2. Ontwerpbegroting WIL 2026
Tekst van het document
0
0
0
238.898
0
0
Personeelslasten
3.103.149
3.076.104
107.550
0
-25.000
3.158.654
0
82.550
Totaal lasten
48.269.581
51.204.428
107.550
1.885.862
-25.000
53.172.840
0
1.968.412
BUIG
796.643
710.805
0
-474
0
710.331
0
-474
TOZO terugvorderingen
37.208
0
0
0
0
0
0
0
TOZO bedrijfskredieten
162.339
0
0
0
0
0
0
0
BBZ 2004 en BBZ Light
77.145
0
0
7.093
0
7.093
0
7.093
Wet op de Lijkbezorging
59.302
0
0
0
0
0
0
0
Leefgeld Oekraïners
238.898
238.898
0
0
0
238.898
0
0
Personeelslasten
151.477
0
0
0
0
0
0
0
Totaal baten
1.523.011
949.703
0
6.619
0
956.322
0
6.619
Saldo van baten en lasten
46.746.569
50.254.725
107.550
1.879.244
-25.000
52.216.518
0
1.961.794
29
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Ten opzichte van de begroting in het Meerjarenbeleidsplan 2026-2028 en de Kaderbrief 2026 zijn er een aantal zaken aangepast: a. Waar aan de orde en nu al bekend zijn de gebruikte indexeringen en cao-stijgingen 2025 aangepast aan de werkelijkheid van nu. Zoals gezegd verwerken wij voor 2026 voor wat betreft de cao-stijging een raming van 3,8% in de begroting. b. De klantaantallen BUIG zijn cf. de gebruikelijke systematiek bijgesteld op de eindcijfers 2024 met een 2% ophoging en 2,7% indexatie (op de prijs van de uitkering). Dit laatste was in de Kaderbrief 226 nog benoemd als 2,0%. Overall bezien leidt dit tot een bijstelling naar boven. c. De prijs per uitkering is ook aangepast aan de realisatie in 2024. d. In het Meerjarenbeleidsplan 2026-2028 is als uitgangspunt genomen dat de uitgaven voor LKS per jaar met 25% stijgen. Dit betreft een meerjarige stijging, Op basis van de meest recente inzichten ramen we iets voorzichtiger voor 2026: een stijging van 20%. e. Voor de onderdelen Terecht in de uitkering uit de Ontwikkelagenda is bij Inkomen een besparing op de regelingskosten meegenomen van € 170.000,-. f. Voor de actielijn Eenvoud in de Uitvoering uit de Ontwikkelagenda hebben we ook voor dit programma 0,25 fte € 25.000,- besparing op de uitvoeringskosten opgenomen. Deze post is terug te vinden in de kolom Overig.
Notabene We achten het mogelijk dat WIL in 2025 uiteindelijk meer aanvragen levensonderhoud binnen krijgt en meer uitkeringen zal verstrekken dan nu geraamd, door twee oorzaken: De gevolgen van de Spreidingswet; waardoor mogelijk meer statushouders in onze regio gehuisvest zullen worden. Een hoger bereik als gevolg van een mogelijk meer risicovolle uitvoering van de aanvraag. In deze begroting is hier niet op geanticipeerd. De inzet van loonkostensubsidies in de Lekstroom In de Begroting 2024 is voor LKS een bedrag opgenomen van bijna € 2.400.000,--. In de praktijk hebben we in 2024 net iets meer dan € 2.400.000,-- uitgegeven. De arbeidsmarktomstandigheden vroegen hierom. NB. Het Rijk betaalt de LKS, netto kost de LKS de Lekstroom gemeenten dus niets. Onze inschatting is een verdere toename van de inzet van LKS. We ramen de post LKS voor 2026 in deze op net iets meer dan € 3.500.000,-- met een toename in de jaren erna. Onderstaande overzicht laat de huidige Meerjarenbegroting WIL zien op het punt LKS voor de jaren 2026-2029. Realisatie 2024 € 2.413.582 Steeds meer werkgevers zijn (gelukkig) bereid iemand uit ons klantenbestand 1e BW 2025 € 2.940.103 een kans/baan te geven; gelet op de gemiddelde kenmerken van onze Begroting 2026 € 3.528.124 klanten is dan wel vaak een vorm van jobcoaching en/of LKS nodig.
De Begroting 2027 € 4.233.748 stijging van het LKS volume is daarmee de facto goed nieuws! Meer inwoners Begroting 2028 € 5.080.498 die participeren. Begroting 2029 € 6.096.598 30
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
In meerjarig perspectief ziet de begroting voor het programma Inkomen er als volgt uit. Programma Inkomen
Realisatie 2024 Begroting 2025
1e BW 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029
BUIG (bijstand/IOAW/IOAZ/BBZ)
42.442.150
42.544.368
44.908.323
46.175.362
48.360.826
50.649.925
53.047.578
Loonkostensubsidie
2.413.582
2.536.574
2.940.103
3.528.124
4.233.748
5.080.498
6.096.598
BBZ 2004 en BBZ Light
12.500
0
0
12.500
12.500
12.500
12.500
Wet op de Lijkbezorging
59.302
41.000
41.000
59.302
59.302
59.302
59.302
Personeelslasten
3.103.149
2.957.364
3.076.104
3.158.654
3.309.839
3.442.894
3.581.258
Totaal lasten
48.030.683
48.079.306
50.965.530
52.933.942
55.976.215
59.245.118
62.797.235
796.643
710.805
710.805
710.331
743.233
777.687
813.766
+
0
77.145
0
7.093
7.285
7.481
7.683
TOZO terugvorderingen
37.208
0
TOZO bedrijfskredieten
162.339
0
Wet op de Lijkbezorging
59.302
41.000
0
0
0
0
0
Personeelslasten
151.477
0
Totaal baten
1.284.113
751.805
710.805
717.424
750.518
785.169
821.449
Saldo van baten en lasten
46.746.569
47.327.501
50.254.725
52.216.518
55.225.697
58.459.950
61.975.786
BUIG (bijstand/IOAW/IOAZ/BBZ) Loonkostensubsidie BBZ 2004 en BBZ Light
Bijdragen gemeente Inkomen
Realisatie 2024 Begroting 2025
1e BW 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029
Houten
10.724.022
10.814.848
11.653.214
12.416.686
13.183.153
14.015.538
14.929.884
IJsselstein
9.970.706
9.698.401
10.463.339
10.975.211
11.603.311
12.277.895
13.010.483
Lopik
2.972.896
2.985.972
3.144.361
3.385.085
3.603.945
3.843.323
4.107.934
Nieuwegein
23.078.946
23.828.280
24.993.809
25.439.536
26.835.287
28.323.194
29.927.486
Totaal bijdragen gemeente
46.746.569
47.327.501
50.254.725
52.216.518
55.225.697
58.459.950
61.975.786
31
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
4.9 Ontwikkelingen voor 2026 en verder Participatiewet in Balans De Participatiewet in balans is al enkele jaren in voorbereiding. Recent is duidelijk geworden dat de wet op zijn vroegst op 1 januari 2026 in werking zal treden. De wet bevat 21 maatregelen die moeten bijdragen dat de uitvoering van de Participatiewet in kunnen worden uitgevoerd. In ons Meerjarenbeleidsplan 2026-2028 hebben wij de belangrijkste uitgangspunten van de Participatiewet in Balans (oplossen huidige knelpunten en bestaanszekerheid versterken) al omarmd en werken wij met de kernbegrippen Eenvoud, Vertrouwen en Maatwerk. Hiermee sluiten wij aan bij het doel van de wet om te zorgen voor meer vertrouwen en minder complexiteit. Zeker niet alle onderdelen van de wet zullen in 2026 al gerealiseerd hoeven te worden. Wij verwachten dat binnen het programma Inkomen in 2026 in ieder geval een aantal onderdelen5 gerealiseerd moeten zijn. Een deel hiervan zal bijdragen aan het vormgeven van de Ontwikkelagenda of Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt. Deze nemen we dus in die trajecten mee. Omdat de wetgeving nog moet worden vastgesteld kunnen wij pas in de loop van 2025 of zelfs begin 2026 de effecten voor inwoners en de regelings- en uitvoeringskosten kunnen vaststellen en verwerken. De Ontwikkelagenda WIL De Ontwikkelagenda zal naar verwachting op een aantal onderdelen impact hebben binnen het programma Inkomen.
Dit betreft de volgende actielijnen: • Verbreding toegang Poort • Meer lokaal afgestemde dienstverlening • Digitalisering en automatisering • Verbrede inzet op rechtmatigheid • Meer eenvoud in de uitvoering Voor een nadere beschrijving van deze actielijnen van de Ontwikkelagenda verwijzen we naar hoofdstuk 3. Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen De Lekstroomgemeenten krijgen de komende jaren te maken met een toenemend beroep op de Wet Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. WIL is 1 van de ketenpartners die hierin samenwerkt met de gemeenten. Dit krijgt de komende maanden verder vorm binnen de programma’s Inkomen en Inkomensondersteuning. Wij streven de dienstverlening integraal op te zetten en passend bij de kenmerken van de doelgroep. Hoe dit er precies uit gaat zien is op dit moment nog niet bekend.
5
Jongerennorm, giften, vermogensvaststelling, vereenvoudigen aanvraagproces, et cetera, zullen wij binnen het programma Inkomen oppakken. Voor 2027 en verder staan onder andere (automatisch)verrekenen, ALO-kop, Niet rechthebbende partner, Bufferbudget en de identificatieplicht op de agenda. 32
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
5. PROGRAMMA WERK
5.1 De maatschappelijke uitdaging in de Lekstroom In de Lekstroom zijn veel inwoners aan het werk; de bijstandsdichtheid is er relatief laag (op of net onder het benchmarkgemiddelde). Voor de werkloosheid geldt hetzelfde. Tegelijk is er nog een stevig arbeidspotentieel, zeker als we kijken naar de potentiële beroepsbevolking. Ook binnen het WW- en bijstandsbestand is er nog arbeidspotentieel. Voor een goede werking van de arbeidsmarkt is het belangrijk dat dit potentieel aangeboord en verzilverd wordt. Tegelijk geldt dat voor meerdere inwoners en klanten in de bijstand economische participatie nu en straks niet aan de orde is. Een deel van deze inwoners en klanten staat nu langs kant en doet niet mee. 5.2 De maatschappelijke opgave in de ogen van de Lekstroom gemeenten Vanuit deze realiteit hebben de Lekstroom gemeenten op hoofdlijnen een driedubbele ambitie c.q. opgave geformuleerd voor zichzelf: a. Alle inwoners doen mee. Het aantal inwoners dat afhankelijk is van een uitkering houden we zo klein mogelijk. Iedereen doet mee naar vermogen, het liefst door economisch te participeren. b. Wij leveren maatwerk om de inwoner duurzaam en naar vermogen te laten participeren. c. Onze focus ligt op groepen die grotere belemmeringen ondervinden bij het aan het werk gaan. Het gaat vooral om de doelgroepen banenafspraak, beschut werk, loonkostensubsidie en statushouders.
5.3 De beoogde impact voor inwoners Hiermee bieden wij samen met de lokale werkteams de inwoners uit deze doelgroepen een plan waaraan wordt gewerkt of een ontheffing van de sollicitatieverplichting. We verkleinen hiermee ons klantenbestand en laten het aantal openstaande vacatures dalen. Wij zorgen dat inwoners die willen participeren, weten waar zij voor ondersteuning moeten zijn.
33
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Hoe kijken we aan tegen werkgevers? Werkgevers zijn essentiële samenwerkingspartners voor WIL. Alleen door samenwerking kunnen we een passende en duurzame match tussen werkgever en klant realiseren. Dit werkt in het voordeel van beide partijen: de inwoner krijgt een goede werkplek en de werkgever vindt een oplossing voor (een deel van) de vraag naar werknemers. We hebben werkgevers nodig als partners in de zoektocht naar banen voor onze klanten, gebaseerd op hun mogelijkheden. WIL kan werkgevers ondersteunen om deze match passend en duurzaam te maken. In de huidige arbeidsmarkt hebben werkgevers ook WIL nodig bij het vinden van werknemers. Het onbenutte arbeidspotentieel binnen het klantenbestand van WIL kan een oplossing bieden voor de personeelsvraagstukken van werkgevers. Daarnaast zijn werkgevers alliantiepartners voor ons, wat sociale ondernemerszin van beide kanten vereist. Samen met werkgevers bouwen we aan een alliantie die mogelijkheden creëert voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Dit richt zich op structurele samenwerking waarbij we gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het vervullen van de randvoorwaarden. 5.4 De opdracht voor Werk Onze gemeenten bepalen in de lokale werkteams de focus van de inzet op participatie, zowel voor doelgroepen als inzet van instrumenten. We zetten werkgevers hierbij in als belangrijke partners.
Hiervoor bouwen we aan allianties en helpen wij werkgevers ook bij het invullen van hun personeelsvraag (zie bovenstaand kader). Wij bieden aanvullende en faciliterende dienstverlening binnen Werk. Zo zetten wij de Poort, het Werkgeverservicepunt en de Werkdienstverlening in. Daarnaast verzorgen wij voor de lokale werkteams personeel, bedrijfsvoering en advisering. Binnen Werk werken wij preventief en outreachend. Dit doen wij samen in het Jongerenloket waarbij de mogelijkheden van direct werken of studeren voor jongeren worden verkend. Wij gaan ook vroegtijdig met PRO-VSO leerlingen en scholen in gesprek over het vervolgperspectief voor deze jongeren. Samen met UWV en gemeenten investeren we in een Werkcentrum of andere ondersteuning om inwoners (klanten en niet-klanten) aan het werk te helpen. De gemeenten zijn primair aan zet om de re-integratie en participatie van bijstandsklanten vorm en inhoud te geven en de focus daarbij aan te brengen. Deze inzet binnen de lokale werkteams wordt vastgelegd in de lokale werkplannen De opdracht voor en van WIL is hier aanvullend op de opdracht van de gemeenten en betreft primair de uitvoering van de 'voorkant’ van de Participatiewet: • Organiseer de toegang naar werk en inkomen met als doel dat inwoners kunnen participeren of werken • Organiseer de dienstverlening aan werkgevers. 34
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
• • •
Organiseer als facilitator een werkdienstverlening die lokale werkteams ondersteunt met specialistische dienstverlening, werkgeverstaken en verduurzaming. Faciliteer de lokale werkteams qua personeel, bedrijfsvoering, met advies en kennis en met de uitvoering/coördinatie van enkele regionale opgaven (werkgeversdienstverlening, Jongerenloket, etc). Adviseer gemeenten en lokale werkteams bij de ontwikkeling van de Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt en het brede re-integratievraagstuk.
De uitvoering van de Wet Sociale werkvoorziening laten we hier buiten beschouwing. Hierin hebben de gemeenten, WIL en WerkwIJSS een gezamenlijke en afzonderlijk rol, opdracht en verantwoordelijkheid. Onderstaand overzicht laat een aantal relevante kengetallen op het domein werk zien.
Kengetal 12 maands trendpercentage parttime werkenden in de bijstand per eind 20246 Rijkvaststelling te realiseren beschutte werkplekken tot en met 2025 Rijksvaststelling te realiseren beschutte werkplekken tot en met 2026 (indicatie)7 Aantal inwoners op een beschutte werkplek (aantal) in december 2024 Percentage inwoners op een beschutte werkplek (cijfers december 2024) t.o.v. de Rijksvaststelling in 20268
Houten
IJsselstein
Cijfers 2024 Lopik Nieuwegein
WIL Totaal
7,0% 18
6,4% 20
8,2% 4
6,3% 38
6,6% 80
19 5
21 8
5 2
41 14
86 29
26,3%
38,1%
40,0%
34,1%
34,6%
6
Bron: Divosa benchmark 2024-12. Dit is een indicatie van de verwachte Rijksvaststelling 2026 op basis van de ontwikkeling in de cijfers van de afgelopen vijf jaar. 8 Het gaat hier om het aantal klanten op een beschut werkplek in 2024. De cijfers van de plaatsingen in 2025 en 2026 zijn nog niet bekend. Deze percentages zullen in de loop van 2025 en 2026 oplopen naar gelang het aantal klanten dat nog op een beschutte werkplek wordt geplaatst. 7
35
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
5.5 Wat gaan we doen in 2026? Onze activiteiten in 2026 laten zich op hoofdlijnen als volgt omschrijven: a. We bieden werkgeversdienstverlening aan werkgevers in de Lekstroom aan binnen de capaciteit die we hiervoor beschikbaar hebben. We doen dit op lokaal, regionaal en bovenregionaal niveau. Op dit laatste niveau werken we samen met andere werkgeverservicepunten in onze arbeidsmarktregio, die op zullen gaan in het Werkcentrum vanaf 2026. In nauw samenspel met de lokale werkteams zorgen we voor een effectieve match tussen werkzoekende en arbeidsmarkt. b. We werken binnen de setting van de arbeidsmarktregio aan het inrichten van een structuur en het realiseren van bovenregionale voorzieningen/afspraken. In 2026 zal het Regionaal Beraad (voorheen Utrechtse Werktafel) definitief vormkrijgen, bestaande uit minimaal zes kernpartners vanuit onderwijs, werk en inkomen, UWV, werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en economie. WIL werkt actief samen met deze partners binnen de op te richten structuur in de arbeidsmarktregio. Vanuit de structuur in de arbeidsmarktregio creëren we extra kansen op economische participatie voor klanten en inwoners in de Lekstroom onder meer door het neerzetten en uitvoeren van het Werkcentrum, de harmonisatie van instrumenten, Hoofdzaak werk, et cetera. c. We bieden ondersteuning aan ondernemers en zzp’ers.
Dat doen we door samen te werken met Ondernemer Centraal van de gemeente Utrecht, waarbij een breed dienstenpakket kan worden aangeboden (administratie, juridisch advies, management begeleiding, schuldhulpverlening aan ondernemers etc.) Onderdeel van de dienstverlening is ook via de Bbz (Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen), het verstrekken van uitkeringen en kredieten voor de (door)start van een onderneming. d. We ondersteunen en ontzorgen de lokale werkteams bij de re-integratie van klanten richting werk vanuit het team Werk Dienstverlening Lekstroom. Dit doen we door de inzet van specialistische dienstverlening en het uitvoeren van werkgeverstaken t.b.v. een optimale verduurzaming in werk van inwoners met een tijdelijk of structureel beperkt verdienvermogen. Hiervoor worden verschillende activiteiten, instrumenten en faciliteiten ingezet zoals Loonkostensubsidie, job coaching, loonwaarde metingen, inzet detacheringsfaciliteit, aanpak Banenafspraak, et cetera. e. We regelen voor jongeren (onder de 27 jaar) de toegang naar werk, scholing en zorg (samen met het Doorstroompunt) via het Jongerenloket; de route naar werk loopt daarbij grotendeels via het lokale werkteam na het poortproces.
Omdat eerder is gebleken dat de uitstroom naar werk en opleiding vanuit het Jongerenloket achterbleef en met het oog op landelijke ontwikkelingen (Participatiewet in Balans, wet School naar Duurzaam werk, Werkcentrum), heeft een verkenning van het Jongeren loket plaatsgevonden. Deze moet leiden tot een visie vanuit WIL en het Doorstroompunt (voorheen RMC) op het Jongeren loket waarin we aansluiting zoeken op Sociale infrastructuur Lekstroom Werkt en de diverse ontwikkelingen zoals de Van school naar Werkagenda. f. We organiseren de toegang naar werk, maatschappelijke participatie en een uitkering voor alle inwoners in de Lekstroom via de Poort; een centrale, integrale en laagdrempelige toegang voor alle inwoners uit de lekstroom gemeenten die een hulpvraag of een indicatie hebben. Hier proberen we een zo helder en breed mogelijk beeld van onze klanten te krijgen om zo de juiste dienstverlening te kunnen vaststellen. In het Poortproces wordt gestart met zowel een werkdiagnose als de toekenning van de aanvraag levensonderhoud. De processen zijn samen met de lokale werkteams en het team inkomensondersteuning ingericht om inwoners met een dienstverleningsvraag effectief en efficiënt te helpen vanuit de bedoeling van de Participatiewet. 5.6 Uitgangspunten Een groot deel van onze klanten is beperkt of niet zelfredzaam en heeft hulp nodig.
Deze klanten kunnen vaak ook (nog) niet snel en duurzaam regulier aan het werk. Inwoners die wel gelijk regulier aan het werk kunnen vinden meestal zelf de weg naar werk. Dat wil zeggen dat de inwoners die bij ons aankloppen vaak een 36
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Bij veel van onze klanten is bijvoorbeeld sprake van multi-problematiek, juist ook in het geval van jongeren. We moeten daarom tijd en aandacht geven aan inwoners die zich bij ons melden. Voor veel van deze inwoners zijn we immers vaak het enige vangnet. Binnen de Lekstroom is er een grote verscheidenheid in de uitvoering van de dienstverlening. Daardoor ontbreekt het aan een efficiënte dienstverleningsketen waardoor klanten niet zo snel en duurzaam mogelijk richting (regulier) werk kunnen worden geholpen. 5.7 Wat willen we als WIL realiseren? Vanuit onze opdracht zijn wij aanspreekbaar op vijf KPI's. KPI en streefwaarde 2026
Korte toelichting op het waarom?
Waarde eind 2024
De duurzame uitstroom naar werk of zelfstandig beroep ligt op benchmarkniveau
We willen dat inwoners naar vermogen participeren. Voor een deel van onze klanten kan dat via economische participatie in de vorm van werk of als zelfstandige en dus financieel zelfstandig worden zodat er geen uitkeringsafhankelijkheid meer bestaat.
Het percentage herinstroom in de uitkering ligt lager dan het benchmarkniveau De tevredenheid van de werkgevers die wij bedienen > 7.5
Het percentage herinstroom zegt iets over de duurzaamheid van de uitstroom
Gerealiseerde uitstroom naar werk in 2024 is 33,9% van de totale uitstroom. De trendwaarde 2024 voor WIL is in de benchmark berekend op 39,5 procent, bij een benchmarkgemiddelde van 33,6 procent. Trendwaarden herinstroom WIL binnen 12 maanden per eind 2024: 8,9% Benchmarkgemiddelde eind 2024: 12,5% In 2024 voor het laatst gemeten op arbeidsmarktniveau. Score was een 7,7
Klantevredenheid t.a.v. bejegening en overall >7,5
Het oordeel van werkgevers is bepalend of we op de goede weg zijn. Vooral als we laag scoren levert dat belangrijke input voor bijstelling op. De tevredenheid van werkgevers wordt tegenwoordig op het niveau van de arbeidsmarkt Midden-Utrecht gemeten. Het oordeel van inwoners/klanten is bepalend of we op de goede weg zijn denken we. Vooral als we laag scoren levert dat belangrijke input voor bijstelling op.
We blijven binnen de begroting; eventuele overschrijdingen worden vooraf geaccordeerd
De gemeentelijke middelen zijn beperkt waardoor keuzes noodzakelijk zijn. Door te rapporteren op deze KPI kan tijdig bijgestuurd worden (aan gemeente en WIL kant). Daar waar we dreigen te overschrijden lichten we dat toe.
In 2022/2023 voor het laatst gemeten. Score was een 7,6. Wordt in 2025 opnieuw gemeten. Gerealiseerd op totaalniveau. Per gemeente zien we wel flinke verschillen Zie hiervoor het Jaarverslag 2024.
37
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
In onze rapportages nemen we verder twee KPI’s geconsolideerd op die tot de verantwoordelijkheid van de lokale werkteams behoren. KPI en streefwaarde 2026
Korte toelichting op het waarom?
Waarde eind 2024
Het aantal plaatsingen.
In de lokale werkplannen zijn hier normafspraken of doelstellingen over opgenomen. Deze zijn voor WIL relevant doordat het werkgeverservicepunt ook een rol in heeft. We willen klanten gericht vooruithelpen; dat kan alleen als we actief met deze klanten aan de slag gaan.
435 plaatsingen gerealiseerd in 2024*
Het aantal klanten waarmee we aan de slag zijn (‘we’’ kan ook de lokale werkteams zijn)
Eind 2024 was aan 98,9% van de klanten een activiteit gekoppeld (daar vallen ook intake en kennismaking onder, evenals geen activiteit mogelijk). Het betrof 2.772 klanten (partners tellen ook mee).
* dat een nieuwe visie op het uitvoeren van werkgeversdienstverlening Vanuit de doorontwikkelingen uit Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt wordt gewerkt aan een aanscherping van de werkgeversdienstverlening. Wij verwachten hier een positief effect van op de realisatie. Parallel hieraan houden we nog een kerncijfer bij, om te kunnen monitoren hoe ons bestand zich ontwikkelt en of bijsturing nodig is. Het gaat in deze om het volgende kerncijfer (vastgesteld in het verlengde van de Begroting 2025). We verwijzen naar de kwartaalrapportages van WIL voor de uitwerking van onderstaand kerncijfer. Kerncijfer
Waarde eind 2024
Aantal meldingen in de poort dat leidt tot het verstrekken van een uitkering.
950 meldingen aan de poort, waarvan 630 door zijn gegaan naar de afdeling Inkomen (66,3%). Inkomen heeft in 2024 662 aanvragen afgehandeld, waarvan er 545 zijn toegekend (82,3%). Dat resulteert in een gecombineerd toekenningspercentage van 54,6%.
Zoals we hebben afgesproken koppelen we in de Turap, de Q-rapportages en de Jaarrekening terug hoe we het doen. Waar nodig voorzien we die van duiding en stellen we onze inzet bij.
38
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
5.8 Wat gaat e.e.a. kosten? Onderstaand treft u de begroting van het programma Werk aan. 2026 Werk
2024
1e BW 2025
2026 CAO
Regeling
Overig
Begroting 2026
incidenteel
structureel
Lokale handgeld Houten
86.696
104.000
0
0
0
104.000
0
0
Lokale handgeld IJsselstein
499.903
344.000
0
-152.232
0
191.768
0
-152.232
Lokale handgeld Lopik
138.879
120.000
0
-43.723
0
76.277
0
-43.723
Lokale handgeld Nieuwegein
1.162.387
1.226.000
0
-373.720
0
852.280
0
-373.720
Personeel
4.016.297
4.057.753
146.595
0
823.133
5.027.481
100.000
869.728
Totaal lasten
5.904.163
5.851.753
146.595
-569.675
823.133
6.251.806
100.000
300.053
Personeel
546.995
200.000
0
100.000
0
300.000
100.000
0
Totaal baten
546.995
200.000
0
100.000
0
300.000
100.000
0
5.357.168
5.651.753
146.595
-669.675
823.133
5.951.806
0
300.053
Saldo van baten en lasten
Ten opzichte van de begroting in het Meerjarenbeleidsplan 2026-2028 en de Kaderbrief 2025 zijn er een aantal wijzigingen: a. Waar aan de orde en nu al bekend zijn de gebruikte indexeringen en cao-stijgingen 2026 aangepast aan de werkelijkheid van nu. Zoals gezegd verwerken we voor 2026 voor wat betreft de cao-stijging een raming van 3,8% in de begroting. b. Verder hebben we een technische begrotingswijziging doorgevoerd van 7,5 fte die op het lokaal budget drukten de afgelopen jaren. Deze zijn nu verplaatst van het lokaal budget naar de uitvoeringskosten. Hierdoor is het lokaal budget zuiverder. Deze post is terug te vinden in de kolom Overig voor € 748.133,c. Voor de actielijn Eenvoud in de Uitvoering uit de Ontwikkelagenda hebben we ook voor dit programma 0,25 fte € 25.000,- besparing op de uitvoeringskosten opgenomen. Deze post is terug te vinden in de kolom Overig. d. Voor Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt transitievergoeding hebben we een bedrag opgenomen van € 300.000,- in zowel de kosten als de inkomsten. Dit conform methodiek van 1e BW 2025 waar reeds € 200.000,- was opgenomen. Hierdoor neemt de post personeel in de kolom Overig met € 100.000,- toe.
39
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
In meerjarig perspectief ziet de begroting voor het programma Werk er als volgt uit. Programma Werk
Realisatie 2024 Begroting 2025
1e BW 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029
Lokaal budget Houten
86.696
104.000
104.000
104.000
104.000
104.000
104.000
Lokaal budget IJsselstein
499.903
344.000
344.000
191.768
191.768
191.768
191.768
Lokaal budget Lopik
138.879
32.000
120.000
76.277
76.277
76.277
76.277
Lokaal budget Nieuwegein
1.162.387
1.141.000
1.226.000
852.280
852.280
852.280
852.280
Personeelslasten
4.016.297
3.713.943
4.057.753
5.027.481
4.955.600
5.154.824
5.362.017
Totaal lasten
5.904.163
5.334.943
5.851.753
6.251.806
6.179.925
6.379.149
6.586.342
Personeelsbaten
546.995
0
200.000
300.000
0
0
0
Totaal baten
546.995
0
200.000
300.000
0
0
0
5.357.168
5.334.943
5.651.753
5.951.806
6.179.925
6.379.149
6.586.342
Saldo van baten en lasten Bijdragen gemeente Werk Houten
Realisatie 2024 Begroting 2025
1e BW 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029
914.196
989.917
1.024.221
1.231.685
1.286.100
1.333.622
1.383.046
1.205.793
1.099.722
1.128.985
1.153.727
1.200.145
1.240.684
1.282.844
341.621
249.055
345.460
352.566
365.898
377.541
389.650
Nieuwegein
2.895.558
2.996.249
3.153.087
3.213.828
3.327.782
3.427.302
3.530.802
Totaal bijdragen gemeente
5.357.168
5.334.943
5.651.753
5.951.806
6.179.925
6.379.149
6.586.342
IJsselstein Lopik
40
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
5.9 Ontwikkelingen voor 2026 en verder Participatiewet in balans De Participatiewet in balans is al enkele jaren in voorbereiding. Recent is duidelijk geworden dat de wet op zijn vroegst op 1 januari 2026 in werking zal treden. De wet bevat meer dan 20 maatregelen die moeten bijdragen dat de uitvoering van de Participatiewet in kunnen worden uitgevoerd. In ons Meerjarenbeleidsplan 20262028 hebben wij de belangrijkste uitgangspunten de Participatiewet in Balans al omarmd en werken wij met de kernbegrippen Eenvoud, Vertrouwen en Maatwerk. Niet alle onderdelen van de wet zullen in 2026 al gerealiseerd hoeven te worden. Wij verwachten dat binnen het programma Werk in 2026 in ieder geval een aantal onderdelen9 gerealiseerd moeten zijn. Een deel hiervan zal bijdragen aan het vormgeven van de Ontwikkelagenda of Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt. Deze nemen we dus in die trajecten mee. Omdat de wetgeving nog moet worden vastgesteld kunnen wij pas in de loop van 2025 of zelfs begin 2026 de effecten voor inwoners en de regelings- en uitvoeringskosten kunnen vaststellen en verwerken. Van school naar werk agenda Een belangrijke ontwikkeling is de wet Van School naar Duurzaam Werk die naar verwachting per 1 januari 2026 in werking zal treden.
De wet is bedoeld om jongeren met een mogelijke afstand tot de arbeidsmarkt en voortijdige schoolverlaters beter te begeleiden met de overgang van school naar werk. In grote lijnen betekent de nieuwe wet dat het SchoolWerkt-programma (aanpak voortijdig schoolverlaters) de Regionale aanpak Jeugdwerkloosheid (RAJ) en de aanpak Hulp in het mbo moeten worden samengevoegd tot één programma (Regionaal Programma 2026-2029) die ingaat in Q1 van 2026. Op arbeidsmarktniveau wordt binnen de arbeidsmarktregio samen met Onderwijs dit programma met Rijksfinanciering uitgevoerd. Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt (SILW) Gemeenten werken samen met WIL en WerkwIJSS aan het realiseren van een sociale infrastructuur in de Lekstroom om inwoners (met een beperkt verdienvermogen) effectief en efficiënt duurzaam aan het werk te helpen. Sinds de aanstelling van de ketenregisseur/kwartiermaker valt deze actielijn onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. De Ontwikkelagenda WIL De Ontwikkelagenda zal naar verwachting op een aantal onderdelen impact hebben binnen het programma Inkomen. Dit betreft de volgende actielijnen: • Verbreding toegang Poort • Digitalisering en automatisering 9
Ruimte voor mantelzorg, maatschappelijke participatie. Onderdelen als bufferbudget, vrijlatingsbedragen, etc zijn van belang voor parttime inkomsten zullen wij in samenhang met het programma Inkomen oppakken. 41
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
• • • •
Verbrede inzet op rechtmatigheid Meer eenvoud in de uitvoering Verbrede inzet op parttime werken Verbrede inzet op economische participatie
Voor een nadere beschrijving van deze actielijnen van de Ontwikkelagenda verwijzen we naar hoofdstuk 3.
42
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
6. PROGRAMMA INKOMENSONDERSTEUNING
6.1 De maatschappelijke uitdaging in de Lekstroom In de Lekstroom leeft een deel van de inwoners in armoede; deels omdat hun uitkering onvoldoende is om van rond te komen, dan wel dat zij uit werk onvoldoende inkomen krijgen om boven het bestaansminimum te kunnen komen. Een groot deel van deze inwoners ervaart (ook) financiële stress, die meedoen en participeren belemmert. Een deel van de inwoners in de Lekstroom heeft ook (problematische) schulden. Wat we ook op dit punt weten is dat een deel van deze inwoners niet voor hulp aanklopt. Voor een deel van een inwoners geldt dat zij te maken hebben met wisselende inkomsten en financiële bestaansonzekerheid. 6.2 De maatschappelijke opgave van de Lekstroom gemeenten Vanuit deze realiteit hebben de Lekstroom gemeenten op hoofdlijnen een driedubbele ambitie c.q. opgave geformuleerd voor zichzelf: a. Het voorkomen dat inwoners in armoede en met problematische schulden moeten leven; zeker daar waar het om gezinnen met kinderen gaat. b. Het nog duidelijker maken waar inwoners moeten zijn als ze financiële problemen ervaren of inkomensondersteuning (i.c. een uitkering) nodig hebben. M.a.w. het vergroten van het bereik van de ondersteuning die zij hierop bieden. Bereik gaat hier over vindbaarheid, bereikbaarheid (procedures vormen geen belemmering) en daadwerkelijk gebruik maken. c.
Het snel, goed, eenvoudig en zo nodig dichtbij helpen van inwoners die aankloppen voor hulp. 6.3 De beoogde impact voor inwoners De beoogde impact voor hun inwoners ligt hiermee in het verlengde. Allereerst krijgen alle inwoners die hulp en inkomensondersteuning nodig hebben die ook. Ten tweede neemt het aantal inwoners in armoede en met (problematische) schulden af. Ten derde is de wijze van aanvragen zo ingericht dat dit voor onze klanten eenvoudig te realiseren is, oftewel bereikbaar is. En tot slot weten inwoners waar zij moeten zijn in geval zij hulp nodig hebben. In termen van bereik betekent dit een gestage toename per jaar van het bereik van de belangrijkste minimaregelingen. 6.4 De opdracht voor Inkomensondersteuning De opdracht van WIL is primair gericht op de uitvoering van de Bijzondere Bijstand (onderdeel van de Participatiewet), de vastgestelde minimaregelingen en de Wet Schuldhulpverlening, binnen de financiële kaders die de gemeenten stellen. Het is belangrijk om te werken vanuit vertrouwen en de bedoeling van de wet, waarmee 43
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
we aansluiten op de leefwereld van de inwoner en maatwerk wordt geleverd waar nodig. Inwoners moeten goed en snel geholpen worden, en er moet onderzocht worden of meer nabijheid effectief en helpend is. WIL is er vooral voor de inwoners die aankloppen. Hetzelfde geldt voor schuldhulpverlening. WIL is er voor de klanten die in beeld zijn en hulp zoeken. Samen met gemeenten en ketenpartners wordt er geïnvesteerd om te voorkomen dat schulden verder oplopen en om inwoners vroegtijdig te helpen, bijvoorbeeld via vroegsignalering. WIL heeft geen outreachende en preventieve opdracht om te voorkomen dat mensen in schulden komen, maar werkt wel mee aan gerichte communicatiecampagnes om het bereik te vergroten en inwoners te informeren over de beschikbare hulp.
Kengetal
Houten
IJsselstein
Cijfers 2024 Lopik Nieuwegein
WIL Totaal
Uitgangspunt Begroting 2026 WIL Totaal *)
Aantal statushouders per gemeenten (in klantenbestand WIL) Aantal klanten schuldhulpverlening (in traject) per gemeente Waarvan statushouders (*) (**)
88 13
120 18
28 8
244 23
480 (**) 62
500
Dit kunnen wij niet aangeven omdat er geen kenmerk of vlaggetje bij een statushouder is vastgelegd. De aantallen statushouders per gemeente zijn niet bij WIL bekend. De gemeenten beschikken wel over die informatie. Naast deze 480 trajecten waren er ook ongeveer 50 trajectbeëindigingen. Dan is het traject wel gestopt, maar de klant heeft nog de mogelijkheid om bezwaar in te dienen, wat overigens zelden of nooit gebeurt. Pas nadat de bezwaartermijn is afgelopen wordt het dossier gesloten.
6.5 Wat gaan we doen in 2026? Onze activiteiten in 2026 laten zich op hoofdlijnen als volgt omschrijven. Bijzondere bijstand en minimaregelingen: a. We verstrekken bijzondere bijstand of een minimaregeling aan iedereen die dat nodig heeft; dat doen we cf. de regelingen en spelregels die door de gemeenten of in ons beleid zijn vastgesteld. We gaan uit van vertrouwen, we kijken breed waar nodig, schakelen met ketenpartners indien nodig om (bij)passende hulp te kunnen bieden en dat we zo snel als mogelijk. We zijn coulant en zijn klanten behulpzaam waar nodig. We geven voorrang bij de afhandeling van een aanvraag aan klanten waar sprake is van gezinssituatie met kinderen of urgentie. In het kader van de Ontwikkelagenda wordt bekeken of het minimabeleid geharmoniseerd kan worden, te starten met 3 regelingen in 2026. b. We werken hierbij vanuit vertrouwen, kijken breed waar nodig en schakelen met ketenpartners om passende hulp te bieden. c. We zijn coulant en behulpzaam, en geven voorrang aan aanvragen van gezinnen met kinderen of urgente situaties. 44
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
d. We bieden namens de gemeenten ook de gemeentepolis aan, een collectieve ziektekostenverzekering. WIL heeft in deze de taak de aanvragen te beoordelen. VGZ is op dit moment de zorgaanbieder van de gemeentepolis voor alle deelnemende gemeenten van de doelgroep. e. We bieden financiële ondersteuning aan de doelgroep van de Wet Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen doelgroep en zien hier een toenemend beroep op minimaregelingen en bijzondere bijstand. Veel aanvragen zijn complex en vereisen maatwerk. f. We bieden statushouders een goede start via een aangepast dienstverleningsproces. Bij bijzondere regelingen zorgen we voor snelle dienstverlening bij woninginrichting en reiskostenvergoeding, in samenwerking met ketenpartners zoals Vluchtelingenwerk. Schuldhulpverlening: g. We bieden schuldhulpverlening aan inwoners met schulden die bij ons aankloppen. We voeren de MSNP (Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen) uiteraard volgens de nieuwe wetgeving uit (18 in plaats van 36 maanden). We zetten parallel hieraan waar zinvol in op het aanbieden van saneringskredieten in plaats van lange schuldregelingstrajecten. Dit geeft ruimte voor begeleiding en coaching op maat en daarmee voor schuldenrust. h. We continueren desgewenst onze inzet aan ondernemers en zzp’ers met schulden in samenspraak met Bureau Zelfstandigen van de gemeente Utrecht en Ondernemer Centraal. i.
We investeren samen met de Lekstroom gemeenten verder in een goede invulling van beleid en uitvoering inzake vroegsignalering. Dit passend bij de ontwikkelingen vanuit het Rijk om tot een basisdienstverlening schuldhulpverlening te komen. De vroegsignalering maakt hier onderdeel van uit. j. De businesscase Bewindvoering is in 2023 gestart en loopt door tot begin 2025. De inzet van het instrument Plinkr speelt hierin een centrale rol. In Q2 van 2026 ronden wij de evaluatie van de businesscase Bewindvoering af. Aan de hand van een evaluatie en de ervaringen in de businesscase zullen wij in de 2de begrotingswijziging 2025 aangeven of de werkwijze structureel wordt ingericht. Wij voorzien nu dat voortzetting niet mogelijk is zonder financiële consequenties. Verder zetten we in op samenwerking om een goede basis is om het Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags) vorm te geven. We gaan uit van een positieve evaluatie in deze en structurele continuering vanaf 2025 en verder. k. We bieden in opdracht van de gemeenten (deels vooruitlopend op de wet Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW) (financiële) ondersteuning aan de doelgroep van de wet Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. We zien nu al dat er een groter beroep wordt gedaan op de schuldhulpverlening. Veel van deze aanvragen zijn niet als een één-tweetje af te handelen.
Wij werken richting 2026 verder uit hoe dit het beste kan worden ingeregeld in onze dienstverlening. l. Statushouders bieden wij via een aangepast dienstverleningsproces een goede start bij de komst naar onze gemeenten. De financiële ontzorging bieden wij aan met de inzet van (kortdurend) budgetbeheer. 6.6 Uitgangspunten Ook voor de meeste minima en veel klanten met schulden geldt dat zij niet of beperkt zelfredzaam zijn en hulp nodig hebben. Een groot deel van onze klanten ervaart ook (financiële) stress en ervaart aankloppen bij WIL als een hoge drempel. Bij veel van onze klanten is ook sprake van multi-problematiek. Dit maakt dat we tijd en aandacht moeten en willen geven aan onze klanten als zij bij ons aankloppen. Vanuit de wetenschap dat er vrijwel altijd geen ander vangnet is. In iedere 45
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
gemeente is het lokale maatschappelijke middenveld bovendien anders georganiseerd; ook het samen schakelen om leefwereld oplossingen te kunnen bieden kost daarmee veel (doorloop)tijd. Het is hierom dat wij met de meeste lokale ketenpartners op dit vlak korte lijntjes hebben dan wel deze verder aan het versterken zijn. 6.7 Wat willen we als WIL realiseren? Vanuit onze opdracht zijn wij aanspreekbaar op de volgende KPI's. KPI en streefwaarde 2026
Korte toelichting op het waarom?
Waarde eind 2024
Het bereik van bijzondere bijstand en de belangrijkste minimaregelingen neemt toe ten opzichte van 2025
Hiermee geven we aan hoeveel inwoners die recht hebben ook daadwerkelijk bij WIL aankloppen. Dit wordt bij deze KPI onder bereik verstaan.
Het bereik van schuldhulpverlening neemt ten opzichte van 2025 toe.
Het bereik betreft het aantal inwoners dat recht heeft en ook daadwerkelijk bij WIL aanklopt.
De wachttijden en responstijden bij schuldhulpverlening blijven binnen de wettelijke termijnen. Het % opgevolgde signalen vroegsignalering schuldhulpverlening neemt toe
De wachttijd, periode tussen aanmelding en het eerste gesprek (vaststellen hulpvraag) bedraagt maximaal 4 weken. Daarna mogen nog maximaal 8 weken verstrijken tot de klant de beschikking ontvangt. De vroegsignalering wordt in 2024 verder ontwikkeld. Hierbij worden ook afspraken gemaakt over de wijze van opvolging van signalering. Op basis hiervan wordt de KPI vormgegeven.
De herinstroom bij schuldhulpverlening bedraagt minder dan 10% binnen een jaar en minder dan 15% binnen 5 jaar. De afhandeltermijn bij aanvragen minimaregelingen is 50% binnen 4 weken en 75% binnen 6 weken. Klanttevredenheid op klantbejegening en overall beleving/tevredenheid scoort >7,5
Wij gaan voor een goede kwalitatieve en duurzame schuldhulpverlening. Deze KPI geeft hier een indicatie voor. Het gaat hierbij om de herinstroom na succesvol afgesloten schuldhulpverleningstrajecten.
De berekening die hiervoor bij de jaarrekening 2024 is toegepast, komt uit op 80,4% voor WIL als geheel. Voor een belangrijk deel zijn wij voor deze KPI afhankelijk van de inspanningen van de gemeenten zelf. Het gaat om een ‘gedeelde’ KPI. De vormgeving van deze KPI wordt gekoppeld aan het beleidsplan schuldhulpverlening WIL 2025-2028 dat nog moet worden vastgesteld. Voor een belangrijk deel zijn wij voor deze KPI afhankelijk van de inspanningen van de gemeenten zelf. Het gaat om een ‘gedeelde’ KPI. Realisatie 2024: o 1e termijn: gemiddeld 18,5 dagen o 2e termijn: gemiddeld 4 dagen Alle in 2024 ontvangen signalen (in totaal 9.152) worden volgens de met de gemeenten gemaakte afspraken afgehandeld. Op signalen onder € 50 ondernemen we geen actie. Herinstroompercentage 2024: 2,9% binnen 5 jaar.
Wij gaan voor snelle, eenvoudige en bereikbare minimaregelingen. Hierbij hoort ook snelheid in het proces waarbij wij streven naar een kortere afhandeling dan de wettelijke termijnen. De klanttevredenheid wordt gemeten in een Klantbelevingsonderzoek. Het oordeel van onze klanten is bepalend of we op de goede weg zijn. Vooral als we laag scoren levert dat belangrijke input voor bijstelling op.
Realisatie 2024: o 63,7% binnen 4 weken o 78,3% binnen 6 weken In 2022/2023 voor het laatst gemeten. Score was een 8,0 v oor schuldhulpverlening en 7,6 voor de minima. Nieuw onderzoek is gepland voor 2025. 46
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
voor zowel minima als klanten bij schuldhulpverlening. We blijven binnen de begroting; eventuele overschrijdingen worden vooraf geaccordeerd
De gemeentelijke middelen zijn beperkt waardoor keuzes noodzakelijk zijn. Door te rapporteren op deze KPI kan tijdig bijgestuurd worden (aan gemeente en WIL kant)
Overall grotendeels gerealiseerd. Zie hiervoor het Jaarverslag 2024.
Parallel hieraan houden we aantal kerncijfers bij, om te kunnen monitoren hoe ons bestand zich ontwikkelt en of bijsturing nodig is. Het gaat in deze om de volgende kerncijfers (vastgesteld in het verlengde van de Begroting 2024); op verzoek op een aantal punten al 'gevuld'. We verwijzen naar de kwartaalrapportages van WIL voor de uitwerking van onderstaande kerncijfers. Kerncijfer
Waarde eind 2024
Aantal klanten Bijzondere Bijstand en minimaregelingen per gemeente.
Houten 845 IJsselstein 687 Lopik 284 Nieuwegein 3.360 WIL totaal 5.176 Houten € 839.895,IJsselstein € 1.003.946,Lopik € 389.180,Nieuwegein € 2.027.215 WIL totaal € 4.260.235,In 2024 hebben wij 454 aanmeldingen ontvangen. Uit Houten 101, uit IJsselstein 112, uit Lopik 15 en uit Nieuwegein 226. Met iedereen is contact geweest. Van deze 454 kregen er 276 een toelatingsbeschikking en werd de melding dus een aanvraag. Bij 178 aanmeldingen gebeurde dat niet (39%) omdat de inwoner het liet afweten of niet meer reageerde, de aanvraag werd ingetrokken of onze dienstverlening verder niet nodig bleek. Saneringskredieten: 91,8% Schuldbemiddelingen: 94,1% WSNP: 100%
Regelingskosten Bijzondere Bijstand en minimaregelingen per gemeente.
Het aantal aanmeldingen Schuldhulpverlening en de opvolging die hieraan gegeven wordt
Percentage succesvolle schuldregelingen van het totale aantal
Zoals we hebben afgesproken koppelen we in de Turap, de Q-rapportages en de Jaarrekening terug hoe we het doen. Waar nodig voorzien van een duiding en een mogelijke bijstelling van onze inzet.
47
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
6.8 Wat gaat e.e.a. kosten? Onderstaand treft u de begroting van het programma Inkomensondersteuning aan. 2026 Inkomensondersteuning
2024
1e BW 2025
2026 CAO
Regeling
Overig
Begroting 2026
incidenteel
structureel
Bijzondere bijstand
3.326.657
4.961.969
0
-1.393.978
0
3.567.990
0
-1.393.978
Wet Kinderopvang
432.276
461.490
0
-7.600
0
453.890
0
-7.600
Collectieve zorgverzekering
978.739
0
0
1.027.676
0
1.027.676
0
1.027.676
Personeelskosten incl. inhuur
3.817.202
3.598.444
136.741
0
11.881
3.747.067
0
148.622
Totaal lasten
8.554.874
9.021.903
136.741
-373.903
11.881
8.796.623
0
-225.280
Bijzondere bijstand
472.664
330.675
0
165.622
0
496.297
0
165.622
Wet Kinderopvang
4.773
6.233
0
-1.222
0
5.012
0
-1.222
Personeelslasten
701.463
0
0
0
0
0
0
0
Totaal baten
1.178.900
336.908
0
164.401
0
501.309
0
164.401
Saldo van baten en lasten
7.375.974
8.684.995
136.741
-538.303
11.881
8.295.313
0
-389.681
Ten opzichte van de begroting in het Meerjarenbeleidsplan 2026-2028 en de Kaderbrief 2026 zijn er een aantal zaken aangepast: a. Waar aan de orde en nu al bekend zijn de gebruikte indexeringen en cao-stijgingen 2025 aangepast aan de werkelijkheid van nu. Zoals gezegd verwerken wij voor 2026 voor wat betreft de cao-stijging een raming van 3,8% in de begroting. b. De klantenaantallen Bijzondere Bijstand en minimaregelingen zijn op basis van de uitgangspunten systematiek bijgesteld op de eindcijfers 2024 met een 2% ophoging. Overall bezien leidt dit tot een beperkte bijstelling naar beneden. c. Voor de actielijn Eenvoud in de Uitvoering uit de Ontwikkelagenda hebben we ook voor dit programma 0,25 fte € 25.000,- besparing op de uitvoeringskosten opgenomen. Deze post is terug te vinden in de kolom Overig. d. Voor de alleenverdienersproblematiek hebben nu in de Begroting een bedrag opgenomen van in totaal € 111.881,-. Deze post bestaat uit 2 onderdelen. Een bedrag van € 75.000,- voor regelingskosten en een post van 0,4 fte à € 36.881,- aan personeelskosten. Deze laatste komt terug in de kolom Overig.
48
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
In meerjarig perspectief ziet de begroting van het programma Inkomensondersteuning er als volgt uit. Programma Inkomensondersteuning Bijzondere bijstand Wet Kinderopvang Personeelslasten
Realisatie 2024 Begroting 2025
1e BW 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029
3.326.657
3.305.677
3.971.352
3.567.990
3.746.390
3.933.709
4.130.395
432.276
411.490
461.490
453.890
476.584
500.414
525.434
978.739
3.213.675
3.598.444
3.747.067
3.889.474
4.046.053
4.208.895
Collectieve zorgverzekering
3.817.202
990.617
990.617
1.027.676
1.079.060
1.133.013
1.189.663
Totaal lasten
8.554.874
7.921.458
9.021.903
8.796.623
9.191.508
9.613.189
10.054.387
Bijzondere bijstand
472.664
330.675
330.675
496.297
521.112
547.168
574.526
Wet Kinderopvang
4.773
6.233
6.233
5.012
5.262
5.525
5.802
Personeelslasten
701.463
Totaal baten
1.178.900
336.908
336.908
501.309
526.375
552.693
580.328
Saldo van baten en lasten
7.375.974
7.584.550
8.684.995
8.295.313
8.665.133
9.060.495
9.474.059
Bijdragen gemeente IO
Realisatie 2024 Begroting 2025
1e BW 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029
Houten
1.583.117
1.765.851
1.878.802
1.793.598
1.872.557
1.957.145
2.045.590
IJsselstein
1.637.944
1.493.160
1.931.903
1.831.867
1.914.314
2.002.319
2.094.406
571.274
576.819
604.553
632.013
660.986
691.821
724.106
Nieuwegein
3.583.639
3.748.719
4.269.736
4.037.836
4.217.276
4.409.210
4.609.958
Totaal bijdragen gemeente
7.375.974
7.584.550
8.684.995
8.295.313
8.665.133
9.060.495
9.474.059
Lopik
49
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Notabene 1 Naast de begroting lopen een aantal extra diensten via een DVO, namelijk de extra inzet van de generalisten, uitvoering collectieve zorgverzekering, de Nieuwegein Stadspas en diverse DVO's voor bijzondere doelgroepen.
6.9 Ontwikkelingen voor 2026 en verder De Ontwikkelagenda WIL De Ontwikkelagenda zal naar verwachting op een aantal onderdelen impact hebben binnen het programma Inkomensondersteuning. Dit betreft de volgende actielijnen: • Meer lokaal aanbieden dienstverlening • Digitalisering en automatisering • Businesscase Harmonisatie minimabeleid • Meer eenvoud in de uitvoering Voor een nadere beschrijving van deze actielijnen van de Ontwikkelagenda verwijzen we naar hoofdstuk 3. Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028 Medio 2025 verwachten wij het beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028 vast te stellen. Hierin schetsen wij de uitgangspunten en de inzet van WIL de komende jaren op schuldhulpverlening. Belangrijk onderdeel hiervan is de basisdienstverlening schuldhulpverlening. Hier voeren wij onderdelen vanuit (Waarborgfonds, Plinkr en Schuldenknooppunt) en deels is het nog wachten op vaststelling van Rijksbeleid. Een ander onderdeel dat wordt uitgewerkt is de wijze waarop wij inzetten op Vroegsignalering. De financiële effecten zijn nog niet in beeld doordat besluitvorming nog plaatsvindt.
50
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
7. Bedrijfsvoering 7.1 De opdracht voor en van WIL De opdracht voor bedrijfsvoering ligt primair in het verlengde van hetgeen de uitvoering nodig heeft door: gevraagd én ongevraagd te faciliteren, te regelen, mee te denken en te adviseren. Sober, efficiënt en doelmatig is daarbij het devies. Secundair is onze bedrijfsvoering operationeel kaderstellend door aan te geven met welke systemen we werken, hoe we dat doen, et cetera. Ten slotte adviseert en ondersteunt bedrijfsvoering het management, gevraagd en ongevraagd, bij het maken van keuzes en het stellen van kaders. 7.2 Wat gaan we doen in 2026? Onze activiteiten in 2026 laten zich op hoofdlijnen als volgt omschrijven: a. We zorgen dat WIL een goed werkgever is en blijft en dat we goede en voldoende medewerkers aan boord hebben en houden. Dit vraagt om passende communicatie en een goed HR-beleid en uitvoering. b. Wij zorgen vanuit HR met passende communicatie, HR-beleid en HR-uitvoering ervoor dat WIL een goed werkgever is. Daarmee hebben en houden we goede en voldoende medewerkers aan boord. c. Daar hoort ook bij dat wij voldoen aan onze wettelijke en morele verplichtingen bij het voldoen aan het quotum banenafspraakbanen. d. Onze medewerkers zijn van groot belang omdat onze dienstverlening arbeidsintensief is. De kwaliteit van onze dienstverlening is mede afhankelijk van de kwaliteit van onze medewerkers.
We investeren in het laag houden van het ziekteverzuim. We zetten actief in op verzuimbegeleiding, samen met de Arboarts. Preventie is daar onderdeel van en daarvoor bieden wij aandacht en maatwerk. Voor langdurig verzuim bieden wij een goede verzuimbegeleiding. Met ons Arboteam en onze preventiemedewerkers monitoren we de Arbo-risico’s binnen WIL en interveniëren we gericht wanneer nodig op de arbeidsomstandigheden, de gezondheid en veiligheid van de medewerkers van WIL. e. Wij zijn in onze communicatie klantvriendelijk en klantgericht. Datzelfde geldt voor de benadering vanuit onze klantenservice richting inwoners. De klantenservice doet dit vanuit de motto’s ”we zijn goed en snel bereikbaar” en “het eerste contact is hoogwaardig”. f. De faciliterende en adviserende taken leveren we vanuit Finance & Control, HR, Communicatie, Strategie & Juridische Zaken, ICT en DIV. Hiermee zorgen we dat we in control zijn, blijven en waar we verbeteren. Dit doen we proactief. g. Bedrijfsvoering voert ook de bezwaar- en beroepfunctie uit, net zoals de klachtenprocedures, vanuit het principe: ”we lossen het op als dat kan”. h. Tenslotte investeren we in scholing en training van onze medewerkers zodat onze medewerkers de professionals blijven die de goede dienstverlening kunnen bieden.
7.3 Uitgangspunten Houten is onze belangrijkste ICT-partner in bovenstaand perspectief; WIL is vooral een regie-organisatie. We werken samen op basis van een heldere meerjarenovereenkomst; met een eindafrekening op basis van de werkelijk gemaakte kosten. 51
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Nieuwegein is onze huurbaas. Ook hier werken we op basis van een meerjarenovereenkomst, zij het op basis van een vaste prijsafspraak. De arbeidsmarkt is ondertussen ook voor WIL lastig geworden. Het vinden, binden en boeien van personeel kost veel tijd en dat zet druk op de organisatie (zeker omdat hierdoor her en der gaten in de bezetting en productie vallen) 7.4 Wat willen we als WIL realiseren? Vanuit onze opdracht zijn wij aanspreekbaar op vijf KPI's: KPI en streefwaarde 2026
Korte toelichting op het waarom?
Waarde eind 2024
Het percentage ziekteverzuim ligt meerjarig beneden of gelijk met de benchmark. Voor 2025 is het streefpercentage < 6,5% Het aantal medewerkers op een banenafspraakbaan binnen WIL is gelijk aan het quotum voor WIL Bij KSV bedraagt de wachttijd maximaal 55 seconden en de uitval maximaal 10% In ons MO scoren we op het overall welbevinden/werknemerstevredenheid >7,0
WIL heeft te maken met een verhoogd ziekteverzuim. Wij gaan in 2025 voor percentage <6,5% en op termijn gelijk of onder de benchmark.
Realisatie 2024: gemiddelde verzuim over 2024 is 7,1%. Eindwaarde in december 2024 is 6,6%.
Wij geven als werkgever het goede voorbeeld en vullen het aantal banenafspraakbanen volgens het quotum in. Hiermee geven we onze inwoners een kans en hebben wij een goede aanvulling op ons werknemersbestand. Wij streven naar een goede bereikbaarheid zodat we de klant goed te woord kunnen staan.
Realisatie in 2024: 3,69 bij een doelstelling van 5,3.
Wij willen een goede werkgever zijn en voeren daarom jaarlijks een Medewerkersonderzoek uit. In deze arbeidsmarkt is het van belang dat we een goede werkgever zijn. Uit de Medewerkersonderzoeken kunnen wij verbeterpunten halen die ons kunnen helpen om aantrekkelijk te blijven als werkgever. De gemeentelijke middelen zijn beperkt waardoor keuzes noodzakelijk zijn. Door te rapporteren op deze KPI kan tijdig bijgestuurd worden (aan gemeente en WIL kant)
Laatste keer in 2024 gemeten met een score per afdeling variërend van 7,5 tot 7,6.
We blijven binnen de begroting; eventuele overschrijdingen worden vooraf geaccordeerd
Realisatie 2024: gemiddeld 42 seconden met een uitval van 6,1%.
Niet gerealiseerd, gelet op aantal externe ontwikkelingen en keuzes. Zie hiervoor Jaarverslag 2024.
52
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Parallel hieraan houden we aantal kerncijfers bij, om te kunnen monitoren hoe ons bestand zich ontwikkelt en of bijsturing nodig is. Het gaat in deze om de volgende kerncijfers (vastgesteld in het verlengde van de Begroting 2025); op verzoek op een aantal punten al 'gevuld'. We verwijzen naar de kwartaalrapportages van WIL voor de uitwerking van onderstaande kerncijfers. Kerncijfer
Waarde eind 2024
Het percentage gegronde bezwaarschriften
Er zijn in 2024 208 bezwaarschriften afgehandeld. Daarvan zijn er 58 gegrond verklaard (27,9%) en 19 deels gegrond (9,1%). In 2024 zijn 47 klachten afgehandeld, waarvan er 9 (gedeeltelijk) gegrond zijn verklaard, 21 ongegrond en 15 met wederzijdse instemming zijn afgehandeld. 2 klachten zijn niet ontvankelijk verklaard
Aantal klachten en de afhandeling daarvan.
Zoals we hebben afgesproken koppelen we in de Turap, de Q-rapportages en de Jaarrekening terug hoe we het doen. Waar nodig voorzien van een duiding en een mogelijke bijstelling van onze inzet.
53
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
7.5 Wat gaat e.e.a. kosten? Onderstaand treft u de begroting van het programma Bedrijfsvoering aan. 2026 Bedrijfsvoering Huisvesting ICT
2024
1e BW 2025
2026 CAO
Regeling
Overig
576.248
723.621
0
0
Begroting 2026
19.538
743.159
incidenteel
structureel 0
19.538
2.145.746
2.354.300
0
0
65.591
2.419.891
0
65.591
Advisering en ondersteuning
750.045
577.251
0
0
404.550
981.801
150.000
254.550
Kantoorkosten
265.436
387.474
0
0
10.462
397.936
0
10.462
Personeelslasten
6.219.326
5.344.141
190.452
0
-141.131
5.393.461
0
49.320
Totaal lasten
9.956.799
9.386.787
190.452
0
359.009
9.936.248
150.000
399.461
160.323
90.000
0
0
79.018
169.018
0
79.018
379
0
0
0
0
0
0
0
126.352
0
0
0
0
0
0
0
Advisering en ondersteuning Dekking VHL Personeelslasten Totaal baten Saldo van baten en lasten
287.054
90.000
0
0
79.018
169.018
0
79.018
9.669.745
9.296.787
190.452
0
279.991
9.767.230
150.000
320.443
Ten opzichte van de begroting in de Kaderbrief 2026 zijn er de volgende wijzigingen: a. Waar aan de orde en nu al bekend zijn de gebruikte indexeringen en cao-stijgingen 2025 aangepast aan de werkelijkheid van nu. Zoals gezegd verwerken wij voor 2026 voor wat betreft de cao-stijging een raming van 3,8% in de begroting. b. Voor de actielijn Eenvoud in de Uitvoering uit de Ontwikkelagenda hebben we ook voor dit programma 0,25 fte € 25.000,- besparing op de uitvoeringskosten opgenomen. c. In het kader van de Ontwikkelagenda hebben we bij Bedrijfsvoering voor een aantal actielijnen onderdelen een bedrag opgenomen van in totaal € 240.000,voor advies en ondersteuning (niet alleen voor Bedrijfsvoering zelf, maar ook voor advies en ondersteuning op actielijnen die de andere programma’s betreft). Van deze in totaal € 240.000,-- voor 2026 is € 150.000,- incidenteel. We verwijzen u voor een toelichting naar hoofdstuk 3. d. Bij de afdeling Finance en Control hebben we in de begroting 2026 de gehele inhuur eruit gehaald. Hier zit wel een risico. Zie ook de risicoparagraaf. e. Het inflatiepercentage wat is gehanteerd bedraagt 2,7% f. De post Advies en ondersteuning is gebaseerd op de realisatie van 2024. 54
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
In meerjarig perspectief ziet de begroting van het programma Bedrijfsvoering er als volgt uit. Bedrijfsvoering Huisvesting
Realisatie 2024 Begroting 2025
1e BW 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029
576.248
723.621
723.621
743.159
763.224
783.831
804.994
2.145.746
2.090.705
2.354.300
2.419.891
2.487.253
2.556.434
2.627.484
Advisering en ondersteuning
750.045
417.251
577.251
981.801
851.830
872.399
893.524
Kantoorkosten
265.436
387.474
387.474
397.936
408.680
419.715
431.047
Personeelslasten
6.219.326
5.699.329
5.344.141
5.393.461
5.637.445
5.853.706
6.078.341
Totaal lasten
9.956.799
9.318.380
9.386.787
9.936.248
10.148.433
10.486.085
10.835.390
160.323
90.000
90.000
169.018
90.000
90.000
90.000
ICT
Advisering en ondersteuning Dekking VHL Personeelslasten Totaal baten Saldo van baten en lasten Bedrijfsvoering per gemeente
379 126.352 287.054
90.000
90.000
169.018
90.000
90.000
90.000
9.669.745
9.228.380
9.296.787
9.767.230
10.058.433
10.396.085
10.745.390
Realisatie 2024 Begroting 2025
1e BW 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029
Houten
2.305.933
2.201.321
2.217.639
2.329.858
2.399.320
2.479.863
2.563.186
IJsselstein
1.967.019
1.877.813
1.891.732
1.987.459
2.046.714
2.115.420
2.186.497
565.352
539.336
543.334
570.829
587.847
607.581
627.995
Nieuwegein
4.831.441
4.609.910
4.644.082
4.879.085
5.024.551
5.193.221
5.367.711
Totaal bijdragen gemeente
9.669.745
9.228.380
9.296.787
9.767.230
10.058.433
10.396.085
10.745.390
Lopik
55
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
8. BBV PARAGRAFEN In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen verplicht opgenomen worden in de begroting. Voor WIL zijn de paragrafen Financiering, Bedrijfsvoering en Risicoparagraaf van toepassing. A. Paragraaf Financiering In de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en in ons treasurystatuut zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid wordt vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd. Langlopende leningen en renterisico Op dit moment zijn er geen langlopende leningen. In dit begrotingsjaar worden geen investeringen voorzien en zal er zich derhalve geen financieringsbehoefte voor doen. Voor het renterisico worden twee normen onderscheiden: de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Er dient binnen deze normen geopereerd te worden. Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rente-typische looptijd tot één jaar) is in de Wet Fido (evenals in de Wet Filo) de kasgeldlimiet opgenomen.
Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de jaarbegroting. Dit percentage is vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden. Financieringsbehoefte in relatie tot investeringen Als er nieuwe investeringen nodig zijn, dan worden deze apart aan het AB voorgelegd. De investeringen dienen een duurzaam karakter te hebben, waarbij de terugverdientijd wordt benoemd.
56
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
B. Paragraaf Bedrijfsvoering Personeel
Bedrijfsvoering
47,8
Begroot loonkosten 5.393.461
Inkomen
32,0
3.158.654
Inkomensondersteuning
37,3
3.747.067