CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

7.1 Raadsvoorstel toekomst Lopik versie 09 02 2021

Commissie Bestuur 4 maart 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven4.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering d.d. 23 maart 2021 Nr. :

Aan de raad van de gemeente Lopik Onderwerp: Waardevol Lopik 2.0 Behandelend ambtenaar: E.T. Halman MBA Voorstel: De raad wordt voorgesteld: 1. Onderschrijf de notitie “Lopik of Loopjij”. 2. Maak een keuze tussen spoor 1, 2 of 3 3. Stel het proces vast om het gekozen spoor te kunnen realiseren Samenvatting Voor veel inwoners kwam afgelopen jaar het voorstel om het zwembad te sluiten als een volslagen verrassing. Het was wel bekend dat Lopik er financieel niet goed voorstond maar dat het sluiten van een zeer gewaardeerde voorziening nodig zou kunnen zijn, hadden veel inwoners niet zien aankomen. Echter als de financiële stukken van de afgelopen jaren worden bestudeerd, is de verrassing minder groot. Al jaren worstelt Lopik om het huishoudboekje op orde te krijgen. Alleen doordat er een ruime spaarpot beschikbaar was, konden de gaten worden gedicht . Maar structureel komt er minder geld binnen dan er wordt uitgegeven Tijdens de behandeling van de begroting van 2021-2024 is door diverse raadsleden de vraag gesteld of Lopik nog wel in staat is om de belangen van de inwoners voldoende te dienen. Om die vraag te kunnen beantwoorden is de notitie “Lopik of Loopjij” geschreven. In deze notitie worden de huidige ontwikkelingen geanalyseerd. Dat resulteert erin dat de hoofdvraag wordt gesplitst in drie subvragen. 1.

Zijn we in staat om dienstverlening te verlenen die verwacht mag worden in 2021 en verder? 2. Zijn we in staat om de juiste strategische keuzes te maken in het belang van onze inwoners? 3. Zijn we in staat om innovatief bezig te zijn; en niet alleen reactief te zijn, maar proactief te worden om te werken aan een toekomstbestendige gemeente?

Op dit moment is het antwoord op vraag 2 en 3 nee en op vraag 1 een mager ja-tje. De vraag aan u is welke vragen met ja moeten worden beantwoord in de nabije toekomst. Daarbij ook rekening houdend met de consequenties die deze keuze inhoudt. Daarmee is deze keuze ook een keuze voor de toekomstige richting – en in termen van een rijdende trein – de keuze voor een spoor.

1

Een juist besluit nemen Gezien de grote impact van het besluit op de toekomst van Lopik is het absoluut noodzakelijk dat er een juist besluit wordt genomen . Echter is de definitie van “juist” geen wiskunde, verre van dat zelfs. Dit is misschien wel de belangrijkste politieke afweging sinds vele jaren. Het afgelopen jaar heeft u als gemeenteraad al veel lastige besluiten moeten nemen in het kader van Waardevol Lopik. Zo heeft u bij de behandeling van de begroting gediscussieerd over het openhouden van het zwembad. Deze voorziening heeft u zo waardevol gevonden dat een meerderheid van uw raad het acceptabel vond om de lasten voor de inwoners te verhogen om zo deze voorziening in stand te kunnen houden. Dit besluit ging over een individuele voorziening, de vraag die nu voor ligt is veel fundamenteler en gaat niet over het openhouden van het zwembad. Dit gaat over de meest wezenlijke vraag; zijn we in staat om de belangen van de inwoners te dienen. Deze vraag is onderverdeeld in drie subvragen. Het gewenste antwoord op deze vragen is ook gelijk een besluit. Alleen de vragen beantwoorden zonder de consequenties te accepteren leidt niet tot een uitvoerbaar besluit. Om tot een “juist” besluit te komen kan de B.O.B methode een hulpmiddel zijn. Deze methode zorgt er namelijk voor dat besluiten niet ad hoc worden genomen maar gefundeerd op basis van gedeelde informatie en beelden.

Het beeld, de situatie De situatie waarin de gemeente verkeert, is niet te schetsen in een tijdlijn met duidelijk te markeren gebeurtenissen. Als alle financiële documenten van de afgelopen jaren worden samengevat komt daar een duidelijk beeld uit. Een beeld dat gekenmerkt wordt door herhaaldelijke constateringen dat er veel meer geld nodig is voor de doorontwikkeling van de organisatie. Werd in 2018 nog ingeschat dat er voor personeel 200.000 euro extra nodig zou zijn om alle taken uit te voeren, inmiddels is dat bedrag opgelopen naar 1,5 miljoen euro. Daarbij komt dat de uitgaven in het sociaal domein harder stijgen dan verwacht en/of gehoopt. In vier jaar tijd zijn de uitgaven aan zorg en participatie (uitkeringen) gestegen van 9 miljoen euro naar ruim 12 miljoen euro. En aan de inkomstenkant stijgt de algemene uitkering veel minder snel dan de uitgaven. Tot nu toe hebben we de extra uitgaven door de ruime reserves steeds kunnen betalen. De benodigde investering in de organisatie is steeds uitgesteld in de hoop dat er betere tijden zouden aanbreken. Helaas moeten we ook steeds vaststellen dat die betere tijden niet aanbreken. Sterker nog, de coranacrisis 2

heeft alle hoop daarop de grond ingeboord. Inmiddels zijn de reserves zo goed als uitgeput dus het aanvullen van tekorten uit de reserves is nauwelijks meer mogelijk. Daarnaast is de afgelopen jaren de onbalans tussen het aantal taken, de omvang van die taken en de personele capaciteit steeds groter geworden. Het voorgaande is het beeld gebaseerd op de meer financieel technische feiten, in de notitie “Lopik of Loopjij” wordt een meer inhoudelijke verklaring gegeven. Het beeld, de scenario’s In de notitie wordt ook ingegaan op een aantal zeer waarschijnlijke scenario’s die zich aftekenen. Samengevat komt dat neer op nog meer (beleids)taken die overgedragen worden aan de gemeenten. Taken die ook steeds complexer worden - zie bijvoorbeeld het meest recente voorbeeld – het helpen van de slachtoffers van de toeslagenaffaire. Een taak die tot nu toe volledig bij de Rijksoverheid lag maar de afgelopen weken opeens in volle omvang bij de gemeenten is ondergebracht. De ruimte om de algemene uitkering (fors) te verhogen wordt met de dag kleiner. Het nieuwe kabinet moet zo goed als zeker gaan werken aan het “terugverdienen” van de uitgegeven Covid-19 steunpakketten. Daardoor wordt de in de notitie omschreven herziening van het gemeentefonds voor Lopik steeds meer een dreiging in plaats van een lichtpuntje.

Dit geldt uiteraard niet voor Lopik specifiek maar voor alle kleinere (landelijk gelegen) gemeenten. Al met al geen rooskleurig verhaal maar wel realiteit. Omdat het zeer gewenst is om op basis van hetzelfde beeld dit proces te vervolgen, is het voorstel dat u als raad het beeld ook vaststelt. Het voorstel is dit te doen door de notitie "Lopik of Loopjij” te onderschrijven inclusief het meer financiële beeld wat onder de voorgaande paragrafen is geschetst. voorstel 1: Onderschrijf de notitie “Lopik of Loopjij”. Het oordeel, de opties. Op basis van het geschetste beeld en uw eigen waarnemingen en beeldvorming moet er getracht worden om te komen tot een oordeel. Zoals geschetst in de notitie “Lopik of Loopjij” kan dit het beste gedaan worden door het beantwoorden van de drie geformuleerde subvragen. 1. Zijn we in staat om dienstverlening te verlenen die verwacht mag worden in 2021 en verder? 2. Zijn we in staat om de juiste strategische keuzes te maken in het belang van onze inwoners? 3. Zijn we in staat om innovatief bezig te zijn; en niet alleen reactief te zijn, maar proactief te worden om te werken aan een toekomstbestendige gemeente?

Het gaat niet om het antwoord wat het nu is, want op basis van het voorgaande is het antwoord op de vragen 2 en 3 nee en alleen vraag 1 is met een mager ja-tje te beantwoorden. Het gewenste antwoord op de drie vragen zorgt voor een aantal opties met elk hun eigen consequenties. De opties worden in het vervolg sporen genoemd omdat iedere keuze de start van een traject – spoor – inhoudt met een ander eindstation. 3

Spoor 1 is de eerste optie; u vindt het voldoende als ook in de toekomst alleen vraag 1 met ja beantwoord kan worden. Spoor 2 is de optie waarin u vaststelt dat vraag 1 en 2 met ja moeten kunnen worden beantwoord. De meest vergaande optie is spoor 3 als u vaststelt dat alle drie de vragen op termijn met ja beantwoord moeten kunnen worden. Alle drie de sporen hebben bepaalde consequenties. Deze consequenties vragen na de keuze van het spoor besluitvorming over het vervolgproces om de keuze ook te kunnen realiseren. In het vervolg van dit voorstel zal daar op ingegaan worden. Spoor 1 Verlenen van basisdienstverlening richting en consequenties Als u besluit dat alleen subvraag één met ja beantwoord hoeft te worden dan kiest u ervoor een kant op te gaan waar de gemeente Lopik alleen in staat hoeft te zijn om de basisdienstverlening te verlenen. De organisatie is dan nog meer dan nu alleen gericht op het uitvoeren van basisdienstverlening voor de wettelijke taken. Omdat de vragen 2 en 3 ook niet met ja hoeven te worden beantwoord, is het niet nodig om capaciteit beschikbaar te hebben hiervoor. De ruimte die hierdoor ontstaat, kan worden ingezet om de basisdienstverlening op orde te brengen. Het magere ja-tje van nu kan hierdoor een volwaardig ja worden. De basisdienstverlening blijft wel vooral plaats- en tijdgebonden.

De ontwikkeling naar een meer digitale dienstverlening moet achterwege blijven. In een op uitvoering gerichte organisatie zijn niet de competenties aanwezig die nodig zijn voor een zich ontwikkelende organisatie. Dit is niet eens zozeer een geldkwestie maar in een organisatie die volledig gericht is op de basisdienstverlening is het noodzakelijk dat de medewerkers echte uitvoerders zijn. Tot de basisdienstverlening moeten gerekend worden het verstrekken van rijbewijzen, paspoorten en alle andere werkzaamheden die samenhangen met de persoonsregistratie. Ook de VTH-taken blijven uitgevoerd worden maar de RO -taken worden beperkt tot het wettelijk verplichte herzien van bestemmingsplannen. Juist voor hetgeen waar Lopik altijd sterk in is geweest – zoeken naar oplossingen en meedenken met initiatiefnemers - is geen ruimte meer. De openbare ruimte wordt onderhouden op basis van jaarschijven en beperkt zich tot het technische onderhoud. Het informatiebeleid is gericht op de minimaal verplichte zaken om te zorgen dat de informatieveiligheid & privacy op orde is. Er is geen ruimte meer voor het exploiteren van voorzieningen. Dit blijft hooguit beperkt tot het subsidiëren van vrijwilligers die zelf een voorziening exploiteren en waar de gemeente alleen met een subsidie in bijdraagt.

Doordat er geen strategische vraagstukken en bestuurlijke en politieke ambities ingevuld hoeven te worden, beperkt de rol van de gemeenteraad zich tot het vaststellen van de verplichte documenten in de Planning en Control cyclus zoals de begroting en de jaarrekening, dus tot een controlerende rol. Omdat de “waarom” en “hoe” vraag uit de notitie “Lopik of Loopjij” vooral door externe partijen wordt ingevuld, beperkt het zich voor de gemeente vooral tot de “wat” vraag.

4

Spoor 2, Basisdienstverlening en strategische vraagstukken richting en consequenties Als de subvragen 1 en 2 met ja beantwoord moeten kunnen worden, gaat de gemeente ten opzichte van nu ook de meer strategische vraagstukken oppakken. Dan wordt niet langer geleund op de regio en wordt niet alleen meegelift. Zo wordt Lopik lid van de U16, de regionale samenwerking waar steeds meer ruimtelijk beleid wordt gemaakt. Naast het formeel lid worden, wordt er ook capaciteit georganiseerd om volwaardig mee te kunnen doen. Omdat Lopik qua oppervlakte nog steeds een relatief grote gemeente is, vergen veel vraagstukken van vandaag de dag ook veel aandacht. Denk hierbij aan de energietransitie, klimaatadaptatie maar ook de steeds toenemende vraag naar recreatieve ruimte doordat het stedelijk gebied steeds verder verstedelijkt. Om de belangen van de inwoners van Lopik goed te kunnen dienen, wordt er vanuit Lopik voor ieder thema voldoende ambtelijke capaciteit georganiseerd om dit ook goed op te kunnen pakken. In de huidige situatie doen veel medewerkers die iets met het taakveld hebben dit er “even” bij. Zo is klimaatadaptatie op dit moment belegd bij de teamleider civiel. Zo zijn er meerdere voorbeelden waar van het huidige “volgen” de inzet verandert in “meedoen”. In spoor 2 worden vooral de landelijke en/of regionale thema’s gevolgd.

Het is met name gericht op het goed kunnen invullen van het InterBestuurlijke Programma. Daarmee kan gesteld worden dat het vooral een adaptieve strategie is. Het zo goed mogelijk reageren op de omstandigheden en externe besluiten verwerken tot uitvoerbaar lokaal beleid. Nu is het vaak zo dat de decentralisatie van het Rijksbeleid ons min of meer overkomt. We proberen al snel te komen tot wat nodig is voor de uitvoering, het invullen van het “wat”. De strategische capaciteit om na te denken over het “hoe” ontbreekt. In dit spoor verandert dat echt en ontstaat er ruimte om niet alleen de wettelijke taak uit te voeren maar ook te bepalen hoe die zo goed mogelijk kan worden uitgevoerd in het belang van de inwoners van Lopik. De rol van de gemeenteraad gaat in dit spoor verder dan alleen de controlerende rol in de Planning en Control cyclus. Meer dan nu komt ook zeker de “hoe” vraag op de agenda van de gemeenteraad. In een alleen op de uitvoering gerichte organisatie schuiven de rollen van de politiek, het college en de ambtelijke organisatie in elkaar. De korte lijnen die een organisatie heel wendbaar maken, worden soms te kort. In spoor 2 lopen die rollen weer verder uit elkaar zodat de gemeenteraad ook beter in staat is om de kaderstellende én controlerende rol in te vullen.

De strategische visies die worden opgeleverd door bijvoorbeeld de U16 of de provincie moeten worden vertaald naar het lokale belang. Zodat u als gemeenteraad goed in staat bent om de belangen van de lokale gemeenschap af te wegen tegen het regionale belang. De organisatie wordt zo ingericht dat deze rol ook daadwerkelijk gefaciliteerd kan worden. Spoor 3, Basisdienstverlening, strategische vraagstukken en proactief zijn richting en consequenties Het meest vergaande spoor wordt gevolgd als u besluit dat alle drie de vragen met ja moeten worden beantwoord. Er ontstaat dan een organisatie die niet alleen faciliterend is aan de grotere opgaven maar de gemeente wordt dan ook agenderend. Dus veel pro-actiever dan in spoor 2 ontwikkelingen oppakken. Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden in de gemeente Krimpenerwaard. Daar heeft men een 5

medewerker aangenomen die zich samen met de agrarische sector bezighoudt met de bodemdalingsproblematiek. Niet alleen beleidsmatig maar ook actief bezig om de gelden die beschikbaar zijn gekomen via de Green Deal in te zetten in het gebied. Dit is maar een klein voorbeeld van een thema waar we nu niet aan toe komen maar dat wel belangrijk is voor ons gebied. Zo zijn er natuurlijk veel meer thema’s te benoemen zoals de vergrijzing, veranderende mobiliteit, toekomstige werkgelegenheid. In dit spoor wordt het mogelijk om de omslag te maken van reageren naar regeren. De verdergaande digitalisering helpt hierbij. De mogelijkheden die data-analyse biedt, kunnen worden benut om trends te voorspellen in plaats van te signaleren. Daarmee blijft databeleid niet beperkt tot dataveiligheid als een min of meer noodzakelijk kwaad, waarbij voldoen aan de minimale wettelijke standaard de norm is. Nee, het gebruik van data wordt een wezenlijk onderdeel van de organisatie. Op basis van de gesignaleerde trends kan het beleid worden bijgesteld en ook het effect daarvan gemeten kan worden. Met behulp van deze data kan de gemeenteraad ook veel de doelmatigheid van beleid beoordelen. In het belang van de inwoners kan de dienstverlening voor een groot deel volledig plaats- en tijdonafhankelijk worden gemaakt. Een initiërende en innoverende organisatie vraagt ook een goed toegerust bestuur.

Dat wil niet zeggen dat de gemeenteraad op meer afstand komt van de inwoners. Juist dankzij (en niet ondanks) een professionele organisatie is de raad in staat om naast de kaderstellende en controlerende rol, ook de vertegenwoordigende rol in te vullen. Omdat de relatie tussen overheid en de inwoners veel meer gelijkwaardig is geworden ontvangen politici en bestuurders veel signalen. Deze signalen moeten kunnen worden getoetst op relevantie en zo nodig leiden tot nieuw beleid of bijstelling van beleid. Het klassieke (PDCA)model van plan, do, check, act (verbeterplan, uitvoering, meten & toetsen en evaluatie) wordt in spoor 3 het uitgangspunt. Dit vergt een professionele organisatie die in staat is om deze rollen in te vullen. Door deze zelfde professionele organisatie wordt de gemeenteraad in staat gesteld om ook de juiste positie in het genoemde model in te nemen. Conclusie Op basis van dit raadsvoorstel en de inhoud van de notitie “Lopik of Loopjij” is het aan u als gemeenteraad om een besluit te nemen en daarmee een conclusie voor de notitie te schrijven. Het gaat om het gewenste antwoord op de drie subvragen waarbij de volgende sporen – keuzes – mogelijk zijn. •

Spoor 1: Basisdienstverlening Alleen vraag 1 moet met ja beantwoord kunnen worden

•

Spoor 2: Basisdienstverlening en strategische vraagstukken De vragen 1 en 2 moeten met ja kunnen worden beantwoord

•

Spoor 3: Basisdienstverlening, strategische vraagstukken en proactief zijn Alle drie de vragen moeten met ja kunnen worden beantwoord.

voorstel 2: De raad wordt voorgesteld om een keuze te maken tussen spoor 1, 2 of 3. 6

Het besluit De derde fase van de BOB-methode is het besluit. Hoewel de keuze voor een spoor op zichzelf ook een besluit is, is dat in dit geval meer een doelbepaling. In het besluit gaat het over wat er moet gebeuren om het doel daadwerkelijk te bereiken. Welke acties moeten daarvoor in gang worden gezet. In alle gevallen geldt dat er ook dit jaar weer een begroting voor volgend jaar opgesteld moet worden. Bij voorkeur wordt er een kadernota opgesteld vooruitlopend op de begroting. Het besluit dat u neemt bij voorstel 2 is enorm bepalend voor de inhoud van de kadernota en uiteindelijk de begroting. Los van alle autonome – externe - ontwikkelingen zit het verschil tussen de drie sporen vooral in de personeelskosten.

Spoor 1, acties en resultaten In spoor 1 kunnen de personeelskosten nagenoeg gelijk blijven aan het huidige structurele P-budget. Wel moet er geschoven worden doordat er nog meer dan nu een verschuiving komt van beleid naar uitvoering. Daarnaast wordt een aantal taken niet meer uitgevoerd; die ruimte is elders nodig. Dit vraagt de komende jaren een incidentele investering in het team Personeel en Organisatie. In de kadernota wordt inzichtelijk gemaakt welke taken niet meer uitgevoerd worden. In de kadernota wordt ook aangegeven of - en welke - extra inzet er nodig is om spoor 1 te kunnen realiseren. Spoor 2, acties en resultaten Om dit spoor te kunnen realiseren is een forse uitbreiding van de personele capaciteit nodig. Bovenop de eerder genoemde € 1,5 miljoen die het afgelopen jaar eigenlijk al nodig was, komt daar nog zeker € 0,5 miljoen bij. Dit gaat alleen om de investering in personeel. Omdat in het meest positieve scenario de algemene uitkering gelijk blijft, moet dit bedrag volledig opgebracht worden vanuit de lokale belastingen, lees OZB. In dit scenario zorgt alleen al de benodigde investering in de organisatie voor een belastingverhoging van € 325 per huishouden. Dit staat dus nog los van andere ontwikkelingen zoals stijgende kosten in het sociaal domein en een eventuele dalende algemene uitkering.

Dit geldt ook voor de andere sporen dus dat wordt buiten beschouwing gelaten in de vergelijking. Naast de structurele investering is een incidentele investering nodig om de hele ontwikkeling te kunnen laten plaatsvinden. Alleen al de werving en selectie van medewerkers met de benodigde competenties vergt veel extra inzet in een verhitte arbeidsmarkt. Juist voor de functies die het hardste nodig zijn, is weinig tot geen aanbod. In de kadernota wordt een eerste aanzet gegeven voor de benodigde investering. Daarnaast wordt een aanzet gegeven voor de opzet van de organisatie, zowel kwalitatief als kwantitatief. Bij de uitwerking van spoor 1 en het voorgaande bij spoor 2 gaan we nog uit van een zelfstandige gemeente Lopik. Maar het is natuurlijk zeer de vraag of het reëel is om de benodigde investering te laten dragen door 14.000 inwoners. Want zoals omschreven in de notitie “Lopik of Loopjij” schalen veel nieuwe taken niet mee met het aantal inwoners. Andersom is dus ook waar; de investering schaalt niet evenredig mee met het aantal inwoners. De investering die gedaan wordt, kan ook prima 50.000 inwoners bedienen. Dan dalen de kosten per inwoner aanzienlijk. In spoor 2 is er nog een keuze; om spoor 3 te kunnen realiseren is er geen keuze meer. Dat is alleen 7

mogelijk als we niet langer uitgaan van een zelfstandige gemeente Lopik. Het proces en het effect op de kadernota wordt omschreven bij spoor 3. Spoor 3, acties en resultaten Zoals hiervoor gesteld is het niet reëel om spoor 3 te realiseren als zelfstandige gemeente Lopik. De benodigde investering in personeel is waarschijnlijk minimaal 2 keer zo hoog als in spoor 2. Het is maar zeer de vraag of er überhaupt medewerkers zijn te vinden met de benodigde competenties die willen werken voor een dergelijke kleine organisatie. Daarom is bestuurlijke opschaling de enige vorm om dit spoor te realiseren . Zoals omschreven in de notitie is alleen een bestuurlijke fusie een serieus alternatief. Verdergaande samenwerking met bijvoorbeeld meer taken voor gemeenschappelijke regelingen is geen optie. Financieel is het niet voordeliger en de democratische legitimatie neemt verder af. Om te voorkomen dat een zoektocht naar de gulden middenweg ons afhoudt van het rechte pad is een heldere keuze belangrijk. Met de keuze voor spoor 3 kiest u dus voor een bestuurlijke opschaling. Er ontstaat een situatie dat de kadernota en de begroting een overgangsfase beslaan en daarmee is de inzet van incidentele middelen mogelijk. De toezichthouder stemt in een dergelijke situatie in met het niet structureel sluitend zijn van de begroting. Een verhoging van de lokale lasten ligt dan ook niet voor de hand.

Naast het interne proces van de begroting start een extern proces om te verkennen welke opties er zijn om tot een bestuurlijke opschaling te komen. Uiteindelijk moet dat leiden tot een formele ARHI(Algemene Regels Herindeling)-procedure maar daaraan voorafgaand is het belangrijk dat de gemeente Lopik de eigen positie in de regio goed benoemt. Nog belangrijker is volgens ons dat er niet een te afwachtende houding wordt aangenomen.

Optie 1 U kunt het college een opdracht geven om in gesprek te gaan met alle omliggende gemeenten om te verkennen wat de mogelijke opties zijn. Optie 2 Een andere optie is dat u als raad een duidelijk kader vaststelt voor het profiel van de nieuwe gemeente. Denk hierbij aan: een stedelijke of meer landelijke gemeente. - gewenste omvang om ook daadwerkelijk de relatiekracht te kunnen ontwikkelen. - mate waarin rekening gehouden moet worden met huidige samenwerkingen, zoals bijvoorbeeld in het sociale domein. - rol van de provincie, vraagt u een actieve rol van de provincie of een meer afwachtende houding. Het college adviseert u om - in het geval u kiest voor de uitwerking van een bestuurlijke opschaling - te kiezen voor de tweede optie. Dus eerst duidelijk als Lopik de eigen uitgangspunten vaststellen en die niet te laten afhangen van derden. Om dit traject te kunnen begeleiden en uitwerken is het nodig om externe partners in te schakelen. Mocht u kiezen voor dit spoor en deze optie dan legt het college u als eerste een projectplan voor ter besluitvorming. Daarna kan dan het inhoudelijke traject starten. Wellicht overbodig om te benoemen maar uiteraard is de communicatie met medewerkers, inwoners en ondernemers een belangrijk onderdeel van het projectplan. 8

Het effect van de keuze op de begroting is beperkt tot de consequenties voor het PBudget. Dit staat dus nog los van andere ontwikkelingen zoals stijgende kosten in het sociaal domein en een eventuele aanpassing van de algemene uitkering. Dit geldt ook voor de andere sporen dus dat wordt buiten beschouwing gelaten in de vergelijking. Vanzelfsprekend zijn er nuances mogelijk binnen ieder spoor maar die kunnen in de kadernota en/of begroting verder worden uitgewerkt. In spoor 1 is het bijvoorbeeld mogelijk om een voorziening zoals het zwembad alsnog door de gemeente te exploiteren door de OZB te verhogen. Maar gaat dan over een paar tientjes per inwoner. En in spoor 2 is nu een bedrag van € 2 miljoen genoemd maar afhankelijk van het exacte ambitieniveau kan dit bedrag naar boven en beneden afwijken. Maar hoe dan ook moet de investering in de organisatie zeer groot zijn. Bij een keuze voor spoor 2b of 3 moet de hoogte van de benodigde incidentele investering uitgewerkt worden in de kadernota. In alle gevallen is dat een volgende halte langs het spoor.

Voorstel 3: stel het proces vast om het gekozen spoor te kunnen realiseren Kadernota/ Begroting sluitend

Spoor 1 Spoor 2a Spoor 2b Spoor 2c

Structureel Structureel Incidenteel Incidenteel

Verhoging OZB voor PBudget Structureel € 0,€ 2.000.000,€ 0,€ 0,-

Spoor 3a Spoor 3a

Incidenteel Incidenteel

€ 0,€ 0,-

Incidentele kosten

Overige acties

Implementatiekosten Implementatiekosten Kosten ARHI proces Kosten ARHI proces + opstellen profiel Kosten ARHI proces Kosten ARHI proces + opstellen profiel

Geen Geen Projectplan optie 1 Projectplan optie 2 Projectplan optie 1 Projectplan optie 2

Lopik, 9 februari 2021 Het college van burgemeester en wethouders van Lopik; de secretaris, de burgemeester,

MR. E.T. HALMAN, MBA

DR. L.J. DE GRAAF

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9761233/1