4.Belangrijkste wijzigingen jeugdhulp, gemeente IJsselstein 2026
Tekst van het document
Belangrijkste wijzigingen jeugdhulp Verordening Jeugdhulp gemeente IJsselstein 2026 1. Algemeen Normaliter wordt er een was-wordt tabel opgemaakt ten behoeve van het overzicht en inzicht in de wijzigingen. In dit traject is de integrale verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning 2022 opgesplitst in twee verordeningen. Met die reden is het niet haalbaar om in een klassieke waswordt tabel te voorzien. Om toch aan te tonen wat de belangrijkste wijzigingen betreffen, worden deze hieronder uiteengezet. Deze uiteenzetting betreft de wijzigingen met betrekking tot jeugdhulp. Met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning verwijzen wij u naar het andere document 'belangrijkste wijzigingen maatschappelijke ondersteuning'.
2. Belangrijkste wijzigingen 2.1. Volgorde De volgorde van de verordening is aangepast. Deze is nu gelijkgesteld aan de processtappen in de uitvoeringspraktijk. Ook zijn de bepalingen per processtap/thema gebundeld. In de huidige verordening is dit meer verdeeld over de verschillende bepalingen, mede omdat dit hierin ook de maatschappelijke ondersteuning is verwerkt.
2.2. Gebruikelijke zorg – artikel 11 In de huidige verordening wordt gesproken over gebruikelijke en bovengebruikelijke zorg. In de nieuwe verordening Jeugdhulp zijn deze termen niet overgenomen. Hier is gekozen voor de termen ‘eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen'. Dit is in lijn met de Jeugdwet. De eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen vertegenwoordigen de eigen kracht van de jeugdige en ouders. Hiermee wordt teruggevallen op artikel 2.1 en artikel 2.3 van de Jeugdwet. Alleen als de eigen kracht van de jeugdige en de ouders onvoldoende is om noodzakelijke hulp te bieden, moet een voorziening worden getroffen. De verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen ligt allereest bij de ouders en de jeugdige zelf. Door middel van de afweging van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen wordt per geval een afweging gemaakt of ouders en de jeugdige hiertoe in staat zijn. Dit doet recht aan hetgeen bepaald is in de jeugdwet.
2.3. Vervoer – artikel 12
De voorziening vervoer bij Jeugd heeft een zelfstandige bepaling gekregen in de nieuwe verordening. Als uitgangspunt geldt dat ouders zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer dat noodzakelijk is om de locatie van de jeugdhulp te bereiken. Dit valt onder de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, zoals hierboven besproken in paragraaf 2.2. Hierdoor wordt in elke situatie een afweging gemaakt op basis van de omstandigheden van het geval.
2.4. Ernstige dyslexie – artikel 13 Ernstige dyslexie valt onder de Jeugdwet, dat volgt uit de parlementaire geschiedenis en de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Dit was reeds opgenomen in de beleidsregels, zie artikel 4.2.3 van de huidige beleidsregels. Omdat dit tot de essentialia van de verordening behoort, is dit nu in de verordening opgenomen.
2.5. Toegang en aanvraag – hoofdstuk 2, 3 en 4 Met betrekking tot de toegang tot een niet vrij toegankelijke maatwerkvoorziening is meer duidelijkheid geschept. Allereerst is duidelijkheid gecreëerd over de toegang aan de hand van een aanvraag. In de huidige verordening is het aanvraagproces voor een jeugdhulpvoorziening en een wmo-voorziening in één bepaling opgenomen, waardoor niet geheel duidelijk is hoe het proces per voorzienig verloopt. Daarnaast is de bepaling waarin de gemeente nogmaals een onderzoek uitvoert nadat een andere partij dan een gemeente verwijst naar een niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, niet nogmaals opgenomen (zie artikel 3 lid 2 van de huidige verordening). Dit is in lijn met recente uitspraak van de rechtbank Overijssel (ECLI:NL:RBOVE:2025:3382, Rechtbank Overijssel, ak_25_712). De gemeente mag op grond van deze uitspraak niet, wanneer een andere partij verwijst naar een niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, nogmaals een inhoudelijk onderzoek uitvoeren. De gemeente mag alleen toetsen of aan de voorwaarden uit artikel 8.1.1 lid 2 is voldaan.
2.6. Onderzoek – artikel 8 Het onderzoek naar aanleiding van de aanvraag van de jeugdige en/of ouders is overzichtelijker en volgens de stappen van het CRvB uiteengezet (CRvB 1 mei 2017 ECLI:NL:CRVB:2017:1477, r.o. 4.3.1). Voor jeugdigen en/of ouders is het hierdoor duidelijk wat zij kunnen verwachten bij het onderzoek en zijn overbodige stappen van het onderzoek die enkel van toepassing zijn op een wmo-procedure niet opgenomen in de bepaling.
2.7. Kwaliteitseisen toegang – artikel 9 Op grond van artikel 2.3 lid 1 van de Jeugdwet is het college verantwoordelijk voor het waarborgen van een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen jeugdhulpvoorziening. In artikel 2.1 van het Besluit Jeugdwet is nader uitgewerkt wat onder relevante deskundigheid valt, denk aan deskundigheid met betrekking tot somatische
aandoeningen of taal- en leerproblemen. In verschillende fasen van het onderzoek is een specifieke deskundigheid benodigd. De rechtspraak vereist dat de adviseurs beschikken over de noodzakelijke deskundigheid en dat dit wordt opgenomen in de verordening (CRvB 29 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1097, rov. 4.9 (slot)). Met deze reden is deze bepaling toegevoegd.
2.8. Pgb-vaardigheid - artikel 18 De pgb-vaardigheid van een budgethouder (of budgetbeheerder) is reeds opgenomen in de huidige beleidsregels, zie artikel 2.3. Hier wordt verwezen naar de checklist ’10-punten pgb-vaardigheid’ van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport. Deze punten zijn in deze nieuwe verordening opgenomen, omdat deze tot de essentialia van de verordening behoren.
2.9. Kwaliteitseisen maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget – artikel 19 Over het toetsen van de kwaliteit van een in te kopen voorziening met een persoonsgebonden budget is reeds in de huidige beleidsregels aandacht besteed, zie artikel 2.4, en in de huidige verordening, zie artikel 12a lid 5 en artikel 15 lid 1. Om te waarborgen dat jeugdhulp in de vorm van pgb op een verantwoorde manier wordt verleend, is deze bepaling meer volledig opgenomen in de nieuwe verordening. Dit zorgt ervoor dat de jeugdhulp van goed niveau is en in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht sen is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder.
2.10. Vergoeding voor logeeropvang – artikel 20 lid 4 Volgens artikel 8ab Regeling Jeugdwet kan met een verklaring (wat geen arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht is) pgb worden opgesteld ten behoeve van het verlenen van jeugdhulp door een persoon uit het sociaal netwerk. In dat geval kan de budgethouder kiezen voor een betaling via een tegemoetkoming of betaling op basis van het wettelijk minimumloon. Logeeropvang wordt gezien als een tegemoetkoming. Zie hiervoor artikel 8ab lid 1 sub a van de Regeling Jeugdwet. Deze tegemoetkoming bedraagt maximaal €141,- per kalendermaand.
2.11. Afstemming met andere voorzieningen - hoofdstuk 7 De afstemming met andere voorzieningen heeft tevens een plek in de huidige beleidsregels, zie artikel 1.6. Op grond van artikel 2.9 sub b van de wet moet het college in de verordening opnemen hoe de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. Met die reden is dit toegevoegd aan de nieuwe verordening in verschillende bepalingen onder hoofdstuk 7. Zie hiervoor de afstemming met gezondheidszorg en langdurige zorg, gecertificeerde instellingen, voorschoolse voorzieningen en onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en werk en inkomen.
In artikel 4.5 van de huidige beleidsregels is opgenomen hoe de overgang van jeugdhulp is vormgegeven in het geval van jeugdigen die de leeftijd van 18 jaar bereiken. Omdat dit tot de essentialia behoort, is dit opgenomen in een separate bepaling in de nieuwe verordening, zie artikel 22.