2026-03-12 Beantwoording mondelinge vragen GLPvdA over voornemen tot uittreden SGL
Tekst van het document
Hierbij stuur ik u namens portefeuillehouder Tas de toegezegde schriftelijke beantwoording van de door de fractie GroenLinks/PvdA mondeling gestelde vragen in raadsvergadering van 12 maart 2026. Met het verzoek deze door te sturen naar de raadsfracties.
Vraag 1 In de bezuinigingsvoorstellen zoals vastgesteld op 6 maart 2025 is besloten om in gesprek te gaan met Recreatieschap Stichtse Groenlanden over uittreding. De raad heeft daarmee ingestemd met het bespreken van de mogelijkheden. Er is zodoende (nog) geen uittredingsbesluit door de raad genomen. In de brief van 10 december 2025 staat dat de raad heeft besloten tot uittreding. Op welke manier heeft de raad dit volgens het college besloten als er geen uittredingsbesluit van de raad is?
Antwoord 1 In het raadsbesluit van 6 maart 2025 is aangegeven dat we als gemeente het gesprek aangaan met Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) over uittreding en hiervoor een onderzoek laten doen. Het behandelde raadsvoorstel is onderdeel van een set aan bezuinigingen in het kader van het ravijnjaar. Er is onder andere naar alle samenwerkingsverbanden gekeken, namelijk wat we betalen en wat ervoor krijgen. Het uittreden leidt tot een bezuiniging van indicatief € 75.000 euro per jaar vanaf 2029. We hebben het raadsbesluit over het ravijnjaar geïnterpreteerd als besluit/toestemming tot uittreding conform artikel 26 lid 1 van de gemeenschappelijke regeling.
Vraag 2 In de vergadering met Recreatieschap Stichtse Groenlanden van vrijdag 6 maart zou zijn gepretendeerd namens IJsselstein dat de raad de opdracht tot uittreding zou hebben gegeven. Klopt dit, of heeft de portefeuillehouder daar uitgelegd dat er enkel een opdracht tot onderzoek is gegeven om in gesprek te gaan met Stichtse Groenlanden?
Antwoord 2 In afstemming met de secretaris van Stichtse Groenlanden is aan bureau PROOF opdracht gegeven de specifieke consequenties van uittreding kaart te brengen. Dit rapport is opgesteld op basis van input van en in goede harmonie met SGL. Het ligt nu op tafel als transparant stuk als basis voor een nog op te stellen definitief uittredingsplan. Dit definitieve uittredingsplan wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de raad van IJsselstein (waarschijnlijk in 2027).
Vraag 3 Is de portefeuillehouder op de hoogte van artikel 26 lid 1 van deze gemeenschappelijke regeling, waaruit blijkt dat een uittredingsbesluit eerst aan de raad moet worden voorgelegd? En waarom is daar niet naar gehandeld? In lid 1 staat namelijk: Een deelnemer kan geheel of gedeeltelijk uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van het betreffende deelnemer én na verkregen toestemming van de betreffende raad of de Staten.
Antwoord 3 We zijn op de hoogte van artikel 26 lid 1 van de gemeenschappelijke regeling. We hebben het raadsbesluit over het ravijnjaar geïnterpreteerd als besluit/toestemming tot uittreding volgens artikel 26 lid 1 van de gemeenschappelijke regeling.
Vraag 4 In de brief van 10 december wordt gesteld dat de raad heeft besloten tot uittreding. Maar op 9 december is het collegebesluit genomen om tot uittreding over te gaan. Waarom heeft het college dit besluit genomen, maar gaat de raad er over volgens artikel 26 lid 1 van deze gemeenschappelijke regeling?
Antwoord 4 Op 9 december 2025 heeft het college besloten: 1. Het algemeen bestuur van recreatieschap Stichtse Groenlanden (GR SGL) formeel te verzoeken als gemeente uit te treden volgens artikel 26.3 van de gemeenschappelijke regeling per 31 december 2028. 2. De raad schriftelijk te informeren over het verzoek tot uittreding uit de GR SGL en de bevindingen van het onderzoek.
Dit naar aanleiding van het raadsbesluit van 6 maart 2025
Vraag 5 Is er een formele reactie vanuit Recreatieschap Stichtse Groenlanden aan IJsselstein verzonden? Kan dat zo spoedig mogelijk met de raad worden gedeeld?
We hebben op 13 maart 2026 een brief van SGL ontvangen, waarin het AB aangeeft de uittreding te betreuren en een oproep doet aan de nieuwe raad en het nieuwe college om de uittreding te heroverwegen. Het huidige proces zorgt ervoor dat het nieuwe college en de nieuwe raad over uittreding besluiten als het definitieve uittredingsplan gereed is (waarschijnlijk in 2027). Het AB van SGL neemt hierna het definitieve besluit.