CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

5.5 Bijlage bij zienswijze bodem en waterprogramma ODRU-gemeenten

Commissie Ruimte 21 september 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven2.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage bij zienswijze ontwerp Bodem- & waterprogramma 2022-2027 Algemene opmerkingen Onderstaand eerst aantal opmerkingen die in brede zin van toepassing zijn op het document Pag 4 Naamvoering bodem- & waterprogramma. De bodembevoegdheid is met de Omgevingswet, OW, overgegaan naar gemeenten. Vraag: Waarom is gekozen is voor de titel bodem – en waterprogramma en niet alleen een (grond)water programma? 1. Bevoegdheden grond en grondwater: De Provincie is vanuit de KRW verplicht een Waterprogramma op te stellen in verband met haar systeem-verantwoordelijkheid voor het grondwater. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het bodembeleid vanuit de RO-verantwoordelijkheid en uitgangspunten Omgevingswet, Ow. De samenwerking tussen partijen betreft het scheidingsvlak, in hoeverre een grondwaterverontreiniging een risico vormt en of dit moet leiden tot een sanering van grond (bron) en/of grondwater. De onderzoeksplicht, bevoegdheden en saneringsmeldingen tussen gemeente en initiatiefnemer dan wel provincie en initiatiefnemer moeten dan helder zijn. Verzoek: Om onderscheid te maken wat de provincie verplicht is te regelen vanuit de KRW en waar de provincie kiest voor een verdergaande ambitie voor het grondwater. Vraag: Het in het BWP geformuleerde onderscheid grond en grondwater komt niet overeen met de beoogde splitsing zoals opgenomen in de KRW en Ow.

Is dit een bewuste keuze? Verzoek: Op basis van het bovenstaande is een nadere invulling gewenst waar de raakvlakken liggen tussen Ow en KRW: Wie moet wat gaan doen, en waar verwachten we dat we elkaar kunnen aanvullen (de samenwerking). 2. Algemene regels versus gebiedsgerichte aanpak De provincie lijkt bij de aanpak van historische verontreinigingen sterk te leunen op gebiedsgerichte afspraken terwijl de verwachting is dat dit voor merendeel van de kleinere gemeenten niet van toepassing is of omdat hier geen reden toe is. Niet duidelijk wordt waarom hier zo dominant voor wordt gekozen. Als hier een gebiedsgerichte aanpak bedoeld wordt zoals voorgestaan in de WBB, vinden wij deze benadering veel te ingrijpend voor het aanpakken van de ‘huis-tuin-en- keuken-saneringen’. Het Bodem- en waterprogramma dient te voorzien in een standaardkader voor het afwegen van risico’s voor het overgrote deel van de gevallen/locaties, i.e. te voorzien in een standaard risico-aanpak analoog aan de Wbb (zie ook voorgaande punten). De algemene aanpak moet voldoende zijn om > 95% van de standaardsituaties te tackelen, i.e. dit moet zodanig worden ingevuld dat hier geen specifiek beleid voor nodig is. In bijzondere gevallen kan afgeweken worden, bijvoorbeeld bij meerdere verontreinigingen of indien multidisciplinaire doelen in het geding zijn. Hoofdstuk 4 gaat over een gebiedsgerichte uitwerking.

Deze gebiedsuitwerking lijkt in te gaan op de Stroomgebied benadering uit de KRW. Deze gebiedsgerichte aanpak is dus anders dan die in het kader van WBB en is dus een andere dan bedoeld wordt in hoofdstuk 3. Dit verschil wordt onvoldoende duidelijk gemaakt. Voorbeelden in de tekst: P30 beleidskeuze 11: ‘… gezamenlijke integrale aanpak en gebiedsgericht beleid…’; P36 reguleren, beleidskeuze 14: In gebieden waar geen gebiedsaanpak geldt, stellen we algemeen beleid en algemene regels op ten behoeve van het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het grondwater.

1

-

P37 beleidskeuze 19: In gebieden waar geen gebiedsaanpak geldt, stellen we algemeen beleid in… € → kosten voor instellen, organisatie en oprichten

Vraag:

Er wordt op diverse plaatsen in het stuk verwezen naar situaties waar ‘… (g)een gebiedsgerichte aanpak geldt…’. Kan de provincie in het document inzicht geven op een kaartje van de gebieden waar momenteel een op basis van de WBB ingesteld gebiedsgericht beheer geldt? Vraag: Het WBB-kader voor gebiedsgerichte aanpak komt te vervallen en introduceert de Provincie hier een ‘…gebiedsgerichte aanpak…’ met een voor ons onbekend geheel. Koppel de Gebiedsgerichte aanpak los van het WBB-GGB en omschrijf wat de doelstellingen en uitgangspunten gaan worden bij een Gebiedsgerichte aanpak nieuwe stijl, i.e. dit in gezamenlijkheid met de partners te ontwikkelen. Wie is verantwoordelijk voor het initiëren, organiseren, financieren en realiseren van het GGB-nieuwe stijl? Het simpelweg verwijzen naar een niet nader gespecificeerd begrip is onvoldoende. Voorstel: Sluit aan bij de bestaande Wbb situatie waarbij gekozen kan worden voor een gebiedsgerichte aanpak alleen als daar voldoende aanleiding voor is en toegevoegde waarde heeft. Hierbij hoeft dan niet alleen de grondwaterkwaliteit leidend te zijn, maar kunnen ook de andere grondwaterthema’s als kwantiteit, bodemenergie en klimaatadaptatie opgenomen worden. Nu lijkt het alsof het vooral vanuit de gebiedsgerichte aanpak en voor historische gevallen is bedoeld terwijl de intentie breder zou moeten zijn.

Vraag: Wie gaat het inrichten van een gebiedsaanpak betalen? Gebiedsgerichte plannen, althans als bedoeld in de WBB, zijn kostbaar en vergen afstemming en betrokkenheid van de partners en is daarmee ook een drempel om te starten, waarbij je je af kunt vragen of hier niet onnodig kosten gemaakt worden. Vraag: Is de provincie voornemens om middelen of capaciteit vrij te maken om partners/initiatiefnemers te verleiden tot een gebiedsaanpak? Vraag: De verschillende soorten gebiedsaanpak is verwarrend. Het verschil tussen hoofdstuk 3 en 4 moet expliciet gemaakt worden. Kan de provincie duidelijker onderscheid maken in verschillende gebiedsgerichte aanpakken? 3. Maken van samenwerkingsafspraken in werkgroepen Op diverse plekken in het document wordt gerefereerd naar werkgroepen, waaronder de werkgroep beleidskeuzes. In het document wordt aangegeven dat in deze werkgroep beleidsafspraken worden gemaakt. De werkgroep beleidskeuzes kan beleid voorbereiden, echter deze werkgroep heeft niet het mandaat om beleid vast te stellen. Dit zal op daarvoor passende wijze moeten gebeuren, afhankelijk van welke afspraken er gemaakt worden. Opmerking: beleidsafspraken worden voorbereid in werkgroepen en vastgelegd op de daarvoor passende wijze.

2

Opmerkingen per pagina: Pag. 16 Beleidskeuze 1 Vraag: 3D-systematiek van de ondergrond is een beleidskeuze die nadere uitleg verdiend. Zoals nadere toelichting op initiatief, organisatie en systeem-aanpak van deze grote inspanning, alsook de stimulering & financiering. Hoe is de relatie met gebiedsgerichte aanpak? Pag. 33: Ernstige niet-spoedeisende verontreinigingen hoefden onder de Wbb niet direct aangepakt worden; dat kon op een natuurlijk moment. Deze resterende verontreinigingen zijn op veel locaties in de bodem aanwezig en voor een deel beschikt. Deze beschikte locaties moeten onder de Omgevingswet op een natuurlijk moment worden opgeruimd door de initiatiefnemer. Dat beschikte locaties moeten onder de Omgevingswet op een natuurlijk moment moeten worden opgeruimd door de initiatiefnemer, lijkt een verzwaring. Vraag:

Het klinkt alsof dit door het Rijk zo is geregeld maar dit is niet zo! Waar komt dit vandaan? Is dit de interpretatie van de KRW (via het Rijk), interpretatie door de provincie van de KRW en de OW of een ambitie die de provincie mee wil geven aan gemeenten? Daarnaast is dit nu ook niet zo afgesproken in de werkgroep beleidskeuzes. Hier zal een inspanningsverplichting gelden waarbij gemeente zelf een afweging mag maken op basis van kosteneffectivteit.

Vraag:

Klopt het schema figuur 4 bij ernstig niet spoed beschikt is overgangsrecht + bruidsschat? Het is namelijk geen overgangsrecht (behalve bij nazorg) en de bruidsschat waar naar verwezen wordt, is maar ten dele van toepassing.

Pag. 34 participeren 2e bullit: We geven met gemeenten, waterschappen, omgevingsdiensten en drinkwaterbedrijven invulling aan het beleid voor historische grondwaterverontreinigingen en maken hier afspraken over in de werkgroep Beleidskeuzes. Voorstel: We stellen in samenspraak met gemeenten en waterschappen het beleid op voor historische grondwaterverontreinigingen op. Pag. 35 reguleren Onderstaande voorstellen voor toevoegingen in de tekst: Voorstel: 1e bullit Regels over hoe en wanneer een grondwatersanering moet worden uitgevoerd. Voorstel: 2e bullit We stellen in samenspraak met de gemeenten een beoordelingskader op…… Voorstel: 4e bullit We stellen in samenspraak met de partners kader op…. Vraag: 5de bullit Het ‘We richten geen aanvullende fysieke monitoring in…’ kan niet echt als het reguleren of het bereiken van een beleidskeuzes worden gezien. Dit lijkt veeleer een financiëel argument waarbij in het midden blijft wie dan wel de monitoring moet gaan doen/uitvoeren/betalen. Wie is verantwoordelijk voor de monitoring? Pag. 35 beleidskeuze 14 De provincie zet in op het verbeteren van de grondwaterkwaliteit door het opstellen van een integrale gebiedsgerichte aanpak in samenwerking met onze partners in de gebieden. Vraag: Waar en voor welke gebieden wordt dit dan verwacht?

3

Pag. 36 beleidskeuze 15 In gebieden waar geen gebiedsaanpak geldt, stellen we algemeen beleid en algemene regels op ten behoeve van het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het grondwater. Opmerking: Dit dient in relatie te staan met de beleidsneutrale overgang van de WBB naar de OW. Pag. 36 beleidsregel 16 Opmerking: Ook bestaande drinkwaterwinningen hebben effect op de verontreinigingen. Pag. 37 beleidskeuze 17 Bij het verbeteren van de grondwaterkwaliteit zet de provincie Utrecht in op het maken van gebiedsafspraken….. Vraag: Waar en onder welke voorwaarden wordt die kwaliteitsverbetering uitgevoerd? De haalbaarheid van de ambitie voor het opruimen van de ernstige niet spoedeisende verontreinigingen wordt mede bepaald door de financiële middelen die het Rijk beschikbaar stelt. Opmerking: Dit geldt voor meerdere beleidskeuzes betreffende de overdracht van bodemtaken aan de gemeenten. Pag. 37 beleidskeuze 18 Vraag: ‘… voorlopig beleidsneutraal…’? Kan deze beleidskeuze expliciet gemaakt worden en in relatie gebracht worden met KRW? Vraag: Waarom wordt er geen lijst met gevaarlijke stoffen aangewezen? Pag. 38 beleidskeuze 20 Bij het voorkomen en aanpakken van verontreinigingen geven we de voorkeur aan preventie aan de (verontreinigings)bron, gevolgd door beherende en sanerende maatregelen.

Leidt dit niet tot resultaat, dan volgen maatregelen dicht bij of in (kwetsbare) objecten. Vraag:

Hoe moeten we dit zien? Als er verontreinigingen nabij het kwetsbaar object zoals een drinkwaterwinning worden aangetroffen dan leidt bronaanpak niet gelijk tot afname. Hier zie ik een duidelijke samenwerking. De pluim door de provincie en de gemeente ziet toe op de bron.

Pag. 35 We verkennen in de werkgroep Beleidskeuzes welke regels we in de Omgevingsverordening willen opnemen over het saneren van resterende verontreinigingen en toevalsvondsten in het grondwater. Opmerking: De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de provincie. Daarnaast is niet duidelijk net als voorgaande welke regels dan staan en welke nog worden aangevuld of ter discussie staan. Vraag:

Waarom beperkt de provincie zich tot het benoemen van toevalsvondsten in het grondwater en worden toevalsvondsten in de bodem niet meegenomen?

Vraag:

Vindt de provincie dat zij een medeverantwoordelijkheid hebben voor het oppakken van toevalsvondsten in de bodem?

Pag. 38 Toestand grondwater Vraag: Hier wordt onder toestand grondwater een aantal kwetsbare winningen genoemd waar de trend omhoog gaat en mogelijk aanvullende maatregelen getroffen dienen te

4

worden. Waarom wordt Woerden (Oasen) wordt hier niet genoemd? Terwijl daar toch de nodige aandacht naar toe gaat. Pag. 39 Welke beleidskeuzes maken we? Vraag: Waarom is er geen beleidskeuze opgenomen voor maatregelen om de historische verontreinigingspluimen die de verhogingen veroorzaken te saneren of aan te pakken? Pag. 43 beleidskeuze 28, laatste zin: Als er voor de historische verontreiniging geen veroorzaker kan worden aangesproken, zal de provincie Utrecht de aanpak zelf op zich nemen, mits hiervoor voldoende financiering beschikbaar is vanuit het Rijk en/of samenwerkingsafspraken kunnen worden gemaakt. De hier geïntroduceerde financieringstoets voor de beleidsmatige verantwoordelijkheden en toezeggingen door de Provincie inzake ter beschikking gestelde middelen door het Rijk, dienen evenzo te gelden voor die van de Gemeenten jegens de Provincie als het gaat om de beoordeling en uitvoering van bijvoorbeeld een bronaanpak bij een natuurlijke moment. Opmerking: Ook voor gemeenten geldt dat zonder expliciete financiële toezeggingen er geen harde beleidsuitspraken verwacht kunnen worden, waaronder de aanpak van grondwaterverontreinigingen. Pag. 46 par 3.4.1. Bodemkwaliteit: Hier wordt wel ingegaan op de specifieke situatie van de grote gemeenten als gesprekspartner grondwaterkwaliteit en -taken, echter niet op die van de kleine gemeenten.

Hier dient (h)erkend te worden dat er bij de kleine gemeenten geen infrastructuur voorhanden is voor het invulling geven aan de nieuwe rol als partner bij bodem- en grondwatertaken. Vraag: Kunt u aangeven hoe u zorgt dat de kennisinfrastructuur ook aansluit bij de kleinere gemeenten? Pag. 103 In annex 2: Als er sprake is van een verontreiniging in het grondwater en de concentraties van één of meerdere stoffen de helft van de desbetreffende interventiewaarden overschrijden, dient een nadere beoordeling te worden uitgevoerd. Is hiervan geen sprake, dan beschouwen we de situatie niet als een verontreiniging van het grondwater en hoeven er vanuit de KRW geen maatregelen te worden getroffen. Vraag:

Dit is naar onze mening een (onterechte) verzwaring. Waarom is gekozen voor de halfwaarde terwijl in het BKL 4.12A de signaleringswaarde (interventiewaarde) wordt aangehouden?

Pag. 105 Humane risico’s Ook als er geen onaanvaardbare risico’s voor verspreiding aanwezig zijn, kan er nog wel sprake zijn van onaanvaardbare humane risico’s. De uitdamping van verontreinigende stoffen onder een verblijfsruimte bijvoorbeeld kan nadelige beïnvloeding van de binnenlucht veroorzaken. In dat geval dient de gemeente beveiligingsmaatregelen te treffen of op te leggen, zodat onaanvaardbare humane risico’s worden beperkt of weggenomen. Dit zijn geen sanerende maatregelen. Er zal vervolgens met de Provincie Utrecht moeten worden overlegd over de aanpak van de grondwaterverontreiniging. Vraag:

Over de aanpak van de grondwaterverontreiniging moet overlegd met de provincie. Is hier dan een meldingsprocedure voor? Wat is de procedure en hoe verloopt de samenwerking met de gemeente bij bouwsituaties? 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10388131/1