5.3 Zienswijze ontwerp POVR
Tekst van het document
Gemeente
Ij^istein postadres Postbus 26, 3400 AA IJsselstein
bezoekadres Overtoom 1 3401 BK IJsselstein
Provinciale Staten van Utrecht t.a.v. de commissiegriffier Omgevingsverordening Postbus 80300 3508 TH Utrecht
betreft
uw kenmerk uw brief van behandeld door
t 14 030 f 030 6884350 e info@ijsselstein.nl
Zienswijzen POVR
zaaknummer
1003929
F. Both
datum 6 juli 2021 blad 1 van 5 bijlagen
Geachte heer Poort, Het ontwerp van uw Omgevingsverordening ligt van 1 juni tot 12 juli 2021 ter inzage. Graag maken wij gebruik van de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Daarbij is het goed om te vermelden dat onderstaande reactie goed aansluit bij de zienswijze die vanuit de regio U16 is opgesteld, welke wij volledig onderschrijven (zie bijlage).
Omgevingswetgedachte Uw Omgevingsvisie is in de geest van de Omgevingswet opgesteld. Dit geldt niet voor de Interim verordening, maar dat was gezien de korte tijd om tot een interim omgevingsverordening te komen ook verklaarbaar. Nu de Omgevingswet opnieuw is uitgesteld, ontstaat er meer tijd voor kwaliteit en samenhang tussen Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Naast een goede doorvertaling van het beleid, wordt een integrale benadering gemist. De sectorale opzet van de verordening zou passend zijn wanneer hierboven een transparante, integrale werkwijze voor afstemming van ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven zou staan. Daarmee kan bijvoorbeeld een belangrijke kans voor natuur niet teniet wordt gedaan door een marginale overschrijding van de regels voor een agrarisch bouwblok. Deze flexibiliteit wordt feitelijk van ons als overheden verwacht, gelet op het gedachtegoed van de Omgevingswet.
Doelvoorschriften In uw ontwerp omgevingsverordening wordt weinig gebruik gemaakt van doelvoorschriften, waar andere provincies hier nadrukkelijk de meerwaarde van inzien. Juist door gebruik te maken van doelvoorschriften wordt het mogelijk om lokaal maatwerk te leveren, waar de Omgevingswet om vraagt. In de praktijk is nu ook de ervaring dat uw medewerkers provinciale regels veelal op detailniveau toepassen, waarmee de rol en positie van gemeenten in het gedrang komt. Het is voor inwoners en bedrijven moeilijk te begrijpen waarom de provincie op perceelniveau bepaalt waar de tegels mogen liggen, en dit past ook niet bij het gedachtegoed van de Omgevingswet. Het sturen op hoofdlijnen door gebruik te maken van doelvoorschriften is in onze ogen de juiste wijze om verstrengeling van overheidsregels, en posities, te voorkomen. Deze verstrengeling zien wij onder meer terug bij regels over geluidbelasting van geluidgevoelige objecten nabij provinciale wegen. Feitelijk zijn de geluidsregels door de Rijksoverheid bepaald, waarbinnen gemeenten ruimte krijgen om goed onderbouwd af te wijken. Wij zien goede voorbeelden van doelvoorschriften bij onder meer de provincies Noord-Brabant en Overijssel (zie kader).
De gemeente IJsselstein gebruikt uw persoonsgegevens uitsluitend voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt Voor meer informatie daarover kunt u contact opnemen met de behandelend ambtenaar van onze gemeente.
Bankrelatie BNG NL79BNGH028.50.09.958 Bankrelatie RABO NL83RABO0320.72.82.85
«r
zaaknummer blad 2 van
1003929 5
In de verordening van de provincie Noord-Brabant wordt onder meer het volgende overwogen: “Met ruimte voor handelen door te werken vanuit doelen in plaats vanuit instrumenten. Door maatschappelijk gedragen waarden centraal te stellen. Door meerwaarde-creatie als basis te hanteren in plaats van als uitzondering. En door vanuit casuïstiek te werken en het doel voorop te stellen."
In de provinciale verordening van Noord-Brabant wordt expliciet overwogen dat de inzet van de provincie zich vooral richt op situaties waarbij de provincie een toegevoegde waarde heeft bij het realiseren van maatschappelijke doelen door richting te geven door visies te vormen en ambities te formuleren en zich te focussen op bovengemeentelijke onderwerpen. Verder wil de provincie beweging stimuleren en ontwikkeling mogelijk maken. In de omgevingsverordening van Noord-Brabant is vastgelegd dat men goede initiatieven wil ondersteunen. Om die reden sluit de omgevingsverordening aan bij de nieuwe manier van werken uit de Brabantse omgevingsvisie. Dit uit zich op verschillende manieren. Een eerste stap is dat hiermee rekening gehouden bij het vormgeven van de regels door: • zoveel mogelijk te werken met doelvoorschriften in plaats van middelvoorschriften (vgl. onder meer het bepaalde in artikel 4.7 en 4.8 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant (ontwerp); • ruimte te bieden voor gebiedsgerichte invulling en oplossingen vanuit een initiatief met ‘open’ kwalitatieve voorschriften in plaats van ‘gesloten’ kwantitatieve kaders; • een ’ja, mits' benadering. Daarnaast zijn er flexibiliteltsbepalingen opgenomen door te werken met een ’werkende’ hardheidsclausule.
Ook wordt gewezen op de ontheffing van de instructieregels in hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 voor gevallen waarin ‘de verwezenlijking van het beleid onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met die regels te dienen provinciale belangen‘. De gehanteerde formulering is rechtstreeks overgenomen uit de Omgevingswet. De ontheffingsmogelijkheid is aanzienlijk verruimt ten opzichte van de voorheen geldende bevoegdheid. Een vergelijkbare lijn is te zien in de verordening van de provincie Overijssel. Daarin wordt als volgt overwogen:
“De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie dus niet in nieuw beleid. Uitgangspunt voor het stellen van regels in de verordening zijn de drie criteria: • realisatie door partnerschap; • effectiviteit (decentraal wat kan, centraal wat moet en ruimte voor partners); en • doelmatigheid (deregulering en helderheid). Dit betekent onder andere dat we met de regels die we stellen partners als gemeenten, waterschappen, ondernemers en bewoners zoveel mogelijk in positie brengen om verantwoordelijkheid te nemen. Ook regelen we niet meer dan strikt noodzakelijk. De inzet van de verordening beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of noodzakelijk is om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.
f...; BIJ de flexibiliteltsbepalingen in deze verordening is het uitgangspunt ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’ toegepast. IVe kiezen voor ruime afwijkingsmogelijkheden en in principe niet voor ontheffingsconstructies. Ook is zoveel mogelijk gekozen voor positief geformuleerde voorwaarden. In enkele gevallen was het niet goed mogelijk om een bepaling te formuleren als een 'Ja, mits-constructie’ en is een bepaling voor de benodigde Juridische helderheid toch geformuleerd als een ‘nee, tenzij-constructie'. Bij het stellen van regels die zich richten op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, is volgens de geest van de Omgevingswet in principe afgezien van rechtstreeks werkende regels. ”
Het voorgaande is goed terug te zien in onder meer artikel 4.6 van de Ontwerp Omgevingsverordening Overijssel 2021.
Transitie agrarische sector De agrarische sector zit in een transitiefase naar kringlooplandbouw. Een voorspoedige transitiefase vraagt om ruimte in regels en beleid. Het is nu immers nog niet voorzienbaar wat de uitwerking en impact van deze transitie betekent en op welke wijze deze vorm zal krijgen. Waar deze ruimte wel in uw Omgevingsvisie is te vinden, zien wij deze niet terug in uw ontwerp Omgevingsverordening. Hier is nog steeds sprake van ‘limitatieve instructieregels’. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk om een agrarisch bedrijf te verplaatsen naar een geschikte locatie met het oog op kringlooplandbouw. Het is in dit stadium is nog niet te voorzien welke gerelateerde activiteiten noodzakelijk zijn om
zaaknummer blad 3 van
1003929 5
kringlooplandbouw goed te laten functioneren. Ook voorzien wij dat natuurwaarden en biodiversiteit van belang zullen zijn om de kringlooplandbouw optimaal te kunnen benutten. Wij vinden het dan ook noodzakelijk om innovatieve ontwikkelingen en initiatieven mogelijk te maken voor de agrarische sector, waar de beoogde ontwikkeling de natuurwaarden versterkt. Het zou goed zijn om bij de mogelijkheden die worden benoemd voor maatwerk, expliciet de transitie van de agrarische sector te benoemen zodat de noodzakelijke flexibiliteit in regels helder omschreven is.
Voormalige agrarische bedrijfslocaties In uw ontwerpverordening is de eerdere limitatieve lijst van vervolgfuncties opgenomen. Gezien de onduidelijkheid van de agrarisch gerelateerde functies die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van kringlooplandbouw, is een limitatieve lijst te beperkend. Een scherp geformuleerde mogelijkheid om een voormalige agrarische bedrijfslocatie te mogen benutten voor dergelijke gewenste functies draagt bij aan een soepeler transitie van de agrarische sector. Daarnaast is het buitengebied volop in ontwikkeling ten aanzien van onder meer recreatie en energietransitie en is een menging van functies niet ondenkbaar. Wij willen u dan ook vragen om met doelvoorschriften te werken en de limitatieve lijst niet op te nemen. Doorwerking De Omgevingswet geeft de mogelijkheid voor overheden om programma's op te stellen. Uw provincie maakt daar nadrukkelijk gebruik van voor verschillende thema’s en doeleinden. Wat ons opvalt, is het feit dat u in deze programma’s kwalitatieve eisen wilt borgen. Hiertoe bent u onder meer bezig met een “Convenant Duurzaam Bouwen" en onze inschatting is dat u deze constructie vaker wenst toe te passen. Hoewel deze werkwijze legitiem is. willen wij nadrukkelijk uw aandacht vragen voor transparantie naar andere partijen dan overheden en een overzichtelijk ruimtelijk speelveld voor onze inwoners, bedrijven en organisaties.
Waar de Omgevingswet beoogt om tot overzichtelijke regelgeving te komen, is het nu van belang dat wij als lagere overheden deze overzichtelijkheid zien te behouden in de uitwerking die wij aan ruimtelijke wet- en regelgeving geven. Bodem en water Met de invoering van de Omgevingswet, zullen verschillende bodemtaken door uw provincie aan onze gemeente worden overgedragen. In uw Interimverordening waren hier nog geen regels voor opgenomen. In de nu voorliggende Omgevingsverordening zijn wel concrete regels opgenomen voor bodem en water. Dit geeft aanleiding voor verschillende detailopmerkingen (zie bijlage). Om deze nieuwe taken goed uit te kunnen voeren, is het voor alle partijen wenselijk om van een beleidsneutrale overdracht van taken uit te gaan. Wij constateren dat dit niet in alle gevallen is gelukt en vragen u hier nadrukkelijk aandacht voor.
Detailopmerkingen In de bijlage bij deze brief zijn verschillende detailopmerkingen opgenomen welk wij u verzoeken te verwerken bij het opstellen van uw definitieve verordening ruimte. Wij willen u danken voor de mogelijkheid om te reageren op uw ontwerp Verordening ruimte en menen met deze zienswijze een goede bijdrage te leveren aan de ruimtelijke ordening in onze provincie.
Hoogachtend.
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN IJSSELSTEIN, de secretaris, de burgemeester.
drs. W.M. van de Werken
mr. P.J.M. van Domburg
zaaknummer blad 4 van
1003929 5
Bijlage detailopmerkingen Omgevingskwaliteit of ruimtelijke kwaliteit In de ontwerpverordening worden de begrippen omgevingskwaliteit en ruimtelijke kwaliteit benut. Alhoewel hier in de toelichting uitleg bij wordt gegeven, lijken deze termen zodanig op elkaar dat verwarring niet voorkomen kan worden. Wij vragen de provincie dan ook om tot eenduidige terminologie te komen waarmee verwarring in de praktijk voorkomen wordt.
Grondwaterverontreiniging Voor het verwijderen van grondwaterverontreinigingen bij een activiteit zijn de regels aangescherpt. Uit uw verordening en toelichting blijkt niet waarom voor deze verzwaring is gekozen, zeker nu dit een lastenverzwaring betekent voor de gemeenten en initiatiefnemers. Wij vragen u dan ook om de regels voor grondwaterbeschermingsgebieden beleidsneutraal over te nemen. Gebiedsgerichte aanpak Hoewel nog onduidelijk is hoe effectief de gebiedsgerichte aanpak gaat zijn, is het wenselijk om de mogelijkheden van deze aanpak te verbreden met het oog op de warmtetransitie. Juist de warmtetransitie vraagt een optimale benutting van de ondergrond en het grondwater. Uitsluiten van gebieden waar verontreiniging is geconstateerd is in onze ogen te rigide, gelet op de methoden die zijn en worden ontwikkeld om ook in deze gebieden op een veilige wijze gebruik te kunnen maken van de warmte in de ondergrond. Daarom stellen wij voor een regel toe te voegen die het mogelijk maakt om doelmatig gebruik te maken van de ondergrond in een verontreinigd gebied.
Grondwatersanering Wij constateren dat extra lasten worden voorkomen wanneer verplaatsing van verontreinigd grondwater geen doel is maar een gevolg van een activiteit, een extra melding nodig is. Daarmee wordt een extra drempel opgeworpen voor een kwaliteitsverbetering die indirect bereikt kan worden. Wij vragen u dan ook om in de toelichting aan te geven dat bewust een kwaliteitsverbetering voor het grondwater mag worden bereikt als gevolg van een andere activiteit, zonder dat een extra melding nodig is. Meldplicht grondwatersanering In veel situaties ontstaat een dubbele meldplicht, omdat bij de aanpak van een bodem- en grondwaterverontreiniging veelal sprake is van meerder oogmerken die met één handeling kan worden uitgevoerd. Wij stellen voor om deze dubbele meldplicht te voorkomen door heldere afspraken te maken met gemeenten ten aanzien van het te voeren beleid (in het BAL). Artikel 3.71 Specifieke eis uitvoering van de activiteit grondwatersanering In lid 3 en 4 wordt verwezen naar art 2.66, wordt hier mogelijk bedoeld art 3.66? Onduidelijk is wat het verband is met de activiteit saneren.
Medewerking onderzoek Het is niet duidelijk waar geregeld is dat grondeigenaren en erfpachters medewerking moeten verlenen aan het uitvoeren van onderzoek naar een grondwaterverontreiniging. Als in de Omgevingswet niet is geregeld dat grondeigenaren en erfpachters medewerking moeten verlenen aan het uitvoeren van onderzoek, dan kan dit wellicht in de omgevingsverordening worden geregeld.
Stortplaats Het lijkt erop dat voor een omgevingsvergunning voor een activiteit op een stortplaats de bodem onder de stortplaats moet worden onderzocht. Dit kan niet de bedoeling zijn voor het plaatsen van bijvoorbeeld een trimtoestel. Daarnaast lijkt het erop dat voor een eenmalige activiteit een structurele maatregel wordt opgelegd die meer betrekking heeft op het algemene beheer van de stortplaats en dus het karakter heeft van een beheersvoorschrift voor het in stand houden van de voorzieningen voor de stortplaats. Bovendien is niet duidelijk wat wordt bedoeld met onderzoek van de bodem onder de stortplaats. Wij verzoeken u deze regels aan te passen zodat deze uitvoerbaar en realistisch zijn.
zaaknummer blad 5 van
1003929 5
PFAS Door uw provincie zijn onder meer specifieke beleidsregels vastgesteld voor PFAS. Wij willen u verzoeken om deze regels als tijdelijke regels op te nemen in uw Omgevingsverordening, totdat onze gemeente het beleid heeft vastgesteld in ons Omgevingsplan. Daarmee blijft het mogelijk om in voorkomende gevallen verontreinigingssituaties te kunnen toetsen. Bedrijventerreinen Voor vergroting van bedrijventerreinen wordt in uw Omgevingsverordening de verzekering vereist van revitalisering, herstructurering en efficiënter ruimtegebruik van bestaande bedrijventerreinen. Hoewel het doel helder is, namelijk een optimaal gebruik van de bestaande ruimte, is de reikwijdte van deze vereiste niet helder. Daarmee is het lastig om te kunnen onderbouwen of bestaande bedrijventerreinen hier aan voldoen en zo niet, welke aanpassingen verzekerd moeten worden. Daarbij is ook de rol en positie van de gemeente op bestaande bedrijventerreinen van belang voor het bepalen van de mogelijkheden van de gemeente om bestaande bedrijventerreinen optimaal te benutten. Solitaire detailhandel Voor nieuwe solitaire detailhandelsvestigingen wordt als voorwaarde gesteld dat geen negatieve gevolgen mogen ontstaan. Dat is in alle redelijkheid nooit haalbaar, want elke solitaire detailhandelsvestiging trekt ten minste klanten weg van het bestaande winkelgebied.
Om solitaire winkels mogelijk te maken, moet "geen" aangepast worden naar "niet of nauwelijks".