertijd zal de U16 verkennen op welke wijze

verkennen wat werkt om de Regionale koers te bevorderen;

besluitvorming in het werkproces meer gezamenlijk vorm kan krijgen.

12

c.

Wanneer de inzet van collectief ingekochte BW-voorzieningen nodig is, is

beschikbare middelen (wat tot op heden voor BW steeds lukte) en is daarmee

sprake van een centraal besluitvormingsproces, met mandatering door de

een borging voor de financiële solidariteit die we adviseren voor de periode

regiogemeenten. U16 verkent hoe deze besluitvorming in het toegangsproces meer gezamenlijk vorm kan krijgen. Werkwijzen en termijnen voor

2023 en 2024; g.

Wonen. Beschikbaarheid van een passend woningaanbod (lokaal en

besluitvorming worden beschreven, samen met afspraken voor situaties

regionaal) is als beleidsthema cruciaal voor het slagen van de transformatie;

waarin deze termijnen worden overschreden. Het bestuursorgaan dat dit

het zo thuis mogelijk ondersteunen van deze doelgroep;

besluit neemt (Utrecht) dient zichzelf te vergewissen van het advies

h.

Toepassing van het woonplaatsbeginsel. Voor de diverse mogelijke

(ondersteuningsplan) van de gemeentelijke/regio toegang (de zogenaamde

voorkomende situaties moeten formele en financiële afspraken duidelijk zijn.

vergewisplicht artikel 3:9 Awb). Optie is een geschillenprocedure voor situaties

Hiervoor zijn landelijke afspraken in ontwikkeling.

waarin Utrecht het advies van lokale of regionale toegang gemeente niet overneemt in een beschikking of wanneer de cliënt langer dan een

3.6

Governance afspraken

afgesproken aantal weken op de wachtlijst staat voor de aangevraagde

d.

voorziening;

Om in 2022 het Regioplan op te stellen en het onderzoek in 2023 voor te bereiden

Registratie van ingezette voorzieningen en monitoring van de

adviseren we de huidige governance voor BW en MO voor te zetten. Deze bestaat uit

gerealiseerde transformatie. Inzicht in de ondersteuningsbehoefte en

inhoudelijk gerichte bouwsteengroepen met projectleiders die samen de vier regio’s

ingezette voorzieningen voor inwoners per gemeente en per regio is nodig om

vertegenwoordigen. Aansturing ligt bij de regionale stuurgroep BW/MO. Deze

samen te kunnen monitoren en te kunnen (bij)sturen. Deze cijfers (over

stuurgroep verzorgt voorbereiding van het regionaal bestuurlijk overleg (RBO).

meerdere jaren, ook historisch) zijn input voor het onderzoek in 2023 en

e.

besluiten over het vervolg van de samenwerking na 2025. Deze cijfers zijn ook

De uitwerkingen in het Regioplan zoals beschreven in de vorige paragraaf zullen ook

nodig voor het opstellen van een inkoopstrategie en het opstellen van faire

vertaald worden in governance-afspraken tussen de 16 gemeenten voor de periode

financiële samenwerkingsafspraken na 2025;

2023 - 2024. We adviseren hierbij elementen van het sturingsmodel in het

Financiële afspraken. We adviseren de beschikbare middelen samen te

jeugddomein te volgen, met regionale inbreng over de inzet van middelen en een

voegen met volledige financiële solidariteit als vertrekpunt. Nadere uitwerking

gezamenlijke accounthouderschap richting aanbieders om te sturen op besteding

is nodig over het budget dat regionaal/lokaal beschikbaar komt voor

binnen de beschikbare financiële kaders.

transformatie, uitvoeringskosten, preventie en nazorg. Nadere besluitvorming

f.

is ook nodig over bij- of terugbetaling in situaties dat het collectieve budget

De governance-afspraken voor de periode na 2024 zullen afhangen van de

wordt over- of onderschreden;

uitkomsten van het onderzoek zoals geschetst in paragraaf 2.3. Gemeenten ervaren

Bovenregionaal accounthouderschap. We adviseren om

grote urgentie om daarbij ook faire financiële samenwerkingsafspraken te maken.

vertegenwoordigers uit de Wmo-regio’s te betrekken bij het opstellen van

Besluitvorming daarover vindt plaats in 2023, waarbij ook meer informatie

budgetten per bovenregionaal gecontracteerde aanbieder en bij

beschikbaar zal zijn over het financiële risico dat individuele gemeenten lopen.

accountgesprekken met deze aanbieders. Dit sturingsmodel (naar voorbeeld van specialistische Jeugdhulp) is stuurt op het uitkomen binnen de

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11575815/1