22.1 RES Brief U16 NMU en EVU
Tekst van het document
Utrecht, 3 september 2021 Betreft: Besluitvorming RES 1.0 regio U16 Geachte volksvertegenwoordigers in de regio U16, Als volksvertegenwoordigers besluit u deze periode over het RES-bod 1.0, een concretisering van de Concept RES die vorig jaar werd vastgesteld. Een belangrijk onderdeel van de RES is de uitwerking van gedragen keuzes voor grootschalige duurzame energieopwekking in de regio: hoeveel energie gaan we uit wind en zon halen in 2030 en daarna en op welke wijze? De Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU) en de koepel coöperatie Energie van Utrecht (EvU) hebben de afgelopen tijd actief bijgedragen aan manieren om voortvarend én verantwoord werk te maken van de energietransitie in de regio U16. Om u te helpen een goed besluit te vormen over RES 1.0 maken we graag van de gelegenheid gebruik u een aantal van onze overwegingen mee te geven. We vragen in onze brief aandacht voor de volgende thema’s: • Een goede balans tussen zon op land/dak en wind op land. • Een aanpak waarbij maatschappelijke en landschappelijke opgaven elkaar versterken. • Participatie en lokaal eigendom als belangrijk leidend principe. • Goede kaders en randvoorwaarden en onze betrokkenheid bij het vervolg. Balans tussen windturbines en zon op land/dak is noodzakelijk in de energietransitie De klimaatcrisis is urgent en vraagt om een voortvarende aanpak op alle fronten en in alle gebieden.
Energiebesparing en ‘no regret’ maatregelen (zoals zon op dak) moeten daarbij de hoogste prioriteit krijgen, maar zijn op zichzelf niet voldoende om onze collectieve klimaatimpact op tijd terug te dringen. We spreken onze zorg dan ook uit over het feit dat veel gemeenten, ondanks de urgentie van de klimaatcrisis, een streep zetten door windenergie. Energieopwekking in het buitengebied, ook via windturbines en zonnevelden, is een essentieel onderdeel in het totale pakket aan klimaatmaatregelen, om te voldoen aan de grote vraag. Ook de regio U16 moet haar verantwoordelijkheid nemen en een serieuze bijdrage leveren aan de landelijke RES-doelstellingen. Met de juiste discussie: niet ‘of’ er in de regio windturbines en zonneparken ingepast kunnen worden, maar ‘waar’, ‘hoe we dit op een zorgvuldige manier kunnen doen’ en ‘met wie’. De energietransitie gaat onvermijdelijk een impact hebben op onze leefomgeving. Dat vraagt enerzijds om goede sturing, betrokkenheid van de lokale stakeholders en een eerlijke belangenafweging. Daar hoort ook het maken van moeilijke en lastige keuzes bij. De nu voorliggende verdeling tussen zon en wind heeft in onze ogen een groot risico in zich. De kans is groot dat Stedin niet in staat is om gedurende het gehele jaar de opgewekte stroom met de vele zon op land projecten op het net te verwerken.
Daarmee komt een deel van de zon-oplandprojecten in de gevarenzone. De businesscase voor zon op land is door de steeds lagere SDE-subsidie al lastig rendabel te krijgen. Als daarbij ook rekening gehouden moet worden met het gedurende zonnige dagen niet kunnen leveren van de opgewekte stroom, dan valt de financiële basis onder verschillende projecten weg. Wat vragen wij van u? We verzoeken de bestuurders en gemeenteraden om echt werk te maken van het zoekproces om tot geschikte locaties voor windenergie en grootschalig zon te komen, met een aanpak waarbij alle maatschappelijke en landschappelijke uitdagingen worden meegenomen. De energietransitie staat niet op zichzelf. Er is ook een opgave om natuur en landschap en de biodiversiteit te beschermen en liefst te vergroten. In onze ogen pleit dit voor een energietransitie die duurzaam en robuust is. Dit betekent voor de regio U16: Participatie en lokaal eigendom als belangrijk leidend principe De energietransitie heeft grote impact op onze leefomgeving. Betrokkenheid van bewoners over de vormgeving van die transitie is van groot belang. En hier valt ook veel winst te behalen. De lokale energiecoöperaties hebben hun basis in de lokale gemeenschap. Dat geldt ook voor de milieu- en natuurorganisaties die nauw verbonden zijn met de NMU en Energie van Utrecht. Lokale procesparticipatie
vanaf de start en vervolgens lokale zeggenschap en eigendom verhogen de kans dat de belangenafwegingen leiden tot een gedragen besluit. Energiecoöperaties borgen lokaal eigendom door het bieden van financiële participatiemogelijkheden voor leden en door het betrekken van de omgeving bij de ontwikkeling van opwekprojecten. Wij pleiten er dan ook voor dat iedere gemeente in haar afwegingskader lokaal eigendom van minimaal 50% als hard criterium opneemt in het beoordelen van aangeboden projecten. Concretisering van dit criterium is noodzakelijk om veilig te stellen dat de lokale gemeenschap daadwerkelijk medezeggenschap krijgt in alle fasen van een duurzaam energieproject: locatiekeuzes, ontwerp en realisatie/exploitatie. Bovendien biedt dat kansen dat de opbrengsten (via bv. een omgevingsfonds) van projecten terugvloeien naar de omgeving. Voor commerciële partijen wordt het dan vanzelfsprekend om samen te werken met de lokale stakeholders zoals energiecoöperaties en natuurorganisaties. Wij zien de volgende zaken als belangrijk: 1.
2.
3.
Snelheid maken: het is echt noodzakelijk om nu de overstap te maken naar een duurzame energievoorziening en niet te wachten op andere technieken en daarmee de transitie te vertragen. Binnen het te doorlopen proces pleiten wij voor een snellere provinciale ‘tussenbalans’ op haalbaarheid en participatie. Wij hebben immers geen tijd te verliezen. Goede inpasbaarheid in het landschap: Er vindt zorgvuldige locatiekeuze plaats en goede inpassing in het landschap. Bij duurzame energieopwek wordt aangesloten bij de draagkracht van het landschap en er vindt zoveel mogelijk integrale gebiedsontwikkeling en sturing plaats op een kwaliteitsimpuls van het buitengebied. Energie als verdienmodel voor landbouw en natuur. Duurzame energieopwekking kan voor de landbouw kansen bieden om een nieuw verdienmodel te ontwikkelen. De opbrengsten uit opwekking van duurzame energie kunnen bijdragen aan de transitie naar een duurzamere landbouw, waar vanuit deze sector hard wordt gewerkt (natuurinclusief, circulaire bedrijfsvoering etc.) en aan het vergroten van de biodiversiteit. Daarmee vindt ook versterking van de Utrechtse natuur plaats. We raden aan dat projecten die op deze integratie en koppelkansen gericht zijn, vanuit de U16 gemeenten extra impuls en voorrang krijgen.
Ook lijkt het ons zinvol om meer dan tot nu toe regionaal en integraal, en daarmee gemeente-overstijgend, te denken en te handelen. Dit helpt bij het realiseren van draagvlak onder bewoners en stakeholders.
Ons aanbod: actieve bijdrage voor het vervolg De gewenste borging van maatschappelijke- en landschappelijke belangen en participatie, vraagt naast verstandige (zoek)locatiekeuzes ook om uitwerking van kaders en randvoorwaarden. Wij stellen daarvoor graag onze kennis en ons netwerk ter beschikking om zo de kans op een maatschappelijk gedragen plan te vergroten. De afgelopen zomer is samen met het Kernteam RES U16 een structuur uitgewerkt waarin de rol van regionale stakeholders in de RES U16 beter verankerd wordt. Dat is een positieve ontwikkeling. Wij kunnen dan op vaste momenten inhoudelijk het gesprek aan gaan over het maken van gezamenlijke afwegingen. En onze kennis en ons netwerk ter beschikking stellen aan het halen van de RES-doelstellingen. Graag zien we dat deze wijze van samenwerking, inclusief bestuurlijke betrokkenheid, in concrete afspraken wordt vastgelegd. Wij verzoeken u om de aanbevelingen in onze brief in overweging mee te nemen tijdens de aankomende vergaderingen over dit onderwerp. Voor vragen kunt u contact opnemen met Robbert Willé van de NMU (r.wille@nmu.nl / 06-34493882) of Fanny Claassen van EvU (fanny@energievanutreecht.nl / 06-31771169). Met vriendelijke groet, Namens de NMU en Energie van Utrecht,
Met vriendelijke groet,
Josja Veraart Directeur Natuur en Milieufederatie Utrecht
Fanny Claassen Directeur Energie van Utrecht