5.2 Position Paper IJsselstein in U10
Tekst van het document
Position paper IJsselstein in U10 Welke bijdrage levert IJsselstein binnen het samenwerkingsverband U10 en voor welke IJsselsteinse ambities is samenwerking binnen U10 noodzakelijk?
Position paper Het nu voorliggende IJsselsteinse position paper U10 bevat een zo kort en bondig mogelijk samengevat overzicht van onze inzet in U10. Met dit document willen wij focus aanbrengen in onze participatie in U10, richting geven aan ons handelen binnen dit samenwerkingsverband en transparant zijn als samenwerkingspartner. Dit position paper is een dynamisch document, waarmee IJsselstein haar inzet bepaald in de U10. De inhoud van de samenwerking is voortdurend in ontwikkeling. Dit geldt overigens ook voor de vorm: momenteel is een advies over de governance van U10 in voorbereiding evenals een beschouwing op de toekomst van U10. Waar nodig zal daarom aanpassing en/of aanvulling worden voorgelegd.
VITAAL EN LEVENDIG IJSSELSTEIN De stad IJsselstein kenmerkt zich door een dorps en groen karakter. Door de ligging in de metropoolregio Utrecht en in de Lopikerwaard maakt IJsselstein onderdeel uit van een stadsgebied en een landelijk gebied. Deze centrale ligging en karakteristiek maakt IJsselstein tot een aantrekkelijke rustige woonomgeving met grootstedelijke voorzieningen dichtbij. De historische stad is niet alleen beeldbepalend, maar nog steeds een belangrijk onderdeel van de voorzieningen en bedrijvigheid van de stad. De maakindustrie is steeds meer geconcentreerd op bedrijventerreinen aan de rand van de stad. Het buitengebied van IJsselstein kan gekarakteriseerd worden als een veenweidelandschap waar een agrarisch productielandschap en een gemengd gebied rond de Hollandse IJssel en linten beeldbepalend zijn en waar kansen zich aandienen voor recreatieve ontwikkelingen. Door deze karakteristiek is IJsselstein met haar inwoners en bedrijven vitaal en levendig. Je zou het kunnen typeren als Gezond Stedelijk Leven, waar we in regionaal verband aan werken. Ontwikkelingen zoals vergrijzing, verstedelijkingsdruk, energietransitie, vormen zowel kansen als bedreigingen voor de vitaliteit en levendigheid van IJsselstein. Om de kansen te kunnen benutten, is het noodzakelijk om samen te werken met andere gemeenten. De U10 zien wij daarom als een belangrijk samenwerkingsverband.
Niet alleen om onze opgaven te realiseren, maar ook om onze bijdrage te leveren aan de regio. Want een vitaal en levendig IJsselstein heeft ook een meerwaarde voor de metropoolregio Utrecht en de Lopikerwaard en daarmee voor de hele U10. Op de volgende pagina’s wordt thematisch aangegeven welke bijdrage IJsselstein kan en wil leveren voor de U10 en wat IJsselstein nodig heeft om vitaal en levendig te blijven. Hoewel geprobeerd is dit onderscheid scherp te maken, moet worden benadrukt dat voor de meeste onderwerpen geldt dat sprake is van een sterke wisselwerking. Zonder medewerking van de regio kan IJsselstein haar bijdrage aan de regio niet waarmaken!
1. BOUWEN EN WONEN Bijdrage aan U10 - Bouwen voor de IJsselsteinse behoefte binnen een aantrekkelijke woon- en leefomgeving - Meedenken over een goede invulling van de regionale woningbouwopgave, zowel binnen de rode contour als buiten de rode contour Bijdrage van U10 - Ruimte voor lokale bouwambitie van 2500 woningen - Aandacht scherp houden voor specifieke behoefte van IJsselstein en andere kleinere participanten in U10 in het kader van vitaliteit gemeenten/kernen Binnen de U10-regio bestaat een forse bouwambitie om daarmee de aanhoudende druk op de regionale woningmarkt te verlichten. De regionale woningbouwambitie omvat het realiseren van ca. 100.000 woningen tot 2040, verdeeld over 16 U10-gemeenten. Al deze bouwambities zijn onlosmakelijk verbonden met mobiliteit, bereikbaarheid, arbeidsmarkt en economie, ruimte voor groen, landbouw en recreatie en de opwekking van duurzame energie. Dit vraagt om een integrale aanpak en regionale krachtenbundeling. Als IJsselstein willen wij de lokale inzet leveren die nodig is om op regionaal niveau te komen tot een goede invulling van de gezamenlijke woningbouwopgave, waaraan ieder naar vermogen mag bijdragen. Het samenwerken aan en delen van ervaringen met een snelle en goede uitvoering van de bouwplannen zien wij ook als een belangrijke bijdrage aan de U10.
Zoals vastgelegd in de onlangs vastgestelde woonvisie heeft IJsselstein een lokale bouwambitie waarmee ook een bijdrage wordt geleverd aan de regionale opgave. Daarmee wordt beoogd te voorzien in woonbehoeften van alle doelgroepen. Het behoud van een vitale stad met bijbehorende voorzieningen is voor IJsselstein misschien nog wel belangrijker. Omdat wij ons onderdeel weten van de Lopikerwaard onderschrijven wij ook het belang van een passende bouwopgave die de vitaliteit van deze kernen borgt. Anders dan bijvoorbeeld gemeente Utrecht hebben IJsselstein en een aantal andere kleinere participanten in U10 (waaronder de Lopikerwaardgemeenten) te maken met krimp en vergrijzing. Dit leidt tot behoefte aan passende woningbouw waarbij naast de regionale belangen ook de lokale belangen voor het behoud van vitaliteit een rol spelen.
2. MOBILITEIT EN BEREIKBAARHEID Bijdrage aan U10 - Realiseren OV-knooppunt/OV-hub Utrecht <-> Lopikerwaard Bijdrage van U10 - Versnellen van de sneltram: in 20 minuten van IJsselstein naar Utrecht CS - Verbetering regionale fietsnetwerk, o.a. sneller naar Utrecht via Nieuwegein - Verbeteren aansluiting/ontsluiting A2 - Met Utrecht optrekken voor een betere ontsluiting van Rijnenburg met fiets, OV en auto Afgelopen voorjaar is een bestuurlijke overeenkomst (BOK) tussen de gemeente IJsselstein en Provincie Utrecht opgesteld, waarin condities zijn opgenomen om voor de korte termijn (tot juli 2020) bouwontwikkelingen mogelijk te maken. In het mobiliteitsplan 2020-2030 dat nu wordt opgesteld en in januari 2020 definitief is, wordt bepaald hoe ook in de toekomst IJsselstein bereikbaar blijft, ook na het toevoegen van 2500 extra woningen en enkele hectares aan nieuwe bedrijvigheid. Het openbaar vervoer in IJsselstein moet hiertoe sterk verbeterd worden. IJsselstein heeft geen treinstation, maar wel een tramverbinding. Echter is de bus sneller dan de tram. Door de tram zodanig te versnellen dat de reistijd van Binnenstad IJsselstein naar Utrecht Centraal 20 minuten bedraagt, ontstaat een goede drager van het OV. De bussen zijn aanvullend op de tram.
Er moet een goede tangentverbinding komen, waardoor IJsselstein met het OV een snelle aansluiting krijgt met Nieuwegein, Houten en belangrijke treinstations, zodat routes directer zijn en er niet altijd via Utrecht Centraal gereisd hoeft te worden. Ook hier hebben we de regio nodig, want een buslijn heeft zowel een vertrekpunt als een bestemming. Bovendien vraagt een gezonde exploitatie een gelijke verdeling van reizigers over de twee richtingen, zodat gedurende de hele dag de bus voldoende gevuld zit. De inrichting van de stad is nu voornamelijk gericht op de auto. Een bredere visie is noodzakelijk, in verband met files (drukte in en om IJsselstein), geluidsoverlast, verkeersonveiligheid, C02-uitstoot, parkeeroverlast en een enorm ruimtebeslag (wegen + parkeerplekken) binnen de schaarse ruimte. Ook ontwikkelingen zoals de opmars van de E-bike, de ketenmobiliteit inclusief het gebruik van apps om de reis en de vervoermiddelen te bepalen, de intrede van de deelauto en de vraag naar laadinfrastructuur voor elektrische auto’s maken een herijking van het IJsselsteinse mobiliteitsbeleid noodzakelijk. Veel zaken moeten voor de eenduidigheid regionaal opgepakt worden. We noemen er twee: Met welke voertuigen bevoorraden wij onze binnenstad? Mag een speed-bike op het fietspad? Deze vraagstukken zijn te ingewikkeld en de schaal te groot om als IJsselstein alleen op te pakken.
Binnen de regio zal mobiliteit en bereikbaarheid een prominente plaats innemen. Waar in de regio komen OV-knooppunten? En welke aanpassingen in ons fietsnet, tram- en busnetwerk of wegennet zijn noodzakelijk om de groei van 100.000 woningen en 80.000 arbeidsplaatsen in goede banen te leiden? Hoe zorgen we dat het parkeren van auto’s nabij de huizen mogelijk blijft zonder de leefbaarheid in de straten geweld aan te doen? Of dat de enorme ruimteclaim van parkeren leidt tot onhaalbare businesscases van ontwikkellocaties? IJsselstein heeft onvoldoende capaciteit om zelf allerlei innovatieve oplossingen te bedenken en begeleiden. Het is van groot belang om bij de keuzes die daarin gemaakt gaan worden actief aan tafel te zitten om daarin ook de IJsselsteinse ambities en vraagstukken ruimte te geven.
3. ECONOMIE Bijdrage aan U10 - Aandacht voor duurzame arbeidsmarkt en positie maakindustrie Bijdrage van U10 -Gezonde en evenwichtige vastgoedmarkt voor bedrijven -Netwerkfunctie voor bedrijven benutten Het functioneren van de economie wordt beïnvloed door de wisselwerking tussen werken-wonenleven/recreëren. Met de beoogde toename van woningen in IJsselstein wordt dan ook nagedacht over de consequenties voor bedrijvigheid. Binnen de U10 is behoefte aan 80.000 extra arbeidsplaatsen tot 2040. Gelet op de wisselwerking met wonen-leven/recreëren willen wij dan ook inzetten op een gezonde en evenwichtige vastgoedmarkt voor bedrijven in de regio, waar IJsselstein haar bijdrage aan wil leveren. Dit vraagt van IJsselstein en U10 inzet op goed afstemmen, goed programmeren en goed segmenteren, waarbij de samenhang van de economie en de economie als ecosysteem als uitgangspunt moeten gelden. We moeten daarbij kijken naar kansen en toegevoegde (economische) waarde voor de toekomst. Vanuit de U10 is ingezet op Gezond Stedelijk Leven waarbij met name is gekeken naar de hoogwaardige life sciences. Wij willen benadrukken dat voor het goed functioneren van de economie ook de zogenaamde maakindustrie, kenmerkend voor IJsselstein en de Lopikerwaard, van belang is. Binnen U10 vragen wij daarvoor voldoende aandacht en dragen wij bij aan diversiteit in het aanbod van arbeidsplaatsen.
Arbeidsmarkt is één van de belangrijkste opgaven voor de komende jaren. Als lokale overheden hebben wij binnen de regio beperkt invloed op deze opgaven. Voor het deelthema inclusieve arbeidsmarkt ligt er wel een duidelijke rol voor de lokale overheid vanwege de link met sociaal maatschappelijk beleid (triple helix / ondernemingen, overheid, onderwijs). Daarom willen wij hier aandacht voor vragen binnen de regio om ook een goed voorbeeld te stellen voor het belang van economische netwerken. Tot slot achten wij de netwerkfunctie van U10 voor ons bedrijfsleven van groot belang. Onder andere via de EBU (Economic Board Utrecht) zijn bedrijfsleven, onderwijs en overheden met elkaar in contact, waaruit diverse ideeën, (samenwerkings-)initiatieven, investerings- en financieringsmogelijkheden ontstaan. De EBU kan haar pioniersrol verder ontwikkelen, waarbij het van belang is dat verbindingen tussen de regionale, (sub)regionale en lokale netwerken worden gelegd.
4. GROEN, LANDSCHAP EN RECREATIE Bijdrage aan U10 - Recreatieve verbinding tussen stedelijk gebied en groene achterland - Groene ruimte bewaken Bijdrage van U10 - Historische binnenstad in regio beter profileren De behoefte aan ruimte voor recreatie neemt toe met de groei van het aantal inwoners in onze regio. Tegelijkertijd staat deze ruimte onder druk door deze groei. Alle reden om ook op dit taakveld zichtbaar aan tafel te zitten in U10. Binnen U10 bundelen we krachten op het gebied van toerisme en recreatie. Het is van belang om ook daarin zichtbaar te participeren. Mede via het U10 verband kunnen wij onze ambities realiseren: IJsselstein (en de historische binnenstad) beter op de kaart zetten als recreatiestad en verbindend zijn in de regionale mogelijkheden voor recreatie en toerisme. Onze recreatiemogelijkheden, aanwezigheid van en verbinding met het groene achterland bieden tegelijkertijd een belangrijke bijdrage aan het Gezond Stedelijk Leven in de regio Utrecht. Bij de ruimtelijke ontwikkelingen die worden voorzien zien wij het als een belangrijke taak voor IJsselstein om de groene ruimte in onze en naastgelegen gemeenten te bewaken. Behoud en versterking van de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en natuurkwaliteiten is hierin leidend. Wij willen ruimte bieden voor ‘duurzame’ ruimtelijke ontwikkelingen.
Daarmee bedoelen we dat er een goed evenwicht moet zijn tussen ecologische, sociale en economische belangen. Daarmee sluiten we nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen niet uit, maar zorgen we voor een toekomstbestendig gebruik van het landelijk gebied.
5. ENERGIE EN DUURZAAMHEID Bijdrage aan U10 - Inrichten van een duurzame energie infrastructuur in IJsselstein Bijdrage van U10 - Inzetten op een zorgvuldige en evenredige verdeling van lasten en lusten bij de regionale inzet op het gebied van energieopwekking. De ontwikkelingen op het gebied van wonen, mobiliteit en economie gaan snel maar dit geldt in nog grotere mate voor de ontwikkelingen op het gebied van energietransitie. Met nieuwe wetgeving en een ophanden zijnde nationaal Klimaatakkoord, moet er in korte tijd een Regionale Energiestrategie worden ontwikkeld. Voor de Regionale Energiestrategie, die een complexe opgave vormt, werken we samen in de regio U16. Het korte tijdspad betekent dat er een grote druk staat op dit onderwerp. Op 1 juni 2020 dient het ontwerp-RES met een concept bod voor duurzame elektriciteit opgeleverd te worden en geaccordeerd te zijn door de betrokken gemeenten, waterschappen en provincie. Op 1 maart 2021 dient de definitieve RES 1.0 door de betrokken overheden vastgesteld te zijn. IJsselstein onderkent dat de energietransitie uitdagingen maar ook mooie perspectieven biedt om te werken aan de energieopgave en daarvoor maatschappelijk draagvlak te vinden. De keus om dit in regio verband uit te werken, waartoe formeel nog moet worden besloten in de raad, wordt gezien als onvermijdelijk gezien het grensoverschrijdende karakter van de opgave.
Binnen U10 zetten wij daarom, onder voorbehoud van het besluit van de raad, in op een volwaardige bijdrage aan de RES en daarmee op het lokaal inrichten van een duurzame energie infrastructuur. In dit regionale speelveld vinden wij het onze taak om bij de regionale afspraken over energieopwekking toe te zien op een zorgvuldige en evenredige ontwikkeling van energieopwekking die parallel loopt aan de ontwikkeling van woningbouw, bedrijvigheid, mobiliteit en groen en landschap. Op deze wijze ontstaat duurzame ontwikkeling die bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak kan vinden. Vanuit onze positie tussen stad en land hebben wij een bijzondere verantwoordelijkheid om deze evenredige ontwikkeling te borgen.