CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

4.1 Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16

Commissie Ruimte 23 april 2024, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven8.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionaal Uitvoeringsprogramma RES U16 Aanpak en activiteiten tot en met 2027

Stuurgroep 17 november 2023

Inhoudsopgave 1. Inleiding ....................................................................................................................................... 3 1.1 Leeswijzer ..................................................................................................................................................... 4 1.2 Rol deelnemers is de uitvoering ................................................................................................................ 5 1.3 Regionale samenwerking op drie niveaus ............................................................................................... 6 2. Opgaven RES U16 ........................................................................................................................ 7 2.1 Grootschalige opwek .................................................................................................................................. 7 2.2 Zon op Dak ................................................................................................................................................ 10 2.3 Warmte....................................................................................................................................................... 11 2.4 Energiesysteem: schaarste elektriciteitsnet ............................................................................................

13 2.5 RES Herijking en RES Voortgangsdocument ........................................................................................... 14 2.6 Vijf Pijlers van regionale samenwerking ................................................................................................ 15 3. Governance en organisatie...................................................................................................... 16 3.1 Governance................................................................................................................................................ 16 3.2 Besluitvorming en afstemming binnen de RES ...................................................................................... 16 3.3 Organisatie thematische opgaven .......................................................................................................... 18 3.4 Stakeholderbetrokkenheid ....................................................................................................................... 18 3.5 Programmateam ...................................................................................................................................... 20 3.6 Overlegfrequentie ..................................................................................................................................... 21 4.

Planning ..................................................................................................................................... 21 5. Financiën ................................................................................................................................... 23 BIJLAGE 1 Uitgangspunten governance in RES 1.0 ..................................................................... 25

2 Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

1. Inleiding Dit Regionaal Uitvoeringsprogramma beschrijft hoe de RES-Regio U16 op regionaal niveau uitvoering geeft aan de Regionale Energiestrategie 1.0 (RES 1.0) en het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW). Het is een bestuurlijk document met een bijpassende abstractie. Het is een uitvoeringsprogramma op hoofdlijnen, waarin het proces is beschreven. Het inhoudelijk kader wordt gevormd door de RES 1.0, zoals vastgesteld door de parlementen1, en besluiten over een nadere invulling binnen dat kader van de Stuurgroep sindsdien. Actualisatie van huidige uitvoeringsprogramma Dit uitvoeringsprogramma is een actualisatie van het ‘Regionaal Uitvoeringsprogramma 2021-2023 met doorkijk naar 2025’. De overeenkomsten en verschillen op hoofdlijnen: •

De activiteiten zijn geactualiseerd, maar niet fundamenteel veranderd.

•

Het Nationaal Programma Lokale Warmte bestaat sinds 2023 en is toegevoegd aan dit uitvoeringsprogramma.

•

De governance is in hoofdlijn hetzelfde gebleven, met uitzondering van het ambtelijk opdrachtgeverschap.

•

Het document is vereenvoudigd: de beschrijvingen over mogelijke activiteiten van deelnemende overheden (hierna de deelnemers) zelf is ingekort en een verdiepende bijlage over de activiteiten is vervallen. Daarnaast zijn teksten waar mogelijk vereenvoudigd.

•

De financiële bijdragen van de deelnemers worden gecontinueerd op het niveau 2023 en zijn lager dan in de jaren ervoor.

Looptijd tot en met 2027 Dit uitvoeringsprogramma loopt tot en met 2027. Zo organiseren we continuïteit. In 2025 besluiten de parlementen over de RES Herijking. In lijn met de besluitvorming kan de Stuurgroep RES de activiteiten bijstellen voor de jaren 2026-2027. Indien dit financiële consequenties heeft, wordt dit opnieuw ter besluitvorming aan de deelnemers aangeboden. RES en NPLW Dit uitvoeringsplan gaat zowel over de RES als het NPLW. Sinds 2023 stelt het Rijk geld beschikbaar aan de regio ten behoeve van de warmtetransitie. Regionaal geven we in samenhang invulling aan RES en NPLW, we benutten daarbij de bestaande organisatie en governance van de RES. Grootste deel van uitvoering ligt bij de deelnemers In dit uitvoeringsprogramma gaan we in op de activiteiten die we in regionaal verband oppakken. De uitvoering van de RES 1.0 en de lokale warmtetransitie ligt echter primair bij de deelnemers. In paragraaf 1.2 lichten we de rol van de deelnemers toe.

1

M.u.v. gemeente Montfoort. Gemeente Montfoort heeft het Regionaal Uitvoeringsplan 2021-2023 wel vastgesteld.

1.1 Leeswijzer •

Rol deelnemers in uitvoering RES 1.0 (paragraaf 1.2)

•

Toelichting van de regionale samenwerking op strategisch, tactisch en operationeel niveau (paragraaf 1.3)

•

Beschrijving van de thematische opgaven en pijlers voor regionale samenwerking (hoofdstuk 2)

•

De governance en organisatie van de uitvoering (hoofdstuk 3)

•

Planning (hoofdstuk 4)

•

Financiën (hoofdstuk 5)

•

Uitwerking activiteiten per thema en pijler (bijlage)

Deze onderwerpen worden in navolgende hoofdstukken nader toegelicht.

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

4

1.2 Rol deelnemers is de uitvoering De RES 1.0 wordt primair uitgevoerd door de deelnemers. Substantiële bestuurlijke en ambtelijke inzet is nodig om de doelen te realiseren. In deze paragraaf staat per overheidslaag de rol in de uitvoering. Gemeenten De gemeenten zijn bevoegd gezag voor: •

Vergunningverlening zonnevelden.

•

Windenergie projecten tot 5 MW.

•

TVW en onder de Omgevingswet (verplicht) Warmteprogramma.

De gemeenten pakken hun rol in: •

Realisatie van de eigen bijdrage aan de onderbouwing van het regionale bod, uiterlijk in 2030 zoals opgenomen in RES 1.0.

•

Het voorkomen en inlopen van vertraging daarbij en het voorkomen en opvangen van ‘harde’ planuitval.

•

Opvangen van planuitval door samenwerking in planuitvalmechanisme.

•

Stimuleren van Zon op Dak (incl. gevels, boven parkeerplaatsen etc.).

•

Mogelijk benutten juridisch instrumentarium voor verduurzaming, o.a. de energiebesparingsplicht.

•

Uitvoering TVW/Warmteprogramma, stimuleren energiebesparing en isolatie.

Waterschappen De waterschappen nemen vooral een rol in de RES door •

Inzet van de eigen assets voor de energietransitie, met name benutting restwarmte en elektriciteitsopwekking.

•

Inbreng van expertise, met name op het gebied van aqua- en geothermie ten behoeve van de warmtetransitie.

Provincie De provincie is het bevoegd gezag voor: •

Windenergie projecten vanaf 5 MW.

•

Wet natuurbescherming vergunningen of ontheffingen bij zonneparken en warmtenetten.

•

Open bodemenergiesystemen (WKO).

De provincie neemt een rol in: •

Opvangen van planuitval door samenwerking in planuitvalmechanisme.

•

Borgen van de haalbaarheid van 1,8 TWh in 2030 en aandacht voor balans zon/wind. Hiervoor wordt medio 2024 een Tussenbalans 2 opgesteld.

•

Op verzoek: bemiddelende en coördinerende rol bij plannen die gemeentegrens overschrijdend zijn.

•

Ondersteuning gemeenten en RES regio bij realisatie zon op dak, zon op land en wind op land. Hieronder valt o.a. ook lokaal eigendom en ecologische kwaliteit.

•

Stimuleren projecten Zon op Dak, via o.a. Energiefonds en Subsidieverordening Energietransitie.

•

Werken aan oplossing netcongestie via EnergyBoard, o.a. door p-MIEK, versnellen ruimtelijke procedures en innovatieve oplossingen.

•

Ondersteuning gemeenten bij warmtetransitie in zowel beleid als projecten.

•

Ondersteuning voor monitoring van warmtetransitie.

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

5

1.3 Regionale samenwerking op drie niveaus We werken samen aan de RES op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Op strategisch niveau heeft de RES U16 drie functionaliteiten: 1.

Een instrument waarmee we de (regionale) energietransitie vormgeven en onze ambities realiseren. Dit betekent dat het instrument helpt bij onze ambitiebepaling, de ruimtelijke en infrastructurele (d.w.z. energienetwerk) inpassing en de organisatie van maatschappelijke betrokkenheid.

2.

Een platform om de langjarige samenwerking tussen alle regionale partijen te organiseren. In de RES kunnen provincie, waterschappen, gemeenten, netbeheerders, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en inwoners elkaar vinden en afspraken maken.

3.

Een product waarin we onze regionale energiedoelstellingen vastleggen en met enige regelmaat aanscherpen, aanvullen en ter besluitvorming aan onze volksvertegenwoordigers voorleggen.

Op tactisch niveau richten we ons bij de uitvoering van de RES op vijf pijlers die we in paragraaf 2.6 nader toelichten. Met de pijlers geven we structuur aan de uitvoering/operatie en kunnen we onze gezamenlijke doelstellingen waarmaken. In deze pijlers wordt ook de meerwaarde van het regionaal samenwerken expliciet. •

Bestuurlijke samenwerking

•

Monitoring voortgang

•

Communicatie en informatie

•

Kennis en expertise/ Coördinatie Expertiseplatform

•

Afstemming en samenwerking tussen partije

Op operationeel niveau (het uitvoeringsniveau) verbindt de RES U16 de 21 deelnemers. De uitvoering ligt grotendeels bij de deelnemers. Het regionaal deel is daaraan ondersteunend en hebben we uitgewerkt in het voorliggende programma met: •

Een beschrijving van resultaten

•

Uitwerking van activiteiten

•

Planning

•

Financiën

Figuur 1 - RES samenwerking op drie niveaus

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

6

2. Opgaven RES U16 Er staan drie grote thematische opgaven centraal in de uitvoering van de RES 1.0: 1.

Grootschalige opwek

2.

Zon op Dak

3.

Warmte

Daarnaast zijn er twee belangrijke opgaven die door bovenstaande drie heen lopen: 4.

Energiesysteem: schaarste elektriciteitsnet

5.

Opstellen van de RES Herijking

Aan deze vijf opgaven werken we gezamenlijk in de periode tot 2027. De opgaven komen rechtstreeks voort uit de RES 1.0. Hieronder zijn de opgaven op hoofdlijnen uitgewerkt.

2.1 Grootschalige opwek Deze opgave gaat over de realisatie van zonnevelden en windmolens. In de RES 1.0 is de ambitie vastgesteld uiterlijk in 2030 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. Met windmolens, zonnevelden en Zon op Dak. De activiteiten richten zich er op deze regionale ambitie waar te maken. Daarnaast is voor de toekomst de vraag welke opgave er na 2030 ligt, in de looptijd van dit uitvoeringsprogramma moet hier antwoord op worden gevonden. Onderbouwing regionale ambitie 1,8 TWh In de RES 1.0 is een onderbouwing opgenomen van het regionale bod. Deze thematische opgave gaat over windmolens en zonnevelden (zie 2.2 voor Zon op Dak). Gedeeltelijk is de regionale ambitie al gerealiseerd, daarnaast zit een deel in de pijplijn, is een deel uitgewerkt in beleid en is een klein deel nog niet uitgewerkt in beleid. Bovendien hebben we afgesproken permanent te zoeken naar mogelijkheden om planuitval op vangen. In de RES 1.0 is de regionale ambitie onderbouwd met een bijdrage per gemeente2. In onderstaande tabel zijn de bijdragen weergegeven. Vertraging en ‘harde’ planuitval

Bunnik

0,054

De Bilt

0,042

De Ronde Venen

0,088

Houten

0,178

Lopikerwaard (IJsselstein, Lopik, Montfoort,

0,260

Oudewater, Woerden) Nieuwegein

0,080

Stichtse Vecht

0,100

Utrecht

0,523

Utrechtse Heuvelrug

0,088

Vijfheerenlanden

0,072

Wijk bij Duurstede

0,061

Zeist

0,131

In de praktijk kan de verdere uitwerking van zoekgebieden betekenen dat plannen anders ingevuld worden of zelfs uitvallen. We hebben een getrapte werkwijze bij planuitval. Continue samenwerking en ontwikkeling zijn daarbij nodig. Op dit moment is vertraging de belangrijkste oorzaak van planuitval. Het inlopen van deze vertraging is cruciaal om ‘harde’ planuitval te voorkomen. Daarbij vraagt het om een permanente zoektocht naar mogelijkheden en nieuwe plannen de komende jaren. De activiteiten binnen deze opgave focussen zowel op het inlopen van de vertraging als de permanente zoektocht.

Tabel 1 – Bijdrage in TWh aan onderbouwing ambitie 1,8 TWh

2 In TWh. De Lopikerwaard heeft een gezamenlijke bijdrage afgesproken. Van De Ronde Venen staat haar

bijdrage niet in de RES 1.0 maar is vóór besluitvorming in een brief aan alle parlementen medegedeeld.

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

7

Realisatie Het zwaartepunt van deze activiteiten ligt op lokaal (gemeentelijk) niveau. Regionaal richten we ons op afstemming over kwantiteit, systeemefficiency, ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. De realisatie van zonnevelden en windmolens is maatschappelijk gevoelig en kent ook technisch (o.a. netcongestie) en juridisch (o.a. milieunormen wind, toepassing zonneladder) de nodige (onvoorziene) uitdagingen. Regionaal werken we zo goed mogelijk samen om de actuele ontwikkelingen in te passen om de ambitie in beeld te houden. Activiteiten 1.

Monitoring 2x per jaar een monitor conform het nationaal begrippenkader met een kwalitatieve duiding van het deel van de ambitie dat nog niet tot een concreet initiatief heeft geleid. De Monitor gaat in op de volgende elementen: •

Kwantiteit: tellen de zoekgebieden en grootschalig Zon op Dak nog steeds op tot 1,8 TWh?

•

Ruimtelijke inpassing en vergunning: is ruimtelijke kwaliteit voldoende geborgd en liggen we op koers voor vergunningverlening vóór 1 januari 2025?

•

Inpasbaarheid in de infrastructuur: kan Stedin de regionale ambitie tijdig faciliteren? Zo niet, kan het met andere, meer vernieuwende concepten (bijv. opslag). Daarnaast, indien nodig, gezamenlijk programmeren om onze ambitie voor 2030 te realiseren, inclusief aansluiting en transportcapaciteit op het net.

2.

IJkmomenten We hebben regelmatig informele bestuurlijke ijkmomenten afgesproken waarop we gezamenlijk bekijken of we op koers liggen voor 1,8 TWh en of bijsturing wenselijk of noodzakelijk is. Dit doen we ieder voorjaar en najaar op basis van de Monitor. Voor de periode tot RES Herijking zijn er twee ijkmomenten met groter belang: •

Q2 2024. Liggen we op koers voor 2030? Zo nee, welke intensivering of extra zoekgebieden zijn nodig?

• 3.

Q4 2024. De uitkomsten van dit ijkmoment vormen input voor de RES Herijking in 2025.

Planuitvalmechanisme Toepassing van het Planuitvalmechanisme. Dit zijn werkafspraken die de Stuurgroep heeft vastgesteld, op basis van de RES 1.0 en naar aanleiding van het advies van de bestuurlijk verkenner in 2021. De werkafspraken zijn er op gericht gezamenlijk in goed overleg de regionale ambitie te realiseren. Besluitvorming is natuurlijk aan de bevoegd gezagen.

4.

Netinfrastructuur Borging van de haalbaarheid van het gefaseerd aansluiten van 1,8 TWh op de regionale netinfrastructuur door afstemmen en bijsturen van de planningen van gemeenten en Stedin/TenneT. Onderdeel hiervan is proactief handelen ten behoeve van innovatie door o.a. pilots naar opslag van elektriciteit ter bevordering van een flexibel energienet (zie ook activiteiten bij Zon op Dak).

5.

RES Herijking In 2025 vindt de herijking van de RES plaats. In de RES Herijking worden de in de RES 1.0 gemaakte afspraken herbevestigd, herzien, dan wel aangevuld. De RES Herijking zal ook uitspraken bevatten over de periode na 2030. Ten behoeve van de RES Herijking wordt een plan m.e.r. doorlopen. Zie verder paragraaf 2.5.

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

8

Toelichting: Provincie doorloopt eigen planMER wind Om de RES doelstellingen in beeld te houden is de provincie gestart met het opstellen van een planMER windenergie. Hiermee worden de milieueffecten van windenergie voor verschillende gebieden inzichtelijk. Begin 2024 wordt het planMER vastgesteld door de provincie. In het planMER zullen ook de meest kansrijke gebieden voor windenergie inzichtelijk gemaakt worden, rekening houdend met overprogrammering in verband met planuitval. Conform het coalitieakkoord van de provincie zal er na afronding van het planMER een periode van zes maanden volgen waarin gemeenten zelf kunnen aangeven met welke windgebieden de gemeente verder wil en hoe invulling gegeven wordt aan de RES doelstelling. De provincie vraagt gemeenten om na de periode van 6 maanden aan te geven welke wind en zonne-energie plannen in? de rol van bevoegd gezag (verder) opgepakt worden en hierbij te onderbouwen dat de plannen voor 2030 aansluitbaar en haalbaar zijn. Na de bovengenoemde zes maanden zal voor de resterende opgave om te voldoen aan de RES doelstelling in 2030 de projectbesluitprocedure vervolgd worden. Die resterende opgave wordt gebaseerd op genomen raadsbesluiten voor zon- en windenergie die, in afstemming met de netbeheerder, voor 2030 gerealiseerd kunnen worden. Ook zal de voortgang en prognose voor Zon op Dak hierbij betrokken worden.

Op basis hiervan zal dan bepaald worden of en voor hoeveel locaties een provinciaal projectbesluit noodzakelijk is voor het behalen van de RES doelstellingen. Er zijn in totaal 4 scenario’s waarbij inzet van provinciale projectbesluiten aan de orde kan zijn: •

Op verzoek van één of meerdere gemeenten;

•

Voor gemeentegrens overstijgende plannen die echt noodzakelijk zijn om de doelstelling van 2,4 TWh provinciebreed te halen, waar de ruimtelijke samenhang en/of uitvoerbaarheid één ruimtelijke procedure vraagt en de betreffende gemeenten daar onderling niet uitkomen;

•

Indien het totaal aan plannen dat gemeenten zelf oppakken onvoldoende is om de gezamenlijke RES doelstellingen waar te maken;

•

Indien de provincie daar juridisch toe verplicht is.

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

9

2.2 Zon op Dak Maximale inzet op Zon op Dak In de RES 1.0 is afgesproken maximaal in te zetten op de realisatie van Zon op Dak. Daarbij gaat het in toenemende mate niet alleen om daken maar ook om zon op andere objecten, zoals bijvoorbeeld zon op gevels en zon boven parkeerplaatsen (solar carports). Deze techniek kan rekenen op grote maatschappelijke acceptatie, zo bleek uit de lokale zoekprocessen die de gemeenten van de U16 hebben doorlopen. Door nationale keuzes tellen voor de realisatie van de RES alleen installaties met een vermogen van meer dan 15 kilowattpiek mee. In de RES 1.0 is gerekend op een maximale opbrengst van 0,3-0,5 TWh. In 2023 is door de U16 de Handreiking Zon op Dak opgesteld. Daarin worden drie doelgroepen uitgelicht die elk een eigen aanpak behoeven: bedrijventerreinen, agrariërs en gemeentelijk vastgoed. Congestie vraagt bredere en adaptieve insteek In de periode tot 2030 gaat het om het realiseren van Zon op Dak ten tijde van congestie. Door een combinatie van slim omgaan met energieverbruik en/of opslag kunnen zonnepalen onderdeel van een oplossing zijn. De realisatie van zonnepanelen is dan niet meer de enige driver. Aansluiting bij de energievraag of de brede verduurzamingsopgave is waarschijnlijk meer succesvol. Onderdeel van die bredere insteek kan de combinatie met slimme achter-de-meter oplossingen zijn.

In de aanpak de komende jaren spelen we hierop in door de verbinding te zoeken met een breed pallet aan activiteiten in het kader van congestie. Aansluiten, verbinden en doelgroepen Congestie maakt dat we per doelgroep kijken op welke activiteiten we kunnen aansluiten. Bijvoorbeeld rond bedrijventerreinen is er op dit moment veel in beweging om ondanks congestie toch economische ontwikkeling mogelijk te maken. Zo biedt de Energyboard bijvoorbeeld binnen het spoor ‘slimme oplossingen’ ondersteuning en bieden verschillende programma’s zoals het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen en het Ontzorgingsprogramma MKB ondersteuning bij de verduurzamingsopgave. We leggen actief verbinding met kennispartners in een breed netwerk van Zon op Dak in combinatie met slimme achter-de-meter oplossingen. Tot slot, maakt congestie ook dat we regelmatig zullen verifiëren of naast de drie eerder genoemde doelgroepen andere sectoren of doelgroepen onze ondersteuning nodig hebben. Activiteiten 1.

Ondersteuning van gemeenten We geven uitvoering aan de regionale ondersteuningsactiviteiten zoals die in de Handreiking Zon op Dak augustus 2023 zijn benoemd. Vormen van ondersteuning zijn onder andere faciliteren van dialoog en uitwisseling met relevante stakeholders, initiëren en (laten) uitvoeren van onderzoek, en verzamelen en delen van kennis, ‘lessons learned’ en ‘best-in-class’ voorbeelden. De ondersteuning aan gemeenten bestaat daarnaast uit afstemming op wat er in het speelveld van de energietransitie gebeurt waar het Zon op Dak en slimme oplossingen betreft, inclusief wetgeving en het maken van de vertaalslag hiervan naar de RES, gemeenten en impact op bestaande activiteiten.

2.

Monitoring Jaarlijkse regionale monitoring van de potentie en realisatie met een uitsplitsing per gemeente om voortgang naar 0,3 – 0,5 TWh te bewaken.

3.

RES Herijking In 2025 vindt een herijking van de RES 1.0 plaats. In deze RES Herijking worden de in de RES 1.0 gemaakte afspraken herbevestigd, herzien, dan wel aangevuld. Zie paragraaf 2.5.

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

10

2.3 Warmte Bij de warmtetransitie is er nog veel te doen om de doelstellingen uit het klimaatakkoord te bereiken. De drie thema’s die centraal staan bij deze opgave zijn: 1. 2.

3.

Energiebesparing Warmteoplossingen -

Individueel – collectief (warmtenetten)

-

Bronnen: aquathermie, en eventueel geothermie

Netwerk: samenwerken, kennisontwikkeling en kennisdeling

De afgelopen jaren hebben bijna alle gemeenten in onze RES een TVW gemaakt gericht op het uitfaseren van aardgas. Met de aanvullende landelijke financiering (o.a. NIP, CDOKE) die zich breder op de verduurzaming richt, bijvoorbeeld isolatie, komt ook de uitvoering in een versnellingsfase. De uitvoering is nu nog voornamelijk gericht op isolatie en energiebesparing. Naast de doorontwikkeling van de grootschalige warmtenetten in Utrecht en Nieuwegein is er in de regio vooral aandacht voor kleinschaliger initiatieven. De complexiteit hiervan is hoog met name door de grote verscheidenheid in woningen, eigenaren en (haalbare) oplossingen. Gezien de beperkte beschikbaarheid van duurzame warmtebronnen op midden en hoge temperatuur in onze regio zal een grotere rol voor elektrische oplossingen en lage temperatuur bronnen onvermijdelijk zijn. De huidige netcongestie bij opwek en afname maakt duidelijk dat lokale (elektra dan wel warmte) opslag een belangrijkere rol moet gaan spelen. RES en NPLW In de RES 1.0 bevat het warmtehoofdstuk de regionale strategie warmte (RSW) die vooral gaat over de verdeling van grootschalige bovenlokale warmtebronnen. Aangezien deze er in onze regio niet of nauwelijks zijn, is de focus gelegd op de uitwisseling van kennis. Daarnaast benutten we voor de regionale activiteiten in het kader van het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) de RES-structuur.

Het NPLW bestaat sinds 2023 en is gericht op ondersteuning van gemeenten bij de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Denk aan de uitvoering van de Transitievisies Warmte (hierna TVW) met wijkuitvoeringsplannen, besparingsaanpakken en het opstellen van een warmteprogramma onder de Omgevingswet. Adaptieve ondersteuning Gemeenten hebben ten aanzien van warmte het primaat, zij sturen via de TVW en geven daar uitvoering aan. De TVW’s zullen opgaan in de onder de Omgevingswet verplichte warmteprogramma’s. Onze regionale samenwerking werken we gaandeweg verder uit. Vanwege de verschillen in aanpak en fase van gemeenten kunnen gemeenten zelf bepalen bij welke activiteiten ze aansluiten. Uitzondering is de monitoring omdat een regionaal beeld voorwaarde is voor de samenwerking. In de RES Herijking benoemen we regionale vervolgstappen naar een duurzame warmtevoorziening. Warmtetafel Door het regionaal laten landen van het NPLW in de RES krijgt de warmtetransitie binnen de regionale activiteiten meer body. Meer dan in het verleden wordt de warmtetafel ambtelijk het gremium waar overzicht is over de volle breedte van de warmtetransitie. Zo kan ook bestuurders overzicht geboden en tactisch en strategisch geadviseerd worden. Binnen de warmtetafel kunnen werkgroepen op thema of activiteit intensiever samenwerken.

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

11

Activiteiten 1.

Monitoring Door middel van een monitoringssysteem brengen we de lokale en regionale warmteontwikkelingen in beeld die volgen uit de gemeentelijke TVW’s.

2.

Energiebesparing Energiebesparing is een belangrijke voorwaarde voor de warmtetransitie. De focus bij besparing ligt op het ondersteunen van (individuele) woningeigenaren bij het isoleren van hun woningen, o.a. via U-Thuis (jouwhuisslimmer.nl). Daarnaast richten gemeenten zich op een wijk- of groepsgerichte aanpak. Op regionaal niveau wordt nu gekeken of het mogelijk is om gezamenlijk hiervoor geschikte instrumenten aan te bieden. Daarbij kijken we zowel naar het ontwikkelen van een strategische aanpak als naar ondersteunende informatie over de besparingspotentie van de woningvoorraad.

3.

Warmteoplossingen In de regio zijn geen grote regionale collectieve warmtebronnen aanwezig of op kortere termijn beschikbaar. Er is ook nog veel onduidelijkheid over de beschikbaarheid van bronnen en de (financiële) haalbaarheid van het ontwikkelen van warmteneten op basis van deze bronnen. De beschikbare bronnen (met name aquathermie) lijken vooral kleinschalig toepasbaar. De focus ligt daarom op regionaal meer helderheid krijgen over de mogelijkheden van beschikbare bronnen, zowel voor collectieve oplossingen als voor individuele (m.n. groen gas). Hiermee krijgen we een beter beeld van waar collectieve oplossingen mogelijk zijn en waar individuele (all-electric) noodzakelijk zijn. We geven daarbij inzicht in mogelijke rollen bij de uitbreiding en/of ontwikkeling van warmtenetten. De opslag van warmte zal hier zeker een belangrijke rol in spelen. Voorgaande levert ook informatie op voor de benodigde hoeveelheid elektriciteit. We helpen bij het ontwikkelen van scenario’s, gekoppeld aan de ontwikkelingen op het elektriciteitsnetwerk (netcongestie).

4.

Gespreksleidraad Toepassen gespreksleidraad voor verdelingssystematiek indien er een verdelingsvraagstuk van een bovenlokale bron speelt.

5.

Netwerk Het netwerk rondom warmte is de afgelopen jaren sterk ontwikkeld in de regio. Naast samenwerking met de RES U16 partners is de samenwerking met externe (ook commerciële) partijen sterk gegroeid. Het NPLW betekent ook een stimulans in de landelijke netwerkontwikkeling. In het RES U16 netwerk richten we ons met name op kennisdeling en -ontwikkeling, en het stimuleren van samenwerking, op alle bovenstaande onderwerpen. In regionaal verband kijken we ook naar maatwerkoplossingen waarbij mogelijk maar een deel van de gemeenten met een vergelijkbare vraag samenwerkt.

6.

RES Herijking In 2025 vindt een herijking van de RES 1.0 plaats. Het warmtehoofdstuk (RSW) wordt geactualiseerd en aangescherpt met kennis over de beschikbaarheid en bruikbaarheid van (bovenlokale en lokale) bronnen en met kennis over warmte-opslag. Daarnaast zal de regionale NPLW inzet worden opgenomen.

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

12

2.4 Energiesysteem: schaarste elektriciteitsnet In het grootste deel van de regio is congestie afgekondigd op het elektriciteitsnetwerk, zowel voor invoeding (opwek) als afname voor grootverbruik. Dit bemoeilijkt de realisatie van de ambities. Dit wordt nog versterkt door mogelijke congestie op het laagspanningsnet (kleinverbruik) vanaf 2026. De verwachting is dat uiterlijk 2029 de situatie aanzienlijk verbetert door realisatie van uitbreiding van station Breukelen-Kortrijk. We kunnen er echter vanuit gaan dat netschaarste zal blijven. Werken naar het toekomstig energiesysteem Als schaarste blijft, dan is het verstandig daar onze activiteiten op in te stellen. Op dit moment gaat er ’s ochtends en ’s avonds veel elektriciteit de regio in, terwijl midden op de dag juist elektriciteit de regio uit gaat. Door te werken aan oplossingen met zo min mogelijk transportcapaciteit op de hogere netvlakken, die vraag-aanbod dicht bij elkaar houden, werken we aan robuuste oplossingen. Congestie werkt door in alle drie de opgaven -

Zonnevelden en windmolens: Qua netbelasting (en maatschappelijke kosten) is een combinatie van zonnevelden en windmolens het meest optimaal. Het liefst in combinatie met opslag, zodat de opgewekte stroom gedoseerd aan het net wordt geleverd, en hogere netvlakken niet belast worden. Daarbij kunnen grotere elektriciteitsafnemers dichtbij de opwek de belasting van het netwerk verder beperken.

-

Warmte: in de warmtetransitie maakt het sterk uit welke warmteoplossing gekozen wordt. All-electric met individuele warmtepompen geeft de grootste belasting van het netwerk. In collectieve systemen (warmtenetten) kan energie worden opgeslagen. De warmtetransitie is dan zelfs deel van de oplossing.

-

Zon op Dak: de realisatie van Zon op Dak systemen vraagt een combinatie met afname waardoor de (pieken in de) stroomopbrengst niet via de hogere netvlakken afgevoerd hoeven worden.

Stedin is vertegenwoordigd in de Stuurgroep en ook ambtelijk wordt veelvuldig afgestemd met en door Stedin. Sturen op de ontwikkeling van het energiesysteem Op allerlei plekken wordt praktisch en in regelgeving gewerkt aan het vormgeven van het energiesysteem van de toekomst en oplossingen voor de congestie. Op provinciaal niveau is de Energyboard ingericht waarin overheden en netbeheerders samenwerken. De Energyboard werkt langs drie sporen: versnellen ruimtelijke procedures, slimme oplossingen en P-MIEK. Belangrijke beleidsproducten voor de RES die de komende jaren met afstemming met de Energyboard door de provincie zullen worden vastgesteld zijn: Energievisie (2024), Afwegingskader en P-MIEK 2.0 (2025). Activiteiten 1.

Monitoren i.s.m. Stedin Iedere twee jaar maakt Stedin een impactanalyse van de RES (conform landelijke afspraken). Die geeft antwoord op de vraag: past de opgave in 2030 op het netwerk? Aanvullend doet Stedin bij iedere monitor een quick scan zodat nieuwe ontwikkelingen en knelpunten snel in beeld zijn. Daarnaast is er, op basis van de afstemmingstool netschaarste van de RES U16, doorlopend inzicht of (nieuwe) ambities en plannen naar waarschijnlijkheid aangesloten kunnen worden of bestaande plannen mogelijk richting 2030 verdringen.

2.

Congestie in de drie thematische opgaven Zie hierboven hoe congestie doorwerkt in de drie thematische opgaven. De opgave is ondanks het gegeven van congestie, toch voortgang te boeken. Door te werken naar het toekomstig energiesysteem

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

13

kan dat zelfs bijdragen aan een oplossing, of ten minste het risico op congestie in de toekomst verkleinen. 3.

Benutten Energyboard De producen en mogelijkheden die de Energyboard biedt worden zowel bestuurlijk via de Klimaat Neutrale Regio tafel (KNR-tafel) als ambtelijk via de thematafels ontsloten. Evengoed kan de KNR-tafel via de bestuurlijk trekker netcongestie zaken inbrengen in de Energyboard.

2.5 RES Herijking en RES Voortgangsdocument In de RES 1.0 staat dat in 2023 een geactualiseerde versie van de RES aan de parlementen voorgelegd wordt. Toen bepaald werd dat voorafgaand een plan MER vereist is met de komst van de Omgevingswet, is landelijk de planning hierop aangepast. De Stuurgroep heeft de RES U16 planning hierop aangepast (30 nov. ’22) en de parlementen geïnformeerd. We richten ons nu op een RES Herijking in 2025, met voorafgaand een plan MER. In 2027 stellen we een RES Voortgangsdocument op in lijn met landelijke afspraken. RES Herijking: opstellen 2024, besluitvorming 2025 De RES Herijking is een actualisatie van de RES 1.0. Gezien het kaderstellende karakter is de RES Herijking een bevoegdheid van de parlementen. In 2024 wordt vanuit de hierboven genoemde thema’s gewerkt aan de inhoud van de RES Herijking. Het eerste half jaar van 2024 zal vooral onderzoek en ambtelijke voorbereiding plaatsvinden. Het tweede half jaar van 2024 moeten keuzes worden gemaakt in de Stuurgroep RES. RES Voortgangsdocument 2027 Op basis van landelijke afspraken geven we iedere twee jaar uitgebreid inzicht in de voortgang. In 2025 is dit onderdeel van de RES Herijking. In 2027 stellen we hiervoor een RES Voortgangsdocument op. Aangezien er geen nieuwe kaders worden vastgesteld, is het RES Voortgangsdocument een bevoegdheid van de colleges. Activiteiten 1.

Gecoördineerde uitvoering Plan MER Voor de besluitvorming tot deze RES Herijking een plan-m.e.r.-procedure doorlopen. De colleges van gemeenten en provincie zijn bevoegd gezag. De RES U16 voorziet in een gecoördineerde uitvoering. De procedure start eind 2023 met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Het planMER levert millieuinformatie als inbreng voor besluitvorming en wordt als bijlage opgenomen in de RES Herijking. De effecten van een mogelijke aanvullende doelstelling voor na 2030 maken onderdeel uit van het onderzoek.

2.

Opstellen RES Herijking Opstellen van de RES Herijking over de volle breedte van de RES. Bovenstaande planMER. brengt milieuinformatie in en vormt de juridische onderbouwing.

3.

Opstellen RES Voortgangsdocument We stellen een RES Voortgangsdocument op. Dit document wordt uiterlijk Q1 2027 vastgesteld in de Stuurgroep zodat de colleges het uiterlijk in Q2 2027 kunnen vaststellen.

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

14

2.6 Vijf Pijlers van regionale samenwerking Naast de vier bovenstaande opgaven onderscheiden we vijf pijlers voor een goede regionale samenwerking in de RES U16. Zij vormen de kern om succesvol onze gezamenlijke ambitie te concretiseren en uit te voeren. De activiteiten binnen de pijlers worden aangestuurd door het programmateam. We onderscheiden de volgende vijf pijlers: Bestuurlijke samenwerking: in de RES U16 werken we met 16 gemeenten, de provincie Utrecht, 4 waterschappen en Stedin gezamenlijk aan de energieopgave van de regio. Het is van belang dat we deze bestuurlijke samenwerking krachtig en effectief houden de komende jaren. De RES is het platform hiervoor. Monitoring voortgang: om te kunnen bepalen hoe de energietransitie in de regio en specifiek de door ons gestelde doelstellingen worden gerealiseerd, is monitoring cruciaal. Goede monitoring zorgt voor input waarmee we in de regio kunnen (bij)sturen, afstemmen en besluiten. Moties en amendementen die uit de besluitvorming van de RES 1.0 naar voren zijn gekomen en regionaal relevant zijn, worden ook gemonitord op voortgang. Communicatie en informatie: een transitie kenmerkt zich door onzekerheid en verschillende beelden over de toekomst. Duidelijke communicatie en eenduidige informatie zijn hierin cruciaal. Zowel in de regio als naar buiten. Het programmateam gaat hier een centrale rol in spelen.

Kennis en expertise: de energietransitie is complex en moeilijk in te kaderen. Er is uiteenlopende kennis en expertise nodig om invulling te geven aan deze transitie. De regio is de plek waar deze kennis en expertise flexibel beschikbaar moet zijn. Dat kan zowel betekenen dat er samenwerkingen worden opgezet, experts worden ingehuurd, mensen worden opgeleid, (innovatieve) onderzoeken worden gedaan of kennis wordt ontwikkeld. Alles gericht op het halen van onze doelstellingen. Afstemming en samenwerking tussen partijen: de RES is een samenwerking tussen vele partijen, personen en structuren, zowel in de eigen regio als erbuiten. Goede afstemming en een sterke samenwerking zijn cruciaal voor het halen van onze doelstellingen. We stemmen af met parallelle trajecten (in de U10 of bijvoorbeeld Energyboard) om de integratie met aangrenzende opgaven te bevorderen. De deelnemende overheden en het programmateam faciliteren stakeholderbetrokkenheid door middel van overleggen, samenwerkingsvormen en het betrekken van partijen.

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

15

3. Governance en organisatie In de RES 1.0 zijn uitgangspunten vastgelegd voor de governance, zie bijlage, die we in dit hoofdstuk nader uitwerken. We benutten de bestaande structuur van de U10-samenwerking. Alle deelnemers van de RES U16 sluiten voor het onderwerp RES U16 aan bij de bestuurstafel Klimaat Neutrale Regio (KNR). In een netwerkorganisatie is overzicht en eenduidigheid in structuren van groot belang. De RES U16 wordt in de bestaande structuren verder geïntegreerd. Het NPLW landt in de RES en valt daarmee binnen onderstaande governance. In dit hoofdstuk presenteren we de governance eerst in zijn geheel en zoomen vervolgens in op specifieke onderdelen en rollen waarbij ook verantwoordelijkheden worden toegelicht.

3.1 Governance Het meeste werk gebeurt decentraal en daar vindt ook alle formele besluitvorming plaats. Dit uitvoeringsprogramma richt zich echter primair op wat we als betrokken partijen in de RES gezamenlijk en regionaal doen. Het figuur hiernaast illustreert de governance van de regionale samenwerking op hoofdlijnen. De aansturing van de RES en het regionale deel van de uitvoering van de RES 1.0 vindt plaats in de ‘donkerblauwe blokken’. De voorzitter van de bestuurstafel KNR en diens plaatsvervanger (M/V) vormen samen de bestuurlijk opdrachtgevers van de RES. Op dit moment zijn dat Jelmer Vierstra en Marieke Schouten. De deelnemers zijn op drie niveaus verbonden: 1) op bestuurlijk niveau in de stuurgroep, 2) op ambtelijk niveau via het ambtelijk overleg (AO), waar de beraadslagingen van de stuurgroep worden voorbereid met inzet van het programmateam en via het directeurenoverleg, 3) op programmaniveau waar wordt samengewerkt aan de gezamenlijke opgave. De samenwerking met stakeholders is uitgewerkt in paragraaf 3.4. Zoals gezegd gebeurt het meeste werk decentraal. De deelnemers werken daar aan de uitvoering van hun eigen beleid en ambities. Samen met inwoners, bedrijven, grondeigenaren, ontwikkelaars en andere (maatschappelijke) partijen realiseren zij de energietransitie.

Besluitvorming over de RES Herijking is voorbehouden aan de parlementen van de deelnemende individuele overheden. Ruimtelijke of planologische besluitvorming (bijvoorbeeld voor het vaststellen van zoekgebieden voor windmolens) of het verlenen van vergunningen (bij concrete initiatieven voor zonnevelden) wordt gedaan door het betreffende bevoegd gezag.

3.2 Besluitvorming en afstemming binnen de RES Bestuurlijke besluitvorming binnen de RES vindt plaats in de Stuurgroep (bestuurstafel KNR), waarvoor inhoudelijke agendapunten worden voorbereid in het AO. Er zijn door de deelnemers geen bevoegdheden overgedragen aan de RES. Besluitvorming binnen de RES is gericht op het voorbereiden van de besluitvorming van de deelnemers. Stuurgroep (Bestuurstafel KNR) De stuurgroep RES stuurt op het structureren en op tijd voorbereiden van besluitvorming in de parlementen. De stuurgroep RES bestaat uit een collegelid van iedere deelnemende gemeente, de provincie en de waterschappen en een vertegenwoordiger namens de RvB van Stedin. Bestuurlijke afstemming over RESvoorstellen die aan de parlementen worden voorgelegd, vindt primair plaats op de bestuurstafel Klimaat Neutrale Regio (KNR) van de U10. De RES is één van de

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

16

thema’s die aan de bestuurstafel KNR wordt besproken. Bij agendapunten over de RES U16 nemen de stuurgroepleden vanuit de waterschappen, provincie en Stedin deel aan dit overleg en vormen zo samen de Stuurgroep RES U16. Indien extra bestuurlijke afstemming gewenst is, kunnen extra stuurgroepoverleggen plaatsvinden, aanvullend op de reguliere U10 bestuurstafel frequentie. Aan de overleggen neemt ook de programmamanager deel. Ambtelijk overleg (AO) De ambtelijke advisering aan de bestuurstafel KNR vindt plaats in het AO van de U10. Aan dit overleg nemen de strategisch beleidsadviseurs energietransitie van de gemeenten deel onder technisch voorzitterschap van de procesmanager U10. Voor agendapunten die betrekking hebben op de RES U16 nemen ook de ambtelijke vertegenwoordigers van de provincie, HDSR, Stedin en een lid van het programmateam RES U16 deel. Het AO behandelt stukken, bereidt de bestuurlijke behandeling hiervan voor en adviseert de stuurgroep over de inhoud. De procesmanager U10 stelt samen met de programmamanager RES de inhoudelijke agenda op van het AO. Inhoudelijke agendapunten kunnen zowel vanuit de programmamanager als vanuit AO-leden aangedragen worden. Er wordt gezorgd voor een goede verslaglegging van en terugkoppeling over de stuurgroepoverleggen.

Directeurenoverleg Het directeurenoverleg ondersteunt en bevordert de samenwerking en benodigde wisselwerking tussen de gezamenlijke RES-organisatie en de deelnemers. Het stuurt waar nodig bij/treedt handelend op in de gevallen waar de samenwerking gebrekkig verloopt dan wel dreigt te gaan verlopen. Het directeurenoverleg vormt de verbinding op directieniveau tussen RES en de deelnemers en kan de RES op dit niveau vertegenwoordigen. Het wordt gevormd door één of meer secretarissen/directeuren van de gemeenten, één van de provincie en één namens de waterschappen. Ook de directeur U10 neemt deel aan het overleg. Het directeurenoverleg vervult gezamenlijk met de directeur U10, die rechtspositioneel de leidinggevende is, het werkgeverschap van de programmamanager RES en zijn of haar teamleden. Programmamanager De programmamanager staat aan de lat om met het programmateam het programma op tijd, volgens de gewenste kwaliteit en binnen de geraamde kosten te realiseren. De programmamanager stelt daartoe een programmateam samen (zie 3.5).

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

17

3.3 Organisatie thematische opgaven Doordat we van de beleidsfase naar de uitvoering gaan, met een toenemende intensivering en specialisering bij de deelnemers, en een toenemende verdieping op de thema’s wenselijk is, bouwen we de thematische aanpak verder uit. De drie thematische opgaven hebben een bestuurlijk ambassadeur en een projectcoördinator. De afstemming met deelnemers vindt plaats op de thematafels. Themawerkplaatsen zijn meer op samenwerking en creatie gericht. Stakeholders kunnen hierbij ook uitgenodigd worden. De bestuurlijk ambassadeurs (warmte, grootschalige opwek en Zon op Dak) zijn stuurgroeplid en nemen verantwoordelijkheid voor een thematische opgave. Een bestuurlijk ambassadeur heeft de volgende rollen: •

Wegbereider/verbinder tussen lokale bestuurders tijdens het uitvoeringsproces

•

Klankbord voor projectcoördinator en ambtelijke werkgroep binnen het thema

•

Vertegenwoordiger van het thema aan de KNR-tafel en richting partners

Een thematafel bestaat uit ambtenaren van de deelnemers die gespecialiseerd zijn op de thematische opgave, aangevuld met relevante stakeholders/partners. Zij zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de activiteiten die in het kader van een thematische opgave worden uitgevoerd. De projectcoördinator en het programmateam werken nauw samen met deze inhoudelijke experts op de thema’s. Een themawerkplaats bestaat uit ambtenaren van de thematafel, aangevuld met relevante stakeholders/partners. De werkplaatsen zijn gericht op samenwerken, creatie en het delen van kennis en expertise. In de samenwerking met stakeholders heeft het thema Warmte al ruime ervaring opgedaan met themawerkplaatsen. Deze ervaring wordt ingezet bij de ontwikkeling van de andere thema’s. De projectcoördinator is de opdrachtnemer van een opgave. Hij/zij coördineert de activiteiten die in het kader van een thematische opgave plaatsvinden, monitort de voortgang en zit de thematafel en themawerkplaats voor. Tevens is de projectcoördinator verantwoordelijk voor afstemming met de programmamanager en het programmateam RES U16. Om met het intensiveren op de thema’s de integraliteit van de energietransitie niet uit het oog te verliezen wordt twee keer per jaar een RES U16 event georganiseerd waarbij alle betrokken ambtenaren, eventueel ook stakeholders, welkom zijn.

3.4 Stakeholderbetrokkenheid Naast de betrokken overheden worden regionale stakeholders in een vroegtijdig stadium betrokken op verschillende niveaus binnen de RES. De regionale stakeholders zijn marktpartijen, maatschappelijke organisaties, coöperaties en inwoners in de regio. Het proces van kennis halen en brengen tussen ambtenaren, bestuurders en stakeholders is vormgegeven en staat stevig. Regionale stakeholders brengen kennis in die nodig is in de voorbereidingen voor de projecten, denken mee over de verschillende dilemma’s of keuzes die voorliggen en kunnen mede vormgeven aan de organisatie van lokaal eigendom. Op regionaal niveau vindt er geen inwonersparticipatie plaats. Regionaal bestuurlijk niveau Regionale stakeholderbetrokkenheid geven wij vorm door het inzetten van een klankbordgroep en het organiseren van bestuurlijke gesprekken. Klankbordgroep Om de kwaliteit en mogelijkheden van de uitvoering van de RES te verbeteren is er een klankbordgroep. Deze bestaat uit directieleden/bestuurders van organisaties die een belang vertegenwoordigen rond natuur, milieu, landschap, landbouw, commercie, recreatie of kennis op regionaal niveau. Op dit moment nemen

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

18

Energie van Utrecht, NMU, LTO, JongRES, MKB Utrecht en Energie Nederland deel aan de gesprekken. Een belangrijke randvoorwaarde voor deelname aan de klankbordgroep is of de deelnemers voldoende hun achterban vertegenwoordigen. De voorzitter, vice-voorzitter en de bestuurlijk ambassadeurs vertegenwoordigen de Stuurgroep RES U16 tijdens de klankbordgroepoverleggen. De klankbordgroep zorgt voor vaste momenten waarop regionale stakeholders of bestuurders dilemma's of vraagstukken kunnen agenderen. En, voor het halen en brengen van kennis en advies rond specifieke vraagstukken om zo de bestuurlijke aansturing en uitvoering van de RES beter te kunnen ondersteunen. Hierdoor kunnen de bestuurders aan de Bestuurstafel een afgewogen besluiten nemen met kennis en achtergrond van de direct betrokken partijen. Ook ontstaat er meer wederzijds begrip waardoor de participatie- en acceptatiekansen toenemen. Qua onderwerpen gaat het om bovenlokale, regionale vraagstukken of onderwerpen die in elke gemeente spelen, geen lokale casuïstiek. De klankbordgroep komt drie keer per jaar bij elkaar. Output komt terug op verschillende niveaus binnen de RES-samenwerking. En kan bijvoorbeeld leiden tot de organisatie van het thematisch bestuurlijk gesprek. De regionale klankbordgroep is geen besluitvormend of besluitnemend orgaan.

Bestuurlijk gesprek Tijdens een bestuurlijk gesprek gaan bestuurders van de RES U16 in gesprek met regionale stakeholders over één specifiek onderwerp of thema. Partijen brengen bij het programmateam vroegtijdig de verschillende thema’s en vraagstukken in, die bovenlokaal spelen binnen de RES. De bestuurlijke gesprekken worden voorbereid met het programmateam. Per thema of vraagstuk wordt gekeken welke regionale stakeholders het beste kunnen aansluiten en welke vorm de bijeenkomst krijgt. Regionale stakeholders worden betrokken bij de organisatie en inhoudelijke uitwerking van het programma. Voorbereiding en afstemming van het bestuurlijk gesprek wordt afgestemd met de klankbordgroep. Thematische opgaven Binnen het uitvoeringsprogramma RES U16 worden stakeholders op ambtelijk niveau betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van de thematische opgaven van de RES. Dat doen we in themawerkplaatsen. Het doel is dat stakeholders hier samen met de ambtelijke adviseurs aan de slag gaan. Vanuit hun kennis en ervaring met het thema werken zij inhoudelijk aan het vormgeven van de uitvoering van de opgaven. Zo wordt er samen gebouwd aan het realiseren van de RES 1.0. Hiervoor vaardigen de stakeholders inhoudelijke experts af. Ook kunnen zij de klankbordgroep op regionaal bestuurlijk niveau van input voorzien.

Lokale participatie De deelnemende overheden geven zelf invulling aan stakeholderbetrokkenheid voor het eigen werkgebied. Het programmateam speelt een rol bij het ondersteunen van de lokale participatie door kennis te leveren over lastig te bereiken doelgroepen, een palet van participatiemethoden en middelen aan te bieden en kennis uit te wisselen over nieuwe participatievormen en best practices. Daarnaast vormt ook de regionale communicatie en informatie een kader binnen de regio om de urgentie van de opgave lokaal beter te kunnen duiden. Natuurlijk wordt de regionale communicatie goed afgestemd op de lokale communicatie en het lokale proces.

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

19

3.5 Programmateam Het programmateam RES U16 organiseert, coördineert, initieert en monitort alle regionale ontwikkelingen zoals opgenomen in de RES 1.0 en dit regionaal uitvoeringsprogramma. Zowel op bestuurlijk als op uitvoerend niveau. Hiertoe wordt een flexibel en kundig (klein) programmateam ingesteld. Het programmateam bestaat uit een programmamanager, programmasecretaris, communicatieadviseur en managementassistent. Vanuit de opgaven sluiten projectcoördinatoren aan. Expertise die tijdelijk nodig is of zeer specialistisch is, wordt gericht ingehuurd. Het programmateam bestaat in ieder geval uit de volgende personen: De programmamanager, als eindverantwoordelijke voor de uitvoering van het programma RES U16 binnen gestelde kaders, het programmabudget en het programmateam. Ook adviseert de programmamanager bestuurders en organiseert de voorbereidende bestuurlijke regionale afstemming ten behoeve van de bestuurlijke besluitvorming. De programmamanager is het eerste aanspreekpunt voor het NP RES en NPLW (als regio-coördinator) en voor andere betrokken organisaties. De programmasecretaris is verantwoordelijk voor de dagelijkse coördinatie van de organisatie van het programma(team) en de monitoring van voortgang binnen het programma. De programmasecretaris is ook de directe ondersteuner en vervanger van de programmamanager.

De communicatieadviseur is verantwoordelijk voor de algemene RES-communicatie in ontwikkeling en uitvoering. Ook ondersteunt de communicatieadviseur bestuurders inzake media en zorgt voor de verbinding van communicatieadviseurs van betrokken organisaties en stakeholders. De projectcoördinatoren zijn primair verantwoordelijk voor de uitvoering en het behalen van de resultaten binnen een van de thematische opgaven. Projectcoördinatoren komen met voorkeur uit de ambtelijke organisaties zelf. Gezien de noodzakelijke kennis en ervaring kan er ook extern gezocht worden naar kandidaten. De selectie en inzet van de projectcoördinatoren valt onder de verantwoordelijkheid van de programmamanager. Eén projectcoördinator kan verschillende opgaven coördineren als de hoeveelheid werk dit toe laat. De managementassistent is verantwoordelijk voor de algehele programmaondersteuning waaronder agendabeheer, contact- en relatiebeheer en administratieve taken.

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

20

3.6 Overlegfrequentie Onderstaande overzicht geeft een indicatie van de frequentie waarop bovenstaande overleggen samenkomen op basis van de huidige ervaringen. Met de tijd kan de frequentie in overleg worden aangepast indien de voortgang van het programma daar om vraagt. Overleg

Frequentie

Stuurgroep (BT KNR)

6-8 weken, of zoveel meer als nodig

Directeurenoverleg

3x per jaar

Ambtelijk overleg (AO)

Voorafgaand aan Stuurgroep

Klankbordgroep

3x per jaar

Bestuurlijk gesprek

3x per jaar

Thematafel Warmte

6 weken

Grootschalige opwek

4 weken

Zon op Dak

4 weken

Themawerkplaats Warmte

naar behoefte

Grootschalige opwek Zon op Dak Integraal U16 event

Halfjaarlijks

Tabel 2 – Overzicht overleggen en overlegfrequentie

4. Planning Continuïteit in een bewegend veld Vanwege de grote tijdspanne van de energietransitie en de potentie van technologische innovatie is in de RES 1.0 van de regio U16 gekozen voor een adaptief ontwikkelpad. •

Sinds 2021 stellen gemeenten de TVW vast voor hun gemeente, onder de Omgevingswet is dit een verplicht programma, dat minimaal eens in de vijf jaar wordt herijkt.

•

Sinds 2021 werken de deelnemers aan de realisatie van 1,8 TWh in 2030.

•

Daarbij ligt in 2025 de deadline voor vergunningverlening.

•

In het najaar van 2023 wordt landelijk gesprek gevoerd over een doelstelling voor elektriciteitsopwekking voor de RES’en na 2030.

•

In 2025 herijken we de RES. Over de geactualiseerde versie wordt een besluit genomen in de parlementen, zodat de RES en de uitvoering ervan een democratische basis heeft.

•

In 2027 nemen de colleges een besluit over het RES Voortgangsdocument.

•

Ieder half jaar monitoren we, ten behoeve van de Stuurgroep, op voortgang en planuitval.

Daarbij zijn er een aantal bestuurlijk informele ijkmomenten: 1.

Q2 2024. Liggen we op koers voor 2030? Zo nee, welke intensivering of extra zoekgebieden zijn nodig?

2.

Q4 2024. De uitkomsten van dit ijkmoment vormen input voor de RES Herijking in 2025

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

21

Planning op hoofdlijnen

RES van Klimaatakkoord tot 2050

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

22

5. Financiën De bijdrage van het Rijk is de belangrijkste financiële drager van de RES en dit uitvoeringsprogramma. Voor de NPLW activiteiten is het zelfs de enige financiële drager. Deze gelden worden aangevuld met een bijdrage van de deelnemers. Continuïteit van groot belang Om alle initiatieven, plannen en ambities uit het Klimaatakkoord waar te maken, financiert het Rijk op verschillende manieren de uitvoering door de medeoverheden en de RES-regio’s. Voor de deelnemers zijn vooral de uitvoeringsgelden voor het klimaatakkoord (CDOKE) van belang. Sinds kort worden deze als structureel aangemerkt voor de jaren 2024 - 20273. Bovendien zijn door de decentrale overheden met het Rijk afspraken gemaakt die zekerheid bieden voor de periode 2026-2030. Dit helpt, ten opzichte van vorige jaren, enorm om continuïteit in de uitvoering bij gemeenten en provincie te organiseren. Ook binnen de RES kan meer continuïteit georganiseerd worden omdat geen financieringsvoorbehoud meer gemaakt hoeft te worden. Sinds de zomer van 2023 heeft het Rijk ook middelen ten behoeve van het NPLW beschikbaar gesteld aan de regio. Deze gelden worden uiterlijk november door de regio aangevraagd. En geven aanzienlijk meer armslag dan in voorgaande jaren om regionaal de warmtetransitie te ondersteunen. Bijdragen deelnemers In onderstaande meerjarenbegroting een overzicht van de bijdrage per deelnemer.

De bijdragen zijn lager dan in de periode 2021-2022 en een continuering van de bijdrage 2023. Indexatie Aangezien de uitvoeringsgelden die de decentrale overheden van het Rijk ontvangen (CDOKE) vooralsnog niet geïndexeerd worden, passen we op de bijdrage van de deelnemers in de RES geen indexatie toe. Mocht in de komende jaren de CDOKE gelden wel geïndexeerd worden, dan wordt deze indexactie ook op onderstaande bedragen per deelnemer doorgevoerd. In de begroting zijn de personeelskosten en de bedrijfsvoering wel geïndexeerd. Overigens is in de periode 2020-2023 inflatie binnen de begroting opgevangen.

3

Uitvoeringsmiddelen klimaat structureel inzetbaar | VNG

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

23

Lasten 1. Out of pocket (onderzoek, expertise en begeleiding) 2. PR-kosten 3. Personeelskosten 4. Bedrijfsvoering

2024 420.000

2025 392.500

2026 300.000

Dekking 2027 272.500 1. Rijk4

10.000 800.000 80.000

10.000 825.000 82.500

10.000 850.000 85.000

10.000 875.000 87.500 2. Gemeenten

bijdrage RES bijdrage NPLW5 eenmalig bijdrage NPLW ’23-’27 293.000

De Bilt Bunnik Houten IJsselstein Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater De Ronde Venen Stichtse Vecht Utrecht (gemeente) Utrechtse Heuvelrug Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Zeist

3. Provincie 4. Waterschappen 5. Restant 2022 Totaal

1.310.000 1.310.000

1.245.000

1.245.000

2024 592.000 310.000 58.000

2025 592.000 310.000 58.000

2026 592.000 310.000 58.000

2027 592.000 310.000 58.000

6.927 2.530 7.984 5.287 2.321 2.199 10.328 1.615 7.194 10.382 58.082 7.960 9.480 3.788 8.405 10.518 100.000 30.000 65.000 1.310.000

6.927 2.530 7.984 5.287 2.321 2.199 10.328 1.615 7.194 10.382 58.082 7.960 9.480 3.788 8.405 10.518 100.000 30.000 65.000 1.310.000

6.927 2.530 7.984 5.287 2.321 2.199 10.328 1.615 7.194 10.382 58.082 7.960 9.480 3.788 8.405 10.518 100.000 30.000

6.927 2.530 7.984 5.287 2.321 2.199 10.328 1.615 7.194 10.382 58.082 7.960 9.480 3.788 8.405 10.518 100.000 30.000

1.245.000

1.245.000

Tabel 3 – Begroting RES U16 2024 - 2027

4 Rijksgelden komen binnen bij gemeente Utrecht. 5

NPLW bijdragen zijn hier ex. btw weergegeven. Deze worden incl. btw uitgekeerd.

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

24

BIJLAGE 1 Uitgangspunten governance in RES 1.0 De governance van de RES U16 kent de volgende uitgangspunten, vastgelegd in de RES 1.0: •

Uitgangspunt voor de RES U16 is de samenwerking van zestien gemeenten, vier waterschappen en de provincie. De deelnemende gemeenten, waterschappen en provincie zijn gelijkwaardige partners binnen de RES.

•

Stedin heeft een aparte status binnen de RES U16. Een essentieel onderdeel van de RES is het energie infrastructuurplan. De afstemming van de planning en investeringen in de infrastructuur kent een nauwe samenhang met de planning van de aanpassing van ruimtelijke kaders door overheden. Dit betekent dat de besluitvorming van Stedin op infrastructuur en de besluitvorming van overheden op omgevingsbeleid niet los van elkaar gezien kunnen worden.

•

De besluitvorming over de RES vindt plaats door de deelnemende gemeenten, waterschappen en provincie. In de RES zullen veel belangen en waarden samenkomen en waar het niet lukt om deze te verenigen zal van de besturen van de deelnemende overheden gevraagd worden om de belangen tegen elkaar af te wegen. We kiezen er daarom voor de besluitvormingsrol alleen bij de overheden neer te leggen.

•

De stuurgroep RES U16 bereidt de RES-voorstellen voor die worden voorgelegd ter besluitvorming. Leden van de stuurgroep zijn: de wethouders verantwoordelijk voor de RES van de deelnemende gemeenten, het hoogheemraad van De Stichtse Rijnlanden (HDSR) namens de vier waterschappen, een gedeputeerde van de provincie en een vertegenwoordiger van Stedin op directieniveau.

•

De centrale ontmoetingsplek voor de stuurgroep is de bestuurstafel Klimaatneutrale regio (KNR) van de U10. De provincie Utrecht, HDSR en Stedin sluiten aan bij het overleg van de bestuurstafel KNR voor het onderwerp RES U16. Indien wenselijk organiseren we aanvullende bestuurdersdagen voor afstemming over de RES door de stuurgroep.

•

We claimen de energietransitie niet als overheden. De energieopgave is van iedereen. Op regionaal niveau betrekken we regionaal georganiseerde stakeholders bij de strategievorming. We benaderen deze stakeholders proactief. Dit doen we op basis van een analyse van hun belangen. Wij zijn met de stakeholders in gesprek over welke bijdrage zij kunnen en willen leveren in de uitvoering van dit programmaplan en hoe zij daarin hun netwerk betrekken. Samen met de stakeholders geven we vorm aan de wijze waarop zij betrokken worden.

•

Op lokaal niveau informeren en betrekken de lokale overheden inwoners, organisaties en bedrijven zoals dat past in de lokale samenwerking en cultuur. De lokale overheden worden hierin op basis van hun behoeften ondersteund door het programmateam van de RES U16.

Regionaal Uitvoeringsplan RES U16 2024 -2027

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13970693/2