CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Uitvoeringsovereenkomst BIZ Over Oudland en Lagedijk 2026-2030

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel BIZ Over Oudland en Lage Dijk2.709 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

UITVOERINGSOVEREENKOMST STICHTING BIZ OVER OUDLAND EN LAGEDIJK Uitvoeringsovereenkomst Bedrijveninvesteringszone Stichting BIZ Over Oudland en Lagedijk 2026 - 2030 Uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 7, lid 3 van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones Ondergetekenden, de gemeente IJsselstein, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, mevrouw E. Weststeijn, daartoe gemachtigd door en handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein van hierna te noemen “de gemeente”, en de Stichting BIZ Over Oudland en Lagedijk, hierna te noemen “de Stichting”, vertegenwoordigd door haar voorzitter, ……………………………………………………….., gezamenlijk te noemen “Partijen”, nemen in overweging dat: • De Stichting kenbaar heeft gemaakt dat zij een Bedrijven Investeringszone (BIZ) met een looptijd van vijf jaar zoals bedoeld in de Wet op de bedrijveninvesteringszones op bedrijventerrein Over Oudland en Lagedijk wil opstarten en de Gemeente heeft verzocht hieraan hun medewerking te verlenen; • Het bestuur van de Stichting in samenspraak met de gemeente dit initiatief heeft opgepakt en hiervoor een BIZ-plan heeft opgesteld; • De gemeente de bekostiging op basis van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones volgt en zich zal inspannen om te komen tot een BIZ-verordening als bedoeld in artikel 1 van de Wet; • De Stichting BIZ Over

Oudland en Lagedijk thans in oprichting is, en na oprichting en inschrijving bij de Kamer van Koophandel zal optreden als uitvoeringsorganisatie in de zin van artikel 7 van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones; • De Stichting jaarlijks bij de gemeente een subsidieaanvraag zal indienen; • Partijen, mede gelet op de inzet van publieke gelden, te allen tijde een transparante en democratisch verantwoorde werkwijze zullen hanteren; • De Stichting jaarlijks haar jaarrekening aan de gemeente overlegt; • De Wet op de Bedrijveninvesteringszones de mogelijkheid opent dat de gemeenteraad bij verordening een heffing instelt ter bestrijding van kosten die verbonden zijn aan activiteiten gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of economische ontwikkeling van de zone, waaronder de verbetering van het ondernemersklimaat; • De verwachting is dat de gemeenteraad van IJsselstein een verordening zal vaststellen waarin het in artikel 2 van deze overeenkomst aangegeven gebied als BIZ wordt aangewezen; • Partijen wensen ter uitvoering hiervan een uitvoeringsovereenkomst te sluiten als bedoeld in artikel 7, lid 3, van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones en artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht. Komen het volgende overeen, 1.

Doel van de overeenkomst De overeenkomst is gebaseerd op artikel 7, lid 3, van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones en beoogt de op hoofdlijnen de afspraken tussen partijen te regelen om te komen tot de instelling van een BIZ in een deel van de gemeente IJsselstein. De uitvoering van de activiteiten door de Stichting richt zich op het realiseren van de maatschappelijke effecten zoals ook benoemd in het raadsvoorstel: verbetering van veiligheid, leefbaarheid, kwaliteit van de openbare ruimte en versterking van het ondernemers- en investeringsklimaat. Verder worden de verantwoordingsvoorwaarden voor de Stichting geregeld inzake de bekostiging en realisering van de BIZ en de subsidieverstrekking door de gemeente.

2. Omschrijving Het gebied waarvoor de beoogde BIZ wordt ingesteld omvat het bedrijventerrein Over Oudland en Lagedijk en betreft de adressen aangegeven op de gebiedskaart. De gebiedskaart zoals opgenomen in bijlage 1 maakt integraal onderdeel uit van deze overeenkomst. 3. Duur van de overeenkomst De overeenkomst eindigt van rechtswege op 31 december 2030, tenzij tussentijds wordt besloten de looptijd van de overeenkomst te verlengen. Wanneer zich één van de volgende situaties voordoet: • Wijzigingen in (landelijke) wetgeving en/of besluiten; • Gerechtelijke uitspraken die gevolgen hebben voor de BIZ-bijdragen; • Voortijdig opheffen van de Stichting; • Het niet (meer) voldoen door de Stichting van de voorwaarden daaraan gesteld in artikel 7, lid 2, onder b, van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones; • Het niet nakomen van de afspraken door de Stichting; • Intrekking van de BIZ-verordening op verzoek van de bijdrageplichtigen, als bedoeld in artikel 6 van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones; zullen de partijen in overleg treden omtrent de alsdan ontstane situatie, wat kan leiden tot beëindiging van deze overeenkomst. 4. Prestatieafspraken De Stichting: • Zal zich richten op collectieve belangenbehartiging van ondernemers in de BIZ en de realisatie van de activiteiten zoals vastgelegd in het BIZ-plan als bedoeld in artikel 6 van deze overeenkomst.

Het BIZ-plan en de jaarlijkse jaarplannen vormen een bijlage en onlosmakelijk onderdeel van deze overeenkomst; • Zal zich inspannen om in de beoogde BIZ voldoende draagvlak te creëren om de gemeente het vertrouwen te geven dat de verplichte draagvlakmeting als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones voldoende steun oplevert; • Verplicht zich de activiteiten bedoeld in artikel 6 van deze overeenkomst en voor het jaar 2026 en volgende opgenomen in de bijlage bij deze overeenkomst te verrichten waarvoor de subsidie wordt verstrekt (een en ander in overeenstemming met artikel 7, lid 3, van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones); • Zal invulling geven aan de statutaire doelstelling van de Stichting; • Zal geen verplichtingen met financiële gevolgen aangaan die hoger zijn dan de jaarlijkse ontvangen subsidie van de gemeente in het jaar hieraan voorafgaand, tenzij met schriftelijke instemming vooraf van de gemeente; • Zal geen verplichtingen met financiële gevolgen aangaan die de looptijd van deze overeenkomst overschrijden, tenzij met schriftelijke instemming vooraf van de gemeente; • Is zich bewust van het (financiële) risico bij beëindiging van de overeenkomst (artikel 12 overeenkomst) of bij beëindiging van de BIZ (artikel 13 overeenkomst); • Is zich ervan bewust dat zij het risico draagt van eventuele minderopbrengsten van de BIZ-bijdragen ten opzichte

van de ingeschatte opbrengst; De gemeente: • Verplicht zich ter uitvoering van deze overeenkomst binnen de mogelijkheden alles in het werk te stellen om te komen tot vaststelling door de gemeenteraad van de BIZ-verordening in het gebied omschreven in artikel 2 van deze overeenkomst; • Houdt zich gedurende deze overeenkomst aan het basisniveau voor de openbare ruimte in de BIZ zoals opgenomen in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2024 van de gemeente IJsselstein. De gemeente zal dit basisniveau monitoren door middel van periodieke schouwen, waarbij resultaten worden gedeeld met de Stichting; • Waarborgt dat de activiteiten die vanuit de BIZ worden uitgevoerd aanvullend zijn op de reguliere taken en het vastgestelde onderhouds- en beheerniveau van de gemeente. De BIZ-bijdrage wordt uitsluitend besteed aan extra activiteiten die bijdragen aan de leefbaarheid, veiligheid, kwaliteit, duurzaamheid en uitstraling van de bedrijventerreinen Over Oudland en Lagedijk. Reguliere gemeentelijke taken,

•

• •

• • •

waaronder het basisniveau van beheer en onderhoud, blijven te allen tijde een verantwoordelijkheid van de gemeente; Houdt zich bij monitoring van het basisniveau voor het openbaar gebied in de BIZ aan de criteria die zijn opgenomen in de meest recente Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte uitgegeven door het nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (het CROW); Verplicht zich het concept van de BIZ-verordening voor behandeling in het college van burgemeester en wethouders en aan de gemeenteraad voor te leggen; Verplicht zich na vaststelling door de gemeenteraad van bedoelde verordening tot het houden van de draagvlakmeting conform de wet naar voldoende steun onder de bijdrageplichtigen als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones; Verplicht zich, na inwerking treden van de BIZ-verordening, tot het verstrekken van een jaarlijkse subsidie als bedoeld in artikel 7 en volgende van deze overeenkomst aan de Stichting; Verplicht zich na inwerkingtreding van de BIZ-verordening tot inning van de BIZ-bijdragen en het hanteren van de daarbij horende inningprocedure met betrekking tot aanmaningen en incasso’s; Behoudt zich het recht voor om de subsidie in te trekken indien de Stichting van de prestatieafspraken afwijkt zonder voorafgaande toestemming van de gemeente.

5. Subsidieaanvraag De Stichting dient jaarlijks een schriftelijk verzoek om subsidie in bij het college van burgemeester en wethouders. De hiervoor bedoelde stukken worden jaarlijks uiterlijk 1 mei van het kalenderjaar voorafgaand aan het betreffende boekjaar ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. 6. Begroting en BIZ-plan Stichting Ten behoeve van de subsidie dient de Stichting jaarlijks een begroting en een jaarplan in voor het betreffende gebied. De hiervoor bedoelde stukken worden jaarlijks uiterlijk op 1 mei van het kalenderjaar voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. 7. Subsidieopbouw Het college van burgemeester en wethouders verstrekt de subsidie tot maximaal de netto-opbrengst van de BIZ-bijdrage. Terugbetalingen als gevolg van oninbaarheid van de belastingbedragen leiden tot een minderopbrengst van de BIZ-bijdragen en daarmee tot een lager subsidiebedrag. De eventuele minderopbrengsten zijn voor rekening en risico van de Stichting. Op de subsidie worden perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdrage in mindering gebracht. De perceptiekosten die de gemeente jaarlijks in mindering brengt zijn bepaald op 3,5%. De Stichting kan aanvullend subsidieaanvragen indienen voor projecten ten laste van de begroting van de Gemeente. 8.

Jaarverslag, verantwoording na afloop subsidiejaar Uiterlijk 1 mei van het kalenderjaar na afloop van het subsidiejaar brengt de Stichting een financieel en inhoudelijk verslag uit van de door haar gerealiseerde activiteiten. Het financieel deel van het jaarverslag omvat een vastgestelde jaarrekening en dient eveneens uiterlijk 1 mei van het kalenderjaar na afloop van het subsidiejaar te zijn ingediend. Het inhoudelijk deel van het jaarverslag bevat in ieder geval een verantwoording van de uitvoering van het BIZ-plan (jaarplan) en de in deze overeenkomst benoemde prestatieafspraken. De Stichting kan het college van burgemeester en wethouders schriftelijk en met redenen omkleed om maximaal 8 weken uitstel vragen voor het uitbrengen van de hiervoor genoemde verslagen. Dit verzoek moet uiterlijk een maand voor het verstrijken van hiervoor genoemde datum bij het college van burgemeester en wethouders worden ingediend. Uiterlijk 2 weken na ontvangst van het verzoek om uitstel beslist het college van burgemeester en wethouders of het verzoek wordt ingewilligd. De gemeente behoudt zich het recht voor om, indien het daar aanleiding toe ziet, voor rekening van het gemeentebestuur, een al dan niet aanvullend accountantsonderzoek te laten verrichten. De Stichting verleent in dit geval haar volledige medewerking aan dit onderzoek door het beschikbaar stellen van gegevens en anderszins. 9.

Evaluatie De Stichting zal een eindevaluatie (doen) verrichten naar het functioneren als bedoeld in deze overeenkomst, waarbij in ieder geval aan de orde komen: • De wijze van bekostiging; • De verrichte bestedingen;

• De behaalde resultaten met verrichte bestedingen; • De resultaten van de onder 4 van deze overeenkomst genoemde prestatieafspraken; • Het functioneren van de BIZ; • Het moment van de volgende evaluatie. De eindevaluatie van de activiteiten zal door de Stichting aan het college van burgemeester en wethouders afzonderlijk ter beoordeling worden voorgelegd. 10. Bevoorschotting subsidie De gemeente zorgt voor bevoorschotting van de subsidie, namelijk: 1. De gemeente maakt uiterlijk op 1 maart van het subsidiejaar een voorschot over ter hoogte van 90% van de begrote BIZ-subsidie. In afwijking daarvan dient het voorschot voor het jaar 2026 te worden gelezen als 1 juni 2024. 2. In oktober van het betreffende jaar wordt de eventuele meeropbrengst, tot op dat moment in het kalenderjaar, van de BIZ-bijdragen, ten opzichte van het bedrag dat op voet van sub a betaalbaar is gesteld, als voorschot betaalbaar gesteld. 11. Vaststelling subsidie en eindafrekening Binnen 8 weken na ontvangst van het jaarverslag conform het bepaalde in artikel 8 stelt het college van burgemeester en wethouders de hoogte van de subsidie over het voorafgaande kalenderjaar definitief vast. Wanneer het uiteindelijke bedrag meer bedraagt dan de verstrekte (voorschot) subsidie zal de gemeente binnen 4 weken dit meerdere bedrag aan de Stichting uitbetalen.

Wanneer (bijvoorbeeld door oninbare belastingbedragen) het uiteindelijke bedrag van de subsidie minder bedraagt dan de verstrekte (voorschot) subsidie, verplicht de Stichting zich om op basis van nacalculatie de alsdan te veel uitbetaalde subsidie terug te betalen binnen een periode van 1 jaar. De gemeente is bevoegd dit terug te betalen bedrag te verrekenen met de uit te betalen subsidie van het dan lopende kalenderjaar. 12. Beëindiging van de overeenkomst 1. Ieder der partijen is gerechtigd deze uitvoeringsovereenkomst en daarmee de subsidierelatie te beëindigen, indien de andere partij, na schriftelijk in gebreke te zijn gesteld waarbij een redelijke termijn wordt gegeven, in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van een of meer krachtens deze overeenkomst op die partijen rustende verplichtingen, tenzij er sprake is van overmacht in de zin van artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek. 2. Op deze overeenkomst zijn daarnaast de bepalingen uit de Wet op de Bedrijveninvesteringszones en de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 3. Geschillen betreffende de uitleg of de uitvoering van deze overeenkomst worden ter finale beslechting voorgelegd aan een (na onderling overleg aan te wijzen) mediator. 4. Indien één der partijen tussentijds deze overeenkomst wil beëindigen dan gelden daarvoor de volgende afspraken: a.

Beëindiging door één der partijen van deze overeenkomst, of stopzetten subsidie door de gemeente, kan alleen schriftelijk plaatsvinden door middel van een aangetekende brief met een opzegtermijn van 3 maanden; b. Deze brief moet zwaarwegende redenen bevatten voor deze beëindiging of stopzetting; c. Bij geschil over de beëindiging of stopzetting wordt het geschil ter finale beslechting voorgelegd aan een (na onderling overleg aan te wijzen) mediator. 5. Indien de overeenkomst conform deze afspraken wordt beëindigd: a. Stopt de subsidieverstrekking met ingang van de datum van beëindiging; b. Zal de eindafrekening plaatsvinden na deze datum conform de regels gesteld in artikel 11 van deze overeenkomst; c. De kosten van de mediation worden gelijkelijk verdeeld over de Stichting en de gemeente, tenzij op voorspraak van de mediator een andere verdeling wordt overeengekomen. 6. Indien na de eindafrekening als hiervóór onder punt 4 bedoeld een batig saldo overblijft, zal dit door de Stichting conform haar statuten worden besteed. 7. Indien na de eindafrekening als hiervóór onder punt 2 bedoeld een tekort overblijft, zal dit voor rekening en risico van de Stichting blijven. 8.

Als de beëindiging van de overeenkomst voortvloeit uit de ontbinding van de Stichting, heeft de afwikkeling van de onderhavige overeenkomst te gelden als (onderdeel van) de vereffening van het vermogen van de Stichting.

9.

Naast de in dit artikel genoemde gronden kan de overeenkomst ook worden beëindigd op grond van zwaarwegende onvoorziene omstandigheden (hardheidsclausule), mits partijen hierover in overleg treden en dit schriftelijk motiveren.

13. Beëindiging BIZ Wanneer de BIZ-verordening op verzoek van de bijdrageplichtigen wordt ingetrokken conform artikel 6 van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones: 1. Stopt de subsidieverstrekking met ingang van de datum van intrekking van deze verordening; 2. Zal de eindafrekening plaatsvinden na deze datum conform de regels gesteld in artikel 11 van deze overeenkomst; 3. Wordt in overleg getreden over de wijze waarop met deze overeenkomst verder wordt omgegaan. Indien na de eindafrekening als hiervóór onder punt 2 bedoeld een batig saldo overblijft, zal dit door de Stichting conform haar statuten worden besteed. Indien na de eindafrekening als hiervóór onder punt 2 bedoeld een tekort overblijft, zal dit voor rekeningen en risico van de Stichting blijven. 14. Opschortende en ontbindende voorwaarden Deze overeenkomst komt tot stand onder de opschortende voorwaarde, dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein besluiten tot het aangaan van deze overeenkomst. Het voorstel tot het aangaan van de onderhavige overeenkomst wordt aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegd, nadat de Stichting zich met de inhoud hiervan schriftelijk akkoord heeft verklaard. De overeenkomst treedt in werking met ingang van de dag waarop het college van burgemeester en wethouders besluit tot het aangaan hiervan.

Deze overeenkomst komt voorts tot stand onder de ontbindende voorwaarde, dat uit de (definitieve) draagvlakmeting blijkt, dat er niet voldoende belastingplichtige ondernemers instemmen met de inwerkingtreding van de BIZ-verordening, dat wil zeggen dat aan de volgende vereisten niet is voldaan: • Van het totaal aantal ondervraagde ondernemers minimaal 50% reageert; • Van die minimaal 50% antwoordende ondernemers er ten minste twee-derde vóór inwerkingtreding is; • De voorstemmers tezamen feitelijk een hogere WOZ-waarde vertegenwoordigen dan de tegenstemmers. 15. Overleg Partijen overleggen ten minste twee keer per jaar over de voortgang van de uitvoering van het activiteitenplan. Bij dit overleg is van de zijde van de gemeente een vertegenwoordiger aanwezig vanuit het werkveld Economische Zaken. De gemeente neemt het initiatief voor deze gesprekken.

De overeenkomst wordt namens de gemeente ondertekend door de burgemeester van IJsselstein, als voorzitter van het college van burgemeester en wethouders, conform het collegebesluit van 4 november 2025. In tweevoud opgesteld en ondertekend te IJsselstein op ….. 2025.

De gemeente IJsselstein

De Stichting BIZ Over Oudland en Lagedijk

Mevrouw E. Weststeijn Burgemeester

…………. Voorzitter

Bijlage 1: Gebiedskaart gebiedsafbakening BIZ Over Oudland en Lagedijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16211353/1