7.1 Bijlage 1-Definitieve 1ste Begrotingswijziging WIL 2021
Tekst van het document
BEGROTINGSWIJZIGING 2021
Begrotingswijziging 2021
VOORWOORD Voor u ligt de Ontwerp Begrotingswijziging 2021, vanaf nu kortweg begrotingswijziging genoemd. Deze begrotingswijziging voor het jaar 2021 komt voor het eerst in het bestaan van WIL nog voordat het jaar begonnen is. Dit is uitzonderlijk, maar niet onverwacht. Nu we de gevolgen van nieuwe wet- en regelgeving en de gevolgen van de coronacrisis voor ons klantenbestand beter kunnen inschatten, hebben we een hierop afgestemde begrotingswijziging opgesteld. Conform de wens van de raden in het kader van de zienswijze op de Begroting 2021. De insteek voor de voorliggende begrotingswijziging 2021 was en is -net als in 2020- het handhaven van de “Nullijn, tenzij ..”, zoals meegegeven door de raden in de zienswijzen op de Begroting 2021 en de aanwezige raadsleden in het Kaderstellend Raadsdebat van 7 oktober jl. Ondanks dat we heel ver hebben kunnen komen, zijn op een aantal punten de gevolgen van de nullijn voor de dienstverlening te groot en is een “tenzij..“ aan de orde. Deze ruimte werd ook meegegeven aan het bestuur, mits noodzakelijk en goed onderbouwd.
In financiele zin doet deze situatie zich voor bij de invoering van een tweetal nieuwe wetten (implementatie van de Wet Beslagvrije voet en extra regionale inzet accountmanagement vanwege de Wet Suwi), als gevolg van de Corona-crisis (voortzetting van het Matchingsteam en extra inzet van DIV als gevolg van toegenomen volumes) en de wens van de Lekstroom gemeenten om stevig op jongeren en jeugd in te zetten (wat structureel om financiering van het Jongerenloket vraagt en in 2021 extra inzet van een jobhunter). Deze tenzij’s zorgen voor een begrotingswijziging van € 575.000 waarvan een deel incidenteel (€ 330.000) en een deel structureel (€ 245.000). In inhoudelijke zin doet deze situatie zich voor op het moment dat de klantvolumes als gevolg van Corona substantieel gaan stijgen. WIL vangt de eerste 10 tot 15% van de volumetoename binnen de begroting op, zij het door de reguliere dienstverlening op onderdelen los te laten en op te schakelen naar een crisisregime. Dit crisisregime is uiteraard tijdelijk; zodra het kan wordt weer teruggeschakeld. Mocht de volumetoename in de praktijk groter worden dan de drempelwaarde die voor dit crisisregime geldt, dan kan het bestuur (trapsgewijs) besluiten tot het opplussen van de personele inzet om de dienstverlening binnen het crisisregime op crisispeil te houden.
INLEIDING Het is al een tijd duidelijk dat de situatie begin 2021 anders zal zijn dan bij de opstelling en vaststelling van de begroting werd ingeschat. Bij het vaststellen van de Kaderbrief 2021 en de Begroting 2021 was voor een groot aantal ontwikkelingen de besluitvorming nog niet afgerond. Daardoor was in de Begroting 2021 op een aantal punten een inhoudelijke en financiële vertaling nog niet mogelijk. Daarnaast werden we in maart in de volle omvang geconfronteerd met de coronacrisis die ook in 2021 nog een stevige impact zal hebben. In de Begroting 2021 hebben we dus zowel op inhoud als financiën een slag om de arm gehouden. In uw zienswijze op de Begroting 2021 heeft u hierop ook gewezen en ons verzocht samen met u tot een nadere uitwerking, aanscherping en concretisering te komen. Dat hebben wij gedaan de afgelopen periode, met de voorliggende Begrotingswijziging 2021 als resultaat. De bedrijfsomgeving van WIL is zeer sterk in beweging. Voor 2021 komen er ontwikkelingen op ons af waar wij van verwachten dat de impact fors zal zijn. In de eerste plaats zal nieuwe wet- en regelgeving geïmplementeerd moeten worden, die op onderdelen zal leiden tot volumegroei, extra taken en/of hogere regelingskosten.
In de tweede plaats verwachten we dat de effecten van de coronacrisis in 2021 nog sterker voelbaar zijn dan dit jaar, wat zich onder andere zal uiten door een stevige volumegroei, maar ook diverse organisatorische vraagstukken (thuiswerken, productiviteit, verbinding, mentale
2
Begrotingswijziging 2021
gezondheidsvraagstukken). Voor de zomer was het erg lastig om de beleidsmatige, organisatorische en financiële impact van deze ontwikkelingen scherp in te schatten; nu kunnen we dit al veel beter. Het resultaat hiervan treft u in de voorliggende Begrotingswijziging 2021 aan. In uw zienswijze op de Begroting 2021 heeft u ons meegegeven dat u het belangrijk en noodzakelijk vindt dat WIL bij de nadere uitwerking, aanscherping en concretisering van de Begroting 2021 de Nullijn als vertrekpunt hanteert. U beseft en onderkent dat er veel op WIL afkomt in 2021, tegelijk is de financiële situatie zodanig dat iedereen de tering naar de nering zal moeten zetten en WIL dus ook. Dit vraagt keuzes en het stellen van prioriteiten, als ook het aanvaarden van eventuele negatieve consequenties. Het is hierom dat wij na de zomer zowel met raadsleden (in een Kaderstellend Raadsdebat) als met ambtelijke vertegenwoordigers en bestuurders het gesprek hierover hebben gevoerd. Om aan de voorkant het gesprek hierover te voeren en uw input mee te kunnen nemen in de besluitvorming. Het resultaat hiervan treft u in de voorliggende Begrotingswijziging 2021 aan.
SAMENVATTING In deze Begrotingswijziging 2021 geven wij aan hoe wij beleidsmatig en financieel onze begroting willen aanpassen aan wat van ons gevraagd wordt. a. Op inhoud willen we onze dienstverlening en inzet zo goed en lang als mogelijk continueren. b. We verwachten evenwel een tijdelijke forse volumestijging tot wel mogelijk 25% van de huidige volumes in 2021 (=scenario rood). Wat de realiteit zal zijn weten we pas in de loop van 2021. Du moment dat de volumes echt gaan toenemen, schakelen we op diverse dienstverlenings- en bedrijfsonderdelen over op een crisisregime. Dit regime, met consequenties, ligt voor zienswijze voor in deze begrotingswijziging. c. Hierdoor zijn we in staat en flexibel genoeg om binnen de begroting en zonder financiële consequenties de eerste volumetoename op te vangen, zonder al te negatieve consequenties voor de dienstverlening aan onze klanten. We kunnen hierdoor circa 10-15% volumegroei opvangen denken we, tot een zekere ‘drempelwaarde’ per domein. Komt de volumegroei boven genoemde drempelwaarde, dan is het noodzakelijk om de inzet op te plussen. Dit zal gestaffeld worden doorgevoerd in het tempo dat hoort bij de actuele ontwikkeling, waarbij het dagelijks bestuur aan zet is om het moment van op- en afschalen (bij volumedaling) te bepalen. Deze insteek ligt eveneens in deze begrotingswijziging voor zienswijze voor.
Op dit moment is de (voorzichtige) verwachting dat we in Q3 van 2021 het punt bereiken dat opschaling noodzakelijk is. d. De implementatie en uitvoering van nieuw beleid vangen we ook zo veel als mogelijk binnen de begroting op door te herprioriteren; op onderdelen lukt dit echter niet met een begrotingswijziging als gevolg. Er zijn ook een aantal knelpunten in de basis dan wel als gevolg van de Corona crisis die meegenomen worden in deze begrotingswijziging: het continueren van het matchingsteam en het jongerenloket (Jolo) bijvoorbeeld. Financieel betekent e.e.a. een extra kostenpost van € 575.000.
LEESWIJZER Gezien de impact van alle ontwikkelingen in 2021 is de voorliggende begrotingswijziging uitgebreider dan andere jaren. Wij beginnen met een korte beschrijving van de kaderstellende noties die tijdens het Kaderstellende Raadsdebat zijn opgehaald. Dit wordt gevolgd door de prioriteiten en uitgangspunten die het bestuur heeft geformuleerd bij de keuzes die met deze begrotingswijziging gemaakt worden. Aan de hand hiervan beschrijven we daarna per programma wat de consequenties per team zijn. Hierbij geven we ook aan op welke wijze WIL de eerste volumegroei zelf op zal vangen en welke concessies daarbij horen. Zo ontstaat per programma en team een duidelijk inzicht in de consequenties en risico’s op het gebied van dienstverlening, financiën en het moment van opschalen.
3
Begrotingswijziging 2021
KADERSTELLENDE NOTIES/KADERSTELLEND RAADSDEBAT 7 OKTOBER 2020 Zoals aangegeven heeft het bestuur vanaf de start de insteek gekozen de raden/raadsleden te betrekken bij het proces richting een begrotingswijziging. Daartoe is op 7 oktober jl. een Kaderstellend Raadsdebat (KRD) georganiseerd om kaderstellende noties op te halen op zowel inhoud als financiën. Het bestuur heeft na het KRD een samenvatting opgesteld van de opbrengst van het KRD en heeft deze ook gedeeld met de raadsleden. Deze samenvatting is als bijlage bijgevoegd.
UITGANGSPUNTEN Met de kaderstellende noties in gedachten zijn de consequenties voor de begroting 2021 in beeld gebracht. Daarbij zijn op basis van de noties vooraf eerst inhoudelijke, financiële en organisatorische uitgangspunten geformuleerd. Inhoudelijke uitgangspunten De (basis)dienstverlening in 2020 is goed en richt zich op de juiste prioriteiten. Daarom continueren we de inhoudelijke inzet 2020 ook in 2021. Dit betekent onder andere het voortzetten van het matchingsteam, de Innovatieagenda en de inzet in het jongerenloket. We voeren op voorhand (nog) geen businesscases (themacontrole, scan voorliggende voorzieningen, bewindvoering) uit. Daar waar keuzes gemaakt moeten worden, zijn de volgende zaken prioritair: ➢ Preventie in alle opzichten: schulden voorkomen, tijdig betalen, er ontstaan geen wachtlijsten, snel inzetten op werk (o.a. matchingsteam) en een goed poortproces. ➢ Blijven aansluiten op de leefwereld van de inwoner waarmee je extra werk aan de achterkant voorkomt. ➢ Blijven participeren in de participatie van kwetsbare groepen; we gaan niet alleen voor het “laaghangende fruit”.
➢ Als tijdelijk crisisregime is het acceptabel om via een vorm van triage aan de voorkant de dienstverlening aan de achterkant zo in te richten dat er voor sommige klantgroepen of op sommige onderdelen gekozen wordt voor een aanpassing van de reguliere dienstverlening door tijdelijke crisisdienstverlening. Parallel hieraan hebben een aantal zaken ook minder prioriteit of is het acceptabel dat (keten) partners in de lokale omgeving waar nodig dienstverlening kunnen overnemen van WIL indien nodig: • Handhaving blijft beperkt tot voornamelijk preventie en minder inzet op signaalsturing. WIl biedt maximaal dezelfde inzet als in 2020. • Budgetbeheer en andere vormen van begeleiding en ondersteuning worden indien nodig bij de lokale ketenpartners belegd. • Inzet op meedoen door alle burgers is vooral aan de lokale werkteams; de inzet WIL is bovenal gericht op economische participatie. Organisatorische en personele uitgangspunten Qua bezetting, formatie en op onderdelen ook de inrichting van de organisatie stelt het bestuur de volgende uitganspunten vast: • De vaste bezetting 2020 is ook in 2021 de vaste bezetting. We ontslaan niemand, maar als wendbare organisatie zorgen we wel voor een flexibele inzetbaarheid van medewerkers. • We brengen een aantal functies structureel binnen de begroting (ging tot nog toe uit het inhuurbudget).
• De vaste bezetting per team in 2020 is de basisbezetting per team in 2021.
4
Begrotingswijziging 2021
Financiële uitgangspunten Zoals eerder geschetst is, zijn er meerdere ontwikkelingen die ervoor zorgen dat een begrotingswijziging noodzakelijk is. De effecten en impact van deze ontwikkelingen verschillen deels van elkaar. Het is hierom dat het bestuur onderscheid maakt in een aantal algemene, structurele en incidentele uitgangspunten, alsmede een uitgangspunt voor de basisbegroting. Een opmerking vooraf hierbij is dat bij deze eerste begrotingswijzing 2021 een conservatieve raming gehanteerd wordt, we gaan uit van een volumegroei tot de zogenaamde drempelwaarde. In een volgende begrotingswijziging (na de Turap medio 2021) volgt een eventuele bijstelling en actualisering. Een tweede opmerking vooraf is dat in de paragraaf ‘Ten slotte’ aan het eind van de begrotingswijziging, nog een aantal kanttekeningen wordt gemaakt. Wij verwachten bij de gangbare begrotingswijziging, medio 2021, meer inzicht te hebben wat ons in 2021 qua volumes te wachten staat. Waar nodig lichten we bij deze tweede begrotingswijziging 2021 de clausules die we bij de kanttekeningen benoemen. Uitgangspunt ten aanzien van de basisbegroting De begroting kent in de basis een aantal knelpunten. De volgende knelpunten worden in de begrotingswijziging opgelost: • In de begroting 2021 is geen financiële post voor een structurele continuering van het jongerenloket opgenomen.
Deze wens is er wel en de uitvoering is hierop ook ingericht. De financiele omissie in deze wordt als begrotingsoverschrijding opgenomen in deze Begrotingswijziging 2021. • De functie van Functionaris Gegevensbescherming wordt structureel in de formatie opgenomen. Dit wordt binnen de begroting gerealiseerd • Het inrichten van de interne facilitaire dienstverlening wordt binnen de begroting gerealiseerd met opname van het officemanagement in het functiehuis van WIL. Algemene financiële uitgangspunten Als algemene financiële uitgangspunten zijn de volgende vastgesteld: • De Nullijn 2021 is niet hard; overschrijdingen zijn beperkt en alleen goed onderbouwd mogelijk. • Het meebewegen met de conjunctuur wordt als automatisme losgelaten; WIL vangt de eerste volumegroei eerst zelf op. Pas daarna is een pxq achtige methodiek denkbaar als het volume nog verder zou stijgen. • De hoogte van de volumegroei is op dit moment nog steeds ongewis. Vooralsnog wordt met het scenario gerekend met een bestandstoename van 25% (=scenario rood). • Door te prioriteren, processen te herijken en in beperkte mate consequenties (i.t.v. risico op oplopende wachttijden, verhoogd verzuim) te accepteren, kan WIL de eerste volumegroei binnen de begroting tot de drempelwaarde opvangen. Daarboven kan het DB besluiten gestaffeld de formatie op te plussen.
• Het zelf opvangen van de eerste volumegroei is slechts tijdelijk mogelijk gezien de consequenties (dienstverlening) en risico’s (meer oneigenlijk toegekende uitkeringen, handhaving, hoger verzuim) die hieraan verbonden zijn. • De middelen uit de frictiepot Vijfheerenlanden en de Tozogelden worden in het kader van risicobeheersing niet op voorhand ingezet om de uitdagingen in het kader van de Nullijn, nieuwe wettelijke taken en volumestijgingen het hoofd te bieden. Voor beide budgetten is op dit moment niet concreet in welke mate hierop een beroep moet worden gedaan in 2021. Mogelijk dat gedurende 2021 duidelijk wordt dat een deel van deze gelden gebruikt kunnen worden om mogelijke verdere begrotingsoverschrijdingen het hoofd te kunnen bieden • De meerkosten als gevolg van nieuw beleid kunnen worden doorbelast als begrotingsoverschrijding, voor zover WIL deze echt niet zelf kan opvangen.
5
Begrotingswijziging 2021
•
De personele inzet binnen de lokale werkteams wordt niet binnen de WIL-begroting opgeplust,.Het staat gemeenten vrij eventueel zelf lokaal extra te investeren. Gemeenten brengen zelf de focus aan voor de dienstverlening in het lokale werkteam. Eventueel noodzakelijke (her)prioritering gebeurt in het lokale werkteam zelf.
Uitgangspunten structurele wijzigingen Een deel van de nieuwe wet- en regelgeving heeft structurele effecten op dienstverlening en volumeontwikkeling. Daarbij gaat het op dit moment vooral over de structurele volumeontwikkeling van de Wet MOBW als ook de hogere regelingskosten van de Wet MOBW. In het geval de Wet Inburgering toch in 2021 zou ingaan, zou het hier om extra taken gaan. Voor deze structurele wijzigingen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • De volumegroei wordt meegenomen in de volumestijgingen als geheel. • De aanscherping van de focus in de Participatiewet in het Breed Offensief wordt in de lokale werkteams/plannen opgepakt, dus binnen de begroting. • De noodzakelijke versterking van de bovenregionale aanpak P-wet i.k.v. de wet SUWI kan niet ten koste gaan van de lokale inzet van het WGSP. De extra inzet kan dus niet binnen de begroting, maar leidt tot een begrotingswijziging. Uitgangspunten incidentele wijzigingen Tot slot zijn er ontwikkelingen waarvan de impact naar verwachting tijdelijk van aard zijn. De coronacrisis leidt tot volumegroei, naar verwachting 25% meer klanten in 2021. Deze effecten manifesteren zich onder andere bij de Participatiewet-uitkeringen, Schuldhulpverlening en bijzondere regelingen (Minimabeleid en bijzondere bijstand). Daarnaast moet bijvoorbeeld voor de Wet Beslagvrije voet aangepaste wetgeving worden geïmplementeerd.
Dit betreft eenmalige implementatie- en overgangsinzet. Als uitgangspunten in deze zijn geformuleerd: ➢ De implementatie van nieuw beleid vraagt om extra inzet boven op de begroting; beleidsvorming e.d. valt binnen de reguliere inzet. ➢ Continuering van het matchingsteam vraagt boven op de begroting om een inzet van 4 fte. Het scenario oranje met bijbehorende ophoging van 2 fte wordt net als in 2020, gelet op de lokale ambities en het lokale handgeld, gefinancierd vanuit het lokale handgeld. De noodzakelijke uitbreiding van de inzet vanuit het rode scenario, wederom 2 fte, wordt middels een begrotingswijziging gefinancierd. NB. Het matchingsteam opereert nu o.b.v. het rode scenario. ➢ De effecten van corona op de bedrijfsvoering bij DIV levert direct werk op en kan niet anders georganiseerd of opgevangen worden. De dienstverlening aan onze klanten heeft hier anders per direct onder te lijden wat niet acceptabel is. Deze meerkosten worden incidenteel in de begrotingswijziging meegenomen. ➢ De effecten van corona op communicatie, HR (vraagstukken: verzuim, verbinding), ict (omvorming tot een hybride kantoor/thuiswerkorganisatie) en Interne Controle kunnen niet anders worden opgevangen dan door uitbreiding van onze inzet. Niet alle extra inzet hoeft evenwel per direct geeffectueerd te worden; hierop wordt bij de kanttekeningen aan het eind nader ingegaan.
6
Begrotingswijziging 2021
FINANCIËLE SAMENVATTING 1STE BEGROTINGSWIJZIGING 2021 Financiële samenvatting Primitieve Begroting 2021 Programma Inkomen
38.832.000
Programma Werk Programma Inkomensondersteuning Bedrijfsvoering
Technische wijziging i.v.m. nullijn
Begroting na nullijn
1e Begrotingswijziging structureel
Incidenteel 1e Begrotingswijziging
Begroting 2021 na 1e BW
0
38.832.000
0
100.000
38.932.000
4.330.000
0
4.330.000
245.000
200.000
4.775.000
5.766.000
150.000
5.916.000
0
0
5.916.000
Totaal
7.402.000 56.330.000
-150.000 0
7.252.000 56.330.000
0 245.000
30.000 330.000
7.282.000 56.905.000
Gemeente Houten
12.521.000
0
12.521.000
59.984
80.795
12.661.779
Gemeente IJsselstein
11.711.000
0
11.711.000
51.083
68.806
11.830.889
Gemeente Lopik
3.207.000
0
3.207.000
13.964
18.809
3.239.773
Gemeente Nieuwegein
28.891.000
0
28.891.000
119.968
161.590
29.172.559
Totaal bijdragen per gemeente
56.330.000
0
56.330.000
245.000
330.000
56.905.000
Toegepaste afrondingen: De begroting en de nullijn zijn afgerond op duizenden euro’s. Bij de berekening van de begrotingswijzigingen houden we wel de uiteindelijke cijfers aan zodat een correct inzicht wordt geboden in de mutaties van de gemeentelijke bijdragen. Bij de uiteindelijke begroting worden deze bedragen weer afgerond. Overzicht van voorgestelde begrotingswijzigingen Programma Omschrijving Inkomen Beslagvrije voet Inkomensondersteuning Nullijn optimaliseren formatie Werk JOLO Werk WGSP Werk Matchingteam Werk Jobhunter Bedrijfsvoering DIV tbv Scanwerk Bedrijfsvoering Nullijn optimaliseren formatie Saldo begrotingswijzigingen
Technisch
Structureel
Incidenteel 100.000
150.000 170.000 75.000 165.000 35.000 30.000 150.0000
245.000
330.000
7
Begrotingswijziging 2021
PROGRAMMA INKOMEN Programma Inkomen
Primitieve Begroting 2021
Technische wijziging ivm nullijn
Begroting na nullijn
1e Begrotingswijziging structureel
Incidenteel 1e Begrotingswijziging
Begroting 2021 na 1e BW
36.885.000
0
36.885.000
36.885.000
BBZ 2004
420.000
0
420.000
420.000
Wet op de Lijkbezorging
15.000
0
15.000
15.000
2.072.000
0
2.072.000
39.392.000
0
39.392.000
BUIG
Personeel Totaal lasten
0
100.000
2.172.000
100.000
39.492.000
BUIG
545.000
545.000
545.000
Wet op de Lijkbezorging (Nieuwegein) Totaal baten
15.000
15.000
15.000
Saldo van baten en lasten
560.000
0
560.000
0
0
560.000
38.832.000
0
38.832.000
0
100.000
38.932.000
Gemeente Houten
24,48%
8.422.000
0
8.422.000
0
24.483
8.446.483
Gemeente IJsselstein
20,85%
8.090.000
0
8.090.000
0
20.850
8.110.850
Gemeente Lopik
5,70%
2.241.000
0
2.241.000
0
5.700
2.246.700
Gemeente Nieuwegein
48,97%
20.079.000
0
20.079.000
0
48.967
20.127.967
Totaal bijdragen gemeente
100,00%
38.832.000
0
38.832.000
0
100.000
38.932.000
Onderstaand een korte inhoudelijke toelichting op de begrotingswijziging voor dit programma. Wat gaan we doen? Binnen het programma Inkomen is de insteek voor 2021 hetzelfde als in 2020. We bieden dezelfde dienstverlening. Op het moment dat de volumes toenemen vangen we de eerste volumegroei zelf op met een crisisregime. Hierbij passen we tijdelijk processen en prioriteiten aan waardoor we een grotere groep klanten kunnen bedienen. Als de drempelwaarde wordt overschreden zal de inzet worden verhoogd door de personele inzet op te plussen. Het dagelijks bestuur is hierbij aan zet. Bijna alle teams binnen het programma Inkomen zien mogelijkheden om de werkzaamheden en prioriteiten tijdelijk aan te passen in het kader van het crisisregime. Voor de uitkeringsadministratie geldt een uitzonderingspositie. Dit hoort bij het motorblok van WIL dat moet blijven draaien. De betalingen moeten tijdig gebeuren, daar kan niet aan getornd worden, ook niet in tijden van crisis.
8
Begrotingswijziging 2021
Crisisregime Inkomen Deels vangen we de volumegroei op door processen anders in te richten. Zo gaan we bijvoorbeeld meer met specialistische inzet werken of werken we met een (lichte) herprioritering. Bij dit laatste zetten we in op de klanten die hoger risicoprofiel (problematiek en handhaving) hebben, bij het lage risicoprofiel handelen we snel en relatief eenvoudig af. Daarmee kunnen we de inzet richten op die klanten waar de behoefte en noodzaak het grootste is. Tegelijk brengen we prioritering aan binnen de processen in verschillende teams. Voor een aantal processen is het mogelijk om de frequentie tijdelijk terug te brengen, bijvoorbeeld bij alimentatie, heronderzoeken en signaal gestuurde handhaving. In het geval we hierdoor de eerste groei niet helemaal kunnen opvangen, gaan we ook de planning voor bijvoorbeeld afspraken oprekken. Consequenties De herprioritering van de focus op inzet aan klanten heeft tot gevolg dat we minder maatwerk leveren met het risico dat een aantal klanten niet de dienstverlening krijgt die nodig is. Tegelijkertijd is er het risico dat er meer oneigenlijke uitkeringen worden toegekend doordat een deel van de klanten minder intensief gesproken wordt, minder frequent heronderzoeken worden uitgevoerd en door de focus op preventie bij handhaving fraudesignalen in mindere mate opgepakt worden.
Omdat we met het crisisregime mogelijk niet volledig de gehele eerste groei kunnen opvangen kunnen doorlooptijden oplopen, soms tot (net) (over) de wettelijke termijn. Het duurt langer voor de klant krijgt waar hij recht op heeft. Bovendien leidt dit tot meer werkdruk in de teams en heeft het effect bij andere onderdelen in de organisatie zoals KSV (telefonische vragen), Uitkeringsadministratie, bezwaar & beroep, etc. Financieel De eerste 10-15% volumegroei wordt met een crisisregime binnen de begroting opgevangen. Mocht de drempelwaarde van worden bereikt wordt de inzet opgeplust. Binnen het Programma Inkomen kan de implementatie van de Wet Beslagvrije voet niet opgevangen worden binnen de begroting. Voor deze omklap is een bedrag van € 100.000 in de begrotingswijziging opgenomen. Overall In de onderstaande tabel zijn de consequenties overall voor het programma Inkomen opgenomen. Programma/ team
Inzet 2021
Inkomensbeheer (IB)
Zelfde als in 2020, maar zodra volumes toenemen crisisregime (=moment X)
Crisisregime indien aan de orde • • •
•
Afhandelingstermijnen maximaal oprekken naar 8 weken (nu ca. 90% binnen 4 weken) IB sluit aan op de Poort (qua minder inzet op HOR aanvragen) Geen verhaals-verplichting meer opleggen NB. Bij alimentatie gaat het om 80 zaken (nieuwe zaken en hercontroles) Specialisaties beleggen i.p.v. werken met generalisten (betekent soms langere afhandelingstermijnen)
Tot hoever binnen begroting? Tot drempelwaarde (= 2.400 bijstandsklanten +10%= 2.650)
Consequenties als volumes (hard) gaan oplopen • Minder aandacht voor leefwereld (door snellere afhandeling HOR aanvragen) • Meer druk bij de poort • Oplopende afhandelingstermijnen; mogelijk ook boven wettelijke termijnen • Meer druk op het niet uitvoeren van heronderzoeken / normwijzigingen
9
Begrotingswijziging 2021
•
•
Handhaving (HH)
Zelfde als in 2020, maar zodra volumes toenemen crisisregime (=moment X)
• • •
Maximaal inzetten op preventie/ handhaving in de poort. Minimale tot geen inzet op repressie bij fraudesignalen aan de achterkant (bij lopende uitkeringen). Geen inzet op risicosturing (controle op maat) op het lopend uitkeringsbestand door het niet inzetten van themacontroles
Tot drempelwaarde (= inzet binnen Poort op niveau; naar schatting bij 2.400 bijstandsklanten +10%= 2.650)
•
•
•
•
•
Minder inkomsten op alimentatie Dit kan in beperkte mate later worden uitgevoerd. Verhoogde kans op onrechtmatige verstrekking door sneller afhandelen. Geen of minimale inzet op fraudesignalen; WIL geeft hiermee een verkeerd maatschappelijk signaal af met als risico “fraude loont”. Niet oppakken signalen betekent minder beeindigingen en hogere uitkeringskosten (per uitkering € 14.200= ) en minder inkomsten uit terugvorderingen en boetes. Het niet oppakken van fraudemeldingen heeft als gevolg dat burgers, ketenpartners, andere instanties en collega’s binnen WIL minder bereid zijn om fraude te melden. Door het niet (tijdig) oppakken van fraudemeldingen worden klanten opgezadeld met schulden (leefwereld). Door het niet tijdig oppakken van fraudemeldingen creëren werk elders in de organisatie. Bij een latere constatering van fraude moete we gaan terugvorderen en dat betekent werk voor
10
Begrotingswijziging 2021
Uitkeringsadministratie (UKA)
Zelfde als in 2020, met als extra uitvoering IB
Terug-vordering & Incasso (T&I)
Zelfde als in 2020, incl. uitvoering BVV; zodra volumes toenemen crisisregime (moment X)
Niet aan de orde: niet mogelijk. Het “motorblok” moet blijven draaien.
• • •
Geen heronderzoeken Sneller of niet afhandelen vragen klanten met minder aandacht voor leefwereld Langer doen over terugvorderingen
Niet mogelijk; vanaf moment dat volumes substantieel toenemen wordt opgeplust (=moment X) Altijd, zij het met tijdelijk budget voor implementatie BVV per meteen: Kost € 100.000 extra (=1ste BW2021)
Inkomensbeheer, Terugvordering & Incasso en Uitkeringsadministratie. Kritisch en kwetsbaar primair proces. Er zijn geen oplossingsmogelijkheden binnen proces en team.
•
•
Door niet tijdig terugvorderen is er kans op brutering van de vordering voor de klant, aan het einde van het boekjaar Minder inkomsten voor WIL
11
Begrotingswijziging 2021
PROGRAMMA INKOMENSONDERSTEUNING Programma Inkomensondersteuning
Primitieve Begroting 2021
Bijzondere bijstand Wet Kinderopvang met re-integratie en uitk.verstr. Personeel Totaal lasten Bijzondere bijstand
Technische wijziging ivm nullijn
Begroting na nullijn
Incidenteel 1e Begrotingswijziging
Begroting 2021 na 1e BW
3.463.000
3.463.000
3.463.000
249.000
249.000
249.000 2.473.000
2.323.000
150.000
2.473.000
6.035.000
150.000
6.185.000
269.000
0
269.000 269.000
0
0
269.000
5.766.000
150.000
5.916.000
0
0
5.916.000
269.000
Totaal Baten Saldo van baten en lasten
1e Begrotingswijziging structureel
0
0
6.185.000 269.000
Gemeente Houten
24,48%
1.464.000
36.725
1.500.725
0
0
1.500.725
Gemeente IJsselstein
20,85%
1.173.000
31.275
1.204.275
0
0
1.204.275
Gemeente Lopik
5,70%
332.000
8.550
340.550
0
0
340.550
Gemeente Nieuwegein
48,97%
2.797.000
73.450
2.870.450
0
0
2.870.450
Totaal bijdragen gemeente
100,00%
5.766.000
150.000
5.916.000
0
0
5.916.000
Wat gaan we doen? Binnen het programma Inkomensondersteuning is de insteek voor 2021 hetzelfde als in 2020. We bieden dezelfde dienstverlening. Op het moment dat de volumes toenemen vangen we de eerste volumegroei zelf op met een crisisregime. Hierbij passen we tijdelijk processen en prioriteiten aan waardoor we een grotere groep klanten kunnen bedienen. Als de drempelwaarde wordt overschreden zal de inzet worden verhoogd door de personele inzet op te plussen. Het dagelijks bestuur is hierbij aan zet. De teams binnen het programma Inkomensondersteuning zijn in staat om door processen anders in te richten en zo een deel van de eerste volumegroei op te vangen. Crisisregime Inkomensondersteuning Bij Bijzondere Regelingen kunnen we slagen maken door een aantal kostensoorten via een bulkaanvraag eenvoudiger en sneller af te handelen of voor langere periodes toe te kennen. We zetten dus ook bij bijzondere regelingen vooral in op die klanten die hoger risicoprofiel (problematiek en handhaving) hebben. Daarmee kunnen we de inzet richten op die klanten waar de behoefte en noodzaak het grootste is. Bij Schuldhulpverlening kunnen we de administratieve ondersteuning van de consulenten verhogen zodat de consulenten meer tijd hebben voor trajecten.
12
Begrotingswijziging 2021
Daarnaast wordt gekeken naar een lichte herprioritering. Bij Bijzondere Regelingen door bijvoorbeeld bij aanvragen een drempelbedrag (€ 50 tot € 100) te hanteren. Aanvragen onder het drempelbedrag worden snel en eenvoudig toegekend. Bij schuldhulpverlening wordt de budget-coaching en -training ingeperkt waarmee inzet voor trajecten wordt vergroot. Met het aanpassen van processen en bijstellen van prioriteiten kunnen we mogelijk niet helemaal de eerste groei opvangen. Indien dit zo, zal dit gevolgen hebben voor de snelheid waarmee klanten gesproken worden en voor de doorlooptijden. Consequenties Omdat ook in het crisisregime niet de gehele groei kan worden opgevangen, lopen bij Bijzondere Regelingen de doorlooptijden op. Dit ook richting de wettelijke termijnen of zelfs daar overheen. Door de vereenvoudigde afhandeling bestaat het risico dat aanvragen onterecht worden toegekend, met hogere regelingskosten tot gevolg. Bovendien is er kans dat sommige klanten niet het maatwerk krijgen wat ze nodig hebben. Bij Schuldhulpverlening zal de termijn voor een eerste gesprek mogelijk oplopen tot boven de 4 weken, nog altijd binnen de wettelijke termijnen. Door minder inzet op budgetcoaching wordt het preventieve element om terugval te voorkomen ook minder. De kans dat een klant op een later moment weer een beroep doet op schuldhulpverlening neemt toe.
Financieel De eerste 10 tot 15% volumegroei wordt met een crisisregime binnen de begroting. Mocht de drempelwaarde worden bereikt zal de inzet opgeplust worden. Qua begroting is er alleen een technische wijziging waarbij € 150.000 vanuit het programma bedrijfsvoering ingezet wordt op inkomensondersteuning in het kader van nullijnoptimalisatie formatie. Overall In de onderstaande tabel zijn de consequenties overall voor het programma Inkomensondersteuning opgenomen. Programma/ Inzet 2021 Crisisregime indien aan de Tot hoever Consequenties als To do (besluit team orde binnen volumes (hard) gaan DB nodig begroting? oplopen bv?) Bijzondere Zelfde als in Tot DB besluit • Bepaalde • Oplopende Regelingen 2020, maar drempelwaa over aard en kostensoorten in bulk doorlooptijden (BR) zodra volumes start afhandelen (IIT zonder rde (=3.500 • Minder maatwerk toenemen aanvragen crisisregime individuele aanvraag bij eenvoudige, crisisregime +10-15%= te hoeven doen) lage impact 4.000) (=moment X) • Aantal kostensoorten aanvragen. binnen voor langere looptijd • Mogelijk begroting toekennen onrechtmatige (bewindvoering bv.) toekenning als er sprake is van (achteraf laag risico eventueel te
Opplussen vanaf en hoe? Vanaf drempelwaarde (=3.850 aanvragen) opplussen met 1 fte per 150 dossiers. NB. Aanvragen CZM zijn hier buiten gehouden
13
Begrotingswijziging 2021
•
Schuldhulpve rlening (SHV)
Zelfde als in 2020, maar zodra volumes toenemen crisisregime (=moment X)
•
• •
Generalisten
Inzet op gelijk niveau als 2020 cf. DVO afspraken
Bij een aantal kostensoorten een drempelbedrag hanteren (bijv. € 100,); beneden dit bedrag wordt de aanvraag vereenvoudigd en sneller afgehandeld Administratieve ondersteuning versterken door taken bij SHV-consulenten maximaal weg te halen waardoor consulenten meer ruimte krijgen om trajecten uit te voeren Wachttijden tot eerste gesprek maximaal oprekken tot 4 weken Geen budgetcoaching en -training meer en capaciteit elders inzetten
Niet van toepassing; tenzij gemeenten DVO afspraken willen bijstellen
•
Tot drempelwaa rde (=720 dossiers+10 %) binnen begroting
100%; we zetten niet meer capaciteit in dan afgesproken
•
onderzoeken en ‘corrigeren’ via BC Themacontrole) Minder aandacht voor leefwereld
Wachttijden tot eerste gesprek/hulp gaan oplopen (tot rond de 4 weken) • Gemeenten cs. moeten budgetcoaching e.d. oppakken, anders risico op langere trajecten of grotere kans op recidive. NB. Anders als bij i.g.v. Corona na crisisregime inhalen Langere doorlooptijden voor afhandeling complexe casussen (mochten er meer complexere casussen komen)
MT bepaalt aard crisisregime en extra inzet
Vanaf drempelwaarde (=800 dossiers+10%) opplussen met 1 fte per 60 dossiers.
DB bepaalt moment X en opplussen Gemeenten regelen tijdig lokale inzet in
Nee
Niet aan de orde; alleen als gemeenten extra DVO uren bijkopen
14
Begrotingswijziging 2021
PROGRAMMA WERK Programma Werk Primitieve Begroting 2021
Technische wijziging ivm nullijn
1e Begrotingswijziging structureel
Begroting na nullijn
Incidenteel 1e Begrotingswijziging
Berenschot rapport overgangsregeling
Begroting 2021 na 1e BW
Begroting 2021 na overgangsregeling
Lokale handgeld Houten
160.000
160.000
160.000
160.000
Lokale handgeld IJsselstein
340.000
340.000
340.000
340.000
Lokale handgeld Lopik
58.000
58.000
58.000
58.000
Lokale handgeld Nieuwegein
1.064.000
1.064.000
1.064.000
1.064.000
Personeel
2.708.000
2.708.000
245.000
200.000
3.153.000
3.153.000
Totaal lasten Personeel
4.330.000
0
4.330.000
245.000
200.000
4.775.000
0
0
0
0
0
0
0
4.330.000
0
4.330.000
245.000
200.000
4.775.000
0
4.775.000
0
Totaal Baten Saldo van baten en lasten
4.775.000
Gemeente Houten
24,48%
823.000
0
823.000
59.984
48.967
931.951
-72.216
859.735
Gemeente IJsselstein
20,85%
905.000
0
905.000
51.083
41.700
997.784
1.982
999.765
Gemeente Lopik
5,70%
212.000
0
212.000
13.964
11.399
237.364
-14.222
223.141
Gemeente Nieuwegein
48,97%
2.390.000
0
2.390.000
119.968
97.933
2.607.902
84.457
2.692.359
Totaal bijdragen gemeente
100,00%
4.330.000
0
4.330.000
245.000
200.000
4.775.000
0
4.775.000
Onderstaand een korte inhoudelijke toelichting op de begrotingswijziging voor dit programma waarin we aangeven wat we gaan doen in het crisisregime en wat daar de consequenties van zijn: Wat gaan we doen? Binnen het programma Werk is de insteek voor 2021 hetzelfde als in 2020. We bieden dezelfde dienstverlening met afspraken over de Innovatieagenda, samenwerking in de lokale werkteams en over de inzet van het matchingsteam. Op het moment dat de volumes toenemen vangen we de eerste volumegroei zelf op met een crisisregime. Hierbij passen we tijdelijk processen en prioriteiten aan waardoor we een grotere groep klanten kunnen bedienen. Als de drempelwaarde wordt overschreden zal de inzet worden verhoogd door de personele inzet op te plussen. Het dagelijks bestuur is hierbij aan zet. De teams binnen het programma Werk zijn in staat door een andere inrichting van processen of een (lichte) herprioritering een deel van de eerste volumegroei op te vangen.
15
Begrotingswijziging 2021
Crisisregime Aan de poort gaan we werken met een vorm van triage. Aanvragen van klanten met een hoog risicoprofiel worden sneller en eenvoudiger afgehandeld. Voor klanten met een laag risicoprofiel geldt dat de insteek bij de aanvraag hetzelfde blijft. Binnen de poort zal tijdens de crisisinzet de focus minder op doelmatigheid gericht zijn. Dit kan onder andere door de verdieping van de uitvraag doelmatigheid bij de lokale werkteams te beleggen en verbeterde afspraken met doorverwijzende/begeleidende ketenpartners in het lokale veld te maken. Tegelijk brengen we ook prioritering binnen de processen aan. Bij de werkgeversdienstverlening zal vaker gekozen worden om digitale in plaats van fysieke dienstverlening. Ook weer meer aandacht voor bemiddeling vanuit vacatures in plaats vanuit de klant maakt het mogelijk om een groter aantal klanten te bedienen. Een deel van de impact binnen het Programma werk wordt merkbaar bij de lokale werkteams. De personele inzet levert WIL op het niveau zoals afgesproken bij de Innovatieagenda. De keuze om dienstverlening aan te passen, de focus te verleggen of inzet op te plussen is aan de lokale werkteams en wordt verwerkt in de lokale werkplannen. Voor het matchingsteam geldt dat dit een vorm van crisisdienstverlening is die we al geruime tijd met succes inzetten.
Door de klant voor aanmelding direct op te pakken met betaalde participatie als doel is maar een beperkt deel van de aanvragers daadwerkelijk aangewezen op een uitkering en de dienstverlening van WIL. Consequenties De herprioritering van de focus op inzet aan klanten heeft tot gevolg dat het risico dat we minder maatwerk leveren en een aantal klanten misschien niet de dienstverlening krijgt die nodig is. De preventie neemt af wat een hoger risico geeft op instroom in de uitkering of meer onterechte toekenningen. Snellere afhandeling heeft het risico in zich dat er een toename van mulitproblematiek en maatschappelijke overlast ontstaat. Bij het WGSP zal kwaliteitsverlies ontstaan in de vorm van minder maatwerk bij een plaatsing met een lagere duurzaamheid van de plaatsing tot gevolg. De tevredenheid van werkgevers zal ook dalen doordat minder maatwerk geleverd wordt. Het is bovendien vooralsnog niet de verwachting dat het aantal plaatsingen even snel kan groeien als het aantal klanten, met een toenemend risico op schadelast tot gevolg. De focus bij de inzet van het Participatiebudget is bij Innovatieagenda bij de lokale werkteams komen te liggen. Een toename van het aantal klanten zal tot gevolg hebben dat er meer klanten aangewezen zijn op de dienstverlening van de lokale werkteams.
Met de beperkte beschikbare budgetten en een gelijkblijvende personele inzet zal de druk in de lokale werkteams toenemen. Dit kan leiden tot de noodzaak om de ambities in de lokale werkplannen bij te stellen. Financieel De eerste 10-15% volumegroei wordt met een crisisregime binnen de begroting opgevangen. Mocht de drempelwaarde worden bereikt zal de inzet opgeplust worden. Een aantal ontwikkelingen is niet of slechts deels binnen de begroting op te vangen. Allereerst betreft dit het Jongerenloket, waarvoor in deze begrotingswijziging een bedrag ad € 170.000 is opgenomen. Deze post was voor 2021 nog niet opgenomen in afwachting van een structurele Rijksbijdrage hiervoor. Nu duidelijk is dat het Rijk niet tot structurele financiering overgaat, moet de financiering van het jongerenloket anders worden geregeld. Over de meerwaarde van het Jongerenloket en de samenwerking met het RMC bestaat geen discussie, gelet op de eerdere evaluaties en de eerder uitgesproken wens van de Lekstroom gemeenten tot voortzetting van het Jongerenloket. De financiering van het
16
Begrotingswijziging 2021
Jongerenloket is daarom niet alleen aan de WIL-kant gelijkgetrokken met de 3-jarige financiering aan de RMC-kant, de financiering van het Jongerenloket is ook meerjarig in de begroting verwerkt om de gewenste inzet structureel te borgen. In het kader van de wijziging van de wet Suwi is de inzet van een extra accountmanager nodig. Deze inzet is verwerkt met wijziging van € 75.000. De inzet van het Matchingsteam wordt voor het eerste gedeelte (2 fte) gefinancierd vanuit het lokale handgeld. Omdat we echter al in scenario rood zitten is –net als in 2020- voor 2021 aanvullende inzet van 2 fte nodig. Dat heeft een begrotingswijziging van € 165.000 tot gevolg. Ten slotte zijn we voornemens om een half jaar een jobhunter in te zetten, op nadrukkelijk verzoek van de gemeenten. Dit kost € 35.000 en zal pas na vaststelling van de zienswijze en de daaropvolgende vaststelling van de definitieve begrotingswijzing begin 2021 (verwachting Q2) in gang worden gezet. Compensatieregeling (Berenschotrapport) In het kader van de Innovatieagenda zijn door de Lekstroom gemeenten bij de start van de Innovatieagenda afspraken met elkaar gemaakt over een herschikking van de inzet van de participatiemiddelen (en i.h.b. het lokale handgeld) als ook de kostenverdeelsleutel voor het programma Werk. In dit licht is een overgangsfase afgesproken die ook in 2021 nog geldt.
Conform afspraak draagt Nieuwegein in 2021 € 84.000 meer bij dan conform de verdeelsleutel zou moeten, om de gemeenten Lopik en Houten in deze overgangsfase te compenseren. Overall In de onderstaande tabel zijn de consequenties voor het programma Werk opgenomen. Programma/ Inzet 2021 Crisisregime indien aan de Tot hoever Consequenties als team orde binnen volumes (hard) gaan begroting? oplopen Poort & Zelfde als in Tot • Triage Poort: snellere • Minder preventie en Schouw 2020, incl. drempelwaarde afhandeling HOR (hoog daardoor risico op (P&S) uitvoering (=1.350 risico) aanvragen/ hogere instroom in Jolo; maar meldingen +10meldingen de uitkering zodra 15%= 1.600) • Minder inzet op • Toename ten volumes doelmatigheid: door onrechte verstrekte toenemen Uitvoering Jolo C’sys minder volledig in uitkeringen crisisregime kost meteen te vullen (aan LWT’s • Mogelijk oplopende (=moment meer: later eventueel) en doorlooptijden X) • Kost € overnemen diagnose poortproces 170.000 specifieke klanten en • Verhoogd risico extra onderbouwing daarvan toename multi(=1ste door maatschappelijk problematiek/ BW2021) middenveld. maatschappelijke • NB. Poort blijft i/s/m/ overlast Handhaving toetsen op • Minder aandacht rechtmatigheid voor leefwereld door
To do (besluit DB nodig bv?) MT bepaalt aard crisisregime en extra inzet DB bepaalt moment X en opplussen
Opplussen vanaf en hoe? Opplussen vanaf drempelwaarde (=1.600 meldingen) met 1 fte per 170 klanten erbij
WIL moet met maatschappeli jke partners gebruik diagnose inregelen
17
Begrotingswijziging 2021
Matchingsteam
WGSP
Zelfde als in 2020, met vooralsnog geen helderheid over bereidheid om uit te breiden als volumes verder toenemen van scenario ‘rood’ naar ‘paars’ of ‘zwart’ (=moment X)
Zelfde als in 2020, incl. extra inzet vanuit Wet Suwi (en optioneel extra inzet via jobhunter);; zodra volumes
Het matchingsteam valt al onder het crisisregime
Scenario rood is deels binnen de begroting op te vangen (=165k vanuit lokaal handgeld), deels door 1ste BW2021; paarse of zwarte scenario niet Continueren matchingsteam rode scenario kost meteen meer: • Kost € 165.000 extra (=1ste BW2021)
• • • •
Efficiëntere afspraken met LWT Meer digitale inzet i.p.v. fysieke dienstverlening Meer vanuit vacatures dan vanuit de kandidaat bemiddelen Niet iedereen meer oppakken/capaciteit is leidend
snellere afhandeling HOR en LOR Stel geen bijplussen i.g.v. scenario paars of zwart: • Minder mensen aan het werk • Grotere instroom uitkeringen • Hogere uitkeringslasten • Nieuwe klanten sneller door aan LWT (i.p.v. dan matchingsteam hen oppakt); binnen LWT’s hogere werkdruk/caseloads
Tot drempelwaarde (=2.400 bijstands-klanten +10%= 2.650)
•
Uitvoering Wet Suwi vraagt meteen meer: • Kost € 75.000
•
•
Kwaliteitsverlies, dus minder maatwerk bij plaatsingen Risico op lagere duurzaamheid plaatsingen Risico op meer ruis op de lijn tussen werkcoach en accountmanager en
WIL en gemeenten bepalen i.k.v. Innovatieagen da samen wanneer moment X is en of en hoeveel uitbreiding nodig is.
Opplussen aan de orde bij de overgang van scenario rood naar paars of zwart. Opplussen vanuit lokale handgeld niet realistisch; moet dus via 2de begrotingswijzigin g
DB WIL besluit terzake
MT bepaalt moment X DB bepaalt opplussen
Opplussen vanaf drempelwaarde (=2.650 klanten) met 1fte per 200 klanten erbij
18
Begrotingswijziging 2021
toenemen crisisregime (=moment X)
Lokale Werkteams (LWT’s)
Zelfde als in 2020, zolang gemeenten niet anders besluiten
extra (=1ste BW2021
Wel/geen crisisregime en wel/niet opplussen is niet aan WIL, maar aan gemeenten. WIL levert afgesproken formatieve bijdrage aan lokale werkteams. NB. Grenzen LWT’s zijn wel bereikt gelet op balans lokale ambities-capaciteit
Extra jobhunter kost optioneel meer: • Kost € 35.000 extra (=1ste BW2021) Ja, voor zover het de vigerende afspraken betreft.
•
•
dus kans op minder (goede) plaatsingen Toenemend risico op hogere schadelast/langere uitkeringsduur Minder tevreden werkgevers
Indien niet bijgeplust wordt i.g.v. toenemende volumes: • Minder plaatsingen en meer schadelast • Verhoogde kans dat niet iedereen meer kan meedoen (niet elke klant zal in beeld zijn/aanbod hebben) • Verhoogde kans op steeds groter wordende afstand tot arbeidsmarkt van kwetsbare klantgroepen (indien hier minder op wordt ingezet) • Verhoogd risico toename multiproblematiek/maatsc happelijke overlast • Grotere caseloads -> toename werkdruk -> hogere kans op uitval door ziekte.
Het is aan de gemeenten te bepalen wat (herziene) focus en ambities lokale werkplannen is, evenals wel/geen crisisregime en/of wel/niet opplussen
Aan gemeenten/LWT”s zelf
MT regelt eventueel opplussen LWT in indien.
19
Begrotingswijziging 2021
20
Begrotingswijziging 2021
PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING Bedrijfsvoering
Primitieve Begroting 2021
Technische wijziging ivm nullijn
Begroting na nullijn 4.492.000
Begroting 2021 na 1e BW
4.642.000
Huisvesting
651.000
651.000
ICT Houten
630.000
630.000
630.000
ICT specifiek
1.003.000
1.003.000
1.003.000
Advisering en ondersteuning
380.000
380.000
380.000
Kantoor kosten
349.000
349.000
349.000
Kapitaallasten
54.000
54.000
54.000
Totaal Lasten
7.709.000
Dekking BW kosten uittreding VHL Totaal Baten Saldo van baten en lasten Gemeente Houten Gemeente IJsselstein
90.000
-150.000
7.559.000 90.000
217.000
217.000
0
Incidenteel 1e Begrotingswijziging
Personeel
Inkomsten derden
-150.000
1e Begrotingswijziging structureel
30.000
4.522.000 651.000
0
30.000
7.589.000 90.000 217.000
307.000
0
307.000
0
0
307.000
24,48%
7.402.000 1.812.000
-150.000 -36.725
7.252.000 1.775.275
0 0
30.000 7.345
7.282.000 1.782.620
20,85%
1.543.000
-31.275
1.511.725
0
6.255
1.517.980
Gemeente Lopik
5,70%
422.000
-8.550
413.450
0
1.710
415.160
Gemeente Nieuwegein
48,97%
3.625.000
-73.450
3.551.550
0
14.690
3.566.240
Totaal bijdragen gemeente
100,00%
7.402.000
-150.000
7.252.000
0
30.000
7.282.000
Wat gaan we doen? Binnen het programma Bedrijfsvoering is de insteek voor 2021 hetzelfde als in 2020. We bieden dezelfde dienstverlening. Op het moment dat de volumes toenemen vangen we de eerste volumegroei zelf op met een crisisregime. Hierbij passen we tijdelijk processen en prioriteiten aan waardoor we een grotere groep klanten kunnen bedienen. Als de drempelwaarde wordt overschreden zal de inzet worden verhoogd door de personele inzet op te plussen. Het dagelijks bestuur is hierbij aan zet. Crisisregime Een groot aantal teams in de bedrijfsvoering zijn ondersteunend en de werkzaamheden bestaan voor een belangrijk deel uit aanpassingen die te maken hebben met nieuwe wet- en regelgeving, door ontwikkelen van de organisatie en werkprocessen, et cetera. Deze teams zullen daar waar nodig door te prioriteren, bijvoorbeeld in planning, eventuele toename van werkzaamheden opvangen. Het gaat daarbij om teams zoals Strategie, Juridische Zaken, Kwaliteit Ontwikkeling en Management Ondersteuning. Beleid wordt gevormd, verordeningen aangepast, projecten gedraaid en dit binnen de begroting.
21
Begrotingswijziging 2021
Bij andere teams kunnen nog keuzes worden gemaakt om de eerste volumetoename op te vangen. Bij kwaliteitsbeheer kan de 1 op1 toetsing helemaal worden losgelaten en meer op regelmatige basis getoetst worden en ondersteuning van de IC (Interne Controle) afbouwen. Bij Bezwaar en Beroep kan men de doorlooptijd laten oplopen tot de 8 wekentermijn en de klant eenvoudiger en sneller in het gelijkstellen. Andere teams in de bedrijfsvoering hebben het afgelopen jaar, met onder andere de coronacrisis, de alle oplossingsmogelijkheden al benut. Een toename van het aantal klanten levert direct extra werk op. Communicatie moet bijvoorbeeld bij de start van het crisisregime de klanten voorbereiden op de aangepaste dienstverlening. Meer klanten betekent voor KSV direct ook een toename van het aantal vragen per telefoon en mail. Bij HR (verzuim, ondersteuning MT/teamcoördinatoren en zorgen voor verbinding), Finance & Control ((motorblok, Interne Controle) en ICT (kritisch primair proces, thuiswerken) betekent een groei van het aantal klanten met bijbehorende crisisregime ook direct een toename van de werkbelasting. Deze teams zullen bij verdere volumegroei direct moeten kunnen schakelen. Dit is bij de kanttekeningen van deze begrotingswijziging opgenomen en zal wellicht bij de tweede begrotingswijziging worden geëffectueerd. Consequenties Deels zullen er dus geen consequenties zijn.
Bij Bezwaar en Beroep en Kwaliteit Beheer zullen de doorlooptijden oplopen en is er een risico dat er onterecht aanvragen worden toegekend. Hier hoort ook een stijging van de regelingskosten bij. Bij een beperkt aantal teams zijn geen mogelijkheden om processen en prioriteiten aan te passen en zal de bij de kanttekeningen opgenomen consequenties bij overschrijding van de drempelwaarde bij de tweede begrotingswijziging worden geëffectueerd. Financieel De eerste 10-15% volumegroei wordt bij bedrijfsvoering met een crisisregime binnen de begroting opgevangen. Mocht de drempelwaarde van worden bereikt zal de inzet opgeplust worden. Op een tweetal punten zijn er in de begrotingswijziging financiële gevolgen opgenomen. Omdat de werkzaamheden bij DIV tot het motorblok behoren en om verstoringen in de dienstverlening door volumes voor te zijn, is een incidentele extra inzet in 2021 van € 30.000 opgenomen. Daarnaast zien we hier de technische wijziging van een afname van € 150.000 in het kader van de nullijnoptimalisatie formatie. Deze post is als toename bij het Programma Inkomensondersteuning opgenomen. Overall In de onderstaande tabel zijn de consequenties voor het programma Bedrijfsvoering opgenomen.
Program Inzet 2021 Crisisregime indien aan de Tot hoever Consequenties als volumes ma/ orde binnen (hard) gaan oplopen team begroting? Beleid Zelfde als in Niet van toepassing; wordt 100% Niet van toepassing 2020; incl. geschoven met prioriteiten, nieuw beleid dan wel zaken naar achter geschoven indien nodig Juridisch Zelfde als in Niet van toepassing; wordt 100% Niet van toepassing e zaken 2020; incl. geschoven met prioriteiten, nieuw beleid en dan wel zaken naar achter projecten geschoven indien nodig
To do (besluit DB nodig bv?) -
Opplussen vanaf en hoe?
-
Niet van toepassing
Niet van toepassing
22
Begrotingswijziging 2021
Communi catie
HR
Finance & Control
Kwaliteits -
Zelfde als in 2020, maar zodra volumes toenemen crisisregime (=moment X)
Zelfde als in 2020, maar zodra volumes toenemen crisisregime (=moment X)
Zelfde als in 2020
Zelfde als in 2020; incl.
•
Extra inzet op klantcommunicatie: managen verwachtingen, wat is crisisregime, e.d.) Extra inzet op interne communicatie om medewerkers aangesloten, betrokken en gewaardeerd te houden
Tot moment X; vanaf dan 0,5 fte erbij
Extra inzet op interne ondersteuning MT, TC’s en collega’s communicatie om medewerkers aangesloten, betrokken en gewaardeerd te houden, als ook verzuim en werkdruk beperkt te houden (mede .i.r.t. corona en thuiswerken)
Tot moment X; vanaf dan 0,5 fte erbij
Niet aan de orde: ook niet mogelijk. Het “motorblok” moet blijven draaien. Maar zodra volumes substantieel toenemen (=moment X) moet er op IC bijgeplust worden; ook kosten accountant dan hoger
Tot moment X
Niet van toepassing; wordt geschoven met prioriteiten,
100%
•
•
Beperkte oplossingsmogelijkheden binnen team zijn al benut. • Kost € 50.000 extra (benoemd bij de kanttekeningen in de 1ste BW2021; mogelijk effectief in 2de BW2021) En indien dan wordt bijgeplust: • Tevreden klanten • Tevreden medewerkers en daardoor ook indirect tevreden klanten Beperkte oplossingsmogelijkheden binnen team zijn al benut. • Kost € 50.000 extra (benoemd bij de kanttekeningen 1ste BW2021; mogelijk effectief in 2de BW2021)) En indien dan wordt bijgeplust: • Verzuim op beperkt niveau • Tevreden medewerkers en daardoor ook indirect tevreden klanten Beperkte oplossingsmogelijkheden binnen team zijn al benut. • Kost € 25.000 extra (benoemd bij de kanttekeningen 1ste BW2021; mogelijk effectief in 2de BW2021) En indien dan wordt bijgeplust: WIL in control Niet van toepassing
MT bepaalt aard crisisregime en omvang extra inzet
Vanaf moment X
DB bepaalt moment X en opplussen
MT bepaalt aard crisisregime en omvang extra inzet
Vanaf moment X
DB bepaalt moment X en opplussen
MT bepaalt omvang extra inzet
Vanaf moment X
DB bepaalt moment X en opplussen
-
Niet van toepassing
23
Begrotingswijziging 2021
ontwikkel ing (KWO) DIV
uitvoering strategische projecten[1] Zelfde als in 2020, hele jaar door
dan wel zaken naar achter geschoven indien nodig Niet aan de orde; niet mogelijk. Is “motorblok” en moet blijven draaien
Niet: vanaf 11-2021 1/2 fte erbij; als volumes verder oplopen meer
Kritisch en kwetsbaar primair proces. Er is geen oplossingsmogelijkheden binnen proces en team. • Kost € 30.000 extra (=1ste BW2021) En indien dan wordt bijgeplust: • Geen tot beperkte achterstanden verwerking inkomende post in zaaksysteem • En daarmee actuele klantinformatie en dienstverlening
DB besluit over opplussen
Als klantvolumes bij SHV, BR en P&S boven drempelwaarde komen, dan 1/2 fte erbij per 200 klanten erbij
Applicati e-beheer en ICT (APB/ICT )
Zelfde als in 2020;
Niet aan de orde: niet mogelijk. Het “motorblok” moet blijven draaien.
Niet mogelijk vanaf moment dat substantieel personeel opgeplust wordt (=moment Y); vanaf dan ½ fte erbij
Kritisch en kwetsbaar primair proces. Er is geen oplossingsmogelijkheden binnen proces en team. • Kost € 40.000 extra (benoemd bij de kanttekeningen 1ste BW2021; mogelijk effectief in 2de BW2021) En indien dan wordt bijgeplust: • Tevreden medewerkers en klanten
MT bepaalt moment extra inzet
Vanaf moment Y
KSV
Zelfde als in 2020, maar zodra volumes toenemen crisisregime (=moment X)
•
Openingstijden en inzet op receptie verminderen en uren inzetten op telefoon; verder niet mogelijk
Tot drempelwaard e (=3.000 telefoontjes +15%=3.500)
• •
Oplopende wachttijden Afnemende klanttevredenheid
DB bepaalt moment X en opplussen
MT besluit op crisisregime DB bepaalt opplussen
Vanaf drempelwaarde (=5.000 telefoontjes), 1 fte per 1.000 telefoontjes erbij
24
Begrotingswijziging 2021
MO
Zelfde als in 2020; incl. support TC’s en facilitair
•
Bezwaar & Beroep (B&B)
Zelfde als in 2020, maar zodra volumes toenemen crisisregime (=moment X)
•
Zelfde als in 2020, maar zodra volumes toenemen crisisregime (=moment X)
•
Kwaliteitbeheer (KWB)
•
•
Niet van toepassing; wordt geschoven met prioriteiten, dan wel zaken naar achter geschoven indien nodig Afhandelingstermijne n maximaal oprekken naar 8 weken Bezwaren sneller gegrond verklaren; verder niet mogelijk 1-op-1 toetsing laten vervallen en i.g.v. fase 2: geen ondersteuning meer op IC i.k.v. accountants-controle
100%
•
Niet van toepassing
-
Niet van toepassing
Tot drempelwaard e (=340 bezwaar en beroepszaken +12,5%=380)
• •
Oplopende wachttijden Mogelijk onterecht verstrekte uitkeringen en hogere schadelast
MT bepaalt moment X
Tot drempelwaard e bij BR, IB/P&S en SHV
•
Verhoogde kans op onterechte toekenning uitkering Fouten in uitvoering en kritische accountant, toenemende kans op overschrijding foutenmarge en afkeurende verklaring accountant dan wel hogere accountantskosten Verhoogde kans op minder oog voor leefwereld Hogere uitvoeringskosten F&C
MT bepaalt aard crisisregime en moment X
Vanaf drempelwaarde (=380 bezwaar en beroepszaken), 1 fte per 100 bezwaar en beroepszaken erbij Vanaf drempelwaarde SHV, BR en P&S, dan 1 fte erbij per 300 klanten
•
• •
[1]
DB bepaalt opplussen
DB besluit opplussen
Strategische projecten zijn: Innnovatieagenda WIL-Gemeenten, Atrium project, Informatievoorziening WIL-Gemeenten, bedrijfsvoering/dienstverlening IO, I en
Werk
25
Begrotingswijziging 2021
TOT SLOT: ENKELE KANTTEKENINGEN De keuzes die bij de begrotingswijziging zijn gemaakt hebben als grondslag de verwachting dat eind 2021 het klantvolume bij WIL overall met 25% gestegen zal zijn. Hierbij baseren wij ons op de economische-, arbeidsmarktontwikkelingen, de ontwikkelingen bij het UWV met WW-uitkeringen en de toename van het aantal klanten bij WIL op dit moment. Het is echter geen harde wetenschap en de daadwerkelijke ontwikkeling van het volume kan afwijken. Daarom is gekozen om de volumetoename in deze begrotingswijziging te beperken tot de eerste 10-15% hiervan. Deze vangen we ook binnen de begroting op. Mochten de volumes harder gaan stijgen, wat wij en ook het CBS en CPB dus wel verwachten, maar nog niet SMART kunnen maken, dan gaan we over tot het getrapt opplussen van onze inzet, met ons DB aan zet. We verwachten in de tweede Begrotingswijziging 2021 hier meer concreet te kunnen worden. Bij een aantal teams in de bedrijfsvoering zijn de effecten van corona direct merkbaar en kunnen niet met een crisisregime worden opgevangen. De maatregelen die hier getroffen moeten worden, hoeven niet per direct geeffectueerd te worden. We benoemen deze effecten echter nu al omdat zij mogelijk wel geëffectueerd worden bij de tweede begrotingswijziging 2021. Deze vooruitblik benoemen we nu reeds. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen.
• De inzet van crisisregime brengt bij communicatie mee dat dit met klanten en ketenpartners gecommuniceerd moet worden. Hiervoor wordt op dit moment en bedrag van maximaal € 50.000 ingeschat. • De hele coronacrisis geeft een extra belasting bij HR op het gebied van voorkomen en beperken van verzuim, ondersteunen van collega’s bij de omvorming tot een (gedeeltelijke) thuiswerksituatie. Een mogelijke extra kostenpost van € 50.000 is het gevolg. • Het toenemende aantal aanvragen en klanten vraagt ook meer inzet vanuit de interne controle, naar verwachting € 25.000. • Ten slotte vraagt de veranderende werkomgeving als gevolg van corona van ICT meer inzet op het gebied van de omvorming van WIL tot een hybride kantoor/thuiswerkorganisatie. Vooralsnog verwachten wij hier mogelijk € 40.000 voor in te moeten effectueren bij de tweede begrotingswijziging 2021. Op dit moment is een begrotingswijziging op deze onderdelen nog niet nodig, maar de kans is reëel dat dit bij de tweede begrotingswijzing anders is. Met deze begrotingswijziging leggen wij onze beoogde inzet op tafel en de financiële consequenties hiervan. De eerste volumegroei tot de genoemde drempelwaardes vangen we binnen de begroting op.
Mocht in de praktijk blijken dat het crisisregime dat we eerder beschreven hebben, hiervoor onvoldoende is, dan behouden we ons voor onze inhoudelijke inzet aan te passen om onze inspanningsverplichting financieel gestand te kunnen doen.
26
Begrotingswijziging 2021
BIJLAGE 1 OOGST KADERSTELLEND RAADSDEBAT 7 OKTOBER 2020 over NULLIJN 2021 Algemeen Ondanks de digitale vorm van het debat is aan alle tafels het gesprek goed gevoerd. De gesprekken verliepen soepel en gesprekspartners namen actief deel. De bijeenkomst straalde ook uit dat raadsleden en bestuur gezamenlijk voor de uitdagingen gaan staan en de urgentie van het maken van keuzes aanwezig is. WIL is van ons allemaal en wij zijn allemaal van WIL. Raadsleden hebben aangegeven dat dit wel een prettige manier is. Een deel van de raadsleden mist feiten, cijfers, scenario’s en concrete invulling, dit draagt er aan bij dat tijdens het KRD niet alle consequenties van keuzes tot in detail te overzien zijn. Er is echter ook begrip dat het gesprek nu op hoofdlijnen plaatsvindt. Uiteraard is ambtelijk in de voorbereiding gewerkt met scenario’s, gebaseerd op landelijke modellen en ontwikkelingen in de praktijk (UWV). De raadsleden is gevraagd het bestuur op hoofdlijnen mee te geven welke prioriteiten bij de besluitvorming gehanteerd kunnen worden. In de bijlagen die bij de uitnodiging met de raadsleden is gedeeld is daarom, gebaseerd op genoemde scenario’s, op hoofdlijnen geschetst welke ontwikkelingen en bijbehorende dillema’s en uitdagingen uit de ontwikkelingen volgen. Deze reflectie op het KRD is niet een letterlijk verslag.
Wij realiseren ons dat de hoofdlijnen weergegeven worden en niet alle individuele opinies zijn opgenomen. Ook zijn we ons ervan bewust dat er tegengestelde geluiden waren per gesprekstafel en per gemeente, waarbij onder andere de financiële ruimte per gemeente mede bepaalt waar de accenten worden gelegd. We geven hier de grootste gemene delers weer met daarbij ook aandacht voor de andere geluiden die gehoord zijn. Opvallendste gemene deler is dat schuldhulpverlening op alle tafels en repeterend als prioriteit wordt benoemd. Dit onder andere bij preventie, maatschappelijke waarde, maatwerk op klantniveau en het binnen de (wettelijke) afhandelingstermijnen blijven. De volgende kaderstellende noties zijn op hoofdlijnen opgehaald. Nullijn Op grote lijnen is er draagvlak om het bestuur de ruimte te geven de nullijn op onderdelen los te laten. Met de ontwikkelingen en volumeverwachtingen is het niet haalbaar of wenselijk de nullijn volledig vast te zetten. De mate waarin de nullijn losgelaten kan/moet worden is wel onderwerp van debat. Raadsleden uit de gemeenten waar de financiële ruimte zeer beperkt is, benoemen ook nut en/of noodzaak om de nullijn op onderdelen los te kunnen laten. Voor een deel van de aanwezigen hangt prioritering samen met de maatschappelijke effecten die worden bereikt, ook op de langere termijn.