CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

210825-Definitieve rapportage inclusief bestuurlijke reactie

Commissie Samenleving 22 september 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: 20:10 uur Raadsvoorstel Onderzoek Rekenkamer Minimabeleid20.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Uit de tabel blijkt dat een aantal punten is opgenomen als speerpunt van de uitvoeringsagenda uit 2016. Een andere aanbeveling van de rekenkamer die ging over een onderzoek naar het niet-gebruik is opgepakt door onderzoek te doen naar behoeften en voorzieningen voor jeugdige minima. Daarnaast is er geen recent klanttevredenheidsonderzoek van WIL beschikbaar wat niet aansluit op de onder 2 geformuleerde reactie.

2.6 Gebruik van de minimaregelingen In deze paragraaf bespreken we het gebruik van gemeentelijke minimaregelingen aan de hand van een overzicht van het aantal gebruikers in de periode 2016-2020 (zie tabel 6). Dit overzicht is gebaseerd op de door de instanties aangeleverde informatie. Om uitspraken te kunnen doen over het bereik worden in tabel 5 eerst het aantal volwassenen en kinderen die in aanmerking zouden komen voor minimaregelingen over de periode 2016-

18

Rekenkamer

2019 weergegeven. Omdat het CBS niet de grens van 125% van het sociaal minimum aanhoudt, zijn de grenzen 120% en 130% weergegeven in de tabel (zie ook paragraaf 2.2).

TABEL 6: Doelgroep minimaregelingen (bij benadering) IJsselstein 110% sociaal minimum voor minstens 1 jaar

120% sociaal minimum voor minstens 1 jaar

130% sociaal minimum voor minstens 1 jaar

Aantal volwassenen Aantal kinderen Totaal Aantal volwassenen Aantal kinderen Totaal Aantal volwassenen Aantal kinderen Totaal

2016

2017

2018

2019

Verschil 2016-2019

1.270

1.212

1.309

1.279

9

537 1.807

498 1.710

475 1.784

463 1.742

-74 -65

1.742

1.704

1.786

1.784

42

679 2.421

622 2.326

615 2.401

607 2.391

-72 -30

2.264

2.179

2.221

2.174

-90

805 3.069

763 2.942

729 2.950

695 2.869

-110 -200

Bron: CBS, WSJG, eigen bewerking.

Het gebruik en het bereik is per regeling uitgewerkt. Daarnaast is per gemeentelijke minimaregeling een schatting gegeven van het bereik. In de onderstaande tabel is het resultaat weergegeven. In sommige gevallen is het niet mogelijk om uitspraken te doen over het bereik, vanwege gebrek aan data. In tabel A in bijlage 3 is per regeling aangegeven op welke manier een uitspraak over het bereik kan worden gegeven. Na de tabel is een toelichting gegeven per regeling. TABEL 7: Gebruik en aanvragen gemeentelijke minimaregelingen in de periode 2016-2020 2016 Bijzondere bijstand

Individuele inkomenstoeslag

Toekenningen in het jaar op basis van aantal besluiten in het betreffende jaar % toekenningen in jaar Aantal nieuwe aanvragen in het betreffende jaar Geschat bereik op basis van aantal aanvragen in betreffend jaar Toekenningen in het jaar op basis van aantal besluiten in het betreffende jaar

2017

2018

2019

2020

224 228 van 246 van van 3251 3411 2801

133 van 2061

160 1931

70%

72%

80%

65%

83%

3621

3401

2671

2101

2521

29%

28%

20%

16%

Kan niet berekend worden

228 van 294 van 293 2771 3451 van 3451

361 van 4211

295 3201

van

van

19

Rekenkamer

Collectieve zorgverzekering

Schuldhulpverlening

Kwijtscheldingen belasting Financiën op Orde

% toekenningen in jaar Aantal nieuwe aanvragen in het betreffende jaar Aantal deelnemers >18 jaar Aantal deelnemers <18 jaar Bereik Gestarte dossiers in het jaar Actieve dossiers ultimo jaar Aantal Aantal contacten

2016

2017

2018

2019

2020

82%

85%

85%

86%

92%

3061

3271

3631

4051

3841

7802

8202

8434

8344

7184

Niet bekend 36%5 1311

Niet bekend 38%3 1001

3224

3234

2984

47%3 991

46%3 1551

41%3 891

1551

1531

1641

1521

1221

6562

7546

6726

6606

Niet bekend

2247

3617

3427

1

Aangeleverd door WIL, aantallen zijn gemeten op 4-3-2020. Kengetallen en KPI’s minimaregelingen (2017) 3 Rapportage 3e kwartaal 2020 WIL 4 Evaluatierapport Gemeentepolis 2020 5 Rapportage 4e kwartaal 2019 WIL 6 Cijfers verstrekt door gemeente IJsselstein, aangeleverd door WIL. 7 Cijfers Financiën op Orde 2017-2018-2019 2

Bijzondere bijstand In tabel 7 is zowel het aantal toekenningen van regelingen in het jaar opgenomen (dit gaat over het aantal dossiers waar een besluit over is genomen), als het aantal aanvragen dat in het betreffende jaar is binnengekomen. Het percentage toekenningen van aanvragen in het jaar geeft inzicht in hoe vaak inwoners daadwerkelijk gebruik mogen maken van een regeling. - Het aantal aanvragen bijzondere bijstand is over de periode 2016-2020 iets gedaald; WIL wijst hiervoor economische vooruitgang aan als mogelijke verklaring (WIL, mailwisseling 13 april 2021), maar hier is geen onderzoek naar gedaan. Het aantal toekenningen afgezet tegen het aantal besluiten dat is genomen over de jaren 20162020 is gedaald. Er is geen onderzoek gedaan naar de verklaring hiervoor. - Het bereik is geschat op basis van het aantal aanvragen dat elk jaar is binnengekomen. Dit geeft aan hoeveel inwoners de weg naar de regeling heeft gevonden. In tabel 6 is de schatting van het bereik gegeven. Het bereik is gedaald over de periode 20162019. Individuele inkomenstoeslag Het aantal aanvragen en toekenningen per jaar voor de individuele inkomenstoeslag is geleidelijk gestegen. Op basis van de ons beschikbaar gestelde documenten is hier niet direct een verklaring voor aan te wijzen.

Het is voor de individuele inkomenstoeslag niet aan te geven wat het bereik is, omdat er meerdere eisen (zie voor de eisen om in aanmerking te komen voor de regeling tabel A in bijlage 3) zijn waar een inwoners aan moet voldoen om hier

20

Rekenkamer

aanspraak op te maken. Hierdoor kan de omvang van de potentiële gebruikers niet precies bepaald worden. Collectieve zorgverzekering Uit tabel 6 wordt duidelijk dat er het meest gebruik gemaakt wordt van de collectieve zorgverzekering, met uitzondering van de U-pas waar nog meer inwoners gebruik van maken. Dit is te verwachten aangezien de inkomensgrens voor deze regelingen hoger ligt (125%) dan bij andere regelingen. In Tabel 6 wordt ook het bereik van de collectieve zorgverzekering gegeven, deze gegevens zijn afkomstig uit geleverde documenten. Het bereik is groot en hoger dan landelijk (BS&F, Evaluatierapport Gemeentepolis 2020; gebaseerd op de minimascan van Stimulansz uit 2019). De minimascan van Stimulanz maakt een prognose van het aantal minima in IJsselstein op basis van een aantal kenmerken. Om het bereik van de collectieve zorgverzekering te bepalen is door Stimulanz de grens 125% van het sociaal minimum aangehouden. Schuldhulpverlening Wat betreft schuldhulpverlening is het aantal gestarte dossiers wisselend per jaar. Het aantal actieve dossiers ultimo jaar is vrij gelijk gebleven. Om een beeld te krijgen van het aantal schuldhulpverleningstrajecten die worden doorgezet, is contact gezocht met WIL.

Van de 62 aanmeldingen en aanvragen voor schuldhulpverlening in 2020 in IJsselstein, zijn er 10 afgesloten omdat de klant niet aan de voorwaarden voldeed (data uit mailwisseling met WIL, 5 maart 2021). Zoals aangegeven in tabel A in bijlage 3 kunnen we geen uitspraken doen over het bereik, omdat er geen gegevens zijn over de doelgroep. Kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen De kwijtscheldingen van de gemeentelijke belastingen wordt voor de gemeente IJsselstein uitgevoerd door Belasting Samenwerking Rivierenland (BSR).7 Het aantal kwijtscheldingen is over de periode 2016-2019 vrij stabiel gebleven. Voor 2020 zijn de gegevens nog niet bekend. Het bereik kan niet worden berekend (tabel A in bijlage 3). Financiën op Orde In tabel 7 is te zien hoeveel contacten er binnen de administratieve ondersteuningsdienst Financiën op Orde zijn geweest per jaar. Dit aantal is van 2017 naar 2018 gestegen, waar het vervolgens in 2019 weer iets is gedaald. Het bereik is niet te berekenen, omdat de doelgroep niet bekend is. U-pas Voor de U-pas zijn ook – zij het beperkt - leeftijdsspecifieke cijfers van het gebruik beschikbaar (zie tabel 8). Deze cijfers laten zien dat in alle leeftijdscategorieën gebruik gemaakt wordt van de kortingspas.

De cijfers voor 2020-2021 zijn nog niet compleet en waren ten tijde van de oplevering van dit rapport voorlopig, maar gekeken over de periode 2016-2019 is te zien dat jaarlijks het aantal inwoners met een U-pas stijgt. Voor 2018 zijn geen gegevens aangeleverd. Voor 2019 is het geschatte bereik tussen de 77% en de 92%, zie uitleg over berekening in tabel A in bijlage 3. Voor de jaren 2016 en 2017 ligt het geschatte bereik tussen de 67-85% en 7899% respectievelijk.

7

https://www.ijsselstein.nl/Onderwerpen/Wonen_en_woonomgeving/Kwijtschelding

21

Rekenkamer

TABEL 8: Overzicht gebruik U-Pas per pasjaar (Pasjaar loopt van 1 juli tot 30 juni) 0 t/m 3 jaar 4 t/m 11 jaar

2016-2017 2017-2018 2018-2019 2019-2020 2020-2021 tot maart 109 100 312 348

12 t/m 17 jaar 18 t/m AOW leeftijd AOW + Totaal 20481

271

282 1184 239 21533

15114 23051

22022

Bronnen: 1 Kengetallen en KPI’s minimaregelingen. 2 Aangeleverd door de gemeente, via mailwisseling 14-4-2021. 3 Aangeleverd door de gemeente, via mailwisseling 14-4-2021. Voorlopige cijfers tot maart. 4 Geen uitsplitsing tussen 18+ t/m AOW leeftijd en AOW +.

Gebruik regelingen Stichting Leergeld Gezinnen met kinderen kunnen bij Stichting Leergeld terecht voor materiële en/of financiële steun voor culturele activiteiten, sport, onderwijs en welzijn. In tabel 9 is het aantal unieke gezinnen en het aantal unieke kinderen dat gebruik maakt van regelingen binnen de domeinen cultuur, onderwijs, sport en welzijn opgenomen. Kinderen kunnen in een jaar steun krijgen binnen verschillende domeinen, hierdoor tellen de cijfers niet op tot een totaal. In totaal hebben in 2019 364 kinderen gebruik gemaakt van verschillende regelingen van Stichting Leergeld (zie tabel 9). Deze kinderen komen uit 228 verschillende gezinnen, hieruit blijkt dat broertjes en zusjes binnen 1 gezin gebruik maken van st. Leergeld. In 2018 werden 391 kinderen uit 239 gezinnen geholpen (Stichting Leergeld IJsselstein, jaarverslag 2019). Hierover hebben we echter geen gedetailleerde informatie tot onze beschikking, waardoor dit niet in de tabel is gezet.

De gemeente draagt financieel bij aan de regelingen rondom computers, fietsen en het zwemdiploma (in tabel 9 gemarkeerd). 175 kinderen hebben gebruik gemaakt van de zwemlesregeling, 68 van de computerregeling en 84 van de fietsregeling in 2019. TABEL 9: Overzicht gebruik regelingen Stichting Leergeld in 2019 Stichting Leergeld 2019 Cultuur Onderwijs

Sport Welzijn

Totaal cultuur Zwemles Totaal Onderwijs Totaal sport Computer Fiets Totaal Welzijn

Unieke gezinnen met toegewezen aanvragen 16 130 147

82 62 67 103 Totaal 228 Bron: Overzicht aanvragen Stichting Leergeld 2019

Unieke kinderen met toegewezen aanvragen 21 175 209 105 68 84 134 364

Gebruik particuliere regelingen Naast de gemeentelijke regelingen maken inwoners van IJsselstein met een smalle beurs ook gebruik van voorzieningen die door particuliere instanties worden georganiseerd (zie tabel

22

Rekenkamer

10). De gegevens uit de ons aangeleverde jaarverslagen van de Voedselbank, SUN en Caritas geven enig inzicht in het gebruik van deze voorzieningen door minima. Het aantal aanvragen van Stichting Urgente Noden is gestegen tussen 2017 en 2019. TABEL 10- Overzicht gebruik particuliere regelingen Voedselbank: aantal uitgegeven voedselpakketten in jaar Aantal aanvragen SUN Aantal aanvragen Caritas 1 Jaarverslag voedselbank 2019 2 Jaarverslag SUN 2019 3 Jaarverslag Caritas 2019

2017

2018

512

562

2019 1.2191 772 393

2.7 Beantwoording onderzoeksvragen Onderzoeksvraag 2: Hoe is het minimabeleid van de gemeente IJsselstein vormgegeven? a. Welke ambities/doelstellingen heeft de gemeente IJsselstein op het gebied van minima en schuldhulpverlening? In de nota ‘Meer doen voor wie minder heeft’ formuleert de gemeente IJsselstein het doel van het minimabeleid als “ervoor zorgen dat mensen genoeg te besteden hebben om in hun dagelijks bestaan te voorzien en maatschappelijk kunnen participeren” (Nota minimabeleid 2016: 2). Het minimabeleid past in het brede doel van participatie, maar in de nota wordt niet verder niet uitgelegd wat onder ‘meedoen’ wordt verstaan. Verwachtingen vanuit de gemeente zijn dat inwoners zelf de eerste stap zetten bij financiële problemen. De gemeente wil daarmee de zelfredzaamheid van inwoners vergroten. Het is volgens de gemeente IJsselstein haar taak om ervoor te zorgen dat inwoners weten hoe die eerste stap gezet moet worden en waar ze heen kunnen met vragen en voor hulp. b. Welke initiatieven en welke maatregelen (inclusief afspraken met derden) heeft de gemeente om uitvoering te geven aan het minimabeleid? Het minimabeleid zet in op inkomensondersteuning en het bevorderen van maatschappelijke, sportieve en culturele participatie.

Om aanspraak te kunnen maken op de inkomensondersteuningsmaatregelen van de gemeente gelden twee inkomensgrenzen: de Rijksoverheid genormeerde grens van 110% van het sociaal minimum, als de door gemeente genormeerde grens van 125% van het sociaal minimum. Daarnaast zet het minimabeleid ook in op preventie. De inkomensondersteuningsmaatregelen zijn bijzondere bijstand, collectieve zorgverzekering, individuele inkomensondersteuning, schuldhulpverlening en kwijtschelding gemeentelijke belasting. Participatie bevorderende maatregelen zijn de U-pas en materiële ondersteuning voor schoolkinderen door Stichting Leergeld (sinds 2018). De preventieve maatregelen zijn de administratieve ondersteuningsdienst Financiën op Orde, uitgevoerd door Stichting Pulse en de aanpak ‘Vroeg eropaf’. c. Welke veranderingen in het armoedebeleid heeft de gemeente doorgevoerd? In 2018 is inzet op jeugdige minima binnen het minimabeleid versterkt via de Klijnsma-gelden door de financiële bijdrage van de gemeente aan de zwemles, fiets en computerregeling voor 23

Rekenkamer

schoolgaande kinderen via Stichting Leergeld. De gemeente heeft hiervoor een dienstverleningscontract met Stichting Leergeld afgesloten. De beleidsregels bijzondere bijstand zijn herijkt. Het minimabeleid is meer en meer onderdeel van participatiebeleid breed: Er is recentelijk een koers sociaal domein 2020-2022 vastgesteld. Preventieve projecten als Vroeg eropaf en Financiën op Orde horend bij het minimabeleid zijn onderdeel van de bouwstenen. Als het gaat om de uitvoeringspraktijk; uitvoeringsorganisatie WIL is in transformatie om te komen tot een dienstverlening waarin meer maatwerk richting minima mogelijk is. Bevindingen over beleidskaders -

De gemeente IJsselstein heeft een beleidskader minimabeleid en kent een uitgebreide set aan minimavoorzieningen bestaande uit inkomen bevorderende en particitatie bevorderende maatregelen Het minimabeleid maakt meer en meer onderdeel uit een breed participatiebeleid waarvoor recentelijk een koers is vastgesteld (Koers sociaal domein 2020-2022) Het huidige beleid leunt sterk op de gedachte van eigen initiatief en zelfredzaamheid

Onderzoeksvraag 3: Hoe vindt de beleidsuitvoering plaats? a. Hoe is de uitvoering van het minimabeleid georganiseerd? De gemeente pakt taken op het gebied van werk en inkomen, WMO, ondersteuning en jeugdhulp in samenhang op Vanuit de gemeente is het sociaal team en het jeugdteam vanuit het sociaal domein aangehaakt bij het minimabeleid. De gemeente IJsselstein besteedt de uitvoering van de inkomensondersteunende maatregelen uit het minimabeleid uit aan Werk en Inkomen Lekstroom: bijzondere bijstand, collectieve zorgverzekering, individuele inkomensondersteuning en schuldhulpverlening. De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wordt uitgevoerd door BSR. Stichting Leergeld voert materiële ondersteuning voor schoolkinderen uit (sinds 2018). Stichting Pulse voert de preventieve administratieve ondersteuningsdienst Financiën op Orde uit. b. Wat is het contact tussen de gemeente en diensten zoals welzijnsorganisaties aangaande deze doelgroep? Een WIL-medewerker sluit aan bij het gemeentelijke sociaal team. Verder vindt er enkele malen per jaar een armoedeoverleg plaats waar de betrokken organisaties aansluiten. Stichting Pulse, gemeente IJsselstein, Stichting Leergeld, Vluchtelingenwerk, SUN, DOIJ (Diaconaal Overleg IJsselstein) en de Caritas sluiten hierbij aan.

Bevindingen over beleidsuitvoering - De uitvoering van de inkomensondersteunende en participatie bevorderende maatregelen uit het minimabeleid en de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen zijn door de gemeente uitbesteed. - De gemeente (het sociaal team en het jeugdteam) neemt deel aan het armoedeoverleg.

24

Rekenkamer

Onderzoeksvraag 4: Hoe doeltreffend is het minimabeleid van de gemeente IJsselstein? Vanuit het hier voorliggende onderzoek kan niet voldoende onderbouwd een uitspraak gedaan worden over de doeltreffendheid van het minimabeleid, omdat de beschikbare data over de doelgroep onvoldoende specifiek is. Voor wat betreft de voorgenomen uitvoeringsagenda uit de nota minimabeleid is aan te geven welke acties er volgens de gemeente en uitvoerende organisaties zijn gerealiseerd. Over het effect van deze acties kunnen geen uitspraken worden gedaan. De nota minimabeleid bevat geen kwantitatieve ambitie waardoor het gebruik niet afgezet kan worden tegen streefwaarden. De eerdere nota8 minimabeleid bevatte die wel. In de beantwoording van de onderzoeksvragen geven we inzicht in het gebruik in de periode 20162020 en waar mogelijk over het bereik. Als het gaat om doeltreffendheid in termen van klanttevredenheid, dan constateren we dat ook daar geen uitspraken kunnen doen. Dit vanwege het ontbreken van een recent klanttevredenheidsonderzoek van de meeste minimaregelingen, uitvoeringsinstantie WIL. a.

Welke punten uit de aanbevelingen van het Rekenkameronderzoek uit 2014 en de uitvoeringsagenda van het minimabeleid zijn gerealiseerd? En hoe? De vijf speerpunten die door de gemeente IJsselstein in de uitvoeringsagenda zijn opgenomen hebben geresulteerd in de acties in de lijn van de nota minimabeleid. Volgens de nota werd voor maart 2017 een evaluatie van de uitvoeringsagenda gepland. Deze evaluatie heeft niet plaatsgevonden. Er is vanuit dit onderzoek geen zicht op de effecten van de uitvoering van de speerpunten en acties. In de nota minimabeleid is een bijlage opgenomen waarin acties worden beschreven in lijn met de aanbevelingen van het Rekenkameronderzoek uit 2014. Een aantal punten is ook al opgenomen als speerpunt van de uitvoeringsagenda uit 2016. Alle punten zijn door de gemeente verwerkt. Er is vanuit dit onderzoek geen zicht op het effect van deze ingezette acties. b. Hoe ziet het gebruik van inkomensondersteuning door minima eruit? En welke ontwikkelingen zien we in de periode 2016-2020? Het aantal aanvragen bijzondere bijstand is over de periode 2016-2018 gedaald; WIL wijst hiervoor economische vooruitgang aan als mogelijke verklaring (WIL, mailwisseling 13 april 2021), maar hier is geen onderzoek naar gedaan. Vanaf 2018 tot 2020 is het aantal aanvragen per jaar vrij stabiel.

Het aantal toekenningen afgezet tegen het aantal besluiten dat is genomen over de jaren 2016-2020 is gedaald. Er is geen onderzoek gedaan naar de verklaring hiervoor. Het geschatte bereik was in 2016 een stuk hoger dan in de jaren erna. Het aantal aanvragen en toekenningen per jaar voor de individuele inkomenstoeslag is geleidelijk gestegen. Op basis van de ons beschikbaar gestelde documenten is hier niet direct

8

De nota uit 2007 zoals genoemd in het vorige rekenkamer rapport op pagina 23: doelstelling om “10% meer minima te bereiken”.

25

Rekenkamer

een verklaring voor aan te wijzen. Het is voor de individuele inkomenstoeslag niet aan te geven wat het bereik is. Van alle inkomensondersteuningsmaatregelen wordt het meest gebruik gemaakt wordt van de collectieve zorgverzekering. Dit is te verwachten aangezien de inkomensgrens voor deze regelingen hoger ligt (125%) dan bij andere regelingen. Het bereik is groot en hoger dan landelijk (BS&F, Evaluatierapport Gemeentepolis 2020; gebaseerd op de minimascan van Stimulansz uit 2019). Het aantal kwijtscheldingen van gemeentelijke belastingen is over de periode 2016-2019 vrij stabiel gebleven. Het bereik kan niet worden berekend. c. Hoe ziet het gebruik van participatiebevordering en schuldhulpverlening door minima in de periode 2016-2020 eruit? Het aantal contacten bij de administratieve ondersteuningsdienst Financiën op Orde is van 2017 naar 2018 gestegen, waar het vervolgens in 2019 weer iets is gedaald. Het bereik is niet te berekenen, omdat de doelgroep niet bekend is. Cijfers voor de U-pas laten zien dat in alle leeftijdscategorieën gebruik gemaakt wordt van de kortingspas. De cijfers over het jaar 2020-2021 zijn nog niet compleet en waren ten tijde van de oplevering van dit rapport voorlopig, maar gekeken over de periode 2016-2019 is te zien dat jaarlijks het aantal inwoners met een U-pas stijgt. Voor 2018 zijn geen gegevens aangeleverd.

Voor 2019 is het geschatte bereik tussen de 77 en de 92%. Voor de jaren 2016 en 2017 ligt het geschatte bereik tussen de 67-85% en 78-99% respectievelijk. In 2019 hebben 175 kinderen hebben gebruik gemaakt van de zwemlesregeling, 68 van de computerregeling en 84 van de fietsregeling van Stichting Leergeld waar de gemeente financieel aan bijdraagt. Het bereik voor de zwemlesregeling ligt tussen de 25-29%, voor de computerregeling tussen de 10-11% en voor de fietsregeling tussen de 12-14%. Het aantal gestarte dossiers schuldhulpverlening per jaar is wisselend in de periode 20162020. Het aantal actieve dossiers ultimo jaar is vrij gelijk gebleven. In 2020 zijn er 122 actieve dossiers en werden er 89 dossiers in dat jaar gestart. Er kunnen geen uitspraken gedaan worden doen het bereik, omdat er geen gegevens zijn over de doelgroep. Bevindingen over de doeltreffenheid - De huidige nota minimabeleid biedt geen SMART- geformuleerde doelstellingen over bijvoorbeeld de doelgroep, het gebruik en bereik van de verschillende regelingen. - De aanbevelingen van het Rekenkameronderzoek uit 2014 zijn door de gemeente verwerkt in acties. Het is niet duidelijk wat de effecten zijn van de ingezette acties. - In algemene zin is het gebruik van de inkomensondersteuning door minima in de periode 2016-2019 stabiel gebleven.

Dat geldt ook voor het kwijtschelden van gemeentelijke belastingen en het aantal gestarte dossiers bij de schuldhulpverlening. De bijzondere bijstand vormt hierop een uitzondering. Daar is aantal aanvragen over de periode 20162018 gedaald. - Het gebruik van de U-pas stijgt sinds 2016 en het bereik is hoog (77% – 92% in 2019)

26

Rekenkamer

3. Armoede(beleid) in de dagelijkse praktijk: ervaringen van minima en organisaties 3.1 Leven in armoede: Ervaringsverhalen via vier persona In deze paragraaf is het perspectief van minima zelf op armoede en op de ondersteuning die zij krijgen uitgewerkt. De persona’s zijn gebaseerd op de verhalen van negen inwoners van IJsselstein over hun leven met een laag inkomen. De persona’s zijn niet getoetst op representativiteit voor minima in IJsselstein. Per persona wordt een schets van de huishoudsituatie en inkomenssituatie gegeven, wordt beschreven hoe mensen met de situatie omgaan en welke impact armoede heeft. Daarnaast worden ook de ervaringen van mensen met instanties en mogelijke verbeterpunten besproken. In de constructie van de persona is ervoor gekozen om een zo groot mogelijke diversiteit aan situaties en ervaringen mee te nemen. Tegelijkertijd komen via de verhalen uit de interviews ook patronen in beeld. Om de unieke verhalen en patronen te combineren op een manier die recht doet aan de situatie van mensen in IJsselstein zijn bij de constructie van de persona zijn ook de ervaringen van de professionals en vrijwilligers van de betrokken organisaties met minima meegenomen (voor meer details over de persona’s zie ook de onderzoeksverantwoording).

Persona 1: Statushoudergezin met vier thuiswonende kinderen, veertigers, uit Syrië gevlucht voor de oorlog, huurwoning Leefsituatie “Sinds we statushouder zijn geworden in Nederland leven we van de bijstand. Doordat we nu drie jaar in IJsselstein wonen, kunnen we voor het eerst individuele inkomenstoeslag aanvragen. In Syrië was ik ondernemer”, zegt de man. “Ik ben klaar met mijn inburgering, maar ik heb gezondheidsproblemen. In het voorjaar word ik geopereerd. Ik hoop op termijn in Nederland een eigen zaak te beginnen.” “We zijn dankbaar”, zegt de vrouw, “maar de financiële situatie zorgt voor spanning. Onze financiële situatie was zoveel beter in Syrië. We maken berekeningen wat we kunnen besteden, dan pakken we echt pen en papier erbij. Het is vooral vervelend voor de kinderen. Zij zien dat kinderen op school bepaalde spullen hebben en zij willen dat ook. Onze dochter wil graag dansen, maar op dit moment kunnen we dat niet betalen. Ik vind het ook jammer dat ik mijn universitaire studie niet heb kunnen afmaken. Hopelijk kan ik in Nederland nog wel werk op niveau krijgen.” Ondersteuning “We worden geholpen door Vluchtelingenwerk. Ook voor ons contact met WIL zijn we afhankelijk van Vluchtelingenwerk; we spreken de taal niet voldoende. We leven van de bijstand, maar dit is niet elke maand voldoende.

Het is best wel frustrerend om te zien dat een gezin met vier kinderen dezelfde norm krijgt als een kleiner gezin. Via Stichting Leergeld hebben we twee fietsen en twee laptops gekregen voor de kinderen. Dat was heel snel geregeld. Wat voor ons onhandig is, is dat het vaak lang duurt voordat we weten waar we aan toe zijn. We zijn volledig afhankelijk van onze contacten met Vluchtelingenwerk, op een

27

Rekenkamer

andere manier komen we niet aan onze informatie. De individuele inkomenstoeslag hebben we bijvoorbeeld een maand geleden ingediend, maar het is ons niet duidelijk wanneer we iets horen. Ook de reiskostenvergoeding voor de schakelklas in Utrecht voor twee van onze kinderen moeten we jaarlijks aanvragen en dit duurt maanden. Hierdoor moeten we maandelijks 185 euro voorschieten, dat is heel veel geld als je van de bijstand leeft.” Verbeterpunten gemeente IJsselstein “Taal is een struikelblok voor ons, we hebben voor veel zaken een tolk nodig. Het zou ons erg helpen als we informatie over regelingen in onze eigen taal zouden hebben. Niet alleen over de regelingen van WIL, maar ook informatie over bijvoorbeeld Stichting Leergeld. De reiskostenvergoeding voor de schoolgaande kinderen moeten we jaarlijks aanvragen terwijl ze weten dat onze kinderen naar de schakelklas gaan. Dat zou toch niet iedere keer opnieuw moeten worden aangevraagd.”

Persona 2: Gezin met 2 thuiswonende kinderen, dertigers, huurwoning, kind met gezondheidsproblemen Leefsituatie: “We leven al van weinig geld sinds we op onszelf zijn gaan wonen”, zegt de vrouw. Beiden hebben een VMBO-diploma en hebben geen vervolgopleiding gedaan. “Ik verloor mijn baan en heb drie jaar thuisgezeten, mijn vrouw is toen meer gaan werken”, vertelt de man, “Nu heb ik weer werk en is mijn vrouw gestopt met werken om voor de kinderen te zorgen.” Een van de kinderen heeft gezondheidsproblemen, waar de vrouw mantelzorger voor is. Mogelijk wil ze gaan werken zodra het kind naar de middelbare school kan. “We leven van een weekbudget dat we voor onszelf opstellen. We fietsen om voor de aanbiedingen in de supermarkt. We hebben niet veel mensen om ons heen en houden niet van hulp vragen. Soms springt opa bij, zoals laatst toen we onverwacht hoge kosten hadden voor de beugel van onze zoon. In mijn hoofd is het soms chaos en ik heb wel zorgen”, zegt de vrouw, “maar we redden het wel. We wonen in een huurwoning en ontvangen huurtoeslag. De kinderen merken nog niet veel de van financiële situatie, uiteindelijk zorgen we er ook voor dat hen niks tekort komt. Via Stichting Kansarme Kinderen kan je een pakket met nieuwe kleren en schoenen aanvragen, maar dan moet je zelf verzendkosten van 7 euro betalen.

Dat is eigenlijk te veel.” Ondersteuning “We maken gebruik van Stichting Leergeld en de U-pas. Toen mijn man geen werk had, hadden we ook contact met WIL”, zegt de vrouw. “Via Stichting Leergeld worden dingen heel snel geregeld. Na enkele dagen stonden ze voor de deur met een laptop voor mijn zoon. Ik weet niet helemaal waar ik allemaal recht op heb, maar van de regelingen waar we gebruik van maken zijn de formulieren wel duidelijk. Zelf maken we eigenlijk geen gebruik van de U-pas, zonde eigenlijk. De kinderen gebruiken hem wel. We zijn zelf niet actief op zoek naar regelingen. Pas als ik op dingen stuit waar we niet uitkomen, zoeken we op hoe we het kunnen oplossen. We vinden het moeilijk om dingen aan te nemen. We worden wel geholpen door een buurtgezin; zij nemen de kinderen mee op uitstapjes, zodat wij ook af en toe rust hebben en zodat de kinderen ook eens iets leuks kunnen doen.”

28

Rekenkamer

Verbeterpunten gemeente IJsselstein “Ik zou aan de gemeente willen adviseren om bijvoorbeeld een informatielijst te maken met een overzicht van welke regelingen er zijn en die aan mensen mee te geven. De gemeente moet ook laten weten dat mensen hulp moeten vragen als ze dit nodig hebben, daar heb ik zelf moeite mee. Wij kunnen de tandarts voor onszelf niet betalen, hierdoor hebben wij slechte tanden. Als ik ooit ga solliciteren zal me dit in de weg zitten. Ik zou graag wat aan mijn gebit willen laten doen, maar er is geen geld voor. Ook is de wasmachine aan vervanging toe, door medische noodzaak voor mijn zoon wordt hij dagelijks gebruikt. We kunnen dit niet betalen en het is heel lastig om bijzondere bijstand te krijgen. Het zou fijn zijn als er een potje bij de gemeente was voor maatwerk. Dit zou ook gebruikt kunnen worden als de U-pas en Stichting Leergeld ontoereikend is, kinderen kunnen namelijk nog niet altijd meedoen.”

Persona 3: Alleenstaande moeder met 2 thuiswonende kinderen, dertiger, gescheiden, 100% afgekeurd, huurwoning, schuldsaneringstraject Leefsituatie “Vroeger werkte ik als kok in de horeca, nu ben ik 100% afgekeurd. Vanaf mijn scheiding heb ik in een schuldsaneringstraject gezeten, maar ik ben er bijna uit. Het huis moest verkocht worden in een slechte tijd, en voor de scheiding was de financiële situatie ook al niet goed. Toen ik in het schuldsaneringstraject kwam, heb ik tegen mijn oudste gezegd dat ik de telefoon en het zakgeld niet meer kon betalen en dat ze zelf een baantje moest zoeken. Ze heeft nu een krantenwijk. De kinderen hebben begrip voor de situatie, maar vinden het wel lastig. Mijn dochter begint oog te krijgen voor merkkleding, dat kan ik niet betalen. Gelukkig kan familie af en toe bijspringen en komen ze weinig tekort. Dit jaar moet ik het voor de eerste keer zonder de Voedselbank doen; je hebt er maar 3 jaar recht op. Ik heb wat blikken groenten kunnen opsparen, maar het is nu wel krap elke maand. Zelfs als ik een gratis entreekaartje voor dierentuin gratis krijg, besluit ik om het alsnog niet te doen. Want parkeren en een patatje eten, dat kan niet. Eigenlijk is de kinderbijslag om kleding voor de kinderen te kopen, maar ik heb het nodig om de gaten op te vullen.

We zijn nog nooit op vakantie geweest.” Ondersteuning “Ik zit in de bijstand, maar veel geld gaat naar de schuldeiser. Ik vind het lastig om uit te zoeken waar ik recht op heb, er is geen duidelijke lijst met regelingen. Ik heb op school van een andere moeder gehoord dat Stichting Leergeld bestond. Stichting Leergeld heeft ons verder geholpen en informatie verstrekt. Daar hebben WIL of de gemeente nooit iets over gezegd. Vanuit WIL heb ik wel de U-pas. Ik heb vrijwel geen persoonlijk contact met de WIL, maar als ik iets moet regelen of aanvragen gaat dit moeizaam en duurt het vaak lang. Door ondersteuning van Stichting Leergeld en de U-pas kunnen de kinderen sporten. De kinderen krijgen hun speelgoed via de Speelgoedbank, daar mogen ze af en toe iets gaan uitzoeken en we maken gebruik van de Kledingbank. Hier kunnen we terecht om kleding uit te zoeken.”

29

Rekenkamer

Verbeterpunten gemeente IJsselstein “Het zou fijn zijn als je een maatje had om te helpen. Dat je niet zo het gevoel hebt dat je er alleen voor staat en dat diegene je kan wijzen op regelingen. Met corona was de Kledingbank dicht, dit zorgt ervoor dat gezinnen zoals wij moeite hebben om aan onze kleding te komen. Kinderen groeien snel, vooral schoenen zijn vaak een probleem.”

Persona 4: Alleenstaande man, zestiger, gescheiden, huurwoning, Leefsituatie “Ik sta er echt helemaal alleen voor. Ik heb constant stress vanwege mijn financiële situatie en eindig elke maand in het rood. Door mijn zorgen spreek ik ook met een psycholoog”, zegt de man. “Ik ben financieel niet goed uit de scheiding gekomen en heb een tijdje geen goede woonplek gehad. Uiteindelijk woon ik nu in een 55+-huurwoning. Ik heb gisteren een sollicitatiegesprek gehad, maar ik heb er nog niks van gehoord, even afwachten dus. Ik heb een aantal jaar geleden de niet al te goede keuze gemaakt om ZZP-er te worden, hiervoor had ik een bedrijfswagen gekocht. Helaas heb ik door mijn schulden mijn bedrijfswagen moeten verkopen, waardoor ik mijn werk als ZZP-er ook niet meer op dezelfde manier kan oppakken. Ik mis wel echt een partner om mijn zorgen mee te delen.” Ondersteuning “De contacten met WIL gaan bij mij helemaal via een vrijwilliger van Pulse. Hij helpt mij met formulieren invullen en wijst me op regelingen. Zonder deze vrijwilliger van Financiën op Orde is het voor mij moeilijk om dingen te regelen, ik begrijp niet hoe alles werkt. Vooral in de digitale wereld ben ik niet thuis. Bij Pulse onderteken je een samenwerkingsovereenkomst dat je eerlijk bent en open kaart speelt. Dat vind ik wel lastig, ik wil niet altijd mijn verhaal blootleggen.

Ik heb ook een U-pas, maar die ligt nog in de la. Ik kan niet altijd de motivatie vinden om dingen te regelen en uit te zoeken.” Verbeterpunten gemeente IJsselstein “Ik zou willen dat de gemeente je belt om te vragen wat je nodig hebt, hoe het gaat en over de regelingen vertelt. Niet andersom. Ik wil meer persoonlijk contact. Daarnaast heb ik een bril met speciale glazen nodig, die ik niet kan betalen. Hier zou ik graag financiële ondersteuning voor krijgen.”

3.2 Ervaringen uitvoeringspraktijk betrokken organisaties In deze paragraaf zijn de ervaringen van de professionals en vrijwilligers van de betrokken organisaties met minima, de samenwerking, de toegankelijkheid van de regelingen, verbeterpunten en de aandacht voor vroegsignalering uitgewerkt.9

9

Zie bijlagen voor lijst geïnterviewden en topiclijsten

30

Rekenkamer

Minima in IJsselstein: een gemêleerde doelgroep Uit de verhalen van de professionals blijkt dat inwoners met een smalle beurs een heel gemêleerde doelgroep is. Het zijn zowel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt als mensen die goed bemiddeld kunnen worden en vrij snel weer aan het werk kunnen. De professionals komen mensen met taalproblemen en laaggeletterdheid tegen. Veel mensen zijn niet voldoende digitaal vaardig om zelfstandig aanvragen te kunnen doen. De hulpverleners geven ook aan dat armoede impact heeft op alle leefgebieden, zoals gezondheid, welzijn, relaties en sociaal netwerk. De groep ZZP-ers in financiële problemen wordt genoemd als een nieuwe groep, ten gevolge van de coronacrisis. Ook benoemen zij beiden de schrijnende gevallen, mensen die tussen wal en schip vallen. Samenwerking onderling en met de gemeente De professionals van de verschillende organisaties en de gemeente hebben nauw contact met elkaar. De deelnemende organisaties vinden het armoedeoverleg dat enkele keren per jaar plaatsvindt nuttig. De professionals werken veel samen. De U-pas is een belangrijke spil, omdat veel inwoners daar gebruik van maken. U-pas werkt weer samen met Stichting Leergeld. Deze organisatie komt daadwerkelijk achter de voordeur en signaleert veel. Welzijnsorganisatie Pulse stuurt cliënten soms door naar SUN Lekstroom of naar Caritas.

Het contact met de gemeente ervaren de professionals over het algemeen als goed. Al wordt ook aangegeven dat het soms stroperig gaat. Eén van de professionals: “Ten aanzien van WIL vind ik dat ze toegankelijk zijn en bereid om mee te praten. Verder heel stroperig. Dingen die je aangeeft, daar wordt weinig mee gedaan. Ik weet niet waar het precies mis gaat. Mijn gevoel zegt bij dat het lastig gaat bij beleidsmakers, dat de werkvloer wel wil. Maar het komt niet bij top terecht. Zoals regelingen die elk jaar opnieuw moeten worden aangevraagd.” Een andere deelnemer geeft aan dat de gemeente soms ook wel rigide werkt. Dat het maatwerk te vaak ontbreekt zodat er schrijnende situaties ontstaan. Toegankelijkheid van de regelingen De professionals zien dat hoewel sommige van hun cliënten wel afweten van de mogelijkheden voor regelingen die er zijn, ze door andere obstakels worden gehinderd bij het aanvragen ervan. Zo kan er een gebrek zijn aan digitale vaardigheden, spelen er taalproblemen of laaggeletterdheid (ook bij jongeren). Een professional die werkt voor het project Financiën op Orde zegt: “We merken dat mensen niet begrijpen wat er staat. Daar lopen we heel erg tegenaan. Voor ons simpele formulieren die niet ingevuld kunnen worden. Mensen die de taal niet goed genoeg spreken.

We zien het ook terugkomen onder jongeren” Ook vinden ze het lastig dat bepaalde regelingen, zoals een inkomenstoeslag, elk jaar opnieuw moet worden aangevraagd. Door cultuurverschillen weten mensen soms niet wat ze mee moeten nemen naar afspraken. Eén van de professionals vult aan: “Regulier zijn gemeenten zo georganiseerd dat inwoners met een laag inkomen een regeling moeten aanvragen. Voor elke aanvraag dient een inkomenstoets te worden gedaan. Dit geeft vaak problemen bij de doelgroep. Aanvraag is voor hen te ingewikkeld, te veel gedoe en/of schaamte, maar er is ook veel stress. Met als gevolg dat er niet of in beperkte mate gebruik gemaakt wordt van de regelingen.” Gewenste verbeterpunten De oplossing voor het probleem van de onbekendheid met regelingen lijkt te liggen in de manieren waarop gecommuniceerd wordt. Door mensen die in een bijstandssituatie komen

31

Rekenkamer

direct de juiste informatie te geven. Maak gebruik van pictogrammen. Eén van de professionals vertelt dat in Lopik gebruik wordt gemaakt van verschillende boekjes met informatie voor minima: eentje voor gezinnen, voor studenten, ouderen, eenoudergezinnen. Dat lijkt best succesvol. “Ik denk aan een simpele goede website, mensen gaan daar toch op terugvallen. Als je dat begrijpelijk maakt voor iedereen, in diverse talen. Vanuit de gemeente. Met alle dingen erop. Hij is al een stuk verbeterd, maar kan nog beter.” Daarbij geven de professionals aan dat het niet alleen voor inwoners noodzakelijk is dat de informatie duidelijk en goed vindbaar moet zijn. Zelf doen zij ook aanvragen uit naam van hun cliënten. Ze zijn echter hulpverleners en geen financieel begeleiders en weten soms ook niet van alle regelingen het fijne af. “Wij als sociaal team en jeugd team zouden er meer vanaf moeten weten. Een boekje voor cliënten en voor hulpverleners, hoeft niet heel verschillend te zijn. Ben er groot voorstander van.” Het belang van vroegsignalering Wat uit beide gesprekken naar voren kwam en waar steeds meer aandacht voor komt, is het belang en de mogelijkheden voor vroegsignalering.

Doordat leveranciers (woningcorporaties, energie, water en of zorgverzekering) zorgelijke betalingsachterstanden kunnen doorgeven aan gemeenten kunnen die actiever en eerder aan een oplossing gaan werken voordat het echt misgaat. Deze mogelijkheid is per 1 januari 2021 ingegaan en zowel de gemeente als de professionals zijn hier blij mee. Dit nieuwe instrument was al in 2016 als actiepunt in de uitvoeringsagenda opgenomen en komt ook terug in de Koers Sociaal Domein. WIL heeft er het project ‘Vroeg eropaf’ aan gekoppeld, waarbij inwoners waar zorgen over bestaan actief benaderd worden.

3.3 Beantwoording van de onderzoeksvraag Onderzoeksvraag 1: Hoe wordt het minimabeleid van de gemeente IJsselstein door de gebruikers ervan ervaren? Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen gebruiken we niet de fictieve ervaringsverhalen uit de bovenstaande gepresenteerde persona’s, maar de informatie van de 9 ondervraagde minima. a. Welke (financiële) knelpunten ervaart de doelgroep in het dagelijks leven? De bevraagde minima worden door een laag inkomen beperkt in hun uitgaven. Dit geldt voor primaire levensbehoeften en extra’s. Boodschappen doen gaat volgens een budget en er wordt goed gekeken naar aanbiedingen. Soms is de Voedselbank noodzakelijk. Kleren worden veelal tweedehands of vanuit de Kledingbank verkregen. Een vakantie, cadeautjes of een uitje kunnen de bevraagde minima niet zomaar doen. Een gedeelte van de bevraagde minima heeft veel zorgen over de financiële situatie, bijvoorbeeld als de kinderen ouder worden. Sommige ouders geven aan dat kinderen niks te kort komen, soms door steun vanuit familie of vrienden. Oudere kinderen uit minimagezinnen moeten soms voor hun eigen dingen een bijbaan zoeken. Specifieke voorbeelden waar minima tegenaan lopen is dat ze bijvoorbeeld niet voldoende naar de tandarts kunnen gaan. Zo gaf iemand aan eerder tanden te laten trekken bij de 32

Rekenkamer

kaakchirurg, omdat dit vergoed wordt door de basisverzekering, dan naar de tandarts te gaan. Ook kunnen minima die een bril nodig hebben, niet altijd de bril betalen. b. Hoe ervaart de doelgroep van het minimabeleid de toegang tot de verschillende gemeentelijke regelingen en voorzieningen? Hoe zijn zij hier op gewezen? Wie heeft hen daarbij geholpen? Het is volgens de bevraagde minima niet altijd duidelijk welke regelingen er zijn. De toegang tot regelingen is daarom ook vaak niet duidelijk. Verschillende minima geven aan dat ze er via via op worden gewezen of ze gaan zelf op onderzoek uit. Als men eenmaal in contact is gekomen met Stichting Leergeld, wordt vanuit deze organisatie vaker hulp geboden en gewezen op andere instanties, aldus de geïnterviewden. Uit één ervaringsverhaal werd duidelijk dat een particuliere regeling slechts voor een beperkte periode te gebruiken was, terwijl de ondersteuning - in dit geval - in eerste levensbehoeften nog noodzakelijk was. Ook werd aangegeven door huishoudens met kinderen dat hun kinderen nog niet altijd voldoende kunnen participeren in de samenleving. Zij gaven aan dat er behoefte is aan maatwerk en aandacht of steun voor individuele gevallen wanneer gemeentelijke minimaregelingen ontoereikend zijn. c.

Welke informatie hebben zij gekregen van de gemeente? Vanuit de gemeente en uitvoeringsorganisatie WIL ontvangen de geïnterviewden weinig tot geen informatie. Sommigen geven aan dat ze op de website van WIL zien welke regelingen er zijn. d. Is duidelijk welke maatregelen er zijn en voor wie deze bedoeld zijn? Was deze informatie duidelijk en was het duidelijk hoe men gebruik kan maken van gemeentelijke ondersteuning (toegankelijkheid van de aanvraag)? Het is voor de geïnterviewde minima vaak niet duidelijk of ze in aanmerking komen voor regelingen. Taal wordt hier door sommigen als een probleem ervaren. Er wordt aangegeven dat een duidelijke lijst met instanties/regelingen mist. Soms is hulp nodig om erachter te komen welke regelingen er zijn en wanneer ze er recht op hebben. e. Welke knelpunten ervaren mensen als het gaat om deze regelingen? Zijn bijvoorbeeld formulieren duidelijk en toegankelijk? Voor sommige geïnterviewde minima zijn formulieren duidelijk. Zij kunnen ze na wat hulp zelf invullen. Voor anderen blijft het lastig. Zij blijven ook hulp nodig hebben. Dit kan komen door problemen met de taal, een gebrek aan digitale vaardigheden of het is voor hen niet haalbaar om het begrip te krijgen om deze taak zelf uit te voeren. Voor hen is hulp nodig van een vrijwilliger van Pulse, vanuit Financiën op Orde. f.

Hoe lang moest de cliënt wachten na het doen van een aanvraag op een reactie/toezegging/afwijzing? Was duidelijk waar de cliënt recht op had? De geïnterviewden geven aan dat de aanvragen bij Stichting Leergeld erg snel worden verwerkt. De wachttijd bij de U-pas wordt ook als snel ervaren. Het aanvragen van reiskosten voor schoolgaande kinderen duurt ongeveer 4 maanden. Tot die tijd moet men de kosten zelf voorschieten.

33

Rekenkamer

g. Hoe dragen de maatregelen van de gemeente bij aan het verminderen van (geld)zorgen van de doelgroep van de regelingen? Helpt het mensen verder? Wat betekenen de regelingen voor het dagelijkse leven van mensen die in armoede leven? De geïnterviewden geven aan dat regelingen enorm helpen. Een uitkering is vaak onvoldoende. Kinderen van de geïnterviewde minima maken veel gebruik van regelingen van Stichting Leergeld en de U-pas. Dit maakt het mogelijk om te sporten, een laptop of fiets te regelen voor school, of een uitje bij te wonen. Voor de minimaregelingen bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag en de collectieve zorgverzekering is dit niet uit de interviews te bepalen, doordat niet veel geïnterviewden hier gebruik van maken. h. Waarom maken inwoners niet altijd gebruik van de regelingen die voor hen beschikbaar zijn? De geïnterviewden geven aan dat ze niet altijd op zoek gaan naar alle regelingen die ze kunnen gebruiken. Er wordt soms aangegeven dat ze niet houden van hulp vragen en het wel redden, of dat ze pas hulp zoeken als ze tegen een probleem aanlopen. i.

Hoe ervaren de professionals en vrijwilligers van de betrokken organisaties het gevoerde minimabeleid? En waar zien zij noodzaak voor aanpassing? Professionals geven aan dat minima die zij in hun dagelijkse werk ontmoeten een heel diverse doelgroep is qua situatie en mogelijkheden tot verbetering. Armoede heeft volgens hen invloed op alle leefgebieden, zoals gezondheid, welzijn, relaties en sociaal netwerk. Ze zien dat veel mensen de regelingen en formulieren niet begrijpen. Ook hulpverleners zelf geven aan dat zij beperkte kennis hebben over de minimaregelingen. Er is veel samenwerking tussen de organisaties in IJsselstein en daaraan is ook behoefte. Betrokken organisaties zien de communicatie naar de doelgroep graag verder verbeteren door het te vereenvoudigen (via bijvoorbeeld pictogrammen). Daarnaast pleiten ze ook voor het verminderen van de administratie bij het aanvragen van regelingen. Bevindingen over ervaringen minima en professionals met het minimabeleid - Voor zover bekend dragen de maatregelen van de gemeente bij aan het verminderen van (geld)zorgen bij de minima. - Minima geven aan behoefte te hebben aan een overzicht van het aantal regelingen van de gemeente en andere instanties om zicht te krijgen op wat de mogelijkheden zijn voor ondersteuning.

Daarnaast is er behoefte aan ondersteuning bij het uitzoeken waar iemand recht op heeft en bij het doen van een beroep op een voorziening. - Schaamte, taal, gebrek aan digitale vaardigheden zijn drempels die door minima en professionals genoemd worden als het gaat om toegankelijkheid van de regelingen.

34

Rekenkamer

Geraadpleegde stukken Stukken gegroepeerd per organisatie/onderdeel: Gemeente IJsselstein: • Gemeente IJsselstein (2016) Nota ‘Meer doen voor wie minder heeft’. • Gemeente IJsselstein, Koers Sociaal Domein 2020-2022 • Gemeente IJsselstein, Regelingen jeugdige minima, 2018 • Raadsbesluit collectieve zorgverzekering 3 oktober 2019 op raadsvoorstel 728190 • Raadsvoorstel, Koers Sociaal Domein, 5 november 2019 • Ambtelijke notitie, Kengetallen en KPI’s minimaregelingen 2012-2017 • Concept Sociale kaart van instanties die minima ondersteunen in IJsselstein (n.d.) WIL: • • • • • • •

WIL. (2020). Rapportage 3de kwartaal, peildatum 1 oktober. Cliëntenraad WIL. (2019). Ongevraagd advies collectieve zorgverzekering vanaf 2020. WIL. (2018). Beleidsregels individuele bijzondere bijstand 2018. WIL. (2018). Jaarverslag 2017. WIL. (2017). Jaarverslag 2017. BMC. (2017). Klanttevredenheidsonderzoek WIL. WIL. (2015). Verordening individuele inkomenstoeslag WIL.

Samenwerking: • Werkafspraken Vroeg Eropaf (2016). • Overeenkomst van collectieve zorgverzekering voor minima tussen VGZ zorgverzekeraar NV en de gemeente IJsselstein (n.d.) • Dienstverleningsovereenkomst Stichting Leergeld en Gemeente IJsselstein 2018. Betrokken organisaties: • SUN Lekstroom. (2019). Jaarverslag 2019. Stichting Urgente Noden Lekstroom. • SUN Lekstroom. (2020). Nieuw: Sociaal Leenfonds per 1 november. Verkregen via https://sunlekstroom.nl/nieuws/29-10-2020-nieuw-sociaal-leenfonds-per-1november • Stichting Leergeld. (2019). Jaarverslag 2019. Stichting Leergeld IJsselstein. • Stichting Leergeld. (2019). Stichting Leergeld IJsselstein Beleidsplan. • Stichting Leergeld. (2019). Overzicht aanvragen Stichting Leergeld. • Stichting Pulse. (2019). Cijfers Financiën op Orde 2017-2018-2019. • Stichting Pulse. (2018). Factsheet Financiën op Orde. • Caritas werkgroep IJsselstein. (2019). Jaarverslag 2019. • U-pas. (2021). Overzicht gebruik U-pas. Onderzoeksbureau: • AEF. (2017). Maximaal voor de jeugd. • BS&F. (2020) Evaluatierapport Gemeentepolis 2020. • Regioplan. (2014). Onderzoek minimabeleid IJsselstein. Rapport van bevindingen. 35

Rekenkamer

Bijlage 1 Armoede in IJsselstein cijfermatig in beeld Aandeel huishoudens met een laag inkomen De meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)10 ten aanzien van particuliere huishoudens11 met een laag inkomen in IJsselstein laten het volgens beeld zien: In 2019 had 7.1% van de huishoudens in IJsselstein een inkomen van 110% van het sociaal minimum, 9.5% had een inkomen van 120% van het sociaal minimum en 11,6% zat op 130% van het sociaal minimum voor minstens 1 jaar (zie tabel A).

Als we kijken naar de situatie van mensen die al minstens vier jaar een laag inkomen hebben, dan varieert het percentage huishoudens tussen de 1.8% (voor 101% van het sociaal minimum) en 7.4% (130% van het sociaal minimum). TABEL A: Relatieve percentages particuliere huishoudens.12 % huishoudens

101% sociaal minimum voor minstens 1 jaar 101% sociaal minimum voor minstens 4 jaar 110% sociaal minimum voor minstens 1 jaar 110% sociaal minimum minstens 4 jaar 120% sociaal minimum voor minstens 1 jaar 120% sociaal minimum minstens 4 jaar 130% sociaal minimum voor minstens 1 jaar 130% sociaal minimum minstens 4 jaar

IJsselstein 2016

2017

4.3

4.2

1.5

2018

Provincie Utrecht

Nederland

2019

20162019

2016

2017

2018

2019

20162019

2016

4.4

4.7

0.4

6.0

6.0

5.8

5.8

-0.2

7.3

1.6

1.6

1.8

0.3

2.1

2.3

2.4

2.5

0.4

7.2

6.8

7.1

7.1

-0.1

9.0

9.0

8.7

8.6

3.5

3.5

3.7

3.8

0.3

4.4

4.5

4.6

9.7

9.4

9.6

9.5

-0.2

11.5

11.4

5.3

5.4

5.5

5.7

0.4

6.3

12.2

11.8

11.9

11.6

-0.6

7.2

7.2

7.2

7.4

0.2

2017

2018

2019

20162019

7.2

7.0

7.0

-0.3

2.8

2.9

3.0

3.2

0.4

-0.4

11.0

10.9

10.6

10.4

-0.6

4.7

0.3

5.7

5.8

5.9

6.0

0.3

11.1

10.9

-0.6

14.0

13.8

13.4

13.2

-0.8

6.4

6.4

6.5

0.2

8.0

8.2

8.2

8.3

0.3

13.9

13.7

13.3

13.1

-0.8

16.7

16.5

16.1

15.8

-0.9

8.1

8.2

8.2

8.2

0.1

10.2

10.3

10.3

10.4

0.2

Bron: CBS. De cijfers van 2019 zijn voorlopig.

10

Het CBS hanteert de categorieën 101%, 110%, 120%, 130%, 140% en 150% van het sociaal minimum. De categorieën 140% en 150% zijn niet meegenomen, omdat deze wat betreft de minimaregelingen in IJsselstein niet relevant zijn. 11 Particuliere huishoudens zijn een verzameling van één of meer personen die een woonruimte bewoont en zichzelf daar particulier, dat wil zeggen niet-bedrijfsmatig voorziet in dagelijkse levensbehoeften. https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/_links-oude-site/particuliere-huishoudens 12

Studentenhuizen en huishoudens die niet het gehele jaar een inkomen hadden zijn hierbij niet meegenomen.

36

Rekenkamer

Aantal huishoudens met een laag inkomen Over de periode 2016-2019 geldt een toename van het aantal huishoudens die op 101% van het sociaal minimum leven, voor minstens 1 en 4 jaar (zie tabel B). Het aantal huishoudens dat voor minstens 4 jaar een inkomen heeft rondom het sociaal minimum (101-130%) is ook toegenomen.

TABEL B: Aantal particuliere huishoudens met lage inkomens in IJsselstein. Aantal huishoudens (bij benadering)13 Totaal aantal huishoudens IJsselstein 101% sociaal minimum voor minstens 1 jaar 101% sociaal minimum voor minstens 4 jaar 110% sociaal minimum voor minstens 1 jaar 110% sociaal minimum minstens 4 jaar 120% sociaal minimum voor minstens 1 jaar 120% sociaal minimum minstens 4 jaar 130% sociaal minimum voor minstens 1 jaar 130% sociaal minimum minstens 4 jaar

2016 14132 608 212 1018 495 1371 749 1724 1018

2017 14218 597 227 967 498 1336 768 1678 1024

2018 14359 632 230 1019 531 1378 790 1709 1034

2019 14363 675 259 1020 546 1364 819 1666 1063

Verschil 2016-2019 231 67 47 2 51 -6 70 -58 45

Bron: CBS en WSJG, eigen bewerking. De cijfers van 2019 zijn voorlopig. Aantal kinderen in huishoudens met een laag inkomen Het aantal kinderen in huishoudens met een inkomen rond het sociaal minimum is afgenomen over de periode 2016-2019 (tabel C). Ondanks een toename in aantal huishoudens in IJsselstein door groei van de bevolking (zie tabel B) is het aantal kinderen in IJsselstein over deze periode is afgenomen. Mogelijk hangt dit samen met het afnemen van het aantal kinderen in minimagezinnen.

TABEL C: Aantal kinderen in particuliere huishoudens met lage inkomens in IJsselstein. Aantal kinderen (bij benadering) Aantal kinderen IJsselstein 101% sociaal minimum voor minstens 1 jaar 101% sociaal minimum voor minstens 4 jaar 110% sociaal minimum voor minstens 1 jaar 110% sociaal minimum minstens 4 jaar 120% sociaal minimum voor minstens 1 jaar 120% sociaal minimum minstens 4 jaar 130% sociaal minimum voor minstens 1 jaar 130% sociaal minimum minstens 4 jaar

2016 8384 386 92 537 218 679 310 805 377

2017 8297 340 100 498 183 622 274 763 373

2018 8195 311 90 475 197 615 254 729 336

2019 7991 328 112 463 200 607 288 695 360

Verschil 2016-2019 -393 -58 20 -73 -18 -72 -23 -110 -18

Bron: CBS en WSJG, eigen bewerking. De cijfers van 2019 zijn voorlopig. Achtergrondkenmerken huishoudens met een laag inkomen In tabel D tot en met H is het relatief percentage huishoudens met een inkomen van 110% van het sociaal minimum uitgesplitst naar achtergrondkenmerken van de huishoudens, om een

13

De berekeningen zijn bij benadering, omdat het CBS op honderdtallen afrondt.

37

Rekenkamer

beeld te krijgen van welke groepen huishoudens relatief vaker rondom het sociaal minimum leven.14 Hierbij is gekeken van huishoudens die minimaal 1 jaar dit inkomen hebben. Type huishouden Eenpersoonshuishoudens, ook wel alleenstaanden genoemd, in IJsselstein hebben relatief vaak een inkomen rondom het sociaal minimum (zie tabel D). Ook voor eenoudergezinnen geldt dat zij relatief vaak in armoede leven, al is relatief gezien dit percentage wel afgenomen tussen 2016 en 2019.

TABEL D: Relatieve percentages huishoudens in IJsselstein met een inkomen van 110% van het sociaal minimum, naar kenmerken van huishoudens. % huishoudens 110% van sociaal minimum Eenoudergezinnen Eenpersoonshuishoudens Paar zonder kind Paar met kind

2016

2017

2018

2019

Verschil 2016-2019

14.8 15.2 2.6 2.5

13.7 14.6 2.5 2.2

12.7 14.8 2.9 2.2

12.3 15.1 2.9 2.2

-2.5 -0.1 0.3 -0.3

Bron: CBS. De cijfers van 2019 zijn voorlopig. Leeftijd hoofdkostwinnaar Bijna een tiende van de huishoudens met een kostwinnaar van 65 jaar en ouder in IJsselstein heeft in 2019 een inkomen van 110% van het sociaal minimum (zie tabel E). Opvallend is de daling onder huishoudens met een hoofdkostwinnaar tot 25 jaar, daarvan is het percentage dat een inkomen 110% van het sociaal minimum heeft, afgenomen van 13.7% naar 7.7%.

TABEL E: Relatieve percentages huishoudens in IJsselstein met een inkomen van 110% van het sociaal minimum, naar leeftijd van de hoofdkostwinnaar. % huishoudens 110% van het sociaal minimum Hoofdkostwinnaar tot 25 jaar Hoofdkostwinnaar 25 tot 45 jaar Hoofdkostwinnaar 45 tot 65 jaar Hoofdkostwinnaar 65 jaar en ouder

2016

2017

2018

2019

Verschil 2016-2019

13.7 7.9 5.4 9.0

16.5 7.6 5.1 8.6

9.1 7.4 5.3 9.6

7.7 7.9 5.3 9.3

-6.0 0.0 -0.1 0.3

Bron: CBS. De cijfers van 2019 zijn voorlopig. Migratieachtergrond hoofdkostwinnaar Ongeveer een vijfde van de huishoudens met een hoofdkostwinnaar met een niet-Westerse migratieachtergrond15 heeft een inkomen van 110% van het sociaal minimum (zie tabel F). Dit aandeel is veel hoger dan voor de gevallen waarin de hoofdkostwinnaar geen migratieachtergrond heeft, dan wel een Westerse migratieachtergrond. De kans op een laag 14

Vanwege het ontbreken van data over de inkomensgrens 125% van het sociaal minimum is voor deze berekening alleen de grens van 110% van het sociaal minimum meegenomen.

15

Hieronder vallen volgens het CBS mensen die zelf in het buitenland zijn geboren en mensen waarvan tenminste een van de ouders in het buitenland is geboren. Onder niet-Westers verstaat het CBS de landen in Afrika, LatijnsAmerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije. Zie: https://www.cbs.nl/nl-nl/overons/innovatie/project/cbs-experimenteert-met-dotmaps/migratieachtergrond

38

Rekenkamer

inkomen is ruim 3.5 keer groter voor mensen met een niet-Westerse migratieachtergrond ten opzichte van mensen die geen migratieachtergrond hebben. Dit percentage is wel wat afgenomen tussen 2016 en 2019. TABEL F: Relatieve percentages huishoudens in IJsselstein met een inkomen van 110% van het sociaal minimum, naar migratieachtergrond van de hoofdkostwinnaar. % huishoudens 110% van het sociaal minimum Hoofdkostwinnaar geen migratieachtergrond Hoofdkostwinnaar Westerse migratieachtergrond Hoofdkostwinnaar niet-Westerse migratieachtergrond

2016

2017

2018

2019

Verschil 2016-2019

5.5 7.2 21.5

5.1 6.9 21.4

5.4 7.8 20.1

5.5 7.5 19.6

0.0 0.3 -1.9

Bron: CBS. De cijfers van 2019 zijn voorlopig. Inkomen hoofdkostwinnaar Bijna vier vijfde van de huishoudens die een uitkering ontvangt uit sociale voorzieningen (78.8%) heeft een inkomen 110% van het sociaal minimum in 2019 (zie tabel G). Een vijfde van de huishoudens die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt heeft een inkomen 110% van het sociaal minimum. Het verschil tussen werknemers en zelfstandigen is opvallend. Relatief gezien hebben huishoudens waarvan het inkomen wordt verkregen als zelfstandige vaker een inkomen 110% van het sociaal minimum, dan huishoudens die het inkomen als werknemer verkrijgen. Het percentage huishoudens met een inkomen als zelfstandige dat moet rondkomen van een lager inkomen is ook langzaam aan het stijgen over de periode 2016-2019.

TABEL G: Relatieve percentages huishoudens in IJsselstein met een inkomen van 110% van het sociaal minimum, naar inkomen van de hoofdkostwinnaar. % huishoudens 110% van het sociaal minimum Inkomen als werknemer Inkomen als zelfstandige Overdrachtsinkomen Uitkering inkomensverzekering Uitkering werkloosheid Uitkering arbeidsongeschiktheid Uitkering pensioen Uitkering sociale voorziening

2016

2017

2018

2019

Verschil 2016-2019

1.4 4.9 17.7 10.7 13.3 23.2 9.1 78.8

1.2 5.1 16.9 10.2 10.1 22.1 8.7 75.2

1.1 4.1 17.9 11.4 10.5 23.1 9.9 76.9

1.1 5.4 17.4 11.2 22.5 9.5 78.8

-0.3 0.5 -0.3 0.5 -2.8 -0.7 0.4 0.0

Bron: CBS. De cijfers van 2019 zijn voorlopig. Woonsituatie huishoudens met een laag inkomen Ruim 41% van de mensen in een huurwoning die ook huurtoeslag ontvangen, hebben een inkomen tot 110% van het sociaal minimum.

TABEL H: Relatieve percentages huishoudens in IJsselstein met een inkomen van 110% van het sociaal minimum, naar woning. % huishoudens 110% van het sociaal minimum

2016

2017

2018

2019

Verschil 2016-2019

39

Rekenkamer Eigen woning Huurwoning met huurtoeslag Huurwoning zonder huurtoeslag

0.8 43.3 4.8

0.6 42.6 3.9

0.8 42 4.8

0.7 41.4 5.2

-0.1 -1.9 0.4

Bron: CBS. De cijfers van 2019 zijn voorlopig.

40

Rekenkamer

Bijlage 2 Gemeentelijke en particuliere regelingen voor minima In dit hoofdstuk worden de belangrijkste gemeentelijke en particuliere regelingen voor minima, zoals ook aangegeven op de sociale kaart (Sociale Kaart, n.d.), kort besproken. Het sociaal team is hier buiten beschouwing gelaten, omdat dit een gemeentelijke voorziening vanuit het sociaal domein die zich niet alleen richt op minima. De Voedselbank en Vluchtelingenwerk worden alleen kort benoemd in tabel A. Gemeentelijke regelingen uitgevoerd door WIL

Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor inwoners die langere tijd met een laag inkomen moeten rondkomen en weinig zicht hebben op een verbetering van het inkomen (WIL, verordening individuele inkomenstoeslag 2015). Deze regeling is beschikbaar voor inwoners vanaf 18 jaar tot aan de AOW leeftijd. Men moet minimaal 36 maanden op 110% van het sociaal minimum hebben geleefd. Er wordt hierbij rekening gehouden met minimale overschrijdingen in het inkomen. Doordat deze 36 maanden ingaan op het moment dat de inwoner 18 jaar oud is, is de regeling eigenlijk pas beschikbaar voor inwoners van 21 jaar en ouder. Per jaar ontvangt iemand een geldelijk bedrag ter waarde van 40% van de netto maandelijkse bijstandsnorm afhankelijk van de inkomsten van de aanvrager. Binnen een gehuwd stel is het mogelijk dat een partner geen recht heeft op individuele inkomenstoeslag. Als de ander wel recht heeft op de inkomenstoeslag geldt dat deze persoon gerekend wordt als een alleenstaande. De toeslag wordt dan hierop aangepast (WIL, verordening individuele inkomenstoeslag 2015). Bijzondere bijstand Bijzondere bijstand kan verstrekt worden wanneer men noodzakelijke en onvoorziene kosten moet maken die men niet zelf kan betalen en als deze ook niet betaald kunnen worden door middel van een andere regeling (WIL, beleidsregels bijzondere bijstand 2018).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10480489/1