8.1 Conceptjaarverslag RMN 2021
Tekst van het document
Jaarverslag 2021 RMN
Inhoudsopgave 1.
Programmaverantwoording ............................................................................................................ 5
Paragrafen ............................................................................................................................................. 14 2.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing........................................................................... 14
2.1.1.
Weerstandscapaciteit .................................................................................................... 14
2.1.2.
Risico's ........................................................................................................................... 14
2.1.3
Kengetallen .................................................................................................................... 18
2.2.
Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................... 19
2.3
Financiering ........................................................................................................................... 19
2.3.1
Kasgeldlimiet ................................................................................................................. 19
2.3.2
Renterisiconorm ............................................................................................................ 19
2.3.3
Financieringsbehoefte en leningenportefeuille ............................................................ 19
2.4
Relatiebeheer ........................................................................................................................ 21
2.4.1
Kasbeheer ...................................................................................................................... 21
2.4.2
Organisatie .................................................................................................................... 21
2.4.3
Informatievoorziening ................................................................................................... 21
2.5
Bedrijfsvoering ...................................................................................................................... 22
2.5.1.
Maatschappelijke verantwoordelijkheid ....................................................................... 22
2.5.2.
Samenwerking/regionale gebondenheid ...................................................................... 22
2.5.3
Milieu ............................................................................................................................. 22
2.5.4.
Personeel ....................................................................................................................... 22
2.5.5.
Duurzaam werken ......................................................................................................... 23
2.5.6
Duurzaam inkopen ........................................................................................................ 23
2.5.7
Covid-19 ........................................................................................................................ 23
3. Gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ................................................... 25 3.1
Vaste activa ........................................................................................................................... 25
3.2
Vlottende activa .................................................................................................................... 26
3.3
Grondslagen voor resultaatbepaling ..................................................................................... 27
4.
Overzicht van baten en lasten over 2021 ...................................................................................... 29
5.
Toelichting op overzicht van baten en lasten 2021 ...................................................................... 31 5.1
Lasten .................................................................................................................................... 40
5.2
Programmaverantwoording .................................................................................................. 48
6.
Incidentele baten en lasten 2021 .................................................................................................. 49
7.
Balans per 31 december 2021 ....................................................................................................... 50
8.
Toelichting op balans per 31 december 2021 ............................................................................... 52 8.1
Vorderingen ........................................................................................................................... 52
8.2
Reserves ................................................................................................................................ 55
Bijlagen:
Taakvelden......................................................................................................................... 61 2
3
Jaarverslag 2021
4
1. Programmaverantwoording Wat willen we bereiken? Conform de gemeenschappelijke regeling van RMN is het doel van de organisatie het realiseren van effectieve, efficiënte en kwalitatief hoogwaardige en klantvriendelijke uitvoering van afvalbeheer en beheer van de openbare ruimte, waaronder reinigingstaken voor de deelnemende gemeenten. Wat willen we ervoor doen? De wijze waarop uitvoering gegeven wordt aan de doelen is omschreven in dienstverleningsovereenkomsten die met de deelnemende gemeente afzonderlijk worden opgesteld. Deze worden onderscheiden in basistaken en additionele taken. Programma 1: Basistaken Onder de basistaken valt het: • verzorgen van afvalbeheer door middel van inzameling en beheer van milieustraten; • mechanisch straatvegen en handvegen, het verwijderen van zwerfafval, verzorgen van onkruidbestrijding, het reinigen van honden uitlaatstroken, het legen van prullenbakken legen en het reinigen van kolken; • verzorgen van gladheidbestrijding en • verzorgen van ongediertebestrijding.
Programma 2: Additionele taken Onder de additionele taken valt het: • verzorgen van groenbeheer, zwerfafval verwijderen in groen, schoffelen, maaien en snoeien; • verzorgen van klein civieltechnisch onderhoud, beheer en instandhouding van straatmeubilair, borden en het herstellen van bestrating; • verzorgen van overige werkzaamheden zoals graffiti en kauwgom verwijderen en het afhandelen van klachten. Concept Jaarverslag 2021: Wat mag het kosten?
x € 1.000,=
Primaire begroting 2021
Begroting 2021.2
Programma
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
1.Basistaken
28.598
28.598
-
30.866
30.866
-
30.149
30.063
86
2.Additionele taken
3.215
3.215
-
3.404
3.404
-
3.264
3.264
-
Totaal programma´s
31.813
31.813
-
34.270
34.270
-
33.413
33.327
86
5
Realisatie 2021
Wat hebben we bereikt? Programma 1: Basistaken RMN heeft voor de deelnemende gemeenten als hoofdtaak het inzamelen van grondstoffen en restafval, aangevuld met werkzaamheden op het gebied van een schone, hele en veilige openbare ruimte. De werkzaamheden zijn vastgelegd in een producten- en dienstencatalogus en worden op basis van de met de gemeente afgesloten dienstverleningsovereenkomst voor meerdere jaren uitgevoerd. RMN levert zodoende met haar activiteiten een bijdrage aan een mooie en duurzame leefomgeving en de circulaire doelstellingen van de deelnemende gemeenten. In 2021 hebben wij 123.943 ton huishoudelijk afval bij circa 250.000 inwoners in de deelnemende gemeenten ingezameld. Daarmee hebben wij een bijdrage geleverd aan het in stand houden van een schone en veilige leefomgeving en het reduceren van milieubelasting. Door het stimuleren van het nog beter scheiden van afval, het huis aan huis ophalen van nog meer gescheiden waardevolle huishoudelijke afvalstromen en het vergroten van de mogelijkheden om afval te scheiden bij hoogbouw is meer recyclebaar afval ingezameld. Daarnaast levert RMN een bijdrage aan duurzame beheer en inrichting van de openbare ruimte. Hierbij wordt continu gewerkt aan het verbeteren van de milieuprestaties door toepassingen van de laatste principes van ISO 14001.
Ingezameld huishoudelijk afval naar recyclebaar versus niet recyclebaar materiaal in tonnen
Met de scheiding van 61% van het ingezamelde afval hebben we een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de circulaire economie. Overige resultaten programma Basistaken in 2021 Deeltaak afvalinzameling • ter bevordering van het grondstofscheidingsgedrag zijn recyclingcoaches ingezet bij voorlichting en zichtcontrole; • de Gemeente Nieuwegein is overgestapt op nascheiden waarbij plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankpakken (hierna PMD) achteraf bij het verwerken van het restafval wordt uit gesorteerd;
6
•
de Gemeente Nieuwegein heeft een tarief ingevoerd voor het ophalen van grof afval met als doel het stimuleren van het zelf wegbrengen van het grof afval naar het recyclestation.
Deeltaak straatreiniging • het begaanbaar houden van hoofdwegen bij gladheid; • milieuvriendelijke beheersing van onkruid o.a. door het bestrijden van onkruid met heet water; • goede werking van de kolken door deze tijdig te legen; • schone straten door verwijdering van zwerfafval en mechanisch vegen; • exploitatie van 6 recyclingstations waar 27 á 28 grof afvalstromen gescheiden worden aangeboden en afgevoerd; • het bestrijden van plaagdieren.
Kolken reinigen in Bunnik
Projecten in 2021 • verdere uitrol van het VANG (Van Afval Naar Grondstof) programma in IJsselstein en Zeist; • bij de laagbouw wordt bij grote percelen een extra minicontainer verstrekt. Bij kleine percelen wordt de minicontainer voor restafval omgewisseld voor een PMD minicontainer; • in de gemeente IJsselstein worden bij hoogbouw versneld extra ondergrondse containers geplaatst voor diverse afvalstromen; • er zijn ondergrondse containers geplaatst in het hart van de binnenstad van IJsselstein; • het recyclingstation in Bunnik is heringericht met nieuwe afzetbakken.
7
Communicatie en educatie • RMN heeft deelgenomen aan de Week van de Afval Helden; • promotie van het gebruik van de gratis RMN app en de RMN website met als doel papierreductie. Zo is de papieren afvalkalender vervangen. Er wordt alleen op aanvraag nog een papieren inzamelschema toegestuurd. Het gebruik van de app is toegenomen: het aantal actieve gebruikers steeg van 46.394 in januari 2021 naar 53.368 medio 2021. • RMN participeert in de E-Waste-race waarbij lagere scholen een competitie houden waarbij zij strijden om de meeste elektrische apparaten in te zamelen; • RMN neemt deel aan de Opruim Challenge in Nieuwegein; • er is onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de afvalscheidingskaart en de waarschuwingskaart op de minicontainer voor aangeboden afval. Hierop zijn verbetering aangebracht in de opmaak en tekst; • de tekst op de stickers op de ondergrondse containers ter voorkoming van bijplaatsingen zijn gemoderniseerd; • RMN is betrokken bij afvalvrije scholen middels voorlichting en inzameling van de gescheiden grondstoffen en geeft voorlichting op kinderdagverblijven; • RMN heeft campagne gevoerd voor het beter scheiden van GFT. Hierbij zijn GFT bakjes uitgedeeld voor in de keuken. Daarnaast zijn online video's ontwikkeld om het scheiden van GFT te promoten.
8
Samenleving en werk • door middel van samenwerking met werkvoorzieningen bieden we ruimte voor werk aan mensen met afstand tot de arbeidsmarkt; • met de Regionale Sociale Dienst in Zeist werken we samen in het bieden van werkervaringsplekken voor nieuwe Nederlanders; • samenwerking met de stichting Samen voor Zeist; • aanbieden van een snuffelstage voor mensen met een (verstandelijke) ontwikkelingsstoornis. Duurzaamheid • RMN heeft 760 zonnepanelen in gebruik en we wekken daarmee 40% van onze energiebehoefte zelf op; • verdere vergroening van het wagenpark door instroom van nieuwe voertuigen op HVO 100 brandstof en het gebruik maken van biologisch afbreekbare smeermiddelen. Hierdoor wordt een wezenlijke bijdrage geleverd aan een schoner milieu door lagere CO2 vermindering van het verbruik aan fossiele brandstoffen en minder geluidsoverlast. Opening 6 oktober 2021 van HVO100 pomp in Soest
Programma 2: Additionele taken Dit betreffen de taken van RMN die liggen op het gebied van het beheer van het groen, verkeers- en straatmeubilair en verhardingen. Ambitieniveaus Voor de disciplines groen, meubilair en verharding hanteert de gemeente IJsselstein een C-niveau als ambitieniveau. Voor de discipline reiniging is een B-niveau het ambitieniveau.
9
Meetresultaat In de afbeelding hieronder is inzichtelijk dat het onderhoudsgebied in het 4e kwartaal 2021 een Ckwaliteit scoort. Het aandeel D-kwaliteit is 8,0%.
Uit de afbeelding blijkt: • de discipline groen scoort in totaliteit onder het ambitieniveau. In alle wijken is de score onder ambitieniveau; • de disciplines meubilair en reiniging voldoen aan het ambitieniveau; • de discipline verharding voldoet aan ambitieniveau. Op wijkniveau scoort de wijk Noord onder het ambitieniveau. Aan het niet behalen van het ambitieniveau op groen in IJsselstein liggen onderstaande redenen ten grondslag: •
•
• •
Groen beplanting: Er zijn plantvakken waar het groen ver beneden de maat is vanwege de ouderdom van de vakken. Door het uitblijven van renovatie ontstaan er kale vlakken en dode stukken. Juist deze vakken maakt dat de beeldkwaliteit over al het groen gemiddeld omlaag wordt getrokken waardoor de totale beeldkwaliteit lager wordt gewaardeerd. Dit speelt hoofdzakelijk in de oudere wijken. Er zijn heel veel vakken die aan het ambitieniveau van de gewenste beeldkwaliteit voldoen. Onkruid in beplantingsvlakken: Deze hangt samen met het bovenstaande. Door de technische staat van veel plantvakken ontstaat er meer onkruidgroei. Dit betreft vooral kweek, braam, haagwinde en heermoes. Deze onkruidsoorten zijn praktisch niet uit te roeien en overwoekeren alles. Het bestrijden hiervan is erg arbeidsintensief en het blijft daarnaast terug komen. De beoordeling hiervan trekt ook door in de goede plantvakken en haalt dus ook het geheel omlaag waardoor er een te negatief beeld ontstaat. Corona en het hieraan gerelateerde ziekteverzuim in 2021 maakt ook dat er onvoldoende inzet gepleegd kon worden om deze onkruidgroei in de hand te houden. Onkruid in boomspiegels: ook het onkruid in de boomspiegels is niet op orde. Vanwege de personeelsdruk wordt hier een lagere prioriteit aan gegeven. Grashoogte: De grashoogte is ook negatief beoordeeld.
Oorzaak hiervan zijn de natte periodes en groeizaam weer die periodiek plaatsvinden. De aannemer moet zich houden aan het bestek. Hierin wordt de grashoogte aangegeven maar zij moeten zich ook houden aan een maximale insporingsdiepte. Hier hebben zij dus te maken met tegenstrijdige belangen. Om de insporing te
10
vermijden wordt dan de keuze gemaakt niet te maaien bij natte periodes. Ook hier geldt dat enkele percelen die te lang zijn het totaal beeld omlaag trekt. Bomen Er zijn naast de uitvoering van het reguliere onderhoudsprogramma van de bomen 24 moeraseiken verwijderd wegens risico op schade aan de fundering van huizen. Drie zijn er op een andere locatie weer herplaatst. Daarnaast zijn er in verband met het bestrijden van bacterievuur 14 perenbomen verwijderd en is een aantal perenbomen gesnoeid.
Aangetaste perenboom in IJsselstein
11
Overhead Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de baten en lasten van overhead niet meer onder de afzonderlijke programma’s worden opgenomen. Overhead is gedefinieerd als alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces. In 2021 bedroeg de overhead gelijk aan 2020 17% van de totale lasten. Omschrijving
Werkelijk 2021
Geraamd 2021.02
Geraamd 2021
Werkelijk 2020
3.263.300 1.225.000 4.488.300
3.513.000 1.162.000 4.675.000
2.660.000 849.000 3.509.000
2.859.400 1.116.400 3.597.400
625.900 625.900
601.000 601.000
605.000 605.000
615.600 601.200
Buitendienst Personeelskosten
548.900
677.300
677.300
677.300
Totale overhead
5.663.100
5.953.300
4.791.300
4.875.900
Totale lasten
33.327.100 34.270.000 31.813.000 28.690.500
Directie en algemeen beheer Personeelskosten Administratiekosten Huisvestingskosten Huisvestingskosten
Overhead percentage
17,0%
17,4%
15,1%
17,0%
Ontwikkeling van medewerkers en organisatie RMN in 2021 In september 2021 is het PvA Bedrijfsvoering op Orde door het MT RMN vastgesteld. Het PvA schetst overzicht van verbeterpunten welke op termijn invulling geven aan de aanbevelingen van de accountant, het Rekenkameronderzoek en het externe onderzoek uitgevoerd in 2021 in opdracht van het DB. In 2021 is door RMN gewerkt aan de verbeterpunten: • maandelijks voeren van voortgangsgesprekken budgethouders; • maandelijks rapportage ontwikkeling budgetten bedrijfsvoering RMN MT; • actualiseren van risico’s en beheersmaatregelen; • opnemen van ruimte voor weerbaarheid van RMN in de Budgetbrief 2023; • ronde langs de gemeenteraden van de deelnemers ter toelichting van het PvA; • analyseren van grote budgetafwijkingen op de onderdelen Wagenbeheer, kapitaallasten en salarislasten & inhuur; • rapporteren aan DB en AB inzake ontwikkeling budgetten bedrijfsvoering 2021; • voeren van inkoopkalender voor aanbestedingen.
Voor 2022 zijn de openstaande verbeterpunten: • verbeteren afstemming financieel adviseurs deelnemende gemeenten; • doorontwikkelingen voortgangsrapportage per budgethouder; • uitbreiden van maandrapportage MT met resultaten afvalstromen; • opstellen van programma Interne Beheersing; • uitwerken van verrekenmodel 2024 passen bij het werkprogramma RMN 2022 – 2025 inclusief mogelijk effect van de ontvlechting van BOR IJsselstein; • verankeren van rollen op inkoop, informatiemanagement en control. 12
Meerjarenbeleidsplan RMN 2022-2025 Uit in- en extern onderzoek blijkt dat de organisatie meer scherpte nodig heeft. In de dienstverlening is het nu te veel: u vraagt, wij draaien. De dienstverlening is te breed en er is te weinig focus. Ook bestaat in de organisatie veel onduidelijkheid over rollen en taken en opereren de binnen- en buitendienst onvoldoende als één organisatie. De hierboven geschetste externe en interne ontwikkelingen vragen om wendbaarheid, efficiency, kostensturing en politiek-bestuurlijke sensitiviteit. Essentieel daarvoor is om in de organisatie meer focus te realiseren en de basis op orde te brengen. RMN moet wendbaarder worden, omdat de uitvoering op straat door beleidswijzigingen steeds sneller verandert. Bijvoorbeeld doordat het afvalaanbod wijzigt: meer inzameling van plastic en minder inzameling van restafval. Maar ook omdat het afvalaanbod fluctueert: er is geen sprake meer van stabiele aanbodpatronen, maar juist van wisseling in het aanbod. Dergelijke ontwikkelingen betekenen bijna altijd dat de inzamelcapaciteit verandert: er zijn meer of juist minder mensen en voertuigen nodig en routes wijzigen. De interne organisatie dient mee te groeien of te krimpen. Kortom, dat betekent dat de organisatie moet meebewegen om efficiënt te blijven functioneren. Het inbouwen van wendbaarheid in de eigen organisatie is noodzakelijk.
Het gaat hierbij om een transparante kostenstructuur, een goede verhouding van vast en flexibel personeel, flexibele bezettingsgraden van voertuigen, vaste en variabele kosten, maar ook om het vermogen om te innoveren, investeren en tegenvallers op te vangen. Het algemeen bestuur heeft het secretaris directeur a.i. van RMN daarom gevraagd met een plan te komen om deze verbeteringen te realiseren. Het Meerjarenbeleidsplan 2022-2025 is in het 4e kwartaal 2021 uitgewerkt en 16 februari 2022 vastgesteld door het DB en het AB. Overige acties in het kader van de ontwikkeling van medewerkers en de organisatie in 2021 zijn geweest: • er zijn MBO opleidingen gevolgd door de buitendienstmedewerkers; • er zijn leiderschapstrainingen en trainingen gesprekstechnieken rondom verzuim georganiseerd.
• het ontwikkelteam heeft zicht bezig gehouden met het opleidingsplan, de interne processen en actualisatie van de DVO; • het medewerkertevredenheidsonderzoek heeft een vervolg gekregen door het instellen van een werkgroep communicatie; • er zijn voorbereidingen getroffen en trainingen gevolgd in verband met de overgang naar een nieuw besturingssysteem in 2022; • er is een functionaris gegevensbescherming aangetrokken om de organisatie in compliance te brengen met de wet- en regelgeving rondom dit onderwerp; • er is een klachtenregeling opgesteld en geregistreerd; • de telefooncentrale is vervangen door een VOIP centrale; • er hebben bedrijfsbezoeken plaatsgevonden voor het uitwisselen en delen van kennis.
13
Paragrafen Besluit Begroting en Verantwoording Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten dienen overheidsorganen in de begroting en de jaarstukken een aantal verplichte paragrafen op te nemen. Dit betreft de volgende paragrafen: 1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid
De paragrafen 1 en 7 zijn niet van toepassing voor RMN.
2.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen is gedefinieerd als het vermogen van de gemeenschappelijke regeling Reinigingsbedrijf Midden Nederland om niet structurele financiële risico’s op te kunnen vangen teneinde haar taken te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de verhouding tussen weerstandscapaciteit en ongedekte risico’s en is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van RMN voor het verslagjaar maar ook voor de meerjarenraming. 2.1.1. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt berekend uit de posten: algemene reserve, bestemmingsreserve, de stille reserves en het gerealiseerde resultaat en bedraagt ultimo 2021 € 303.200,-. Voor de ontwikkeling van de weerstandscapaciteit verwijzen wij u naar de ontwikkeling van de reserves bij de toelichting op de balans. Het bestuur van RMN heeft bepaald dat volledige verrekening van de kosten plaatsvindt met de deelnemende gemeenten met uitzondering van benoemde kosten die ten laste van de bestemmingsreserve worden gebracht. Positieve resultaten worden bij resultaatbestemming door het bestuur aan de algemene reserve toegevoegd of aan de deelnemende gemeenten uitgekeerd. Negatieve resultaten worden verrekend met de deelnemende gemeenten voor zover deze niet ten laste gebracht kunnen worden van de algemene reserve. 2.1.2.
Risico's Onderstaande zijn de belangrijkste risico’s RMN opgenomen met als peildatum 15 maart 2022 en onderscheiden in risico’s op de bedrijfsvoering RMN en risico’s op de afval- en grondstofstromen RMN. De risico’s zijn deels afgedekt door het onderbrengen ervan bij solide verzekeraars. De belangrijkste beheersing zit echter op het verbeteren van het inzicht in de beheersmaatregelen en het sturen van de uitvoering van de maatregelen binnen de bedrijfsvoering van RMN. Vanaf september 2021 worden risico’s gemonitord in de voortgangsrapportages per budgethouder. 14
Gezien de onzekere omstandigheden en het soms ook niet kunnen beheersen van zich voordoende financieel negatieve effecten van maatschappelijke en/of economische ontwikkelingen is middels de kaderbrief 2023 een post onvoorzien in de begroting van 2023 geïntroduceerd van € 200.000,-. De beheersing van de risico’s en de rol van een post onvoorzien daarbij zal medio 2023 geëvalueerd worden.
2.1.2.1 Risico’s bedrijfsvoering RMN Personeel, inhuur externen en arbeidsmarkt Ontwikkelingen 2021 Het personeelsbudget bedraagt in 2021 met € 3,8 miljoen ruim 65 % van de totale bedrijfsvoeringslasten van RMN. In 2021 zijn de personeelslasten vanwege een hoger ziekteverzuim als gevolg van corona, krapte op de arbeidsmarkt en meer inhuur externen vanwege opvang piekwerkzaamheden en aanvullende opdrachten hoger dan de oorspronkelijke begroting voor 2021. Met de begrotingswijziging 2021.02 is het personeelsbudget verhoogd met € 850.000,- ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2021. Deze verhoging is voor € 600.000,- daadwerkelijk benodigd geweest in 2021. Ook zijn extra uren als gevolg van het hogere ziekteverzuim als gevolg van corona voor circa € 150.000,- aanvullend doorbelast aan de deelnemende gemeenten. Risico’s 2022 en verder Voor 2022 blijft het overschrijden van de personeelsbudgetten risicovol vanwege een hoger dan begroot ziekteverzuim mede als gevolg van corona, de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt, groter verloop van medewerkers (landelijke tendens) en een harder dan de indexering stijgende tarieven voor externen. Beheersmaatregelen Middels maandelijkse voortgangsgesprekken met budgethouders en teamleiders worden personele ontwikkelingen gemonitord en specifieke beheersmaatregelen op teamniveau besproken.
Inhuur externen wordt aanbesteedt in het streven naar rechtmatige aanbestedingen in combinatie met scherpe tarieven en voldoende kwaliteit. Het MT RMN voert voortgangsgesprekken en volgt middels maandelijks rapportages de ontwikkelingen op RMN totaal niveau. In het kader van het Meerjarenbeleidsplan RMN 2022 – 2025 is nog niet ingevulde formatie in 2022 deels ingezet ter dekking van de nieuwe functies werkvoorbereider en planner en inkoop- & contractmanager. Naar huidig inzicht past de formatieruimte en bijbehorend budget voor de nieuwe functies. Hiermee is de ruimte om eventuele risico’s binnen het totale personeelsbudget op te vangen wel iets beperkter. Wagenbeheer Ontwikkelingen 2021 Mede vanwege lange levertijden als gevolg van de economische omstandigheden wereldwijd wordt een deel van het reeds afgeschreven wagenpark van RMN noodzakelijk langer in bedrijf gehouden. Hierdoor is in 2021 per saldo een financieel nadeel ontstaan vanwege hoger dan begrote onderhoudskosten en inhuur van materiaal. De lagere kapitaallasten wogen daar niet tegenop. Het nadeel op het wagenbeheer inclusief het effect van hogere brandstofprijzen bedroeg in 2021 circa € 600.000,- en was blijkende uit een analyse over het resultaat op wagenbeheer 2016 – 2021 in 2020 in iets mindere mate aanwezig.
15
Risico’s 2022 en verder De langere levertijden hebben ook in 2022 nog een effect op het hogere onderhoudsniveau. Door de planning van de onderhoudswerkzaamheden beter af te stemmen op de benodigde inzet wordt actief gestuurd op het beperken van de aanvullende inhuur van materiaal. De brandstofprijzen zijn gedurende het eerste kwartaal 2022 tot ongekende hoogte gestegen. Voor 2022 is het de verwachting dat door onzekere maatschappelijke ontwikkelingen de prijs van brandstof en energie boven het niveau van de uitgangspunten gehanteerd in de begroting uit zullen komen. Mogelijk zullen de levertijden van nieuw materieel verder vertragen met een effect op 2023. Beheersmaatregelen De ontwikkelingen in 2022 worden middels voortgangsoverleggen, maandrapportages en kwartaalrapportages binnen RMN en richting het bestuur gemonitord. Een deel van de financiële effecten zal moeilijk tot niet beheersbaar zijn middels maatregelen, zoals de langere levertijden en hogere brandstofprijzen. Administratieve processen en ICT Administratieve processen Door verouderde inrichting van de administratieve systemen, arbeidsintensieve complexe processen in combinatie met hoge werkdruk binnen ICT en Financiën ontstaat het risico dat de informatievoorziening aan management en bestuur van RMN onvoldoende is voor adequate sturing en beheersing.
Dit risico wordt incidenteel vergroot bij een transitie in systemen zoals begin 2022 met de invoering van 21South. Naast het tijdelijk verstoren van de managementinformatie kan de overgaan naar 21South consequenties hebben voor de kwaliteit van de vastgelegde gegevens welke de basis vormen voor DVO-afrekeningen met de deelnemers en de jaarrekening 2022. Organisatieontwikkelingen BOR taken IJsselstein 2022 De gemeente IJsselstein heeft RMN eind december 2021 schriftelijk aangegeven in 2022 in samenwerking met RMN te onderzoeken of de BOR taken onderdeel uitmaken van de DVO in 2023. Indien de werkzaamheden BOR vanaf 2022 geen onderdeel meer uitmaken van RMN zal de ontvlechting van het hiermee samenhangende deel van de organisatie van RMN medio 2022 in gang gezet moeten worden. Naast het uitvoerend deel betreft dit overheadfuncties welke soms complexere toerekenbaar zijn. De ontvlechting kan aanvullend op de activiteiten volgend vanuit het Meerjarenbeleidsplan RMN 2022 -2025 voor onduidelijkheid in de organisatie zorgen met een mogelijk hoger verloop als consequentie. Meerjarenbeleidsplan RMN 2022-2025 Voor de uitvoering van het Meerjarenbeleidsplan RMN zijn incidentele en structurele investeringen voorzien, dit betreft 3 hoofdcategorieën zijnde aanvullende trainingen medewerkers en leidinggevenden, externe adviezen en nieuwe functies.
Voor de functies inkoopmanager, controller, werkvoorbereider en manager bedrijfsvoering geldt dat de structurele middelen gezocht worden binnen het bestaande financiële kader van de binnendienst door het anders organiseren van werkzaamheden. Mogelijk blijkt uit de kwalitatieve analyse van het personeelsbestand dat er boventallig personeel ontstaat. Deze analyse staat op de planning om gedurende het 2e kwartaal 2022 uit te voeren. Op dit moment is er geen concrete verwachting van mogelijke frictiekosten welke zouden kunnen ontstaan 16
vanuit de kwalitatieve analyse. Mocht blijken dat er beperkt boventallig personeel ontstaat dan is het de verwachting dat vanwege de huidige krapte op de arbeidsmarkt er op korte termijn vervangend werk mogelijk is waardoor frictiekosten uiterst beperkt blijven.
2.1.2.2 Risico’s grondstof- en afvalstromen RMN Verwerkingskosten grondstof- en afvalstromen Het gemeentelijk beleid van onze deelnemers is gericht op het zo veel mogelijk scheiden van afval en zo weinig mogelijk restafval te hebben. Dit leidt in zijn algemeenheid tot lagere verwerkingskosten en hogere opbrengsten voor onze deelnemers. Risico’s de ontwikkeling van de verwerkingskosten van restafval zijn sterk stijgende kosten voor energie en het belasten van het verbranden van restafval. Met name de structurele impact van de rijksbelasting op verbranding kan fors zijn wanneer deze de komende jaren wordt verhoogd. Risico’s op de hoeveelheid zijn toenemende vervuiling van ingezamelde grondstoffen, zoals landelijk zichtbaar bij plastic en GFT, waardoor de opbrengsten dalen. Een andere belangrijke factor in de daling van de opbrengsten van grondstoffen is het feit dat China stopt met het importeren van deze stromen. Sterk fluctuerende prijzen zoals die van papier in 2021 zijn van invloed op het resultaat van de grondstof- en afvalstromen. Het AVU gaat richting de begroting 2023 behoedzaam om met de verwerking van de momenteel hoge papierprijs.
Beheersmaatregel deelnemers Met de uitrol van het project “Afval scheiden: De Volgende Stap” is het de verwachting dat dit tezamen met het nascheiden van het aangeboden restafval bij en door de verwerker effect zal hebben op het de aangeboden volume restafval. Hiermee sturen de deelnemers op het verder beperken van restafval en het vergroten van de grondstoffenstroom.
17
2.1.3
Kengetallen
De kengetallen voor 2021 afgezet tegen de Begroting 2021.02 hebben zich als volgt ontwikkeld: Realisatie 2021 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Begroting 2021.02
Realisatie 2020
53,14%
48,33%
57,75%
53,14%
48,33%
57,75%
0,92% -0,71%
3,55% 0,00%
1,00% 0,88%
De deelnemende gemeenten staan garant voor de exploitatielasten en schulden van RMN. RMN heeft geen winststreven en rekent de kosten af met de gemeenten.
2.1.4 Beleidsindicatoren De belangrijkste indicator betreft de hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval RMN per deelnemende gemeente. Deze heeft zich in de periode 2013-2021 uitgedrukt in kg per inwoner als volgt ontwikkeld:
De gegevens over 2021 op landelijk niveau waren nog niet beschikbaar.
18
2.2.
Onderhoud kapitaalgoederen
RMN zet veel kapitaalgoederen in, zoals huisvuilwagens, vrachtwagens, veegmachines en nietgekentekend werkmaterieel. De kwaliteit van de kapitaalgoederen is mede bepalend voor de prestaties in het verzorgingsgebied. RMN streeft ernaar het onderhoud op een kwalitatief hoog peil te houden. Het onderhoud wordt hoofdzakelijk uitgevoerd door de eigen werkplaats. Investeren in onderhoud is van belang voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, het voorkomt onnodige stilstand en de in het verzorgingsgebied behaalde prestaties zijn kwalitatief en kwantitatief van een hoger (constant) niveau. Daarnaast zijn de voertuigen samen met de buitendienstmedewerkers gezichtsbepalend voor RMN. Een goed verzorgd wagenpark draagt bij aan de veiligheid en vermindert de belasting van het milieu. Met het oog hierop wordt door RMN veel geïnvesteerd in het opleiden van het personeel om zuinig, veilig en verantwoord om te gaan met de aan hen toevertrouwde middelen. Het beleid van RMN is er opgericht om een optimale verhouding te vinden tussen enerzijds de hoogte van de kosten van onderhoud en anderzijds de kapitaallasten als gevolg van aanschaf van nieuwe voertuigen. In het verslagjaar 2021 bedragen de investeringen in nieuwe voertuigen € 1.169.700,-. De afschrijvingen op het materieel bedragen € 1.380.500,-.
Daarnaast is geïnvesteerd in inzamelmiddelen en terreininventaris voor een totaal van € 2.846.100,- De afschrijvingen op inzamelmiddelen en terreininventaris bedragen € 718.900,-.
2.3
Financiering
2.3.1
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is het maximum bedrag waarvoor financiële middelen mogen worden aangetrokken op de geldmarkt. De kortlopende middelen worden aangetrokken in de vorm van daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op de rekening courant. De financiële middelen worden aangetrokken bij de huisbankier van RMN, de NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De grootte van de kasgeldlimiet is afhankelijk van het begrotingstotaal aan het begin van het jaar. Voor 2021 bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% over het begrotingstotaal van € 34.270.000,- en komt daarmede uit op € 2.810.140,-. 2.3.2
Renterisiconorm
De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de omzet bij aanvang van het jaar. Het doel van deze norm is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. De norm stelt dat per jaar maximaal 20% van de omzet in aanmerking mag komen voor herfinanciering of renteherziening. Renterisiconorm Renterisico (aflossingen en renteherzieningen) Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage Renterisiconorm (begrotingstotaal x 20%)
2021 840 20% 5.430
2020 240 20% 5.154
Ruimte onder renterisiconorm
4.590
4.914
Het renterisico op de vaste schuld in blijft 2021 binnen de wettelijke gestelde normen. 2.3.3
Financieringsbehoefte en leningenportefeuille
De investeringen van ruim € 4,5 miljoen zijn gefinancierd door het afsluiten van een geldlening van € 6,0 miljoen bij de BNG. De geldlening is mede aangetrokken met het oog op de verdere uitrol van het investeringsprogramma rondom de invoering van VANG maatregelen in de diverse gemeenten.
19
Daarnaast worden de investeringen gefinancierd uit de afschrijvingen en het eigen vermogen en het kredietarrangement met de Bank Nederlandse Gemeenten. De kredietlimiet is vastgesteld op € 0,8 miljoen met een intra-daglimiet van € 2,2 miljoen. De rente is gebaseerd op het 1-maands Euribor tarief vermeerderd met een spread van 15 basispunten. De excedentenrente bedraagt 2 % voor overschrijdingen tussen de kredietlimiet en de Intra-daglimiet en 5% voor overschrijdingen boven de Intra-daglimiet. In aanvulling op het "krediet in rekening-courant" wordt in onderling overleg daggeld of kasgeld verstrekt. Tabel Overzicht langlopende leningen (bedragen in euro’s). 31-12-2018
31-12-2019
31-12-2020
31-12-2021 Rente Aflossing Per jaar 3,30% einddatum
Looptijd 2011-2021
€
750.000
€
750.000
€
750.000
2011-2026
€
266.667
€
233.334
€
200.001
€
166.667
3,29% lineair
€
33.333
2011-2041
€ 1.533.333
€ 1.466.666
€ 1.399.999
€
1.333.333
3,97% lineair
€
66.667
2012-2022
€
€
€
280.000
€
140.000
1,99% lineair
€
140.000
2015-2023
€ 1.300.000
€ 1.300.000
€ 1.300.000
€
1.300.000
0,99% einddatum
-
2018-2028
€ 3.000.000
€ 3.000.000
€ 3.000.000
€
3.000.000
1,25% einddatum
-
€ 3.000.000
€ 3.000.000
€
3.000.000
0,06% einddatum
€ 6.000.000
€
5.400.000
-0,04% lineair
€ 15.930.000
€
14.340.000
560.000
2019-2029
420.000
2020-2030 Totaal
€ 7.410.000
€ 10.170.000
€
600.000
€
840.000
Overzicht langlopende leningen in euro's. Verlenging lening € 750.000,-. De lening ad € 750.000,- heeft een initiële looptijd tot en met het jaar 2021 waardoor de lening initieel per 31 december 2020 dient te worden gepresenteerd als kortlopende lening. Echter is op 7 juni 2021 een nieuwe overeenkomst gesloten overeengekomen met een verlenging van de looptijd tot 2031 en de volgende afspraken: * Coupon datum: elke 1 december * Aflosvorm: Fixe (aflossingsvrij) * Coupon: 0,55% Door de wijze van bevoorschotting door de deelnemende gemeenten, vooraf per kwartaal, is de financieringsbehoefte het grootst aan het einde van elk kwartaal. De onderstaande tabel geeft de financieringsbehoefte per ultimo van het jaar aan. In 2021 is € 145.485,- aan rente betaald met een gemiddeld rentepercentage van 0,90%. Het renteresultaat bedraagt € 26.599,- en is het resultaat van doorbelaste rekenrente op de vaste activa minus de betaalde rente op leningen en rekening courant.
20
-
Schema rentetoerekening 2021 A.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
€
145.485
B.
De externe rentebaten
€
-3.556
Saldo door te rekenen externe rente
€
141.929
€ €
141.929
D1. Rente over eigen vermogen
€
-
D2. Rente over voorzieningen
€
-
De aan taakvelden toe te rekenen rente
€
141.929
E.
De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente
€
168.528
F.
Renteresultaat op het taakveld treasury
€
26.599
C.
De door te bereken rente aan grondexploitatie
€
-
De door te bereken rente van projectfinanciering aan taakvelden
€
-
Saldo door te rekenen externe rente
De rekenrente is gewijzigd van 1,5% naar 1,0% zodat het door te rekenen percentage beter aansluit bij de gemiddelde rente van 0,90%. De gemiddelde rente blijft met 0,90% ruimschoots onder de maximaal toegestane rentemarge van 0,5%.
2.4
Relatiebeheer
In het begrotingsjaar worden geen veranderingen voorzien in de relatie met de huisbankier. 2.4.1
Kasbeheer
Jaarlijks wordt een eindafrekening opgesteld van de kosten voor de overeengekomen diensten met de deelnemende gemeenten. Het verschil tussen het totaal van de voorschotnota’s en het totaal af te rekenen bedrag wordt met de betreffende gemeente verrekend. 2.4.2
Organisatie
In 2021 heeft het ontwikkelteam zich met name gefocust op het actualiseren van de DVO’s, de bedrijfsprocessen, het opleidingsplan en de communicatie. 2.4.3
Informatievoorziening
In 2021 heeft een aanbesteding plaatsgevonden van nieuwe bedrijfssoftware waarmee de organisatie haar bedrijfssystemen professioneler en efficiënter kan inzetten bij de bedrijfsvoering en de bediening van de deelnemende gemeenten. Hierdoor neemt de kwaliteit van de informatievoorziening toe en is stuurinformatie sneller en eenvoudiger te ontsluiten uit de diverse databestanden.
21
2.5
Bedrijfsvoering
2.5.1. Maatschappelijke verantwoordelijkheid De maatschappelijke verantwoordelijkheid van RMN als overheidsbedrijf maakt dat RMN vakkennis aanwendt om beleidsmatige koersen uit te zetten. Nauwgezette communicatie met beleidsverantwoordelijken binnen de gemeenten is noodzakelijk om niet langs elkaar heen te werken. 2.5.2. Samenwerking/regionale gebondenheid Maatschappelijke verantwoordelijkheid komt tot uiting in de samenwerking van RMN met andere partijen, waaronder: • • • •
Partijen die betrokken zijn bij het beheer van de openbare ruimten, zoals groenaannemers, handhaving, openbare werken, waterschap, kringloopcentra in de deelnemende gemeenten en sociale werkvoorzieningen. Partijen die betrokken zijn bij de participatiewetgeving door het aanbieden van participatie werkplaatsen. Afvalvrije scholen. Buurtverenigingen/wijkbureaus.
Met deze partijen wordt samengewerkt of samenwerking gezocht bij het o.a. blad- en zwerfafval opruimen, inzamelen oud papier en participatie bij het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. Door deze samenwerking ontstaat een gebondenheid met de samenleving in de regio. RMN verzorgt voorlichting aan scholieren. Bij gemeentelijke evenementen/activiteiten kan RMN zorg dragen voor een goede afvalvoorziening en na afloop de locatie weer schoon opleveren. 2.5.3
Milieu
RMN heeft een gecertificeerd ISO-14001 milieuzorgsysteem. Het wagenpark en materieel voldoen aan de strengste milieueisen. RMN is in het bezit van de vereiste milieuvergunningen voor de door haar beheerde Recyclingstations en zorgt middels interne audit voor waarborging van het naleven van de gestelde eisen. Naast CO2 reductie op de eigen bedrijfsvoering draagt RMN een belangrijke bijdrage aan CO2 reductie als gevolg van het gescheiden inzamelen van afval. Door actieve advisering aan de deelnemende gemeenten geeft RMN invulling aan de medeverantwoordelijkheid van duurzaam afvalbeheer. 2.5.4. Personeel Het werk van RMN is afhankelijk van de factor mens, RMN hecht grote waarde aan goed werkgeverschap. RNM heeft een actieve OR die nauw wordt betrokken bij de bedrijfsvoering en beleidsvorming van RMN. Door begeleiding en scholing wordt gestreefd personeel breed inzetbaar te houden waardoor doorstroming kan plaatsvinden naar andere taakvelden. RMN heeft een evenementen commissie die is opgericht door enthousiaste medewerkers. Regelmatig verzorgen zij afwisselende activiteiten voor het personeel. Tweemaal per jaar organiseert RMN een personeelsbijeenkomst. Alle RMN medewerkers van de verschillende vestigingen komen hier bij elkaar om geïnformeerd te worden over de gang van zaken binnen de organisatie.
22
2.5.5. Duurzaam werken RMN volgt de ontwikkelingen op de markt van afval en reiniging nauwgezet op de voet en past nieuwe technieken of werkmethoden die een verbeterd resultaat opleveren op financieel- en/of milieugebied zo spoedig mogelijk in haar bedrijfsvoering toe. Ook geeft RMN invulling aan veranderd beleid/wetgeving zoals de verplichting voor inzameling van PMD verpakkingen. Enkele gekozen richtingen: • Investeren in zonnepanelen. • Werken op beeldbestek voor onkruid en zwerfafval. • Onkruidbestrijding middels duurzame heet water techniek. • Inzamelen in stedelijk gebied met zijladers. • Inzamelen afval van hoogbouw met ondergrondse containers. • Invoering van het Container Management Systeem (CMS). • Instroom voertuigen aangedreven op biogas of elektra. • Inkoop van minicontainers die voor 99,5% bestaan uit recyclebaar materiaal. • Installeren ledverlichting. • Maatregelen ter bevordering van de circulaire economie. De beleidsadvisering van RMN aan de gemeenten is gebaseerd op: ‘Een goede service aan de burger voor de best mogelijke prijs’. 2.5.6
Duurzaam inkopen
Duurzaam inkopen is het rekening houden met milieu- en sociale aspecten in alle fasen van het inkoopproces. Bij milieuaspecten gaat het om het effect van een product, dienst of werk op het milieu, bijvoorbeeld door energie of materiaalgebruik. Bij sociale aspecten valt te denken aan thema’s als kinderarbeid of mensenrechten. RMN verzorgt aanbestedingen voor de aanschaf van hoofdzakelijk duurzame productiemiddelen conform de gestelde eisen in de Europese wetgeving. 2.5.7
Covid-19
RMN heeft in het boekjaar 2021 ook te maken met de gevolgen van de verspreiding van het coronavirus. De gevolgen zijn onder andere een verandering in de wijze van werken (inzet van digitale communicatiemiddelen) en de werkplek (thuiswerken), waarbij RMN de richtlijnen van de overheid volgt. Daarnaast hebben de RIVM maatregelen impact op de toegankelijkheid op de recyclingstations. Vanwege de voorgeschreven 1,5 meter afstand kunnen maar een beperkt aantal voertuigen tegelijk worden toegelaten op het recyclingstation waardoor lange wachtrijen ontstaan en de verkeersveiligheid in het geding komt. Door het thuis werken in combinatie met het sluiten van de horecagelegenheden wordt meer thuis geconsumeerd met meer aanbod van huishoudelijk afval tot gevolg. Daarnaast nemen veel mensen de gelegenheid te baat om hun huis, tuin en schuur op te ruimen waardoor extra grof afval wordt aangeboden met bijplaatsingen tot gevolg. Om aan deze effecten het hoofd te bieden zijn de openingstijden van de recycling stations verruimd, zijn verkeersregelaars ingezet en is extra capaciteit ingezet op de recyclingstations en bij het ophalen van grof afval. RMN verwacht derhalve haar activiteiten ook in 2022 te kunnen blijven voortzetten op basis van de beschreven impact, de genomen maatregelen, de huidige financiële positie en de afspraken met de gemeenten.
De financiële impact van de coronacrisis tot op het moment van opmaken van de jaarrekening wordt hieronder weergegeven. Deze kosten zijn exclusief de verwerkingskosten. De verwerkingskosten worden in de reguliere jaarafrekeningen met de gemeenten verrekend. De overige kosten worden afzonderlijk gefactureerd en zijn onder de post diverse opdrachten in de baten verwerkt. 23
Jaarrekening 2021
24
3. Gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet waarin de regels voor het financiële beleid alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Voor zover bij de afzonderlijke posten niets anders is vermeld, zijn de activa en passiva gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Schattingen Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.
3.1
Vaste activa
Materiële vaste activa Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. De op de oorspronkelijke verkrijgings- of vervaardigingsprijs toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur) van de geactiveerde activa. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn vastgesteld door het algemeen bestuur op 29 november 2000. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en vangen aan in het nieuwe eerste volledige jaar na aanschaf. Afschrijvingen geschieden daarnaast onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op gronden wordt niet afgeschreven. Eventuele boekwinsten c.q. boekverliezen bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele bate c.q. lasten in de jaarrekening verwerkt.
Duurzame waardevermindering van vaste activa Het bestuur beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Een bijzonder-waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in het overzicht van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief.
25
Buiten gebruik gestelde vaste activa indien een vast actief buiten gebruik is gesteld, heeft op het moment van buitengebruikstelling een afwaardering van de boekwaarde plaatsgevonden naar de lagere restwaarde. Afschrijvingen De volgende afschrijvingstermijnen gelden: • Grond en terreinen: n.v.t. • Gebouwen: 15-30 jaar • Vervoermiddelen: 5-10 jaar • Machines, apparaten en installaties: 5-15 jaar Overige materiële vaste activa, waaronder: • inventaris 5 jaar • automatisering 3-5 jaar • software 3-5 jaar Tweedehands ingekochte voertuigen worden op basis van de resterende economische levensduur afgeschreven.
3.2
Vlottende activa
Voorraden Onderhoudsartikelen en grijpvoorraad worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs worden de onderhoudsartikelen en grijpvoorraad tegen deze lagere marktwaarde gewaardeerd. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht welke bepaald wordt via een individuele beoordeling van de openstaande vordering. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht welke wordt bepaald via een individuele beoordeling van de openstaande vordering. Vaste passiva De vaste passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij bij het betreffende balanshoofd anders staat vermeld. Reserves In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van het bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves.
Zodra het bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve.
26
Voorzieningen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van de organisatie. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord. Aan voorzieningen ter egalisatie van (onderhouds-)lasten van kapitaalgoederen over meerdere begrotingsjaren ligt een actueel (beheer)plan ten grondslag. Uitgevoerd achterstallig onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht. Vaste schulden, met een rentetypische looptijd langer dan één jaar De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij bij het betreffende balanshoofd anders staat vermeld.
Netto-vlottende schulden meteen rentetypische looptijd korter dan 1 jaar De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
3.3
Grondslagen voor resultaatbepaling
Algemeen Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de lasten en andere lasten over het jaar. De opbrengsten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd. Baten De baten betreffen de verrekening van alle kosten met de deelnemende gemeenten middels de DVO jaarafrekeningen voor zowel de basis als de additionele taken. De diverse opdrachten betreffen separate uitgevoerde opdrachten en doorbelasting van lasten. De uitvoering van de taken vanuit de dienstverleningsovereenkomsten zijn allemaal binnen de gemaakte afspraken uitgevoerd, ingeval van een afwijking betreft dit met de gemeente gemaakte aanvullende afspraken of bekende (verklaarde) afwijkingen. Lasten De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde grondslagen en waardering en worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Incidentele baten en lasten Onder incidentele baten en lasten worden verstaan baten en lasten die voortvloeien uit gebeurtenissen of transacties die duidelijk te onderscheiden zijn van de activiteiten in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening en derhalve naar verwachting zelden zullen voorkomen. 27
Vennootschapsbelasting RMN verrekent alle kosten met de deelnemende gemeenten middels de DVO jaarafrekeningen. Hierdoor heeft RMN na het opstellen van de eindafrekening van de DVO geen bedrijfsresultaat behoudens eventueel op de reserve af te boeken kosten. RMN betaalt vennootschapsbelasting over afvalstromen met waarde. Programma RMN heeft het geheel van haar activiteiten op het terrein van duurzaam en professioneel integraal beheer van de openbare ruimte in één programma opgenomen. Derhalve is de toelichting op de gerealiseerde baten en lasten op programma-niveau opgenomen in de jaarrekening. Overhead De kosten van overhead worden doorbelast aan de producten op basis van een toeslag op het uurtarief van de directe uren van man en materieel en een toeslag op de verwerkingskosten en overige directe kosten. Afrekening verwerkingskosten AVU Voor de verschillende afvalstromen van RMN is de AVU verantwoordelijk voor de verdere administratieve verwerking van deze afvalstromen en brengt deze verwerkingskosten in rekening bij RMN. Zowel RMN als de AVU registreert de aantallen (tonnage) van de verschillende afvalstromen per gemeente. Echter wordt tot op heden de registraties van de AVU gehanteerd als grondslag voor de afrekening en worden eventuele verschillen in beiden administraties nog niet aangepast.
In het jaar 2021 zal RMN, in overleg met de AVU, afstemmen dat vanaf 2021 de afrekening zal gaan plaatsvinden op basis van de geregistreerde afvalstromen door RMN zelf.
28
4.
Overzicht van baten en lasten over 2021
OVERZICHT BATEN EN LASTEN 2021 (voor resultaatbestemming) Baten
(bedragen in €)
Omschrijving
Realisatie 2021
Begroting 2021.02
Primaire begroting 2021
3.111.000 2.046.300 4.856.400 5.991.600 5.124.000 8.179.200
3.421.000 2.135.000 4.963.000 6.224.000 5.676.000 8.236.000
3.133.000 1.997.000 4.459.000 5.939.000 5.345.000 7.513.000
2.689.700 1.726.900 3.854.800 4.614.100 4.291.100 6.824.500
29.308.500
30.655.000
28.386.000
24.001.100
222.400 3.041.500
265.000 3.139.000
238.000 2.977.000
164.800 2.879.100
3.263.900
3.404.000
3.215.000
3.043.900
Financiering
25.800
16.000
36.000
100
Aanvullende taken en separate afrekeningen
814.500
195.000
176.000
1.249.700
814.500
195.000
176.000
1.249.700
33.412.700
34.270.000
31.813.000
28.294.800
Basis taken Gemeente Baarn Gemeente Bunnik Gemeente IJsselstein Gemeente Nieuwegein Gemeente Soest Gemeente Zeist
Additionele taken Gemeente Bunnik Gemeente IJsselstein
Totaal baten
29
Realisatie 2020
OVERZICHT BATEN EN LASTEN 2021
(voor resultaatbestemming)
Lasten
(bedragen in €)
Omschrijving
Realisatie 2021
Begroting 2021.02
Primaire begroting 2021
3.263.300 1.225.000 4.488.300
3.513.000 1.162.000 4.675.000
2.660.000 849.000 3.509.000
2.859.400 1.116.400 3.975.800
625.900 625.900
601.000 601.000
605.000 605.000
615.600 615.600
8.430.100 5.205.100 1.401.300 15.036.500
8.022.000 4.560.000 2.038.000 14.620.000
7.687.000 4.374.000 1.954.000 14.015.000
8.094.300 4.574.300 1.466.600 14.135.200
Verwerkingslasten Overige directe lasten Verhaalde lasten
8.424.500 1.190.500 297.500 9.912.500
9.899.000 1.071.000 0 10.970.000
9.409.000 1.060.000 0 10.469.000
5.562.400 969.400 388.200 6.920.000
Additionele taken
3.263.900
3.404.000
3.215.000
3.043.900
Totaal lasten Gerealiseerd totaal van saldo van baten en lasten Mutaties reserves
33.327.100 85.600 0
34.270.000 0 0
31.813.000 0 0
28.690.500 -395.700 395.700
85.600
0
0
0
Directie en Algemeen beheer Personeelslasten Administratielasten
Huisvestingslasten
Buitendienst Personeelslasten Materieel Inzamelmiddelen
Gerealiseerd resultaat
30
Realisatie 2020
5.
Toelichting op overzicht van baten en lasten 2021
BATEN
Realisatie 2021
Begroting 2021.02
Realisatie 2020
Basistaken Gemeente Baarn Inzameling GFT Inzameling restafval Inzameling snoeiafval Inzameling kerstbomen Inzameling papier Inzameling glas Inzameling PMD Inzameling KCA Recyclingstation Overige lasten afvalinzameling Straatreiniging Onkruidbestrijding Kolkenreiniging Gladheidbestrijding Plaagdierbestrijding Totaal
553.200 719.400 4.000 6.000 3.500 -15.200 91.100 21.700 809.900 277.200 230.600 155.000 81.000 153.800 19.800 3.111.000
529.000 751.000 4.000 6.000 133.000 -5.000 188.000 19.000 892.000 310.000 242.000 155.000 81.000 101.000 15.000 3.421.000
427.900 492.100 4.000 6.000 100.100 5.700 106.900 22.500 756.600 279.800 219.600 90.000 73.000 91.000 14.500 2.689.700
De verschillen tussen de geraamde baten van de inzameltaken van GFT, restafval en PMD en de realisatie zijn het gevolg van afwijkingen tussen de geraamde en werkelijke ingezamelde hoeveelheden. Papier Het verschil tussen de raming van papier en realisatie is het gevolg van een conservatieve raming van de vergoeding voor oud papier in de begroting. In de begroting is gerekend met een opbrengst van € 45,- per ton. In 2021 heeft een sterke stijging plaatsgevonden van de vergoeding van oud papier. De vergoeding komt gemiddeld uit op circa € 142,- per ton. PMD Bij de inzameling van PMD zijn daarnaast nog nabetalingen ontvangen van de AVU en het Afvalfonds. Recyclestation De verschillen tussen de raming van de baten van het recyclingstation en realisatie zijn het gevolg van afwijkingen tussen de geraamde hoeveelheden in de begroting en de werkelijke afgevoerde hoeveelheden van de diverse afvalstromen. Overige De overige lasten van afvalinzameling vallen lager uit door lagere kapitaallasten voor inzamelmiddelen dan geraamd. De baten van gladheidbestrijding zijn hoger dan geraamd door meerdere uitrukacties vanwege sneeuwval en gladheid. De baten van het bestrijden van plaagdieren zijn als gevolg van toename van het aantal klachten hoger dan geraamd.
31
Toelichting basistaken bij de gemeente Bunnik BATEN
Realisatie 2021
Begroting 2021.02
Realisatie 2020
Basistaken Gemeente Bunnik Inzameling gft Inzameling restafval Inzameling grof afval Inzameling snoeiafval Inzameling kerstbomen Inzameling papier Inzameling glas Inzameling pmd Inzameling kca Recyclingstation Overige lasten afvalinzameling Straatreiniging Onkruidbestrijding Kolkenreiniging Gladheidbestrijding Ongediertebestrijding Huisontruimingen Totaal
320.500 536.100 28.300 6.000 3.000 -900 9.400 72.700 15.400 525.500 75.400 221.500 96.000 21.900 115.500 0 0 2.046.300
319.000 561.000 26.000 6.000 3.000 84.000 15.000 81.000 13.000 536.000 97.000 201.000 96.000 28.000 65.000 2.000 2.000 2.135.000
236.800 384.800 22.500 5.000 2.000 51.700 10.600 60.800 15.300 488.600 76.400 211.300 71.000 23.700 66.400 0 0 1.726.900
Papier Het verschil tussen de raming van de baten van papier en realisatie is het gevolg van een conservatieve raming van de vergoeding voor oud papier in de begroting. In de begroting is gerekend met een opbrengst van € 45,- per ton. In 2021 heeft een sterke stijging plaatsgevonden van de vergoeding van oud papier. De vergoeding komt gemiddeld uit op circa € 142,- per ton. Recyclestation De verschillen tussen de raming van de baten van het recyclingstation en realisatie zijn het gevolg van afwijkingen tussen de geraamde hoeveelheden in de begroting en de werkelijke afgevoerde hoeveelheden van de diverse afvalstromen. Overige De overige lasten van afvalinzameling vallen lager uit door lagere kapitaallasten voor inzamelmiddelen en lagere kosten van het inzamelen van luiers. De baten van gladheidbestrijding zijn hoger dan geraamd door meerdere uitrukacties vanwege sneeuwval en gladheid.