CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

9.1 Inzet bo mirt - najaar 2020

Commissie Ruimte 2 maart 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven1.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: De 16 colleges van de gemeenten die samen het REP maken Betreft: inzet BO MIRT najaar 2020 Datum: 17 november 2020

Beste colleges, Inleiding Aankomend BO MIRT op 25 november staat in het teken van de laatste begroting van dit kabinet. Er worden geen nieuwe financiële afspraken met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) verwacht. Wel is de positionering van de maatschappelijke opgaven in onze regio van belang, als inbreng voor het nieuw te vormen kabinet in 2021. Vanuit het rijk-regio samenwerkingsprogramma U Ned ligt met name de uitkomst van het MIRTonderzoek ter besluitvorming voor, met een ontwikkelperspectief voor de Metropoolregio Utrecht en een serie vervolgafspraken om in de toekomst tot nieuwe investeringsbesluiten te komen. Daarnaast wordt nadere invulling gegeven aan lopende afspraken rond No Regret maatregelen, MIRTverkenning en de studie Uithoflijn. Naast producten die in het kader van U Ned zijn opgeleverd, zal het Toekomstbeeld OV en Nationaal Toekomstbeeld Fiets op het BO MIRT ter sprake komen. Vanuit de regio Utrecht zullen we tijdens het BO specifiek aandacht vragen voor de noodzaak om het nationaal groeifonds (NGF) in te zetten op realisatie van een schaalsprong OV, te beginnen met lightrail-verbindingen aan de zuidkant van de stad Utrecht.

Het nationaal groeifonds biedt mogelijkheden om investeringen te agenderen die nodig zijn voor het realiseren van de regionale woningbouwopgave, duurzame economische ontwikkeling en groei van werkgelegenheid en de daarvoor noodzakelijke bereikbaarheid. De bewindspersonen van IenW hebben eerder aangegeven dat de mogelijkheden om hierover afspraken te maken vanuit het mobiliteitsfonds tot 2030 beperkt zijn; vandaar onze claim op het NGF. U Ned De ministeries van IenW, BZK en EZK, de provincie Utrecht, gemeente Utrecht en de U10 werken samen in het programma U Ned op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid en leefbaarheid. De gezamenlijke ambitie is een gezonde groei van de regio Utrecht in balans met een goede bereikbaarheid en leefbaarheid te realiseren. Hieronder komen de verschillende onderwerpen met de gemeentelijke regionale inzet aan bod. MIRT onderzoek / verstedelijkingsperspectief Sinds 2018 werken rijk, regio en provincie aan een MIRT-onderzoek, gericht op de verstedelijkings- en bereikbaarheidsopgave van de regio Utrecht. Het doel van dit MIRT onderzoek is om “gezamenlijk inzicht te verkrijgen in een effectieve aanpak van de verstedelijkingsopgave en daarmee samenhangende bereikbaarheidsknelpunten (o.a. Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse; NMCA) voor alle modaliteiten en leefbaarheidsknelpunten.

Dit als basis voor te nemen samenhangende besluiten voor integrale keuzes op het vlak van verstedelijking, werkgelegenheid, mobiliteit en leefbaarheid.” Gedurende de tijd dat gewerkt is aan het eindproduct van het MIRT-onderzoek, is uw raad op een aantal momenten geïnformeerd over de stand van zaken en tussenproducten van het MIRT

onderzoek. Zo heeft uw raad de afgelopen maanden het “Aangepast beoordelingskader Ruimtelijk Economisch Programma en contour REP als onderzoeksagenda” vastgesteld, waaronder ook de uitgangspuntennotitie. Deze liggen in lijn met het MIRT-onderzoek, Daarnaast hebben wij uw raad na het BO MIRT van 2019 geïnformeerd over de 7 principes van het MIRT-onderzoek die tijdens dat BO MIRT vastgesteld zijn. Als resultaat van het MIRT-onderzoek is het rapport “Utrecht nabij, Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid voor de Metropoolregio Utrecht 2040, met een doorkijk naar 2050” opgesteld. Dit rapport wordt u als uitkomst van het BO MIRT toegestuurd. Met dit ontwikkelingsperspectief zijn rijk en regio het op hoofdlijnen eens geworden over hoe de regio Utrecht zich de komende decennia moet gaan ontwikkelen en welke keuzes er gemaakt moeten worden. Het ontwikkelperspectief heeft de status van een bestuurlijke overeenkomst. Het is de basis voor verdere uitwerking, waarbij de eigen beleidsproducten, zoals REP, POVI en structuurvisies van gemeenten leidend zijn. Met de vaststelling van het ontwikkelperspectief committeert ook het rijk zich aan de hoofdkoers zoals wij deze voor ogen hebben, waarmee een belangrijke basis voor toekomstige investeringsbesluiten wordt gelegd.

De hoofdrichting van het ontwikkelperspectief past goed bij de regionale beleidslijnen en bouwt voort op het concept Wiel met Spaken. De hoofdlijn van het ontwikkelperspectief is inzetten op zo veel mogelijk verstedelijking in het bestaande stedelijk gebied en op knooppunten. Op die manier sparen we de landschappen rondom Utrecht en benutten we de bestaande infrastructuur zo veel mogelijk in combinatie met het inzetten op gezonde en duurzame mobiliteit. Naast het hoofdprincipe ‘Utrecht nabij’ zijn er 7 principes geformuleerd die gezamenlijk de basis van het ontwikkelperspectief vormen. 1. Concentreer nieuwe woningen en banen in het stedelijk kerngebied en rond de grotere regionale ov-knooppunten. 2. Investeer in stedelijk groen en maak landschappen beter bereikbaar. De waterwegen worden de dragers van groene scheggen, die vanuit de natuur tot diep in de stad reiken. 3. Intensiveer de binnenstedelijke tussengebieden. Rond de Utrechtse binnenstad ligt een Uvormig gebied dat nog goeddeels onderbenut is: de Grote U1). 4. Ontwikkel drie complementaire Metropoolpoorten. In de Grote U komen hoogstedelijke centra met een attractief woonwerkklimaat. 5. Focus op het versterken van de economische clusters: onderzoek en innovatie (Utrecht Science Park en satellieten), maakindustrie en circulaire economie, kantoren, regionale distributie en logistiek. 6.

Organiseer slimme, gezonde en veilige mobiliteit met voldoende alternatieven. Dus meer wandel- en fietspaden, openbaar vervoer, stadsdistributie en digitaal werken. 7. Maak het mobiliteitssysteem samenhangend en multimodaal, zowel op lokaal, regionaal als nationaal niveau. Het gaat om én fiets én openbaar vervoer én weg én beleid om mensen te motiveren de best passende modaliteit te kiezen. Het ontwikkelperspectief geeft op hoofdlijnen inzicht in de ruimtelijke ontwikkeling van de regio en de benodigde maatregelen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid en groen, om de regio bereikbaar en aantrekkelijk te houden. Het ontwikkelperspectief laat zien dat er tot 2040 voldoende potentiële locaties op OV-knooppunten en in het binnenstedelijk tussengebied (onder de noemer “Grote U”) zijn, waarmee voldaan kan worden aan de woningbehoefte. In het ontwikkelperspectief is opgenomen dat we verder onderzoeken onder welke condities Rijnenburg een functie kan hebben in de verstedelijkingsopgave na 2035/2040. We besluiten tot voorbereiding en bouw wanneer nodig, we 1

“De centrale as verwijst naar gebiedsontwikkeling op de as Utrecht CS-Nieuwegein. De Grote U betreft het gebied langs de ring Utrecht van Lage Weide via Leidsche Rijn Centrum, Papendorp, Westraven, Lunetten, USP, Rijnsweerd tot Overvecht.

nemen dus nu geen besluit. Bij eventueel eerdere besluiten ten aanzien van verstedelijking en mobiliteit houden we rekening met mogelijke ontwikkeling van Rijnenburg. Het ontwikkelperspectief biedt nog veel ruimte voor nadere invulling. Zo is nog geen overeenstemming over prioritering in de tijd voor de ontwikkeling van gebieden en daaraan gekoppelde mobiliteitsmaatregelen. Ook hanteert het perspectief een grote bandbreedte voor woningen en arbeidsplaatsen op de belangrijkste ontwikkellocaties, omdat inzichten van de partijen over potentie van deze locaties nog uiteenloopt. Voor het BO MIRT is de inzet om het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij vast te stellen als gezamenlijk ontwikkelperspectief van rijk, regio en provincie en afspraken te maken om dit perspectief verder uit te werken in o.a. : • Het starten van drie verdiepende gebiedsonderzoeken: USP Lunetten/Koningsweg, A12-zone en Leidsche Rijn- Zuilen. In deze drie gebieden concentreert zich de complexiteit van de opgave van de MRU (Metropoolregio Utrecht). Doel is scherper in beeld te krijgen van bandbreedtes van gebiedsontwikkeling, inbedding in het mobiliteitsnetwerk, noodzakelijke investeringen en fasering. Belangrijk punt voor de regio is hierbij om inzichten vanuit de contour REP als vertrekpunt voor deze onderzoeken te hanteren.

• Het uitwerken van de mobiliteitsvisie van het ontwikkelperspectief tot een mobiliteitsstrategie voor de MRU. Doel van deze mobiliteitsstrategie is om te komen tot een samenhangend en multimodaal voorkeursnetwerk inclusief mobiliteitsmaatregelen als een regionale parkeerstrategie. De strategie moet in 2021 zijn uitgewerkt om input te laten zijn voor de bovengenoemde gebiedsonderzoeken en moet resulteren in een pakket van concrete maatregelen voor alle modaliteiten. Resultaten MIRT onderzoek doortrekken Uithoflijn van USP naar Zeist-Amersfoort In het BO MIRT van het najaar 2019 is afgesproken dat er binnen U Ned een studie uitgevoerd wordt naar de mogelijkheden die het doortrekken van de Uithoflijn biedt voor bereikbaarheidsknelpunten op de A28 corridor in combinatie met kansen voor verstedelijking. De studie heeft aangetoond dat er potentie is voor het doortrekken van de Uithoflijn naar Zeist en Amersfoort. Met name tussen Zeist en USP bestaat voldoende reizigerspotentieel voor een tramverbinding. Gezien de investeringskosten, de aandacht die de inpassing van de verbinding in het kwetsbare landschap vraagt tussen USP en Zeist en de mogelijke effecten die de HOV verbinding heeft voor het reguliere OV netwerk aan de oostzijde van Utrecht, is een bredere afweging op netwerkniveau noodzakelijk.

Voorgesteld wordt daarom om in het BO MIRT te besluiten dat de resultaten van deze studie als een belangrijke bouwsteen wordt beschouwd voor de op te stellen mobiliteitsstrategie. MIRT-verkenning Eerder hebben wij u per brief geïnformeerd over de startbeslissing voor de MIRT-verkenning. Deze beoogt in 2022 tot een voorkeursbesluit te komen voor maatregelen die in 2030 zijn gerealiseerd ten behoeve van het verbeteren van de bereikbaarheid van USP, het ontlasten van Utrecht CS en verbeteren van de bereikbaarheid van de huidige ontwikkellocaties. In de MIRT-verkenning komen de volgende oplossingsrichtingen aan bod: Versterkt station Lunetten-Koningsweg. Een oost-west HOV-verbinding. (HOV-) ontsluiting en gebiedsontwikkeling Nieuwegein en Utrecht Zuid-West. Een inventarisatie van alle mogelijke oplossingsrichtingen maakt deel van de start van de MIRTverkenning. In de fases daarna vindt er trechtering plaats om te komen tot de beste maatregelen voor de beoogde doelen. In de startfase wordt in een participatieproces ruimte geboden om mogelijke oplossingsrichtingen aan te vullen en te reageren op het voorstel voor oplossingsrichtingen die in het vervolg worden meegenomen. Over de eerste resultaten zullen wij u in 2021 informeren. De aanpak voor participatie is ter informatie als bijlage toegevoegd.

Overige MIRT onderwerpen Toekomstbeeld OV De regio herkent de in het landelijke Toekomstbeeld Openbaar Vervoer (TBOV) geschetste urgentie voor een stevige doorontwikkeling van het openbaar vervoer in Nederland. Deze urgentie komt enerzijds voort uit de voorziene knelpunten op het spoor, in het regionaal OV en op de knooppunten en anderzijds uit de opgaven voor een vitale economische structuur, duurzame verstedelijking en gezonde en bereikbare stedelijke regio’s. Voor dit tweede punt is een systeemsprong in het OV nodig gericht op een mobiliteitstransitie. De basis hiervoor is het in samenhang doorontwikkelen van het hoofdspoor én regionaal OV, waarbij lightrail en sprinters de belangrijkste dragers zijn voor ruimtelijke ontwikkeling.

Om de ambities in de regio gestalte te geven zetten wij bij het Rijk in op twee verkenningen, te weten: 1) verkenning corridor Utrecht-Arnhem: versterking spoorbediening Utrecht-Arnhem én UtrechtAmsterdam (sprintercorridor Rhenen-Breukelen), rekening houdend met de verstedelijkingsopgave in de regio’s Utrecht, Foodvalley en Arnhem-Nijmegen en met inpassing van een nieuw station Utrecht Lunetten/Koningsweg; 2) verkenning MRA-Amersfoort-Utrecht: versterking spoorbediening in de driehoek MRA Amersfoort-Utrecht, in samenhang met OV SAAL, gericht op snelle, rechtstreekse verbindingen tussen Amersfoort en MRA en versterking van bereikbaarheidskwaliteit op de corridors Utrecht-Almere en Utrecht-Amersfoort (-Harderwijk).

Vervolgproces Over de resultaten van het BO MIRT zullen wij u enkele dagen na 25 november per brief informeren. Dit moment valt samen met het moment dat bewindspersonen de Tweede Kamer informeren. Op 7 december 2020 is in de Tweede Kamer het zogenaamde Algemeen Overleg over het MIRT en wij vragen u om uw raadsleden op te roepen om onze regionale gezichtspunten bij de Tweede Kamerleden over het voetlicht te brengen. Over de inhoudelijke keuzes en de programmeringsvraagstukken die daarbij horen blijven wij komend jaar met u verder werken. Met vriendelijke groet, Sander Jansen, Bestuurlijk opdrachtgever REP en wethouder te Zeist

Klaas Verschuure, Bestuurlijk opdrachtgever REP en wethouder te Utrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9715018/1