2021.12.21 Beantwoording art. 35 vragen Christen Unie Ontwikkeling financiële reserves 2018-2021
Tekst van het document
postadres Postbus 26, 3400 AA IJsselstein
bezoekadres Overtoom 1 3401 BK IJsselstein
Gemeenteraad IJsselstein Postus 26 3400 AA IJSSELSTEIN
t 14 030 f 030 6884350 e info@ijsselstein.nl
betreft
Beantwoording schriftelijke vragen artikel 35 over Ontwikkeling financiële reserves 2018-2021.
uw kenmerk uw brief van behandeld door
zaaknummer
1155674
datum
21 december 2021
blad 1 van 3 bijlagen
L.M.A. de Brouwer
Geachte raadsleden,
Op 24 november 2021 heeft raadslid mevrouw E. Kooij namens de Christen Unie -fractie schriftelijke raadsvragen gesteld op grond van artikel 35 van het “Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente IJsselstein 2017”. Deze vragen gaan over de Ontwikkeling van financiële reserves 2018-2021.
Hoogachtend, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN IJSSELSTEIN, de secretaris, de burgemeester,
drs. W.M. van de werken
mr. P.J.M. van Domburg
datum ons kenmerk blad 2 van
21 december 2021 1155674 3
Beantwoording schriftelijke vragen op grond van artikel 35 d.d. 24 november 2021 door raadslid mevrouw E. Kooij namens de Christen Unie over Beantwoording art. 35 vragen Ontwikkeling financiële reserves 2018-2021.
Vraag 1: Kan het college inzicht geven in de ontwikkeling van de bestemmingsreserves en algemene reserves over de afgelopen vier jaren (van 1-1-2018 tot heden, met daarbij de verwachte stand aan het eind van 2021). ➔ Antwoord vraag 1: In de bijlage vindt u een overzicht van de stand per 1-1-2018 en de verwachte stand per 1-1-2022 van de Algemene reserve en de bestemmingsreserves.
Vraag 2: 2. Kan het college aangeven welk deel van de vrijval van bestemmingsreserves niet is vrijgevallen vanwege uitgaven waarvoor het geld bestemd was, maar omdat de reserve opnieuw (en dus lager) is vastgesteld en er daardoor een vrijval mogelijk werd? ➔ Antwoord vraag 2: In 2018 hebben wij nieuwe onderhoudsplannen opgesteld voor de periode 2019-2038 en zijn door de raad in de vergadering van 31 januari 2019 vastgesteld. Daarbij is door de raad besloten om de reserve Onderhoud openbare ruimte in 2019 te verlagen met 1,4 miljoen ten gunste van de reserve groot onderhoud gebouwen. Daarnaast heeft de raad besloten in de jaarrekening 2020 bij resultaatbestemming om de resterende saldi van de reserve onderhoud openbare ruimte, de reserve groot onderhoud wegen en de reserve groot onderhoud verkeersregelinstallaties vrij te laten vallen ten gunste van de Algemene reserve om in 2021 een voorziening (verplicht) te kunnen vormen voor achterstallig onderhoud wegen en wortelopdruk. Bij resultaatbestemming 2019 is door de raad besloten om de afwaardering van het pand aan de Mr. Abbink Spainkstraat te onttrekken uit de algemene reserve door vrijval van € 1.1 miljoen aan de reserve dekking kapitaallasten en vrijval van € 288.000 uit de reserve Abbink Spaink. Zie ook beantwoording vraag 3.
Vraag 3: Kan het college inzicht geven in de grootste veroorzakers van de tekorten in de afgelopen jaren? ➔ Antwoord vraag 3: U vraagt naar de grootste veroorzakers van de tekorten in de afgelopen jaren. Wij nemen aan dat u hierbij doelt op het negatieve resultaat in de jaarrekeningen. De resultaten zijn de afgelopen jaren sterk negatief beïnvloed door de steeds toenemende kosten van het sociaal domein. Het betreft hier open einde regelingen, waarvan de mate van beïnvloeding door de gemeente zeer beperkt is. Van onze uitgaven is meer dan de helft bestemd voor het sociaal domein, waardoor een overschrijding in dit domein niet te compenseren is met meevallers elders. ➔ Daarnaast zijn er een aantal incidentele en op grond van de BBV verplichte afboekingen geweest in de sfeer van onroerend goed waarderingen. Dit heeft betrekking op het (verplicht) afwaarderen van de gronden De Kroon van bouwgrond naar de waarde van landbouwgrond en het pand aan de Mr. Abbink Spainkstraat. Ook hebben we te maken gekregen met extra dotaties aan de pensioenvoorziening voor gewezen wethouders en hoge lasten van het wachtgeld van wethouders uit voorgaande periodes. ➔ Overigens hebben de afwaardering van de gronden en het gebouw aan de Mr. Abbink Spainkstraat geleidt tot een stille reserve die weer zal leiden tot een toevoeging aan de algemene reserve zodra de gronden en het pand verkocht zijn.
datum ons kenmerk blad 3 van
21 december 2021 1155674 3
Vraag 4: Kan het college aangeven waarom er de afgelopen jaren steeds voor gekozen is om de negatieve resultaten te dekken vanuit de algemene reserves en waarom er door het college geen voorstellen gedaan zijn voor structurele dekking? ➔ Antwoord vraag 4: Het saldo van de jaarrekening leidt altijd tot een mutatie in de Algemene reserve. Dit is geen keuze van het college. ➔ Bij de begrotingsbehandeling 2020 is er veel inspanning geweest om de tekorten meerjarig om te buigen. Het kost echter voor de meeste maatregelen tijd om effect te sorteren. Daarnaast zijn er invloeden van buitenaf denkbaar, die het effect van de ombuigingen teniet doen. Hierbij kunt u denken aan de steeds verder oplopende kosten van het sociaal domein, mede als gevolg van het besluit van het parlement om het abonnementstarief voor de Wmo te verlagen. Vraag 5: Kan het college met het oog op de komende jaren aangeven of hieruit lessen te trekken zijn die te gebruiken zijn voor toekomstig beleid / kaderstelling? ➔ Antwoord vraag 5: Er zijn de afgelopen jaren grote stappen gemaakt. U moet hierbij denken aan budgetdiscipline, transparante financiële verantwoording en reëel begroten.
Hierdoor zijn er aanzienlijk minder tussentijdse begrotingswijzigingen, is er continu inzicht is in de ontwikkeling van de financiën en u als raad ook via de kwartaalrapportages geïnformeerd wordt over de belangrijkste ontwikkelingen. Dit is dan ook een solide basis waarop we voort kunnen bouwen en waarop mede ook de structureel sluitende begroting 2022 tot stand is gekomen. Echter, hierbij moeten wij een waarschuwing plaatsen: zoals wij u al diverse keren hebben gemeld, bestaat de kans dat het kabinet besluit de algemene uitkering anders te verdelen (herijking). Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat Ijsselstein met ingang van 2023 geconfronteerd wordt met fors lagere inkomsten, oplopend tot 2 miljoen per jaar structureel. Wij kunnen hier vanuit de begroting in voorzien.