8. SGL - Concept ontwerp kadernota 2025
Tekst van het document
ONTWERP KADERNOTA 2025 DECEMBER 2023
1. INLEIDING Recreatieschap Stichtse Groenlanden is een gemeenschappelijke regeling (GR) op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze GR werken gemeenten De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Stichtse Vecht, Nieuwegein, Utrecht en Woerden en de Provincie Utrecht samen aan het beheren, exploiteren en ontwikkelen van openbaar toegankelijke recreatieterreinen en –voorzieningen in het buitengebied voor inwoners en bezoekers van de regio. Het algemeen bestuur van het recreatieschap heeft begin 2018 de ‘Kadernota 2019-2022’ vastgesteld. Deze kadernota dient als algemeen beleidskader en financieel uitgangspunt voor de 4-jarige budgetperiode die loopt van 2019 tot 2022. Vanwege de transitie is tot nu toe geen nieuwe kadernota voorgelegd maar heeft het algemeen bestuur de beleidsuitgangspunten uit de kadernota 2019-2022 voor het begrotingsjaar 2025 gecontinueerd. Naast de kadernota, die eens in de vier jaar wordt opgesteld, stelt het bestuur conform haar financiële verordening (artikel 3) jaarlijks specifieke uitgangpunten voor de begroting voor het volgende begrotingsjaar op. Daarin zijn vastgelegd de verwachte (beleids-)ontwikkelingen, specifieke aandachtspunten en indexaties van loon- en prijsbijstellingen van de meerjarenbegroting van het begrotingsjaar en tenminste de drie daaropvolgende jaren.
De voorgestelde indexaties van loon- en prijsbijstellingen worden afgeleid uit de meest recente meicirculaire Provincies en enkel met onderbouwing bijgesteld. De transitieperiode waarin ons Recreatieschap zich bevind is nog niet afgerond. De overdracht van de taken van RMN aan Staatsbosbeheer is per 1 januari 2023 afgerond en in het komend begrotingsjaar 2024 en 2025 zal er nog sprake zijn van een transformatieperiode, waarin Staatsbosbeheer onder andere zal werken aan de verbetering van (bedrijfs-)processen met als doel de kwaliteit van de besturing en beheersing van die processen te verbeteren. In dit document worden elementen van de kadernota (met als doel financiële sturing op middellange termijn) en de uitgangspunten voor de begroting 2025 (vastleggen van de financiële kaders voor begrotingsjaar 2025) gecombineerd.
1.1. Uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2025 - 2028 Recreatieschap Stichtse Groenlanden is in 1999 opgericht “ter behartiging van het belang van de deelnemers bij de intergemeentelijke openluchtrecreatie en de bescherming van natuur en landschap.” Deze taakomschrijving is en blijft ongewijzigd, maar wat hieronder wordt verstaan en hoe hier invulling aan wordt gegeven, is wel aan verandering onderhevig. Voor de komende jaren (2025 – 2028) heeft het recreatieschap de volgende uitgangspunten vastgesteld: -
regio Utrecht groeit en daarmee de vraag naar recreatievoorzieningen;
-
het recreatieaanbod moet aansluiten bij de behoefte van recreanten;
-
publieke recreatievoorzieningen moeten voor iedereen toegankelijk en betaalbaar blijven;
-
bij beheer en onderhoud van de recreatiegebieden is behoud van ecologische cultuur-historische waarden van de gebieden belangrijk.
In de vorige budgetperiode hebben zowel het Programma A (Stichtse Groenlanden) als het Programma B (Vinkeveense Plassen) (extra) middelen ter beschikking gesteld ten behoeve van de in stand houding en verbetering van de huidige recreatieve voorzieningen 1. Deze extra middelen zullen in de periode 2025– 2028
1 En ook om de mogelijk hogere doorberekening van loonkosten/overhead van Staatsbosbeheer op te vangen.
ook nodig zijn om de prijsstijgingen voor grondstof en energie op te kunnen vangen en voor programma B om het vervallen van de bijdrage van de gemeente Amsterdam op te kunnen vangen.
1.2. Uitvoering: Staatsbosbeheer (SBB) Het recreatieschap belegt de uitvoering van haar kerntaken – ‘Beheer & Onderhoud’, ‘Toezicht & Handhaving’, ‘Exploitatie’, ‘Ontwikkeling’, ‘Bedrijfsvoering’ en ‘Bestuursondersteuning’ – sinds 1 januari 2023 bij Staatsbosbeheer. Het recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer gaat in de afgesloten samenwerkingsovereenkomst uit van een overgangsperiode van twee jaar (2023 en 2024). In die periode wordt gewerkt aan de verbetering van (bedrijfs-)processen met als doel de kwaliteit van de besturing en beheersing van die processen te verbeteren. De eenmalige kosten die gepaard gaan met deze overgangsperiode zullen worden gefinancierd uit een ‘bestemmingsreserve transitie SBB’ die de tweede begrotingswijziging 2022 is aangelegd en in begrotingsjaar 2022 met de deelnemers is afgerekend. 1.3. Structurele kosten ingaande 2023 Voor wat betreft de structurele kosten van de taakuitvoering is in de samenwerkingsovereenkomst tussen SGL en SBB afgesproken, dat “[…] het budget van € 3,06 miljoen is taakstellend voor Staatsbosbeheer en past binnen de kadernota 2023 van het Recreatieschap2.” Dit taakstellende bedrag geïndexeerd) geldt ook voor het begrotingsjaar 2025 vanwege verlenging van de transitie.
2. PLANNING & CONTROL Het dagelijks bestuur (DB) heeft deze ‘Kadernota 2025’ opgesteld. Het algemeen bestuur (AB) stelt deze ‘Kadernota 2025’ – die dient als algemeen beleidskader en financieel uitgangspunt – vast, aan de hand waarvan het dagelijks bestuur de ‘Ontwerp begroting 2025’ opstelt. Hiervoor geldt de onderstaande planning voor vaststelling: P&C-document
Uitgangspunten begroting 2025 Begroting 2025
Datum Datum vaststelling vaststelling AB ontwerpdocument DB 13-12-23 20-12-23 apr-24 jul-24
3. PROGRAMMA’S EN PRODUCTEN 3.1 Ontwikkelingen per gebied (voormalig programma A en programma B) De begroting bestaat van oudsher uit twee onderdelen: •
Programma A | Stichtse Groenlanden: het gebied van Stichtse Groenlanden van vòòr 2018; het gebied rondom de stad Utrecht, in de uiterwaarden langs Lek en in het Groene Hart.
•
Programma B | Vinkeveense Plassen: het Vinkeveense Plassengebied.
2 Bron: Samenwerkingsovereenkomst tussen Staatsbosbeheer en Stichtse Groenlanden
3
Het recreatieschap (beide programma’s) richt zich op het beheren, exploiteren en ontwikkelen van openbaar toegankelijke voorzieningen voor openluchtrecreatie in het buitengebied, met oog voor de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische elementen die kenmerkend zijn voor de identiteit van het gebied. Voor beide programma’s is in 2019 een programmaplan opgesteld. Het plan ‘Programma A Stichtse Groenlanden 2019 e.v.’ omvat de ontwikkelambitie en –strategie voor de komende jaren. Deze ontwikkelambitie en -strategie zal de komende twee jaren worden voortgezet en worden herijkt in een gezamenlijk visietraject met SBB. Het plan ‘Vinkeveense Plassen 2019-2024’ heeft een iets bredere scope en vloeit voort uit het ‘Toekomstplan Vinkeveense Plassen’ dat primair is opgesteld om ook in 2024 – na het wegvallen van de bijdrage van Amsterdam – tot een sluitende begroting te komen. Inmiddels is duidelijk dat de beoogde extra opbrengsten mogelijk niet worden gerealiseerd en het wegvallen van de deelnemersbijdrage van de gemeente Amsterdam daarmee mogelijk niet kunnen worden gecompenseerd. Als gevolg hiervan zal de deelnemersbijdrage mogelijk voor het programma moeten worden verhoogd.
Vanaf 2025 wordt de begroting dan wel de gewijzigde begroting voor de uitvoering van de taken voor het Recreatieschap door Staatsbosbeheer opgesteld op basis van het vierjarig Uitvoeringsplan 2024-2027 met bijbehorend Vierjarig Financieel Perspectief 2024-2027. Voor het opstellen van de begroting dan wel gewijzigde begroting wordt met ingang van 2025 gebruik gemaakt van de Product- en Diensten Catalogus van Staatsbosbeheer en het TBM model. Voor deze kadernota kan voor het begrotingsjaar 2025 uit worden gegaan van de hierboven genoemde programmaplannen en van de inhoudelijk beschreven ontwikkelingen in de begroting 2024, waarin binnen elk programma de belangrijkste ontwikkelingen zijn beschreven.
4. ALGEMENE FINANCIELE UITGANGSPUNTEN BEGROTING 2024 E.V. Voor het opstellen van de begroting 2025 worden de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: •
de deelnemersbijdrage wordt geïndexeerd, de overige baten worden voorzichtigheidshalve niet geïndexeerd;
•
er wordt voor SGL B verhoging van de deelnemersbijdrage gevraagd (naast indexatie) als gevolg van het wegvallen van de bijdrage van de gemeente Amsterdam;
•
alleen de structurele financiële effecten van de Begroting 2024 (en eventuele begrotingswijzigingen) worden verwerkt
•
de structurele financiële effecten van bestuursbesluiten die tot en met 1 maart 2024 zijn genomen worden verwerkt
•
de meerjarenbegroting wordt niet geïndexeerd.
Aanvullend hierop worden de volgende uitgangspunten gehanteerd voor de begroting 2025: •
De deelnemersbijdrage, doorbelaste kosten bedrijfsvoering, overige kosten Recreatieschap Stichtse Groenlanden wordt met 4,18% verhoogd als gevolg van loon- en prijsindexatie ten opzichte van de begroting 2023 op basis van de CPB-raming meicirculaire gemeentefonds versie 2023. Stijging deelnemersbijdragen alleen indien noodzakelijk voor een sluitende programmabegroting.
•
Het beheer en onderhoud vindt plaats op basis van functievereisten, wettelijke kaders en vastgestelde kwaliteitsprofielen. De algemene onderliggende gedachte is ‘schoon, heel en veilig’. Bij beheer en 4
onderhoud van de recreatiegebieden is tevens behoud van ecologische en cultuur-historische waarden van de gebieden belangrijk. •
Reservering voor groot onderhoud vindt plaats op basis het vigerende MJOP, dat loopt tot 2029. In 2021 is het MJOP opnieuw opgesteld met behulp van het nieuwe beheersysteem GeoVisia en in 2022 heeft actualisatie plaatsgevonden. Vanaf 2022 wordt daarom reeds begroot op basis van de werkelijke staat van onderhoud. Staatsbosbeheer heeft vanaf 2023 het beheer van het MJOP over en zal een MJP laten vaststellen. Eventuele hiaten in het investeringsprogramma zullen in de loop van 2023 en 2024 worden gecorrigeerd. Hierbij zal rekening worden gehouden met eventuele beperkingen die voortvloeien uit de klimaatmaatregelen die het kabinet neemt.
•
Per 1 januari 2023 heeft het recreatieschap een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met het Routebureau Utrecht en is daarmee één van de opdrachtgevers. De bijdrage (€ 138.386,- voor programma A en € 30.241,- voor programma B op basis van de indicatieve begroting van het Routebureau 2023) die jaarlijks aan het Routebureau moet worden betaald, wordt volledig gedekt vanuit de beschikbare middelen voor het routebeheer in de begroting van het recreatieschap 3.
•
Als basis voor de inkomsten uit bezoek aan het strandbad Maarsseveen wordt uitgegaan van een meerjarig gemiddelde van 80.000 betalende bezoekers (programma A).
•
“Liggelden” en “betaald parkeren” wordt meegenomen in de begroting indien voldoende zeker heden over kosten en baten
Voor wat betreft het eerste punt geldt, dat indien in de periode na publicatie van de meicirculaire de inflatiecijfers zodanig zijn gestegen, dat genoemde percentages niet meer reëel zijn het voorstel is derhalve om de begrotingscijfers t.z.t. aan te passen aan het reële inflatie%.
5. WEERSTANDSVERMOGEN EN RESERVES Het bestuur van het recreatieschap stelt aan de hand van een risico-inventarisatie de benodigde omvang van het weerstandsvermogen vast. De algemene reserve is in eerste aanleg beschikbaar als buffer voor deze risico’s. Dat betekent dus ook dat deze reserve minimaal moet overeenkomen met deze benodigde buffer. Een eventueel hoger saldo in de algemene reserve kan gebruikt worden voor andere activiteiten of – incidenteel – ingezet worden om een exploitatietekort op te vangen. Dat laatste kan alleen incidenteel, omdat de begroting structureel in evenwicht moet zijn. De kaders hiervoor zijn opgenomen in de financiële verordening. Het bestuur heeft uitgesproken om het weerstandsvermogen weer op peil te brengen. Het weerstandsvermogen is op peil wanneer de verhouding beschikbaar weerstandsvermogen en aanwezige risico’s minimaal 1,0 bedraagt. Het bestuur streeft ernaar om dit niveau te bereiken uiterlijk ultimo 2026.
3 De financiële kaders (tarieventabel) voor 2025 dienen nog in het bestuurlijk overleg Routebureau Utrecht te worden vastgesteld.
5