7.1 Plan NPO IJsselstein concept
Tekst van het document
NATIONAAL PROGRAMMA ONDERWIJS PLAN VAN AANPAK GEMEENTE IJSSELSTEIN
FEBRUARI 2022
Hoofdstuk 1: NPO Landelijk 1.1.
Inleiding
De Coronapandemie heeft voor veel leerlingen geleid tot vertraging en/of achterstand op hun individuele leerlijn, zo laten diverse onderzoeken zien. De achterstanden komen vaker voor en zijn groter bij kinderen die al een risico op achterstanden hadden zoals kinderen uit gezinnen met lage sociaal economische status. De crisis veroorzaakt niet alleen vertragingen in cognitieve ontwikkeling van kinderen, maar heeft ook effect op hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Er zijn signalen dat jongeren door de crisis last hebben van sociaal-emotionele problemen zoals eenzaamheid, depressieve gevoelens en angsten. Het contact met leeftijdgenoten heeft voor een deel stil gestaan en ook activiteiten op sport en cultuurvlak. Om deze uitdagingen voor leerlingen en voor het onderwijs het hoofd te bieden heeft het ministerie van O,C en W het Nationaal Programma Onderwijs in het leven geroepen voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023. 1
1.2.
Doel
Het Nationaal Programma Onderwijs is gericht op de aanpak van herstel bij alle leerlingen en in het bijzonder bij groepen die extra aandacht vragen. Daarbij is het een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid voor alle actoren in en om het onderwijs om vertragingen in de brede zin aan te pakken. Scholen hebben hierbij de regie en leveren maatwerk. Er is niet één oplossing die voor alle soorten scholen en leerlingen het beste werkt, dus we werken met een palet aan maatregelen, met als kern: meer en/of effectievere en meer gerichte onderwijstijd. Het programma heeft tevens als doel de kansengelijkheid te bevorderen. Scholen en gemeenten worden bij de uitvoering van het NP Onderwijs ondersteund door het rijk. De definitieve bestedingsdoelenzijn vastgelegd in een regeling, namelijk de ‘Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen’.
1.3.
Inzet middelen
1. Scholen ontvangen de komende 2 schooljaren extra bekostiging en ondersteuning voor het in kaart brengen van de behoeften van individuele leerlingen en het nemen van gepaste maatregelen. Het gaat om ontwikkelingsbehoeften op cognitief en sociaal-emotioneel vlak. Scholen met veel leerlingen met het risico op een onderwijsachterstand ontvangen een hogere bijdrage. De extra bekostiging zetten scholen in voor een keuze uit een aantal effectief bewezen interventies. De gemaakte keuzes moeten breed gedragen zijn binnen de scholen. De medezeggenschapsraad stemt daarom in met de inzet van de middelen. Zij werken samen in de uitvoering met samenwerkingsverbanden, gemeenten en andere organisaties. 2. Gemeenten krijgen extra geld om in samenwerking met scholen, kinderopvang, jeugdgezondheidszorg, jeugdzorg, bibliotheken en andere partijen activiteiten aan te bieden om de vaardigheden van leerlingen op cognitief, executief, sociaal en emotioneel vlak aanvullend te stimuleren. Gemeenten zorgen voor een lokale, integrale en meerjarige aanpak.
1.4.
Aanpak in stappen
a) Analyse door scholen; de scholen brengen aan de hand van een schoolscan de leerachterstanden van iedere individuele leerling in kaart. b) Op basis van de analyse stelt elke school in samenwerking met het schoolbestuur een meerjarenplan op en legt dat voor instemming voor aan de medezeggenschapsraad. c) De schoolbesturen ontvangen het geld van het Rijk en verantwoorden zich over de middelen. d) De schoolbesturen stellen de middelen ter beschikking aan de scholen op basis van de ingediende plannen. Er is een keuzemenu van effectieve interventies opgesteld waar scholen gebruik van kunnen maken. e) Schoolbesturen informeren de gemeente over de analyse c.q. schoolscan van de opgelopen vertragingen en de plannen van de scholen. f) Analyse door de gemeente; de gemeenten maken het beeld van de scholen compleet. g) De gemeente bepaalt in afstemming met de scholen en voorschoolse partners welke aanvullende begeleiding of programma’s worden ingezet vanuit het gemeentelijk budget. De definitieve bestedingsdoelen zijn vastgelegd in een regeling (‘Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen’). h) De gemeente neemt dit mee in het overleg dat gemeente met scholen en kinderopvang voeren over onder meer het bestrijden van onderwijsachterstanden (LEA). i) Gemeenten kunnen jaarlijks hun interventies en aanpak aanpassen aan de ontwikkelingen op school.
Daarbij is ook aandacht voor specifieke doelgroep zoals doelgroepkinderen VVE, groepen drie en acht primair onderwijs, brugklassers en examenklassen.
2
Hoofdstuk 2: NPO IJsselstein 2.1.
Inleiding
De gemeente IJsselstein ontvangt in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (verder: NPO) een totaalbedrag van € 518.952. De middelen moeten voor het eind van schooljaar 2022-2023 zijn besteed; in het voorjaar van dit jaar wordt nog besloten of de bestedingsperiode wordt verlengd. De gemeentelijke middelen zij bedoeld voor doelgroeppeuters in de voorschoolse educatie en leerlingen en thuiszitters in het primair en voortgezet onderwijs in IJsselstein. De gemeente moet zich jaarlijks via de SiSa verantwoorden voor de uitgaven.
2.2.
Visie
De gemeente IJsselstein wil met haar NPO plan bijdragen aan het extra versterken van leer- en ontwikkelingsmogelijkheden van jeugdigen in haar gemeente in de periode januari 2022 tot augustus 2023. Het doel is het terugdringen van opgelopen leer- en ontwikkelingsachterstanden en het versterken van het (mentaal) welbevinden van jeugdigen in de leeftijd van 2,5 tot 18 jaar. In overleg met de scholen en partners in de voorscholen richt de gemeentelijke inzet zich vooral op interventies die beter overkoepelend georganiseerd kunnen worden en interventies op maat, dat wil zeggen aansluitend bij de behoeften die (voor) scholen constateren.
2.3.
Uitgangspunten
➢ De interventies zijn aanvullend op de interventies die scholen gaan uitvoeren in het kader van hun NPO plannen. Zo kunnen de scholen zich zoveel mogelijk richten op hun kerntaken. ➢ De interventies sluiten aan bij de behoeften van jeugdigen in de leeftijd van 2,5 tot 18 jaar in IJsselstein. ➢ De interventies vormen een onderdeel van het bredere Corona steunpakket voor jeugdigen. ➢ We willen interventies inzetten in zowel de voorschoolse periode als in het primair en het voortgezet onderwijs.
2.4.
Analyse scholen en voorschoolse partners
In de periode september t/m december 2021 heeft de gemeente IJsselstein – vaak samen met andere gemeenten in de regio- gesprekken gevoerd met onderwijspartners (schoolbesturen en samenwerkingsverband) en met partners van de voorschoolse periode. Enerzijds om een goed beeld te krijgen van de plannen van scholen (scholen hebben een schoolscan uitgevoerd). Anderzijds om signalen op te halen over achterstanden en/of problemen die kinderen en jongeren ten gevolge van de coronapandemie hebben opgelopen of die door de coronacrisis verergerd zijn. Hieronder een korte weergave.
2.4.1. Partners voorschoolse periode De partners in de voorschoolse periode (kinderopvang, peuteropvang, GGD en bibliotheek) geven aan dat door de coronapandemie de zorg voor jonge kinderen onder druk is komen te staan. Zij zien bij doelgroepkinderen een terugval in taalontwikkeling omdat deze kinderen korter deel hebben kunnen nemen aan het VE-programma. Ook zien zij dat ouders extra druk hebben ervaren in deze periode. De kinderopvangorganisaties hebben te maken gekregen met wisselingen in de personele bezetting waardoor kinderen zich minder goed konden hechten. Daardoor kwam ook het bieden van het VEprogramma onder druk te staan. Er kwam een extra druk op het vaste personeel te liggen en het signaleren van achterstanden was lastiger dan anders. Ook de ouderbetrokkenheid VE was een 3
uitdaging omdat het digitaal moest. Ook de kinderopvangorganisaties die geen voorschoolse educatie bieden signaleren dat kinderen meer moeite hebben met wennen op de groep en drukker zijn.
2.4.2. Primair onderwijs De scholen zien dat bij een aantal leerlingen leerachterstanden zijn ontstaan door de coronamaatregelen. De steeds wisselende maatregelen (Lock down, digitaal onderwijs, langere vakanties) maken dat veel leerlingen hun schoolstructuur kwijt zijn, in de klas merken leerkrachten dat kinderen meer moeite hebben zich te concentreren en stil te zitten. Ook signaleren zij vaker faalangst bij kinderen. Met namen voor de kinderen die in groep 8 zitten is het lastig. De meeste scholen gaan hun NPO budget inzetten voor deskundigheidsbevordering van leerkrachten en intern begeleiders, het verkleinen van de groepen, verlengde instructie en extra ondersteuning door externen. Verder wordt het budget ingezet voor cultuureducatie, burgerschapslessen en ouderbetrokkenheid.
2.4.3. Voortgezet onderwijs Het samenwerkingsverband VO heeft bij de zorgcoördinatoren van alle scholen signalen opgehaald. Er is een toename van het aantal thuiszitters en een toename van (ziekte)verzuim geconstateerd. Tevens is er sprake van sociale angst bij leerlingen en een toename van externaliserend gedrag in de klas. Leerkrachten en zorgcoördinatoren geven aan dat om leerlingen hierin goed te kunnen ondersteunen expertise over jeugdhulp en/of inzet van jeugdhulp nodig is. Het Cals is in Nieuwegein en IJsselstein al gestart met een project ‘Sterk’ om (potentiële) thuiszitters extra zorg te bieden en heeft hiervoor psychologen aangetrokken. Het project is ook toegankelijk voor leerlingen van andere VO scholen. De Baanbreker zet het NPO budget vooral in voor extra taalactiviteiten, scholing voor docenten, het verkleinen van de groepen, lessen EHBO, burgerschapsonderwijs, een extra conciërge en extra stagebegeleiders.
2.4.4. Jeugdteam IJsselstein De medewerkers van het jeugdteam krijgen van partners in het voorliggende veld (scholen, kinderopvang en jeugdverpleegkundigen/jeugdartsen) signalen dat het aantal jongeren met psychische klachten door de coronapandemie is toegenomen. Vooral bij tieners is sprake van disbalans, ze zijn minder gemotiveerd om te leren en hebben minder sociale contacten. de medewerkers zien dat wanneer een jongere wordt aangemeld bij het jeugdteam de problemen soms al behoorlijk zijn opgelopen. Inzet op het vroegtijdig signaleren van psychische problemen bij jongeren is nodig. Er is een toename te zien van het aantal hulpvragen rondom de ontwikkeling en het gedrag van jonge kinderen. Ook betrokken partners zoals de GGD en medewerkers Puzzelgroep geven dit signaal af. Daardoor zijn er langere wachtlijsten ontstaan voor peuterdiagnostiek- en behandelgroepen. Kinderen hebben tijd en continuïteit op hun groep gemist door corona Lock downs en quarantaines en daarmee ontwikkelingskansen gemist. Huisbezoeken door de GGD en Pulse in kader van de voorschoolse educatie konden alleen in zeer dringende gevallen doorgang vinden. Er lijkt ook minder aan de bel getrokken door pedagogisch medewerkers. Ook is er een toename te zien van hulpvragen voor kinderen in groepen 1, 2 en 3.
Signalen vanuit scholen dat kinderen die niet mee kunnen komen in de klas, kinderen waar al eerder naar gekeken had moeten worden.
4
2.5 Wensen en ideeën t.a.v. inzet gemeente IJsselstein In de gesprekken met scholen en voorschoolse partners zijn ideeën en wensen opgehaald ten aanzien van de inzet van het gemeentelijk budget NPO. Hieronder een weergave.
2.5.1. Primair onderwijs De wensen van de scholen ten aanzien van besteding gemeentelijk NPO budget zijn vooral gericht op het snijvlak onderwijs en zorg. Genoemd worden onder andere: het verbeteren van de zorgstructuur in de voorschoolse periode, de doorgaande lijn voorschool/po, de pilot OZA, de inzet van schoolmaatschappelijk werk, het vergroten van ouderbetrokkenheid en educatief ouderschap en het taalonderwijs/taalklas aan nieuwkomers én aan andere leerlingen met taalachterstand.
2.5.2. Voortgezet onderwijs Wensen/ideeën van scholen ten aanzien van de gemeentelijke inzet voor NPO zijn: ondersteuning in preventie, het verstevigen van de relatie sociale teams/jeugdteams en scholen, inzet van programma’s om specifieke klachten snel te kunnen signaleren, intensieve begeleiding thuiszitters opzetten, actie op wachtlijsten zorg, ondersteuning van docenten in expertise jeugdhulp en mogelijkheden voor extra werkruimtes/stilteplekken. Vanuit de Baanbreker is er wens voor extra inzet schoolmaatschappelijk werk, extra taalactiviteiten (meer verbinding tussen school en bibliotheek) en inzet van buurtsportcoaches.
2.5.3. Voorschoolse periode Omdat kinderen drukker zijn en minder goed stil kunnen zitten is het bieden van sportactiviteiten een wens van alle kinderopvangorganisaties. Er is een nieuw team van buurtsportcoaches bij de stichting Pulse en bekijk wat er vanuit dat programma aan (extra) inzet mogelijk is hun advies. Extra inzet van pedagogisch beleidsmedewerkers in de groepen kan ter ondersteuning van de pedagogisch medewerkers helpend zijn. Een andere wens is om extra aandacht te besteden aan de inzet van pedagogisch medewerkers en om samen met de scholen creatieve oplossingen te bedenken voor het personeelstekort. Zijn er slimme combinaties te maken van personeel, bijvoorbeeld een medewerker buitenschoolse opvang die ook op school werkt als onderwijsassistent. Trend die men ziet is dat pedagogisch medewerkers kinderopvang doorstromen naar het onderwijs.
2.5.4. Jeugdteam gemeente IJsselstein De medewerkers van het jeugdteam denken dat psychische problemen bij jongeren eerder gesignaleerd kunnen worden door leerkrachten en ouders. Zeker nu in deze tijd waarin jongeren minder structuur en buitenschoolse activiteiten hebben is het extra belangrijk om tijdig te signaleren als het niet goed gaat met een jongere. Extra inzet op psycho-educatie is zeer wenselijk. Dit kan op scholen in het primair en voortgezet onderwijs. Ook het informeren en betrekken van ouders is belangrijk om vroegtijdig signalen op te pakken. Tot slot kan extra inzet van jongerenwerkers en buursportcoaches bijdragen tot het in contact komen met jongeren.
2.6. Interventies NPO gemeente IJsselstein Op basis van opgehaalde signalen en ideeën hebben we een viertal actielijnen opgesteld. Binnen deze actielijnen wordt in samenwerking met de scholen en andere partners bekeken welke specifieke interventies en/of programma’s worden ingezet. Het uitgangspunt is aanvullend op wat scholen doen en overkoepelend waar mogelijk (om te veel versnippering te voorkomen).
5
Actielijn 1: versterken zorgstructuur in en om de school Een deel van de leerlingen in IJsselstein kamp met sociaal-emotionele problemen. Als gevolg van corona is de problematiek toegenomen en is ook het percentage leerlingen met sociaal-emotionele problematiek gestegen. Ook is het aantal thuiszitters in het voortgezet onderwijs toegenomen alsmede het aantal leerlingen dat dreigt uit te vallen. We zetten budget in voor: 1. Extra ondersteuning van scholen in preventie Thuiszitters op het voortgezet onderwijs. Dit is een regionale inzet waar alle scholen die bij het samenwerkingsverband VO zijn aangesloten gebruik van kunnen maken. Omdat het aantal thuiszitters en potentiële thuiszitters het afgelopen jaar is toegenomen is uitbreiding van inzet hierop nodig. In dit aanbod wordt een medewerker van Zien in de Klas, die expertise heeft en bekend is bij de methode van het Thuiszittersteam (TZT) voor twee dagdelen per week ingezet op scholen. Ze wordt ingezet op twee thema’s: - Actieve inmenging bij startende casussen en inschakelen mogelijkheden voorliggend veld; - Deskundigheidsbevordering binnen scholen door leerkrachten te coachen om daarmee preventie en vroeg-signalering van uitval te verstevigen; Dit aanbod is aanvullend op het aanbod vanuit het thuiszittersteam en het initiatief Sterk van het Calscollege.
Op deze manier kan in een vroeg stadium intensieve specialistische kennis op het gebied van thuiszitters worden ingezet en kunnen leerkrachten op een laagdrempelige manier advies vragen. 2. Project Sterk van het Calscollege; dit project richt zich op de begeleiding/ondersteuning van thuiszitters of leerlingen die dreigen uit te vallen. Het project is al gestart op het Calscollege in IJsselstein en Nieuwegein. Bedoeling is dat ook leerlingen van andere scholen er gebruik van kunnen maken. De gemeente Nieuwegein gaat een Business Case uitvoeren om de effectiviteit van het project Sterk te onderzoeken. IJsselstein overweegt om hierbij aan te sluiten. 3. Aanbod van groepsprogramma’s uitgevoerd door de GGD die bedoeld zijn om het mentaal welzijn van jeugdigen te vergroten; 4. Webinar over prestatiedruk voor ouders van pubers uitgevoerd door Santé en GGD (gezamenlijke inzet met gemeenten Houten en Nieuwegein). 5. Extra uren/formatie schoolmaatschappelijk werk op de Baanbreker en op Cals. 6. Extra capaciteit praktijkondersteuner jeugd bij huisartsen (poh-er) om laagdrempelig lichte ondersteuning te bieden aan jongeren en als overbruggingszorg voor jeugdigen die op de wachtlijst staan voor GGZ hulp. 7. Het verder versterken van de doorgaande lijn van primair naar voortgezet onderwijs en van voortgezet onderwijs naar MBO/VWO/HAVO.
De omstandigheden als gevolg van de coronamaatregelen hebben de afstand tussen PO en VO vergroot. Er zijn meer leerlingen die met leerachterstand het VO in komen en de scholen hebben minder mogelijkheden voor overleg en oriëntatie. Er wordt een projectleider/coördinator schoolloopbanen aangesteld voor 640 uur per jaar. Dit is een regionale inzet waarbij de schoolbesturen en het samenwerkingsverband het grootste deel van de kosten voor hun rekening nemen. De gemeenten wordt een bijdrage in de opstartkosten gevraagd van € 20.000 regionaal. 8. Bekendheid geven aan de online interventie ‘Grip op je dip’ van het Trimbos instituut. Jongeren kunnen online deelnemen aan een chatcursus in onlinebijeenkomsten die geleid worden door GGZ-instelling of mailen met een behandelaar van GGZ instelling. ‘Grip op je dip’ is een preventieve evidence-based interventie die sinds 2014 wordt aangeboden. Jongeren kunnen gratis deelnemen.
6
Actielijn 2: versterken zorgstructuur in de voorschoolse periode voor kinderen met een VEindicatie Ook in de voorschoolse periode hebben kinderen te maken gekregen met de gevolgen van de coronamaatregelen. Zij konden een tijd niet naar de kinderopvang en/of naar buitenschoolse activiteiten. Met name voor kinderen waarbij het risico op achterstanden het grootst is. We bieden deze jonge kinderen extra ondersteuning door: 1. Het tijdelijk uitbreiden van formatie van jeugdverpleegkundige bij de GGD en/of het tijdelijk aantrekken van een extra pedagogisch coach bij de stichting Pulse. Deze extra inzet is voor: o Het oppakken van hulpvragen rondom ontwikkeling en gedrag van peuters en kleuters: vraagverheldering middels huisbezoek en observatie op de groep, verslaglegging hiervan en deze informatie inbrengen in een Vroeghulp bespreking met JGZ en Jeugdteam, waarna ouders adviezen krijgen en opties voor diagnostiek en hulp (verwijzing door jeugdarts in afstemming met Jeugdteam). o Zorg coördinatie en ouderbegeleiding, voor hulpvragen waar de regie (nog) niet bij het jeugdteam ligt (dat betreft de meerderheid van de hulpvragen rondom jonge kinderen). o Coaching van pedagogisch medewerkers van voorscholen. N.a.v. hulpvragen maar ook algemene deskundigheidsbevordering – weten wat signalen zijn van ontwikkelingsproblemen en deze tijdig te bespreken/naar voren te brengen. 2.
Extra inzet van jeugdverpleegkundige en/of jeugdarts voor opvoedondersteuning ouders. 3. Inzet van jeugdarts GGD voor tijdelijk extra consulten.
Actielijn 3: impuls taalontwikkeling in de voorschoolse periode en het primair onderwijs Door de coronamaatregelen hebben jonge kinderen het taalonderwijs in de voorschoolse periode moeten missen. Voor de kinderen met een verhoogd risico op taalachterstanden bijvoorbeeld peuters met een VE-indicatie heeft dit geleid tot extra vertraging in hun taalontwikkeling. Ook in het primair onderwijs heeft dit voor een aantal leerlingen tot achterstand in taalontwikkelng geleid. We gaan de komende periode extra inzetten op: 1. Taalactiviteiten voor jonge kinderen en hun ouders aangeboden door de bibliotheek Lek & IJssel. Voorscholen en kinderopvang kunnen een keuze maken uit het aanbod van de bibliotheek te weten: a. Extra voorleessessie op de groep b. LogeerBieb (gezinsaanpak) c. Taal & Tablets (programma van 20 weken) d. Bijeenkomsten voor ouders over taalontwikkeling en verrijking van leesomgeving thuis. 2. VoorleesExpress programma voor gezinnen met kinderen in leeftijd van 2 tot 8 jaar. Er komt 20 weken lang een getrainde vrijwilliger thuis om ouders te informeren en te ondersteunen bij taalactiviteiten met hun kind(eren). Ook worden ouders en kinderen bekend gemaakt met de bibliotheek en krijgen zij een lidmaatschapspas. 3. De inzet van een leesmediaconsulent van de bibliotheek op scholen primair onderwijs.
Deze consulent traint leerkrachten op het gebied van leesbevordering, digitale vaardigheden, anders lezen, meertaligheid en het vergroten van ouderbetrokkenheid. Scholen kunnen gebruik maken van dit aanbod. 4. Concept Bibliotheek op School (dBoS). Scholen die belangstelling kunnen een eigen leesaanbod/bibliotheek inrichten op school en worden daarbij ondersteund door de bibliotheek Lek & IJssel. Onderdeel van het concept is dat een van de leerkrachten wordt opgeleid tot leescoördinator. Aangezien de NPO middelen eenmalig en tijdelijk zijn moeten 7
scholen bereid zijn om tijdens en na afloop van de NPO periode (vanaf schooljaar 2023-2024) zelf budget in te zetten. Scholen kunnen met deze inzet een goede basis leggen voor een kwalitatief goed leesaanbod op de school (werken aan het inhalen van taalachterstanden en aan het voorkomen van taalachterstanden). 5. Extra taalondersteuning voor nieuwkomers in het primair onderwijs aanvullend op wat scholen zelf inzetten in het kader van het NPO. Samen met partners van de scholen, van het Taalatelier en van het jeugdteam wordt bekeken wat nodig is voor deze groep kinderen.
Actielijn 4: impuls aan brede ontwikkeling van kinderen in voorschoolse periode en in het primair en voortgezet onderwijs Tijdens de coronapandemie zijn kinderen en jongeren beperkt in het sociale activiteiten. Ook hebben we van leerkrachten en medewerkers kinderopvang gehoord dat kinderen uit balans zijn en moeite hebben met concentratie en het stil zitten in de groep/klas. Al met al genoeg reden om een extra impuls geven aan sportactiviteiten en buitenschoolse activiteiten. We betrekken hierbij onze lokale partners van het jongerenwerk, de buurtsportcoaches en buitenschoolse opvang. We zetten (extra) in op: 1. Beweegmomenten in de voorscholen en de reguliere kinderopvang door buurtsportcoaches van de stichting Pulse. De buurtsportcoaches komen 3 dagdelen op de groep en geven de pedagogisch medewerkers handvatten en instructie hoe ze peuters meer kunnen laten bewegen op vaste momenten tijdens de dag. 2. Nijntje beweegdiploma, een project van 20 weken waarin peuters op een speelse manier hun motorische vaardigheden verbeteren. Dit programma wordt uitgevoerd door de buurtsportcoaches van de stichting Pulse. 3. Junior Pleinmaster, een programma waarin kinderen van de groepen 7 en 8 worden ‘opgeleid’ om jongere kinderen tot beweging te stimuleren op het schoolplein en ‘conflicten’ op te lossen. Scholen kunnen gebruik maken van dit aanbod van de stichting Pulse. 4.
Naschoolse beweegaanbod: kinderen die niet sporten bij een vereniging kunnen 1x per week na schooltijd sporten onder leiding van een buurtsportcoach. Samenwerking tussen scholen en buitenschoolse opvang. 5. Ondersteuning van leerkrachten bij het geven van gymlessen. Leerkrachten krijgen handvatten om een gevarieerde gymles te geven. 6. Heroes of the Crijff Court, een programma wordt aangeboden in het voortgezet onderwijs. Jongeren krijgen de kans om hun talenten te ontdekken door het organiseren van evenementen voor jongeren in hun wijk. Zo zijn ze als het ware een ambassadeur voor hun eigen wijk of school. Duur van het programma is 8 weken en eindigt met een evenement. 7. Talent4you, jongerenwerkers gaan gedurende vier weken samen met de jongere onderzoeken waar zijn of haar talent ligt en vervolgens aan de slag. Allerlei activiteiten zijn mogelijk, bijvoorbeeld schilderen, fotograferen, het maken van een blog, koken, dansen. Na afloop geven de jongeren een optreden voor (groot)ouders.
2.7. Financiën Per actielijn zijn de interventies beschreven en is een kostenraming weergegeven (zie bijlage 1: schematisch overzicht). Omdat het op dit moment nog niet duidelijk is welke interventie op welke school ingezet gaat worden is het niet mogelijk een definitieve begroting van de kosten te maken. We gaan bij de interventies die een keuzemenu betreffen uit van een gemiddelde per
8
school/voorschool. Een definitieve begroting wordt opgesteld als we weten welke keuzes zijn gemaakt onder de genoemde actielijnen. Alle interventies kunnen worden uitgevoerd binnen het totaalbudget van de toegekende middelen (€ 518.952). Bij elke jaarrekening verantwoordt de gemeente de uitgaven via de Single informatie, single audit-systematiek (SiSa) op basis van de doelen van de uitkering. De jaarrekening over 2023 dan wel over 2024 van de gemeente is de eindverantwoording van deze specifieke uitkering. Aan de hand van die verantwoordingsinformatie bij de jaarrekening over 2023 dan wel over 2024 van de gemeente zal DUO in naam van de Minister vaststellen of de uitkering is besteed voor hetgeen deze is verstrekt en de uitkering vaststellen. In december 2021 heeft de gemeente een definitieve beschikking ontvangen. In 2021 zijn er nog geen uitgaven gedaan uit de NPO-middelen.
2.8. Verwachte resultaten De interventies binnen de vier bovengenoemde actielijnen sluiten aan op signalen die de gemeente vanuit het onderwijs en vanuit de voorschoolse organisaties heeft ontvangen. Het resultaat is erop gericht om de negatieve effecten van de coronacrisis die peuters en leerlingen in IJsselstein hebben ondervonden weg te nemen en/of te verkleinen. We hebben het dan bijvoorbeeld over taal- en ontwikkelingsachterstanden, psychische problemen en eenzaamheid. Waarbij we opmerken dat niet iedere peuter of leerling in IJsselstein in dezelfde mate negatieve effecten heeft ondervonden van de coronacrisis. De interventies die de gemeente inzet zijn voor het merendeel gericht op de groep kwetsbare kinderen (bijvoorbeeld doelgroeppeuters of thuiszitters). De interventies onder de actielijn vier zijn gericht op een bredere doelgroep, bijvoorbeeld voor alle leerlingen in het basisonderwijs (inzet buurtsportcoach). De uitvoering van het plan wordt gemonitord op uitvoering en op de resultaten. Hiervoor wordt een plan opgesteld samen met de uitvoerende partijen. In het plan wordt per actielijn en interventie aangegeven wat het te verwachten resultaat is en hoe we dit gaan meten.
2.9.
Projectstructuur
Dit plan voor besteding van gemeentelijk NPO-middelen is in gezamenlijkheid met het onderwijs (schoolbesturen, samenwerkingsverband) en voorschoolse partners opgesteld. Er is (nog) geen afzonderlijke werkgroep NPO ingesteld. Het concept plan is besproken in het LEA en met de partners van de voorschoolse voorzieningen. Intern is het plan afgestemd met de beleidsmedewerkers van de beleidsterreinen jeugdhulp, sport en gezondheid. De beleidsmedewerker onderwijs is ambtelijk trekker. De gemeente IJsselstein krijgt vanuit het landelijke ondersteuningsprogramma ‘NPO voor kleine gemeenten’ ondersteuning vanuit de DSP-groep. De opdracht voor de DSP-groep is gericht op het borgen van de interventies na afloop van de bestedingsperiode en daarbij aan te sluiten op een belangrijke opgave binnen de Lokaal Educatieve Agenda.
2.10. Procesplanning Nadat dit plan van aanpak door het college is vastgesteld wordt een uitvoeringsplan opgesteld. Daarna kan een start worden gemaakt met de uitwerking van de eerste interventies. Een aantal uitvoerende partijen zijn vooraf geïnformeerd en hebben aangegeven op korte termijn te kunnen starten. Bij andere interventies gaat het om uitbreiding van formatie en moeten extra medewerkers worden geworven. Dat vraagt meer voorbereidingstijd. Het plan kan tussentijds op onderdelen worden aangepast wanneer blijkt dat bepaalde interventies toch niet uitvoerbaar blijken of dat juist andere interventies nodig zijn. Dit vraagt goede tussentijdse 9
monitoring en evaluatie van het plan. Gedurende het proces worden afspraken gemaakt over structurele inbedding van de interventie. De planning ziet er als volgt uit: Februari 2022 o Bespreken concept plan in LEA; o Bespreken conceptplan met voorschoolse partners; Maart 2022 o Besluitvorming door het college; o Informeren van de raad; o Opstellen uitvoeringsplan; Maart/april 2022 o Maken van afspraken met uitvoerende partijen; o Starten met uitvoering van interventies onder de vier actielijnen o Definitieve begroting NPO opstellen. Oktober/november 2022 o Tussenevaluatie met betrokken partners (o.a. in LEA); o College informeren stand van zaken uitvoering. September 2023 o eindevaluatie na einde looptijd NPO.1 Voorjaar 2024 o Eindafrekening/Financiële verantwoording aan Rijk
1
Landelijk wordt nog een besluit genomen over het al dan niet verlengen van de looptijd NPO. Einde looptijd is nu juli 2023.
10
Bijlage 1: schematisch overzicht interventies.
Actielijn 1 Versterken zorgstructuur in en om de school voor primair en voortgezet onderwijs
Inzet (activiteit/project/ 1A
1B
1C
1D 1E 1F 1G
1H
1I 1J
Extra ondersteuning van scholen in preventie Thuiszitters op het voortgezet onderwijs via het samenwerkingsverband. Dit is een regionale inzet waar alle scholen die bij het samenwerkingsverband VO zijn aangesloten gebruik van kunnen maken. In dit aanbod wordt een medewerker van Zien in de Klas, die expertise heeft en bekend is bij de methode van het Thuiszittersteam (TZT) voor twee dagdelen per week ingezet op scholen. Op deze manier kan in een vroeg stadium intensieve specialistische kennis op het gebied van thuiszitters worden ingezet en kunnen leerkrachten op een laagdrempelige manier advies vragen. Project Sterk van het Calscollege (IJsselstein en Nieuwegein) ten behoeve van thuiszittersaanpak. Het Calscollege heeft een projectleider en psychologen aangetrokken om dit project uit te voeren. De gemeente Nieuwegein gaat een Business Case uitvoeren om de effectiviteit van het project Sterk te onderzoeken. IJsselstein kan hierbij aansluiten. Aanbod van groepsprogramma’s uitgevoerd door de GGD die bedoeld zijn om het mentaal welzijn van jeugdigen te vergroten: o Welbevinden op school voor primair en voortgezet onderwijs o Je Brein de Baas: o Extra inzet jeugdverpleegkundige op school o M@ZL op het primair onderwijs is een methodiek om schoolverzuim tegen te gaan, waarbij de school, leerplichtambtenaren en jeugdartsen samenwerken.
Extra uren/formatie schoolmaatschappelijk werk op de Baanbreker Extra capaciteit schoolmaatschappelijk werk op andere VO school? Webinar over prestatiedruk voor ouders van pubers uitgevoerd door Santé en GGD (gezamenlijke inzet met gemeenten Houten en Nieuwegein). Regionale inzet op de aansluiting tussen primair en voortgezet onderwijs en op de aansluiting tussen voortgezet onderwijs en MBO/VWO/HAVO. Er wordt een coördinator/projectleider schoolloopbanen Zuid Utrecht (640 uur (0,4 fte) op jaarbasis) aangesteld verantwoordelijk voor: verbeteraanpak, documenten die de POVO-procedure ondersteunen, regionale afstemming over aanmeldprocedure, organisatie POVO middag, organisatie ondersteunende activiteiten om de warme overdracht te bestendigen, opzetten activiteiten om de samenwerking PO/VO te verstevigen, deelname aan de kerngroep van de Overstap, organisatie van bijeenkomsten voor decanen VO en informatie op de website. De schoolbesturen en het samenwerkingsverband VO betalen het grootste deel van de kosten. Aan gemeenten wordt een bijdrage in opstartkosten gevraagd. Extra inzet Praktijkondersteuner Jeugd bij huisartsen voor laagdrempelige en lichte ondersteuning van jeugdigen en als overbruggingszorg voor jeugdigen die op de wachtlijst staan voor GGZ hulp.
Extra inzet medewerker jeugdteam op scholen om leerkrachten te adviseren en te ondersteunen en vroegtijdig in te spelen op signalen. Bekendheid geven aan de online interventie ‘Grip op je dip’ van het Trimbos instituut. Jongeren kunnen online deelnemen aan een chatcursus in onlinebijeenkomsten die geleid worden door GGZ-instelling of mailen met een behandelaar van GGZ instelling. ‘Grip op je dip’ is een preventieve evidence-based interventie die sinds 2014 wordt aangeboden. Jongeren kunnen gratis deelnemen.
11
2. Versterken zorgstructuur in de voorschoolse periode voor kinderen met een VE-indicatie
2A
2B
2C 3. Impuls taalontwikkeling in de voorschoolse periode en het primair onderwijs
Het tijdelijk uitbreiden van formatie van jeugdverpleegkundige bij de GGD en/of het tijdelijk aantrekken van een extra pedagogisch coach bij de stichting Pulse. Deze extra inzet is voor: o Het oppakken van hulpvragen rondom ontwikkeling en gedrag van peuters en kleuters: vraagverheldering middels huisbezoek en observatie op de groep, verslaglegging hiervan en deze informatie inbrengen in een Vroeghulp bespreking met JGZ en Jeugdteam, waarna ouders adviezen krijgen en opties voor diagnostiek en hulp (verwijzing door jeugdarts in afstemming met Jeugdteam). o Zorg coördinatie en ouderbegeleiding, voor hulpvragen waar de regie (nog) niet bij het jeugdteam ligt (dat betreft de meerderheid van de hulpvragen rondom jonge kinderen). o Coaching van pedagogisch medewerkers van voorscholen. N.a.v. hulpvragen maar ook algemene deskundigheidsbevordering – weten wat signalen zijn van ontwikkelingsproblemen en deze tijdig te bespreken. Extra inzet van jeugdverpleegkundige voor opvoedondersteuning ouders in de vorm van een extra opvoedspreekuur of videohome training. Het ondersteunen van kinderen en jongeren in kwetsbare situaties zit in het basispakket JGZ, maar door de coronamaatregelen is er meer behoefte vanuit ouders aan ondersteuning.
Dit betreft een tijdelijke, extra inzet, gericht op zo snel mogelijk de juist ondersteuning te bieden, in afstemming met school, kinderopvang of jeugdteam. Extra inzet van jeugdarts GGD voor extra consulten
3A
Taalactiviteiten voor jonge kinderen en hun ouders aangeboden door de bibliotheek Lek & IJssel. Voorscholen en kinderopvang kunnen een keuze maken uit het aanbod van de bibliotheek te weten: e. Extra voorleessessie op de groep f. LogeerBieb (gezinsaanpak) g. Taal & Tablets (programma van 20 weken) h. Bijeenkomsten voor ouders over taalontwikkeling en verrijking van leesomgeving thuis.
3B
VoorleesExpress programma voor gezinnen met kinderen in leeftijd van 2 tot 8 jaar. Er komt 20 weken lang een getrainde vrijwilliger thuis om ouders te informeren en te ondersteunen bij taalactiviteiten met hun kind(eren). Ook worden ouders en kinderen bekend gemaakt met de bibliotheek en krijgen zij een lidmaatschapspas. De inzet van een leesmediaconsulent van de bibliotheek op scholen primair onderwijs. Deze consulent traint leerkrachten op het gebied van leesbevordering, digitale vaardigheden, anders lezen, meertaligheid en het vergroten van ouderbetrokkenheid. Scholen kunnen gebruik maken van dit aanbod. Concept Bibliotheek op School (dBoS). Scholen die belangstelling kunnen een eigen leesaanbod/bibliotheek inrichten op school en worden daarbij ondersteund door de bibliotheek Lek & IJssel. Onderdeel van het concept is dat een van de leerkrachten wordt opgeleid tot leescoördinator. Aangezien de NPO middelen eenmalig en tijdelijk zijn moeten scholen bereid zijn om ook zelf budget in te zetten. Scholen kunnen met deze inzet een goede basis leggen voor een kwalitatief goed leesaanbod op de school (werken aan het inhalen van taalachterstanden en aan het voorkomen van taalachterstanden). Extra taalondersteuning voor nieuwkomers in het primair onderwijs aanvullend op wat scholen inzetten in het kader van NPO.
Samen met de partners van de scholen, van het Taalatelier en van het jeugdteam wordt bekeken wat nodig is voor deze groep kinderen.
3C
3D
3E
12
4. Impuls aan brede ontwikkeling van kinderen in voorschoolse periode en in het primair en voortgezet onderwijs
4A
Beweegmomenten in de voorscholen en de reguliere kinderopvang door buurtsportcoaches van de stichting Pulse. De buurtsportcoaches komen 3 dagdelen op de groep en geven de pedagogisch medewerkers handvatten en instructie hoe ze peuters meer kunnen laten bewegen op vaste momenten tijdens de dag.
4B
Nijntje beweegdiploma, een project van 20 weken waarin peuters op een speelse manier hun motorische vaardigheden verbeteren. Dit programma wordt uitgevoerd door de buurtsportcoaches van de stichting Pulse. Junior Pleinmaster, een programma waarin kinderen van de groepen 7 en 8 worden ‘opgeleid’ om jongere kinderen tot beweging te stimuleren op het schoolplein en ‘conflicten’ op te lossen. Scholen kunnen gebruik maken van dit aanbod van de stichting Pulse. Naschoolse beweegaanbod: kinderen in het primair onderwijs kunnen 1x per week na schooltijd sporten onder leiding van een buurtsportcoach. Samenwerking tussen scholen en buitenschoolse opvang. Ondersteuning van leerkrachten bij het geven van gymlessen. Leerkrachten krijgen handvatten om een gevarieerde gymles te geven. Uitvoering door buurtsportcoach van stichting Pulse. Heroes of the Crijff Court, een programma wordt aangeboden in het voortgezet onderwijs. Jongeren krijgen de kans om hun talenten te ontdekken door het organiseren van evenementen voor jongeren in hun wijk. Zo zijn ze als het ware een ambassadeur voor hun eigen wijk of school. Duur van het programma is 8 weken dat wordt afgesloten met een evenement. Talent4you, jongerenwerkers gaan gedurende vier weken samen met de jongere onderzoeken waar zijn of haar talent ligt en vervolgens aan de slag.
Allerlei activiteiten zijn mogelijk, bijvoorbeeld schilderen, fotograferen, het maken van een blog, koken, dansen. Na afloop geven de jongeren een optreden voor (groot)ouders.
4C
4D
4E
4F
4G
5. Ambtelijke inzet
5A
Voor het opstellen van het gemeentelijk NPO plan, uitrollen van projecten/activiteiten en het monitoren en eindevaluatie
6. Overige
6A
Bijvoorbeeld (start) bijeenkomsten.
13
Bijlage 2. Aanvullende landelijke regelingen VE-kinderen Door de corona-maatregelen hebben kinderen met een risico op een onderwijsachterstand het afgelopen jaar veel minder voorschoolse educatie gekregen en zijn er minder kinderen geïndiceerd doordat bezoeken aan het consultatiebureau niet zijn doorgegaan. Daarom wordt het inhaal- en ondersteuningsprogramma VE verlengd, zodat de kinderen de opgelopen vertragingen gedurende de vakanties (vanaf de zomervakantie) in 2021 kunnen inlopen. De kinderen stromen dan met kleinere achterstanden het basisonderwijs in, zodat ze daar een kleinere achterstand hoeven in te halen. Daarnaast zal er in het keuzemenu effectieve interventies aandacht zijn voor de overgang van de voorschool naar de basisschool en hoe de grotere achterstanden in groep 1 opgevangen kunnen worden.
Extra bekostiging nieuwkomers Voor alle nieuwkomers in het po en vo worden de aanvullende nieuwkomersbekostiging van 1 of 2 jaar naar maximaal 4 jaar verlengd. Zij hebben door corona éxtra vertraging opgelopen. Hierbij valt voor het po het onderscheid tussen asielkinderen en overige nieuwkomers weg, aangezien zij in de praktijk met dezelfde problematiek worstelen. Door de bekostiging te verlengen naar maximaal 4 jaar worden internationale schakelklassen, nieuwkomersscholen en reguliere scholen financieel in staat gesteld om nieuwkomersleerlingen goed op te vangen en de benodigde extra ondersteuning te bieden. Daarbij wordt ook extra ondersteuning geboden aan het veld.
Aanpak middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs Naast het plan voor het funderend onderwijs is er ook een herstelprogramma voor het mbo en hbo opgesteld met doel om opgelopen achterstanden en vertragingen aan te pakken. Het kabinet heeft het afgelopen jaar al voor in totaal € 0,7 miljard aan steunmaatregelen in mbo en ho doorgevoerd voor onderwijsinstellingen, studenten, gemeenten en het bedrijfsleven. Uitvoering van deze maatregelen is nog gaande. Aanvullende maatregelen zijn echter nodig.
14