2. Ontwerpbegroting WIL 2026
Tekst van het document
Met als focus realisatie per 2026. - Oktober 2025: Bespreking voorstel integraal herontwerp en harmonisatievoorstel op Gesprek met de Raad WIL. - November 2025: Opnemen herontwerp en harmonisatievoorstel in de 1ste Begrotingswijziging 2026 (inhoudelijk en financieel) en Kaderbrief 2027; zij het dat dit mede afhankelijk is van gemeentelijke besluitvorming.
83
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Actielijn 6: Meer eenvoud en vertrouwen in de uitvoering Context/aanleiding De afgelopen jaren hebben we als WIL meermaals gezocht naar manieren om onze processen te stroomlijnen en te optimaliseren met als doel onze dienstverlening aan onze klanten en inwoners te verbeteren. Onder de noemer van de Herijking Opdracht en Dienstverlening WIL hebben we hier onder meer binnen het programma Inkomensondersteuning via een lean-traject extra op geïnvesteerd. Dit was uitdagend, maar is ook succesvol gebleken. Bij Bijzondere regelingen zijn hierdoor de doorlooptijden van sommige regelingen al flink teruggelopen. Er is nog meer potentie denken we. Wat is de bedoeling? Wat willen we bereiken? Het is hierom dat we binnen de Ontwikkelagenda WIL verder willen met het waar nodig en mogelijk het verder herijken van een aantal belangrijke (primaire) processen om te zorgen dat WIL ook in de toekomst de kwaliteit van de huidige dienstverlening kan blijven bieden op een zo kostenefficiënt mogelijke wijze. Veel gaat nu al goed, maar de manier waarop WIL georganiseerd is en hoe de processen ingericht zijn, kan en moet soms nog beter. Door hieraan te werken kunnen we ook een nog positievere werkomgeving voor onze medewerkers creëren. Wat gaan we daarvoor doen? ✓ We gaan uiteraard door met de uitvoering van de Herijking Opdracht Dienstverlening WIL actielijn ‘Lean’.
✓ In de loop van 2025 zullen we bepalen met welke processen we in 2026 aan de slag gaan, op grond van een tussenevaluatie (wat is de behaalde efficiencywinst en de tips en tops van dit lean traject) en een verkenning van kansrijke opties en wensen voor verdere versimpeling en procesoptimalisatie (WIL breed). Onderdeel van dit plan van aanpak is een reality-check van de ingeschatte kosten en baten. We stellen voor deze actielijn een projectleider/procesondersteuner aan die ons hierbij helpt. De kosten van deze projectleider worden geraamd op € 25.000 in 2025 en vooralsnog evenveel in 2026. ✓ Na besluitvorming pakken we door. Wat is de beoogde financiële impact? In de Kaderbrief 2026 hebben we aangegeven dat we inschatten dat meer eenvoud en vertrouwen in de uitvoering minder uitvoeringscapaciteit vraagt; voor 2026 lijkt een raming van 1 fte realistisch. Omdat we nog niet weten op welk domein we starten rekenen we deze 1 fte minder voor 25% elk door over alle programma’s. Gaandeweg 2026 zullen e.e.a. mogelijk (moeten) bijstellen. In deze begroting is deze efficiencyslag op de uitvoering al verdisconteert. De investeringskosten 2026 voor de ondersteuning zijn in de begroting al opgenomen; die voor 2025 lopen via de Turap 2025.
84
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Wat is de beoogde impact op de inwoner? ✓ Efficiency en kwaliteit dienstverlening nemen parallel aan snelheid en mate van versimpeling toe; met als kern: meer eenvoud en meer vertrouwen (en meer risico). Dit is voor inwoners goed nieuws. ✓ Inwoners zullen bij aanvragen en afhandeling meer eenvoud en vertrouwen ervaren, en waarschijnlijk ook minder lange doorlooptijden. Bij Bijzondere Regelingen hebben we dit in het kader van de Herijking Opdracht en Dienstverlening WIL op onderdelen al bereikt. De planning in een notendop - 2025: Uitvoering Herijking Opdracht Dienstverlening WIL-actielijn Lean. - Vanaf Q2 2025: Tussenevaluatie en nadere verkenning verdere kansrijke opties en wensen voor versimpeling en procesoptimalisatie. - Eind 2025: Besluitvorming en implementatie gekozen procesoptimalisaties. Anderszins U krijgt op deze actielijn geen businesscase voorgelegd; we zien de uitgebrachte zienswijzen als een akkoord op de ingeslagen weg.
85
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Actielijn 7: Verbrede inzet op terecht in de uitkering Context/aanleiding Voor de Lekstroom is het van belang dat inwoners terecht in de uitkering zitten, als zij onverhoopt (tijdelijk) inkomensondersteuning nodig hebben. Dat zorgt ervoor dat onze inzet en de hiermee gemoeide uitvoerings- en regelingskosten in balans zijn met wat nodig is, als ook dat het maatschappelijk draagvlak voor de sociale zekerheid geborgd blijft. Onderzoek laat zien dat de eerste klap in deze een daalder waard is: een goede screening aan de poort. Vanuit gezond vertrouwen. Berenschot geeft dit ook aan als samenhang met hun spinnenwebben: het is van belang stevig in te zetten op het realiseren van zo veel mogelijk uitstroom, maar ook op het voorkomen van niet noodzakelijke instroom. Doe je dat goed, dan kan de dienstverlening aan klanten gedurende de tijd dat zij in de uitkering zitten eenvoudiger, coulanter, meer op maat, en dergelijke zijn. En voorkomen we dat mensen als ze eenmaal onterecht in de uitkering zitten, hier meer dan bedoeld last van hebben. WIL heeft sinds het loslaten van de DPS-matrix pragmatisch gekozen voor een redelijk eendimensionale invulling van het aanvraagproces voor een bijstandsuitkering: iedereen volgt de verkorte route. We hebben daarmee dus een beperkte screening aan de Poort.
We weten dat hierdoor inwoners een uitkering krijgen die hier mogelijk geen recht op hebben en ook niet nodig hebben; dit risico hebben we geaccepteerd. Aan de achterkant proberen we grofweg gesproken- door te acteren op signalen en via themacontroles de eventuele ‘schade’’ hiervan waar mogelijk te beperken. Wat is de bedoeling? Wat willen we bereiken? De inzet van de actielijn ‘verbrede inzet op terecht in de uitkering’ is gericht op een herijking van het gehele proces van dienstverlening om vanuit gezond vertrouwen er voor zorg te dragen dat inwoners terecht in de uitkering zitten. Dat betekent dat: ✓ Inwoners die zich melden voor een uitkering meer intensief gescreend zullen worden. Daarbij zal ook breder uitgevraagd gaan worden op de 5 leefgebieden zodat eventuele problematiek in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld is zodat waar nodig de juiste ondersteuning geboden kan worden. Daarnaast zal er heel gericht gekeken worden of er recht is op een andere (voorliggende) voorziening. Dit zal op verschillende momenten gedurende de duur van een uitkering ook vaker getoetst gaan worden. Als er geen recht is op een uitkering, stroomt een inwoner in principe niet in, tenzij dit vanuit de bedoeling (tijdelijk) aantoonbaar nodig of noodzakelijk is.
✓ Voor inwoners die eenmaal terecht in de uitkering zitten, zij op kwalitatief goede dienstverlening kunnen rekenen, met vertrouwen en klantgerichtheid als uitgangspunt. Onze inzet zal erop gericht zijn te voorkomen dat inwoners onnodig in de problemen komen door complexe regels of procedures. Preventie is een essentieel onderdeel van de dienstverlening: hier gaat het om zowel rechten als plichten. Onze dienstverlening is dan duidelijk, eenvoudig en toegankelijk (bereikbaar), met maatwerk waar nodig. Te denken valt dan aan een simpele manier om wisselende inkomsten door te geven (via Mijn WIL), een realistische terugvordering of het niet terugvorderen van eventueel te veel betaalde uitkering, het goed toepassen van de vrijlatingen, een tijdelijke bonus voor inwoners die gaan werken zoals in Tilburg en Amsterdam bijvoorbeeld, een coulante houding bij het opleggen of afzien van boetes voor mensen i.g.v. oneigenlijk gebruik uitkering, waarschuwingen m.b.t. op handen 86
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
zijnde boetes, het vergemakkelijken van de inlichtingenplicht, et cetera. In dit perspectief is het van belang dat heel WIL en ook de lokale werkteams aangehaakt zijn op bovenstaande gedachtegoed, zodat terecht in de uitkering niet alleen rechtmatigheidsvraagstuk is. Met bijvoorbeeld de lokale werkteams zullen dan ook afspraken gemaakt moeten worden dat ook zij bij hun klantcontacten met inwoners over ook inkomensgerelateerde zaken spreken. ✓ Voor inwoners waarvan blijkt dat zij onterecht in de uitkering zitten, wordt het recht op uitkering wordt beëindigd. Wij dragen ervoor zorg dat dit op een zorgvuldige, transparante wijze en uiteraard binnen de wettelijke kaders gebeurt. Beëindiging van een uitkering is geen doelstelling. ✓ Aan de achterkant houden we het zoals het is. We blijven dus acteren op signalen en met themacontroles checken we regelmatig op inwoners nog steeds terecht in de uitkering zitten. Wat gaan we daarvoor doen? - We willen allereerst het aanvraagproces anders inrichten. Parallel hieraan gaan we werken aan de herziening van onze dienstverlening voor klanten in de uitkering (debiteurenbeleid, terugvordering en incasso, preventie, e.d.). Deze uitwerking leidt tot een advies en plan van aanpak, als ook een set aan bijgestelde beleidsregels en werkafspraken.
Onderdeel van het plan van aanpak is een mogelijke bijstelling van de verwachte besparingen op de regelingskosten. WIL zal hiervoor externe expertise inschakelen. De kosten hiervan worden geraamd op € 25.000 in 2025; deze kosten worden via de Turap 2025 verrekend. Een deel van de investering doet WIL zelf als onderdeel van het ‘groot onderhoud’ op Inkomen. - Na besluitvorming gaan we over tot implementatie en uitvoering. Wat is de beoogde financiële impact? In de Kaderbrief 2026 is geschetst dat we een structureel financieel voordeel verwachten door een afname van de regelingskosten (ca. 10 uitkeringen minder per jaar), met een beperkte structurele stijging van de uitvoeringskosten parallel hieraan. Deze inschatting achten we nog steeds meer dan realistisch. We rekenen deze actielijn dan ook in deze Begroting 2026 door, met als insteek een verlaging van de regelingskosten BUIG met € 170.000 (10 uitkeringen) en een verhoging van de uitvoeringskosten met € 90.000 (t.b.v. een extra kwaliteitsadviseur bij Inkomen). De tijdelijke ondersteuning die we nodig hebben, ramen we op € 25.000 in 2025 en eenzelfde bedrag in 2026. De investeringskosten 2026 zijn in deze begroting verwerkt, die van 2025 lopen via de Turap 2025.
Let wel: we achten het realistisch dat overall de verwachte besparing op de regelingskosten na de concretisering nog verder oploopt; een bijstelling in 2026 is daarmee mogelijk. Wat is de beoogde impact op de inwoner? ✓ De kwaliteit van dienstverlening neemt toe, met voor inwoners meer zekerheid over hun recht op een uitkering en minder kans op eventueel gedoe. En met meer vertrouwen en eenvoud als uitgangspunt.
87
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
✓
Het is meer dan waarschijnlijk dat een aantal inwoners hierdoor geen uitkering meer krijgt; maar dat is dan ook terecht. Voor een aantal van hen geldt dat zij wel elders een inkomensvoorziening krijgen met veelal gunstigere voorwaarden.
De planning in een notendop - 2025: Nadere uitwerking herziene werkwijze Inkomen in Poortproces en herziening van de dienstverlening voor klanten in de uitkering. - Begin 2026: Besluitvorming en implementatie. Let wel: binnen Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt is de toegang naar werk een belangrijk aandachtspunt en medebepalend voor de invulling van de toegang naar inkomen. De impact van Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt qua inhoud en timing op de actielijn Verbrede inzet op terecht in de uitkering is nu nog niet goed in te schatten. Anderszins Ook op deze actielijn krijgt u ook geen businesscase voorgelegd; we interpreteren de uitgebrachte zienswijzen zoals gezegd als een akkoord op de ingeslagen weg.
88
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Actielijn 8: Verbrede inzet op parttime werken Context/aanleiding Werk is cruciaal voor het welzijn van de inwoners van de Lekstroomgemeenten. Het biedt inkomen, bevordert sociale integratie en maatschappelijke participatie, biedt ontwikkelingsmogelijkheden en heeft een positief effect op het algemene welzijn17. En het verbetert de (financiële) bestaanszekerheid van inwoners. Voor sommige inwoners is parttime werk het hoogst haalbare dan wel is het een opstap naar fulltime werk. Uit de uitvoeringstoets van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) voor de Participatiewet in Balans blijkt dat 70% van de huidige bijstandsgerechtigden een aanloop nodig heeft om uit te stromen naar betaald werk, waarbij parttime werk vaak een tussenstap is. De Participatiewet in Balans gaat dit stimuleren door de bijverdiengrenzen te verruimen, waardoor parttime werk lonender wordt. Onderzoek toont verder aan dat de uitstroom van parttime werk naar fulltime werk driemaal hoger is dan vanuit de bijstand naar werk (het ‘katalysator-effect’). Voor inwoners voor wie parttime werk geen eindstation is, kan het een belangrijke opstap zijn naar fulltime werk. Een belangrijk vraagstuk in deze is de onzekerheid die inwoners kunnen ervaren bij inkomensverandering (bijvoorbeeld door het wegvallen toeslagen e.d.). Dit vraagstuk wordt ook in de uitvoeringstoets van de VNG genoemd.
In de Lekstroomgemeenten werkt momenteel 6,4% van de bijstandsgerechtigden parttime, terwijl dit landelijk gemiddeld 8,8% is.
Wat is de bedoeling? Wat willen we bereiken? Het doel van deze actielijn is om meer bijstandsgerechtigden naar parttime werk te begeleiden, met aandacht voor de eventuele negatieve inkomenseffecten. Dit komt ook de gemeentelijke financiën ten goede. Het streven is om het huidige percentage van 6,4% tegen eind 2028 gelijk te trekken met de benchmark, wat betekent dat 8,8% van de bijstandsgerechtigden dan parttime werkt.
17
Onderzoek door Erasmus UMC uit 2017 wijst uit dat de indicatoren voor mentale en fysieke gezondheid, zelfwaardering, ervaren controle en geluk significant stijgen (respectievelijk 17%, 17%, 14%, 11% en 25%). 89
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Wat gaan we daarvoor doen? ✓ We beginnen met een gezamenlijke analyse van de tips en tops van de huidige inzet op parttime werk (door WIL en de lokale werkteams), als ook een verkenning van alternatieve (meer succesvolle) opties voor een verbrede en effectieve inzet op parttime werken. Deze analyse en verkenning moet leiden tot een schets van 1-2 scenario’s om het doel van 8,8% in 2028 te bereiken. We zullen hiervoor een businesscase opstellen met mogelijk enkele pilots om verder te experimenteren wat werkt. Onderdeel van deze businesscase is een check of de ingeschatte kosten en baten realistisch zijn; dit zal duidelijk worden in de businesscases. WIL zal hiervoor een projectleider aanstellen die dit samen met de gemeenten zal oppakken. De kosten van deze projectleider worden geraamd op € 25.000 in 2025 en vooralsnog evenveel in 2026. ✓ Na besluitvorming in de raden van de Lekstroom gemeenten en het DB WIL wordt de businesscase geïmplementeerd. Wat is de beoogde financiële impact? Bij een gelijkblijvend aantal bijstandsgerechtigden betekent dit een stijging van 155 naar 213 parttime werkenden, een toename van circa 60 personen in de periode 2025-2028. Tussen 2026 en 2028 In 2025 moeten per jaar dus minimaal 20 extra inwoners aan parttime werk geholpen worden.
Dit lijkt niet ambitieus, maar is het wel, omdat het percentage parttime werk al jarenlang in de Lekstroom op ongeveer hetzelfde percentage ligt; alle inspanningen van de lokale werkteams en WIL ten spijt. In financiële termen hebben we het bij 20 inwoners om een structurele besparing op BUIG van € 170.000 (uitgaande van een ½ uitkering besparing). Het katalysator-effect zorgt ervoor dat een aantal parttime werkenden volledig aan het werk gaan. Dit levert een aanvullende besparing op van 5-10 uitkeringen per jaar; wat grofweg neerkomt op nog eens € 100.000. Om deze inzet te kunnen plegen zullen WIL en de lokale werkteams structureel extra moeten inzetten op het begeleiden van inwoners naar parttime werk en het wegnemen van drempels in deze. Dat vraagt een investering aan de inkomenskant bij WIL (extra inzet op het helpen bij inkomensvraagstukken, toeslagen, wisselende inkomsten en simpel switchen) als ook een slag aan de werkkant (meer stimuleren, coachen en begeleiden). Voor nu schatten we deze inzet in op 1 fte overall (parttime werk consulent en ‘maatje/coach’ lokale werkteams), in euro’s naar schatting structureel € 100.000 aan uitvoeringskosten extra per jaar. De kosten voor inkomensvrijlatingen zijn nu niet in te schatten.
Wat is de beoogde impact op de inwoner? ✓ Positief voor inwoners doordat een groter deel participeert en stappen neemt richting meer financiële bestaanszekerheid. Als dit niet volledig haalbaar is, doen zij mee naar vermogen. ✓ Meer vertrouwen omdat de onzekerheden over wisselende inkomsten opgevangen worden en de klant een stabiel inkomen krijgt. De planning in een notendop - Vanaf Q2 2025: Opstellen businesscase op grond van analyse huidige inzet en verkenning alternatieve (meer succesvolle) opties voor een verbrede en effectieve inzet op parttime werken. - Q4 2025: Besluitvorming businesscase in colleges/raden en DB WIL en zo mogelijk verwerking in 1ste BW 2026. - 2026: Implementatie businesscase bij WIL en gemeenten/lokale werkteams. 90
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Actielijn 9: Verbrede inzet op economische participatie Context/aanleiding In de Lekstroom zitten ondertussen meer inwoners volledig in een uitkering dan nodig en het Rijk voor de Lekstroom gemeenten begroot; de spinnenwebben van Berenschot laten dit goed zien. Er is geen logische reden waarom de Lekstroom in deze onder presteert. De Benchmark Werk & Inkomen van Divosa bevestigt dit beeld. De huidige bijstandsgerechtigden aan het werk helpen is evenwel niet eenvoudig binnen de huidige constellatie van afspraken en verantwoordelijkheden in de Lekstroom. Dat is de afgelopen jaren wel gebleken, ondanks alle inzet die hier door WIL en de lokale werkteams (als ook WerkwIJSS) op is gepleegd. Met de realisatie van een Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt en de ketenregie op de bestaande samenwerking zal er in 2026 een beter fundament zijn om meer kwetsbare inwoners en klanten (naar vermogen) te laten participeren. Wat is de bedoeling? Wat willen we bereiken? Werk heeft voor veel mensen een positief effect op gezondheid, participatie, welbevinden, gezondheid, enzovoort. Bovendien dr aagt economische participatie bij aan het nemen van stappen richting financiële bestaanszekerheid. Het is bij uitstek een inzet die inwoners in staat stelt hun leven ten positieve te veranderen. Het is hierom dat de Lekstroom gemeenten aangegeven hebben hierop meer te willen inzetten.
Dit komt ook de gemeentelijke financiën (meer dan) ten goede. Met de actielijn ‘verbrede inzet op economische participatie’ willen we hieraan invulling geven samen met de Lekstroom gemeenten zelf (i.h.b. de lokale werkteams). Concreet: we willen dat het bijstandsvolume jaarlijks afneemt met 2-3% (ca. 40 hele uitkeringen minder), door extra uitstroom. Wat gaan we daarvoor doen? ✓ We willen allereerst met elkaar gaan scherpstellen wat ieders inzet moet zijn om het gezamenlijke doel te kunnen realiseren. De ketenregisseur Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt zal in deze een helpende hand bieden om voor het eind van 2026 met WIL, WerkwIJSS en de gemeenten (c.q. de lokale werkteams) gezamenlijk tot een businesscase te komen, incl. een vertaling hiervan naar de begrotingen van WIL, WerkwIJSS en de gemeenten/lokale werkteams. In de businesscase staat ook of de ingeschatte kosten en baten realistisch zijn. ✓ Na besluitvorming wordt de businesscase geïmplementeerd. Notabene: gelet op het cyclische karakter van dit vraagstuk zal fase 1 ieder jaar opnieuw moeten plaatsvinden Wat is de beoogde financiële impact? Voor nu achten wij het realistisch dat we met elkaar in 2026 minimaal 40 klanten extra aan het werk kunnen helpen en daarmee 40 klanten structureel minder in de uitkering. Dat betekent een structurele besparing van € 700.000 op jaarbasis op BUIG.
In de Kaderbrief 2026 was onze inschatting dat er in 2026 hiervoor een structurele investering nodig was van € 250.000 (voor uitbreiding van de formatie van de lokale werkteams). De ketenregisseur heeft 91
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
ondertussen aangegeven het verstandig te achten nog geen bedrag hiervoor op te nemen, omdat een verschuiving van focus en inzet in de lokale werkteams mogelijk ook tot resultaat kan leiden. Indien toch nodig wordt in de businesscase alsnog hiervoor een investeringsb udget gevraagd. De inzet van de ketenregisseur Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt loopt via de begroting Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt. Wat is de beoogde impact op de inwoner? ✓ Meer inwoners participeren. ✓ Voor deze inwoners neemt hun financiële bestaanszekerheid toe. De planning in een notendop - Vanaf Q3 2025: Opstellen businesscase en verwerken businesscase in begrotingen van WIL, WerkwIJSS en de gemeenten/lokale werkteams. - Eind 2025: Besluitvorming in colleges/raden en DB WIL en zo mogelijk verwerking in 1 ste BW 2026. - Begin 2026): Implementatie businesscase bij WIL en gemeenten/lokale werkteams.
92
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
BIJLAGE: Integraal overzicht op de opmerkingen en bedenkingen op de Kaderbrief 2027 Reactie op de zienswijzen van de Lekstroomgemeenten op de 1ste ontwerp begrotingswijziging 2025, het meerjarenbeleidplan 2026-2028 en kaderbrief 2026 Zoals gebruikelijk stellen wij een reactie op naar aanleiding van de zienswijzen van de raden en de Cliëntenraad op de P&C stukken. Ditmaal ziet deze reactie er enigszins anders uit omdat wij in december zowel de 1 ste begrotingswijziging 2025, het meerjarenbeleidsplan 2026-2028 en de kaderbrief 2026 ter zienswijze aan de raden hebben aangeboden. Alle deelnemende raden en de Cliëntenraad hebben in 1 een zienswijze op alle 3 stukken ingediend. Daarom reageren wij in deze Reactie ook op de opmerkingen over alle deze stukken. Dit is passend gezien de samenhang tussen de stukken, die ook uit de zienswijzen blijkt. Leeswijzer Wij reageren in dit stuk op de zienswijzen op P&C stukken vanuit 4 raden en de Cliëntenraad. Daarom nemen wij de zienswijzen niet integraal over, maar benoemen wij de kern van wat de zienswijzen ons willen meegeven. De opbouw is als volgt: A Algemene opmerkingen over de 3 stukken en de samenhang B Meerjarenbeleidsplan C Ontwikkelagenda 2026-2028 D Kaderbrief 2026 E 1ste Begrotingswijziging 2025 F De zienswijze van de Cliëntenraad.
De raden hebben de zienswijze opgepakt in de samenhang zoals die ook bestaat tussen de stukken en de opbouw wordt gewaardeerd. Ook de inspanningen om met de Herijking Opdracht en Dienstverlening WIL en de Ontwikkelagenda 2026-208 te komen tot een nieuwe balans tussen opdracht, dienstverlening en financiën past bij wat de raden van WIL verwachten. De zienswijzen van de raden en de Cliëntenraad ademen daarnaast ook uit dat WIL hierin niet alleen staat, maar dat we dit samen doen. Dit is ook nodig omdat, zoals al eerder geschetst, wij op een aantal onderdelen van de Ontwikkelagenda afhankelijk zijn van de gemeenten. De raden lijken dit serieus op te pakken. In de voorliggende reactie kunt u, zoals gebruikelijk, per onderdeel van de ontvangen zienswijzen de reactie van het bestuur terugvinden. Daarmee geven wij aan hoe wij dit verwerken bij de vaststelling van de voorliggende stukken.
93
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
A
Algemeen
De raden complimenteren WIL met de stukken die voorliggen. In verschillende bewoordingen worden de duidelijkheid en concreetheid van de stukken gewaardeerd. In de aanloop naar 2026 is de schetst in samenhang met het niveau van de dienstverlening helpend om financiële keuzes te maken. Uiteraard zijn wij blij dat de onze inzet, samen met de gemeenten, een bij deze tijd passende inhoud te geven positief wordt ontvangen door de raden.
B
Meerjarenbeleidsplan
De raden De inhoudelijk kaders van het meerjarenbeleidsplan kunnen op waardering van de raden rekenen. Het meerjarenbeleidsplan is helder, concreet en maakt inzichtelijk welke keuzes WIL maakt in de balans tussen opdracht, dienstverlening en financiën. Vanuit Houten wordt specifiek waardering uitgesproken voor het hanteren van het Kwaliteitskompas omdat de raad hiermee vanuit zijn kaderstellende rol de meerwaarde van de door WIL uitgevoerde activiteiten op basis van maatschappelijke opgaven kan beoordelen. In zijn algemeenheid kan het meerjarenbeleidsplan rekenen op instemming. Dat past bij het traject dat wij samen met de gemeenten hebben gelopen in aanloop naar het meerjarenbeleidsplan. Wij zijn blij dat de raden zich herkennen in de opdracht die bij WIL ligt en hoe wij dat de komende jaren oppakken. Verschillende raden geven aan dat actielijnen inderdaad nog verdere uitwerking vragen en dat de raden graag per actielijn instemmen op het moment dat er een onderbouwde businesscase ligt. De eerste mogelijkheid wordt hiervoor gezien bij de begroting 2026. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de monitoring en wijze van rapporteren over de voortgang en resultaten. Wij zullen de komende periode de businesscases aanscherpen en zowel bij of in het verlengde van de Begroting 2026 of de 1 ste begrotingswijziging 2026 nogmaals voorleggen aan de raden voor zienswijze.
De Cliëntenraad De Cliëntenraad Werk en Inkomen Lekstroom heeft met belangstelling kennisgenomen van de Kaderbrief Werk en Inkomen Lekstroom 2026, de 1e begrotingswijziging WIL 2025 en de Meerjarenbegroting 2026-2028. Wij waarderen de heldere cijfermatige onderbouwing van de meerjarenbegroting 20262028. Hierbij spreekt de CRWIL haar erkentelijkheid uit voor de transparantie in de gepresenteerde cijfers, zowel met als zonder de voorgenomen ontwikkelagenda. In paragraaf F hebben wij de zienswijze van de Cliëntenraad per onderdeel voorzien van een reactie.
C
De Ontwikkelagenda
De voorstellen uit de Ontwikkelagenda geven in het bijzonder aanleiding tot opmerkingen in de zienswijzen; hier gaan wij in onderstaande tabel verder op in. Daarnaast hebben wij de raden op een aantal onderdelen verzocht commitment te geven omdat wij voor deze onderdelen afhankelijk zijn van de gemeenten. Voor de uitvoering van de Ontwikkelagenda als geheel maar ook voor de verschillende onderdelen geldt bovendien dat WIL deze alleen uitvoert als de gemeenten allemaal hierop hun commitment geven. Uit het oogpunt van het vasthouden van de gewenste balans tussen dienstverlening, opdracht en financiën kunnen en 94
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
zullen we alleen tot uitvoering van de Ontwikkelagenda en de onderliggende actielijnen overgaan als er unanimiteit is. M.a.w. mocht uit de zienswijzen -verderop in het proces- blijken dat 1 of meerdere gemeenten zich negatief verhouden tot een onderdeel, dan wordt dat onderdeel uit de Ontwikkelagenda niet uitgevoerd en worden de beoogde effecten (dienstverlening, personeel en financieel) dus ook niet gerealiseerd. Daarnaast hebben wij de raden op een aantal onderdelen verzocht commitment te geven omdat wij voor deze onderdelen afhankelijk zijn van de gemeenten. In de zienswijzen hebben de gemeenten kort gezegd als volgt gereageerd: Houten:
Omarmt de uitwerking van de voorstellen door WIL expliciet, maar vraagt om een nadere uitwerking met businesscases, om op basis van de uitwerking en businesscases een definitief akkoord te kunnen geven. En daarmee ook op het eigen af te geven commitment. IJsselstein: Is indirect in haar commitment, via complimenten voor het beoogde doel, wordt de Ontwikkelagenda gesteund. De raad ziet eveneens graag een verdere uitwerking, waar mogelijk met businesscases, voor een definitief akkoord en commitment op haar eigen inzet. Lopik: De raad omarmt de Ontwikkelagenda als geheel, expliciet. Ook per onderdeel blijkt uit de zienswijze dat de raad positief is over de Ontwikkelagenda. Wij lezen dat Lopik ook zelf bereid is te doen wat nodig is. Nieuwegein: De raad stem expliciet in met de Ontwikkelagenda, inclusief de inzet die zij zelf te leveren heeft. Met uitzondering van het onderdeel Verbrede inzet op economische participatie, zie ook de tabel hierna. Voor dat onderdeel vraag de raad een advies van de Stuurgroep Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt. Voor de optionele optie geldt dat geen enkele zienswijze hier groen licht of commitment op geeft. De raden geven dus allen direct of indirect commitment op de Ontwikkelagenda en vragen een verdere uitwerking van de onderdelen met ook waar mogelijk businesscases. Wij zullen in de begroting 2026 als bijlage de gevraagde uitwerking opnemen.
Van echte Businesscases zal nog geen sprake zijn, omdat die meer tijd vragen; wij zullen deze in de aanloop naar de 1ste begrotingswijziging 2026 opnemen. Wij verwachten dat in oktober tijdens het gesprek met de raad dit ook een belangrijk gespreksonderwerp zal zijn. De raad van Nieuwegein vraagt nog aandacht voor de monitoring, evaluatie en kernprestatie indicatoren (KPI’s). De raad wenst een grondige evaluatie van het meerjarenbeleidsplan en geeft het volgende mee: • De raad verzoekt WIL om een goed monitoringssysteem te ontwikkelen voor de Ontwikkelagenda en dit ook in het meerjarenbeleidsplan op te nemen • Na afloop van de termijn van het meerjarenbeleidsplan wil de raad grondige evaluatie van zowel het effect op de inwoners en organisatie. De raad verzoekt dit op te nemen in het meerjarenbeleidsplan • Er is een verschil in KPI’s die in het meerjarenbeleidsplan zijn opgenomen en de KPI’s die met bijlage bij de begroting 2024 zijn vastgesteld.
95
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
De eerste 2 punten zijn meer dan logisch en pakken we op. Wat betreft het laatste punt geldt dat we in 2024 een nieuwe systematiek hebben voorgesteld (en door alle raden is omarmd) die pas vanaf 2025 loopt. Er is dus inderdaad een verschil wat betreft KPI’s tussen 2024 en 2025 en de jaren erna. Met deze nieuwe systematiek gaan we verder. We doen nog een keer de check of de juiste KPI’s zijn opgenomen. In de onderstaande tabel geven we per onderdeel van de Ontwikkelagenda aan welke zienswijze de raden hebben en hoe we omgaan met de zienswijze. Onderdeel
Zienswijze/wens gemeenten
Hoe wordt deze zienswijze verwerkt?
Houten De raad omarmt de beweging die WIL hiermee inzet: minder gesprekken en bureaucratie voor de inwoner en als aanpassing op de maatschappelijke ontwikkelingen met aandacht voor groepen met specifieke kenmerken.
Wij zijn blij dat de zienswijzen bevestigen dat we met de brede Poort de goede weg inslaan met belangrijke voordelen voor onze inwoners en onze dienstverlening. Uiteraard zetten wij hierbij in op een goede samenwerking met de lokale werkteams.
Ontwikkelagenda 1
Brede toegang Poort (dienstverleningsopgave)
IJsselstein Ten aanzien van alle actielijnen uit de Ontwikkelagenda zien we een nadere uitwerking in de vorm van businesscases graag tegemoet als opties bij de concept Begroting WIL 2026. In de zienswijze op de concept-begroting kunnen we als raad hier dan mee instemmen of niet. We willen graag per business case kunnen besluiten of we hiermee akkoord gaan. De businesscases moeten een duidelijke onderbouwing geven van de te maken investeringen en de verwachte besparingen.
Wij zullen deze actielijn de komende tijd verder uitwerken. Een businesscase ligt in deze niet direct voor de hand.
Lopik Voor de raad van Lopik is de integrale samenwerking van groot belang. De raad stelt dat zij bereid is om ook de werkwijze van de lokale werkteams meer te uniformeren. Cliëntenraad
96
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
De Cliëntenraad is positief over de verbreding van de brede dienstverlening in de Poort zoals voorgesteld en onderstreept dat verdere digitalisering hierbij een vereiste is. 2
Meer Lokale dienstverlening (dienstverleningsopgave)
Houten De raad omarmt de insteek om daar waar mogelijk meer lokaal dienstverlening aan te bieden en daarbij aansluiting te zoeken bij bestaande lokale initiatieven, infrastructuur, werkwijzen of afspraken.
Wij zien in de zienswijzen de bevestiging dat meer lokale dienstverlening wenselijk is. Voor ons hoort daar een goede samenwerking met lokale werkteams, sociale teams en lokale partners zeker bij.
IJsselstein Ten aanzien van alle actielijnen uit de Ontwikkelagenda ziet de raad een nadere uitwerking in de vorm van businesscases graag tegemoet als opties bij de concept-Begroting WIL 2026.
Wij zullen dit onderwerp de komende tijd verder uitwerken. Een businesscase opstellen is hiervoor niet nodig.
Lopik De raad ziet de toegevoegde waarde van lokale dienstverlening. Goede afstemming is hiervoor noodzakelijk om een goede afweging te maken welke diensten lokaal van toegevoegde waarde zijn. Een optimale integrale samenwerking met het sociaal team en de samenwerkingspartners is van groot belang. Wij begrijpen dat we hiervoor zullen moeten investeren in het sociaal team. 3
Digitalisering / Automatisering dienstverlening (dienstverleningsopgave)
Houten De raad omarmt de insteek voor het gebruik van digitale technologieën om onze dienstverlening te verbeteren en efficiënter te maken. De raad ziet de uitgewerkte plannen graag in de kaderbrief 2027. IJsselstein Ten aanzien van alle actielijnen uit de Ontwikkelagenda ziet de raad een nadere uitwerking in de vorm van businesscases graag tegemoet als opties bij de concept-Begroting WIL 2026.
Digitalisering en automatisering worden breed gezien als noodzakelijk voor verbetering van de dienstverlening. Zowel voor inwoner als bedrijfsvoering van WIL moeten we hier slagen op maken. Dit vergt, zoals beschreven in de Ontwikkelagenda, een investering. Maar ook, en eerst, een verdere versimpeling en harmonisering van onze dienstverlening. Onze 97
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Lopik Digitalisering en automatisering heeft wat de raad betreft prioriteit om de dienstverlening te optimaliseren en versnellen. De raad ziet graag een volledige digitalisering op korte termijn. Cliëntenraad De Cliëntenraad is groot voorstander van het creëren van een investeringsbudget voor digitalisering en automatisering voor de komende jaren. Dus niet minder, maar meer geld voor ICT, en sneller. Zonder vergaande automatisering en uitbreiding van bijvoorbeeld de applicatie Mijn WIL zullen de stijgende kosten nauwelijks beheersbaar blijven, zeker gezien de verwachte groei van het aantal klanten met parttime werk. De CRWIL uit echter haar zorgen over de geringe mate van digitalisering en automatisering binnen WIL. Werkprocessen zijn nog onvoldoende geautomatiseerd, met een te grote afhankelijkheid van papieren processen. En we snappen, dat de grote mate van verscheidenheid van regelingen en e.d. per gemeente e.e.a. niet makkelijk maakt, maar WIL loopt nu ver achter bij wat nodig is en kan. 4
Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt (dienstverleningsopgave)
Houten De raad is het met WIL eens dat de huidige sociale infrastructuur niet voldoet aan de doelstellingen om mensen uit de uitkering en met een structurele arbeidsbeperking naar werk te begeleiden. De raad omarmt daarom de verkenning die start in 2025 en die in de periode 2026-2028 moet leiden tot de gewenste toekomstgerichte sociale infrastructuur en verwelkomt de Rijksmiddelen die specifiek voor dit doel ter beschikking worden gesteld. WIL vraagt op dit punt specifiek om lokale inzet en lokaal bestuurlijk commitment.
verwachting is dat niet zo snel zal gaan als misschien gehoopt wordt. In 2025 werken wij de eerste stappen uit die wij kunnen maken. Het geheel van maatregelen zal geruime tijd nemen. Dit ook mede doordat de keuzes op andere actielijnen direct gevolgen of afhankelijkheden hebben voor het vraagstuk automatiseren en digitaliseren. Als voorbeeld geldt hiervoor de keuzes over harmonisatie minimaregelingen zal gevolgen hebben voor automatiseren en digitaliseren.
Dit is 1 van de onderdelen waarbij WIL afhankelijk is van de samenwerking met de gemeenten. De zienswijzen passen bij het proces dat wij parallel al lopen rondom de Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt. Daarom hebben wij er vertrouwen in dat we qua ketenregie de eerste opbrengsten al dit jaar gaan realiseren en de volgende stappen in gezamenlijkheid genomen zullen worden. 98
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
De raad committeert zich aan dit proces, maar wil als raad goed op de hoogte worden gehouden en inzicht krijgen in go/ no go momenten. Vanuit het college zal ambtelijke inzet ter beschikking worden gesteld. Daarnaast zijn in Houten een aantal projecten opgezet, zoals de werkschuur nieuw wulven, de was- en strijkservice en een werk-assessment bij Kersten Hulpmiddelen, die naadloos in deze ontwikkeling passen. Deze lokale infrastructuur willen we de komende jaren ook uitbreiden om de groei van het aantal uitkeringen verder te remmen.
De uitwerking van deze actielijn loopt onder verantwoordelijkheid van de lekstroom gemeenten zelf met een eigen besluitvormingstraject waarin ook de uitwerking en eventuele businesscase(s) een plek hebben. Hierin zijn de gemeenten leidend.
IJsselstein Ten aanzien van alle actielijnen uit de Ontwikkelagenda ziet de raad een nadere uitwerking in de vorm van businesscases graag tegemoet als opties bij de concept-Begroting WIL 2026. Lopik In 2025 gaat de implementatie plaatsvinden van Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt. Een goede afspiegeling in de werkgroepen van zowel de gemeenten als WIL en WerkwIJSS is noodzakelijk voor een gedragen beleid. Cliëntenraad De CR WIL is hier blij mee, omdat wij het zeer noodzakelijk achten dat het volume daalt en meer mensen aan de slag gaan. En het is in onze ogen ook realistisch. De CRWIL is dus een groot voorstander van een stevige aanpak op werk en uitstroom. Dit vraagt in ieder geval een andere aanpak dan de laatste jaren en 100% commitment vanuit WIL en de gemeenten. WIL geeft dit commitment af. De CRWIL zou graag willen horen en zien dat de gemeenten dit ook doen en de vertaling hiervan in de lokale werkplannen landt. Wij gaan WIL en de gemeenten c.q. lokale werkteams hierop nauw gelet volgen de komende jaren. De CRWIL zou ook graag in ieder geval ieder kwartaal de
99
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
uitstroom en plaatsingscijfers overall en per gemeente willen zien om goed te kunnen monitoren en meedenken. De Cliëntenraad heeft 2 punten die voor urgentie zorgen en om een versnelling vragen: 1. Snellere integratie van WerkwIJSS De voorgestelde tijdslijn is te lang, aangezien de huidige locatie in IJsselstein in 2029 wordt beëindigd. De CRWIL is zoals bekend voorstander van een integrale uitvoeringsorganisatie: WIL. 2. Oriëntatie op geschikte locaties Geschikte locaties zijn niet eenvoudig beschikbaar. De CRWIL stelt voor dat het bestuur van WIL en WerkwIJSS zich spoedig oriënteert op mogelijkheden. 5
Harmonisatie bijzondere bijstand en minimaregelingen. (dienstverleningsopgave)
Houten WIL beschrijft in de ontwikkel-agenda als onderdeel van het meerjarenbeleidsplan een aanpassing op het gebied van harmonisatie en een “optie” voor versobering. De aanpassing gaat over de harmonisering van de bestaande (en ongewijzigde) regelingen. De optie betreft een wijziging in het licht van het ravijnjaar om ook te kijken naar een mogelijke versobering van de verschillende regelingen om de meest kwetsbare inwoners zekerheid te kunnen bieden en de kosten omlaag te brengen. WIL geeft in haar kaderbrief 2026 aan: “in 2025 zullen wij voor minimaal 3 regelingen een scenario te schetsen inclusief de gevolgen voor inwoners en klanten als ook de bedrijfsvoering, kosten e.d. om de raden te faciliteren uiterlijk eind 2025 eerste besluiten te laten nemen over harmonisering. De implementatie hiervan vindt in 2026 plaats.” Dit is een tijdspad waar de raad zich goed in kan vinden. Als onderdeel van dit proces vraagt de raad WIL om in de begroting 2026 concrete maatregelen op te nemen voor zowel de aanpassing als de versobering, waarbij WIL samen met de gemeenten zowel
Alle zienswijzen geven blijk van de bereidheid en behoefte om met elkaar de mogelijkheden van harmonisatie te onderzoeken. Tegelijkertijd zien wij dat het nog zoeken is naar de gemeenschappelijke afweging hoe en op welke onderdelen de harmonisatie moet plaatsvinden. In vervolg op het Meerjarenbeleidsplan werken wij samen met de gemeenten op dit moment voor 3 regelingen een businesscase uit. Het gaat hierbij om de Individuele Inkomens Toeslag, bijzondere bijstand en de Collectieve Ziektekostenregeling. De businesscases in deze moeten de raden van informatie voorzien over de mogelijke knoppen waaraan gedraaid kan worden en wat daarvan de effecten zijn voor inwoner, financiën en uitvoering.
100