CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

2021 02 16 Beantwoording art 35-vragen Voortgangsrapportage woningbouw 3 2 2021

Commissie Ruimte 13 april 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: 22:30 uur Op verzoek van GroenLinks: Ingek.stuk 8 - RIB Voortgangsrapportage woningbouw2.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

postadres Postbus 26, 3400 AA IJsselstein

bezoekadres Overtoom 1 3401 BK IJsselstein t 14 030 f 030 6884350 e info@ijsselstein.nl

Gemeenteraad IJsselstein Postbus 26 3400 AA IJSSELSTEIN

betreft

Voortgangsrapportage Woningbouw

uw kenmerk uw brief van behandeld door

zaaknummer

938408

datum

16 februari 2021

blad 1 van 5 bijlagen

F.J.H. Walstra

Geachte raadsleden, Op 3 februari 2021 zijn schriftelijke raadsvragen ontvangen van mevrouw S. de Bruijne, die namens de GroenLinks-fractie zijn gesteld op grond van artikel 35 van het “Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente IJsselstein 2017”. De vragen gaan over de voortgangsrapportage woningbouw van november 2020. Hierbij ontvangt u ons antwoord met een kopie van de schriftelijke raadsvragen van GroenLinks.

Hoogachtend, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN IJSSELSTEIN, de secretaris, de burgemeester,

drs. P.C.M. van Elteren

mr. P.J.M. van Domburg

datum ons kenmerk blad 2 van

16 februari 2021 938408 5

Beantwoording van de schriftelijke vragen op grond van artikel 35 die mevrouw S. de Bruijne namens de GroenLinks fractie heeft gesteld over de Voortgangsrapportage woningbouw van november 2020.

NB: grijs gearceerd is overgenomen citaat van GroenLinks + de gestelde vragen

Onder punt 8 van de raadsinformatiebrieven hebben de commissieleden van de commissie Ruimte in of voorafgaand aan de vergadering van 12 januari 2021 kennisgenomen van de voortgangsrapportage woningbouw van november 2020. GroenLinks is uiteraard blij met deze informatievoorziening. De woningnood is hoog en zowel de raadsleden als het college zijn zich daar terdege van bewust. Juist vanwege die hoge woningnood en de grote plannen die er liggen (en worden gemaakt), is een gedegen inzicht in de voortgang van de woningbouw van essentieel belang. De voortgangsrapportage roept bij GroenLinks, gelezen in combinatie met andere stukken, een aantal vragen op die hieronder worden weergegeven. De eerste drie vragen hebben betrekking op de zendmastlocatie als bouwlocatie en op de Rijkssubsidie. De overige vragen hebben betrekking op de rest van de voortgangsrapportage woningbouw.

Vragen van GroenLinks over de zendmastlocatie als nieuwe bouwlocatie en de daarvoor ontvangen Rijkssubsidie:

1. A. Waarom is de raad niet eerder geïnformeerd over de zendmastlocatie als potentiële bouwlocatie? De zendmastlocatie was in beeld als locatie voor het realiseren van een zonneveld. In het “Overzicht openstaande toezeggingen met stand van zaken” heeft het college vanaf januari 2019 de raad geïnformeerd dat de eigenaar/projectontwikkelaar plannen had voor het realiseren van een zonneveld. Begin 2020 heeft het college in een actualisatie van dat overzicht gemeld dat de eigenaar/projectontwikkelaar ook mogelijkheden onderzoekt voor (tijdelijke) woningbouw. In augustus 2020 heeft de ontwikkelaar resultaten van een onderzoek gedeeld over veiligheids- en milieuaspecten voor de realisatie van woningbouw. Dat vormde aanleiding om de locatie ook als potentiële bouwlocatie op te nemen in het overzicht dat in december 2020 naar de raad is gestuurd. B. Kan het college toezeggen om in de toekomst pro-actief de raad te informeren dat er nieuwe bouwlocaties worden onderzocht? Het college heeft de raad proactief geïnformeerd over potentiële bouwlocaties en zal dit ook blijven doen. Elk half jaar ontvangt de raad de voortgangsrapportage en in het geval van nieuwe ontwikkelingen, worden die ook in de rapportage opgenomen.

2. In 2020 is een verzoek tot tijdelijke woningen binnen de raad expliciet afgewezen. Op basis van welke indicatoren verwacht het college dat er nu consensus wordt bereikt inzake het plaatsen van tijdelijke woningen? In de raadsvergadering van mei 2020 is een motie ontraden waarin aan het college werd verzocht om zo snel als mogelijk te starten met de realisatie van tijdelijke woningen. Bij de behandeling van de motie in de raad is onder meer verwezen naar de prestatieafspraken met Provides, waarin is opgenomen dat Provides de mogelijkheden onderzoekt om tijdelijke woningen te realiseren en dat de gemeente waar mogelijk meewerkt aan de realisatie daarvan, maar zich primair richt op het vinden van locaties voor permanente woningen.

datum ons kenmerk blad 3 van

16 februari 2021 938408 5

In overleg met de gemeente zou Provides geschikte locaties aandragen om tijdelijke woningen te realiseren. Het gaat hierbij om tijdelijke woningen (flexwoningen) met een exploitatieperiode 10-15 jaar en wisselwoningen met exploitatieperiode 2-3 jaar. Met Provides zijn in 2020 diverse locaties bekeken. De wisselwoningen zijn bedoeld om huurders van Provides tijdelijk te huisvesten waarvan hun woning wordt gerenoveerd. Flexwoningen zijn bedoeld om bijzondere doelgroepen tijdelijk snel te kunnen huisvesten totdat er permanente woningbouw is gerealiseerd. Het college heeft ook aangegeven dat het zeer onwenselijk is om flexwoningen te bouwen op locaties waar permanente woningbouw binnen een periode van 10-15 jaar wordt ontwikkeld. Als zich echter een mogelijkheid voordoet voor het realiseren van flexwoningen, wil het college daar uiteraard serieus naar kijken. Een mogelijkheid deed zich voor op basis van de vorderingen van de particuliere planontwikkeling op de zendmastlocatie.

3. Waarom is er nu al een subsidie aangevraagd en ontvangen, terwijl het onzeker is in hoeverre er tijdelijke woningen komen en de start daarnaast pas voor 2022 op de planning staat? De particuliere grondeigenaar/projectontwikkelaar heeft kenbaar gemaakt op deze locatie plannen te ontwikkelen voor permanente woningen en tijdelijke woningen (flexwoningen). De minister heeft in het voorjaar van 2020 de regeling “eenmalige specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van de huisvesting van kwetsbare doelgroepen” aangekondigd via zijn brief “Doorbouwen tijdens de coronacrisis”. Binnen de regio U16 is deze mogelijkheid in juli 2020 gezamenlijk opgepakt door de coördinator Woondeal regio Utrecht. Op basis van de particuliere planontwikkeling en de mogelijkheden om hiervoor een uitkering te kunnen krijgen om het plan te versnellen, is de aanvraag ingediend. Deze subsidie is bedoeld om het proces te ondersteunen bij het versneld realiseren van de planontwikkeling op deze locatie. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het participatieproces, inzetten van externe experts voor onderzoek, inschakelen van tijdelijke projectleiders bij de gemeente. De subsidie is een inspanningsverplichting om deze ontwikkeling aan te jagen en te versnellen. Om in 2022 te kunnen bouwen, moet in 2021 de hele planontwikkeling voldoende gevorderd zijn om ruimtelijke procedures op tijd af te ronden.

Overige vragen van GroenLinks naar aanleiding van de voortgangsrapportage woningbouw van november 2020:

1. Provides heeft aangegeven voor de doelgroep die valt onder maatschappelijke opvang en beschermd wonen, maximaal 10% van de woningen per jaar beschikbaar te stellen, om zo ook de beschikbaarheid van de overige woningzoekenden te waarborgen (zie ook pagina 5 van hetzelfde addendum). Kan het college in de voortgangsrapportage in de toekomst toelichten hoeveel Provides daadwerkelijk heeft toegewezen aan deze doelgroep? De toewijzing van bijzondere doelgroepen, waaronder MO/BW, is afgesproken in de prestatieafspraken en wordt periodiek gemonitord in het bestuurlijke overleg tussen de gemeente en Provides. De voortgangsrapportage woningbouw gaat over de stand van zaken in het realiseren van nieuwe woningen en is niet bedoeld voor het monitoren van prestatieafspraken.

datum ons kenmerk blad 4 van

16 februari 2021 938408 5

2. Wat is de uitkomst van het onderzoek naar de reden waarom IJsselstein een hoge opgave heeft? Hier wordt ook op pagina 5 aan gerefereerd. Indien het onderzoek nog niet is afgerond, wanneer verwacht het college dat het onderzoek is afgerond en de resultaten met de raad kunnen worden gedeeld? Deze opgave is in het verleden op basis van verwachte instroom en uitstroom van cliënten uit IJsselstein berekend. In de praktijk blijkt dat minder personen in IJsselstein willen wonen, dan in de opgave is berekend. In de aanpak Weer Thuis die in de regio Lekstroom wordt opgezet voor deze doelgroep, wordt in 2021 opnieuw berekend wat de opgave vanaf 2022 zal zijn.

3. Wat gebeurt er met de toezegging van Mooiland om woningen beschikbaar te stellen aan vergunninghouders, nu Mooiland heeft aangegeven de woningen in IJsselstein te verkopen (en daarover met Provides in gesprek te zijn)? Zal Provides die toezegging overnemen en zo nee, kunnen wij dan een toezegging van het college ontvangen dat het college zich daarvoor zal inzetten? Woningcorporatie Mooiland levert begin 2021 een woning voor de huisvesting van vergunninghouders. Een toezegging die zij in 2020 heeft gedaan. Provides bezit ongeveer 3.600 woningen en is voor de gemeente de belangrijkste partner voor de sociale sector. Als Provides het enige wooncomplex van Mooiland in IJsselstein met 34 sociale huurwoningen overneemt, gelden onverkort de huidige prestatieafspraken met Provides over het huisvesten van vergunninghouders. Mooiland is een landelijke woningcorporatie die zich wil concentreren op haar bezit in kerngemeenten. IJsselstein behoort hier niet toe.

4. Wat zijn de gevolgen van het besluit van Mooiland (tweede woningcorporatie in IJsselstein) om afstand te doen van het woningbezit in IJsselstein voor de voortgangsrapportage woningbouw (t/m november 2020) en met name voor de voortgang van de bouw van sociale huurwoningen? Kunnen die gevolgen inzichtelijk worden weergegeven in de eerstvolgende voortgangsrapportage woningbouw? De bouw van 750 sociale huurwoningen zijn met Provides vastgelegd in de prestatieafspraken. Deze blijven onverkort van kracht, ook nadat Provides het wooncomplex van Mooiland heeft overgenomen. Het totaal aantal sociale huurwoningen in IJsselstein blijft na de overname gelijk.

5. Is het te voorzien dat een woningaantal zal dalen in toekomstige voortgangsrapportages? Kan het college de toezegging doen om de raad pro-actief te benaderen over toekomstige dalingen in het woningaantal op het moment dat een dergelijke daling zich zal voordoen op één van de woningbouwprojecten? In de voortgangsrapportage zijn voor de projecten gecalculeerde aantallen woningen aangegeven. Door diverse omstandigheden en ontwikkelingen kunnen aantallen wijzigen, zowel toe- als afnemen. De raad ontvangt halfjaarlijks informatie over de voortgang van de totale bouwontwikkeling.

Verder ontvangt de raad waar nodig raadsinformatiebrieven per project.

datum ons kenmerk blad 5 van

16 februari 2021 938408 5

6. Waarom staat er in de voortgangsrapportage woningbouw van mei 2020 en november 2020 geen einddatum vermeld onder het project IJsselstein Zuid-Zuid? Kan de raad daaruit afleiden dat dit project pas naar verwachting na 2030 kan worden opgeleverd? De raad heeft in 2020 de propositie IJsselstein Vitaal vastgesteld. Hierin zijn de ontwikkelmogelijkheden beschreven voor een omvangrijke bouwopgave van 1.500 woningen in het buitengebied ten zuiden van de N210 (buiten de contouren). Een project van dergelijke omvang wordt altijd in fasen gebouwd. Er is nu nog niet vast te stellen in hoeveel fasen de hele ontwikkeling gaat verlopen. Er is nu een schatting gemaakt dat de start van de 1e fase in 2024 plaatsvindt.

7. De 5 kavels aan de Noord IJsseldijk zouden volgens de planning van november 2020 in 2021 starten. Toch is dit project nog een “voornemen”, zo blijkt uit het overzicht van november 2020. Kan het college bevestigen dat dit project ook dit jaar (in 2021) zal starten? De voortgangsrapportage woningbouw bevat diverse projecten waar de gemeente regie voert, maar ook van de voornemens van andere partijen. In het geval van de kavels aan de Noord IJsseldijk is de provincie de eigenaar en initiatienemer. De provincie heeft deze kavels in 2020 in verkoop gedaan maar niet verkocht. Op dit moment is nog niet duidelijk wat de plannen van de provincie zijn. Wij zullen in volgende rapportages de voortgang melden.

8. GroenLinks heeft behoefte aan een voortgangsrapportage waarin ook inzichtelijk wordt gemaakt om hoeveel koopwoningen, huurwoningen in het hoge en middensegment en sociale huurwoningen het gaat. Daarnaast zou GroenLinks in de voortgangsrapportage willen zien hoeveel woningen er worden gereserveerd voor inwoners die onder de Wet beschermd wonen vallen (met een GGZ-indicatie) en hoeveel woningen er gereserveerd worden om houders van een verblijfsvergunning te huisvesten. Deze additionele informatie toont gedetailleerder aan waar we zitten in de aanpak van de huidige woningnood en waar op dit moment de meeste behoefte aan is. Simultaan heeft GroenLinks in haar oplegnotitie voor de commissie Ruimte op 2 maart 2021 vragen aan de commissieleden hierover gesteld en separaat enkele technische vragen gesteld over deze voortgangsrapportage. In de Woonvisie is de bouwopgave vastgelegd van 2.500 woningen, waarvan 750 sociale huurwoningen. De voortgangsrapportage is bedoeld om de aantallen van deze bouwopgave te monitoren met een overzicht van alle bouwprojecten, de aantallen woningen die worden geprognotiseerd en aantallen woningen die worden gerealiseerd. Alleen het sociaal segment is apart weergegeven als bijzondere opgave vanuit de woonvisie. De huisvesting van de bijzondere doelgroepen monitoren we via de prestatieafspraken met Provides.

Die bijzondere doelgroepen worden in hoofdzaak gehuisvest in sociale huurwoningen van Provides. De bouw van 750 sociale huurwoningen draagt daartoe bij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9841126/1