CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Statenbrief Voortgang Windenergie

Commissie Ruimte 21 maart 2023, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Overige ingekomen stukken2.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

STATENBRIEF

Aan Provinciale Staten

ONDERWERP DATUM DOCUMENTNUMMER VAN

Voortgang Windenergie 14‑02‑2023 UTSP-1834364197-1 Wijnand Jonkers

TELEFOONNUMMER E-MAILADRES

DOMEIN/OPGAVE TEAM PORTEFEUILLEHOUDER

BIJLAGEN

1. 2. 3. 4. 5.

+31634499785 wijnand.jonkers@provincieutrecht.nl SLO PL1 Van Essen

Provinciale Rapportage Voortgang Windenergie Ontwerp Notitie Reikwijdte en Detailniveau Kennisgeving tot voornemen van de verkenning, participatie en plan-m.e.r. voor Windenergie in de provincie Utrecht Participatieplan Verkenning en Voorkeursbeslissing windenergie Provincie Utrecht Bijlage op rapportage reacties gemeenten op oproep provincie

Geachte dames en heren, Essentie / samenvatting: Op 21 september jl. heeft u een besluit genomen over het statenvoorstel Tussenbalans Regionale Energiestrategieën (RES) Provincie Utrecht. Hierin is besloten dat de provincie start met een verkenning als voorbereiding op een projectbesluit- of inpassingsplanprocedure indien er op 1 december 2022 onvoldoende windlocaties zijn aangeleverd om 1 TWh windenergie in 2030 te realiseren. Uit de Provinciale Rapportage Voortgang Windenergie blijkt dat meerdere gemeenten positief staan tegenover windenergie. Tegelijkertijd komt in de rapportage naar voren dat de plannen op dit moment onvoldoende (concreet) zijn om zicht te hebben op realisatie voor 2030. Zoals aangegeven in de statenbrief Vervolgproces Tussenbalans Regionale Energiestrategieën van 20 december jl. is in lijn met het statenvoorstel van 21 september jl. de eerste stap de publicatie van de ontwerp Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Bij deze publicatie hoort een kennisgeving over het voornemen van en de participatie tijdens de projectbesluitprocedure en de kennisgeving over het voornemen projectbesluit. De ontwerp NRD bevat onder andere informatie over welke milieueffecten onderzocht zullen worden in het planMER (plan-milieueffectrapport), en hoe deze onderzocht gaan worden.

De ontwerp NRD zal ook input zijn voor het startgesprek ten behoeve van de projectbesluitprocedure dat gevoerd zal worden met Provinciale Staten na de Provinciale Statenverkiezingen. Het planMER zelf biedt vervolgens niet alleen de basis voor onze procedure, maar ook voor het windgedeelte van het planMER voor herijking van de drie RES’en. Daarnaast geeft het planMER de benodigde informatie voor gemeenten die zelf windlocaties mogelijk willen maken. Op verzoek van enkele gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat zijn daarom ook zoekgebieden toegevoegd.

1 van 5

Inleiding: Voorgeschiedenis Om de in het Klimaatakkoord afgesproken opwekcapaciteit van zonne- en windenergie op land te realiseren hebben 30 regio’s in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) een bod gedaan. In de afgelopen jaren hebben wij samen met de drie regio’s in de provincie Utrecht gewerkt aan een proces waarin de regio’s zich hebben gecommitteerd aan een opwek van grootschalige duurzame elektriciteit van in totaal 3,05 TWh in 2030. Regio Foodvalley ligt gedeeltelijk in Gelderland, waarmee het Utrechtse deel van de drie regio’s opgeteld 2,4 TWh omvat (uitgaande van ongeveer 0,1 TWh, gebaseerd op de voornemens van de Utrechtse gemeenten in de regio Foodvalley). Deze boden zijn vastgelegd in RES 1.0 welke op 30 juni (regio Foodvalley en regio Amersfoort) en 6 oktober 2021 (regio U16) door uw Staten en andere RES-partners (m.u.v. gemeente Montfoort) zijn vastgesteld. Realisatie van de boden is noodzakelijk voor het behalen van de door u in de Omgevingsvisie opgenomen doelstelling om in 2030 minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik in de provincie Utrecht op te wekken uit hernieuwbare bronnen. Omdat de haalbaarheid van de RES’en onder druk is komen te staan heeft u ons in het statenvoorstel Tussenbalans RES gevraagd gemeenten aan te moedigen om voor 1 december 2022 bestaande windplannen te concretiseren en tot aanvullende windlocaties te komen.

Provinciale Rapportage Voortgang Windenergie In het statenvoorstel Tussenbalans RES heeft u ons ook gevraagd begin 2023 een voortgangsrapportage op te stellen. De Provinciale Rapportage Voortgang Windenergie (zie bijlage) bevat een actualisatie van de Tussenbalans van medio 2022 en is gebaseerd op de monitoringsgegevens van de 3 RES regio's en de uitkomst van de oproep aan gemeenten. De monitoringsgegevens van de 3 RES’en laten een vergelijkbaar beeld als bij de Tussenbalans zien: • Er is een positieve groei van zon op dak en de realisatie hiervan loopt op schema. • De haalbaarheid van het totale RES bod staat onder druk doordat de ruimtelijke procedures van zon op land en met name wind op land vaak nog niet gestart zijn. • De verhouding zon/wind is uit balans (ca. 90%-10% toekomstig opgesteld vermogen). De uitkomst van de oproep aan gemeenten laat zien dat een meerderheid van gemeenten (16) positief staat tegenover windenergie, maar dat hiervan op dit moment slechts een klein deel (5) concrete plannen heeft met duidelijke locatie en planning. De oproep heeft ervoor gezorgd dat het gesprek over windenergie opnieuw is opgestart en heeft bij een aantal gemeenten tot concretere plannen geleid. Het is echter onvoldoende om zicht te hebben op de realisatie van een jaarlijkse opwek van 1 TWh aan windenergie in de provincie Utrecht in 2030.

Dit betekent dat om tot de 1 TWh aan windenergie te komen het nodig is dat de provincie Utrecht de ruimtelijke procedure voor windenergie in gang zet. Het exacte aandeel waarvoor de provincie de projectbesluitprocedure zal moeten opstarten is niet bekend aangezien gemeenten in de loop van de procedure nog zouden kunnen instappen. Als er op dit moment een eerste globale inschatting gemaakt moet worden zou het gaan om ongeveer de helft van de opgave. Voornemen en Participatie Zoals ook genoemd in het statenvoorstel van 21 september jl. wordt de eerstvolgende stap gezet nu uit de rapportage duidelijk is dat de provincie een rol moet oppakken om de opgave van 1 TWh te realiseren. Nu de projectbesluitprocedure wordt opgestart worden de eerste stappen daarvan gezet, te weten de gecombineerde kennisgeving van het voornemen en de participatie (zie bijlage). Aangezien het van belang is om met de RES-partners in goede samenwerking de participatie vorm te geven, wordt in deze kennisgeving ook aangegeven op welke wijze de participatie wordt ingericht. We kiezen dit moment hiervoor zodat op deze manier aan de voorkant helder is wie op welke wijze wanneer in het proces betrokken wordt. Hiervoor zijn samen met de RES regio’s en gemeenten afspraken gemaakt over samenwerking aan de RES bestuurstafels.

Afgesproken is dat er vaste afstemmingsmomenten met gemeenten en RES regio’s in het proces plaats zullen vinden. Daarnaast is ook een participatieplan (zie bijlage) opgesteld waarin staat hoe alle stakeholders, waaronder inwoners, in de verschillende fases van het proces betrokken zullen worden. Uitgangspunt bij de participatie is dat het geen lokale participatieprocessen mag doorkruisen en hier zal dus aandacht voor zijn bij de uitvoering.

2 van 5

Eerste stap in de Verkenning: Ontwerp Notitie Reikwijdte en Detailniveau In het kader van de verkenning wordt allereerst een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) als ontwerp ter inzage gelegd. Door middel van de NRD worden betrokkenen en belanghebbenden geïnformeerd over de afbakening en diepgang (reikwijdte en detailniveau) van het op te stellen milieueffectrapport (MER) van de provincie Utrecht. Het planMER zelf biedt vervolgens inzicht in de milieueffecten om te komen tot een uitgebreide, zorgvuldige en integrale afweging over de meest geschikte locaties voor windenergie. In de ontwerp NRD (zie bijlage) staat omschreven welke milieueffecten onderzocht worden. Zoals door u gevraagd met amendement 21 Gezondheidsaspecten is gezondheid opgenomen als thema in de ontwerp NRD waar onderzoek naar zal plaatsvinden. Daarnaast zijn de overige aspecten die in het statenvoorstel Tussenbalans RES reeds benoemd waren als criteria opgenomen in de NRD, namelijk: - Kwaliteit leefomgeving, in het bijzonder beperken van geluidshinder; - Ecologie, met specifiek aandacht voor risico op slachtoffers van vogels en vleermuizen; - Landschap, waarbij wordt aangesloten bij de denkrichtingen in de RES’en zoals opwek bij hoofdinfrastructuur en vanuit een regionaal, gemeentegrens overstijgend perspectief; - Aansluitbaarheid op en efficiënte benutting van het elektriciteitsnet.

In de ontwerp NRD zijn ook de onderzoeksgebieden te vinden die meegenomen worden in het planMER. Zoals met u gedeeld bij de Tussenbalans in september jl. hebben wij een studie laten uitvoeren naar potentiële onderzoeksgebieden voor windenergie. We gebruiken deze studie als vertrekpunt voor de onderzoeksgebieden die opgenomen zijn in de ontwerp NRD. De in deze studie gehanteerde belemmeringen en buffers tot objecten en functies vormen tevens het vertrekpunt voor de onderzoeksgebieden die in de ontwerp NRD meegenomen zijn. Hiervoor is eerst gekeken naar wettelijke beperkingen (zoals belemmeringen voor windenergie gelet op geluid en veiligheid) en de Interim Omgevingsverordening (Natura 2000 en ganzenrustgebieden). Vervolgens zijn gebieden die op grond van de Omgevingsverordening ‘onder voorwaarden’ mogelijk zijn ook buiten beschouwing gelaten. Het gaat hier om: - Natuur Netwerk Nederland (NNN) - Weidevogelkerngebieden - Stiltegebieden (stille kern en bufferzone) - Rode en oranje zonering van de Hollandse Waterlinies uit het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies. Aan deze potentiële onderzoeksgebieden zijn onderzoeksgebieden toegevoegd die door gemeenten of waterschappen zijn aangedragen bij de provincie met de vraag om deze in het planMER mee te nemen.

Ook zijn in overleg met Rijkswaterstaat gebieden toegevoegd omdat ze samen met en op verzoek van gemeenten en provincie worden verkend in het kader van het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER). Het gaat bijvoorbeeld om gebieden uit de RES 1.0, die uit eerder doorlopen participatieprocessen naar voren zijn gekomen of gebieden waarover gemeenten de milieu-informatie willen benutten om een afweging te kunnen maken. Startgesprek met nieuwe Provinciale Staten In de statenbrief Vervolgproces Tussenbalans Regionale Energiestrategieën van 21 december jl. is het vervolgproces omschreven waarin ook een startgesprek is aangekondigd. In lijn met de ‘Werkwijze programma’s en projectbesluiten’ voeren wij medio 2023 een startgesprek met uw Staten ten behoeve van de projectbesluitprocedure (of inpassingsplanprocedure). Dit startgesprek zal plaatsvinden na de verkiezingen en dus geschieden met de nieuwe statenleden. Ter voorbereiding op dit startgesprek ontvangen de Staten vooraf de NRD inclusief Nota van beantwoording met daarin een reactie op alle ingekomen zienswijzen. Hiermee hebben uw Staten de benodigde informatie om dit startgesprek te kunnen voeren. Indien een nieuw college afziet van de projectbesluitprocedure (of inpassingsplanprocedure) zal het startgesprek niet plaatsvinden.

Dit zou wel betekenen dat het halen van de gezamenlijke doelstellingen in de RES en de provinciale doestelling in de Omgevingsvisie (55% hernieuwbare elektriciteit in 2030) uit beeld raakt. Voorkeursbeslissing Na het startgesprek zal gestart worden met het opstellen van het planMER. De milieu-informatie uit deze planMER zal input zijn voor de voorkeursbeslissing die eind 2023 / begin 2024 genomen zal worden. De voorkeursbeslissing omvat de locatiekeuze(s) voor te nemen projectbesluiten. Het planMER geeft een aantal alternatieven om te tonen

3 van 5

wat de milieugevolgen van verschillende opties zouden zijn. De afweging die ten grondslag ligt aan de voorkeursbeslissing vindt echter niet uitsluitend plaats op basis van milieu-informatie. Bij de afweging van de voorkeursbeslissing wordt naast de informatie uit het planMER ook andere informatie betrokken en wordt rekening gehouden met bestaande opwekcapaciteit en met concrete plannen en projecten van gemeenten. Onderwerpen zoals lokaal eigenaarschap, lokale participatieprocessen, de inzet van gemeenten en aansluitbaarheid op het net zullen dus ook meegewogen worden. Eerdere besluiten van gemeenten over het verder brengen van windenergie procedures en gemeentelijke onderzoeken zoals resultaten uit een lokale planMER zullen hier dus ook in meegenomen worden. Uitgangspunt bij de afweging is dat de provincie terughoudend zal zijn om gebieden in het voorkeursalternatief op te nemen in gemeenten die zelf ruimtelijke procedures voor windenergie oppakken. Om deze afweging te kunnen maken wordt gelijktijdig aan het onderzoek naar de milieueffecten met gemeenten en regionale partijen het gesprek gevoerd over wat belangrijk is om mee te laten wegen om te komen tot de uiteindelijke zoekgebieden. Ook wordt daarbij afgestemd over hoe bijvoorbeeld mede-eigenaarschap voor inwoners gerealiseerd zou kunnen worden.

Bij het nemen van de voorkeursbeslissing worden uw Staten, conform de ‘Werkwijze programma’s en projectbesluiten’, geconsulteerd op basis van de ontwerp voorkeursbeslissing. In het geval besluitvorming nog onder huidige wetgeving plaatsvindt, wordt bovengenoemde procedure vervangen door een inpassingsplan. Voor de vaststelling van het inpassingsplan zijn uw Staten bevoegd. Ook in dat geval zal, mede op basis van de uitkomsten van het planMER, een beslissing genomen worden op welke locaties windenergie mogelijk gemaakt wordt. Rechtsbescherming en bevoegdheden Naast de in het participatieplan opgenomen participatiemomenten voor belanghebbenden, zoals inwoners, kent het proces ook formele inspraakmogelijkheden. Zienswijzen kunnen ingediend worden op de ontwerp NRD, de ontwerp voorkeursbeslissing en het ontwerp projectbesluit (of inpassingsplan). Tegen besluitvorming over het projectbesluit (of inpassingsplan) staat beroep open bij de Raad van State. Als gemeenten als bevoegd gezag deze procedurestappen nemen is de rechtsbescherming vergelijkbaar. Op basis van Elektriciteitswet art 9.e en f is de provincie bevoegd gezag voor de planologische procedure voor realisatie van installaties voor de opwek van windenergie tussen 5 en 100 MW. In art.

6.2 van het wetsvoorstel voor de nieuwe Energiewet, welke naar verwachting tegelijk met de Omgevingswet in werking zal treden is een soortgelijke bepaling opgenomen waarin de provincie bevoegd gezag is voor windenergieprojecten tussen 15 en 100 MW. In afstemming met gemeenten kan ervoor gekozen worden om het bevoegd gezag aan gemeenten over te laten. In dat geval worden aan betreffende gemeente kaders meegegeven om voldoende te verzekeren dat besluitvorming in lijn is met het behalen van de doelstelling van 1 TWh windenergie in 2030. Betreffende gemeente start hierna zelf met een projectprocedure die leidt tot wijziging van het omgevingsplan (of besluitvorming onder de Wro), waarbij uitgevoerd onderzoek (waaronder de provinciale planMER) gebruikt worden ter onderbouwing van de locatiekeuze. Rijksnormen Momenteel onderzoekt het Rijk afstandsnormen en nieuwe milieunormen voor windturbines. Door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake windpark Delfzijl Zuid-Uitbreiding (ECLI:NL:RVS:2021:1395) kunnen de normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid uit het Activiteitenbesluit niet meer worden toegepast op een windpark van 3 of meer turbines. Tot die tijd kunnen per project locatie-specifieke normen gesteld worden om aan te toetsen.

In de loop van 2023 worden de landelijke planMER en het concept van de nieuwe windturbinebepalingen verwacht. Op deze ontwikkeling wordt ingespeeld in de ontwerp NRD. In het planMER vindt geen toetsing plaats, maar de beoordelingscriteria zijn zo gekozen dat ze waardevolle informatie opleveren die benut kan worden zodra de Rijksnormen bekend zijn. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan het feit dat in de ontwerp NRD aangegeven staat dat er verschillende afstanden in het planMER onderzocht zullen worden. Het feit dat de Rijksnormen als uitgangspunt zullen gelden bij de verdere ontwikkeling van de plannen staat vast. Lokaal eigendom Lokaal eigendom van grote duurzame energieprojecten borgt inspraak en zeggenschap van direct omwonenden bij de realisatie en exploitatie van deze projecten. Tijdens de behandeling van het statenvoorstel Tussenbalans Regionale Energiestrategieën is het amendement 22 Lokaal Eigendom aangenomen waarin is

4 van 5

aangegeven dat minimaal 50% lokaal eigendom een uitgangspunt wordt bij de planvorming van windenergieprojecten. Om dit mogelijk te maken wordt op dit moment onderzocht wat in provinciaal beleid aangepast zou moeten worden, zoals bij de herziening van de Provinciale Omgevingsverordening. Hiervoor wordt ook gekeken hoe andere provincies lokaal eigendom in beleid hebben verankerd. Bij het startgesprek zal u geïnformeerd worden over de wijze waarop het uitgangspunt van minimaal 50% lokaal eigendom in de provincie Utrecht vormgegeven wordt. Daarnaast hebben uw Staten motie 58a Iedereen kan meedoen en Motie 59 Coöperatief provinciaal eigendom aangenomen. Om hier uitvoering aan te geven is een aanpak opgezet waarmee gewerkt wordt aan (nieuwe) financiële constructies om beide moties vorm te geven en te zorgen dat de uitvoering hiervan opgepakt wordt. Zoals de moties oproepen zal hiervoor samengewerkt worden met de energiecoöperaties in de provincie Utrecht. Belangrijke partner hierin is Energie van Utrecht, de koepel van energiecoöperaties in de provincie Utrecht. Om ervoor te zorgen dat zij voldoende slagkracht hebben om coöperatieve projecten uit te voeren heeft Energie van Utrecht begin 2023 een 3-jarige subsidie toegekend gekregen voor het uitvoeren van een servicepunt voor energiecoöperaties.

Bij de toekenning van deze subsidie is ook speciaal aandacht gevraagd voor medewerking aan de uitvoering van de twee moties. Voorafgaand aan het startgesprek zal u verder geïnformeerd worden over de wijze waarop beide moties uitgevoerd worden. Vervolgprocedure / voortgang: Na de verkiezingen volgt er een startgesprek ten behoeve van de projectbesluitprocedure (of inpassingsplanprocedure) met de nieuwe Provinciale Staten. Ter voorbereiding op dit startgesprek ontvangen Provinciale Staten vooraf de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) inclusief Nota van beantwoording. Indien een nieuw college afziet van de projectbesluitprocedure (of inpassingsplanprocedure) dan zal het startgesprek niet plaatsvinden.

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter, mr. J.H. Oosters

Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12432228/3