Achtergrondinformatie over IRP
Tekst van het document
Achtergrondinformatie over IRP Vanuit het REP team dat voor de regio U16 aan het IRP heeft gewerkt, is achtergrondinformatie aangeleverd. Het betreft een nadere duiding van het IRP en een motivatie van de regionale belangen. Beide zijn integraal opgenomen in deze bijlage.
Duiding IRP Voor inwoners en ondernemers De regio is vanwege de centrale ligging, de bloeiende economie en de mooie woonmilieus een populaire plek voor mensen om te gaan wonen. Deze populariteit vertaalt zich in een enorme vraag naar woningen én naar ruimte voor nieuwe bedrijvigheid en dat zal de komende jaren alleen maar toenemen. De toename van het aantal inwoners en bedrijven tot 2040 is aanzienlijk. Dit brengt voor de hele regio een schaalsprong met zich mee op zowel groen, wonen, economie, energie en mobiliteit. Met het aantal inwoners groeit ook het aantal banen mee. De regio heeft een uitdaging voor zich liggen om niet alleen voldoende banen te creëren voor onze inwoners die op de juiste plek liggen, maar ook een transitie vorm te geven naar een duurzame en circulaire economie. De regio kent dus een omvangrijke groeiopgave en heeft er met de REK voor gekozen om deze groei tot 2040 voor wonen, werken, mobiliteit, groen en energie op een gezonde wijze op te vangen, met voldoende woningen, groen en banen voor iedereen. De gemeenten willen bouwen voor de eigen behoefte: jonge gezinnen die op zoek zijn naar een betaalbare woning, die voorzieningen als basisscholen en sportclubs van draagvlak kunnen voorzien. Ouderen die graag willen doorstromen.
De wens om te wonen op de plekken ‘waar het gebeurt’, met een hoog voorzieningenniveau, cultuuraanbod en concentratie van werkgelegenheid, is op het moment hoog en zal naar verwachting de komende tijd hoog blijven. Het is noodzakelijk om op al deze behoefte te anticiperen en te sturen op de realisatie van onder meer betaalbare woningen. Hierdoor lopen we in de toekomst niet vast en behouden we de hoogwaardige kwaliteit van onze leefomgeving. De opgaven die in dit IRP worden opgelost zijn per pijler verkend in de contour REP en in een aantal pijlerrapporten en onderzoeken verdiept. Voor Groen en Landschap gaat het in totaal om het toevoegen van ruim 4.000 ha natuur- en recreatiegebied inclusief het toevoegen van ruim 400 kilometer aan recreatieve en ecologische verbindingen. De totale woningbehoefte tot 2040 is ca. 104.000 tot 125.000 volgens de prognoses die samen met de Provincie zijn opgesteld. De groei van de regio en met name stad Utrecht vertaalt zich naar een groei van ten minste 80.000 arbeidsplaatsen tot 2040 (Bron: STEC). 70.000 zullen landen in de stad Utrecht. Voor Energie willen we in de U16 in uitwerking van de landelijke doelstelling en in relatie tot onze eigen ambities ten minste 1,8 TWh duurzame opwek realiseren in 2030 (landelijk 35TWh).
De opgave voor mobiliteit is groot en komt een inzet op een schaalsprong van met name het regionale OV systeem als drager voor de verstedelijking in de regio in beeld. Voor al deze opgaven biedt het IRP een inhoudelijke richting voor onze regio. Voorafgaand aan het IRP hebben we in het Beoordelingskader gezamenlijke ontwikkelwaarden vastgesteld hoe wij ons willen ontwikkelen: • Bevorderen van een gezonde, duurzame en energieke regio • Economie versterken: Aanjagen economische groei van de regio • Verstedelijkingsopgave faciliteren • Ruimtelijke kwaliteit verhogen • Slimme en toekomstvaste mobiliteit faciliteren • Haalbaarheid • Kosten en opbrengsten (financieel) De regionale ontwikkeling tot 2040 doen we bovenal met behoud en versterking van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving voor iedereen. Van Koers naar Perspectief De 16 gemeenten hebben met elkaar al een aantal stappen gezet in de afgelopen jaren. Denk hierbij aan de Ruimtelijk-Economische Koers uit 2017, de gezamenlijke uitgangspuntennotitie en eerste beoordelingskader vorig jaar, en afgelopen maanden zijn in de 16 gemeenten de Contour REP met het aangescherpt Beoordelingskader vastgesteld. We gaan nu naar de volgende stap in fase 3: een Integraal Ruimtelijk Perspectief voor de regio. In vier fases wordt toegewerkt naar een Perspectief en Programma: Fase 1: Stip op de horizon tot 2040 (2018 - 2019)
Fase 2: Een ruimtelijke contour (2019 – 2020) Fase 3: Een verstedelijkingsstrategie en integraal ruimtelijk perspectief (2020 - 2021) Fase 4: Een integraal ruimtelijk programma en uitvoeringsstrategie (2021 - 2022) De afgelopen periode is in de U16 de stap gemaakt van de REP Contour naar de verstedelijkingsstrategie REP U16. Deze strategie is namens de regio de input geweest voor het ontwikkelperspectief Utrecht Nabij, waaraan rijk en regio zich hebben gecommitteerd als verstedelijkingsrichting voor de lange termijn en is de basis voor het Integraal Ruimtelijk Perspectief REP U16 tot 2040 (IRP). De inhoud van ons regionaal perspectief wordt daarmee gezien en omarmd op alle schaalniveaus. En is een belangrijke basis voor samenwerking en uitvoering met andere overheidslagen en stakeholders. Het Integraal Ruimtelijk Perspectief De regio heeft met het IRP een perspectief op de toekomst in handen, waaruit een eensluidend verlangen spreekt, waarmee de regio samen sterk staat, waarop men elkaar kan aanspreken en kan inspireren om bij te dragen. Met het IRP gaan we voor we een toekomstbestendige, gezonde en duurzame ontwikkeling van de Metropool Regio Utrecht. Het IRP kent vier hoofddoelstellingen: 1. Een gezamenlijk toekomstperspectief hoe de regio er tot 2040 uit kan komen te zien; 2.
Een integrale afweging tussen de verschillende opgaven op basis van de bouwstenen van de pijlers wonen, economie, mobiliteit, groen en landschap en energie; 3. Keuzes maken over de ruimtelijke ontwikkelingsrichting tot 2040; 4. Het fundament en belangrijke schakel richting de uitvoering (fase 4). In het IRP worden keuzes gemaakt over de ruimtelijke ontwikkelingsrichting tot 2040 in de volle breedte: wonen, werken, bereikbaarheid, energie en groen. We stellen zaken vast waarover we regionaal keuzes moeten maken. Dat betreft in elk geval de ruimtelijke ontwikkelrichting van de regio, bandbreedtes en randvoorwaarden en de ontwikkeling van majeure locaties en projecten. Daarnaast maken we zachte keuzes voor nadere uitwerking in de volgende fase, het Programmeren (fase 4). We besloten in de ruimtelijk economische koers al met elkaar dat we tot 2040 voor elke inwoner een passende woning en baan beschikbaar hebben, dat we voor een groot deel bouwen op binnenstedelijke locaties en nabij knopen en dat kernen moeten kunnen groeien voor vitaliteit. En dat dat hand in hand moet gaan met groei van groen en landschap. In het IRP maken we deze uitwerking concreet door een integrale afweging van alle ambities en opgaven, door een ruimtelijke vertaling en verbeelding en door het benoemen van kansen voor de uitvoering in projecten en programma’s.
Niet alles kan tegelijkertijd en dat moeten we als regio ook niet willen. Het IRP biedt de basis voor de toekomst en brengt samenhang en volgorde in de lopende trajecten, gemaakte afspraken en transities. Het is de komende tijd zaak om elkaar als gemeenten in de regio vast te houden in dit proces. Samen komen we immers verder dan alleen. En alleen samen kunnen wij de ingezette koers realiseren. Een gezamenlijke toekomst Wat in het IRP staat is de uitkomst van een gezamenlijk proces met de 16 gemeenten. Samen vinden we dit de beste manier om een plek te geven aan de opgaven die voor ons liggen. We vinden dit niet alleen voor het eigen grondgebied van de gemeente, maar we vinden dit ook voor de regio als geheel. Alle gemeenten staan voor de opgaven van alle gemeenten. En maken zich daarvoor hard bij andere overheden. Dit werd breed gedeeld in bijeenkomst met de bestuurlijk trekkers van alle 16 gemeenten die de afgelopen jaren meewerkten aan het IRP in een intensief en zorgvuldig proces. Het kan daarmee een gedragen basis zijn voor de U16. Ook zijn er nog bestuurlijke dilemma’s geduid, voor uitwerking in de volgende fase, zoals de uitwerking van energie, mobiliteit en regionale bedrijventerreinen. Het IRP is geen pasklaar antwoord op alle vraagstukken De opgaven zijn te groot om in dit IRP voor alle vraagstukken een pasklaar antwoord te hebben.
Zo is er nog geen zicht op de financiering van de groen opgave. Het IRP wordt voor een kwalitatieve beoordeling gelegd langs het vastgestelde en aangescherpt Beoordelingskader dat eerder door raden is vastgesteld en geactualiseerd. In de bijlage bij dit raadsvoorstel treft u dit onafhankelijk oordeel aan en kunt u betrekken bij uw zienswijze. Het doel van deze beoordeling is om inzicht te krijgen in hoeverre het perspectief voldoet aan de kwaliteiten die de samenwerkende gemeenten in de regio Utrecht voorstaan. Hiermee helpt het ook om de bestuurlijke reactie en het gesprek te ondersteunen.
De toets op het concept IRP laat in zijn algemeenheid een positief beeld zien en vraagt op onderdelen om nadere uitwerking en concretisering. In fase 4 worden deze onderdelen opgepakt en meegenomen bij een nadere uitwerking op programma, gebieds- en projectniveau en worden nieuwe ontwikkelingen en afwegingen onderdeel van het perspectief middels een adaptief ontwikkelpad. Het IRP in relatie tot andere visies Het IRP staat niet op zichzelf. In dezelfde periode waarin met het REP proces het IRP is gemaakt, zijn ook op andere tafels belangrijke kaders en visies tot stand gekomen. Vanuit het rijk de NOVI, vanuit de provincie de POVI, in U Ned verband het MIRT onderzoek en visie Utrecht Nabij en meerdere lokale ruimtelijke strategieën en omgevingsvisies. Het IRP is in dit kader een visie die allereerst tot stand komt vanuit lokale input en draagvlak in de regio en daarbij de verschillende opgaven en bijdragen integraal afweegt . Het IRP is daarmee het cement tussen de bouwstenen van gemeenten en geeft tegelijk ook de regionale inbreng aan de NOVI, de POVI en de MIRT afspraken met het rijk. Het IRP heeft als op hoofdlijnen dezelfde uitgangspunten, maar kent ook enkele accentverschillen met bijvoorbeeld de POVI of Utrecht Nabij. De U16 ziet dit als input voor en een constructieve bijdrage aan het gesprek over de ruimtelijke kaders vanuit rijk en provincie.
Vanuit een intensieve coöperatie is er een belangrijke en rijke strategische stap gezet in de regio, waarbij er sprake is van één gedeelde visie op de metropoolregio Utrecht vanuit rijk, provincie, regiogemeenten en waterschappen, die vertaald zijn in drie regionale plannen: POVI, IRP en Utrecht Nabij. Hierbij heeft elke overheid eigen rollen; accommoderen, bewaken en uitvoeren. Deze rollen zijn vaak ook nog wisselend; op thema’s, schaal en in verschillende gebieden. IRP en de partners in de samenleving Bij de verdere uitwerking en programmering van het IRP wordt de samenleving betrokken in de planvorming, zowel met regionale stakeholders als met inwoners. Het REP team organiseert de participatie met relevante regionale actoren. De eerste sessie is reeds georganiseerd met regionale stakeholders om het IRP te verrijken en te kijken naar draagvlak en mogelijkheden voor uitvoering in de toekomst. Voor participatie met inwoners zijn gemeenten primair aan zet. Voor diverse gemeenten geldt dat de keuzes in het IRP parallel lopen met lokale participatie. Voor andere gemeenten geldt dat participatie nog moet plaatsvinden. Door de participatie met inwoners ook te verbinden aan de vervolgfase ( fase van het programmeren) kunnen gemeenten hun eigen planning hiervoor bepalen en ook voldoende concreet worden in het gesprek met inwoners.
Regionale belang van het IRP 1.1 Het IRP is een ruimtelijke en uitvoeringsgerichte vertaling van de ambities uit de REK die door alle gemeenten is omarmd tot 2040. Dit is ons eigen, gezamenlijk toekomstperspectief, met als doel om nu en in de toekomst de groei van de regio op een gezonde en duurzame wijze op te vangen. Het richt de samenwerking en uitvoering in het ruimtelijk domein voor de komende jaren. Het doel van het IRP is enerzijds het concretiseren van de ambities van de REK in een integrale lange termijnvisie waarop de gemeenten elkaar kunnen vasthouden en anderzijds dat deze visie tot realisatie wordt gebracht: het moet leiden tot uitvoerbare plannen en projecten die in totaal bijdragen aan de visie. Het perspectief kijkt naar hoe de regio er in 2040 uit kan zien en hoe dat voor iedereen een aantrekkelijk perspectief kan zijn. Het is opgebouwd vanuit lokaal beleid. En het integraal denken over de regio vereist keuzes. Niet alles kan zomaar, want de optelsom van de wensen is op veel plekken groter dan de ruimte die we hebben. Dat betekent dat we slim moeten omgaan met die ruimte. Dat kan alleen samen. Het IRP geeft dan ook de ruimtelijke vertaling en verbeelding aan de ontwikkelrichting van de regio zoals opgesteld in de REK, inclusief bandbreedtes, randvoorwaarden en kansen voor realisatie. In onze regio zijn we nog niet eerder zo ver geweest.
Als enige regio in Nederland hebben we een brede integrale aanpak. Dit valt ook andere regio’s in het land op en zij zijn geïnteresseerd in hoe wij dit oppakken. Over veel onderwerpen is overeenstemming, andere onderwerpen vragen erom de dialoog voort te zetten. Daarom maken we met dit IRP keuzes, benoemen we een aantal gezamenlijke vraagstukken en geven we opdrachten aan onszelf voor de volgende fase.
De ruimtelijke ontwikkelingen zijn in zekere zin adaptief als gevolg van voortschrijdend inzicht. Het perspectief is daarmee adaptief, wat betekent dat het niet in steen gehouwen is. Het wordt concreter ingevuld, aangescherpt en indien daar aanleiding toe is kan er afgeweken worden. Wat daarbij wel van belang is, is dat een andere invulling lokaal kan leiden tot effecten in andere gemeenten of op regionaal niveau. 1.2. Met deze zienswijze is de raad in de positie om nogmaals richting te geven aan de inhoud van het IRP en komen in najaar tot voortvarende besluitvorming Het behandelen van het IRP in de raad geeft raadsleden de mogelijkheid om aan de voorkant invloed uit te oefenen, alvorens het IRP ter besluitvorming aan de 16 raden wordt voorgelegd. De raad kan zelf opmerkingen meegeven over het IRP of de zienswijze amenderen. Hierdoor ontstaan enerzijds aanscherpingen op het perspectief en een duidelijker beeld over het politiek draagvlak voorafgaande aan het vaststellen van een gezamenlijk toekomstperspectief voor de U10. De zienswijzen van de 16 raden vormen de basis voor het definitief IRP dat medio september ter besluitvorming wordt voorgelegd aan uw raad. Hiermee zijn de komende maanden de raden nogmaals in de gelegenheid om vanuit hun rol en positie bij te dragen aan een stevige basis voor besluitvorming in het najaar.
De gemeenteraden worden in het najaar van 2021 gevraagd met deze visie toe te stemmen (op basis van consent). 1.3. Met dit IRP staan de regiogemeenten voor elkaars opgaven Gelet op het intensieve en zorgvuldige proces dat de 16 gemeenten met elkaar hebben doorlopen, heeft de regio met dit IRP een gedragen basis voor de regio. Wat in het IRP staat is de uitkomst van een gezamenlijk proces met de 16 gemeenten. Samen vinden we dit de beste manier om een plek te geven aan de regionale opgaven die voor ons liggen. We vinden dit niet alleen voor het eigen grondgebied van de gemeente, maar we vinden dit ook voor de regio als geheel. Alle gemeenten staan voor de opgaven van alle gemeenten. Er is dus met het vaststellen van het IRP geen sprake van onderhandeling of meningsverschil tussen gemeenten, wel sprake van uitwerking door de gemeenten in gebiedsuitwerkingen en projecten. Dit betekent ook het borgen van de integraliteit en samenhang van het IRP in de vervolgfase van het programmeren. 1.4. Met dit IRP zijn we een sterke en betrouwbare gesprekspartner voor de andere overheden en stakeholders De gemeenten versterken de samenwerking en onze positie richting andere partijen met dit IRP.
Doordat we een stevig signaal afgeven dat de 16 gemeenten schouder aan schouder staan in de ambitie, de afwegingen en de aanpak om de regio (door) te ontwikkelen tot de ontmoetingsplek van gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. Dit IRP helpt om vanuit eigen ambities mee te sturen op de ambities en keuzes die provincie en Rijk moeten maken op de vijf genoemde thema’s. We zoeken eensgezindheid en daarmee een grotere invloed daarop. Voor de uitvoering van het IRP is samenwerking met andere bestuurslagen en stakeholders nodig. Het IRP vormt de basis voor het gesprek met deze andere lagen en belangenhouders. Dit gaat bijvoorbeeld om investeringen voor landschap, water en mobiliteit vanuit Rijk of over het bereiken van overeenstemming over uitbreidingslocaties voor wonen en bedrijvigheid met de provincie. Gemeenten houden elkaar vast, en treden met één gezicht op naar deze andere stakeholders. Omdat gemeenten voor elkaars opgaven staan, kunnen zij eenduidig en sterker optreden naar andere bestuurslagen, zoals het Rijk en de Provincie. Daarbij is het belangrijk om consistent en eensgezind het IRP als basis te gebruiken voor het regionale verhaal. De U16 kan naar andere lagen (Provincie, Rijk en Europa) scherp en breed optreden namens de 16 gemeenten, waarbij gemeenten
optreden vanuit de geest van gezamenlijkheid en zelf sturen op de ontwikkelrichting van de regio en de wijze waarop aan de opgaven invulling wordt gegeven. 1.5. Met dit IRP spreken we als regio met elkaar af dat de gemeentelijke omgevingsvisies passen binnen dit integrale perspectief voor de regio en andersom De rol van de U16 is er een van het horizontaal organiseren (tussen gemeenten) en niet verticaal (het opleggen van zaken). Het integraal ruimtelijk perspectief heeft op zichzelf geen wettelijke juridische status (zoals een gemeentelijk of een provinciaal omgevingsplan). De uiteindelijke planologische verantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten in de omgevingsvisies en omgevingsplannen. Het IRP vormt wel de gezamenlijke ontwikkelrichting van de 16 samenwerkende gemeenten, tot stand gekomen op basis van lokaal beleid en ambities en met regionale keuzes en integrale afwegingen. Het IRP is daarmee op haar beurt weer een belangrijke bouwsteen voor de gemeentelijke omgevingsvisies, maar ook voor onderhandelingen met provincie, rijk en andere stakeholders. Wanneer we het IRP vaststellen ontstaat er lokaal commitment op de integrale regionale opgave. We spreken met elkaar af dat de gemeentelijke omgevingsvisies en beleid en programma’s zullen passen binnen dit integrale perspectief voor de regio en andersom. 1.6.
Het concept IRP is een goede basis om te sturen op de realisatie van de gedeelde regionale doelen Op basis van de bovenstaande beslispunten is het IRP een belangrijke schakel richting de uitvoering. En kunnen we als regio slagvaardig aan de slag in verschillende allianties. Hoe we verder invulling en uitwerking aan het IRP willen geven is voor de volgende fase, het maken van afspraken over de invulling van het ruimtelijk programma.