7. Vereniging de Heerlijkheid van de Tien Hoven - kopie Zienswijze - H10H - Herijking RES U16
Tekst van het document
Aan
Gedeputeerde Staten van Utrecht Provinciale Staten van Utrecht Colleges en gemeenteraden van U16
Betreft:
NDR plan MER Herijking RES U16 / Zienswijze van Vereniging De Heerlijkheid van de Tien Hoven (H10H), gemeente Vijfheerenlanden
Datum:
24 februari 2024
Geacht College en geachte Staten, geachte gemeentebestuurders,
Onze reactie is bewust gericht aan alle betrokken en verantwoordelijke bestuurders in dit RES-dossier. De taak is een gedeelde taak, de oplossingen zullen gezamenlijk gedragen worden en de gevolgen gevoeld door inwoners in de gezamenlijke regio. Met dit schrijven reageert Vereniging de Heerlijkheid van de Tien Hoven (hierna H10H – gemeente Vijfheerenlanden) op de ter inzage gelegde Herijking RES. De relevante stukken hebben wij, zoals in de kennisgeving gecommuniceerd, gezocht via de link op de gemeentesite. Deze link brengt de lezer in een loep tussen Energie Regio Utrecht en het Nieuwsoverzicht Gemeente Vijfheerenlanden, maar niet bij de ter inzage gegeven stukken. Niet gelukkig, in dit geval niet alleen qua reikwijdte van de NRD maar vooral qua de reikwijdte van de materie voor inwoners.
Treurnis in de hoofdrol Na het doornemen van opnieuw talloze stukken en bergen aan informatie is de algemene indruk voor ons als burgers in dit verhaal er een van treurnis. Treurnis om vast te stellen dat bij volledig bestuurlijk bewustzijn eeuwenoude landschappelijke structuren dreigen te worden vervuild met de verschijning van mega windturbines, en gelijktijdig impliciet en zonder openlijke verantwoording aangestuurd wordt op oplossingen die niet zijn waar voor ze worden verkocht. Oplossingen die sociale cohesie uithollen, niet versterken. Het gaat hier niet om energiebehoefte van inwoners van onze regio maar vooral om die van een beperkt aantal grote, internationaal opererende bedrijven. Het gaat niet om winst voor de regio of financieel aantrekkelijke constructies voor omwonenden, en vooralsnog ook niet om effectieve klimaatwinst. Exploitanten krijgen een open doel om grote subsidies te claimen met zo min mogelijk beperkingen voor hun winstopties voor de komende kwart eeuw. Het grote publiek wordt via een ingewikkelde – schier onneembare- hindernisbaan van procedures en onduidelijke
taakverdelingen zo grondig gedesoriënteerd dat het gedoemd is uiteindelijk het spoor bijster te raken en maar mee te bewegen. En in die procedurele jungle blijft de burger, die zijn vertegenwoordiging koos, toch hopen op een bestuurlijke macht die zich opwerpt voor de gedoodverfde underdog in dit verhaal: inwoners van deze regio die de prijs zullen betalen voor het ‘hogere maatschappelijke doel’. Bij eerdere input op de vele technische en beleidsmatige aspecten van de RES-materie zoals opgesteld door de Provincie Utrecht heeft H10H zich grote moeite getroost om concrete zaken over het voetlicht te brengen, vragen te stellen en suggesties en handreikingen te doen. De reactie op de precies geformuleerde inbreng en bijgeleverde verifieerbare data bestond uit het in algemene termen afdoen van alle inbreng als óf niet belangrijk, niet antwoordwaardig of in het geheel niet interessant genoeg om op in te gaan. Opnieuw niet gelukkig en geen manier om betrokkenen te overtuigen van bestuurlijk engagement met de maatschappelijke betekenis van de materie. Tot nu toe blijft het bij het buiten de deur parkeren van een proces dat enkel slaagt in het antagoneren van burgers. In burgertaal: betrokkenen worden met een kluitje in het riet gestuurd met een voorgekookte enquête, niet inzichtelijke taakverdelingen tussen overheden en met overvallen in de pers.
Dit keer daarom een meer globale inbreng waarop wij vertrouwen een echt antwoord te ontvangen. 1. De Provincie Utrecht heeft zijn RES-traject, de gemeenten hun eigen traject en daartussen blijkt een Stuurgroep actief te zijn waar taken zijn geparkeerd. In het UN/AD van 20 februari lezen talloze Utrechtse ingezetenen dat de Provincie Utrecht een of meer locaties in hun woonomgeving geschikt acht voor windenergie. Als betrokkenen in de krant lezen dat windmolens gepland zijn in zoeklocaties die volgens de eigen gemeentelijke autoriteit nog uitgebreid met diezelfde betrokkenen onderzocht moeten worden: Hoe kan dat? 2. Gemeente en Provincie doen parallel aan elkaar precies hetzelfde: onderzoek naar al dan niet geschikte locaties voor windenergie. Wat de inwoners in en om potentiële plekken zorg baart zijn het verschil in tempo, scope en uitkomsten van de twee trajecten. De gemeente in Vijfheerenlanden verzekert raad en burger dat ZIJ aan zet is, de Provincie trekt desondanks zijn eigen plan en benadrukt het bevoegd gezag te zijn. Welke overheid is verantwoordelijk in deze en welke overheid is verantwoording verschuldigd aan de burger? 3. Er is sprake van een Stuurgroep van de U16, waarin Stedin en de Waterschappen zitting hebben. Een stuurgroep die evident een belangrijke rol speelt. a. Wat is de opdracht van de Stuurgroep?
b. Wie heeft die opdracht gegeven c.q. wie stuurt de Stuurgroep aan? c. Welke bevoegdheden heeft de Stuurgroep? d. In hoeverre en op welke manier, precies, hebben individuele gemeenten invloed in de Stuurgroep? e. Hebben alle gemeenten evenveel invloed? f. Door wie zijn de kaders en opdracht van/voor de Stuurgroep vastgesteld? g. Waar zijn die kaders en opdracht voor burgers in te zien?
Grenzen en zekerheden: wat doen onze overheden om grip te krijgen? De focus in het RES-traject is op locaties en – nog zeer virtuele - energieopbrengst. De realiteit voor burgers is geen topic, maar zou dat wel moeten zijn. In de landelijke normen met betrekking tot windturbines wordt de grens aan de maximale uitholling van landschap en belasting van omwonenden vastgelegd. Echter: het is mogelijk voor bevoegde gemeenteraden en Provinciale Staten om door middel van het bestemmingsplan actief te kaderen: met randvoorwaarden voor het inperken van overlast en het voorkomen van knelpunten. Hieronder wijzen we u op een aantal mogelijkheden. 1. lawaai 2. hoogte en bouwvorm 3. slagschaduw 4. natuurgebieden 5. vergunning verlening & aansluiting op het net 6. handhaafbaarheid 7. zoekgebieden 8. Stuurgroep 9. voorzorgsprincipe 10. financiële compensatie 11. advies Commissie m.e.r. & zienswijzen
Ad 1 Lawaai Bron: referentiemolen Vestas V162 6,2 MW Nota van Beantwoording NRD PLANMER WINDENERGIE PROVINCIE UTRECHT Publicatiedatum: 27 september 2023. Status: Besluit van Gedeputeerde Staten. Om de te verwachten elektriciteitsproductie te berekenen wordt in het planMER uitgegaan van de vermogenscurve van een specifiek type windturbine (Vestas V162 6,2 MW). Volgens de technische specificaties van de leverancier produceert deze moderne Vestas windturbine een standaard geluidsvermogensniveau van 104,8 dB(A). Het voorbeeld van de Vestas-turbine illustreert dat de maximale hoeveelheid lawaai die afstraalt op een woning die het dichts bijstaat eenvoudig handhaafbaar moet zijn. Dat is immers de primaire functie van een NRD.
Onderzoek naar geluidsoverlast van windturbines in Houten door o.a. de Universiteit Utrecht heeft geleid tot de vaststelling dat de overlast van pieken in het turbinelawaai volgens de vastgelegde regels - te weten de norm zoals nu is weergegeven in de NRD – niet handhaafbaar is. Zonder aanvullende duidelijkheid zijn omwonenden van turbines overgeleverd aan de windexploitant die van de betrokken overheden ruimte krijgt om de boekhouding van geluidsbelasting zo te manipuleren dat hij er het gunstigst uitspringt. Een begrijpelijk bedrijfsprincipe, en binnen de wet, maar een heikel aspect in de realiteit van omwonenden, die niet uitgerust zijn met middelen om hun belangen (in deze hun gezondheid) te verdedigen. Dit kunnen de betrokken overheden eenvoudig en effectief ondervangen als het ze menens is met het zo goed mogelijk inbedden van de impact van windturbines op omwonenden. Namelijk door in de vergunning vast te leggen dat bij de bepaling van de toelaatbare hoeveelheid lawaai op de omgeving in de berekeningsmethode de uren dat een windturbine stil staat niet opgenomen mogen worden. Verder kan bepaald worden dat het achtergrondgeluid van bijvoorbeeld een snelweg niet mag leiden tot verhoging van de toegestane hoeveelheid lawaai van de windturbine op de omgeving.
Effectieve bescherming van de volksgezondheid kan ook door de maximale hoeveelheid lawaai op de dichtstbij gelegen woning te begrenzen op bijvoorbeeld 43 dB(A) overdag en 37 dB(A) in de nacht, zoals herhaaldelijk geadviseerd door deskundigen.
Ad 2 Hoogte en bouwvorm De windmolenindustrie ontwikkelt steeds hogere windturbines. Nieuwere modellen die vaak nog niet zijn getest, en waarvan de effecten onbekend of onvoldoende bekend zijn, met potentieel veel schadelijke gevolgen die te laat aan het licht komen. Dit gevaar kunnen de regiogemeenten gezamenlijk ondervangen door vast te leggen dat de hoogte van windturbines afgestemd moet worden met de omgeving waarin ze terecht komen en niet met een rekenkundige standaard referentiehoogte. Verder kan vastgelegd worden dat de zgn. grondzeiler-bouwvorm niet is toegestaan.
Ad 3 Slagschaduw In nieuwe normen wordt een hoeveelheid zonlicht bepaald die nodig is om te spreken van slagschaduw. De U16-gemeenten kunnen vastleggen dat bij de bepaling van relevante slagschaduw de minimale lichthoeveelheid (uren dat de zon schuil gaat achter wolken of de horizon) niet in de berekening opgenomen mag worden. Dit voorkomt de praktijk waarin door middel van middeling in cijfers de indruk kan worden gegeven dat in de winter of in voor- of najaar (wanneer de zon nota bene op zijn laagst staat) geen slagschaduw ontstaat, terwijl die in werkelijkheid volop aanwezig is. Duidelijk handhaafbare voorwaarden voorkomen dat omwonenden nergens terecht kunnen als ze horendol worden van slagschaduw en die melden bij een exploitant die zich niet verantwoordelijk hoeft te voelen.
Ad 4 Natuurgebieden / Cultuurhistorische objecten of gebieden
In de gemeente VHL, bij wijze van voorbeeld, heeft de provincie Utrecht recent ruim 20 hectare landbouwgrond verkocht aan het Utrechts landschap om er nieuwe natuurgronden van te maken, direct grenzend aan een zoeklocatie windenergie (zoekgebieden 57 en 59). In de zoekgebieden staan windturbines veelvuldig dichtbij natuurgebieden, cultuurhistorische objecten of cultuurhistorische gebieden gepland. Om de landschappelijke en culturele waarden nog enigszins te beschermen, zouden de U16 kunnen vastleggen dat windturbines minstens 4 maal de tiphoogte afstand moeten houden.
Ad 5 Vergunningverlening & aansluiting op het net Het elektriciteitsnet is op veel plaatsen te zwaar belast om turbines op te kunnen aan takken. Gemeenten van de U16 kunnen in de vergunning vastleggen dat realisatie van een turbine niet eerder is toegestaan dan na de aanleg van een aansluiting op het elektriciteitsnet met voldoende capaciteit.
Ad 6 Handhaafbaarheid De U16-Gemeentes kunnen in de vergunning vastleggen dat slagschaduw, lawaai en milieu belastende emissies zodanig gemeten en geformuleerd moeten zijn dat ze ook in de toekomst handhaafbaar zijn. Dit kan door niet uit te gaan van gemiddelden, maar van absolute waarden.
Ad 7 Zoekgebieden Op dit moment is er sprake van de behandeling van voorkeursalternatieven inzake zoekgebieden. Dit roept de vraag op wat de status van de overige zoekgebieden is. U16-gemeenten kunnen vastleggen dat windturbineformaties in zoekgebieden die binnen een straal van vier maal de tiphoogte van dorpskernen en lintbebouwingen zijn geprojecteerd, niet zijn toegestaan.
Ad 8 Stuurgroep De stuurgroep heeft een coördinerende rol. Regio U16 heeft de ambitie uitgesproken om in 2030 1,8 TWh duurzame energie op te wekken, en heeft een streefdoel van ca. 2,8 TWH in 2030. Welke denkrichting, voorkeuren en oplossingen leven er in de Stuurgroep en hoe navigeert de Stuurgroep de extra taakstelling om het streefdoel te halen? Om te voorkomen dat de Stuurgroep gemeenten overvalt met grote windturbinelocaties/windturbineparken kunnen de U16-gemeenten duidelijkheid eisen en de soevereiniteit bewaken over de eigen besluitvorming.
Ad 9 Voorzorgsprincipe
Uitbesteding van de coördinatie aan een stuurgroep sluit niet uit dat het toepassen van het Europese voorzorgsprincipe blijft gelden. Bijvoorbeeld in de Pfas- en of Pfos-problematiek. Bijvoorbeeld: Zolang niet duidelijk is wat de bron is van de algemene verspreiding van o.a. Pfas en Pfos in Nederland kunnen de U16-gemeenten het plaatsen van mega windturbines opschorten om eventuele potentiële schade aan de leefomgeving van mens en dier te voorkomen, alsmede mogelijke claims richting de gemeenten.
Ad 9 Financiële compensatie De financiële compensatie kan voor schrijnende gevallen te kort schieten, zo merkte het RIVM op in een note aan het adres van de Raad van State, in relatie tot windenergie. Het instituut wees erop dat een goede saneringsregeling in de basis opgenomen moet worden om van de windmolenplannen een succes te maken. De U16-gemeenten kunnen samenwerken bij het tot stand brengen van een goede saneringsmaatregel ter compensatie van benadeelden van windturbine-opstellingen. In zijn algemeenheid: de compensatie volgens planschadenormen is ontoereikend voor het opvangen van waardedalingen van bezittingen in de nabije omgeving van turbines. Hiervoor kunnen de regiogemeenten individueel of in samenwerking ruimere normen vastleggen bij vergunningen. Daarmee worden de maatschappelijke last en het financieel gewin beter met elkaar in evenwicht gebracht.
Ad 10 Advies Commissie m.e.r. & zienswijzen Als bevoegd gezag kan de Provincie ervoor zorgen dat de adviezen van de Commissie m.e.r. & zienswijzen beschikbaar komen voor, en te raadplegen zijn door de leden van de Stuurgroep, zodat zij op de hoogte zijn van de aanbevelingen van de Commissie en deze kunnen betrekken bij hun werkzaamheden.
------------ * -----------
Tot zover de input van onze vereniging. Wij vertrouwen op het bestuurlijk vermogen en de positieve intentie om constructief meedenken op waarde te schatten. @Provincie Utrecht: ook deze keer vertrouwen wij op een daadwerkelijke respons op de inbreng waartoe u zelf heeft opgeroepen. Vanzelfsprekend zijn reacties, vragen of opmerkingen van andere geadresseerden welkom. Wij wensen u succes en wijsheid met het vervolg van een ingewikkeld dossier dat nog veel zal losmaken. Met vriendelijke groet,
Vereniging De Heerlijkheid van de Tien Hoven,
A. Meijdam, voorzitter
S. Allard, secretaris