7.1 Oogst Kaderstellend Raadsdebat over Nullijn 2022
Tekst van het document
OOGST KADERSTELLEND RAADSDEBAT 13 OKTOBER 2021 over NULLIJN 2022 Algemeen Dit jaar vond het Kaderstellende Raadsdebat fysiek plaats. Met de geldende coronamaatregelen was het zowel plenair als in de deeltafels goed mogelijk om het gesprek met elkaar te voeren. Levendige gesprekken met actieve gesprekspartners bevestigen de behoefte bij raadsleden en bestuur en het nut van om op deze manier betrokken te worden bij de actuele ontwikkelingen bij WIL. Raadsleden en bestuur pakken gezamenlijk de uitdagingen op en de urgentie van het maken van keuzes is aanwezig. WIL is van ons allemaal en wij zijn allemaal van WIL. Net als vorig jaar vinden raadsleden het Kaderstellende Raadsdebat een prettige manier om in een vroeg stadium betrokken te worden bij de voorbereiding van de actualisatie van de Begroting 2022. Met het informatieboekje zijn de raadsleden dit jaar vooraf uitvoerig geïnformeerd. Omdat vorig jaar een deel van de raadsleden feiten, cijfers, scenario’s en concrete invulling miste, is hier dit jaar in de voorbereiding uitgebreider aandacht aan besteed. De raadsleden is gevraagd het bestuur van WIL op hoofdlijnen mee te geven welke prioriteiten bij de besluitvorming gehanteerd zouden moeten worden.
Tijdens het plenaire gedeelte is, als aftrap voor de tafelgesprekken, in een presentatie op hoofdlijnen geschetst welke ontwikkelingen en bijbehorende dillema’s en uitdagingen uit de ontwikkelingen volgen. Hierbij is tevens aangegeven over welk onderwerpen het bestuur in ieder geval graag het gesprek met de raad wilde voeren. Deze reflectie op het KRD is niet een letterlijk verslag. Wij realiseren ons dat alleen de hoofdlijnen weergegeven worden en niet alle individuele opinies zijn opgenomen. Ook zijn we ons ervan bewust dat er soms tegengestelde geluiden waren per gesprekstafel en per gemeente, waarbij onder andere de financiële ruimte per gemeente mede bepaalt waar de accenten worden gelegd. We geven hier de grootste gemene delers weer met daarbij ook aandacht voor de andere geluiden die gehoord zijn. In zijn algemeenheid is duidelijk dat, net als vorig jaar, preventie een belangrijk element moet zijn bij de inzet van WIL. Daarnaast worden ook belangrijke elementen als maatschappelijke waarde, maatwerk op klantniveau en het binnen de (wettelijke) afhandelingstermijnen blijven. De volgende Kaderstellende noties zijn op hoofdlijnen opgehaald. Nullijn, tenzij .. De algemene lijn is dat de Nullijn 2021 qua inhoud, financiën en dienstverlening ook in 2022 het uitgangspunt is.
Op grote lijnen is er wel draagvlak om het bestuur (beperkte) ruimte te geven de Nullijn op onderdelen los te laten. Terughoudendheid is hierbij wel op zijn plaats. Maar op basis van inhoudelijke, kwantitatieve argumenten kan er ruimte zijn om toch de dienstverlening ruimer in te richten. De mate waarin de Nullijn losgelaten kan/moet worden is wel onderwerp van gesprek. Raadsleden uit de gemeenten waar de financiële ruimte beperkt is, benoemen echter ook nut en/of noodzaak om de Nullijn op onderdelen los te kunnen laten. Wel is het wenselijk om het niet alleen naar de noodzaak te kijken per uitzondering te kijken, maar ook het totaal aan uitzonderingen in balans te brengen. Hiermee kan het nodig zijn om tot prioritering over te gaan. Dit om rekening te houden met de beperkte financiële middelen die beschikbaar te zijn. Voor een deel van de aanwezigen hangt prioritering dan wel het loslaten van de Nullijn samen met de maatschappelijke effecten die worden bereikt, ook op de langere termijn. Laat niet alleen de euro’s leidend zijn, maar ook de maatschappelijke effecten, wordt het bestuur van WIL meegegeven. Anderzijds blijft de wens om ook de effecten in euro’s in beeld te brengen bij keuzes. Om de impact van extra inzet te kunnen beoordelen is waar mogelijk het effect van besparingen of het voorkomen van uitgaven gewenst.
Dit om een afweging tussen maatschappelijke effecten en de financiële inzet te kunnen afwegen.
1
Meebewegen met de conjunctuur Net als vorig jaar is er onzekerheid over de consequenties van de coronacrisis voor het volume van het klantenbestand. Voor 2022 verwachten we dat wellicht sprake zal zijn van een toename van het aantal klanten als de coronacrisis aanhoudt, maar dat de toename beperkter zal zijn dan wij vorig jaar dachten. Dit beeld wordt gedeeld . Er is draagvlak om ook in 2022 het crisisregime in eerste instantie in te zetten om eventuele volumetoename (de eerste 10 -15%) op te vangen en voorlopig uit te gaan van een gelijkblijvend bestandsvolume. Kwantiteit is dus niet primair een argument om een uitzondering op de Nullijn toe te staan. De wereld verandert, in hoeverre moet WIL daar in mee? De raadsleden herkennen dat de wereld om WIL heen (nog steeds) verandert, onder andere op het gebied van de zelfredzaamheid die minder is dan ingeschat bij de start van het sociaal domein. Het rapport van de WRR[1] wordt ook aan de tafels aangehaald. Wenselijk is dat WIL meebeweegt met deze veranderingen, zowel in klantbenadering als in haar dienstverlening. Voor WIL is vooralsnog geen voortrekkersrol hierin weggelegd bij het integraal, of sociaal domein breed, oppakken. De reden hierachter is dat het een ontwikkeling betreft die juist breed binnen het sociaal domein opgepakt moet worden. Met de gemeente als regisseur.
Aan alle tafels is ook gesproken over de wenselijkheid om, naast de doelgroep jongeren, ook nog andere groepen aan te wijzen voor specifiek doelgroepenbeleid. Er is weinig draagvlak voor nieuwe doelgroepen omdat waar nodig met maatwerk de dienstverlening op klantniveau voldoende specifiek is te leveren. Doelgroepenbeleid is alleen te overwegen als dit voor de mensen zelf meerwaarde heeft. Tegelijkertijd geven raadsleden aan dat het van belang is dat doelgroepenbeleid niet stigmatiserend gaat werken. Daarom is terughoudendheid bij het benoemen van nieuwe doelgroepen wenselijk. Maatwerk moet dus de primaire insteek zijn. Handhaving: terug naar de basis Handhaving is een belangrijk onderdeel van het takenpakket van WIL, niet alleen uit het oogpunt van schadelastbeperking (curatief en preventief), maar ook vanuit de leefwereld van klanten geredeneerd om bijvoorbeeld terugvordering en schulden te voorkomen. Deze insteek wordt nogmaals onderschreven. Werk preventief door goed te informeren en duidelijk te zijn vanaf het begin. Zorg daarnaast dat onrechtmatige situaties niet te lang voorduren om te hoge terugvorderingen te voorkomen. En lever ook bij terugvorderingen en incasso maatwerk; aldus de aanwezige raadsleden.
Met de prestaties en inzet hierbij in het achterhoofd leidt dit tot de breed gedeelde notie dat er in 2022 niet nog een jaar de ruimte is om handhaving een tandje minder te doen. Juist ook vanuit de leefwereld is het van belang dat signalen allemaal worden opgepakt om het onnodig oplaten lopen van vorderingen te voorkomen. Daarom is de notie die de raadsleden tijdens het KRD afgeven dat het terugbrengen van de inzet op handhaving op het basisniveau logisch is. Een tandje minder zoals in 2021 is voor 2022 niet meer aanvaardbaar. Bijzondere Regelingen Over de ontwikkelingen bij Bijzondere Regelingen bestaan breed zorgen als er puur gekeken wordt naar de overschrijding van de afhandeltermijnen en de werkdruk ban het betrokken team. Tijdigheid is een belangrijk element. Maar ook de inzet op de leefwereld wordt hier van belang geacht, waarbij de kwalitatieve inzet belangrijk is. Tegelijk wordt gesteld dat niet voor alle aanvragen een overschrijding problematisch hoeft te zijn; de cijfers en praktijk laten dit ook zien. De KPI's vertekenen in deze dus deels. In gevallen als dreigende huisuitzettingen en broodnood is het goed dat deze aanvragen nu ook al door WIL met de vereiste spoed worden opgepakt. Als een overschrijding geen invloed heeft voor de inwoner kan dat (binnen grenzen) aanvaardbaar zijn.
Als uitgangspunt voor de doelstelling moet echter wel de wettelijke termijn worden aangehouden.
1 [1] WRR-rapport nr.97: Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid. 1997
2
Matchingsteam De formule van het matchingsteam spreekt aan doordat inwoners snel worden opgepakt richting werk en veelal met succes binnen maximaal 6 maanden weer participeren met een betaalde baan. Preventie dus; er wordt instroom in de uitkering voorkomen en onnodig extra werk van de lokale werkteams. Er wordt meegegeven dat het geen keuze moet zijn tussen re-integratie in de lokale werkteams en het matchingsteam. Dit past bij de praktijk waarin het matchingsteam als ondersteuning van de poort dient. Het matchingsteam draagt bij aan preventie door mensen een baan te bieden in plaats van een uitkering en door doorstroom naar de lokale werkteams te voorkomen. Vanuit dit oogpunt is inzet op het matchingsteam dan ook gewenst in de ogen van een groot deel van de raadsleden. Overige Vooraf is aangegeven dat WIL graag een Backoffice Werk wil inrichten. Dit onderwerp is op geen van de tafels besproken.
3