3.1 Bijlage - Uitgangspunten Woonruimteverdeling U10
Tekst van het document
Bijlage bij Raadsinformatiebrief ‘Uitgangspunten Woonruimteverdeling U10’
Uitgangspunten voor de toekomstige woonruimteverdeling Algemene uitgangspunten 1. Vanwege de regionaal functionerende woningmarkt maken we, binnen de kaders van de Huisvestingswet, regionale afspraken over de verdeling van in ieder geval zelfstandige sociale huurwoningen in de U10. Deze afspraken landen in de Huisvestingsverordening regio Utrecht; 2. Daarbij streven we naar een zo gelijkluidend mogelijke verordening, in het belang van de woningzoekende1; 3. Dit borgen we door het beschikbaar stellen van een regionale modelverordening, die alle U10 gemeenten als basis gebruiken; 4. In de modelverordening bieden we ruimte voor lokaal maatwerk aan de hand van zogeheten “kan-bepalingen”; 5. We streven naar gelijkluidende kan-bepalingen op het moment dat meerdere gemeenten lokaal maatwerk instellen voor een bepaald onderwerp, zoals bij regels voor de verdeling van middenhuur of betaalbare koop. 6. Transparantie over de manier waarop we woonruimte verdelen en begrijpelijkheid bij woningzoekenden over de manier waarop we woonruimte verdelen zijn randvoorwaarden voor de woonruimteverdeling in de U10. Ze zijn wel ondergeschikt aan de noodzaak voor regels.
Transparantie en begrijpelijkheid borgen we door het beschikbaar stellen van een regionale toelichting op de modelverordening, die alle U10 gemeenten als basis gebruiken en aanvullen met een toelichting op het toegepaste lokale maatwerk middels de kan-bepalingen. 7. Deze notitie voegen we als bijlage bij de lokale besluitvorming over de Huisvestingsverordening in gemeenteraden. Doel hiervan is het informeren van gemeenteraden over deze afspraken, zodat ongewenste verschillen in de manier van woonruimte verdelen in de U10 worden voorkomen. 8. De uitgangspunten blijven integraal onderdeel van de reguliere vierjaarlijkse beleidscyclus van de Huisvestingsverordening, tenzij anders vastgesteld. Uitgangspunten voor de toekomstige woonruimteverdeling 9. We hanteren de volgende doelen en prioritering van doelen voor de toekomstige woonruimteverdeling: 1. Evenwichtige woonruimteverdeling 2. Passend wonen (incl. beter benutten) 3. Meer aanbod aan woningen (door doorstroming) 4. Leefbaarheid 5. Keuzevrijheid 10. Wijzigingen van de Huisvestingsverordening toetsen we aan de doelen, juridische haalbaarheid en technische uitvoerbaarheid. Er is een ambtelijke werkwijze afgesproken voor het beoordelen van wijzigingsvoorstellen.
Uiteindelijk besluit de bestuurstafel GWL over de voorstellen.2 Toelichting op de doelen • Evenwichtige woonruimteverdeling Volgens de Huisvestingswet mogen we alleen regels voor woonruimteverdeling opstellen om onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte te bestrijden. Een evenwichtige woonruimteverdeling is daardoor een vereiste. Daardoor is dit ons belangrijkste doel voor woonruimteverdeling. Onze definitie is dat alle doelgroepen een evenwichtige kans maken op een sociale huurwoning. Dit is niet hetzelfde als een gelijke kans. Wel streven we ernaar om de verschillen in slaagkansen tussen de diverse doelgroepen te verkleinen. • Passend wonen (incl. beter benutten)
1 Hier is eerder een ambtelijke afspraak over gemaakt. Zie de U10-oplegger bij het document 'Spelregels
woonruimteverdeling regio Utrecht’ van de SWRU d.d. 17 april 2025 2 Een huisvestingsverordening wordt door een gemeenteraad vastgesteld. Het besluit door de bestuurstafel heeft betrekking op de wijzigingsvoorstellen waarmee uiting wordt gegeven aan artikel 6 in de Huisvestingwet om regionaal af te stemmen.
•
•
•
Passend wonen is ook een zeer belangrijk uitgangspunt voor de woonruimteverdeling. Corporaties sturen hierop, omdat zij de juiste huishoudens in de juiste woningen willen. Dit gaat in de eerste plaats om het juiste aantal mensen in een woning. Hier sturen we op door middel van de bezettingsnormentabel uit de verordening. Ook sturen corporaties op een passende doelgroep voor de woning door middel van het labelen van woningen (bijv. jongerenwoning, seniorenwoning of rolstoelwoning). Al met al draagt passend wonen bij aan het beter benutten van de bestaande woningvoorraad. Meer aanbod aan woningen (door doorstroming) Op plaats drie streven we naar meer aanbod en het in beweging houden van de woningmarkt. Door doorstroming gaan meer huishoudens passender wonen en wordt de bestaande woningvoorraad beter benut. Aan het eind van de verhuisketen die door doorstroming ontstaat, staat altijd een starter. De inzet op doorstroming is daardoor in principe winst. Echter worden lokale verhuisketens soms verbroken door vestigers van buiten het woningmarktgebied. We sturen op welke doorstroom-bewegingen we willen realiseren en of de maatregelen ook zo uitpakken in de praktijk. In onze huidige verordening sturen we op doorstroming door middel van de Van-Groot-Naar-Beter-regeling en het doorschuiven binnen een complex.
Ook is er in sommige gemeenten voorrang op een middenhuurwoning voor doorstromers uit sociale huur. Leefbaarheid Ten vierde is het sturen op leefbaarheid een doel. We beseffen daarbij dat dit niet in elke U10gemeente eenzelfde rol speelt. Ook houden we er rekening mee dat via de verordening wettelijk niet actief gestuurd mag worden op basis van leefbaarheid, namelijk alleen op basis van schaarste. We zien echter dat de instroom van aandachtsgroepen toeneemt en dit in een aantal buurten en complexen steeds meer gaat knellen. Corporaties en gemeenten zoeken – op de plaatsen waar leefbaarheid aantoonbaar een issue is – naar manieren om hier grip op te krijgen. Doel is te sturen op een meer diverse bewonerssamenstelling, wat bijdraagt aan een betere landing van aandachtsgroepen in de buurt en het plezierig wonen voor alle bewoners. Keuzevrijheid Keuzevrijheid tot slot is een doel waar we niet omheen kunnen. Dit houdt verband met het Europees recht op vrije vestiging. Het is ook de basis voor het aanbodmodel, waarin de vrijkomende woningen openbaar worden geadverteerd en alle woningzoekenden zelf kunnen “kiezen”. In deze tijd van extreme schaarste en lange wachttijden is het echter de vraag in hoeverre woningzoekenden deze keuzevrijheid nog ervaren én of deze vrijheid belangrijker is dan een dak boven je hoofd.
We streven daarom naar maximale keuzevrijheid binnen de perken van de Huisvestingswet én in de context van de huidige woningmarkt.
Over de samenhang tussen wijzigingsvoorstellen, de doelen en de prioritering Er is geen sprake van een rigide rangorde van de doelen, het ene doel is niet in alle gevallen belangrijker dan het ander. Er kan namelijk sprake zijn van wijzigingsvoorstellen die bijdragen aan meerdere doelen tegelijkertijd en ook kan er sprake zijn van wijzigingsvoorstellen die bijdragen aan het ene doel maar juist niet aan een ander doel. Als voorbeeld: een maatregel die meer evenwicht brengt in de woonruimteverdeling, bijvoorbeeld het vergroten van de kansen van starters, belemmert juist de doorstroming. Dit betekent echter niet dat we een keuze moeten maken tussen iets doen voor starters of het stimuleren van doorstroming. Beide is mogelijk. Kiezen uit of tussen de doelen is daardoor niet nodig. We prioriteren, zodat we bij beleidsoptimalisaties een kader hebben voor wat het belangrijkst is en zodat we kunnen bepalen waar ambtelijke inzet op gewenst is. De te maken keuzes zijn dus niet zo zwart-wit als ze worden gepresenteerd. De balans tussen de doelen moet worden gevonden – en wordt ook al gevonden – in de huidige Huisvestingsverordening. De verordening is immers het resultaat van jarenlang bijsturen en bijschaven op basis van wet- en regelgeving, beleidswensen en uitvoeringsproblematiek.