6. Reactie college op ASDIJ - verordening maatschappelijke ondersteuning 369472 (1)
Tekst van het document
postadres Postbus 26, 3400 AA IJsselstein
bezoekadres Overtoom 1 3401 BK IJsselstein t 14 030 f 030 6884350 e info@ijsselstein.nl
ASDIJ
betreft
Verordening Maatschappelijke ondersteuning
uw kenmerk uw brief van behandeld door
zaaknummer
345580
Pim Mocking
datum
26 mei 2026
blad 1 van 5 bijlagen
Geachte leden van de Adviesraad Sociaal Domein IJsselstein (ASDIJ), De ASDIJ heeft het college van IJsselstein op 23 april 2026 advies verstrekt op ons verzoek over de verordening Maatschappelijke ondersteuning. Allereerst willen wij u bedanken voor uw advies. Goed om te lezen dat u de keuze ondersteunt om de verordening voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning op te splitsen naar twee aparte verordeningen. Hieronder volgt onze inhoudelijke reactie op uw opmerkingen en tekstuele voorstellen. Dit staat in volgorde van algemene opmerkingen uit uw inleidende brief, de tekstuele voorstellen en ten slotte de vragen over de verordening. Algemene opmerkingen ASDIJ De adviesraad adviseert daarnaast om bij de verordening het handvest VN-verdrag Handicap toe te passen… . Omdat deze verordening ook zeer toekomstgericht is, is de adviesraad van mening dat het VN-verdrag Handicap en de daarbij behorende lokale inclusie agenda (LIA) altijd de basis moet worden in toekomstige plannen en uitvoerend beleid en dus ook toegepast dient te worden in de nu voorliggende verordening. - Bij het onderdeel Artikel 8, punt 3 “maatwerkvoorziening Wonen ”adviseert de adviesraad om artikel 19 VN-verdrag Handicap op te nemen. - Artikel 10, kopje a toe te voegen, artikel 19 VN-verdrag Handicap op te nemen. - Artikel 12 punt 2b maatwerkvoorziening, artikel 19 VN-verdrag handicap.
Reactie college Het VN-verdrag handicap is in zijn geheel van toepassing op Nederlandse wetgeving, er kan hier altijd een beroep op worden gedaan en er moet hier altijd rekening mee worden gehouden. Dit hoeft dus niet expliciet in de verordening opgenomen te worden. Wel zijn wij het met u eens dat het belang van dit verdrag benadrukt moet worden. Daarom zullen wij de toepassing van dit verdrag opnemen in de toelichting van de verordening, waarin we ook specifiek naar artikel 19 van het VN-verdrag handicap zullen verwijzen. Wij doen dit in de algemene toelichting op de verordening omdat het verdrag van toepassing is op de gehele verordening. Daarmee benoemen wij het verdrag op een prominente en overkoepelende plaats Tekstuele voorstellen U heeft diverse tekstuele voorstellen geopperd in de verordening. In bijgevoegde tabel (bijlage 1) is weergegeven hoe wij dit hebben verwerkt. Op de plekken waar we de tekstuele voorstellen niet hebben meegenomen is dit omdat deze toevoeging naar onze mening niet nodig is in de specifieke context of in sommige gevallen al (later) in de tekst staat. De gemeente IJsselstein gebruikt uw persoonsgegevens uitsluitend voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt. Voor meer informatie daarover verwijzen wij u naar www.ijsselstein.nl/privacy.
Bankrelatie BNG NL79BNGH028.50.09.958 Bankrelatie RABO NL83RABO0320.72.82.85
datum ons kenmerk blad 2 van
26 mei 2026 345580 5
Vragen over verordening Artikel 5 ASDIJ Aandachtspunt: de mensheid steekt zo in elkaar dat zij wel een ander wil helpen, maar daar na verloop van tijd wat voor terugvragen. Juist dat kan een hulpvrager niet bieden, waardoor het sociale netwerk afneemt en de inwoner richting eenzaamheid gaat. Is de gemeente zich hiervan bewust? Reactie college Wij onderstrepen het belang van dit risico. De verordening voorziet hierin via art. 5 lid 1 sub e (behoefte aan ondersteuning van mantelzorger zelf) en art. 9, onder de uitzonderingsgrond '(dreigende) overbelasting'. De Wmo 2015 (art. 2.3.2 lid 4 sub e) verplicht het college om in het onderzoek expliciet de mogelijkheden en belastbaarheid van het sociale netwerk te wegen. De gemeente moet uitgaan van wat feitelijk en duurzaam beschikbaar is, niet van een theoretisch netwerk. Artikel 9 ASDIJ 1. Wanneer een partner nog fulltime werkt en dit erbij móet gaan doen, ligt een burn-out op de loer. Zij worden immers al overvraagd. Is de gemeente zich hiervan bewust? 2. Let op: niet elke zorgvraag is planbaar om door een thuiszorgorganisatie te worden geleverd. Een en ander is afhankelijk van de situatie van de hulpvrager. Heeft de gemeente hier oog voor? 3. … dat is afhankelijk is van de persoonlijke situatie van de hulpvrager. Hoe gaat de gemeente hiermee om? 4.
Wanneer het om langdurige zorg gaat, zou de hulpvraag kunnen verlopen via de Wet Langdurige Zorg. Neem bijvoorbeeld Alzheimer, deze aandoening gaat nooit meer over en is dus langdurig. Verwijst de gemeente hiervoor door naar de WLZ? 5. (bedoelen we hiermee het keukentafel gesprek waarbij een onafhankelijke cliëntondersteuner bij is?) Reactie college 1. Wij erkennen dit punt. Het uitgangspunt van de Wmo is dat van mantelzorgers en huisgenoten geen bijdrage mag worden gevraagd die hun belastbaarheid te boven gaat. Dreigende overbelasting wordt preventief meegewogen, niet pas na uitval. 2. De mate van planbaarheid is een afwegingsfactor die wordt toegepast, geen norm dat alles planbaar moet zijn. Wij hebben daarom in de verordening opgenomen dat het belangrijk is oog te hebben voor de situatie van de hulpvrager en de beoordeling van gebruikelijke hulp op af te stemmen. 3. Wij beoordelen elke aanvraag individueel, zoals blijkt uit artikel 5 van de verordening. Standaard omvangen zijn niet toegestaan. Wij hanteren het HHM-Normenkader (art. 8 lid 5) daarom als een richtlijn en niet als een plafond. 4. Wij mogen een aanvraag niet afwijzen op de enkele grond dat de Wlz “voorliggend zou kunnen zijn”. Er moet feitelijk een Wlz-indicatie zijn of duidelijk dat die geïndiceerd zou worden. Wanneer dat het geval is dragen wij er zorg voor dat de inwoner wordt begeleid richting de Wlz. 5.
“Objectief onderzoek” verwijst naar de bewijslast. Wij moeten kunnen onderbouwen waarom gebruikelijke hulp wel of niet redelijk is. “Objectief onderzoek” omvat onder andere het keukentafelgesprek, zie hiervoor artikel 5 van de verordening. Daarbij is de onafhankelijke cliëntondersteuner een recht van de inwoner (artikel 4 lid 3 sub b), maar is het niet de persoon die de objectiviteit waarborgt. Dat doet het college. Artikel 10 ASDIJ 1. Aandachtspunt: Deze vervoersvoorziening is niet enkel beschikbaar voor senioren met een beperking, deze wordt nu veelal ingezet voor vervoer naar dagbesteding waardoor andere inwoners hier nauwelijks gebruik van kunnen maken. Daarnaast wordt hier verder weinig over gecommuniceerd. Is de gemeente hiervan op de hoogte en hoe verwachten zij dat te kunnen verbeteren? 2. Hiervoor zou toch ook pgb kunnen worden ingezet (vanuit gemeente of Wet Langdurige Zorg)?
datum ons kenmerk blad 3 van
26 mei 2026 345580 5
3. Let op: het is makkelijk gezegd dat men moet verhuizen, maar er is landelijk gezien een enorm tekort aan woningen die rollator/rolstoel proef zijn. Is de gemeente hiervan op de hoogte? Reactie college 1. Het signaal wordt herkend, maar de premisse klopt deels niet. Binnen de RBL-regio zijn er afzonderlijke contracten voor GHZ-vervoer (vervoer naar dagbesteding) en voor het reguliere Wmo-vervoer (collectief vervoer/regiotaxi). Deze stromen lopen via verschillende aanbieders en aparte capaciteit en concurreren dus niet één-op-één om dezelfde voertuigen of ritten. Andere inwoners worden hierdoor in beginsel niet verdrongen. Wel is communicatie hierover een verbeterpunt: wij zeggen toe inwoners actiever te informeren over het onderscheid tussen beide voorzieningen en jaarlijks te rapporteren over bezetting en klanttevredenheid van het Wmovervoer. Indien collectief vervoer feitelijk niet beschikbaar is door overbelasting of niet passend, is dat grond voor maatwerk (financiële tegemoetkoming individueel vervoer of pgb). 2. Art. 2.1.7 Wmo regelt de financiële tegemoetkoming als zelfstandig instrument. Het Pgb (art. 2.3.6 Wmo) en tegemoetkoming zijn twee verschillende routes. Het Pgb is een verstrekkingsvorm binnen de Wmo, geen alternatief voor de financiële tegemoetkoming. (Art. 2.1.7 Wmo regelt de tegemoetkoming meerkosten als zelfstandig instrument. Pgb (art.
2.3.6 Wmo) en tegemoetkoming zijn twee verschillende routes.) 3. Het tekort is bij ons bekend en is een beperking voor het primaat van verhuizen. Daarom geldt dat als geen geschikte woning beschikbaar is binnen een medisch aanvaardbare termijn (art. 11 lid 2 sub d), het primaat vervalt. Een woningaanpassing wordt dan alsnog adequaat geacht. Het uitgangspunt is namelijk dat de gemeente het primaat van verhuizen niet kan hanteren als er feitelijk geen geschikte woning beschikbaar is. Dit raakt ook art.19 VN-verdrag Handicap (vrije keuze van woonplaats). Artikel 11 Primaat van verhuizen ASDIJ Zoals al eerder toegevoegd heeft de inwoner hier ook nog wat over te zeggen, volgens het VNverdrag Handicap. Waarom is hier niets over opgenomen? Reactie college Sinds 1 juli 2024 zijn gemeenten verplicht een lokale inclusie agenda te voeren (art. 2.1.5 Wmo, gewijzigd). Het primaat van verhuizen mag niet ten koste gaan van dit recht. Bij het primaat van verhuizen spelen meerdere factoren een rol, op basis waarvan de gemeente beoordeelt of een verhuizing een adequate oplossing is. Artikel 12 Weigeringsgronden ASDIJ 1. Aandachtspunt: voorkom vereenzaming door afhaken van netwerk wanneer deze naar hun mening worden overvraagd. Hoe denkt de gemeente dit te voorkomen? Voor zowel de hulpvrager als voor het overvraagde netwerk? 2. Wat is het uitrustingsniveau van de sociale woningbouw? (sub 2.c) 3.
Aandachtspunt: weinig woningen zijn gelijkvloers en beschikken over extra ruime deuropeningen. Daarnaast wordt veelal geen rekening gehouden met de extra ruimte die nodig is wanneer men gebruik maakt van een rollator en/of rolstoel. Verplaatsen naar een gelijkvloerse studio kan dan alsnog niet passend zijn. Is de gemeente zich hiervan bewust? Reactie college 1. Het netwerk wordt actief bevraagd over belastbaarheid en wensen. De Wmo verplicht gemeenten namelijk om de netwerkbelastbaarheid feitelijk te toetsen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met vereenzaming. Eenzaamheidspreventie is bovendien beleidsthema in het sociaal domein (Eén tegen Eenzaamheid). 2. Het beschrijft het “basisniveau” aan voorzieningen (sanitair, keuken, elektra) van een doorsnee sociale huurwoning. De tekst is aangepast in de verordening naar dat de aangevraagde maatwerkvoorziening een sober niveau overstijgt wat beter aansluit bij het uitgangspunt dat de goedkoopst adequate voorziening wordt toegekend.
datum ons kenmerk blad 4 van
26 mei 2026 345580 5
3. Hier zijn wij ons bewust van. De weigeringsgrond “niet verhuisd naar de meest geschikte woning” mag alleen worden ingezet als die meest geschikte woning ook feitelijk beschikbaar én passend was. Een te kleine gelijkvloerse studio voor iemand met rolstoel valt daar niet onder. Artikel 13 Inhoud beschikking ASDIJ 1. Let op: onderhoudskosten en verzekering blijft binnen de WMO vallen. Kan dat hierbij worden opgenomen? 2. …bijvoorbeeld om vervuiling te voorkomen. Kan dat erbij worden opgenomen? Reactie college 1. Art. 2.3.6 lid 4 sub d Wmo: het pgb moet toereikend zijn voor de daadwerkelijke kosten, inclusief onderhoud en verzekering bij hulpmiddelen. Hoe tot een tarief is gekomen moet in de beschikking zijn opgenomen en daarmee wordt ook de opbouw van het tarief weergegeven, inclusief componenten. Een pgb dat onderhoud en verzekering niet dekt is niet toereikend in de zin van de wet. 2. Verordeningen werken met algemene normen, niet met casuïstische voorbeelden. “Vervuiling voorkomen” hoort bij het doel van de hulp en wordt al gevangen door art. 8 lid 7 (passende en doeltreffende bijdrage aan zelfredzaamheid). Wel is het zinvol dit op te nemen in de toelichting of in een werkinstructie voor consulenten.
Artikel 16 Hoogte pgb ASDIJ Het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (vaak “VN-verdrag Handicap” genoemd) bevat meerdere bepalingen over hulpmiddelen (assistive devices). Het verdrag ziet hulpmiddelen als essentieel om gelijkheid, zelfstandigheid en participatie mogelijk te maken. Een goedkopere hulpmiddel kan dus weleens geen passend hulpmiddel voor de cliënt zijn. Het komt dan voor dat de cliënt soms pas na het 3e aangeboden hulpmiddel tevreden kan deelnemen aan de maatschappij. Dit is frustrerend voor de cliënt en kost uiteindelijk meer. Heeft de gemeente dat ook in de gaten? Reactie college “Goedkoopst adequaat” betekent dat het hulpmiddel moet werken voor de individuele situatie, niet dat altijd het goedkoopste model volstaat. Een hulpmiddel dat in de praktijk niet werkt is per definitie niet adequaat. Art. 4 en 20 VN-verdrag Handicap (toegang tot kwalitatieve hulpmiddelen) verplichten hiertoe. Artikel 20 Waardevermeerdering woning na woningaanpassing ASDIJ 1. Dan maakt het toch niet meer uit dat de wenselijke aanpassingen boven de €10.000,- uit stijgen? Het geld komt dan later weer terug, zoals deze opzet omschrijft. Of zien wij dat verkeerd? 2. Let op: het kan ook zo zijn dat de nieuwe kopers deze voorzieningen helemaal niet in de woning willen hebben en deze laten verwijderen.
Dan is het duidelijk geen meerwaarde van de woning, maar juist een kans dat de woning niet goed wordt verkocht. Wat doet de gemeente dan bij waardevermindering? Reactie college 1. De € 10.000-grens uit art. 11 lid 2 sub b (primaat van verhuizen) en de € 15.000-drempel uit art. 20 lid 1 (waardevermeerdering) zijn twee verschillende dingen. Boven € 10.000 wordt verhuizing in beginsel goedkoper geacht; pas bij aanpassingen boven € 15.000 die de woningwaarde verhogen kan terugbetaling worden gevraagd. De anti-speculatieregeling beoogt te voorkomen dat publiek geld wordt geïnvesteerd in een woning die kort daarna met winst wordt verkocht. 2. Bij feitelijke waardevermindering of geen waardestijging vervalt de terugbetalingsplicht automatisch. Art. 20 ziet uitsluitend op stijging, gemeten via taxaties (lid 2). Geen stijging is geen terugbetaling. De gemeente compenseert geen waardevermindering.
datum ons kenmerk blad 5 van
26 mei 2026 345580 5
Artikel 21 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning ASDIJ Wordt dit ook schriftelijk gedaan in begrijpelijk Nederlands en al dan niet gericht aan hulpvrager met mantelzorger? Reactie college Dit wordt gedaan, maar hoort steviger geborgd te worden. Het inwonerervaringsonderzoek wordt schriftelijk en in B1-niveau Nederlands uitgevoerd. Bij plaatsbezoeken krijgt de inwoner een schriftelijke samenvatting in begrijpelijke taal en kan de mantelzorger erbij zijn. Artikel 24 Klachten ASDIJ Dus de slager keurt zijn eigen vlees ..? Reactie college Dit lijkt zo, maar zorgt eigenlijk voor een dubbele waarborg. Art. 3.2 Wmo verplicht aanbieders namelijk een klachtregeling te hebben. Daarnaast verplicht art. 2.1.3 lid 2 sub e Wmo gemeenten in de verordening op te nemen hoe klachten worden behandeld. Het college ziet daarom ook volgens art. 24 lid 2 van de verordening toe op de klachtafhandeling van aanbieders. Hopelijk kunt u zich vinden in de antwoorden op uw aandachtspunten. Met vriendelijke groet, Het college van IJsselstein,
Wilma van de Werken secretaris
Ester Weststeijn burgemeester