23. Provincie Utrecht Statenbrief - Vervolg update start nieuwe OV concessies en winterse omstandigheden
Tekst van het document
Memorandum
Onderwerp Datum Documentnummer Van Aan
Vervolg update start nieuwe OV-concessies + winterse omstandigheden 9‑1‑2026 UTSP-2066004956-362 Gedeputeerde Mobiliteit Provinciale Staten
Geachte leden van Provinciale Staten, Op 16 december jl. heb ik u middels een memo geïnformeerd over de start van de concessies. In die memo, en tijdens de opening van de Statenvergadering de dag erna, heb ik aangegeven dat beide concessies een bijzondere stroeve start kenden met rituitval, (forse) vertragingen voor de reizigers, en uitdagingen voor het betrokken uitvoerend personeel. Tot op zekere hoogte waren op basis van de recente ervaringen bij andere concessiewisselingen opstartproblemen verwacht. Echter waren de aard en omvang van de problemen en de mate van chaos op sommige momenten niet voorzien. Daarbij heb ik de oproep gedaan voor begrip en geduld van de reizigers met name richting het uitvoerend personeel. Ook heb ik de oproep en tevens verwachting uitgesproken dat beide vervoerders tijdens de (rustigere) kerstvakantie (dienstregeling) de gelegenheid hebben om de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren. In deze memo geef ik u een update over de uitvoering van de concessies tot en met medio deze week (met winterse omstandigheden gedurende de laatste dagen) en zoals toegezegd nadere cijfers betreffende rituitval over de opstartperiode. Allereerst wil ik namens onze vervoerders benadrukken dat ook zij zeer ongelukkig zijn met de ondermaatse kwaliteit van de uitvoering van de concessies.
Dit sluit niet aan bij wat zij wensen aan te bieden aan onze reizigers en het uitvoerend personeel. Hier bieden zij dan ook hun excuses voor aan. Onder de volgende kopjes licht ik de uitvoering van de dienstregeling toe vanaf de concessieovergang tot afgelopen weekend, de communicatie richting de reiziger, de dienstverlening tijdens de winterse omstandigheden deze week en sluit ik af met een vooruitblik. Uitvoering van de dienstregeling Na de stroeve start van de concessies werken beide vervoerders intensief aan het verbeteren en robuuster maken van de uitvoeringskwaliteit van de dienstregeling. De uitvoering betreft een complexe logistieke planning van personeel, materieel en andere samenhangende factoren, die door de transitie naar zero emissie nog ingewikkelder is geworden. Deze logistieke planning is kwetsbaar: wanneer één schakel niet goed functioneert of uitvalt – bijvoorbeeld door hoger ziekteverzuim, schade, kinderziektes of verkeersopstoppingen – kan dit snel doorwerken in de rest van het systeem en leiden tot (cumulerende) rituitval en vertraging. Omgekeerd geldt dat wanneer deze factoren
1 van 5
beter beheerst worden, de uitvoeringskwaliteit van de dienstregeling ook relatief snel kan herstellen en verbeteren. Personeel Ten aanzien van het uitvoerend personeel en dan met name de buschauffeurs, geldt dat in de twee concessies verschillende – concessiespecifieke - factoren van invloed zijn op de uitvoering van de dienstregeling. Bij de concessie Utrecht Buiten (Keolis) is sprake van een forse opschaling van het aanbod (circa 14%), waarvoor extra chauffeurs nodig zijn. Deze opschaling kon nog niet volledig worden ingevuld met reguliere werving. De tekorten zijn opgevangen met een flexibele schil van uitzendkrachten en onderaannemers (regionale busverhuurbedrijven). De diensten zijn daardoor te strak gepland, waardoor ziek- en afmeldingen op de dag zelf nauwelijks kunnen worden opgevangen en reservechauffeurs ontbreken. Het ziekteverzuim ligt inmiddels lager dan in december. Voor de concessie Utrecht Binnen (Transdev) is bij de start circa 250 fte minder uitvoerend personeel overgekomen van de vorige vervoerder dan verwacht. Dit werd pas laat duidelijk en is zoals benoemd in de Statenbrief ‘update start nieuwe ov-concessies’ aanleiding geweest om te kiezen voor een ingroeimodel. Tijdens de implementatieperiode is er de nodige inzet geweest op het werven van extra personeel en worden veel (nieuwe en bestaande) uitzendkrachten ingezet.
Een deel van deze medewerkers moest bij de start van de concessie nog beginnen aan de verkenning van de buslijnen en kennismaken (opleiding/instructie) met het nieuwe materieel, wat de inzetbaarheid in de eerste periode beperkte. Voor beide concessies geldt dat er sprake is van overname van het personeel van de vorige vervoerder, zij het op verschillende schaal (bij Utrecht Buiten uitsluitend personeel van de stalling Wijk bij Duurstede). Daarbij is gebleken dat de aangeleverde personeelsinformatie niet volledig betrouwbaar was, onder meer door hoger structureel ziekteverzuim en onjuiste gegevens over de inzetbaarheid van chauffeurs. Dit was en is nu nog van invloed op de inzetbaarheid van het bestaande (overgenomen) personeel. Daarnaast leidde bij de start van de concessie Utrecht Binnen de onwennigheid met het nieuwe zero emissie materieel en gewijzigde werkwijzen tot extra druk op de regiecentrale en wachttijden. Dit wordt inmiddels ondervangen met aanvullende maatregelen, waaronder tijdelijke inzet van drie ervaren leidinggevenden uit andere concessies, uitbreiding van de bezetting van de regiecentrale en extra coördinatoren op Utrecht Centraal om chauffeurs te ondersteunen. Materieel Met de instroom van circa 300 nieuwe zero emissiebussen geldt voor beide concessies dat er sprake is van onwennigheid van het personeel met het materieel.
In algemeenheid geldt dat bij een concessie-overgang de opleidingsmogelijkheden voor chauffeurs beperkt zijn en zij weinig tijd hadden om kennis te maken met en instructie te krijgen op het nieuwe materieel en het laden op de stallingen. Met name bij de concessie Utrecht Binnen is dit van invloed op de uitvoering van de dienstregeling, maar ook bij de concessie Utrecht Buiten en dan met name in Amersfoort. Deze onwennigheid hangt nauw samen met de in de vorige paragraaf beschreven personele situatie. Bij Utrecht Binnen is dit effect versterkt doordat pas kort voor de start van de concessie een uitspraak is gedaan in de beroepsprocedure (zie Statenmemo). In de concessie Utrecht Buiten moest het personeel tevens wennen aan de langere voertuigen, doordat hier nu veel meer 15-meterbussen rijden dan in de vorige concessie. Ook wordt de inzetbaarheid van het (nieuwe zero emissie) materieel tijdelijk beïnvloed door vertraging bij het herstel van schades, mede als gevolg van weersomstandigheden, waardoor bijvoorbeeld het vervangen van ruiten in de buitenlucht niet kan plaatsvinden. Deze lagere inzetbaarheid kan deels worden opgevangen door de inzet van bestaande 12meterbussen in de voormalige Syntus Utrecht-huisstijl. Voor de concessie Utrecht Binnen geldt dat – zoals ook benoemd in de Statenbrief – bij de start nog niet de volledige vloot nieuwe zero emissie bussen beschikbaar is.
Daar komt bij dat het op kenteken zetten van een
2 van 5
deel van de geleverde 24-meterbussen is vertraagd, doordat deze te laat zijn geleverd en het RDW daardoor geen mogelijkheid had deze bussen voor de kerst individueel te keuren. Dit maakt dat deze bussen, vanwege het ontbreken van een typegoedkeuring die de hele serie dekt, nog niet zijn toegelaten voor inzet op de Nederlandse weg. Deze bussen zijn naar verwachting op korte termijn wel inzetbaar, waarmee de uitvoering van met name lijn 28 (Vleuten-Utrecht CS-USP) kan worden verbeterd. Het voorgaande, in combinatie met de schades die zijn veroorzaakt door de onwennigheid van chauffeurs met de bussen, zorgt ervoor dat tijdelijk te weinig 18-meter gelede bussen beschikbaar zijn. Tijdens de jaarwisseling zijn bovendien een tiental bussen beschadigd door vuurwerk en vandalisme, waardoor deze momenteel eveneens niet inzetbaar zijn. Optimalisatie logistieke planning van de bussen en laadinfrastructuur (Utrecht Binnen) Zoals ook aangehaald in de eerdere memo over de start, is sprake van een nieuwe logistieke planning van bussen als gevolg van de transitie naar zero emissie. Deze planning wijkt af van wat chauffeurs gewend waren, met andere routes, omlopen en het vaker wisselen van bus in verband met bijladen.
In combinatie met het feit dat werkwijzen en processen in deze nieuwe situatie afwijken en dat de mogelijkheden voor opleiding van personeel beperkt waren, maakt dit de logistieke planning kwetsbaarder en vergroot het risico dat schakels niet goed functioneren of uitvallen, met als gevolg vertraging en rituitval. De onbekendheid van chauffeurs met materieel en routes neemt inmiddels af door de ervaring die in de afgelopen periode is opgedaan. Daarnaast wordt begin februari een nieuwe logistieke planning geïntroduceerd voor chauffeurs. Deze maakt een dienstregeling mogelijk die beter uitvoerbaar is voor de chauffeurs en als geheel robuuster is bij onverwachte (verkeers)omstandigheden. Met betrekking tot de laadproblemen bij de stalling Zeist geldt dat deze grotendeels zijn verholpen. Voor het volledig herstel van deze laadinfrastructuur en van slecht functionerende laders op andere stallingen is de vervoerder nog in afwachting van onderdelen die vervangen moeten worden, maar waarvan het moment van levering nog onbekend is. Hierdoor is de laadcapaciteit nog niet optimaal en verloopt het laadproces nog niet volledig efficiënt. Tot slot vergen de nieuwe stallingslocaties nog gewenning van het personeel, wat helaas gepaard gaat met enige doorlooptijd. Rituitval cijfers Hieronder treft u een overzicht van de rituitval gedurende de eerste weken na ingang van de nieuwe concessies.
Concessie Buiten Concessie Binnen Week 1 (14-12 t/m 20-12)
6%
>12%
Week 2 (21-12 t/m 27-12)
3%
8%
Week 3 (28-12 t/m 2-1)
6%
10%
Rituitval in uitgevallen ritten (%)
Hierbij moet opgemerkt worden dat de cijfers over rituitval voor concessie Binnen in de eerste week niet betrouwbaar waren vanwege het niet goed kunnen loggen van alle ritten. Dat probleem is inmiddels opgelost. In de tweede week is een afname van de rituitval te zien. De kerstvakantie is toen begonnen waarbij er minder gereden wordt. Aan de ene kant is het dan rustiger met reizigers en ander verkeer op de weg. Dat maakt een goede uitvoering van de dienstregeling normaliter gemakkelijker. Aan de andere kant hebben dan ook meer chauffeurs verlof. Dat heeft naar verwachting met name in de derde week voor een stijging van de rituitval gezorgd omdat meer chauffeurs tussen kerst en oud en nieuw verlof hebben gehad.
3 van 5
Communicatie richting de reiziger In de vorige memo over de start is benoemd dat ik er bij de vervoerders op heb aangedrongen dat reizigers goed worden geïnformeerd over de actuele status van het openbaar vervoer en dat verbetering hiervan de hoogste prioriteit moet hebben. Communicatie naar de reiziger vindt primair plaats door de vervoerders via de kanalen van U-OV, niet via kanalen van de provincie. Op basis van terugkoppeling van de vervoerders en ambtelijke waarnemingen is gesignaleerd dat de opstartproblemen rond het tonen van actuele reisinformatie bij haltes, op schermen in bussen en in reisplanners binnen de concessie Utrecht Binnen inmiddels grotendeels zijn opgelost. Ook de kinderziektes in het tonen van lijninformatie aan de buitenzijde van het materieel zijn door een softwareaanpassing en het (handmatig) uitvoeren van updates per voertuig naar verwachting na deze week verholpen. Het ontbreken van lijninformatie op de bus heeft geleid tot extra en langer halteren. Daarnaast is gebleken dat de communicatie richting reizigers, met name om toelichting te geven op de aanhoudende problemen, verbetering behoefde. De nieuwspost uit de eerste week (zie: www.uov.nl/nieuws/nieuwsbericht-vertragingen-en-uitval-bij-u-ov) heeft daarom afgelopen week een vervolg gekregen (zie: https://www.u-ov.nl/nieuws/nieuwsbericht-u-ov-terugblik-en-vooruitkijk-–-8-januari-2026).
In dit bericht gaan beide vervoerders ook in op de uitvoering van de dienstregeling onder winterse omstandigheden (zie volgend kopje). Ook wordt op korte termijn op de website van de provincie Utrecht een nieuwsbericht geplaatst met extra uitleg over de problemen na de concessiewisseling waarin ook wordt verwezen naar de website van U-OV. Winterse omstandigheden Het winterse weer heeft helaas flinke invloed gehad op de uitvoering van de dienstregeling. Op momenten was het busvervoer in de provincie Utrecht sterker ontwricht dan in andere delen van het land. Dit kwam doordat in de provincie Utrecht met name op maandag uitzonderlijk veel sneeuw is gevallen in vergelijking met de rest van Nederland. Daarnaast worden er in de regio Utrecht relatief veel gelede en dubbelgelede bussen ingezet. Ook is naar aanleiding van de eerste dag met winterse omstandigheden geconstateerd dat de onderlinge afstemming tussen Transdev en Keolis beter moest gezien het feit dat beide vervoerders onder één merk (U-OV) opereren. Dit geldt ook voor de (gezamenlijke) communicatie naar de reiziger, die de eerste dagen beter had gemoeten. We constateren dat de afstemming tussen de vervoerders en de communicatie naar de reiziger de daaropvolgende dagen beter is verlopen. Bij de afweging om te rijden onder winterse omstandigheden is het van belang zich bewust te zijn van een aantal factoren.
Zo is het rijden met bussen en trams bij gladheid risicovoller dan wellicht wordt verondersteld: ▪ Door hun gewicht en lengte kunnen bussen op gladde wegen moeilijker remmen, sneller slippen of wegglijden en vast komen te zitten bij hellingen of rotondes. ▪ In de regio Utrecht rijden relatief veel extra lange gelede en dubbelgelede bussen (18 en 24 meter). Door hun lengte slippen deze sneller met de achteras, bestaat de kans op scharen en ontstaat eerder schade. Deze bussen zijn sneller niet meer inzetbaar bij gladheid dan de reguliere 12 meter bussen. ▪ Op veel plekken zijn wegen berijdbaar, maar niet overal. In de provincie komen ook spekgladde wegen voor, wat grote risico’s met zich meebrengt voor reizigers, medewerkers en andere weggebruikers. Daarnaast is het van belang dat niet alleen de wegen maar ook de haltes (met name haltekommen) bereikbaar zijn. ▪ De trams kregen te maken met wisselstoringen en ijzel. De trams konden ondanks de winterse omstandigheden gelukkig wel grotendeels blijven rijden. Het besluit om wel of niet te rijden wordt door de vervoerders zorgvuldig genomen. Een gespecialiseerd team beoordeelt dag en nacht of het veilig is om te rijden. Daarbij worden testritten uitgevoerd om de situatie op de weg en het spoor te beoordelen.
De vervoerders staan hierbij in nauw contact met de provincie, zowel in de rol van opdrachtgever als van wegbeheerder, evenals met gemeentelijke wegbeheerders, en volgen de weersverwachtingen op de voet.
4 van 5
Er zijn daarnaast verschillen tussen en binnen de concessies in het functioneren onder winterse omstandigheden. Dit betreft onder meer verschillen tussen stad en streek, tussen de inzet van 12-meterbussen en langere (dubbel)gelede bussen, en tussen diesel- en zero emissiebussen. Voor zero emissiebussen geldt dat deze, zeker bij koude omstandigheden, extra gevoelig zijn en gedurende de dag (extra) moeten bijladen. Ook blijkt dat gladheid op wegen in stedelijk gebied, waar de omgevingstemperatuur hoger ligt, beter te bestrijden is dan op infrastructuur buiten het stadscentrum (bijvoorbeeld het verschil tussen Utrecht Centrum en Leidsche Rijn). Specifiek voor de nieuwe concessie Utrecht Binnen speelt mee dat een groter deel van de vloot uit langere bussen bestaat. Ongeveer tweederde van het materieel bestaat uit gelede of dubbelgelede bussen. Deze voertuigen zijn gevoeliger voor glad wegdek, omdat het achterdeel kan scharen. Hoewel de inzet van deze bussen noodzakelijk is vanwege de extra vervoercapaciteit in de concessie, betekent dit dat zij bij winterse omstandigheden sneller niet inzetbaar zijn. Er zijn dan ook niet direct kortere bussen als alternatief beschikbaar. Het is daarom van belang dat de vervoerders in nauwe afstemming met wegbeheerders zich inzetten op het zo goed mogelijk berijdbaar houden van busbanen en busroutes.
De provincie staat ambtelijk in nauw contact met de vervoerders met als doel de dienstregeling waar mogelijk te laten uitvoeren en is bereid daarbij te ondersteunen. Het rijden onder winterse omstandigheden kan echter alleen als dit veilig is. Uiteindelijk nemen de vervoerders zelf het besluit of rijden verantwoord is, aangezien zij verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van reizigers en uitvoerend personeel. Beide vervoerders hebben het niet verantwoord geacht om (delen van) de dienstregeling op dagen uit te voeren binnen de provincie Utrecht, wat erg vervelend is voor de reizigers. Beide vervoerders willen niets liever dan reizigers veilig op hun bestemming brengen. Dat dit niet altijd is gelukt vinden zij zelf ook zeer vervelend. Vooruitblik Ik ga op korte termijn in gesprek met de bestuurders van beide vervoerders om de zorgen van reizigers te bespreken. Daarbij geldt dat beide vervoerders nog steeds met man en macht werken aan het verbeteren van deze situatie. In het gesprek zal ik bij beide vervoerders benadrukken dat ik verwacht dat zij met hoogste urgentie blijven werken aan een zo snel mogelijk volledige en betrouwbare uitvoering van de dienstregeling. Ook zal daarbij de inzet van sturingsmiddelen (waaronder boetes) ter sprake komen.
Voor de concessie Utrecht Binnen introduceert Transdev in februari een nieuwe logistieke planning, die de dienstuitvoering naar verwachting robuuster en daarmee betrouwbaarder maakt. In de periode tot de invoering hiervan zal de dienstuitvoering naar verwachting nog minder betrouwbaar zijn. De opschaling van de dienstregeling naar het volledige Vervoerplan 2026 – zoals benoemd in de Statenbrief – zal niet direct na de voorjaarsvakantie plaatsvinden. Om deze opschaling betrouwbaar uit te voeren is het wenselijk dat de eerste ervaringen met de nieuwe logistieke planning hierin verwerkt kunnen worden. Al voor de start van de concessies waren we van plan om de implementatie en start van de concessies te gaan evalueren. Deze evaluatie zullen we de komende maanden gaan uitvoeren. De perikelen waarmee we geconfronteerd zijn rondom de start van de concessies maken deze evaluatie alleen maar relevanter. Bij deze evaluatie zullen we ook gebruik maken van de ervaringen van reizigers middels het U-OV-panel dat door de vervoerders is geïnitieerd. De resultaten van deze evaluatie zullen we vanzelfsprekend met u delen. Daarnaast zullen we ook met de vervoerders de dienstuitvoering tijdens de winterse dagen evalueren en hier lessen uit trekken voor toekomstige dagen met winters weer.
Aan het einde van de maand zal ik u een nieuwe update geven over de uitvoering van de concessies met daarin ook een verwachting over de opschaling naar het volledige Vervoerplan 2026 voor de concessie Utrecht Binnen. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, A.G. (André) van Schie Gedeputeerde Mobiliteit, Economie en Digitalisering
5 van 5