9. WBL - Zienswijze Ruimtevaartbaan
Tekst van het document
Gemeente IJsselstein t.a.v. College van B&W Overtoom 1 3401 BK IJsselstein IJsselstein, 3 februari 2024
Betreft: Ontwerpbestemmingsplan Ruimtevaartbaan
Geacht college, De Werkgroep Behoud Lopikerwaard (WBL) heeft kennis genomen van het ontwerpbestemmingsplan Ruimtevaartbaan. Van de geplande 81 woningen zouden er 63 buitenstedelijk komen te liggen, terwijl de rest is gepland op binnenstedelijk groen. De WBL stelt zich op het standpunt dat in buitenstedelijk gebied niet gebouwd mag worden waar dat vooralsnog binnenstedelijk kan. En dat er, binnen- of buitenstedelijk, vooralsnog geen groen zou mogen verdwijnen voor woningbouw. De afgelopen veertig jaar heeft het bouwen in het buitengebied van de Lopikerwaard door telkens eenmalige maatregelen geresulteerd in een afname van het open eeuwenoude cultuurhistorische landschap van de gehele Lopikerwaard met maar liefst 40%. De WBL dient hierbij een zienswijze in die ingaat op de volgende punten: 1. Ongegrond gebruik van afwijkingsmogelijkheden als bedoeld in artikel 9.2 IOV Provincie Utrecht 2. Ladder duurzame verstedelijking 3. Cultuur-historische waarde en archeologie 4. Ecologie 5. Participatie 1. Artikel 9.2 IOV Provincie Utrecht en afwijkingsmogelijkheden Artikel 9.2 IOV Verstedelijkingsverbod landelijk gebied: Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het landelijk gebied laat geen verstedelijking toe, tenzij in deze verordening anders is bepaald.
Om de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied te behouden, moet een ongebreidelde uitwaaiering van stedelijke bestemmingen hier voorkomen worden. Daarom zijn nieuwe vormen van verstedelijking in het landelijk gebied verboden. Op dit verbod maakt de verordening uitzonderingen mogelijk. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) wordt tevens vermeld dat stedelijke functies buiten de rode contour in beginsel niet zijn toegestaan. Gemeenten mogen hier in de kernrandzones op kleine schaal van afwijken. Voorwaarde is wel dat deze kleinschalige stedelijke functie ten dienste staat van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Ook toetst de Provincie of woningbouw aanvaardbaar is. Daarvan kan sprake zijn als deze ontwikkeling financieel onontbeerlijk is voor de kwaliteitsontwikkeling van het gebied. De onderbouwing hiervan moet er blijk van geven dat door de ruimtelijke kwaliteitswinst een uitzondering op het provinciale beleid valt te rechtvaardigen. Planspecifiek: Er wordt in het ontwerpbestemmingsplan gesproken over 3 afwijkingsmogelijkheden van artikel 9.2 van de IOV en van de ladder van duurzame verstedelijking, op basis van de artikelen 9.8 kernrandzone, 9.12 vitaliteit en 9.13 groen evenwichtig mee laten groeien. Wij missen een goede onderbouwing hiervan.
Hieronder volgt onze visie op de vermeende toepassing van deze artikelen en op de toepassing die wij wel aanvaardbaar zouden vinden. 1
IOV Artikel 9.8 Instructieregel kernrandzone In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) wordt vermeld dat stedelijke functies buiten de rode contour in beginsel niet zijn toegestaan. Gemeenten mogen hier in de kernrandzones op kleine schaal van afwijken. Voorwaarde is wel dat deze kleinschalige stedelijke functie ten dienste staat van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. De provincie streeft naar ‘uitnodigende kernrandzones, die stad en land verbinden en met een adequaat recreatieaanbod’. Ook toetst de provincie of woningbouw aanvaardbaar is. Daarvan kan sprake zijn als deze ontwikkeling financieel onontbeerlijk is voor de kwaliteitsontwikkeling van het gebied. De onderbouwing hiervan moet er blijk van geven dat door de ruimtelijke kwaliteitswinst een uitzondering op het provinciale beleid valt te rechtvaardigen. De provincie voert het ruimtelijk beleid uit volgens het Ruimtelijk Actieprogramma (RAP). Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen de kernrandzone kan ten behoeve van het versterken van de ruimtelijke kwaliteit bestemmingen en regels bevatten die verstedelijking toestaan, mits de verstedelijking gepaard gaat met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking, tenzij de verstedelijking betrekking heeft op kernrandactiviteiten.
Ook moet de verstedelijking ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar zijn. Gemeenten worden gestimuleerd om beleid te ontwikkelen gericht op het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied binnen de kernrandzone van hun kern(en). Met “kernrandactiviteiten” worden bedoeld: stedelijke functies gericht op recreatief, sportief of maatschappelijk gebruik op lokale schaal waarbij de gronden merendeels onbebouwd zijn. Als het voor versterking van de kwaliteit nodig is om een kostendrager te zoeken, kan door de toepassing van dit artikel verstedelijking mogelijk worden gemaakt. Deze verstedelijking buiten het stedelijk gebied betekent een aantasting van het landelijk gebied. Wil dit gerechtvaardigd zijn dan dient de toe te voegen verstedelijking in redelijke verhouding te staan tot het te bereiken doel. Bij eventuele ontwikkelingen in een daartoe aangewezen kernrandzone moet deze locatie ook daadwerkelijk vooraf opgenomen zijn in een integrale visie voor de kernrandzone van de gemeente. Hierin moet beschreven staan wat de bestaande én de gewenste kwaliteit op deze locatie is. Elke kernrandzone heeft een eigen identiteit, uiterlijk en mix van functies. Het is daarom zaak om de uniciteit van de kernrandzone duidelijk in de visie aan te geven en ook hoe deze behouden kan blijven en verbeterd of ontwikkeld kan worden.
De aanwezige kwaliteiten van een gebied moeten worden geïnventariseerd. Op basis hiervan wordt vastgesteld welke elementen de identiteit van een gebied bepalen. Kernrandzones worden omschreven als rommelige randen van steden en dorpen waarbij een toekomstbeeld ontbreekt en waarbij de verblijfskwaliteit laag is. De kwaliteit van deze kernrandzones kan alleen vergroot worden met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Planspecifiek: De gemeente IJsselstein heeft vooraf geen integrale visie kernrandzone opgesteld, hetgeen nodig is om gebruik te kunnen maken van artikel 9.8. Deze visie kernrandzone wordt ook niet vermeld in de aanvraag. Deze locatie is derhalve ook niet beschreven met zijn ruimtelijke kwaliteit en of deze behouden of verbeterd moet worden volgens de gemeente. De WBL is van mening dat er sprake is van een hoge ruimtelijke kwaliteit op dit perceel. Het heeft de uitstraling van een agrarisch perceel zoals deze hier van oudsher lagen met rijke flora en fauna. De ruimtelijke kwaliteit van dit gebied hoeft derhalve niet verbeterd te worden, maar dient juist behouden en beschermt te worden. Voorts wordt gesproken over toevoeging van maximaal 30 woningen, terwijl dit er 74 zijn.
Woningen kunnen hier op grond van dit artikel niet gebouwd worden, omdat niet gesteld kan worden dat zij gebruikt worden als noodzakelijke financiering voor kwaliteitsverbetering van het gebied. Immers, er vindt helemaal geen kwaliteitsverbetering plaats in dit gebied. Het perceel volbouwen met zoveel woningen is geen kwaliteitsverbetering maar leidt juist tot verlies van ruimtelijke kwaliteit in dit gebied. Nu zal opbrengst van de bouw niet ten goede komen aan een gebied maar alleen aan de initiatiefnemers. De gronden blijven ook niet merendeels onbebouwd en de bebouwing staat niet in redelijke verhouding tot het eventueel te bereiken doel (verbetering van de ruimtelijke kwaliteit). Het Ontwerpbestemmingsplan 2.4.2 stelt aldus: toets ladder van duurzame verstedelijking: “Het plangebied is in de Omgevingsvisie Provincie Utrecht deels aangewezen als stedelijk gebied en deels als kernrandzone.” Deze locatie is niet eerder opgenomen in de PRS en PRV. De portefeuillehouder van de gemeente gaf ook zelf tijdens een hoorzitting aan dat er voor woningbouw aan deze locatie 2
niet zou zijn gedacht als de initiatiefnemer zich niet had gemeld. Dit onderstreept onze mening dat er geen goede inventarisatie is gemaakt van de kwaliteit van kernrandzones, uitgewerkt in een integrale visie kernrandzone. Er is stedenbouwkundig en landschappelijk ‘onderzocht’ wat de mogelijkheden voor deze locatie zijn, met als conclusie dat het voor een relatie met het recreatiegebied De Nedereindse Plas de beste optie is om hier 81 wooneenheden met bijbehorende wegen en straatverlichting aan te leggen. De WBL kan deze conclusie absoluut niet delen en vindt de huidige agrarische bestemming (met eventueel omvorming van de huidige gebouwen) of verdere verbetering van het gebied van landschapselementen en groen en het terugbrengen in de oude cultuurhistorisch staat landschappelijk aanzienlijk beter aansluiten bij het Nedereindse Park. De onderbouwing voor de bouw van extra woningen geeft er derhalve geen blijk van dat door ruimtelijke kwaliteitswinst een uitzondering op het provinciale beleid valt te rechtvaardigen. Men kan om bovengenoemde redenen volgens de WBL dan ook geen aanspraak doen op de regeling voor kernrandzones. IOV Artikel 9.11 Instructieregel functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar woonfunctie met extra woningen (‘ruimte voor ruimte’) De kwaliteiten van het landelijk gebied moeten beschermd worden.
Om die reden wordt daarmee terughoudend omgegaan bij de vestiging van nieuwe stedelijke functies in het landelijk gebied. Wanneer agrarische bedrijfspercelen vrijkomen, kan daarvoor een nieuwe passende functie worden gezocht. De risico’s op verrommeling, ongewenste functiemenging en ondermijning moeten worden beperkt. De extra kwaliteit kan ook in de nieuwe, stedelijke functie zelf liggen: als de lokale verstedelijkingsbehoefte op bestaande erven wordt gerealiseerd en niet in de wei, kan dat zeker ook bijdragen aan behoud van kwaliteiten van het landelijk gebied. Er kan bijvoorbeeld ruimte worden geboden voor extra, compact gebouwde woningen op vrijkomende erven, als daarmee aantoonbaar in de plaatselijke woningbehoefte wordt voorzien. Daarbij is er ook ruimte voor nieuwe of andere woonconcepten. Planspecifiek: De WBL kan zich vinden in dit artikel en vindt dat alleen dit artikel als afwijkingsmogelijkheid op artikel 9.2 van toepassing is. Dus omzetten van agrarische bestemming naar woonbestemming, maar dan eventueel alleen (compacte) woningen op het erf toestaan met behoud van agrarische uitstraling, zichtlijnen en oprit, maar niet op het omliggende groen en niet buitenstedelijk.
IOV Artikel 9.12 Instructieregel Eenmalige uitbreiding tot 50 woningen voor lokale vitaliteit van kernen Kleine kernen waarbij binnen het bebouwd gebied geen of onvoldoende ruimte meer is voor woningbouw, krijgen ruimte voor een eenmalige uitbreiding tot 50 woningen, indien gemotiveerd kan worden dat deze uitbreiding noodzakelijk is voor lokale vitaliteit. De omvang van deze eenmalige uitbreiding moet wat betreft aard en omvang passen bij de kern en bijdragen aan een goede kwaliteit van de nieuwe kernrandzone. Planspecifiek: ontwerpbestemmingsplan (blz 22): “In aanvulling wordt in de Omgevingsvisie onder voorwaarden ruimte geboden aan kernen voor kleinschalige uitbreiding van het stedelijk gebied om de lokale vitaliteit of ruimtelijke kwaliteit te vergroten (lokaal maatwerk)”. Men wil dus door toepassing van artikel 9.12 IOV een kleinschalige uitbreiding realiseren. Voor deze toepassing zien wij geen onderbouwing terug. De uitbreiding omvat meer dan 50 woningen en dient ook niet voor de vitaliteit van de kern van IJsselstein. In IJsselstein kan men niet spreken van een kleine kern die een uitbreiding nodig heeft van max 50 woningen om vitaal te blijven. Daarbij is hier sprake van meer woningen, 74 in totaal. Verder heeft IJsselstein aangegeven meer woningen nodig te hebben (2500), dus de uitbreidingsvraag zal niet eenmalig zijn. Sterker nog, de plannen voor o.a.
Kromme IJsselgebied, Randdijk, straatje erbij etc. liggen er al. Verder zien wij ook niet terug dat dit gebied vooraf bij het vaststellen van de omgevingsverordening in het werkingsgebied van de regeling is opgenomen.
3
Artikel 9.13 Instructieregel uitbreiding woningbouw onder voorwaarden mogelijk Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen “Uitbreiding woningbouw onder voorwaarden mogelijk” kan bestemmingen en regels bevatten voor woningbouw, mits de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma woningbouw, de locatie op is genomen in de Bijlage 18 Wonen en werken en de woningbouw in samenhang wordt ontwikkeld met lokale en regionale groenontwikkeling waarbij de omvang van de woningbouw in evenwichtige verhouding staat tot de hoeveelheid te ontwikkelen natuur en recreatie. Verder moeten de realisatie van natuur en recreatie en de duurzame instandhouding daarvan verzekerd zijn en moet de woningbouw bijdragen aan een goede kwaliteit van de nieuwe kernrandzone. Een motivering van een bestemmingsplan moet een onderbouwing met beeldkwaliteitsparagraaf bevatten waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Ook moeten afspraken worden gemaakt over energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw, evenredige groenontwikkeling en efficiënt ruimtegebruik. Onderbouwd moet worden hoe lokale en regionale groenontwikkeling (natuur en recreatie) wordt gerealiseerd. Daarbij moet de verhouding tussen de aanwezigheid van “rood” en “groen” in verhouding zijn. Planspecifiek: in het ontwerpbestemmingplan staat onder 6.2.1.1.
vermeld: “De locatie is grotendeels buitenstedelijk. Dan geldt artikel 9.13 van onze interim omgevingsverordening (groen evenwichtig mee laten groeien)… Wat gaat deze wijk betekenen om het buitengebied mooier te maken. − Recreatieve structuur versterken − Parkeernorm liefst autoloos”. (blz. 10): Alleen de kruipsluip-door route naar de Nedereindse Plas en de bijbehorende parkeerplekken bieden een uitzicht op de weilanden aan de noordelijke zijde van ’t Veld. Wij zien niet onderbouwd dat de bouw van zoveel woningen de recreatieve structuur versterkt. Sterker nog, de recreatieve structuur wordt minder. Doorzichten naar het noorden vanaf de omliggende infrastructuur en woningen zijn er nu wel (geen kruip door sluip door) maar worden met de bouw weggenomen. Er verdwijnt ook groen in plaats van dat dit wordt ontwikkeld of toegevoegd. Er is naar verhouding veel te veel woningbouw (rood) t.o.v. groen. De bouw is ook niet voldoende circulair en energieneutraal en met ruime tuinen, vrijstaande villa’s en parkeerplaatsen is er ook geen sprake van efficiënt ruimtegebruik. De bebouwing nodigt ook niet uit tot recreëren. Een voorgestelde financiële bijdrage aan het Nedereindse Park op Utrechts grondgebied is een vreemde en loze constructie.
Het verlies van dit groen in IJsselstein kan ons inziens niet gecompenseerd worden in een al groen park van een andere gemeente, waar ook al voldoende financiering voor aanwezig is (overgebleven van het niet saneren van de plas). Verder zien wij deze locatie niet opgenomen in bijlage 18. De WBL is van mening dat deze regeling hier onjuist wordt toegepast. Conclusie afwijkingsmogelijkheden De Provincie heeft destijds het beleid opgesteld om het waardevolle buitengebied in stand te houden. De rode contour is niet voor niets als zodanig vastgesteld en ziet toe op de bescherming en het behoud van het nog resterende open landschap. De WBL is van mening dat het overschrijden van de rode contour dient te stoppen, wil de Lopikerwaard als zodanig als inmiddels zeldzaam cultuurhistorisch landschap midden in de Randstad niet definitief verloren gaan. Wij zien geen reden waarom afgeweken wordt van artikel 9.2 IOV Provincie Utrecht. Afwijking onder artikel 9.8 kernrandzone houdt geen stand. Immers, er is geen waardestelling van alle gebieden in de kernrandzone van IJsselstein vooraf opgenomen in een integrale visie kernrandzone door de gemeente. Wij kwalificeren de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied als zeer hoog, zowel cultuurhistorisch en recreatief als qua natuur. De omschrijving “gebiedsvreemde functie in een stukje ‘niemandsland’” is dan ook vooringenomen en onjuist.
De stedelijke ontwikkeling dient ook niet als uiterste geval om de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit van een gebied te financieren. Afwijking met toepassing van artikel 9.12 met het oog op de lokale vitaliteit houdt ook geen stand. Dit is voor IJsselstein niet van toepassing en er worden meer huizen gebouwd dan het (eenmalig) toegestane maximum van 50. Afwijking met toepassing van artikel 9.13 om het groen evenwichtig mee te laten groeien houdt ook geen stand. Het bestaande groen wordt vervangen door verstening zonder verhoging van de 4
recreatieve of natuurwaarde en staat dus ook niet in evenwichtige verhouding. Dit artikel is niet hiervoor opgesteld. Wij zien dus alleen ruimte voor toepassing van artikel 9.11 door de bestaande bebouwing om te zetten naar meerdere woningen. 2. Ladder van duurzame verstedelijking Conform het Besluit ruimtelijke ordening moet de duurzame verstedelijkingsladder worden toegepast. Ontwerpbestemmingsplan (blz. 16): “Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien.” (Blz. 11) “Woningmarktmonitor provincie Utrecht. De woningmarktmonitor bevat gegevens ten aanzien van de ontwikkeling van de behoefte aan de diverse typen woonmilieus voor de periode 2016-2040. Uit dit overzicht blijkt dat er in West-Utrecht voornamelijk een groeiende behoefte is aan de woonmilieus ‘centrum-dorps’, ‘dorps’, ‘kleinstedelijk’ en ‘landelijk perifeer’”. (Blz.
19): “Het groene, dorpse en ruim opgezette karakter van de ontwikkeling met een dergelijke omvang en grote diversiteit aan woningtypen maakt dat sprake is van een woningbouwontwikkeling met een groot aantal kenmerken, waarvan gesteld wordt dat er binnen de planperiode onvoldoende potentiële inbreidingslocaties met voldoende capaciteit en dezelfde kwalitatieve kenmerken (tijdig) voorhanden zijn.” 2.2.3.: “Gelet op het voorgaande kan worden gesteld dat het verzorgingsgebied zich primair richt op de gemeente IJsselstein en in mindere mate op omliggende gemeenten. Het voorliggende plan voorziet niet in de toevoeging van woningen waarvan een dusdanige aantrekkingskracht uit gaat, dat dit bewoners van buiten de gemeente zal trekken. Op basis van het type woningen, de ligging van de beoogde ontwikkeling en de verhuisbewegingen uit het verleden, geldt de verwachting dat de woningbouwontwikkeling geen bovengemeentelijke aantrekkingskracht heeft. Het verzorgingsgebied betreft in principe dus de gemeente IJsselstein.” Als onderbouwing voor het bouwen in het buitengebied en het volgen van de ladder van duurzame verstedelijking wordt in het ontwerp Bestemmingplan dus gesteld dat deze ontwikkeling voorziet in een behoefte en daarom aan de ladder voldoet. Dit is natuurlijk niet waarvoor deze ladder is opgezet.
Met die redenering kan er altijd buitenstedelijk gebouwd worden omdat er ‘mensen zijn die behoefte hebben om in het buitengebied te wonen’ (of bij een bos, een rivier etc.). De behoefte bestaat nu uit betaalbare woningen voor starters en toegankelijke woningen voor senioren op loopafstand van het centrum. Door passende woningen voor senioren zullen bestaande eengezinswoningen vrijkomen. De beschikbare binnenstedelijke locaties voldoen ook aan het criterium woonmilieu kleinstedelijk. De verwachting dat dit type woningen geen aantrekkingskracht heeft voor mensen van buiten IJsselstein maar juist voor eigen inwoners is volkomen onterecht. Uit de woningmarktmonitor van de provincie Utrecht kan men concluderen dat 63% van de woningen door mensen van buiten IJsselstein gekocht zal worden. Dus ook deze motivering is onjuist en dus ontoereikend. Ontwerpbestemmingsplan 3. “conclusie. Op basis van het voorafgaande kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking positief is doorlopen. De ontwikkeling voorziet in een behoefte die niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. De buiten bestaand stedelijk gebied gelegen ontwikkeling is daarmee gerechtvaardigd.
Dit tezamen maakt dat de ontwikkeling als haalbaar geacht voor wat betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking.” In de woonvisie van IJsselstein staat vermeld dat ‘”de binnenstedelijke ruimte als eerste zal worden ingezet voor de versnelling van de bouwproductie. Er is binnenstedelijk nog ruimte voor 600- 800 woningen. We willen nieuwbouw realiseren met het behoud van de identiteit van IJsselstein en het groene karakter. Eerst zullen dan ook de mogelijkheden binnenstedelijk veel meer benut moeten worden.” Er zijn nog vele potentiële binnenstedelijke bouwlocaties, (o.a. Paardenveld, Televisiebaan, Lagebiezen, omvorming van bedrijfsgebouwen tot woningen). De ruimte binnenstedelijk is zelfs toegenomen door de uitplaatsing van de Roba (mogelijkheid tot minimaal 400 woningen). Juist hier is de ladder wel juist gevolgd en is uitplaatsing van Roba buiten de rode contour uiteindelijk acceptabel 5
omdat daarmee binnenstedelijk 400 extra woningen kunnen worden gebouwd. De bedoeling hiervan was om juist omliggende gebieden als de Ruimtevaartbaan en het Kromme IJsselgebied van woningbouw te ontzien. De WBL heeft bij de Provincie en de gemeente Lopik in principe geen bezwaar gemaakt tegen de uitplaatsing naar landelijk gebied, omdat dit veel ruimte zal geven voor binnenstedelijk bouwen van woningen ten behoeve van starters en senioren. Maar wel met de motivatie erbij dat dit zou betekenen dat bij een juist volgen van de ladder zoveel mogelijk binnenstedelijk gebouwd wordt op de verschillende locaties. Er schijnt geen grens aan het aantal te bouwen woningen te zijn. IJsselstein is nog steeds een landelijke gemeente, al is deze stad de laatste 40 jaar zeer fors gegroeid. Verdere verstedelijking met het opslokken van de laatste resten groen en m.n. bij de Ruimtevaartbaan maakt het uiteindelijk mogelijk dat de stad Utrecht en IJsselstein één verstedelijkt gebied wordt. Dat moet worden voorkomen. Een visie hierop ontbreekt, evenals de onderbouwing van de noodzaak om steeds meer huizen alhier te bouwen. IJsselstein is een vitale stad met alle voorzieningen en behoeft geen verdere vitalisering om te kunnen overleven. De WBL is van mening dat de ladder van duurzame verstedelijking bij de beoogde ontwikkeling niet gevolgd wordt.
Er worden argumenten gezocht om van deze ladder af te wijken en zo deze woningbouw mogelijk te maken. Hierdoor verliest deze ladder iedere werking als toetsingskader. Er is vooralsnog voldoende mogelijkheid voor woningbouw binnenstedelijk. Dat deze ontwikkelingen tijd nemen en buitenstedelijk woning bouw te ontwikkelen tot sneller resultaat leidt, kan zo zijn, maar dat is een extra stimulans voor de gemeente om met de binnenstedelijke ontwikkeling voortvarender te werk te gaan. Wij zien vooral dat het stil blijft rond de meeste binnenstedelijke projecten en mogelijkheden. Ook hier verdient het aandacht dat de portefeuillehouder verklaard heeft dat de gemeente bij de ontwikkeling van de woningbouwplannen deze locatie in het geheel niet op het oog heeft gehad. 3. Cultuur-historische waarde en archeologie Ontwerpbestemmingsplan (blz 9-10): “De locatie ’t Veld ligt al honderden jaren diep in de polder. Ooit een afgelegen polder, nu aan de rand van IJsselstein. De boerderij van ’t Veld was altijd via een pad verbonden met het centrum van IJsselstein. Steek de Hollandse IJssel over via de Poortdijk, vervolgens door de uiterwaarden, buig over de dijk en ga noordwaarts een enorme polder in. (….) De IJsselwetering vormt de scheidingslijn tussen de gemeente IJsselstein en Utrecht en is een eeuwenoude lijn in het landschap.
In de loop der jaren is de waterweg verplaatst om ruimte te maken voor ontwikkeling in boerderij ’t Veld. Het agrarisch perceel wordt daarom als het ware omringd door water. (…) Het perceel ’t Veld is een ruimtelijk krachtig element aan de rand van IJsselstein, dat het verhaal vertelt van het agrarische verleden van de regio. Omgevingsvisie IJsselstein 3.1: “Door de rijke historie van onze gemeente hebben veel plaatsen in de stad, gebouwen, bomen of water een speciale betekenis voor inwoners. Dit heeft te maken met historische wortels, waar een verhaal of een gebeurtenis bij hoort. In de bodem van de binnenstad en de buitengebieden van IJsselstein ligt nog steeds een deel van de geschiedenis verborgen. Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. We willen voorkomen dat het archeologisch erfgoed van de stad verloren gaat door bijvoorbeeld bouwactiviteiten of de aanleg van wegen.” Omgevingsvisie IJsselstein 3.4: “We zoeken meervoudige ontwikkellocaties aan de stadsranden. Het doel hierbij is om landschappelijke kwaliteit te verbeteren en het open, groene karakter zo veel mogelijk te behouden.” Weilanden liggen van oudsher rondom het binnenstedelijk gebied van IJsselstein, derhalve zijn deze weilanden zeer zeker van cultuurhistorische waarde.
Deze percelen zijn zelfs in een uitgave van de Historische Kring IJsselstein (HKIJ) (nummer 120 maart 2008) uitvoering beschreven met een cultuurhistorische waardestelling. Dit onderschrijft onze conclusie dat dit gebied behouden dient te worden. Deze locatie heeft een hoge cultuurhistorische waarde die in 2008 in een uitgebreid artikel is beschreven door de Historische Kring IJsselstein. De herkomst van de naam van deze percelen, ’t Veld, het middelste deel van het tiendblok de Klinckhoef en de relatie tot de landgoederen van
6
ridderhofstad Rijnenburg worden hier beschreven. Tijdens drainagewerkzaamheden is op dit perceel ook een vaas gevonden, die bewijst dat dit gebied al in de Romeinse tijd bewoond was. Ontwerpbestemmingsplan (blz 53): “Met onderhavige ontwikkeling wordt een agrarische functie omgevormd tot een woonbuurt met 81 woningen. Dit kan de waarden van het agrarisch cultuurlandschap schaden. Echter, met de aanleg van de Nedereindse Plas is de relatie tussen IJsselstein en de open polder voorgoed verstoord. Het agrarisch perceel wordt gezien als een stukje niemandsland dat ruimtelijk noch deel uitmaakt van IJsselstein, noch deel uitmaakt van het recreatiegebied rondom de Nedereindse Plas”. Dat dit gebied omschreven wordt als ‘een stukje niemandsland zonder enige cultuurhistorische waarde’ bevreemdt de WBL en is ook in tegenspraak met bovenstaande omschrijvingen en de vastgelegde cultuurhistorische waarde. Het plangebied is een van de weinige, zo niet de enige plek met een cultuurhistorische en archeologische waarde aan de noord-oost zijde binnen de Gemeente IJsselstein. De locatie valt binnen het Groene Hart en de Lopikerwaard. Hier zijn openheid, het weidekarakter, de landschappelijke diversiteit en rust en stilte de wezenlijke kernkwaliteiten.
De bestaande weilanden hebben een open karakter, de naastgelegen waterberging, de beplanting, bomenrij en de IJsselwetering met zijn slootkanten zorgen voor biodiversiteit. Dat de wetering destijds is verlegd, doet hier niets aan af. Naar het oordeel van de WBL zijn deze percelen cultuur-historisch belangrijk voor de wijk en voor heel IJsselstein. Dit is een laatste stuk groen binnen de grens van IJsselstein op deze plek. Het dient als buffer tegen het gebied van de Gemeente Utrecht, waarvoor veel plannen bestaan zoals woningbouw, energieopwekking en recreatie. Tevens is er al weinig groen in deze wijk. Het veranderen van volledig groen naar een hoge mate van verstening kan niet opgeheven worden door de aanplant van groen. Tevens zal het uitgesloten zijn dat de biodiversiteit in de toekomstige situatie verhoogd kan worden. Dit perceel heeft momenteel door zijn doorzicht, agrarisch gebruik en groen een recreatieve functie. Het voetpad langs dit groen wordt door heel veel mensen uit de buurt veelvuldig gebruikt als wandelroute. Archeologie Ontwerpbestemmingsplan (blz 52): “Het plangebied ligt in het archeologisch landschap ‘RijnMaasdelta’, in de landschapszone overstromingsvlakte. Ter hoogte van het plangebied ligt de Wiersch beddinggordel uit het Neolithicum en een crevasse uit periode IJzertijd tot en met Vroege Middeleeuwen.
De archeologische verwachting in het plangebied hangt samen met deze landschappelijke ligging. Op de Wiersch beddinggordel kunnen archeologische resten uit het Neolithicum aanwezig zijn. Op de crevasse-afzettingen kunnen archeologische resten uit de periode IJzertijd tot en met Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn. In het plangebied zijn zestien boringen gezet. De maximale boordiepte is 500 cm.” Bijlage 9 “Archeologisch onderzoek” (blz 8): “Bureau voor Archeologie adviseert met deze archeologisch relevante niveaus rekening te houden door graafwerkzaamheden tot in deze niveaus te vermijden, rekening houdend met een veiligheidsmarge van 30 cm. Dat betekent dat aanbevolen wordt om niet dieper dan 80 cm -mv en -21 cm NAP te graven in het zuiden en westen van het plangebied. Zie de figuur achterin dit rapport voor de ligging van deze zone. In aanvulling daarop wordt aanbevolen om in het hele plangebied graafwerkzaamheden tot 360 cm -mv (-312 cm NAP) te vermijden. Daarnaast wordt aanbevolen om het eventuele funderingspalenplan archeologie vriendelijk te ontwerpen.
Als wel tot in de archeologisch relevante niveaus wordt gegraven, dan wordt aanbevolen te bepalen of archeologische resten aanwezig zijn door het uitvoeren van een booronderzoek in de karterende fase.” Bij het bouwen van deze woningen op veenweidegebied kan volgens de WBL niet gegarandeerd worden dat niet dieper dan 80 cm of -21 cm NAP wordt gegraven. Dit geeft een grote kans op vernietiging van archeologische resten. Bij noodzakelijke bouwwerkzaamheden kan het feit dat, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, een risico daarop bestaat, verantwoord zijn, maar in dit geval dient dat risico aan alle eerdergenoemde bezwaren te worden toegevoegd als reden om van deze grootschalige woningbouw op dit gebied af te zien.
7
4. Ecologie Naast de bouwlocatie ligt een waterberging, omgeven door bomen en struiken waar o.a. een ijsvogel broedt, met regelmaat lepelaars te vinden zijn en veel amfibieën zitten. De bouw van zoveel nieuwe woningen hier pal naast zal een zeer negatieve invloed hebben op deze habitat en de aanwezig fauna verjagen. Tevens bevinden zich op de locatie o.a. waterkanten en volgroeide bomen. Er is geen ecologisch onderzoek gedaan op deze locatie. Dit plan strookt dan ook niet met de provinciale ambitie tot het verhogen van de biodiversiteit en het in stand houden van natuur. De locatie voldoet aan de ecologische kernkwaliteiten, onderschreven door IVN en GPIJ, waar wij nauw mee samenwerken aangaande plannen in dit gebied. De bestaande weilanden hebben een open karakter, de heesters en oude bomen, de bomenrij en de IJsselwetering met zijn slootkanten zorgen voor biodiversiteit, die ook in waarnemingen is gedocumenteerd én dienen als buffer tegen hittestress. Ontwerpbestemmingsplan bijlage 2 “Vormvrije m.e.r. beoordeling: Mogelijk zijn ook nestplaatsen en/of essentieel leefgebied aanwezig van huismus, gierzwaluw, buizerd, roek, havik, sperwer, boomvalk, ransuil en steenuil. Nestplaatsen van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Om hierover duidelijkheid te krijgen dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden.
Indien nestplaatsen of essentieel leefgebied van deze soorten aanwezig blijken, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. ”Verder zijn mogelijk beschermde elementen zoals verblijfplaatsen en/of essentieel leefgebied van vleermuizen, bunzing, hermelijn, wezel, boommarter, steenmarter, das, ringslang, alpenwatersalamander, rugstreeppad en eekhoorn aanwezig. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien verblijfplaatsen aanwezig blijken, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.” Het plan strookt dan ook niet met de provinciale ambitie tot het verhogen van de biodiversiteit en in stand houden van natuur. Het woningbouwplan betekent een stap achteruit in het streven naar een ‘groene en gezonde leefomgeving’ en zal aanwezige fauna verjagen. Weidegrond wordt bebouwd met 80 huizen met bijbehorende verhardingen. Het toch al weinige groen in deze wijk dient juist als buffer tegen hittestress.
De WBL is van mening dat een zodanig groot aantal woningen wel degelijk belangrijke gevolgen heeft voor het milieu (bouw, verharding, verkeersbewegingen) en dat hiervoor op grond van de mogelijke effecten van dit plan een MER verplicht is. De bovenstaande onderzoeken hebben niet plaatsgevonden. Een vormvrije MER-beoordeling vinden wij hier dan ook niet juist. Kaderrichtlijn Water (KRW): volgens deze richtlijn, die in 2027 van kracht wordt, mogen er geen huizen gebouwd worden in de buurt van vervuild water. De beoogde bouwlocatie ligt heel dicht bij de vervuilde Nedereindse Plas, zodat het in de nabije toekomst vrijwel zeker zal zijn dat hier volgens deze richtlijn geen vergunning mag worden verleend voor woning- en wegenbouw. De concentratie stikstof en fijnstof is al te hoog in deze wijk door de nabijheid van de snelweg A2 met een overschrijding van de WHO-norm. Meer bebouwing en meer verkeersbewegingen zullen deze concentraties nog verder verhogen. De bouwwerkzaamheden zullen tot hogere concentraties leiden zonder dat daarvoor in de vereiste compensatie is voorzien. Tevens vinden wij de groencompensatie zeer onvoldoende in het plan gezien de beoogde vele huizen en verharding. In het Pact ‘Groen groeit mee’ (ondertekend door de U10 gemeentes, waterschap en provincie) wordt uitgegaan van minimaal 75m2 per nieuwe woning bij de ontwikkeling én 500m2 in de nabije omgeving.
Niet alleen de ruimtelijke kwaliteit gaat achteruit met het plan Ruimtevaartbaan, ook bestaande natuur verdwijnt of wordt door de bouw benadeelt. Bouw van minder huizen binnen het erf geeft meer ruimte aan bestaand en nieuw groen.
8
5.
Participatieprocedure
De WBL acht het een kwalijke zaak dat er naar ons inziens geen juiste participatieprocedure gevolgd is om de omwonenden te informeren. In november 2022 verscheen deze locatie als beoogde bouwlocatie uit het niets en zonder aankondiging in een bericht op Social Media vanuit de gemeente. Er is hierover geen gerichte informatie naar omwonenden gestuurd, niet door de gemeente en ook niet door de initiatiefnemers. Op 21 februari 2023 is het bouwplan opgenomen in het Ontwerp Provinciaal Programma Wonen en Werken met een mogelijkheid een zienswijze in te dienen tot 11 april 2023, wederom zonder voorafgaande aankondiging naar de omwonenden. Het enkel vermelden in de plaatselijke krant dat er een Provinciaal Programma Wonen en Werken ter inzage ligt is niet voldoende, omdat de omwonenden niets wisten van de plannen voor deze locatie en dus ook niet van hen verwacht kon worden dat zij in deze informatie gingen zoeken. Wij stuitten als organisatie ook bij toeval op dit programma. Het is begrijpelijk dat een eerste verkenning wordt gedaan door grondeigenaar of ontwikkelaar, maar hier is blijkbaar al geruime tijd van onderling overleg aan het plan voorafgegaan. Het wekt de indruk dat het plan stil is gehouden om te voorkomen dat bewoners en organisaties tijdig en weloverwogen een zienswijze bij de Provincie zouden indienen.
Op dit moment zijn wij helaas genoodzaakt tegen de huidige plannen deze zienswijze in te dienen met het verzoek aan uw college af te zien van het thans voorliggende plan tot herbestemming van het gebied. Langzamerhand zien we dat aan alle kanten de rode contouren overschreden worden. Wij maken ons er sterk voor dat buiten de rode contouren en in groen geen bouwwerken meer komen. De enkele mogelijke uitzonderingen daarop moeten dan wel zijn voortgekomen uit een sterke, uitgebreide afweging en voldoende landschappelijk worden ingepast en gecompenseerd worden. Echter, voor de locatie Ruimtevaartbaan zien wij geen gegronde redenen om buiten de rode contouren én binnenstedelijk op groen te bouwen. Wij gaan graag met de gemeente, provincie en initiatiefnemers in gesprek over mogelijkheden voor woningbouw binnen de gemeente die de WBL wel degelijk ziet. Het gaat dan om mogelijkheden binnen de bebouwde kom van IJsselstein. En dat het vrijkomen van binnenstedelijke locaties zoals bij de Roba moet betekenen dat er vooralsnog niet buitenstedelijk wordt gebouwd, zoals ook de ladder van duurzame verstedelijking voorschrijft.
En om de mogelijkheid om op het perceel op de Ruimtevaartbaan binnenstedelijk een omvorming van de bestaande bijgebouwen tot een aantal kleine wooneenheden te realiseren voor bijvoorbeeld starters of kleine huishoudens, met gebruikmaking van de huidige toegang tot de percelen. Zo kan deze locatie toch bijdragen aan uitbreiding van het woningaanbod met voldoende financieel gewin voor de eigenaren, zonder dat het groen onaanvaardbaar aangetast wordt. Hoogachtend,
R.C.A. Meijer Duo Voorzitter WBL
G.H.F. Keijzer Duo Voorzitter WBL
Correspondentieadres: Stichting Werkgroep Behoud Lopikerwaard Achtersloot 77, 3401 NT IJsselstein secretaris@werkgroepbehoudlopikerwaard.nl
9