5.1 Samenwerkingsagenda woondeals Utrecht
Tekst van het document
De basis van waaruit activiteiten plaatsvinden is de WijkWijzer, het platform voor kennisuitwisseling tussen beleidsmakers, wijkprofessionals en actieve bewoners.11 De Regio vraagt inzet van het Rijk voor een integrale, tijdige aanpak voor kwetsbaarheden in wijken op het gebied van preventie van zowel sociale als fysieke problematiek. Dit met het oog op het toekomstbestendig houden van deze wijken en gezien de kansen voor extra woningen in deze wijken.
Het realiseren van de in deze woondeal opgenomen woningen moet samengaan met verschillende andere grote ruimtelijke opgaven als bodem, water, klimaat, landbouw, natuur, en energie en bereikbaarheid. Op 12 december 2022 heeft het Rijk in het NOVEX-startpakket aan de provincie Utrecht gevraagd om nationale opgaven en doelen (waaronder wonen) ruimtelijk te vertalen, (waar mogelijk) in te passen en te combineren met decentrale opgaven. Hiervoor vormen de Omgevingsvisie provincie Utrecht (2021), de daarin opgenomen gebiedsuitwerking regio U10, het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij (2020), de bestuurlijke afspraken over het Utrechtse deel in de nationale woningbouwopgave en deze woondeal een belangrijke inhoudelijke basis. Het Rijk heeft de provincie gevraagd om in oktober 2023 met een ruimtelijk voorstel te komen dat zicht geeft op wat ruimtelijk mogelijk en realiseerbaar is. Het ruimtelijk voorstel is de opmaat naar een ruimtelijk arrangement eind 2023 waarin Rijk en provincie wederkerige afspraken maken over de uitvoering van de nationale opgaven en doelen. Voor de U10-gemeenten is het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) leidend voor de ruimtelijke ontwikkeling in de regio U10. 10.2
Woningbouwaantallen zijn uitgangspunt voor het programma NOVEX Het realiseren van de in deze woondeal opgenomen woningen moet samengaan met verschillende andere grote ruimtelijke opgaven als klimaat, landbouw, natuur, energie en mobiliteit. Met het programma NOVEX wordt deze brede ruimtelijke indeling de komende maanden opgepakt. De woningbouwaantallen die bestuurlijk afgesproken zijn in oktober 2022, en regionaal uitgewerkt en bestuurlijke afgesproken in deze woondeal, zijn hiervoor uitgangspunt.
10.3 Water- en bodemsysteem
10 De opgedane kennis en ervaringen in de 20 stedelijke focusgebieden worden benut om de problematiek elders, buiten de 20 stedelijke focusgebieden, in Nederland aan te pakken, zie pagina 29 NPLV. 11 Het kennis- en leernetwerk WijkWijzer zorgt voor een goede kennisinfrastructuur voor een integrale aanpak van vraagstukken in kwetsbare wijken. Wijkwijzer is een samenwerkingsverband van kennisinstellingen als Platform 31, Movisie, Verwey-Jonker Instituut, Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid en netwerken als het LSA voor bewoners en LPB voor wijkwerkers, zie pagina 19 NPLV.
Er moet bij de bouwopgave voldoende rekening gehouden worden met de grenzen van het bodemen watersysteem en de daarmee samenhangende noodzaak om klimaatbestendig te ontwikkelen vanuit een langetermijnperspectief. Daarbij moet niet alleen op een locatie zelf klimaatadaptief gebouwd worden, ook bij de locatiekeuzen moeten klimaat- en waterrobuuste afwegingen gemaakt worden en zijn in sommige gevallen aanvullende maatregelen nodig. Bodem- en watersturend betekent dat er meer ruimte nodig is voor blauw en groen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen
42
43 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
meer regenwater vast te kunnen houden om het hoofdwatersysteem minder te belasten en in tijden van droogte minder wateraanvoer nodig te maken. Ook dienen woningbouwplannen tijdig afgestemd te worden met drinkwaterbedrijven zodat zij tijdig klaar zijn om de extra inwoners ook van water te kunnen voorzien en voldoende drinkwater te kunnen blijven leveren. Aanvullend hebben de drinkwaterbedrijven voldoende investeringsruimte nodig, zodat de bedrijven tijdig aanpassingen van hun infrastructuur (nieuwe bronnen en leidingen) kunnen realiseren. De investeringsruimte (WACC) moet op Rijksniveau worden geregeld. De financiering van klimaatadaptief bouwen is een randvoorwaarde die nog aandacht vraagt. De financiële middelen ontbreken om klimaatbestendig bouwen daadwerkelijk gestalte te geven. Het is van belang om hier nu al rijksgelden voor beschikbaar te stellen. Ook is duurzaam en bewust gebruik van (drink)water essentieel (watervriendelijk bouwen), zodat de vraag naar meer drinkwater wordt afgeremd. Bij nieuwbouw moet gestimuleerd worden om gebruik te maken van duurzame waterbesparende technieken. Op rijksniveau zou het Bouwbesluit hierop aangepast moeten worden. In de provincie Utrecht is het klimaatadaptief bouwen opgenomen als één van de onderdelen bij het Convenant Duurzame woningbouw. 10.3
Locatiekeuzes In samenwerking met betrokken waterschappen, Rijkswaterstaat, waterwinbedrijven en ondertekende partijen worden de komende jaren afspraken gemaakt over locatiekeuzes en bijbehorende maatregelen die moeten worden getroffen om woningbouw toekomstbestendig te ontwikkelen. Daarbij dient rekening gehouden te worden met het ondergrond/bodem/grondwaterstysteem en de drinkwatervoorziening. Effecten van toenemende bebouwing dienen zowel op lokaal als regionaal niveau te worden bekeken. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van de watergeschiktheidskaart van de Utrechtse waterschappen. Met name in het stroomgebied van het Amsterdam-Rijn-Kanaal en het veenweidegebied is door meerdere uitdagingen zoals bodemdaling, zeespiegelstijging en z’n lage ligging de opgave voor toekomstbestendige woningbouw groot.
10.5
Met de Woondeal U10 wordt de basis gelegd voor een langjarige (t/m 2030) samenwerking t ussen Rijk, provincie en gemeenten en de samenwerkende corporaties. Dit partnerschap is van groot belang om op een toekomstbestendige manier uitvoering te geven aan versnelling van de complexe woonopgave. Om de ambities te realiseren is er namelijk veel inzet nodig van alle partijen om de belemmeringen/ kritische succesfactoren aan te pakken. Als de partners daar gezamenlijk niet in slagen, dan gaan we de richtinggevende woningbouwambities niet halen. De in deze woondeal beschreven afspraken werken we in Q1 2023 verder uit in een Uitvoeringsagenda Woondeal U10.
Water- en bodemsysteem sturend Partijen in deze woondeal spannen zich in om het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn bij gebiedsontwikkeling en locatiekeuze. Hiertoe worden waterschappen, Rijkswaterstaat en waterwinbedrijven vroegtijdig in het planvormingsproces betrokken. In het Omgevingsplan houden gemeenten rekening met het waterbelang, met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer woningbouwlocaties. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt verdere richtinggevende uitspraken en randvoorwaarden uit in het programma ‘Water en Bodem Sturend’.
10.4
11. Samenwerking en sturing
Convenant Duurzame Woningbouw is leidend Het Convenant Duurzame Woningbouw is leidend voor de ontwikkeling van klimaatrobuuste en -adaptieve woningbouw.
De ambities zijn hoog, maar de partners blijven tegelijkertijd ook realistisch. Wij beseffen dat de omstandigheden op dit moment ongunstig zijn, dat er ook ontwikkelingen zijn waar we op dit moment nog geen weet van hebben of waar geen of beperkt invloed op is zoals een limiet op de uitstoot van CO2, de hoogte van de hypotheekrente en bouwkosten. Het is daarom goed mogelijk dat er de komende maanden of jaren nieuwe, nu nog onbekende ontwikkelingen kunnen optreden die van invloed zijn op de woningbouwrealisatie. Dit is onderwerp van gesprek tussen partijen. Wij zullen continu samenwerken aan de oplossingen die nodig zijn om de ambities waar te kunnen maken. De uitvoering vraagt daarnaast om een nauwe betrokkenheid van marktpartijen, waterschappen, netbeheerders, drinkwaterbedrijven en huurdersorganisaties. We maken – naast de afspraken over de woningbouwopgave - ook afspraken over onderstaande elementen, de governance: Monitoring en rapportage om zicht te houden op de voortgang. De overlegstructuur om de voortgang en eventuele knelpunten te bespreken. Periodiek bespreken van alle opgenomen (afspraken over) kritische succesfactoren. Het indien nodig oplossen van belemmeringen en nemen van besluiten.
“De woondeals zijn het startpunt voor partnerschap en niet een eindproduct. Dit partnerschap betekent dat we elkaar niet afrekenen op factoren die buiten iemands macht of mogelijkheden liggen. Wel spreken we elkaar aan wanneer we zien dat iemand extra stappen kan zetten.”
10.4 Geluid
Brief Samenwerking in de woondeals van minister Hugo de Jonge, 26 januari 2023
Geluid is een belangrijk aandachtspunt binnen de regio U10 vanwege de nadelige gezondheidseffecten. Het is van belang dat we bij het bouwen van de noodzakelijke woningen steeds ook aandacht blijven houden voor een goede gezondheidskwaliteit van de woonomgeving en de woningen zelf. 10. 6
Inzet geluidruimte langs spoor Er wordt door het Rijk gewerkt aan de uitvoering van het landelijk Actieplan “Geluid drukbereden spoorwegen” waarbij locatiespecifiek onderzocht en transparant gemaakt zal worden welke geluidruimte er is op het spoor en hoe die geluidruimte wordt ingezet. Expliciet is afgesproken dat naast de vervoersbelangen daarbij ook regionale en lokale ontwikkelingen kunnen worden betrokken. De regio benadrukt dat het schaalniveau waarop maatwerk wordt toegepast van belang is; een meer lokale aanpak van de geluidsruimte biedt meer woningbouwruimte.
44
45 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
11.1 Monitoring en bespreking voortgang
11.4
Ambtelijk Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken vindt er regulier overleg plaats tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK, en de provincie en woondealregio’s. De frequentie van het regulier overleg over de voortgang van de woningbouw op ambtelijk niveau tussen accounthouders vanuit het Ministerie van BZK en provincie wordt nader bepaald in overleg met provincie en gemeenten. Voor de Woondeal U10 geldt dat er een regulier overleg op ambtelijk niveau is tussen het Ministerie van BZK, de provincie en afgevaardigden vanuit de woondealregio. Een overleg tussen de directeur Woningbouw BZK en directeuren en/of opgavemanagers van provincie en de regio U10 vindt tweemaal per jaar plaats
Voor het naleven en herijken van de afspraken is een goede monitoring nodig. 11.1
Landelijk monitor voortgang woningbouw De voortgang ten aanzien van de Woondeal U10 wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor is enerzijds het voorzien van de (semi)overheden van informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven ten einde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie van BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten. Voor de monitoring van data over opgeleverde (gerealiseerde) woningen zijn partijen afhankelijk van bestaande bronnen van andere partijen (o.a. CBS).
11.2
11.3
Bestuurlijk Twee keer per jaar wordt de uitvoering van de regionale woondeal geagendeerd op het bestaande overleg, de Bestuurstafel Gezonde Woon en Leefomgeving van de U10. Hiervoor worden de provincie, de RWU en BZK uitgenodigd. Er vindt twee keer per jaar een bestuurlijk overleg plaats tussen de minister voor VRO en een afvaardiging van het college van GS en bestuurlijke afvaardiging vanuit de regio U10.
Afspraken over monitoring oor monitoring is het van belang: V Dat partijen afspraken maken over de wijze waarop gezamenlijk de voortgang van de uitvoering van de afspraken uit de Woondeal U10 wordt gemonitord en besproken. Dat deze monitor kwantitatieve gegevens én kwalitatieve informatie bevat. En dat ook de voortgang op de Kritische Succes Factoren (hoofdstuk 4) wordt gemonitord. Voor een goede analyse is naast de analyse van de datagegevens, een bredere analyse nodig over de stand van zaken van de afspraken, mogelijke knelpunten en mogelijke veranderende omstandigheden. Om geen extra monitoring in te richten, maar gebruik te maken van bestaande bronnen en aan te sluiten op de provinciale monitoring. Dat voor het slagen van de uitvoering van de Woondeal U10 het noodzakelijk is dat op korte termijn duidelijk wordt hoe de monitoring eruit gaat zien, wat de rol van gemeenten en provincie is in het aanleveren van data en dat er bij de start van de uitvoering van de Woondeal U10 een nulmeting ligt om de afspraken te ijken. Dat voor de monitoring van de plancapaciteit in de provincie Utrecht gebruik gemaakt wordt van de Planregistratie Wonen. Dat de provincie zorgdraagt voor de Planregistratie Wonen.
Provincie Utrecht zal de komende jaren in afstemming met gemeenten dit systeem verder optimaliseren waarbij ook ingezet wordt op het verbeteren van de datakwaliteit die nodig is voor het monitoren van de woondealafspraken. Hiervoor is ook inzet van de afzonderlijke gemeenten noodzakelijk. Dat het Rijk zich inzet voor landelijk uniforme definities, in afstemming met provincies en gemeenten. Dat er op korte termijn afspraken worden gemaakt over de monitoring van onder andere de variabele ‘realisatie van woningen in prijssegmenten’ met name in de sociale huursector. Om in de regio afspraken te kunnen maken over hoe om te gaan met het aandeel sociale huur in de totale voorraad, wordt behalve het aandeel sociale huurcorporatiewoningen ook het aandeel particuliere sociale huurwoningen in beeld gebracht. Hiertoe wordt in de nog te ontwikkelen monitor, ook het aandeel sociale particuliere huur opgenomen. Dat voor het goed kunnen monitoren van corporatiewoningen jaarlijkse snelle en handzame data terbeschikkingstelling komt door SBR Wonen van de gevalideerde dVi- en dPi-informatie op de niveaus van provincie Utrecht, (woondeal)regio U10 en afzonderlijke gemeenten in de regio.
Bestuurlijk overleg / Woondealtafel
Op de Woondealtafel worden ook ruimtelijke en volkshuisvestelijke knelpunten en signalen vanuit rijk en regio geagendeerd. Voor knelpunten en risico’s op deze issues bespreken partijen op welke tafels deze knelpunten inhoudelijk het beste geadresseerd kunnen worden. Waar mogelijk gebeurt dit op een bestaande regionale of landelijke tafel. Indien er geen bestaande tafel is, bespreken Rijk en regio via welke tafel het knelpunt het beste aangepakt kan worden.
11.5
Regionale-realisatietafel Partijen richten een regionale realisatietafel in voor periodiek overleg met gemeenten, RWU, provincie, rijk en marktpartijen (ontwikkelaar, belegger en bouwer), waterschappen en kennisinstellingen. Aan deze tafel worden op basis van de gezamenlijke monitoring knelpunten geanalyseerd en oplossingen gezocht om woningbouw te versnellen/realiseren. Partners aan deze tafel prioriteren met elkaar de te bespreken gebiedsspecifieke thema’s/ knelpunten. Indien er sprake is van landelijke thema’s/ knelpunten worden deze doorgezet naar de landelijke realisatietafel. Daarbij wordt bij vertraging gezamenlijk naar oplossingen gezocht. Project-specifieke knelpunten worden allereerst besproken binnen het project en het daarbij behorende escalatiemodel. De nadere invulling van de realisatietafel wordt door de vier partijen in het eerste half jaar (via de uitvoeringsagenda) van 2023 vormgegeven. In het belang van de gezamenlijke opgave en doen wat nodig is om vertraging binnen woningbouwprojecten te voorkomen, werken partijen met een escalatiemodel. Ook dit esacalatiemodel wordt uitgewerkt via de Uitvoeringsagenda Woondeal U10.
11.6
Landelijke versnellingstafels Voor gebieds- of locatie-specifieke knelpunten wordt via de regionale versnellingstafel en/of het expertteam woningbouw aan oplossingen gewerkt. De landelijke versnellingstafel is opgericht voor alle boven-regionale problematiek waar een oplossing voor moet worden gevonden. Dit team zorgt ervoor dat de juiste experts en ministeries worden aangesloten om gezamenlijk de problematiek te analyseren en te zoeken naar een oplossing. Via de regionale versnellingstafel worden problemen en oplossingen aangedragen voor de landelijke versnellingstafel, waarbij ook (een afvaardiging van) de betreffende woondealregio’s wordt betrokken.
Gecoördineerde inzet van instrumenten en middelen De partijen werken samen vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid en zetten gezamenlijk en gecoördineerd hun instrumenten en middelen in om de overeengekomen opgave te realiseren. 11.7
Agenderen knelpunten Vanuit de Taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke-, directeuren- en bestuurlijke overleggen.
46
47 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
11.8
Herijking afspraken De afspraken worden zo nodig jaarlijks herijkt. Daarbij worden de nieuwste prognose van de woningbouwbehoefte tot en met 2030 betrokken. Deze wordt eveneens jaarlijks bijgewerkt. De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot en met 2030 wordt bijgewerkt op basis van deze prognose, de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2023 wordt de herijking gepland na het beschikbaar komen van de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof, geluid, financial en juridische instrumenten aan bod kunnen komen. Daarnaast wordt in 2023 eenmalig een tussenbalans opgemaakt ten aanzien van het provinciale aandeel in de nationale opgave na het afsluiten van de woondeals. Waar nodig wordt deze tussenbalans bestuurlijk besproken.
11.2 Belemmeringen oplossen en besluiten nemen 11.10
Monitoring en belemmeringen oplossen D oor monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg ontstaat goed zicht op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding). Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, verstedelijkingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is dus: ‘’los het op, of schaal het op’’. Voor alle opgenomen (afspraken over) kritische succesfactoren geldt dat deze periodiek besproken zullen worden in de woondealoverleggen om de voortgang te monitoren. Het Rijk informeert de regio indien er nieuwe regelingen of subsidiemogelijkheden worden opengesteld. Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden omtrent de aanvraag van financiële middelen. Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt.
Juridische interventie vindt plaats door de naastgelegen overheid in aansluiting bij het huis van Thorbecke. Via de woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw - zoals marktpartijen, corporaties, zorgkantoren - hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel. Via de realisatietafel komen we tot een efficiënte en effectieve vorm van samenwerken, we werken dit verder uit in de Uitvoeringsagenda Woondeal U10. Gezamenlijk monitoren we de voortgang van planvorming en plantempo en realisatie. Via de uitvoeringsagenda maken wij afspraken over de wijze van monitoren.
Bijlagen Bijlage 1: Provinciale afspraken met BZK 13 oktober 2022 Bijlage 2: Kwantitatieve woningbouwopgave regio U10 en gemeenten Bijlage 3: Overzicht Sleutelprojecten, Provinciale subsidies en WBI Bijlage 4: Regiodeal Flexwonen Bijlage 5: Overzicht corporatiewoningen per gemeenten
48
49 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
Ondertekening
Gemeente Montfoort Rob Jonkers, wethouder
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Hugo de Jonge, Minister
Gemeente Nieuwegein Marieke Schouten, wethouder
Provincie Utrecht Rob van Muilekom, Gedeputeerde
Gemeente Oudewater Ivo ten Hagen, wethouder
RWU Saar Spanjaard, voorzitter
Gemeente Stichtse Vecht Frank van Liempdt, wethouder
Gemeente Bunnik Ali Dekker, wethouder
Gemeente Utrecht Eelco Eerenberg, wethouder
Gemeente De Bilt Dolf Smolenaers, wethouder
Gemeente Utrechtse Heuvelrug Rob Jorg, wethouder
Gemeente De Ronde Venen Huib Zevenhuizen, wethouder
Gemeente Vijfheerenlanden Teus Meijdam, wethouder
Gemeente Houten Rosa Molenaar, wethouder
Gemeente Wijk bij Duurstede Hans Buijtelaar, wethouder
Gemeente IJsselstein Peter Bekker, wethouder
Gemeente Woerden Arjan Noorthoek, wethouder
Gemeente Lopik Jan Vente, wethouder
Gemeente Zeist Laura Hoogstraten, wethouder
50
51 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
Kaart 1: Overzicht van de regio met per gemeente het bruto nieuwbouw cijfer
Kaart 2: Overzicht van belangrijke projecten in de regio
2
1
De Bilt • Schapenweide • Spoorzone
Bunnik • Kersenweide • Stationsomgeving
2.950 De Ronde Venen
3
4
De Ronde Venen • Vinkeveen - Centrumplan • Abcoude - Bongronden • Mijdrecht - De Meijert • Mijdrecht - Het Oosterland • Wilnis - De Maricken fase 2 • Argon • Amstelhoek • Hofland • Voorbij
6
7
Lopik • Lopikerkapel • Cabauw • Cabauw
Montfoort • De Bleek, fase 1
Houten • Centrum, Molenzoom, Koppeling • Grote Driehoek Eiland van Schalkwijk • Motie Blijven bouwen (7 locaties)
3.323 Stichtse Vecht
IJsselstein • Paardenveld Noord • Europakwartier • Clinckhoeff • Randdijk • Lage Biezen • Podium
9
10
Oudewater • Schylenburcht • St. Janstraat • Westerwal
Stichtse Vecht • Ruimtekwartier • Zuilense Vecht, Sportparkweg 1 Maarssen
8 Nieuwegein • City • City • Rijnhuizen • Rijnhuizen • Blokhoeve (Blok West en Edge 2)
5
11
536 De Bilt 2.615
33.571
Woerden
450 Oudewater
2.419
Utrecht
Zeist
10
2
475 Montfoort
Utrecht • Cartesius e.o. • Cartesius e.o. • Groot Merwede • Groot Merwede • Oost • Oost • Overvecht • Overvecht • 200 plus locaties • Belastingkantoor • Brennerbaan • Haarrijn • Het Zand • Het Zand • Kruisvaartkade • Leeuwesteyn • Leeuwesteyn • Leidsche Rijn Centrum • Leidsche Rijn Centrum • Nieuw Buurland • Ravellaan Noord • Rijnvliet • Rijnvliet • Thomas a Kempisplantsoen
3
2.179 1.568
5.100
Utrechtse Heuvelrug
Bunnik
Lopik 291
15
1.143
IJsstelstein Nieuwegein
16
11 852
900
Houten
Wijk bij Duurstede
7
5
9
12
1
8 4
6
2.797
14
Vijfheerenlanden
13
12 Utrechtse Heuvelrug • Sparrenheide / Nassau Odijkhof
52 6 maart 2023
13 Vijfheerenlanden • Leerdam, Broekgraaf (incl. Broekgraaf-Noord) • Broekgraaf • Hoef en Haag
14
15
Wijk bij Duurstede • De Geer III
Woerden • Middelland • Snellerpoort • Stationsgebied
16 Zeist • WA-Hoeve • Eikenstein • Vliegbasis Soesterberg • Stationsgebied Zeist/Driebergen 53 • Sortie Woondeal, regio U10
Bijlage 1:
Utrechtse bijdrage aan de nationale woningbouwopgave: Randvoorwaardelijk bod provincie Utrecht
Bijlage 2:
Kwantitatieve woningbouwopgave regio U10 en gemeenten In onderstaande tabellen is de kwantitatieve woningbouwopgave voor de U10 als geheel, en voor de gemeenten onderling opgenomen. We maken hierbij een aantal opmerkingen:
Datum: 27 september 2022 Documentnummer: UTSP-127407295-2321 Link Randvoorwaardelijk bod provincie Utrecht: Statencommissie Ruimte, Groen, Water en Wonen 12 oktober 2022 13:30:00, Stateninformatie provincie Utrecht (provincie-utrecht.nl)
Het is een momentopname (aantallen zijn continue in beweging) en het gaat om afgeronde aantallen. De jaarschijven zijn gebaseerd op nu bekende concrete inzichten en plannen, maar met name de fasering kan veranderen. Met betrekking tot de kolom Bruto nieuwbouw: - De opgaven passen bij de ambities van provincies en gemeenten, belangrijk is wel dat aan alle randvoorwaarden wordt voldaan. - Voor de afzonderlijke jaren 2022, 2023, 2024 en 2025 is ervoor gekozen om het aantal voor de periode 2022 t/m 2025 evenredig te verdelen over die 4 jaren, zodat helder is dat het gaat om indicatieve verdeling over jaarschijven. - De aantallen zijn onder voorbehoud van bestuurlijke besluitvorming door de provincie over het provinciaal programma wonen en werken. Ambtelijk is al wel overeenstemming; bestuurlijke besluitvorming moet nog plaatsvinden. De geplande besluitvorming door GS over het Ontwerp Provinciaal Programma Wonen en werken 2023 is vooralsnog 21 februari, daarna vindt ter inzagelegging plaats. Met betrekking tot de kolom Bruto plancapaciteit: - De aantallen betreffen de stand van zaken 27 oktober 2022 (planregistratie). Ook hier is weer uitgegaan van de totalen over de periode 2022 t/m 2025, gedeeld door 4 om zo de aantallen per jaarschijf te kunnen aanleveren.
Onder de Bruto plancapaciteit zijn ook vertrouwelijke plannen opgenomen en zijn zowel harde als zachte plannen opgenomen, zodat er schuifruimte is bij uitval. De aantallen betaalbaarheid zijn o.b.v. de openbare plannen in de planregistratie Wonen waarvan het prijssegment bekend is. Van een deel van de plancapaciteit is het prijssegment nog onbekend. Dit betekent dat aantallen en percentages betaalbare woningen in de tabel nog relatief laag zijn. Bij de herijkingen wordt meer inzicht geboden in het aandeel betaalbare woningen in de openbare plancapaciteit.
54
55 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
Tabellen Woondeal regio U10 (met BRUTO plancapaciteit) Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit) Van een deel van de plancapaciteit is het prijssegment nog onbekend. Dit betekent dat aantallen en percentages betaalbare woningen in de tabel nog relatief laag zijn. De verwachting is dat de percentages zullen stijgen zodra de plannen meer concreet zijn. Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
Sociale huur-woningen
2022
7.461
8.830
4.323
2023
7.461
8.830
2024
7.461
2025
Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)
LOPIK
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
Sociale huur-woningen
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen (tot 355.000)
Totaal
2022
67
109
41
13
2
7
22
2023
67
109
41
13
2
7
22
2024
67
109
41
13
2
7
22
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen (tot 355.000)
2.003
999
537
3.539
2025
67
109
41
13
2
7
22
4.323
2.003
999
537
3.539
266
436
162
52
8
27
87
8.830
4.323
2.003
999
537
3.539
2022 t/m 2025
7.461
8.830
4.323
2.003
999
537
3.539
2026 t/m 2030
25
416
0
50
0
0
50
2022 t/m 2025
29.844
35.320
17.293
8.012
3.995
2.147
14.154 (47%)
Totaal
291
852
162
102
8
27
137
2026 t/m 2030
31.325
46.006
11.875
8.159
4.743
2.484
15.386 (49%)
Totaal
61.169
81.326
29.168
16.171
8.738
4.631
29.540 (48%)
U10
Totaal
Bron: Bruto nieuwbouw: Concept Regionaal Programma Wonen en Werken 2023, tabel 4.1 (periode 2022 tot en met 2025), tabel 4.2 (periode 2026 tot en met 2030) en tabel 4.3 (periode 2022 tot en met 2030). Overige kolommen zijn afgeleid van planregistratie Wonen (stand van zaken 27 oktober 2022).
Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)
MONTFOORT
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
2022
58
70
2023
58
2024
Sociale huur-woningen
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen (tot 355.000)
Totaal
6
25
11
9
45
70
6
25
11
9
45
58
70
6
25
11
9
45
2025
58
70
6
25
11
9
45
2022 t/m 2025
233
281
23
98
45
36
179
Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit) Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
Sociale huur-woningen
2022
268
334
61
2023
268
334
2024
268
2025
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen (tot 355.000)
75
26
21
121
310
0
101
37
48
186
75
26
21
121
2026 t/m 2030
242
61
334
61
75
26
21
121
Totaal
475
591
23
199
82
84
365
268
334
61
75
26
21
121
2022 t/m 2025
1.073
1.334
245
298
102
84
484
2026 t/m 2030
1.877
2.437
0
490
211
93
794
Totaal
2.950
3.771
245
788
313
177
1.278
RONDE VENEN
Totaal
56
57 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit) Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)
VIJF HEEREND LANDEN
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
2022
537
748
2023
537
2024
Sociale huur-woningen
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen (tot 355.000)
Totaal
471
104
6
63
173
748
471
104
6
63
173
537
748
471
104
6
63
173
2025
537
748
471
104
6
63
173
2022 t/m 2025
2.148
2.993
1.884
417
23
252
692
58
1.539
280
31
0
47
78
0
2026 t/m 2030
649
0
Totaal
2.797
4.532
2.164
448
23
299
770
27
58
OUDE WATER
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
Sociale huur-woningen
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen (tot 355.000)
Totaal
2022
83
116
31
8
0
7
15
2023
83
116
31
8
0
7
15
2024
83
116
31
8
0
7
15
2025
83
116
31
8
0
7
15
2022 t/m 2025
330
462
125
31
0
27
2026 t/m 2030
120
257
0
0
0
Totaal
450
719
125
31
0
Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit) Betaalbaarheid (T.o.v. openbare plancapaciteit)
STICHTSE VECHT
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
2022
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
641
756
2023
641
2024
391
2023
354
2024
185
89
34
44
167
391
185
89
34
44
167
354
391
185
89
34
44
167
2025
354
391
185
89
34
44
167
2022 t/m 2025
1.415
1.565
739
356
134
177
667
1.407
2026 t/m 2030
1.200
1.410
530
111
171
43
325
212
Totaal
2.615
2.975
1.269
467
305
220
992
106
207
133
12
352
756
106
207
133
12
352
641
756
106
207
133
12
352
2025
641
756
106
207
133
12
352
2022 t/m 2025
2.562
3.023
422
829
530
48
2026 t/m 2030
761
1.133
175
73
139
0
Totaal
3.323
48
354
Totaal
Totaal
669
2022
Koopwoningen (tot 355.000)
Koopwoningen (tot 355.000)
902
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
Sociale huur-woningen
Sociale huur-woningen
597
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
4.156
WOERDEN
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
1.619
58
59 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)
DE BILT
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
2022
125
222
2023
125
2024
Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)
ZEIST
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
70
2022
448
545
0
70
2023
448
28
0
70
2024
43
28
0
70
146
170
111
0
52
0
36
0
940
146
206
111
Sociale huur-woningen
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Sociale huur-woningen
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen (tot 355.000)
Totaal
Koopwoningen (tot 355.000)
Totaal
37
43
28
0
166
131
81
29
241
222
37
43
28
545
166
131
81
29
241
125
222
37
43
448
545
166
131
81
29
241
2025
125
222
37
2025
448
545
166
131
81
29
241
2022 t/m 2025
501
888
281
2022 t/m 2025
1.790
2.180
664
524
324
117
965
2026 t/m 2030
35
0
36
2026 t/m 2030
629
659
55
0
0
0
0
Totaal
536
0
317
Totaal
2.419
2.839
719
524
324
117
965
Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)
WIJK BIJ DUURSTEDE
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
2022
55
88
2023
55
2024
Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)
BUNNIK
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
37
2022
114
145
7
37
2023
114
0
7
37
2024
30
0
7
37
159
120
0
26
860
0
241
20
1.212
159
361
20
Sociale huur-woningen
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Sociale huur-woningen
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen (tot 355.000)
Totaal
Koopwoningen (tot 355.000)
Totaal
40
30
0
7
66
37
18
19
74
88
40
30
0
145
66
37
18
19
74
55
88
40
30
114
145
66
37
18
19
74
2025
55
88
40
2025
114
145
66
37
18
19
74
2022 t/m 2025
220
352
146
2022 t/m 2025
454
581
265
148
73
74
295
2026 t/m 2030
680
76
337
2026 t/m 2030
1.725
4.751
0
250
125
293
668
Totaal
900
102
483
Totaal
2.179
5.332
265
398
198
367
963
60
61 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)
HOUTEN
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
2022
193
212
2023
193
2024
Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)
NIEUWEGEIN
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
80
2022
925
930
11
80
2023
925
7
11
80
2024
62
7
11
80
754
247
28
43
94
79
0
0
942
833
247
28
Sociale huur-woningen
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Sociale huur-woningen
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen (tot 355.000)
Totaal
Koopwoningen (tot 355.000)
Totaal
189
62
7
11
336
143
38
19
199
212
189
62
7
930
336
143
38
19
199
193
212
189
62
925
930
336
143
38
19
199
2025
193
212
189
2025
925
930
336
143
38
19
199
2022 t/m 2025
772
848
318
2022 t/m 2025
3.700
3.721
1.342
572
150
75
797
2026 t/m 2030
80
0
0
2026 t/m 2030
1.400
1.549
207
226
51
0
277
Totaal
852
43
318
Totaal
5.100
5.270
1.549
798
201
75
1.074
Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)
IJSSELSTEIN
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
2022
117
266
2023
117
2024
Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)
UTRECHT
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
186
2022
3.220
3.568
38
186
2023
3.220
44
38
186
2024
104
44
38
186
166
416
176
153
1.981
0
557
337
3.045
166
973
513
Sociale huur-woningen
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Sociale huur-woningen
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen (tot 355.000)
Totaal
Koopwoningen (tot 355.000)
Totaal
42
104
44
38
2.370
932
567
236
1.734
266
42
104
44
3.568
2.370
932
567
236
1.734
117
266
42
104
3.220
3.568
2.370
932
567
236
1.734
2025
117
266
42
2025
3.220
3.568
2.370
932
567
236
1.734
2022 t/m 2025
468
1.064
745
2022 t/m 2025
12.879
14.271
9.479
3.727
2.266
944
6.937
2026 t/m 2030
1.100
525
1.419
2026 t/m 2030
20.692
28.445
10.521
5.972
3.645
1.359
10.976
Totaal
1.568
678
2.164
Totaal
33.571
42.716
20.000
9.699
5.911
2.303
17.913
62
63 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
Bijlage 3:
Overzicht Sleutelprojecten, provinciale subsidies en WBI
Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)
UTRECHTSE HEUVELRUG
Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD
Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen)
Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)
2022
258
330
2023
258
2024
Sociale huur-woningen
Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand
Koopwoningen (tot 355.000)
Totaal
180
2
6
16
24
330
180
2
6
16
24
258
330
180
2
6
16
24
2025
258
330
180
2
6
16
24
2022 t/m 2025
1.033
1.321
718
7
25
64
96
2026 t/m 2030
110
113
28
21
7
0
28
Totaal
1.143
1.434
746
28
32
64
124
Op basis van de door de gemeenten aangeleverde gegevens voor de planregistratie is een overzicht gemaakt van de kwantitatieve woningbouwopgave voor de periode 2022 tot en met 2030.
De aantallen voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug geven geen actueel beeld en zijn gebaseerd op verouderde informatie. Het gaat daarbij om de fasering van de bruto nieuwbouw en de aantallen in de betaalbare segmenten. Op basis van inzichten januari 2023 is de verwachting dat de fasering van de bruto nieuwbouw meer gelijkmatig verdeeld zal zijn over de periode 2022 t/m 2030 en dat het aandeel betaalbare woningen in de plancapaciteit hoger is. De gemeente zet in op 30% sociaal en 40% middelduur.
In onderstaand overzicht zijn de belangrijkste woningbouwlocaties, zogenaamde sleutelprojecten, opgenomen van de U10-gemeenten. Dit overzicht is gevuld op basis van de door de gemeenten aangeleverde gegevens. Dit overzicht is ambtelijk getoetst door de provincie aan het Regionaal Programmeren Wonen en Werken, echter onder voorbehoud van bestuurlijke besluitvorming.
Belangrijkste woningbouwlocaties De Ronde Venen Locatie
Aantal woningen
Realisatieperiode
Toelichting, kanttekening
Vinkeveen - Centrumplan
300
Vanaf 2025
Abcoude - Bongronden
270
Vanaf 2024
Mijdrecht – De Meijert
203
Vanaf 2024
Mijdrecht – Het Oosterland
600
Vanaf 2026
Wilnis – De Maricken fase 2
650
Vanaf 2024
Argon
120
Vanaf 2025
Amstelhoek
200
Vanaf 2025
Hofland
80
Vanaf 2025
Voorbij
49
Vanaf 2024
600 woningen tot en met 2030, 155 woningen na 2030
Belangrijkste woningbouwlocaties Lopik Locatie
Aantal woningen
Realisatieperiode
Lopikerkapel
50
2022-2025
Cabauw
25
2022-2025
Cabauw
25
2025-2030
Toelichting, kanttekening
64
65 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
Belangrijkste woningbouwlocaties Montfoort Locatie
Aantal woningen
De Bleek, fase 1
Belangrijkste woningbouwlocaties De Bilt
Realisatieperiode 200
Toelichting, kanttekening
2024-2029
Locatie
Aantal woningen
Schapenweide Spoorzone
Realisatieperiode
Toelichting, kanttekening
200
2025
500 tot 1000
2025-2030
Belangrijkste woningbouwlocaties Oudewater Locatie
Aantal woningen
Realisatieperiode
Toelichting, kanttekening
Belangrijkste woningbouwlocaties Utrechtse Heuvelrug
Schylenburcht
69
2022-2024
St. Janstraat
52
2022-2025
Locatie
Westerwal
35
2022-2024
Sparrenheide / Nassau Odijkhof
Belangrijkste woningbouwlocaties Stichtse Vecht Locatie
Aantal woningen 1670
Zuilense Vecht, Sportparkweg 1 Maarssen
138
320
Locatie
2022-2030
Aantal woningen
De Geer III
Vanaf 2024
Realisatieperiode 530
Het gaat om een inbreidingslocatie.
Toelichting, kanttekening
2023-2030
Locatie
2025-2026
Aantal woningen
Realisatieperiode
Toelichting, kanttekening
500 519 177
2022 t/m 2030 2022 t/m 2025 2026 t/m 2030
Nog te realiseren 929
2022 t/m 2025
Aantal woningen
Realisatieperiode
WA-Hoeve
250
2027-2030
Eikenstein
203
2023-2026
Vliegbasis Soesterberg
250-450
2025-2030
Stationsgebied Zeist/ Driebergen
1500-2500
2027-2030
Belangrijkste woningbouwlocaties Woerden Locatie
Toelichting, kanttekening
Belangrijkste woningbouwlocaties Zeist
Leerdam, Broekgraaf (incl. Broekgraaf-Noord) Broekgraaf Hoef en Haag
Realisatieperiode
Toelichting, kanttekening
Belangrijkste woningbouwlocaties Vijfheerenlanden Locatie
Aantal woningen
Belangrijkste woningbouwlocaties Wijk bij Duurstede
Realisatieperiode
Ruimtekwartier (Kwadrant nieuwbouw 500, Kwadrant transformatie 200, Planetenbaan midden 652 en Planetenbaan Noord 320)
Deze locatie betreft een regiopoort en genoemd in het document Woondeal U10.
Aantal woningen
Realisatieperiode
Middelland
925
t/m 2030
Snellerpoort
800
t/m 2030
Stationsgebied
264
t/m 2030
Toelichting, kanttekening
NB 1: Het is nog niet bekend waar de woningen geplaatst gaan worden. Mbt invoeging binnen het stedelijk gebied is er ambtelijk overeenstemming met de provincie (kaart verordening PU). Mbt andere uitleglocaties is geen overeenstemming met de PU en deze zijn derhalve niet opgenomen in het concept Regionaal Programmeren. NB 2: betreft een regiopoort en genoemd in het document Woondeal U10.
Sortie
170
2025-2026
66
67 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
Belangrijkste woningbouwlocaties Utrecht (exclusief onzelfstandige studentenwoningen)
Belangrijkste woningbouwlocaties Bunnik Locatie
Aantal woningen
Kersenweide Stationsomgeving
Realisatieperiode
Toelichting, kanttekening
1200
2025-2030
1000-1500
2026-2035
Aantal woningen
Realisatieperiode
Centrum, Molenzoom, Koppeling
1400
Grote Driehoek Eiland van Schalkwijk
250
Motie Blijven bouwen (7 locaties)
600
Toelichting, kanttekening
uiterlijk 2030 Uiterlijk 2030
Uiterijk 2030
Exacte locatie moet nog afgestemd worden met de provincie. Afhankelijk van waar deze locatie is beoogd. Er is geen nieuwe uitleg opgenomen in het concept RPWW 2022. Mocht de locatie buitenstedelijk zijn, dan moet daar nog afstemming/overeenstemming over plaatsvinden met de provincie.
Belangrijkste woningbouwlocaties IJsselstein Locatie
Aantal woningen
Realisatieperiode
Toelichting, kanttekening
Paardenveld Noord
400
2025-2030
Europakwartier
124
Tot en met 2025
Clinckhoeff
72
Tot en met 2025
Randdijk
130
Tot en met 2026
Lage Biezen
60
Tot en met 2025
Podium
130
2025 t/m 2030
Aantal woningen
Realisatieperiode
Toelichting, kanttekening
Gebiedsafspraken
Belangrijkste woningbouwlocaties Houten Locatie
Locatie
Exclusief locatie Het Burgje.
Cartesius e.o.
743
2022-2024
Cartesius e.o.
4.100
2025-2030
Groot Merwede
1.797
2022-2024
Groot Merwede
11.563
2025-2030
Oost
320
2022-2025
Oost
2.746
2025-2030
Overvecht
13
2022-2025
Overvecht
1.114
2025-2030
Belastingkantoor
487
2022-2025
Brennerbaan
200
2025-2030
Haarrijn
686
2022-2025
Het Zand
529
2022-2025
Het Zand
86
2025-2030
Kruisvaartkade
569
2025-2030
Leeuwesteyn
547
2022-2024
Leeuwesteyn
276
2025-2030
Leidsche Rijn Centrum
1524
2022-2024
Leidsche Rijn Centrum
2511
2025-2030
Nieuw Buurland
285
2025-2030
Ravellaan Noord
220
2025-2030
Rijnvliet
555
2022-2024
Rijnvliet
78
2025-2030
Thomas a Kempisplantsoen
360
2025-2030
200-plus locaties
Belangrijkste woningbouwlocaties Nieuwegein Locatie
Aantal woningen
Realisatieperiode
Toelichting, kanttekening
City
1364
Tot 2025
City
742
Tot 2030
Rijnhuizen
1255
Tot 2025
Rijnhuizen
595
Tot 2030
Blokhoeve (Blok West en Edge 2)
269
2028
68
69 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
Niet geprogrammeerd Bij de gemeente Houten speelt de wens om een substantieel aantal woningen in een aantal uitleglocaties te bouwen. Deze zijn niet opgenomen in het RPWW omdat over deze locaties vooralsnog geen overeenstemming is tussen de provincie en de gemeenten. Deze locaties zijn ook nog niet opgenomen in het Planregistratiesysteem Wonen (plancapaciteit) omdat er nog onduidelijkheid is over de aantallen te bouwen woningen. Het gaat onder meer om locaties in Schalkwijk, maximaal 250 woningen en ’t Goy, maximaal 50 woningen. Deze locaties kunnen in het kader van de derde cyclus worden beoordeeld. Bij de gemeente De Bilt speelt de wens om een substantieel aantal woningen (200) in
Maartensdijk te bouwen. Dit betreft een uitleglocatie buitenstedelijk. Vooralsnog is er nog geen overeenstemming tussen de provincie en de gemeente. Deze locatie is ook nog niet opgenomen in het Planregistratiesysteem Wonen (plancapaciteit). Ook bij diverse andere gemeenten in de regio U10 zijn er plannen (onder andere plannen voor de regiopoorten) in ontwikkeling die nog niet zijn beoordeeld door de provincie en er daardoor (nog) geen overeenstemming is tussen de provincie en de gemeenten. Deze locaties kunnen in het kader van de derde cyclus worden beoordeeld. Dan zal worden gekeken of die locaties alsnog kunnen worden geprogrammeerd.
Overzicht toekenningen Woningbouw Impuls (WBI) Aantal woningen
Overzicht Financiële bijdragen gemeenten o.b.v. Subsidieverordening Versnelling Woningbouw PU 2021-2024 en Flexpool Gemeente
Bijdrage flexpool
locaties
De Ronde Venen
x
Twistvlied, Maricken 2, De Meijert, Stationslocatie Mijdrecht, bedrijventerrein Amstelhoek, Argon, Voorbij locatie.
Stichtse Vecht
x
Atlantische Buurt, Ruimtekwartier (Planetenbaan) inclusief Kwadrant.
Woerden
x
Poort van Woerden (Middelland, Snellerpoort, Stationsgebied).
Montfoort
Burg. De Geusplein en Linschoten Zuid. x
Van Damstraat, De Goederen, Boslaan, Tabakshof.
Oudewater
x
Kerkwetering.
Lopik
x
Lopikerkapel en Schoollocatie De Akker.
Vijfheerenlanden
x
Broekgraaf Noord
Tranche
Gemeente
Locatie
Eerste tranche
Utrecht
Merwedekanaalzone Deelgebied 5, 1e fase
4.250
Nieuwegein
Mooi Rijnhuizen
1.000
Houten
x
Molenzoom
Tweede tranche
Woerden
Poort van Woerden
2.126
Utrechtse Heuvelrug
x
Diverse woningbouwprojecten
Derde tranche
Utrecht
Overvecht Zuid
2.191
Wijk bij Duurstede
Vierde tranche
Stichtse Vecht
Ruimtekwartier
500
Bunnik
x
Kersenweide en Bunnik Stationsgebied
Zeist
x
Huis ter Heide en Renesselaan
Nieuwegein
x
Nieuwegein City, Rijnhuizen en Blokhoeve (laatste is uitgesplitst in 2 locaties, Blok West en Edge 2 vrijwaringszone).
Ijsselstein
x
Podium, Randdijk en Europakwartier Oost, Lage Biezen, Abbink Spainkgebouw.
De Bilt
x
Molenkamp, stationsgebied De Bilt
Utrecht
x
Overvecht tbv WBI aanvraag
Andere investering
Toelichting
x
WBI 4e tranche is toegekend
x
Versnelling Woningbouw Utrecht 2021-2024
x
co-financiering WBI Overvecht, TAK
70
71 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
Bijlage 4
Regiodeal Flexwonen Regiodeal Flexpool: Statencommissie Ruimte, Groen, Water en Wonen 25 januari 2023 09:00:00, Stateninformatie provincie Utrecht
Bijlage 5
Overzicht corporatiewoningen per gemeente Toelichting De aantallen woningen in onderstaande tabel zijn opgegeven door de woningcorporaties verenigd in RWU. De aantallen woningen van corporaties die niet zijn aangesloten bij de RWU zijn niet meegenomen (Woonzorg Nederland en Habion, Vestia en Omnia Wonen). Voor de jaarschijven 2022-2026 gaat het om aantallen die onderdeel zijn van de financiële verantwoording van de corporaties en ontleend zijn aan hun dPi’s (met een lichte bewerking). Deze afkorting staat voor ‘de Prospectieve informatie’ en betreft informatie die corporaties moeten aanleveren in het kader van het rijkstoezicht op hun activiteiten en de garantstelling op hun leningen, waarbij corporaties een prognose van de activiteiten en een financiële prognose moeten aanleveren. De dPi gaat in op de voornemens van de komende vijf jaren Bij de woningaantallen gaat het om woningen die een realisatie/oplevering kennen in de genoemde jaren en in principe dus om ‘harde’ plannen. Als er prestatieafspraken zijn gemaakt, worden die ook meegestuurd met de dPi. Dat wil overigens nog niet zeggen dat deze aantallen 1:1 opgenomen zijn in de lokale prestatieafspraken, daarin bestaan er namelijk verschillen in werkwijzen tussen de U16-gemeenten en ook is het zo dat er nog gesprekken gaande zijn over nieuwe lokale prestatieafspraken.
Alle aantallen in alle jaarschijven zijn door de woningcorporaties te financieren. Daarnaast hebben de gezamenlijke woningcorporaties financiële ruimte om nog meer woningen te kunnen realiseren. In bijlage 2 van deze Woondeal U10 is het aantal sociale huurwoningen ten opzichte van de o penbare plancapaciteit in de Planregistratie Wonen (stand van zaken 27 oktober) opgenomen. In totaal zijn er 16.171 sociale huurwoningen opgenomen. De gezamenlijke corporaties zien op basis van inzichten begin 2023, voor de gehele periode de mogelijkheid om 20.262 sociale huurwoningen te realiseren. Dit op basis van concrete locaties en ambities/perspectief van de corporaties zelf. Dit betekent dat de gezamenlijke corporaties voor circa 4.000 sociale huurwoningen meer mogelijkheden zien dan nu in de planregistratie is opgenomen. Dit wordt deels verklaard doordat voor een deel van de plannen zoals die nu in de Planregistratie zijn opgenomen, de prijssegmentering nog niet bekend is of nog niet is geregistreerd.
Voor de jaarschijven 2027-2030 gaat het om een mix van ‘harde’ en ‘zachte’ plannen waarvan de meeste ‘zacht’ zijn, dat wil zeggen dat het gaat om locaties die volgens de woningcorporaties mogelijk zijn, waar sociale huur (nog) niet is geprogrammeerd maar waar de woningcorporaties wel kunnen en willen bouwen, en om een deel ambitie/wenslocaties.
72
73 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
DAEB
NIET-DAEB 2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2022-2030
Bunnik
71
6
15
51
0
135
123
125
150
676
De Bilt
0
0
31
36
58
78
78
78
78
437
De Ronde Venen
45
125
89
103
400
325
0
0
60
Houten
116
106
81
75
20
80
80
80
IJsselstein
30
0
79
45
170
95
0
Lopik
0
0
44
0
20
20
Montfoort
0
0
0
0
42
Nieuwegein
0
90
181
286
Oudewater
21
0
69
Stichtse Vecht
12
0
Utrecht
425
Utrechtse Heuvelrug
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2022-2030
Bunnik
0
0
0
0
0
0
40
0
0
40
De Bilt
0
0
24
22
16
0
0
0
0
62
1.147
De Ronde Venen
0
0
20
0
0
0
0
0
20
40
80
718
Houten
0
0
0
0
0
10
10
10
10
40
0
0
419
IJsselstein
1
3
14
0
0
28
5
5
5
61
20
0
30
134
Lopik
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
120
30
0
30
222
Montfoort
0
1
2
0
0
5
1
1
1
11
154
150
150
150
150
1.311
Nieuwegein
0
0
13
10
0
10
10
10
10
63
29
30
0
30
20
20
219
Oudewater
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
106
38
76
0
72
230
230
764
Stichtse Vecht
0
0
0
0
0
0
0
40
100
140
928
1.012
2.596
1.080
1.497
1.617
885
850
10.890
Utrecht
0
36
0
102
147
47
134
30
30
526
39
41
43
53
11
88
104
104
89
568
Utrechtse Heuvelrug
2
0
0
0
0
0
0
0
0
2
Vijfheere nlanden 12
72
89
221
92
25
0
25
0
0
524
Vijfheeren landen
0
5
0
30
0
0
0
0
0
35
Wijk bij Duurstede
0
45
71
0
50
40
40
40
40
326
Wijk bij Duurstede
0
0
0
0
0
10
10
10
10
40
Woerden
43
125
148
40
0
45
35
70
275
781
Woerden
6
0
26
0
0
0
0
0
50
82
Zeist
27
83
142
0
38
224
204
204
204
1.126
Zeist
0
25
40
0
0
75
75
75
75
365
Totaal
20.262
Totaal
1.507
12 Vijfheerenlanden heeft één corporatie (Lekstedewonen) die bij RWU is aangesloten. Lekstedewonen heeft een ontheffing gekregen van het Rijk om in de regio U10 actief te zijn, de andere twee corporaties in Vijfheerenlanden hebben geen ontheffing.
74
75 6 maart 2023
Woondeal, regio U10
76 6 maart 2023
De Woondeal U10 is tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen de U10, provincie Utrecht, Ministerie van BZK en RWU.