CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 Bijlage Ontwerp Begroting WIL 2025 - definitieve versie

Commissie Samenleving 29 mei 2024, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Overige ingekomen stukken24.279 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

WIL is er in de basis bovenal voor inwoners die aankloppen of via ketenpartners bij ons binnenkomen. WIL heeft geen preventieve opdracht als het gaat om het actief voorkomen dat inwoners een baan verliezen. We hebben uiteraard wel een preventieve opdracht als het gaat om: 1. Het onderzoeken of er direct werk of een studie mogelijk is voor inwoners die aankloppen; dit laatste loopt voor jongeren via de samenwerking in het Jongerenloket 2. Samen met het UWV en andere ketenpartners binnen de Utrechtse Werktafel investeren in een Regionaal Werkcentrum of andere interventies om werkzoekende inwoners (klant of niet) naar werk te helpen. 3. Het vroegtijdig met de pro-vso scholen kijken naar het vervolgperspectief voor deze schoolgaande jongeren met waar nodig het doorschakelen naar werk. Aan zaken als gerichte communicatiecampagnes om inwoners te informeren over de hulp die zij van de gemeente, WIL en andere ketenpartners kunnen krijgen, werken wij uiteraard graag mee. Het vergroten van het bereik onder werkgevers is uiteraard wel aan WIL; hierin heeft het WSP een primaire rol.

Cijfers 2023 Kengetal (Bron: Divosa benchmark 2023-12) Aantal parttime werkenden in de bijstand per eind 2023 per gemeenten Taakstelling beschutte werkplekken Lekstroom gemeenten 2024 met realisatie 2023 Doelstelling te realiseren beschutte werkplekken tot en met verslagjaar Beschut werk (aantal) in december 2023 Percentage personen met voorziening beschut werk t.o.v. totale doelgroep (incl. LKS) Percentage personen met voorziening beschut werk t.o.v. de doelstelling

Houten

IJsselstein

Lopik

Nieuwegein

6,5%

6,4%

5,9%

6,0%

16 0 0,0% 0,0%

17 7 1,3% 41,2%

4 2 1,2% 50,0%

33 10 0,8% 30,3%

WIL Totaal 6,2%

22

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

6.5 Wat gaan we doen in 2025? Onze activiteiten in 2025 laten zich op hoofdlijnen als volgt omschrijven: a. We bieden werkgeversdienstverlening aan werkgevers in de Lekstroom aan binnen de capaciteit die we hiervoor beschikbaar hebben. We doen dit op lokaal, regionaal en bovenregionaal niveau. Op dit laatste niveau werken we samen met andere WSP’en in onze arbeidsmarktregio. In nauw samenspel met de lokale werkteams zorgen we voor een effectieve match tussen werkzoekende en arbeidsmarkt. b. We werken binnen de setting van de Utrechtse Werktafel aan het inrichten van een structuur en het realiseren van bovenregionale voorzieningen/afspraken om extra kansen op economische participatie voor klanten en inwoners in de Lekstroom te creëren; onder meer via het neerzetten van regionale werkcentra, de harmonisatie van instrumenten, het Regionale Actieplan jeugdwerkloosheid, Hoofdzaak werk, et cetera. c. We bieden ondersteuning aan ondernemers en zzp’ers. Dit doen we door voor de Bbz samen te werken met Utrecht. Hierbij gaat het naast de reguliere Bbz werkzaamheden, maar ook om ondersteuning van ondernemers met schulden. Verder werken we samen met Ondernemers Centraal. d.

We ontzorgen de lokale werkteams bij de re-integratie van klanten richting werk vanuit het team Regionale Werk Dienstverlening qua specialistische dienstverlening, werkgeverstaken en verduurzaming van plaatsingen (LKS, loonwaardemetingen (LWM), jobcoacing, aanpak pro-vso, aanpak BAB, inzet detacheringsconstruct, et cetera). e. We regelen voor jongeren (onder de 27 jaar) de toegang naar werk, scholing en zorg (samen met Doorstroompunt) via het Jongerenloket; de route naar werk loopt daarbij grotendeels via het lokale werkteam na het poortproces. Samen met Doorstroompunt (voorheen RMC) sluiten we ook aan bij de bovenregionale ontwikkelingen op dit gebeid. Hierbij gaat het onder andere om de Regionale Aanpak Jeugdwerkloosheid (RAJ). f. We organiseren de toegang naar werk en een uitkering voor alle inwoners in de Lekstroom via de Poort; een centrale, integrale en laagdrempelige toegang voor alle inwoners uit de lekstroomgemeenten die een hulpvraag of een indicatie hebben. Hier proberen we een zo helder en breed mogelijk beeld van onze klanten te krijgen om zo de juiste dienstverlening te kunnen vaststellen. De klanten die (heel) dicht bij de arbeidsmarkt staan, pakt WIL zelf op; de andere klanten worden door de lokale werkteams opgepakt. In het kader van de integrale aanpak werken we samen en stemmen we af met ketenpartners.

6.6 Uitgangspunten Een groot deel van onze klanten is beperkt of niet zelfredzaam en heeft hulp nodig. Een groot deel van onze klanten kan ook (nog) niet werken; ons beeld dat op dit moment vrijwel iedereen die kan werken niet bij ons aanklopt. Dat wil zeggen dat de inwoners die bij ons aankloppen een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Bij veel van onze klanten is bijvoorbeeld sprake van multi-problematiek, ook in het geval van jongeren. Dit maakt dat we tijd en aandacht moeten en willen geven aan onze klanten als zij bij ons aankloppen. Vanuit de wetenschap dat er vrijwel altijd geen ander vangnet is. In iedere gemeente is het lokale maatschappelijke middenveld anders georganiseerd; ook het samen schakelen om leefwereld oplossingen te kunnen bieden kost daarmee veel (doorloop)tijd. 6.7 Wat willen we als WIL realiseren? Vanuit onze opdracht zijn wij aanspreekbaar op vijf KPI's: KPI en streefwaarde 2025

Korte toelichting op het waarom?

Waarde eind 2023

De duurzame uitstroom naar werk of zelfstandig beroep ligt op benchmarkniveau

We willen dat inwoners naar vermogen participeren. Voor een deel van onze klanten kan dat via economische participatie in de vorm van werk of als zelfstandige en dus financieel zelfstandig worden zodat er geen uitkeringsafhankelijkheid meer bestaat.

Gerealiseerde uitstroom in 2023 is 631 huishoudens. Daarvan 193 naar werk en 11 naar zelfstandig beroep of bedrijf. Dat is een resultaat van 32,3%. De trendwaarde 2023 voor WIL is in de benchmark berekend op 35,3 procent, bij een benchmarkgemiddelde van 35,5 procent.

23

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief Het percentage herinstroom in de uitkering ligt lager dan het benchmarkniveau De tevredenheid van de werkgevers die wij bedienen > 7.5

Klantevredenheid t.a.v. bejegening en overall >7,5 We blijven binnen de begroting (=Nullijn); eventuele overschrijdingen worden vooraf geaccordeerd

Het percentage herinstroom zegt iets over de duurzaamheid van de uitstroom richting werk of zelfstandig beroep. Het oordeel van werkgevers is bepalend of we op de goede weg zijn. Vooral als we laag scoren levert dat belangrijke input voor bijstelling op. De tevredenheid van werkgevers wordt tegenwoordig op het niveau van de arbeidsmarkt Midden-Utrecht gemeten. Het oordeel van inwoners/klanten is bepalend of we op de goede weg zijn denken we. Vooral als we laag scoren levert dat belangrijke input voor bijstelling op. De gemeentelijke middelen zijn beperkt waardoor keuzes noodzakelijk zijn. Door te rapporteren op deze KPI kan tijdig bijgestuurd worden (aan gemeente en WIL kant). Daar waar we dreigen te overschrijden lichten we dat toe.

Trendwaarden herinstroom WIL binnen 12 maanden: 9,8% Benchmarkgemiddelde – 11,2% In 2023 voor het laatst gemeten op arbeidsmarktniveau. Score was een 7,6

In 2022/2023 voor het laatst gemeten. Score was een 7,6 Gerealiseerd. Zie hiervoor het Jaarverslag 2023.

In onze rapportages nemen we verder twee KPI’s geconsolideerd op die tot de verantwoordelijkheid van de lokale werkteams behoren: KPI en streefwaarde 2025

Korte toelichting op het waarom?

Waarde eind 2023

Het aantal plaatsingen.

In de lokale werkplannen zijn hier normafspraken of doelstellingen over opgenomen. Deze zijn voor WIL relevant doordat het werkgeverservicepunt ook een rol in heeft. Gemeenten willen alle klanten in beeld en voorzien van een plan van aanpak richting participatie.

479 plaatsingen gerealiseerd in 2023

Het aantal klanten met een op participatie gerichte activiteit, voorziening of instrument.

Eind 2023 was aan 97% van de klanten een activiteit gekoppeld (daar vallen ook intake en kennismaking onder, evenals geen activiteit mogelijk). Het betrof 2.782 klanten (partners tellen ook mee).

Parallel hieraan houden we nog een kerncijfer bij, om te kunnen monitoren hoe ons bestand zich ontwikkelt en of bijsturing nodig is. Het gaat in deze om het volgende kerncijfer (vastgesteld in het verlengde van de Begroting 2024); op verzoek op een aantal punten al 'gevuld'. We verwijzen naar de 1ste Kwartaalrapportage WIL 2024 voor specifieke uitwerking (en startwaarden) van onderstaande kerncijfers. Kerncijfer

Waarde eind 2023

Aantal meldingen in de poort dat leidt tot het verstrekken van een uitkering.

977 meldingen aan de poort, waarvan 696 door zijn gegaan naar Inkomen. Inkomen heeft in 2023 669 aanvragen afgehandeld, waarvan 547 toekenningen. Wat overall neerkomt op een percentage van 58,2%.

Conform afspraak zullen we in de Turap, Q-rapportages en de Jaarrekening terugkoppelen hoe we het doen, met waar nodig duiding en een mogelijke bijstelling van onze inzet.

24

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

6.8 Wat gaat e.e.a. kosten? Onderstaand treft u de begroting van het programma Werk aan. Programma Werk

2023

1e BW 2024

2024 CAO

2025 CAO

Regeling

Overig

Begroting 2025

Lokale handgeld Houten

239.290

104.000

104.000

Lokale handgeld IJsselstein

328.096

344.000

344.000

Lokale handgeld Lopik

86.068

32.000

32.000

Lokale handgeld Nieuwegein

654.173

1.141.000

1.141.000

Personeel

3.136.967

3.309.790

200.553

203.600

Totaal lasten

4.444.594

4.930.790

200.553

203.600

0

0

5.334.943

0

0

0

0

0

0

0

Personeel Totaal baten Saldo van baten en lasten

3.713.943

0

0

0

0

0

0

0

4.444.594

4.930.790

200.553

203.600

0

0

5.334.943

Ten opzichte van de begroting in de Kaderbrief 2025 is er een wijziging: waar aan de orde en nu al bekend zijn de gebruikte indexeringen en cao-stijgingen 2024 aangepast aan de werkelijkheid van nu. Zoals gezegd is voor 2025 gewerkt met een raming die in de begroting is verwerkt. E.e.a. heeft geleid tot een forse bijstelling van de personeelslasten naar boven. In meerjarig perspectief ziet de begroting voor het programma Werk er als volgt uit. Jaar

Houten

IJsselstein

Lopik

Nieuwegein

Totaal

2025 Regelingskosten

Omschrijving

104.000

344.000

32.000

1.141.000

1.621.000

Personeelskosten

885.917

755.722

217.055

1.855.249

3.713.943

2026 Regelingskosten

104.000

344.000

32.000

1.141.000

1.621.000

Personeelskosten

928.441

791.997

227.473

1.944.301

3.892.212

2027 Regelingskosten

104.000

344.000

32.000

1.141.000

1.621.000

Personeelskosten

967.436

825.260

237.027

2.025.961

4.055.685

2028 Regelingskosten

104.000

344.000

32.000

1.141.000

1.621.000

Personeelskosten

1.008.068

859.921

246.983

2.111.052

4.226.024

25

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief Programma Werk

Realisatie 2023

1e BW 2024

2025

2026

2027

2028

Lokaal handgeld gemeente Houten Lokaal handgeld gemeente IJsselstein

239.290

104.000

104.000

104.000

104.000

104.000

328.096

344.000

344.000

344.000

344.000

344.000

Lokaal handgeld gemeente Lopik

86.068

32.000

32.000

32.000

32.000

32.000

Lasten

Lokaal handgeld gemeente Nieuwegein

654.173

1.141.000

1.141.000

1.141.000

1.141.000

1.141.000

Personeelskosten incl. inhuur

3.136.988

3.309.790

3.713.943

3.892.212

4.055.685

4.226.024

Totaal lasten

4.444.615

4.930.790

5.334.943

5.513.212

5.676.685

5.847.024

Participatiebudget Re-integratiedeel

-

-

-

-

-

-

Totaal baten

-

-

-

-

-

-

4.444.615

4.930.790

5.334.943

5.513.212

5.676.685

5.847.024

Baten

Saldo van baten en lasten Bijdrage gemeenten Gemeente Houten

987.581

893.507

989.917

1.032.441

1.071.436

1.112.068

Gemeente IJsselstein

966.418

1.017.486

1.099.722

1.135.997

1.169.260

1.203.921

Gemeente Lopik

269.404

225.441

249.055

259.473

269.027

278.983

Gemeente Nieuwegein

2.221.212

2.794.356

2.996.249

3.085.301

3.166.961

3.252.052

Totaal bijdragen gemeente

4.444.615

4.930.790

5.334.943

5.513.212

5.676.685

5.847.024

6.9 Work in progress In de 1ste Begrotingswijziging 2024 is aangegeven dat extra personele inzet nodig is om de dienstverlening binnen het programma Werk op niveau te kunnen houden dan wel een aanpassing nodig van de opdracht, uitvoering dan wel ambities in deze. De disbalans tussen opdracht, middelen en inzet zat en zit hem bovenal bij de uitvoering van de Regionale Werkdienstverlening. Binnen het Programma Werk gaan we komende maanden –in het licht van deze disbalans en de financiële uitdaging die eerder geschetst is- drie van de eerdergenoemde kansrijke opties verkennen: de verbrede inzet op parttime werken, meer doelgroepenbeleid ‘achter de poort’ en het opzetten van een sociale infrastructuur Lekstroom Werkt. Voor de gedachte achter deze opties en het voordeel dat we hopen te halen, verwijzen wij weer naar de inleiding (hoofdstuk 3). We gaan in ieder geval niet aan de volgende knop draaien qua dienstverlening: de regionale werkdienstverlening aan de lokale werkteams zoals die recentelijk samen met u als gemeenten is vastgelegd in het verlengde van de Innovatieagenda. Deze dienstverlening is ook juist de dienstverlening die opgebouwd moet worden in het licht van de realisatie van een sociaal ontwikkelbedrijf Lekstroom Werkt.

We stellen voor de 'taakstelling’ op Werk daarmee buiten de scope van de herijkingsopdracht te laten en af te wachten wat de verkenning van het sociaal ontwikkelbedrijf Lekstroom Werkt oplevert.

26

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

Mocht deze verkenning niet tijdig helderheid bieden over de kosten en baten en de verkenning van de andere kansrijke opties onvoldoende financieel voordeel opleveren, dan geven wij bij deze de 'winstwaarschuwing’ af dat wij onze dienstverlening op werk niet op niveau kunnen houden en onze klanten hiervan last gaan ervaren. Afschaling van onze inzet in de poort, onze werkgeversdienstverlening of de personele inzet binnen de lokale werkteams behoort dan tot de mogelijkheden. U krijgt in dat geval van ons een scenario B voorgelegd dan wel een voorstel voor extra middelen. Voor het worst-case scenario verwijzen wij naar het programma Inkomen; dit is vergelijkbaar voor dit programma.

27

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

7. PROGRAMMA INKOMENSONDERSTEUNING

7.1 De maatschappelijke uitdaging in de Lekstroom In de Lekstroom leeft een deel van de inwoners in armoede; deels omdat hun uitkering onvoldoende is om van rond te komen, dan wel dat zij uit werk onvoldoende inkomen krijgen om boven het bestaansminimum te kunnen komen. Een groot deel van deze inwoners ervaart (ook) financiële stress, die meedoen en participeren belemmert. Een deel van de inwoners in de Lekstroom heeft ook (problematische) schulden. Wat we ook op dit punt weten is dat een deel van deze inwoners niet voor hulp aanklopt. Voor een deel van een inwoners geldt dat zij te maken hebben met wisselende inkomsten en financiële bestaansonzekerheid.4 7.2 De maatschappelijke opgave van de Lekstroom gemeenten Vanuit deze realiteit hebben de Lekstroom gemeenten op hoofdlijnen een driedubbele ambitie c.q. opgave geformuleerd voor zichzelf: a. Het voorkomen dat inwoners in armoede en met problematische schulden moeten leven; zeker daar waar het om gezinnen met kinderen gaat. b. Het nog duidelijker maken waar inwoners moeten zijn als ze financiële problemen ervaren of inkomensondersteuning (i.c. een uitkering) nodig hebben. M.a.w. het vergroten van het bereik van de ondersteuning die zij hierop bieden. Bereik gaat hier over vindbaarheid, bereikbaarheid (procedures vormen geen belemmering) en daadwerkelijk gebruik maken. c.

Het snel, goed, eenvoudig en zo nodig dichtbij helpen van inwoners die aankloppen voor hulp. 7.3 De beoogde impact voor inwoners volgens de Lekstroom gemeenten De beoogde impact voor hun inwoners ligt hiermee in het verlengde. Allereerst krijgen alle inwoners die hulp en inkomensondersteuning nodig hebben die ook. Ten tweede neemt het aantal inwoners in armoede en met (problematische) schulden af. Ten derde is de wijze van aanvragen zo ingericht dat dit voor onze klanten eenvoudig te realiseren is, oftewel bereikbaar is. En tot slot weten inwoners waar zij moeten zijn in geval zij hulp nodig hebben. In termen van bereik betekent dit een gestage toename per jaar van het bereik van de belangrijkste minimaregelingen. 5 7.4 De opdracht voor en van WIL De opdracht voor en van WIL vanuit dit perspectief is primair de uitvoering van de Bijzondere Bijstand (als onderdeel van de Participatiewet), het uitvoeren van de vastgestelde minimaregelingen en de uitvoering van de Wet Schuldhulpverlening binnen de (financiële) kaders die de gemeenten stellen. Wederom bovenal naar de geest van de Wet: ga uit van vertrouwen en werk vanuit de bedoeling (lees: sluit aan op de leefwereld van de klant en lever maatwerk waar nodig). Help inwoners goed en snel en verken of meer nabijheid effectief en helpend is. Binnen de financiële kaders die de gemeente stelt.

Al met al is WIL is er vooral voor de inwoners die aankloppen. WIL is daarmee een 2de lijns-organisatie. 4

Harde en betrouwbare cijfers voor de Lekstroom zijn in deze nog niet voorhanden. Op basis van landelijk onderzoek en lokale beleidsplannen kunnen we slechts indicaties maken. Het is wenselijk als de Lekstroom gemeenten een nulmeting laten verrichten om ook te kunnen monitoren of we in staat zijn met elkaar hierop vooruitgang te boeken. 5 Het zou goed als de Lekstroom gemeenten deze impact iets smarter kunnen maken, zodat beter te monitoren is of we samen vooruitgang boeken op wat we willen en belangrijk vinden. 28

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

WIL heeft op het vlak van de bijzondere bijstand en minimaregelingen geen outreachende opdracht: we gaan niet actief op zoek naar inwoners die niet in beeld zijn bij WIL of andere ketenpartners, maar die mogelijk wel tot de doelgroep behoren. Voor het programma Inkomensondersteuning gaat het dan om bijvoorbeeld gezinnen die in armoede leven, recht hebben op ondersteuning, maar deze niet vragen. Die opdracht is aan de gemeente zelf dan wel andere ketenpartners; uiteraard wil en kan WIL hierin wel meedenken. WIL heeft geen preventieve opdracht in de zin van het actief inwoners (thuis) opzoeken om te voorkomen dat zij in armoede terecht komen. We hebben wel een preventieve opdracht als het gaat om het verzorgen van een brede informatievoorziening over rechten, plichten en mogelijkheden en het samen met gemeenten en andere ketenpartners via o.a. gerichte communicatiecampagnes investeren in het vergroten van het bereik. Eenzelfde insteek geldt t.a.v. schuldhulpverlening. WIL heeft geen outreachende en preventieve opdracht als het gaat om het voorkomen dat mensen in schulden komen.

Onze opdracht is wel preventief van aard voor zover het gaat om het samen met gemeenten en ketenpartners mee helpen voorkomen dat schulden niet verder/te hoog oplopen en we mensen vroegtijdig kunnen helpen; via onze gezamenlijke aanpak op vroegsignalering en in het verlengde hiervan onze aanpak Vroegeropaf (samen met de woningbouwcorporaties). Ook hier geldt dat wij uiteraard met de Lekstroom gemeenten mee werken aan gerichte communicatiecampagnes om het bereik te vergroten en inwoners te informeren over de hulp die zij van de gemeente, WIL en andere ketenpartners kunnen krijgen.

Kengetal

Houten

IJsselstein

Cijfers 2023 Lopik Nieuwegein

WIL Totaal

Uitgangspunt BG 2025 WIL Totaal (*)

Aantal statushouders per gemeenten (in klantenbestand WIL)

Aantal klanten schuldhulpverlening (in traject) per gemeente (*) (**)

105

101

32

284

534 (**)

Dit kunnen wij niet aangeven. Er staat geen vlaggetje bij een statushouder. Voor wat betreft de aantallen statushouders per gemeente overall, geldt dat WIL die niet heeft. Die informatie heeft de gemeente zelf. We hebben ook 12 aantal klanten in traject die (nu) niet meer in de Lekstroom gemeenten wonen. De gepresenteerde cijfers zijn de eindcijfers 2023 cf. de Jaarrekening.

29

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

7.5 Wat gaan we doen in 2025? Onze activiteiten in 2025 laten zich op hoofdlijnen als volgt omschrijven: a. We verstrekken bijzondere bijstand of een minimaregeling aan iedereen die dat nodig heeft; dat doen we cf. de regelingen en spelregels die door de gemeenten of in ons beleid zijn vastgesteld. We gaan uit van vertrouwen, we kijken breed waar nodig, schakelen met ketenpartners indien nodig om (bij)passende hulp te kunnen bieden en dat we zo snel als mogelijk. We zijn coulant en zijn klanten behulpzaam waar nodig. We geven voorrang bij de afhandeling van een aanvraag aan klanten waar sprake is van gezinssituatie met kinderen of urgentie. b. We bieden schuldhulpverlening aan inwoners met schulden die bij ons aankloppen. We voeren de MSNP uiteraard cf. de nieuwe wetgeving uit (18 i.p.v. 36 maanden). We zetten parallel hieraan waar zinvol in op het aanbieden van saneringskredieten in plaats van lange schuldregelingstrajecten. Dit geeft ruimte voor begeleiding en coaching op maat en daarmee voor schuldenrust. c. We continueren desgewenst onze inzet aan ondernemers en zzp’ers met schulden in samenspraak met Bureau Zelfstandigen van de gemeente Utrecht en Ondernemer Centraal. d. We investeren samen met de Lekstroom gemeenten verder in een goede invulling van beleid en uitvoering inzake vroegsignalering.

Dit passend bij de ontwikkelingen vanuit het Rijk om tot een basisdienstverlening schuldhulpverlening te komen. De vroegsignalering maakt hier onderdeel van uit. e. De businesscase Bewindvoering is in 2023 gestart en loopt door tot in 2024. De inzet van het instrument Plinkr speelt hierin een centrale rol. Daarnaast blijven we samenwerken met bewindvoerders, met als doel samen te komen tot de inzet van de meest passende instrumenten voor elke schuldensituatie. Aan de hand van een (tussen)evaluatie van de ervaringen in de businesscase kan in 2024 gekozen worden om de businesscase voort te zetten. We zetten een samenwerking die een goede basis is om het Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags) vorm te geven. We gaan uit van een positieve evaluatie in deze en continuering in 2025. f. In 2023 is in Nieuwegein samen met Movactor gestart met de pilot Jongeren Perspectief Fonds (JPF). Dit loopt door tot in 2025 en WIL doet hieraan mee. Afhankelijk van de resultaten overwegen ook de andere Lekstroom gemeenten aan te haken. In samenspraak met de jongeren zelf wordt binnen dit project perspectief geboden op alle leefdomeinen. Financiële begeleiding maakt daarvan een essentieel onderdeel uit. Hierin spelen de consulenten van WIL een rol, in samenspraak met de jongeren zelf en hun trajectbegeleiders. We gaan uit van een positieve evaluatie en continuering in 2025. g.

We bieden namens de gemeenten ook de gemeentepolis aan, een collectieve ziektekostenverzekering. WIL heeft in deze de taak de aanvragen te beoordelen. VGZ is op dit moment de zorgaanbieder van de gemeentepolis voor alle deelnemende gemeenten van de doelgroep. h. We bieden in opdracht van de gemeenten (deels vooruitlopend op de wet Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW) (financiële) ondersteuning aan de doelgroep van de MOBW. We zien nu al dat er een groter beroep wordt gedaan op de schuldhulpverlening, de minimaregelingen en de bijzondere bijstand. Veel van deze aanvragen zijn niet als een één-tweetje af te handelen. i. Statushouders bieden wij via een aangepast dienstverleningsproces een goede start bij de start in onze gemeenten. De financiële ontzorging bieden wij aan met de inzet van (kortdurend) budgetbeheer. Bij Bijzondere regelingen doen wij dit door een snelle dienstverlening bij woninginrichting en reiskostenvergoeding. Hierbij werken wij samen met ketenpartners zoals bijvoorbeeld Vluchtelingenwerk. 7.6 Uitgangspunten Ook voor de meeste minima en veel klanten met schulden geldt dat zij niet of beperkt zelfredzaam zijn en hulp nodig hebben. Een groot deel van onze klanten ervaart ook (financiële) stress en ervaart aankloppen bij WIL als een hoge drempel. Bij veel van onze klanten is ook sprake van multi-problematiek.

Dit maakt dat we tijd en aandacht moeten en willen geven aan onze klanten als zij bij ons aankloppen. Vanuit de wetenschap dat er vrijwel altijd geen ander vangnet is. In iedere gemeente is het lokale maatschappelijke middenveld bovendien anders georganiseerd; ook het samen schakelen om leefwereld oplossingen te kunnen bieden kost daarmee veel (doorloop)tijd. Het is hierom dat wij met de meeste lokale ketenpartners op dit vlak korte lijntjes hebben dan wel deze verder aan het versterken zijn.

30

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

7.7 Wat willen we als WIL realiseren? Vanuit onze opdracht zijn wij aanspreekbaar op de volgende KPI's: KPI en streefwaarde 2025

Korte toelichting op het waarom?

Waarde eind 2023

Het bereik van bijzondere bijstand en de belangrijkste minimaregelingen neemt toe ten opzichte van 2024

Hiermee geven we aan hoeveel inwoners die recht hebben ook daadwerkelijk bij WIL aankloppen. Dit wordt bij deze kpi onder bereik verstaan. De regelingen waar we nu aan denken zijn: CZM, IIT, stadspas.

Het bereik van schuldhulpverlening neemt toe ten npzichte van 2024 toe.

Het bereik betreft het aantal inwoners dat recht heeft en ook daadwerkelijk bij WIL aanklopt.

De wachttijden en responstijden bij schuldhulpverlening blijven binnen de wettelijke termijnen. Het % opgevolgde signalen vroegsignalering schuldhulpverlening neemt toe De herinstroom bij schuldhulpverlening bedraagt minder dan 10% binnen een jaar en minder dan 15% binnen 5 jaar. De afhandeltermijn bij aanvragen minimaregelingen is 50% binnen 4 weken en 75% binnen 6 weken. Klanttevredenheid op klantbejegening en overall beleving/tevredenheid scoort >7,5 voor zowel minima als klanten bij schuldhulpverlening. We blijven binnen de begroting (=Nullijn); eventuele overschrijdingen worden vooraf geaccordeerd

De wachttijd, periode tussen aanmelding en het eerste gesprek (vaststellen hulpvraag) bedraagt maximaal 4 weken. Daarna mogen nog maximaal 8 weken verstrijken tot de klant de beschikking ontvangt. De vroegsignalering wordt in 2024 verder ontwikkeld. Hierbij worden ook afspraken gemaakt over de wijze van opvolging van signalering. Op basis hiervan wordt de kpi vormgegeven. Wij gaan voor een goede kwalitatieve en duurzame schuldhulpverlening. Deze kpi geeft hier een indicatie voor. Het gaat hierbij om de herinstroom na succesvol afgesloten schuldhulpverleningstrajecten.

De vormgeving van deze KPI is nog onder handen. Voor een belangrijk deel van deze KPI zijn wij afhankelijk van de inspanningen van de gemeenten zelf in deze; we hebben het dus over een ‘gedeelde’ KPI. De vormgeving van deze KPI is nog onder handen. Voor een belangrijk deel van deze KPI zijn wij afhankelijk van de inspanningen van de gemeenten zelf in deze; we hebben het dus over een ‘gedeelde’ KPI. Realisatie 2023: o 1e termijn: gemiddeld 20 dagen o 2e termijn: gemiddeld 37 dagen De vormgeving van deze KPI is nog onder handen.

Wij gaan voor snelle, eenvoudige en bereikbare minimaregelingen. Hierbij hoort ook snelheid in het proces waarbij wij streven naar een kortere afhandeling dan de wettelijke termijnen. De klanttevredenheid wordt gemeten in een Klantbelevingsonderzoek. Het oordeel van onze klanten is bepalend of we op de goede weg zijn. Vooral als we laag scoren levert dat belangrijke input voor bijstelling op.

De vormgeving van deze KPI is nog onder handen. Hierbij spelen elementen als de kwaliteit van dienstverlening, nazorg en preventie een rol. Realisatie 2023: o 62,5% binnen 4 weken o 66,7% binnen 6 weken In 2022/2023 voor het laatst gemeten. Score was een 8,0 v oor schuldhulpverlening en 7,6 voor de minima.

De gemeentelijke middelen zijn beperkt waardoor keuzes noodzakelijk zijn. Door te rapporteren op deze KPI kan tijdig bijgestuurd worden (aan gemeente en WIL kant)

Overall grotendeels gerealiseerd. Zie hiervoor het Jaarverslag 2023.

Parallel hieraan houden we aantal kerncijfers bij, om te kunnen monitoren hoe ons bestand zich ontwikkelt en of bijsturing nodig is. Het gaat in deze om de volgende kerncijfers (vastgesteld in het verlengde van de Begroting 2024); op verzoek op een aantal punten al 'gevuld'. We verwijzen naar de 1ste Kwartaalrapportage WIL 2024 voor specifieke uitwerking (en startwaarden) van onderstaande kerncijfers.

31

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

Kerncijfer

Waarde eind 2023

Aantal klanten Bijzondere Bijstand en minimaregelingen per gemeente.

Houten – 1.310 IJsselstein – 1.113 Lopik – 401 Nieuwegein – 3.891 WIL totaal 6.715 Houten € 9.130.130,IJsselstein € 8.390.467,Lopik € 2.565.341,Nieuwegein € 20.631.107 WIL totaal € 40.717.046,In 2023 hebben wij 584 aanmeldingen ontvangen. Met iedereen is contact geweest. Gemiddeld genomen haakt 30% af voor de toelatingsbeschikking. Bijvoorbeeld omdat de paniek over is, er een oplossing is gevonden of er geen reactie meer volgt. In het 2e half haar van 2023 konden we dat specifiek meten. Toen ontvingen we 296 aanmeldingen, waarvan 90 voortijdig zijn afgehaakt. In 2023 hebben we 462 dossiers beëindigd, waarvan: o 52,4% succesvol o 14,1% niet succesvol o 33,6% overig (overleden, verhuisd, eigen verzoek, incompleet)

Regelingskosten Bijzondere Bijstand en minimaregelingen per gemeente.

Het aantal aanmeldingen Schuldhulpverlening en de opvolging die hieraan gegeven wordt

Het aantal succesvol afgeronde schuldhulpverleningstrajecten. Een succesvol traject leidt tot een schuldenvrije afronding

Conform afspraak zullen we in de Turap, Q-rapportages en de Jaarrekening terugkoppelen hoe we het doen, met waar nodig duiding en een mogelijke bijstelling van onze inzet. 7.8 Wat gaat e.e.a. kosten? Onderstaand treft u de begroting van het programma Inkomensondersteuning aan. Programma Inkomensondersteuning

2023

Bijzondere bijstand Wet Kinderopvang Personeel

4.093.267 392.050 3.339.337

WSNP 1,0 fte Statushouders 2,0 fte --> 1fte Totaal lasten Bijzondere bijstand Wet Kinderopvang Personeelslasten Totaal baten Saldo van baten en lasten

7.824.655 315.049 5.945 462.008 783.001 7.041.654

1e BW 2024 4.201.006 583.857 3.033.962 85.000 170.000 7.818.825 263.253 0 0 263.253 7.555.572

2024 CAO

2025 CAO

Regeling

Overig

95.288 -172.367 173.538

176.175

173.538

176.175

-77.079 67.422 6.233

0 173.538

0 176.175

73.655 -150.735

-170.000 -85.000 -85.000 -170.000

0 -170.000

Begroting 2025 4.296.293 411.490 3.213.675 0 85.000 7.921.458 330.675 6.233 0 336.908 7.584.550

32

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

Ten opzichte van de begroting in de Kaderbrief 2025 zijn er een aantal zaken aangepast: a. Waar aan de orde en nu al bekend zijn de gebruikte indexeringen en cao-stijgingen 2024 aangepast aan de werkelijkheid van nu. Zoals gezegd is voor 2025 gewerkt met een raming die in de begroting is verwerkt. E.e.a. heeft geleid tot een forse bijstelling van de personeelslasten naar boven. b. De klantaantallen Bijzondere Bijstand en minimaregelingen zijn cf. de gebruikelijke systematiek bijgesteld op de eindcijfers 2023 met een 1% ophoging. Overall bezien leidt dit tot een beperkte bijstelling naar boven. In meerjarig perspectief ziet de begroting van het programma Inkomensondersteuning er als volgt uit. Programma Inkomensondersteuning

Realisatie 2023

1e BW 2024

2025

2026

2027

2028

Bijzondere bijstand

4.093.267

4.201.006

4.296.293

4.399.404

4.500.591

4.604.104

Wet Kinderopvang

392.050

583.857

411.490

421.366

431.057

440.971

Personeelskosten incl. inhuur

3.339.337

3.033.962

3.213.675

3.367.931

3.509.384

3.656.778

Totaal lasten

7.824.655

7.818.825

7.921.458

8.188.701

8.441.032

8.701.854

Bijzondere bijstand

315.049

263.253

330.675

338.611

346.399

354.366

Wet Kinderopvang

5.945

-

6.233

6.383

6.530

6.680

Personeelslasten

462.008

Totaal baten

783.001

263.253

336.908

344.994

352.929

361.046

7.041.654

7.555.572

7.584.550

7.843.707

8.088.103

8.340.808

Gemeente Houten

1.638.398

1.913.424

1.765.851

1.826.629

1.883.906

1.943.141

Gemeente IJsselstein

1.385.061

1.415.270

1.493.160

1.544.691

1.593.239

1.643.452

538.780

465.883

576.819

595.171

612.599

630.586

Gemeente Nieuwegein

3.479.415

3.760.994

3.748.719

3.877.217

3.998.358

4.123.629

Totaal bijdragen gemeente

7.041.654

7.555.572

7.584.550

7.843.707

8.088.103

8.340.808

Lasten

Baten

Saldo van baten en lasten Bijdrage gemeenten

Gemeente Lopik

33

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

Jaar

Omschrijving

Houten

IJsselstein

Lopik

Nieuwegein

Totaal

999.266

839.234

389.002

2.143.372

4.370.875

Personeelskosten

766.584

653.926

187.818

1.605.347

3.213.675

2026 Regelingskosten

1.023.249

859.376

398.338

2.194.813

4.475.776

2025 Regelingskosten

Personeelskosten

803.380

685.315

196.833

1.682.404

3.367.931

2027 Regelingskosten

1.046.784

879.142

407.500

2.245.294

4.578.719

Personeelskosten

837.122

714.098

205.100

1.753.065

3.509.384

2028 Regelingskosten

1.070.860

899.362

416.872

2.296.936

4.684.029

Personeelskosten

872.281

744.090

213.714

1.826.693

3.656.778

Notabene 1 Naast de begroting lopen een aantal extra diensten via een DVO, namelijk de extra inzet van de generalisten, uitvoering collectieve zorgverzekering, de Nieuwegein Stadspas en diverse DVO's voor bijzondere doelgroepen. Notabene 2 We achten het mogelijk dat WIL in 2025 uiteindelijk meer aanvragen Bijzondere Bijstand en minimaregelingen binnenkrijgt met hogere regelingskosten als gevolg door twee oorzaken: De gevolgen van de Spreidingswet; waardoor mogelijk meer statushouders in onze regio gehuisvest zullen worden. Een hoger bereik als gevolg van een minder streng beleid aan de Poort. In deze begroting is hier niet op geanticipeerd. In de risicoparagraaf gaan we kort nader op in op de eventuele financiële gevolgen van dit risico. 7.9 Work in progress De huidige wijze van uitvoering vraagt meerjarig meer personeel dan financieel houdbaar. In de 1ste Begrotingswijziging 2024 is dit ook aangegeven. De disbalans tussen opdracht, middelen en inzet zat en zit hem binnen het programma Inkomensondersteuning bovenal bij de uitvoering van de dienstverlening aan statushouders en de reguliere dienstverlening schuldhulpverlening en bijzondere regelingen.

Binnen het Programma Inkomensondersteuning gaan we komende maanden –in het licht van deze disbalans en de financiële uitdaging die eerder geschetst is- alle eerdergenoemde kansrijke opties verkennen, op de optie ‘Sociale infrastructuur Lekstroom Werkt’ na. Voor de gedachte achter deze opties en het voordeel dat we hopen te halen, verwijzen wij naar de inleiding (hoofdstuk 3). We gaan in ieder geval niet aan de volgende knoppen draaien qua dienstverlening: • De dienstverlening aan statushouders zoals die recentelijk samen met u als gemeenten en onze ketenpartners is afgesproken in het kader van de wettelijke ontzorging. • Onze inzet als het gaat om vroegsignalering.

34

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

Mochten de verkenning van de kansrijke onvoldoende financieel voordeel opleveren, dan geven wij bij deze de 'winstwaarschuwing’ af dat wij onze dienstverlening niet op niveau kunnen houden en onze klanten hiervan last gaan ervaren. U krijgt in dat geval van ons bij de 1ste begrotingswijziging 2025 een scenario B voorgelegd dan wel een voorstel voor extra middelen. Voor het worst-case scenario verwijzen wij naar het programma Inkomen; dit is vergelijkbaar voor dit programma.

35

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

8. Bedrijfsvoering 8.1 De opdracht voor en van WIL De opdracht voor bedrijfsvoering ligt primair in het verlengde van hetgeen de uitvoering nodig heeft door: gevraagd én ongevraagd te faciliteren, te regelen, mee te denken en te adviseren. Sober, efficiënt en doelmatig is daarbij het devies. Secundair is onze bedrijfsvoering operationeel kaderstellend door aan te geven met welke systemen we werken, hoe we dat doen, et cetera. Ten slotte adviseert en ondersteunt bedrijfsvoering het management, gevraagd en ongevraagd, bij het maken van keuzes en het stellen van kaders. 8.2 Wat gaan we doen in 2025? Onze activiteiten in 2025 laten zich op hoofdlijnen als volgt omschrijven: a. We zorgen dat WIL een goed werkgever is en blijft en dat we goede en voldoende medewerkers aan boord hebben en houden. Dit vraagt om passende communicatie en een goed HR-beleid en uitvoering. b. De focus in 2025 blijft opnieuw een hoge mate van klantvriendelijkheid en klantgerichtheid en duidelijkheid qua communicatie en klantenservice richting inwoners en klanten. c. We faciliteren en adviseren de uitvoerende programma’s en het management passend qua Finance & Control, HR, Kwaliteitsbeheer, communicatie, beleid, ICT en DIV. Binnen de personele en financiële mogelijkheden van deze begroting; calamiteiten uitgezonderd. d.

We zorgen dat we in control zijn en daar waar we dat nog niet goed genoeg zijn, dat we dit beter worden. e. We continueren de bezwaar en beroep functie en evenzo de klachten functie voor klanten en inwoners in eigen beheer binnen WIL op hetzelfde hoge niveau als vanouds, vanuit het principe ‘we lossen iets op als dat kan’. f. We continueren ons eigen KSV vanuit het motto ‘we zijn goed en snel bereikbaar’ en ‘het eerste contact is hoogwaardig’. g. We realiseren in 2025 ons quotum banenafspraak banen en beheren en monitoren om onze inspanning structureel om ook in de jaren erna aan onze morele en wettelijke verplichting te kunnen voldoen. h. We investeren verder om het ziekteverzuim WIL richting ons streefcijfer van 5,5% te krijgen. We doen er ook in 2025 alles aan om het welbevinden van onze medewerkers te bevorderen. Samen met de Arboarts zetten we actief in op begeleiding bij ziekteverzuim; preventief zetten we in op aandacht en maatwerk. Tevens blijven we inzetten op verzuimbegeleiding bij langdurig verzuim. i. In 2024 hebben we een Arboteam opgezet en preventiemedewerkers aangesteld die erop toe gaan zien de Arbo-risico’s binnen WIL beperkt blijven en waar nodig verbeteren als het gaat om de arbeidsomstandigheden, de gezondheid en veiligheid van de medewerkers van WIL. Deze inzet op Arbo loopt uiteraard in 2025 door. j.

We investeren in ons personeel waar nodig met scholing, training, e.d. (binnen de beperkte middelen die we hebben). 8.3 Uitgangspunten Houten is onze belangrijkste ICT-partner in bovenstaand perspectief; WIL is vooral een regie-organisatie. We werken samen op basis van een heldere meerjarenovereenkomst; met een eindafrekening op basis van de werkelijk gemaakte kosten. Nieuwegein is onze huurbaas. Ook hier werken we op basis van een meerjarenovereenkomst, zij het op basis van een vaste prijsafspraak. De arbeidsmarkt is ondertussen ook voor WIL lastig geworden. Het vinden, binden en boeien van personeel kost veel tijd en dat zet druk op de organisatie (zeker omdat hierdoor her en der gaten in de bezetting en productie vallen)

36

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

8.4 Wat willen we als WIL realiseren? Vanuit onze opdracht zijn wij aanspreekbaar op viif KPI's: KPI en streefwaarde 2025

Korte toelichting op het waarom?

Waarde eind 2023

Het percentage ziekteverzuim ligt meerjarig beneden of gelijk met de benchmark. Voor 2025 is het streefpercentage < 6,5% Het aantal medewerkers op een banenafspraakbaan binnen WIL is gelijk aan het quotum voor WIL Bij het KSV bedraagt de wachttijd maximaal 55 seconden en de uitval maximaal 10% In ons MO scoren we op het overall welbevinden/werknemerstevredenheid >7,0

WIL heeft te maken met een verhoogd ziekteverzuim. Wij gaan in 2025 voor percentage <6,5% en op termijn gelijk of onder de benchmark.

Realisatie 2023: cumulatief verzuim is 7,98%

Wij geven als werkgever het goede voorbeeld en vullen het aantal banenafspraakbanen volgens het quotum in. Hiermee geven we onze inwoners een kans en hebben wij een goede aanvulling op ons werknemersbestand. Wij streven naar een goede bereikbaarheid zodat we de klant goed te woord kunnen staan.

Realisatie eind 2023: 3,68 bij een doelstelling van 5,3.

Wij willen een goede werkgever zijn en voeren daarom jaarlijks een Medewerkersonderzoek uit. In deze arbeidsmarkt is het van belang dat we een goede werkgever zijn. Uit de Medewerkersonderzoeken kunnen wij verbeterpunten halen die ons kunnen helpen om aantrekkelijk te blijven als werkgever. De gemeentelijke middelen zijn beperkt waardoor keuzes noodzakelijk zijn. Door te rapporteren op deze KPI kan tijdig bijgestuurd worden (aan gemeente en WIL kant)

Laatste keer in 2022 gemeten met een score overall van 7,4

We blijven binnen de begroting (=Nullijn); eventuele overschrijdingen worden vooraf geaccordeerd

Realisatie 2023: gemiddeld 43,5 seconden met een uitval van 5,6%.

Niet gerealiseerd, gelet op aantal externe ontwikkelingen en keuzes. Zie hiervoor Jaarverslag 2023.

Parallel hieraan houden we aantal kerncijfers bij, om te kunnen monitoren hoe ons bestand zich ontwikkelt en of bijsturing nodig is. Het gaat in deze om de volgende kerncijfers (vastgesteld in het verlengde van de Begroting 2024); op verzoek op een aantal punten al 'gevuld'. We verwijzen naar de 1ste Kwartaalrapportage WIL 2024 voor specifieke uitwerking (en startwaarden) van onderstaande kerncijfers. Kerncijfer

Waarde eind 2023

Het percentage gegronde bezwaarschriften

Er zijn in 2023 190 bezwaarschriften afgehandeld. Daarvan zijn er 43 gegrond verklaard (22,6%) en 21 deels gegrond (11,1%). In 2023 zijn 41 klachten afgehandeld, waarvan er 12 (gedeeltelijk) gegrond zijn verklaard, 7 ongegrond en 19 met wederzijdse instemming zijn afgehandeld.

(11,1%)Aantal klachten en de afhandeling daarvan.

Conform afspraak zullen we in de Turap, Q-rapportages en de Jaarrekening terugkoppelen hoe we het doen, met waar nodig duiding en een mogelijke bijstelling van onze inzet.

37

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

8.5 Wat gaat e.e.a. kosten? Onderstaand treft u de begroting van het programma Bedrijfsvoering aan. Programma Bedrijfsvoering Personeelskosten versterking HR versterking ICT Huisvesting ICT ICT Houten correctie -/- 75 k Advisering en ondersteuning eenmalig DPIA Kantoor kosten Innovatie en ontwikkeling Totaal lasten

331.259 118.000 9.014.367

1e BW 2024 5.350.090 75.000 150.000 689.425 1.784.936 726.185 -75.000 442.534 45.000 369.164 0 8.636.149

Advisering en ondersteuning

199.846

90.000

Totaal baten

199.846

90.000

0

0

0

0

90.000

8.814.521

8.546.149

267.447

306.792

0

107.993

9.228.380

Saldo van baten en lasten

2023 5.393.970

558.126 2.098.849

514.164

2024 CAO 267.447

2025 CAO 306.792

267.447

306.792

Regeling

0

Overig -225.000 -75.000 -150.000 34.195 305.769 170.815 75.000 -25.282 -45.000 18.311 0 107.993

Begroting 2025 5.699.329 0 0 723.621 2.090.705 897.000 0 417.251 0 387.474 0 9.318.380 90.000

Ten opzichte van de begroting in de Kaderbrief 2025 zijn er de volgende wijzigingen: a. Waar aan de orde en nu al bekend zijn de gebruikte indexeringen en cao-stijgingen 2024 aangepast aan de werkelijkheid van nu. Zoals gezegd is voor 2025 gewerkt met een raming die in de begroting is verwerkt. E.e.a. heeft geleid tot een forse bijstelling van de personeelslasten naar boven. b. Houten heeft ons recentelijk aangegeven dat WIL rekening moet houden met een kostenpost voor ICT vanuit Houten in 2025 van € 897.000,= per jaar. Er stond € 720.000.= geraamd. Bovenstaande begroting is hierop dus opgeplust. Voor ICT was er per abuis in de 1e BW 2024 ten onrechte 75k in mindering gebracht. Deze was reeds eerder verwerkt en is nu gecorrigeerd.

38

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

In meerjarig perspectief ziet de begroting van het programma Bedrijfsvoering er als volgt uit. Programma Bedrijfsvoering

Realisatie 2023

1e BW 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Personeelskosten Huisvesting ICT Advisering en ondersteuning Kantoor kosten Innovatie en ontwikkeling

5.393.970 558.126 2.098.849 514.164 331.259 118.000

5.350.090 689.425 1.784.936 442.534 369.164 -

5.699.329 723.621 2.090.705 417.251 387.474 -

5.945.356 740.988 2.142.682 427.265 396.774 -

6.177.882 758.030 2.193.689 437.093 405.899 -

6.426.284 775.465 2.245.869 447.146 415.235 -

Totaal lasten

9.014.367

8.636.149

9.318.380

9.653.064

9.972.594

10.309.998

-

-

-

-

1

90.000

90.000

90.000

90.000

90.000

Lasten

Waarvan incidentele lasten Baten Advisering en ondersteuning

199.846

Totaal baten Saldo van baten en lasten Bijdrage gemeenten Gemeente Houten

23,85%

Gemeente IJsselstein

20,35%

Gemeente Lopik

5,84%

Gemeente Nieuwegein

49,95%

Subtotaal baten

199.846

90.000

90.000

90.000

90.000

90.000

8.814.521

8.546.149

9.228.380

9.563.064

9.882.594

10.219.998

2.102.600 1.793.600 515.149 4.403.172

2.038.468 1.738.254 499.856 4.269.571

2.201.321 1.877.813 539.336 4.609.910

2.281.156 1.945.915 558.896 4.777.097

2.357.376 2.010.933 577.571 4.936.713

2.437.860 2.079.589 597.290 5.105.259

8.814.521

8.546.149

9.228.380

9.563.064

9.882.594

10.219.998

39

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

9. BBV PARAGRAFEN In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen verplicht opgenomen worden in de begroting. Voor WIL zijn de paragrafen Financiering, Bedrijfsvoering en Risicoparagraaf van toepassing. A. Paragraaf Financiering In de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en in ons treasurystatuut zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid wordt vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd. Langlopende leningen en renterisico Op dit moment zijn er geen langlopende leningen. In dit begrotingsjaar worden geen investeringen voorzien en zal er zich derhalve geen financieringsbehoefte voor doen. Voor het renterisico worden twee normen onderscheiden: de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Er dient binnen deze normen geopereerd te worden. Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet Fido (evenals in de Wet Filo) de kasgeldlimiet opgenomen.

Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de jaarbegroting. Dit percentage is vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden. Financieringsbehoefte in relatie tot investeringen Als er nieuwe investeringen nodig zijn, dan worden deze apart aan het AB voorgelegd. De investeringen dienen een duurzaam karakter te hebben, waarbij de terugverdientijd wordt benoemd. B. Paragraaf Bedrijfsvoering Personeel

Bedrijfsvoering

52,23

Begroot loonkosten 4.944.556

Inkomen

28,22

2.645.350

Inkomensondersteuning

33,30

3.184.506

Formatie in loondienst

Begroot fte

Werk

38,24

3.713.943

Totaal

151,99

14.488.355

• •

Het loonkostenniveau is gebaseerd op de salaristabellen vanaf januari 2023 + cao stijging 2024 en 2025. Personeelskosten buiten formatiebudget WIL (extra inzet voor DVO-afspraken en de uitvoering DVO SW) zijn niet in het bovenstaande overzicht opgenomen.

40

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

Financieel beheer en informatie Naast de zorg voor een tijdige uitbetaling van de uitkeringen aan klanten en de tijdige betaling van facturen namens onze klanten (schuldhulpverlening), is het onze verplichting om periodiek verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. Gedurende het jaar monitoren we op diverse momenten of de overeengekomen afspraken ook worden gerealiseerd. Deze verantwoording vindt plaats via de kwartaalrapportages, de tussenrapportage (tot en met mei) en de jaarstukken. De bestuurlijke informatie wordt zo ingericht dat met een redelijke mate van zekerheid kan worden aangegeven in hoeverre de doelstellingen worden gerealiseerd met bijbehorende bestuur- en beheersinstrumenten. Vanaf 2025 gaan we dit doen via een andere opzet dan voorheen; we gaan hiermee al in 2024 experimenteren. In de Begroting 2024 hebben we het voorstel hiertoe beschreven; met positieve zienswijzen als gevolg. Zoals bekend is de regelgeving met betrekking tot de certificering van de jaarverslagen van lokale overheden, waartoe ook WIL behoort, gewijzigd. Het bestuur van WIL dient vanaf het boekjaar 2023 zelf verantwoording af te leggen over de rechtmatigheid (de ’rechtmatigheidsverantwoording’).

De accountant geeft in dat geval alleen nog een controleverklaring af met een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording van het bestuur. WIL is hierover in gesprek met de accountant. Voor het boekjaar 2025 voorzien we een verdere professionalisering van deze rechtmatigheidsverantwoording. Huisvesting Een belangrijke ontwikkeling qua huisvesting was het Atriumproject. We verwachten het nieuwe Atrium eind 2024 in gebruik te mogen nemen. Met het nieuwe Atrium krijgen we niet alleen een eigentijdse, laagdrempelige en kwalitatief betere huisvesting voor onze front-office dienstverlening, maar ook meer mogelijkheden om onze klanten nog beter van dienst te zijn (doordat meerdere ketenpartners dan ‘in huis’ zitten en we meer programmatisch kunnen werken). Onze insteek was en is het Atriumproject kostenneutraal te kunnen uitvoeren. Dat lijkt nog steeds het geval. ICT, automatisering en gegevensbescherming Overheidsorganisaties zoals WIL moeten ook de komende jaren blijven investeren in ICT om inwoners en klanten goed en veilig van dienst te kunnen zijn. WIL heeft zich in dit opzicht richting een regieorganisatie ontwikkeld, mede gelet op de keuzes die onze belangrijkste ICT-leverancier en partner Houten heeft gemaakt. Zowel op security als privacy voldoet WIL aan de overheid standaarden, zoals vastgelegd in de BIO en privacyregelgeving.

Gezien de grote bedreigingen van buiten, is grote waakzaamheid geboden. Mede hierom wordt ingezet op een brede awareness bij alle gebruikers en goede dienstverlening vanuit ICT Houten. Dat zal in 2025 niet anders zijn. C. Paragraaf weerstandsvermogen, risicobeheersing en kengetallen Weerstandsvermogen Omdat eventuele jaarlijkse financiële resultaten direct worden verrekend met de deelnemende gemeenten, beschikt WIL niet over eigen vermogen en reserves en is er derhalve geen sprake van een weerstandsvermogen. Reserve en Voorzieningen Op dit moment worden door WIL geen reserves gevormd. Dit wordt door de Lekstroom gemeenten niet wenselijk geacht. Dat betekent dat risico’s die niet goed in de lopende begroting meegenomen zijn of kunnen worden dan wel mogen worden, als mogelijke overschrijding van de begroting kunnen oppoppen gaandeweg het jaar. Deze consequentie wordt door de Lekstroom gemeenten en WIL geaccepteerd.

41

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

Risicoparagraaf Een risico wordt gedefinieerd als een gebeurtenis die zich kan voordoen en die een financieel of immaterieel gevolg kan hebben en die (nog) niet op een andere manier is ondervangen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering, het treffen van een voorziening of het nemen van een beleidsmaatregel. Indien de gevolgen van risico’s zich voordoen komen de gevolgen hiervan ten laste van de deelnemende gemeenten dan wel de klanten die WIL bediend. Per risico is in de tabel aangegeven in welke mate wij verwachten of het risico zich zal voordoen: hoog (rood), gemiddeld (oranje), en laag (geel). Risico Hogere regelingskosten en uitvoeringskosten

Oorzaak De regelingskosten zijn in de begroting op basis van het aantal klanten conform de financiële uitgangspunten berekend (eindcijfer 2023 per gemeente + 1% en indexering uitkering met 2,4%). Het CPB en SCP verwachten een toename van het aantal klanten van sociale diensten, maar kunnen de omvang hiervan nog lastig schatten. I.k.v. de spreidingswet en de mogelijke locatie van een AZC in een of meerdere Lekstroom gemeenten is een stijging van het klantvolume ook niet ondenkbaar; ook hier geldt dat e.e.a. niet realistisch in te schatten is.

Hoger ziekteverzuim dan geraamd

Afbouw ziekteverzuim lukt niet door blijvend hoge en soms te hoge werkdruk (maar ook door krapte op de arbeidsmarkt).

Personeel/ krapte arbeidsmarkt

Door de krappere arbeidsmarkt is het vinden, binden en boeien van (goed) personeel lastig.

Gevolgen Meer uitkeringen en inkomensoverdrachten, waarvoor geen middelen begroot zijn. Deze regelingskosten worden 1-op-1 doorbelast aan de gemeenten. Tegelijk stijgen dan ook de uitvoeringskosten dan wel wordt de kwaliteit en omvang van de dienstverlening afgeschaald als e.e.a. kostenneutraal zou moeten plaats vinden. Het afschalen van de kosten heeft uiteraard altijd impact op zaken als doorlooptijden, klanttevredenheid, e.d. Grofweg moet rekening gehouden worden met de volgende meerkosten per klant: Gemiddeld prijs uitkering per huishouden: € 18.500,- aan uitkeringslasten Voor statushouders: idem aan uitkeringslasten en > € 4.000,- aan huisvestingskosten e.d. E.e.a is exclusief uitvoeringskosten waarvoor nog een trapsgewijze afspraak moet worden ontwikkeld. Of: Meer inhuren dan geraamd omdat niet inhuren i.r.t. continuïteit, omvang en kwaliteit dienstverlening niet verantwoord is. De uitvoeringskosten zullen daardoor stijgen. Financiële gevolgen: € 200.000. Uitgaand van 7% ziekteverzuim, bij een streefcijfer van 5,5%. Of: Dienstverlening gaat kwalitatief achteruit

Bezetting is niet altijd op orde met consequenties voor de kwaliteit van de dienstverlening. Meer inhuur nodig dan voorzien als mensen in de markt niet te vinden zijn; met hogere personeelslasten tot gevolg.

Beheersmaatregel Veel ontwikkelingen zijn door WIL niet beïnvloedbaar. Om niet verrast te worden monitoren wij goed. We informeren in ieder geval tijdig als we afwijkingen of een nieuwe trend zien. De informatievoorziening is tijdig, correct en gedurende het jaar. Wij houden intern de vinger aan de pols met een dashboard en kwartaalgesprekken waarbij we monitoren wat de ontwikkelingen zijn, welke cijfers daarbij horen en welk verhaal achter de cijfers. Tijdig en goed geïnformeerd sturen we samen met gemeenten bij.

Vanuit management, teamleiders en HR extra aandacht geven aan verzuimpreventie; evenzo extra investeren in verzuimbegeleiding en in het vinden, binden en boeien van goede collega's om de bezetting op orde te houden, de mobiliteit te beperken en om een te hoge/ongezonde werkdruk te verminderen. HR en de teamleiders moeten hiervoor stevig(er) aan in actie. Parallel hieraan is het goed crisisregimes dienstverlening te ontwikkelen om snel en adequaat in te kunnen spelen op onderbezetting. Goed monitoren waar krappe arbeidsmarkt en verzuim tot problemen kunnen leiden, welke kwetsbare solofuncties er zijn en welke oplossingen helpen. Ad hoc inspelen op

42

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief Risico

Nieuw beleid

Verzilveren kansrijke opties vraagt om investeringsbudget

Te (veel) maatwerk per gemeente

Oorzaak

Gevolgen Werkdruk bij collega's stijgt i.r.t. discontinuïteit en soms te beperkte bezetting, maar ook i.r.t. vaker moeten inwerken nieuwe collega's. Daarnaast minder tijd om te investeren in opleiding, innovatie en ontwikkeling.

In de Kaderbrief 2025 zijn een aantal ontwikkelingen geschetst waarvan de impact nu nog lastig te kapitaliseren is (zoals de extra inzet op armoede op schulden, de Participatiewet in Balans, e.d.). Ondertussen is ook helder dat het Rijk qua schuldhulpverlening/vroegsignalering extra inzet van gemeenten gaat vragen (en gemeenten hiervoor ook extra geld krijgen). Vanuit alle programma’s zal hierop ingezet moeten worden. Het is nu niet in te schatten welke inzet van WIL dit vraagt. We gaan ervanuit dat een aantal kansrijke opties structureel in de dienstverlening van WIL verwerkt moet worden en daarmee in de Doorontwikkelagenda WIL zullen landen (digitalisering aanvraagprocessen bijvoorbeeld). Vanuit Bedrijfsvoering zullen we hierop moeten inzetten, maar waarschijnlijk ook vanuit de andere drie programma’s. Het is waarschijnlijk dat hiervoor een investeringsbudget nodig is. Het is nu niet in te schatten welke investering nodig is. We willen graag goede dienstverlening leveren aan de gemeenten en hen vanuit onze professie ondersteunen in hun koers en wens voor inwoners.

Deze ontwikkelingen zijn te definiëren als ‘moetjes’ die niet erbij gedaan kunnen worden. Een grove inschatting is dat de gevraagde extra inzet neer komt op in totaal € 150.000,-- eenmalig.

De Doorontwikkelagenda WIL is in de kern een vorm van een businesscase: we gaan een financieel en inhoudelijk ‘winst’ realiseren via een gestructureerde herijking van een aantal dienstverleningsonderdelen. Het verzilveren vraagt een investering die uiteraard minder is dan de kosten. Een grove inschatting is dat deze investering neerkomt op in totaal € 400.000,-voor 2025 en in de jaren 2026 en 2027 afloopt naar € 300.000,- en € 200.000,- respectievelijk. Nogmaals: er ligt hier nog geen plan of iets onder. Het risico is er dat er veel verschillende "smaken” zijn met elk een eigen werkwijze, werkproces en dat dit extra benodigde kennis of specifieke ervaring vraagt. Het werkt door versnippering minder efficiënt dan wanneer er naast maatwerk ook meer uniformiteit is.

Beheersmaatregel problematiek waar nodig. Gecombineerd met aandacht voor binden en boeien van al zittende collega's (zie ook bij ziekteverzuim) om ongewenst verloop te verkleinen. Zichtbare, vindbare en aantrekkelijke werkgever zijn. Alle collega’s zijn WILambassadeur. Samenwerken met werkgevers in regio. Parallel hieraan is het goed crisisregimes dienstverlening te ontwikkelen om snel en adequaat in te kunnen spelen op onderbezetting. Het werk moet gedaan worden. Door tijdig te kijken wat wanneer moet gebeuren en waar ‘geleend’ kan worden van wat collega sociale diensten doen, kunnen we de inzet van WIL minimaal zien te houden. Uiteraard kijken we waar we andere zaken kunnen traineren, e d.

Geen. We leggen een voorstel voor met de inhoudelijke en financiële consequenties op de korte en middellange termijn ter besluitvorming. Na akkoord gaan we pas aan het werk.

Daar waar het kan harmoniseren van beleid en als het echt een te onderscheiden wens is dan met een aparte opdracht formuleren. Bewust flexibel blijven bij het mee bewegen.

43

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief Risico Organisatiecultuur

Oorzaak De hulpvraag van de kwetsbare klant, waarvoor wij vaak het laatste vangnet zijn of vervanging van een overbelaste collega maakt dat collega's liever niet snel NEE zeggen.

Gevolgen De neiging is om te lang door te gaan of te laat aan de bel trekken.

Beheersmaatregel Teamleiders helpen collega's bij het maken van keuzes en het tijdig signaleren van knelpunten. Zakelijker zijn, duurzaam inzetbaar blijven én mensgericht maatwerk leveren willen we graag laten samengaan.

Calamiteiten

Onvoorspelbare gebeurtenissen die direct invloed hebben op de uitvoering van ons werk. Zoals een coronacrisis of iets dergelijks, uitvallen van ICTsysteem of het gebouw niet toegankelijk.

De dienstverlening komt ernstig in de knel, is beperkt mogelijk of wordt tijdelijk stilgelegd. De klanten krijgen niet (op tijd) wat ze nodig hebben.

Een cyberdreiging is altijd een risico waarmee ICT Houten rekening houdt en nodige checks uitvoert, dit is evenwel geen 100% garantie. Door hybride werken kunnen we ook veelal elders werken. We besteden extra aandacht aan bewustwording bij medewerkers over hoe zij de risico's op hacken kunnen helpen minimaliseren. Continuïteit ICT-hosting: zorgen dat we in regie komen en blijven samen met ICT Houten.

Kengetallen BBV overzicht De (netto) schuldquote is een indicator die aangeeft hoe de netto schulden zich verhouden tot de totale baten van de organisatie. Hoe hoger dit percentage, hoe meer externe financiering (geleend geld) WIL heeft aangetrokken om de activiteiten te financieren. Omdat WIL geen geldmiddelen door- of uitleent, is alleen het overzicht ‘Netto schuldquote’ relevant. In de GR, art 34 is vastgelegd dat alle resultaten toekomen aan de deelnemende gemeenten. Hierdoor beschikt WIL niet over een eigen vermogen.

44

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

Netto schuldquote: de netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van WIL ten opzichte van de eigen middelen (bedragen in €) Rekening 2023 Begroot 2024 Begroot 2025 A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 0 0 0 B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 2.491.619 2.568.449 2.568.449 C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 2.823.828 2.516.385 2.516.385 D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 0 0 0 E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 4.979.698 4.753.990 4.753.990 F Liquide middelen (cf art. 40 BBV) 305.960 305.960 305.960 G Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) 134.904 130.000 130.000 H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves) 69.197.663 67.896.960 73.449.239 Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% -0,15% -0,15% -0,14%

45

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

10. UITGANGSPUNTEN OPSTELLING FINANCIËLE BEGROTING Inflatiecorrectie (+2,5%) Voor de inflatiecorrectie wordt gehanteerd het afgeleide inflatiecijfer voor de overheid (CPI) 2025 uit de Septembercirculaire 2023 van 2,5%. Loonindexatie (+5,8% excl. sociale lasten) Conform de ‘loonvoet sector overheid’ voor het jaar 2025 uit de septembercirculaire 2023 gaan we uit van een loonstijging van 5,8% exclusief sociale lasten. Zodra een nieuwe CAO bekend is, wordt een eventueel verschil conform de nieuwe CAO meegenomen in een begrotingswijziging. Om de verwachte stijging van de loonkosten toch tastbaar op te nemen wordt een (conservatieve) post hiervoor worden opgenomen in de financiële paragraaf. Over eventuele veranderingen van de sociale lasten is nog niets bekend. Zodra de pensioenpremielasten en de sociale lasten bekend zijn, worden deze in de 1ste Begrotingswijziging 2025 opgenomen. BUIG middelen Bij de bepaling van de hoogte van het BUIG-budget rekenen wij met een gemiddeld uitkeringsbedrag per uitkeringsgerechtigde per gemeente. Deze berekening baseren wij op de uitkomsten van voorlopige jaarcijfers 2023. Wij passen jaarlijks minimaal 2 keer de uitkeringsnormen aan, dit heeft dus geen extra uitvoeringskosten tot gevolg. De omvang van het aantal bijstandshuishoudens wordt bepaald aan de hand van de eindstand 2023 (conform voorlopig jaarstukken 2023) plus 1% risico opslag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14082151/2