CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

4.1 Regionaal Programma Educatie 2021-2024

Commissie Samenleving 13 januari 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven8.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionaal Programma Educatie 2021-2024 Meerjarenprogramma Aanpak laaggeletterdheid arbeidsmarktregio Utrecht Midden

(digi)Taal is de basis om mee te doen

Inhoud Inleiding 

3

I. Laaggeletterdheid en digitale vaardigheden   II. De regio Utrecht Midden  Hoe ziet de regio Utrecht Midden er uit  Uitvoering aanpak laaggeletterdheid tot nu toe  Samenwerking in een Taalhuis  Waar gaan we mee door  Wat gaan we anders doen 

5

III. Uitgangspunten 

9

IV. Nieuw landelijk beleid  1. Méér mensen bereiken met een aanbod op maat Vooral de groep met Nederlands als moedertaal  2. Weten wat werkt: investeren in kwaliteit en monitoring  3. Samen aan de slag onder regie van gemeenten  4. Regionale invalshoek 

10

V. Ambitie en speerpunten regio Utrecht Midden  1. Passend aanbod  2. Een groter bereik onder inwoners met Nederlands als eerste taal  3. Optimaliseren kwaliteit van de Taalhuizen  4. Monitoren met passend instrument  5. Vinden en binden van vrijwilligers 

11 11 11 12 13 14

VI. Wat gaan we doen in de verschillende subregio’s

15

VII. Financiering  Rijksbijdrage  Besteding rijksbijdrage per subregio  Aanvullend budget 

20 20 20 21

Bijlage 

22

Alle foto’s in deze opgave dateren uit de periode voor Maart 2020.

6 6 6 7 8 8

10 10 10 10

Inleiding Taal is de basis voor meedoen aan het gewone leven. Als je de basisvaardig­ heden zoals taal, rekenen en digitale vaardigheden beheerst, kun je je overal beter redden: op het werk, in de opvoeding van je kinderen, tijdens de ouderavond op school. Mensen hebben taal nodig om informatie te begrijpen, zoals het nieuws op radio en televisie, vacatureteksten, gebruiksaanwijzingen of bijsluiters, de wijkkrant, zakelijke post. Maar ook om de kinderen te kunnen voorlezen of te helpen bij hun huiswerk. En voor praktische zaken als internet­ bankieren, het gebruik van DigiD, mailen of whatsappen met vrienden en familie. Lukt dat allemaal niet, dan ervaren mensen drempels bij het meedoen aan het gewone leven. We willen deze drempels wegnemen zodat álle inwoners kunnen meedoen. Om die reden maken we werk van (digi)Taaleducatie.

‘Mijn werk en mijn school hebben mij vooral zelfvertrouwen gegeven. Dat had ik totaal niet. Altijd bang dat ik zou worden uitgelachen. Nu ben ik mezelf. Eindelijk. Die onzekerheid wil ik nooit meer. Op mijn werk zie ik mensen om hulp vragen. Zij zijn soms zoals ik vroeger was. Onzeker, eenzaam, bang. Nu heb ik een goede baan, ik zwem twee keer per week en ik ga naar school. Het leven is zo veel gezelliger geworden. Ik ben gelukkig. Ik weet hoe veel verschil het kan maken als je eenmaal de stap hebt gezet om naar school te gaan. Niet alleen doordat je leert lezen en schrijven, maar vooral doordat het beter met je gaat. Je wordt meer jezelf.’

weten elkaar ook steeds beter te vinden en stemmen hun activiteiten op elkaar af. We hebben in onze regio een stevige basis gelegd die we de komende jaren willen versterken en uitbouwen. Dat doen we onder meer door in te zetten op een groter bereik onder inwoners met Nederlands als eerste taal, op het optimaliseren van de kwaliteit van de Taalhuizen en door actiever te monitoren en effecten te meten. We beleven roerige tijden en op het moment van het schrijven van dit meerjarenprogramma hebben we te maken met diverse ontwikkelingen, die van invloed zijn op onze aanpak laaggelet­ terdheid. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: • Eind juni 2020 heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten de bestuurlijke afspraken met OCW opgezegd. Er liggen op dit moment geen bestuurlijke afspraken over koers en inhoud van het toekomstig beleid1.

Deelnemer Prago

In het kader van de Wet Educatie en Beroeps­ onderwijs (WEB) werken we in de arbeidsmarkt­ regio Utrecht Midden sinds 2015 aan (digi) Taaleducatie voor volwassenen. We zijn blij met de resultaten van onze inspanningen. We weten inwoners te bereiken en enthousiaste vrijwilligers te betrekken bij alle verschillende vormen van taaleducatie. We beschikken over een veelzijdig taalaanbod. Steeds meer partijen en professionals raken overtuigd van het belang van een uitgebreide aanpak laaggeletterdheid. Betrokken organisaties

• De gevolgen voor de helderheid over de financiering van het meerjarenprogramma. We verwachten geen hoger budget vanuit de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB), alleen in 2020 heeft het ministerie prijsin­ dexering toegepast. In 2019 was dat niet het geval en voor de komende jaren ligt er geen

1

https://vng.nl/nieuws/vng-zegt-bestuurlijke-afspraken­laaggeletterdheid-op https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/ detail?id=2020Z16932&did=2020D36744

3

toezegging. Er is ook onduidelijkheid over het extra gedecentraliseerd budget voor coördinatie, monitoring, werving en kwaliteits­ bevordering. Dat budget is alleen voor 2020 en 2021 toegezegd.

De hoofdlijnen uit het meerjarenprogramma werken we uit in een jaarlijks Bestedingsplan. Daarin stellen we onze keuzes bij op basis van resultaten, nieuwe inzichten en beschikbare middelen.

• Tot nu toe beperkt het ministerie -meer nog dan voorheen- het aanbod vanuit de WEB voor deelname door inburgeringsplichtigen. Het ministerie is daar principieel op tegen en wijst op de huidige wetten. Maar Nederlandse gemeenten krijgen vanaf 1 juli 2021 de regie over inburgering. Vanaf dat moment zijn we onder meer verantwoordelijk voor het inkopen van taalonderwijs aan statushouders tijdens het inburgeringstraject. We onderzoeken nog welke raakvlakken dit mogelijk heeft met de WEB-taken en wat dit betekent voor de uitvoering van dit programma.

4

• Sinds de maatregelen tegen het coronavirus, is taaleducatie op andere manieren georgani­ seerd. Les geven gebeurt grotendeels online en aanbieders zoeken creatieve manieren om zo veel als kan aan te sluiten bij de mogelijkheden van deelnemers en vrijwilligers. Het is niet duidelijk welke effecten dit op langere termijn heeft voor de uitvoering van educatie-activiteiten. Volop beweging dus, en wij bewegen mee. In dit meerjarenprogramma beschrijven we onze ambities en speerpunten op hoofdlijnen. Het plan is tot stand gekomen met inbreng vanuit de verschillende subregio’s. Drie klankbord­ groepen met gemeenteambtenaren en taalhuis­ coördinatoren adviseerden over ‘Doelgroep­ analyse & Monitoring’, ‘Kwaliteit & Certificering’ en ‘Beter bereik van de inwoners met Nederlands als eerste taal’. Deze adviezen adviezen hebben we zoveel mogelijk meegenomen.

Taalhuis training Houten

I. Laaggeletterdheid en digitale vaardigheden We spreken over laaggeletterdheid of een gebrek aan digitale vaardigheden, wanneer een volwassene onvoldoende vaardig is in taal, rekenen of digitale vaardigheden. We onder­ scheiden verschillende niveaus op het gebied van taalbeheersing2: niveau 1F (taalbeheer­sing op het niveau van groep 8 basisschool) en 2F (taalbeheersing op het eindniveau MBO-2). De Nederlandse wet beschouwt niveau 2F als de norm voor goed en zelfstandig meedoen in de samenleving. Voor niet-Nederlandstaligen wordt een ander kader gehanteerd: daar is sprake van A1, A2, B1 en B2. Stichting Lezen en Schrijven gaat ervanuit dat één op de zes inwoners in Nederland laaggeletterd is. De helft daarvan zou bestaan uit inwoners met Nederlands als eerste taal. Vanwege dit hoge aantal laaggeletterden geeft de stichting aan dat het reëler is om taalniveau A2/1F als norm te hanteren. Wij vinden het belangrijk om de leef­wereld van mensen als uitgangspunt te nemen. Welke (digi)taalproble­ men staan in de weg om mee te kunnen doen aan het gewone leven en wat willen zij hier zelf aan doen. Degenen die dat willen en ook aankunnen, stimuleren we om het diploma 2F/B2 te behalen. Voor degenen die dat niet willen of aankunnen zoeken we naar een passend traject dat bij hun wensen en mogelijkheden aansluit.

2

Zie bijlage voor een uitgebreidere beschrijving van taal­ niveaus en begrippen.

We zien dat volwassenen die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheersen, vaak ook moeite hebben om een computer of smart­ phone te gebruiken en hun weg te vinden op het internet. We besteden daarom aandacht aan het vergroten van digitale vaardigheden.

‘Ik kan wel lezen, maar begrijp het niet goed. Dat wil ik oefenen.’ Deelnemer project Gezonde Taal! van Taal Doet Meer

We hebben geen exacte cijfers over de omvang van de problematiek. Landelijk geldt een percentage van circa 10% laaggeletterde volwassenen (taalniveau onder 2F). Wanneer we dat als uitgangspunt nemen, gaat het in de regio Utrecht Midden om een groep van ongeveer 80.000 inwoners. Daarvan wonen er zo’n 30.000 in de stad Utrecht en 50.000 in de verschillende subregio’s. We beschikken niet over betrouw­ bare cijfers per gemeente of subregio. De groep is heel divers qua leeftijd, leefsituatie, herkomst, wettelijke status, opleidingsniveau, leervermogen en leerwensen. Dat vraagt om een aanpak die goed aansluit bij de uiteenlopende leefwerelden van deze inwoners.

5

II. De regio Utrecht Midden Hoe ziet de regio Utrecht Midden er uit De arbeidsmarktregio Utrecht Midden telt veertien gemeenten. Twaalf daarvan maken deel uit van drie subregio’s, de twee overige zijn zelfstandige subregio’s: • Subregio Utrecht-Zuidoost: Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede, Zeist.

6

• Subregio Lekstroom: Houten, Lopik, Nieuwegein, IJsselstein. • Subregio Groene Hart van Utrecht: Montfoort, Oudewater, Woerden. • Subregio Stichtse Vecht • Subregio Utrecht stad De gemeente Utrecht is door het Rijk aangewezen als contactgemeente voor de regio Utrecht Midden. Daarmee is de gemeente verant­ woordelijk voor de inhoudelijke en financiële coördinatie van de samenwerking tussen de regio­gemeenten. Bij de start van de regionale aanpak laaggeletterdheid in 2014, hebben de gemeenten een convenant afgesloten om de onderlinge samenwerking te bekrachtigen3.

3

Sinds de vorming van Vijfheerenlanden maakt de (oud)gemeente Vianen geen deel meer uit van de Arbeids­ marktregio Utrecht Midden. In 2020 zijn daarover praktische afspraken gemaakt, maar vanaf 2021 is Vianen definitief geen onderdeel meer van deze regionale samenwerking.

Congres Bibliotheek Lek en IJssel (Foto Jelmer de Haas)

Uitvoering aanpak laaggeletterdheid tot nu toe In de regio Utrecht Midden hebben we de afge­lopen jaren gewerkt aan het verbeteren van basisvaardigheden van volwassenen, zoals taal en digitale vaardigheden. De focus lag op de aanpak van laaggeletterdheid. We hebben gepro­beerd zoveel mogelijk inwoners, die de noodzakelijke basisvaardigheden niet of onvol­doende beheersen, mogelijkheden te

bieden om hun niveau te verbeteren. Dit aanbod was formeel én non-formeel. De praktijk laat zien dat niet alle inwoners taalniveau 2F halen en we zien dit ook niet als einddoel voor iede­ reen. We willen mensen helpen met hun vraag­ stukken en hun motivatie om hier iets aan te doen.

Formeel aanbod

Cursussen gericht op het behalen van een erkend diploma, gebaseerd op de standaarden en eindtermen volwasseneducatie. Deelnemers ontvangen na de afronding een diploma of certificaat dat door het ministerie van OCW wordt erkend. Het niveau kan verschillen, bijvoorbeeld 1F, 2F of Staatsexamen NT2.

Non-formeel aanbod

Aanbod niet gericht op het behalen van een diploma, maar wel gericht op een leerdoel, bijvoorbeeld in de vorm van een certificaat. Het gaat onder meer om trainingen basisvaar­ digheden of les- en leesgroepen met een omschreven structuur, methode of methodiek. Vrijwilligers begeleiden deze activiteiten. Ook thema-cursussen en bijeenkomsten, taalcafé’s, taalcoaching en individuele taalmaatjes zonder vastgelegde methodiek of materialen, in een laagdrempelige setting en begeleid door vrijwilligers, vallen onder non-formeel aanbod.

‘Alle ouders en alle juffen praten gewoon Nederlands. Dan wordt het echt moeilijk voor mij om iets aan hun te vragen. Bijvoorbeeld wat doet mijn zoon daar in de school.’ Cursist Taal doet Meer

We werken met veel verschillende aanbieders. Uitgangspunt is steeds een laagdrempelig aanbod, waar mogelijk dicht bij huis, dat zo goed mogelijk aansluit bij de verschillende wensen en behoeften van deelnemers.

Samenwerking in een Taalhuis De afgelopen jaren hebben we aanbieders gestimuleerd met elkaar samen te werken, bijvoorbeeld in een Taalhuis: een platform waar vrijwilligers, professionals, lokale en regionale organisaties hun krachten, kennis en kunde bundelen bij de aanpak van laaggeletterdheid. Tegelijk is het een herkenbare, fysieke plek binnen een gemeente waar iedereen terecht kan voor informatie, advies, materialen en activiteiten rondom de aanpak laaggeletterdheid. De taak van het Taalhuis varieert per subregio. In sommige subregio’s biedt het Taalhuis zelf trainingen en groepsactiviteiten aan. Dan werft het Taalhuis cursisten en vrijwilligers en verzorgt het de scholing voor vrijwilligers. In andere subregio’s is het Taalhuis vooral een oefen- en doorverwijs­ plek, in verbinding met het sociaal domein. Sommige Taalhuizen bieden ook activiteiten digitale vaardigheden, dat zijn de digiTaalhuizen.

‘Ik heb meer zelfvertrouwen en meer zelfstandigheid. Ik schrijf nu mijn eigen brieven en vul zelf mijn formulieren in. Ik lees elke dag iets op teletekst en op Facebook. Het enige waar ik spijt van heb is dat ik niet minstens tien jaar eerder naar Prago ben gegaan.’ Deelnemer Prago

7

Taalhuizen in de regio Utrecht Midden hebben inmiddels hun meerwaarde als laagdrempelige toegang en oefenruimte laten zien. De komende jaren willen we deze ontwikkeling doorzetten en de Taalhuizen verder professionaliseren. Voor dat laatste is een eenvoudig registratie- en communi­catiesysteem belangrijk. De Taalhuisapplicatie die het BiSC Utrecht (de provinciale onder­steunings­instelling voor bibliotheken in de provincie Utrecht) ontwikkelt, biedt mogelijk­ heden om meer zicht te krijgen op de functie en de resultaten van het aanbod in het Taalhuis. In andere subregio’s, zoals Utrecht, wordt een Taalhuismodule ontwikkeld, die vooral gericht is op verwijzers uit het sociaal domein en door­ verwijzing naar het (digi)Taalaanbod. Het m­inisterie van OCW heeft in een brief aan de Kamer aangegeven toe te willen werken naar een certificering van de Taalhuizen. Dit is voor ons een extra impuls om een kwalitatieve stap vooruit te zetten. Waar gaan we mee door We hebben met onze aanpak veel inwoners bereikt en de cursusmogelijkheden flink uitge­ breid. Steeds meer partijen en professionals raken overtuigd van het belang van een uitge­ breide aanpak laaggeletterdheid. Betrokken organisaties weten elkaar steeds beter te vinden en hun activiteiten op elkaar af te stemmen. Maar we zijn nog niet klaar.

Ook de komende jaren zetten we in op het verbeteren van basis­ vaardigheden van volwassenen. Met ons aanbod willen we zo goed mogelijk aansluiten bij de wensen en mogelijkheden van onze inwoners. Daarnaast streven we naar een groter bereik onder volwassenen met Nederlands als eerste taal.

‘Ik ben steeds meer aan het ontdekken. De wereld is veel mooier dan ik dacht! Ik lees korte verhalen en ga naar musea. Ik maak mijn brievenbus open en lees mijn post. Ik ga naar een vereniging voor de gezelligheid. Ik ontmoet nieuwe mensen. Ik voel me zekerder van mijzelf dan ooit. Ik heb ook geen geheim meer. Dat komt allemaal doordat ik kan lezen.’ Deelnemer Prago

Wat gaan we anders doen Meer dan voorheen willen we in regio Utrecht Midden met en van elkaar leren. Dat gaan we doen als lerend netwerk, door helder met elkaar te communiceren over ieders aanpak en erva­ringen, elkaar op te zoeken met vragen, gezamenlijk kennis op te doen rond specifieke thema’s en door in pilots en projecten nieuwe werkwijzen te ontwikkelen. Ook willen we met elkaar snel kunnen inspelen op nieuwe inzichten en veranderingen in het speelveld. 8

Ook willen we de positionering van de Taalhuizen verder optimaliseren en betere manieren ontwikkelen voor het vinden en binden van vrijwilligers. Elke subregio geeft op een eigen manier vorm aan de verbetering van basisvaar­ digheden van volwassenen. Met de basisgelden vanuit de WEB financieren we de verschillende vormen van educatie. Met de incidentele extra middelen die het ministerie van OCW voor de regio beschikbaar heeft gesteld, zetten we in op een aantal zaken die de subregio’s overstijgen. Daarover verderop meer.

Congres Bibliotheek Lek en IJssel (Foto Jelmer de Haas)

III. Uitgangspunten Iedereen kan meedoen aan het gewone leven. Dat is ons streven. Een goede beheersing van basisvaardigheden zoals taal, reken- en digitale vaardig­heden helpt daarbij. Met dit meerjarenpro­ gramma werken we aan het bevorderen daarvan. Onze uitgangspunten hierbij zijn: • We sluiten aan bij de diversiteit van vragen, wensen, achtergronden en mogelijkheden van inwoners. We hebben om die reden een ruim aanbod van mogelijkheden, van intensieve educatie tot conversatieles. We geven iedereen die wil leren toegang tot de mogelijkheden, bij voorkeur in de eigen omgeving of op andere gemakkelijk bereikbare plekken.

• We streven naar een lerende aanpak, waarmee we snel kunnen inspelen op veranderende behoeften van de doelgroep en we steeds beter maatwerk kunnen leveren. De aard van de problematiek verandert namelijk constant, bijvoorbeeld door ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en door digitalisering. Ook verschilt de problematiek per gemeente en per subregio. We leren van elkaar en we delen succesvolle voorbeelden en nieuwe inzichten, bijvoorbeeld wanneer het gaat om het betrekken van scholen of werkgevers. Als lerend netwerk verhogen we de kwaliteit en vergroten we stap voor stap ons bereik.

• We bevorderen de combinatie van formeel en non-formeel aanbod, omdat die aantoonbaar effectief is. • We doen recht aan de verbindingen die afgelopen jaren in het Taalnetwerk zijn gegroeid en vandaaruit werken we verder aan verster­ king van de samenwerking en verbetering van de kwaliteit. • We sluiten aan bij verwijzers in het sociaal domein, zoals de buurt- en sociale wijkteams of het welzijnswerk. • We streven naar effectieve monitoring zonder de uitvoerende professionals en vrijwilligers onnodig met registratie te belasten. Klassikaal les bibliotheek Nieuwegein

‘Je bent nooit te oud om te leren. Je hele leven is een leergang.’ Deelnemer DigiBuddies

9

IV. Nieuw landelijk beleid In de Kamerbrief ‘Samen aan de slag voor een vaardig Nederland’ (maart 2019)4 beschrijft de rijksoverheid haar ambities in het beleid rond de aanpak van laaggeletterdheid. De komende jaren wil zij, samen met alle betrokken partijen, een merkbare slag maken richting een vaardiger Nederland. Vanwege de ingewikkeldheid kiest de rijksoverheid voor een brede, ambitieuze aanpak en een verlenging van het landelijke programma Tel mee met Taal voor vijf jaar. In het bestuursakkoord tussen VNG en OCW zijn de volgende speerpunten opgenomen, die wij als uitgangspunten uitwerken in ons programma: 1. Méér mensen bereiken met een aanbod op maat. Vooral de groep met Nederlands als moedertaal. OCW wil dat het bereik aantoonbaar groeit, in het bijzonder onder de groep met Nederlands als eerste taal. De deelnemers aan het lesaan­ bod moeten een betere afspiegeling gaan vormen van de gehele doelgroep. Afstemming op (leer) behoefte en doelgroep staat voorop. 2. Weten wat werkt: investeren in kwaliteit en monitoring. OCW wil méér kennis over en zicht op de kwaliteit en de effectiviteit van het ondersteu­ ningsaanbod. Dit geldt zowel voor trajecten basisvaardigheden voor volwassenen als voor de inzet op leesplezier en leesmotivatie bij kinderen,

4

Zie https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/ detail?id=2019Z05281&did=2019D10989

in het bijzonder uit gezinnen die niet taalvaardig genoeg zijn. Per regio streeft OCW naar een betrouwbaar beeld van het bereik, het type en de kwaliteit van het aanbod en de effectiviteit van verschillende methoden. Wanneer dit niet leidt tot onnodige administratieve lasten, zijn wij als gemeenten hier ook voorstander van. 3. Samen aan de slag onder regie van gemeenten. Aan het eind van het programma (2024) voeren gemeenten zelfstandig regie over de aanpak van basisvaardigheden. Dat doen ze als spin in het web van samenwerkende partijen op gebieden als onderwijs, werk, gezin en gezond­ heid. De gemeentelijke inzet op het voorkomen van achterstanden sluit goed aan op de beschik­ bare ondersteuning voor volwassenen. Ook werkgevers erkennen het belang van werkne­ mers met voldoende basisvaardigheden en zijn bereid hierin te investeren. Een regionaal programma laag­geletterdheid is een van de instrumenten om al deze doelen te bereiken.

‘Als je blij bent met Nederland, jij moet Nederlands praten, jij moet Nederlands leren.’ Cursist NLEducatie

10

4. Regionale invalshoek In Regio Utrecht Midden hechten we belang aan bovenstaande speerpunten, maar we willen ze graag op eigen wijze vormgeven en er voor ons haalbare doelen aan koppelen. Zo zetten we niet in op een diploma op 2F niveau voor alle inwoners, maar wel op het vinden van nieuwe manieren om laaggeletterden met Nederlands als eerste taal (NT1’ers) beter te bereiken. Dit is in het hele land een taai probleem, dus zoeken we naar nieuwe methoden om hun talenten tot bloei te laten komen.

V. Ambitie en speerpunten regio Utrecht Midden Iedereen kan meedoen aan het gewone leven. Dat is de overkoepelende ambitie voor onze regio. Taal en digitale vaardigheden zijn daar­ voor de basis. Daarom investeren we via dit meerjarenprogramma in educatie. Zodat zoveel mogelijk inwoners de noodzakelijke basisvaar­ digheden beheersen. Daarnaast is inzet vanuit andere programma’s noodzakelijk om de vaak meervoudige problematiek aan te pakken.

11

Gemeenten binnen de regio geven op eigen wijze invulling aan de aanpak laaggeletterdheid en het bevorderen van digitale vaardigheden. Zij staan dicht bij hun inwoners, hebben zicht op hun leerbehoefte en kunnen daarom lokaal een passend aanbod ontwikkelen, laagdrempelig en dicht bij huis. Zij zijn ook het best in staat om in de uitvoering aan te sluiten bij de lokale verbindingen, afspraken en werkwijzen. In dit hoofdstuk beschrijven we de speerpunten van de regio Utrecht Midden, die van de afzonderlijke subregio’s komen in het volgende hoofdstuk aan bod. 1. Passend aanbod We willen zoveel mogelijk aansluiten bij de mogelijkheden en motivatie van inwoners. Zij variëren in leeftijd, achtergrond, leefsituatie, leervermogen en leerdoelen. We willen het aanbod variëren, met zoveel mogelijk maatwerk. We streven daarbij naar een mix van formeel en non-formeel aanbod, met inzet van professionals en vrijwilligers, en een goede balans tussen continuïteit, vernieuwing en flexibiliteit.

Taalmaatje in actie

2. Een groter bereik onder inwoners met Nederlands als eerste taal Laaggeletterden die in Nederland geboren zijn of hier van jongs af aan wonen en van wie het Nederlands de eerste taal is, noemen we ook wel NT1’ers. De meesten hebben moeite met lezen en schrijven en vinden het moeilijk om daarover te praten. Ze schamen zich ervoor of proberen hun beperking te verdoezelen.

Vaak hebben ze een negatieve schoolervaring opgedaan in hun jeugd en is het volgen van een taalcursus niet vanzelfsprekend. Vrienden of familieleden bieden de helpende hand bij het lezen van brieven of het doen van aanvragen, wanneer ze er zelf niet uitkomen.

Verschillende projecten laten zien dat we Nederlandstalige laaggeletterden goed kunnen bereiken via het aanbieden van digitale vaardig­ heden, dus ook daar zetten we op in. Vragen van de doelgroep zijn daarin leidend.

Cursus bij Digiwijs

“Het is best lastig als je hier woont, dat je dan niet kunt zeggen dat je niet kunt lezen of schrijven.” Cursist Prago

Afgelopen jaren hebben we manieren gezocht om hen beter te bereiken en te stimuleren om te leren. De computercursus was tot een paar jaar terug bijvoorbeeld een goed middel. De komende periode blijven we nieuwe manieren zoeken. We verkennen in verschillende pilots wat werkt.

Gezien de zwakke resultaten van 15-jarigen die naar voren kwamen in het PISA-onderzoek van 20195, willen we ook zoeken naar een meer preventieve aanpak: wanneer ouders op jongere leeftijd leren hun kinderen voor te lezen, is er een eerste basis gelegd. We kunnen hen vervol­ gens helpen een positieve rol te blijven spelen in de ondersteuning van hun kinderen en het leggen van contact met de leerkracht. We zien kansen - in samenwerking met Jeugdgezond­ heidszorg, Voorschoolse en Vroeg­schoolse Educatie (VVE) en het onderwijs - voor een gezinsaanpak met ruimte voor taalondersteuning aan de ouders.

5

https://www.ocwincijfers.nl/verantwoord-begroten/ internationaal/eu2020-strategie/percentage-15-jarige-­ leerlingen-met-lage-leesvaardigheden

Daarnaast zoeken we ingangen bij en samen­ werking met andere beleidsterreinen binnen het sociaal domein zoals Werk & Inkomen, schuld­ hulpverlening, minimabeleid en partijen als de buurtteams en sociale wijkteams. Elke subregio kiest voor een eigen invulling van deze samen­ werking. Dat geldt ook voor de rol van lokale werkgevers: sommige subregio’s proberen een lokaal Taalakkoord af te sluiten, anderen stimuleren werkgevers om zich aan te sluiten bij het Landelijk Taalakkoord. Werkgevers kunnen zo onder meer in aanmerking komen voor Tel Mee Met Taal-subsidies. Het ministerie van OCW heeft het plan om met een landelijke publiciteitscampagne de werving van Nederlandstalig laaggeletterden te onder­ steunen. Wanneer daar meer over bekend is, bepalen we hoe we hierop in kunnen spelen. 3. Optimaliseren kwaliteit van de Taalhuizen De (digi)Taalhuizen hebben hun meerwaarde als laagdrempelige toegang en oefenruimte ruim­schoots bewezen. Zij kunnen hun werkwijze verder professionaliseren door meer aandacht te besteden aan de communicatie met verwijzers in het sociaal domein, scholing van de vrijwilli­ gers en het gebruiken van de nieuwe Taalhuis­ module of de BiSC-module. Het is de bedoeling om de bestaande Taalmodule te vereenvoudigen en zodanig in te richten dat een verwijzer iemand digitaal kan aanmelden en binnen vier weken hoort wat de stand van zaken is.

Die krijgt de naam : Taalhuismodule.

12

Wanneer het (digi)Taalhuis een mogelijke deel­ nemer digitaal doorverwijst naar een van de taalaanbieders, ontvangt het binnen vier weken bericht over het resultaat van de verwijzing. Met dit instrument krijgen de (digi)Taalhuizen meer zicht op de resultaten van hun inspanningen en kunnen zij hun transparantie vergroten. Ook BiSC Utrecht (de provinciale ondersteunings­ instelling voor bibliotheken in de provincie Utrecht) is bezig met het ontwikkelen van een registratie-­applicatie. De subregio’s maken zelf een keuze voor het registratiemiddel dat het best bij hun werkwijze past. Het ministerie van OCW is gestart met een landelijke certificeringsprocedure voor het meten van de kwaliteit van de Taalhuizen. Alle Taalhuizen gaan deze de komende jaren door­lopen. De exacte vorm van de procedure en planning zijn nog onduidelijk. We wachten af tot we daar meer over horen. De Taalhuizen zien het als een kans om te kunnen reflecteren op hun eigen werkwijze en een extra impuls te geven aan het verhogen van de kwaliteit. De klankbordgroep Kwaliteit & Certificering adviseert Taalhuizen de tijd te nemen om aan een aantal aandachts­ punten te werken voordat ze zich aanmelden voor de procedure. Zo is het aan te

raden om eerst het kwaliteitskeurmerk voor vrijwilligers ‘Goed geregeld’ te realiseren en professionele kennis en ervaring op te doen in het werken met Nederlandstaligen. 4. Monitoren met passend instrument We gaan monitoren, omdat we graag willen weten wie onze doelgroep is, van welk aanbod zij gebruik maken en wat de effecten van de educatieactiviteiten zijn. Deze monitoring moet zoveel mogelijk aansluiten bij beschikbare informatie zodat uitvoerende professionals en vrijwilligers niet onnodig worden belast met administratie. Datzelfde geldt voor de door OCW aangekon­ digde landelijke monitoring. OCW en de VNG zijn nog in gesprek over de manier waarop de landelijke monitoring eruit moet zien en wat OCW vervolgens gaat voorschrijven. Onze inzet is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande registraties en die op een aantal punten aan te vullen, zodat we zicht hebben op het aantal deelnemers aan educatieactiviteiten, hun achtergronden en (waar mogelijk) wat ze hebben geleerd.

Effectmeting en klanttevredenheid We willen dus de kwaliteit van het taalaanbod verder verhogen en optimaal laten aansluiten bij wensen en mogelijkheden van inwoners. Daarom gaan we in onze regio zowel de effecten als de klanttevredenheid meten. De manier waarop de gemeenten van Utrecht Regio Midden dit doen, verschilt. Het merendeel werkt of gaat werken met de Ervaringwijzer. Deze gemeenten zijn positief: de Ervaringwijzer is laagdrempelig, interactief en toegankelijk voor alle betrokkenen. Deelnemers kunnen een korte digitale vragenlijst invullen, op een apparaat naar keuze en op een tijdstip dat hen uitkomt. Gemeenten kunnen zelf vragenlijsten maken en op elk moment de resultaten bekijken, dat maakt de monitor flexibel.

‘Ik maak nu zelf een afspraak en ga alleen naar de huisarts.’ Deelnemer project Gezonde Taal! van Taal Doet Meer

Zoals eerder aangegeven ontwikkelt BiSC een registratieprogramma dat ook effecten en ervaringen meet. Onderzoek moet duidelijk maken of de Ervaringswijzer een nuttige toevoe­ ging kan zijn. Het programma is naar verwachting in 2021 beschikbaar en sommige gemeenten kiezen hier wellicht voor. Aangezien een aantal Taalhuizen gevestigd is in de bibliotheek, lijkt het logisch om de mogelijkheden van het BiSC-programma in ieder geval te verkennen.

13

5. Vinden en binden van vrijwilligers Vooral aanbieders van het non-formele aanbod van taaleducatie werken met vrijwilligers. Om de kwaliteit van het aanbod te garanderen, is het belangrijk dat er voldoende vrijwilligers beschikbaar zijn, ook voor langere tijd. Aanbieders constateren dat het werven van (digi)Taalvrijwilligers moeilijker is geworden, zeker voor een langere periode. Aanbieders blijven uiteraard zelf werven voor de eigen organisatie, maar voelen er ook voor om de werving binnen de gemeente of subregio gezamenlijk op te pakken. Mogelijkheden bieden aan vrijwilligers om zichzelf te ontwikkelen en trainingen te volgen, zien we als waardevolle instrumenten om vrijwilligers te boeien en te binden.

‘Het kost niet veel tijd, en het leuke is: je krijgt er wél veel voor terug. In mijn geval: positieve energie. De cursisten van Prago willen graag leren. Wat is er nou leuker dan mensen helpen met iets wat zij zelf graag willen? Zij worden er blij van, ik word er blij van.’ Vrijwilliger Prago

Taalvrijwilligers voelen zich gewaardeerd als ze kunnen deelnemen aan trainingen, bijvoorbeeld op het gebied van didactische vaardigheden of het omgaan met de diversiteit van de doelgroep. Aanbieders kunnen hierin vaker gebruik maken van elkaars kwaliteiten.

14

Digiwijs - uitleg bij de inloop

VI. Wat gaan we doen in de verschillende subregio’s Als subregio’s verbinden we ons aan de hier­ voor genoemde ambities en speerpunten. We vormen een lerend netwerk waarin we snel kunnen inspelen op de veranderende behoeften van de doelgroep en steeds beter onderscheid kunnen maken in de uiteenlopende behoeften en mogelijkheden. Elke gemeente en elke subregio geeft op eigen wijze invulling aan de uitvoering van de ambities en speerpunten die gelden voor de hele Regio Utrecht Midden. Zo kunnen we optimaal aansluiten bij de wensen en mogelijkheden van lokale inwoners en aanbieders. Stichtse Vecht In Stichtse Vecht zien we dat de vraag naar informeel aanbod in verhouding groter is dan naar formeel aanbod. Toch is gestreefd naar meer doorverwijzingen naar het formele aanbod bij Taal+. Dat leidde tot het positieve resultaat dat het aantal deelnemers aan het formeel aanbod stijgt. Binnen het informele aanbod blijven we ons richten op laagdrempelig en bereikbaar aanbod voor een zo divers mogelijke doelgroep. De focus ligt de komende jaren op het doorontwikkelen van pilots in het bestaande aanbod en op de aansluiting bij andere beleidsterreinen, zoals schuldhulpverlening, minimabeleid, sociaal werk en welzijn.

‘Zelf proberen is beter. Dan voel je je goed over jezelf en kun je trots zijn.’ Deelnemer Gezonde Taal! van Taal Doet Meer

De komende jaren willen we graag aansluiten bij de regiopilot Ingang scholen en VVE- kinderen. Daarnaast zien we nieuwe kansen om mogelijke cursisten met Nederlands als 1e taal te bereiken, bijvoorbeeld door ingangen te zoeken bij cursussen digitale vaardigheden die mogelijk een opstap zijn voor deelname aan andere (digi)taalcursussen. Ook de methode Taal en Gezondheid biedt mogelijkheden wanneer we een koppeling maken met onze Gezondheidsnota. In Stichtse Vecht hebben we een pilot gedraaid met Lost Lemon ‘Oud geleerd is jong gedaan’. Vanuit het consultatiebureau zijn instrumenten ontwikkeld die ook bruikbaar zijn bij VVE en scholen, zoals een ‘praatplaat’ die de behoefte van ouders in kaart brengt. Deze pilot gaan we komend jaar doorontwikkelen.

Binnen de gemeente Stichtse Vecht trekken formele en informele taalaanbieders steeds meer gezamenlijk op. We willen één gezicht naar buiten vormen, met één boodschap. Als zichtbaar resultaat daarvan is er nu een flyer van alle aanbieders samen, met het hele taal­ aanbod. De komende jaren willen partijen deze samenwerking steeds duidelijker vormgeven. Groene Hart van Utrecht In het Groene Hart bieden we laaggeletterden formele en non-formele cursussen en trajecten taaleducatie aan. Voor het non-formele traject zetten we het Taalhuis en Prago in. Het Taalhuis, met verschillende locaties in de subregio, slaagt er in veel laaggeletterden te bereiken. Onder begeleiding van vrijwillige taalmaatjes werken deze inwoners aan het vergroten van hun taal­ vaardigheid. Het Taalhuis en de bibliotheek zoeken steeds meer samenwerking met het sociaal domein, onder meer met schuldhulpver­ lening en Werk & Inkomen. In het Groene Hart hechten we aan deze netwerkaanpak, die meerwaarde heeft bij de bevordering van taal­ educatie. We gaan door met het aanbod van het Taalhuis en leggen de nadruk op de kwali­ teitsborging van vrijwilligers en het gebruik van de Taalmodule. Ook Stichting Ontmoeting biedt taallessen aan.

15

‘Wij leren van hun en zij leren van ons, en kijk, dat is voor mij een hele openbaring.’ Deelnemer DigiBuddies

Bibliotheek Het Groene Hart heeft het initiatief genomen voor een Taalakkoord met de volgende partners: gemeente Woerden, Stichting Lezen en Schrijven, Kwadraad maatschappelijk werk, Ferm Werk, Prago, Brownies&downieS Woerden en NLeducatie. Met dit Taalakkoord zoeken we naar aanvullende financiële middelen voor het aanleren van basisvaardigheden. Voor het formele aanbod kiezen we voor Taal+. De doorverwijzing via het Taalhuis komt op gang en mensen weten Taal+ steeds beter te bereiken. Met dit aanbod gaan we door voor vier groepen. We willen in het Groene Hart meer Nederlands­ talige deelnemers vinden via de schuldhulp­ verening. Voor dit doel willen we ook de basis­ scholen als ingang gebruiken, maar dat kan pas vanaf 2022. Voor het komende jaar maken we andere keuzes, zoals het voorleesproject voor VVE-kinderen. Zuidoost In de gemeenten De Bilt en Wijk bij Duurstede hebben we de afgelopen jaren geïnvesteerd in de Taalhuizen/Taalpunten. In Wijk bij Duurstede hebben we ingezet op contacten met werkgevers. Door hen te informeren over laaggeletterdheid onder werknemers, weten we een nieuwe groep te bereiken die profijt kan hebben van het taalaanbod.

16

Groepsfoto eerste bijeenkomst Digibuddies

In Zeist voeren we de Taalaanpak Zeist 20202024 uit. Samen met partners willen we in deze gemeente het taalaanbod verder ontwikkelen, met als uitgangspunt de taalvraag van de inwoner. Met de Taalaanpak nemen we de regie en kiezen we voor meer effectief en passend aanbod. In Zeist onderzoeken we op welke manier we de WEB-gelden het meest effectief kunnen inzetten. We overwegen om de nadruk meer te leggen op formeel taalaanbod. In de hele subregio Zuidoost hebben we geld gereserveerd voor laagdrempelig, non-formeel taalaanbod dat aansluit bij de behoeften van laaggeletterden en mogelijk leidt tot meer deelnemers. Om meer laaggeletterden met Nederlands als eerste taal te bereiken, willen we in de subregio Zuidoost de komende jaren een project starten

in navolging van een succesvolle aanpak die met scholen in Delft is ontwikkeld. Deze pilot, ‘Samen (digi)Taal de toekomst in’, leent iPads uit aan ouders die met hun kinderen thuis een educatief aanbod doorlopen. Alle ouders mogen meedoen.

‘Ik kan nu tegen de huisarts zeggen waar ik pijn heb.’ Deelnemer project Gezonde Taal! van Taal Doet Meer

We zoeken ook andere manieren om deze groep laaggeletterden te bereiken, zoals via de Taalmeter, met trajecten in gezondheidscentra, ziekenhuizen en wellicht ook via werkgevers. In de Utrechtse Heuvelrug zijn we een pilot gestart om zzp’ers in de bouwsector te vinden via hun boekhouders. We ontwikkelen hiervoor een eigen aanpak. Lekstroom In Lekstroom hebben we komende jaren de drie volgende speerpunten: 1. Kansen benutten in het bereik van Nederlandstalige laaggeletterden (NT1). Volgens onderzoek zijn er veel laaggeletterde NT1’ers, maar deze groep is moeilijk te bereiken. We zien kansen voor een groter bereik door de samenwerking met partners te intensiveren. • Laaggeletterde NT1-volwassenen bereiken via hun kinderen: de gezinsgerichte aanpak. Dit doen we samen met de VVE-partners, zoals de scholen, peuterspeelzalen, GGD Midden-Nederland en bibliotheken. • Meer vindplaatsen en succesvoller begeleiden door verbinding domeinen: we willen NT1’ers rechtstreeks bereiken door intensiever samen te werken met onder meer werkgevers en de Sociale Dienst (Werk en Inkomen Lekstroom). Ook gaan we de (beleids) domeinen in het sociale domein met elkaar verbinden, zoals armoedebestrijding en gezondheidsbevordering. • Alternatieven voor de schoolse aanpak: formeel of klassikaal onderwijs is niet voor iedereen weggelegd.

Een passend, nonformeel aanbod, bijvoorbeeld met een taalmaatje is heel belangrijk.

2. Digitale inclusie We zien in de regio dat niet iedereen even goed mee kan komen met de digitalisering. Wie ook nog moeite heeft met lezen en schrijven, heeft dan eigenlijk ‘dubbel pech’. Lees- en schrijfvaardigheden zijn onmisbaar voor het gebruiken van internet.

‘Ik vind het zo geweldig dat ik dit kan leren, want achter de computer voel ik me echt een kind die nog een potlood moet leren vasthouden.’ Deelnemer DigiBuddies

We zien binnen Lekstroom grote verschillen in vaardigheden van inwoners. De een heeft moeite met MijnOverheid of het aanmaken van een DigiD, de ander met e-mailen. We vinden het belangrijk dat iedereen goed met de computer en de ‘digitale overheid’ kan omgaan. We willen daarom hulp op niveau bieden met cursussen als Klik & Tik en DigiSterker en tegelijk een goede verbinding leggen tussen digitaal en taal. Computercursussen kunnen daar een rol in spelen. 3. Kansen in het aanbod Aansluiting op de Wet Inburgering De nieuwe Wet Inburgering biedt extra kansen aan inburgeraars om mee te doen in de samen­ leving. Maar het niveau van het inburgerings­ examen (A2) is onvoldoende, hiervoor is B1 of B2 nodig zoals aangeboden door de (non-) formele aanbieders. Het verbinden van de inburgeringswet en de Wet Educatie en

Beroepsopleiding (WEB) is ook belangrijk in het kader van de zelfredzaamheidsroute (z-route, vaak analfabeten), die de kansen op ‘meedoen’ vergroot. • Betere aansluiting tussen formeel en non-formeel aanbod De komende jaren willen we meer verbindingen leggen tussen de formele taalaanbieder NLeducatie, de Taalhuizen en het lokale non-formele aanbod in Lekstroom. Dit doen we bijvoorbeeld door een non-formeel ‘voortraject’ aan te bieden aan cursisten op de wachtlijst van NLeducatie. • Betere verdeling van Taal+cursisten over de gemeenten Er is een grote vraag naar het formele aanbod van NLeducatie (Taal+), maar de verdeling van de cursisten komt niet overeen met de financiële inbreng van de gemeenten (via de WEB-subsidie). We onderzoeken hoe we een beter evenwicht kunnen bereiken, zodat er meer cursisten van andere gemeenten gaan deelnemen aan Taal+. • Meer inzicht in de effectiviteit van het non-formele aanbod De subregio Lekstroom sluit graag aan bij de plannen van de rijksoverheid om beter inzicht te krijgen in de effectiviteit, maar kijkt ook naar ervaringen die eerder zijn opge­ daan door de partners binnen de subregio (Taalhuis Lekstroom, Taalhuis Nieuwegein en Stichting Lezen en Schrijven) en daarbuiten (bijvoorbeeld de gemeente Rotterdam).

17

‘Het mooist zou het zijn als hierin meer wordt samengewerkt. De beste manier om dit aan te pakken is de gezinsaanpak. Binnen de bibliotheek proberen we dit al zo veel mogelijk te doen door samenwerking tussen ouder-kind, Taalbrigade NT1 en NT2 en Taalvisite.’ Femke Reijnen Bibliotheek Z.O.U.T

• Voortdurende bewustwordingscampagne Het onderwerp laaggeletterdheid bevindt zich in de taboesfeer, vooral bij Nederlands­ taligen. We willen via een voortdurende bewustwordingscampagne laaggeletterden de komende jaren beter in beeld brengen en het onderwerp uit de taboesfeer halen. • Beperkte (rijks)middelen De rijksmiddelen (WEB) die beschikbaar zijn voor de aanpak van laaggeletterdheid zijn zeer beperkt in relatie tot de ambities. We zullen binnen de subregio bekijken of de verbinding met andere beleidsterreinen, zoals het onderwijskansenbeleid en de Sociale Dienst, extra kansen biedt. Utrecht stad In (digi)Taal is de basis, het meerjarenplan 2019-2022, beschrijft de gemeente Utrecht haar plannen op het gebied van laaggeletterd­ heid en digitale vaardigheden van volwassenen. Het plan is gebaseerd op de opbrengst van gesprekken met partners, vrijwilligers en verwij­ zers. In de subregio Utrecht kiezen we voor de volgende aandachtspunten en uitdagingen:

1. Versterking van de rol en transparantie van de digiTaalhuizen. De digiTaalhuizen - en daarbinnen de partners Digiwijs, Taal Doet Meer en de bibliotheek Utrecht -­hebben hun meerwaarde als laag­ drempelige toegang voldoende bewezen. Om deze reden is uitbreiding naar Leidsche Rijn gerealiseerd en de activiteiten in Vleuten-De Meern en Kanaleneiland uitgebreid. Daarnaast is een verbetering mogelijk van de communicatie met verwijzers in het sociaal domein. 18

2. Gezamenlijke werving vrijwilligers De grenzen van het non-formeel aanbod zijn bereikt. Het is noodzakelijk de werving van vrijwilligers voortvarend en gezamenlijk op te pakken. In 2020 draait het programma www.30000U(trechters)6 voor het werven van (digi)taalvrijwilligers. Met de partners willen we ook zoeken welke mogelijkheden er zijn om vrijwilligers langer te binden. 3. Aandacht werving Nederlandstaligen Utrecht is met het ministerie OCW van mening dat het beter bereiken van NT1’ers lastig, maar mogelijk is. We hebben al de nodige inspanningen verricht op dit gebied. Met deze inspanningen gaan we door. In het zoeken naar nieuwe manieren om meer Nederlandstaligen te bereiken, hebben we de Academie van de Stad opdracht gegeven in gesprek te gaan met groepjes cursisten bij aanbieders als NLeducatie7 en Prago8 en met

6 7

8

https://www.30000u.nl/ Aanbieder van het formele aanbod; biedt cursussen gericht op het behalen van een diploma 1F of 2F of het Staatsexamen NT2. Aanbieder van praktisch gerichte basiseducatie, voor volwassenen met een licht verstandelijke of psychische beperking

deelnemers aan cursussen. We hopen zo meer inzicht te krijgen in waar ze tegenaan lopen bij het gebruiken van internet. Ook willen we graag weten wat ze bereid zijn daaraan te willen doen en onder welke voorwaarden: alleen of in groeps­ verband, thuis of ergens in de buurt, via digitaal of fysiek onderwijs, overdag of ‘s avonds. Met deze informatie kunnen aanbieders nog meer maatwerk bieden. De onder­zoekers gaan ook in gesprek met Utrechters op ‘gewone’ plekken, zoals sportkantines of buurthuizen, om op een luchtige manier te polsen of er mogelijk sprake is van veel voorkomende proble­ men met computers of taalen de wens om hier iets aan te doen. De feitelijke uitvoering van het onderzoek is afhankelijk van de geldende of komende coronamaatregelen.

Daarnaast willen we onderzoeken of we in samenwerking met de Voorschool, Jeugdgezond­ heidszorg, de bibliotheek en één of twee scholen, het vóórlezen kunnen promoten, ieder vanuit de eigen deskundigheid en verantwoordelijkheid. De partners in het digiTaalhuis hebben hiervoor al het initiatief genomen. Zo’n project komt tegelijk tegemoet aan het streven van OCW naar meer samenhang en een gezinsaanpak, met inzet vanuit het Onderwijsachterstandenbeleid. Het komt ook tegemoet aan de wens om via preventieve samenwerking iets te doen aan de achterstanden in leesvaardigheid onder jongeren.

4. Betrekken werkgevers Wij willen werkgevers waar mogelijk meer betrekken bij de aanpak van basisvaardigheden van zowel NT1’ers als inwoners met een andere moedertaal. Haperende communicatie tussen leiding en medewerkers (mondeling, schriftelijk en digitaal) kan leiden tot onnodige misver­ standen, onveilige situaties en andere problemen. Utrecht heeft als werkgever besloten om te onderzoeken welke voor- en nadelen deelname aan het Landelijk Taalakkoord heeft. We willen daarmee een trekkersrol vervullen naar andere lokale werkgevers.

‘Taalles helpt ook met een klein beetje netwerk op te bouwen.’ Cursist Taal doet Meer

De TOZO-regeling (voor ondernemers/zzp’ers) heeft duidelijk gemaakt dat laagopgeleide zzp’ers veel moeite hebben met het invullen van (digitale) formulieren. We willen nagaan of deze groep behoefte heeft aan ondersteuning om de zelfredzaamheid te bevorderen.

Praattafel

‘Samenwerking levert veel op. Het is belangrijk dat partijen elkaar weten te vinden en samenwerken om de doelgroep zo goed mogelijk te bereiken.’ Ellen Visser, Taal doet meer

Daarnaast hebben we het initiatief genomen om in gesprek te komen met werkgevers in de stad. Het gaat om de (brede) vraag hoe zij een bijdrage kunnen leveren aan onze doelstelling Gezond Stedelijk Leven. Hierin krijgt aandacht voor basisvaardigheden van laagopgeleide werknemers een plek, waarbij de rol van werk­ gevers zal variëren. Bij de invulling van concrete (digi)taal-afspraken en het leggen van contacten zullen we het Leerwerkloket Utrecht en de Stichting Lezen en Schrijven inschakelen. Beide organisaties hebben onder meer de taak het Landelijk Taalakkoord te promoten en werkgevers te adviseren. 5. Ervaringwijzer in pilot De Ervaringwijzer wordt sinds vorig jaar als effectmeter naar tevredenheid gebruikt bij cliënten van het buurtteam en in de aanvullende zorg. In het Taalnetwerk van Utrecht is een pilot uitge­ voerd. Uit de gesprekken met de partners werd duidelijk dat het draagvlak voor medewerking groot is. Vanwege de coronamaatregelen, was het niet mogelijk de Ervaringwijzer te gebruiken. De gemeente streeft ernaar dit rond de jaar­ wisseling alsnog te doen.

19

VII. Financiering Eind juni 2020 heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten de bestuurlijke afspraken met OCW opgezegd. Dat maakt dat er momenteel geen bestuurlijke afspraken liggen over koers en inhoud van het toekomstig beleid. Dit heeft gevolgen voor duidelijkheid over de financiering van het meerjarenprogramma. Rijksbijdrage Voor 2020 heeft Arbeidsmarktregio Utrecht Midden een rijksbijdrage ontvangen van € 2.689.168. We verwachten voor de komende jaren geen hoger WEB-budget, alleen over 2020 heeft het ministerie een prijsindexering toegepast. Voor 2019 was dat niet het geval en tot nu toe is er voor de komende jaren geen toezegging. Sinds de vorming van Vijfheerenlanden maakt de gemeente Vianen geen deel meer uit van de Arbeidsmarktregio Utrecht Midden. In 2020 zijn daarover praktische afspraken gemaakt, maar vanaf 2021 is Vianen definitief geen onderdeel meer van deze regionale samenwerking. Voor onze regio betekent dit een vermindering van het WEB-budget met € 60.000. Bij de verdeling van het regionaal budget gaan we uit van budgetten per gemeente, iedere sub­regio heeft een ‘trekkingsrecht’ op het totale regionale budget. Van het jaarlijkse budget mag 25% worden meegenomen naar een volgend jaar. Jaarlijks worden de budgetten definitief vastge­ steld, op basis van actuele gegevens. Daarom is niet zeker hoe de budgetten zich de komende jaren ontwikkelen.

20

Lesgroep Stichtse Vecht

De rijksbijdrage besteden we vooral aan het uitvoeren van het taalaanbod. Het merendeel van het budget gaat naar het formele aanbod. Sinds januari 2015 is NLeducatie met het project Taal+ de aanbieder van formele educatie.

Besteding rijksbijdrage per subregio Lekstroom In 2020 draaien er in Lekstroom 16 groepen (208 deelnemers) bij NLeducatie, Lekstroom besteedt hier € 249.600 aan. Daarnaast gaat er € 199.920 naar het Taalhuis Lekstroom. Deze middelen zijn ook ingezet voor training en intervisie van 100 vrijwilligers.

Stichtse Vecht Stichtse Vecht besteedt in 2020, inclusief reservering, ongeveer € 63.900 van de rijksbij­ drage aan formeel aanbod. Er draaien drie grote groepen met in totaal 42 deelnemers en één kleine groep met 9 deelnemers bij NLeducatie. Het overige budget, zo’n € 100.000, gaat naar non-formeel aanbod. Aanbieders van de non-­ formele trajecten in 2020 zijn Prago, het Taalhuis Stichtse Vecht en de Volksuniversiteit. Naar schatting nemen er 245 inwoners deel aan de verschillende cursussen en trajecten.

‘Ik wil iets doen voor mensen die in hun dagelijks leven extra zorg of aandacht nodig hebben. Bij Prago krijg ik veel vrijheid om zelf een nuttige invulling te geven aan de begeleiding van de cursisten. Het is gezellig werk en iedereen waardeert mijn hulp. Dat geeft voldoening. En je komt in aanraking met mensen die je anders niet zo snel zou tegenkomen. Het verruimt je blik.’ Vrijwilliger bij Prago

Zuidoost Zuidoost besteedt in 2020 € 260.500 aan NLeducatie en € 166.000 aan non-formeel aanbod, de pilot ‘Laaggeletterde opvoeders’ en doorontwikkeling van het project ‘Laaggeletterden in beeld via werkgevers’. Naar schatting nemen 407 inwoners deel aan de cursussen en de pilot.

Groene Hart In 2020 besteedt Groene Hart € 42.600 aan NLeducatie en € 99.000 aan non-formeel aanbod. Naar schatting nemen 190 inwoners deel aan de verschillende cursussen.

Jaarlijks stellen we de keuzes bij, op basis van resultaten, nieuwe inzichten en beschikbare middelen. We werken deze uit in een Bestedings­ plan dat alle colleges van B&W in de regio Utrecht Midden vervolgens vaststellen.

Utrecht De gemeente heeft in 2020 een WEB-budget van de rijksoverheid van € 1.390.000 Dit budget gaat in zijn geheel naar het project Taal+ van Nleducatie, die hiermee ongeveer 75 groepen draait met zo’n 1.000 deelnemers. De gemeente zet daarnaast eigen budget in voor de financie­ ring van non-formele trajecten. Dit budget is ongeveer even hoog als de rijks­bijdrage. Naar schatting nemen 4.000 inwoners deel aan het (digi)Taalaanbod. Aanvullend budget Voor 2020 heeft onze regio een extra budget van € 168.000 beschikbaar van OCW voor onder meer coördinerende taken, eventuele wervings­ activiteiten en kosten van monitoring en effect­ meting. Van deze middelen hebben we een regionaal projectleider aangesteld. Het reste­ rende bedrag zetten we in waar nodig. Ook in 2021 ontvangen we dit aanvullend budget. Dit zetten we in voor regionale coördinatie en versterking van de ambtelijke slagkracht in de regio, voor monitoring en effectmeting, voor ondersteuning bij het certificeringstraject van de Taalhuizen en voor eventuele cofinanciering van pilots. Ook willen we een deel van het budget inzetten voor het delen van kennis, ervaringen en goede voorbeelden, door het gezamenlijk inhuren van deskundigheid voor bijeenkomsten over specifieke thema’s en door het gezamenlijk verkennen van nieuwe vormen van samenwerking.

21

Prago-les in Overvecht

Bijlage Begrippen en Taalniveaus Taalniveaus zijn onderhevig aan naamsveran­ deringen. Er wordt meestal gebruik gemaakt van een Europese indeling (A1, A2, B1 etc.) De commissie Meyerink heeft een niveau-indeling gemaakt op een F-schaal. Voor de verschillende niveaus in deze schaal zijn eind­termen geformu­ leerd op het terrein van lezen, schrijven, spreken, luisteren, rekenen en digitale vaardig­heden.

22

Gelijkwaardigheid van taalniveaus NT1/NT2 instap onderwijs

Moedertaal (NT1)

Tweede taal (NT2)

an-alfabeet of

anders gealfabetiseerde Alfa-A Alfa-B

A1 1F

A2

MBO

2F

B1

HBO

3F

B2

WO

4F

C1 C2

Alfa-C

De term laaggeletterd wordt gebruikt voor personen met een taalbeheersing onder niveau 2F. De term analfabetisme in relatie tot de Nederlandse taalvaardigheid is afhankelijk van de moedertaal, maar komt in deze termen neer op functoneren onder niveau 1F.

Formeel aanbod Dit intensieve aanbod kenmerkt zich door regel­geving voor deskundigheid docenten en toetsen. De vorm is meestal een vaste lesgroep. Dit aanbod moet voldoen aan de eisen die het ministerie van OCW stelt.

Onder niveau 1F. Cursisten kunnen soms wel: • een eenvoudig formulier invullen • een werkopdracht lezen • een notitie schrijven voor een collega • hun eigen post beheren

Non-formeel aanbod Kenmerkt zich door inzet van vrijwilligers, kan individueel of in (kleine) groepjes plaatsvinden. Over het algemeen is dit aanbod meer vraag­ gericht, gestuurd door wens en doelstelling van de deelnemer.

1F Vergelijkbaar met eindniveau basisschool. Cursisten kunnen bijvoorbeeld: • een moeilijker formulier invullen • e-mailen • een werkverslag schrijven • iets opzoeken op internet

Situationeel leren/contextueel leren Laaggeletterden komen in bepaalde situaties niet verder of zelfs in de problemen omdat zij de taal niet begrijpen of onvoldoende kunnen rekenen. Er kan dan gericht worden ingezet op het leren van noodzakelijke begrippen, die van belang zijn voor een bepaalde situatie. Denk aan Nederlands op de werkvloer, taal en rekenen bij schuldhulpverlening, taal bij computergebruik. Taal staat dan niet centraal, maar is wel onder­ deel van de begeleiding.

2F Cursisten kunnen bijvoorbeeld: • instromen op mbo niveau 3 • zakelijke brieven schrijven met behulp van standaardformuleringen • duidelijk meningen en gevoelens beschrijven Opleidingen NT1 (Nederlands als eerste taal) Ruim een miljoen autochtone Nederlanders beheerst de Nederlandse taal onvoldoende. De opleidingen NT1 zijn bedoeld om de taal­ vaardigheid van autochtone Nederlanders op een zodanig niveau te brengen dat de deelnemer een landelijke eindtoets kan halen. Opleidingen NT2 (Nederlands als tweede taal) Opleidingen NT2 zijn bedoeld om de taalvaar­ digheid van anderstaligen te verbeteren. Deel­ nemers kunnen op vijf niveaus aan de opleiding meedoen. Het is mogelijk om de NT2-opleiding af te sluiten met certificaten of een staatsexamen.

Digitale vaardigheden Voor de bevordering van digitale vaardigheden zijn vijf verschillende domeinen vastgesteld: • 1. Het gebruik van ICT-systemen • 2. Beveiliging, privacy en gezondheid • 3. Informatie zoeken • 4. Informatie verwerken • 5. Digitaal communiceren Binnen ieder domein zijn twee basisniveaus vastgesteld, voorzien van vaardigheden die beheerst worden.

23

Colofon Tekst Karin de Bruin, Roos Verheggen, Zonder Omhaal Tekst & Beeld Fotografie Diverse (digi)Taalorganisaties in Arbeidsmarktregio Utrecht Midden Vormgeving Ontwerpwerk, Den Haag Uitgave Gemeenten Arbeidsmarktregio Utrecht Midden Gemeente Utrecht, december 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9542704/1