CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Ontwerpbegroting WIL 2025

Raadsvergadering 13 juni 2024, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting WIL 202524.279 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Regelingskosten Inkomensondersteuning Bij de bepaling van de hoogte van de regelingskosten bijzondere regelingen en bijzondere bijstand gaan we uit van de bedragen en op basis van de voorlopige jaarcijfers 2023, met een risico-opslag van 1%. Ook deze methodiek is gebruikelijk. Echter, het CPB en andere instanties verwachten de komende periode een toename van de armoedeproblematiek en mensen die behoefte hebben aan ondersteuning. Wij zien die ontwikkeling nu nog maar beperkt; later in het jaar verwachten we meer inzicht te hebben in de ontwikkeling van ons bestand en het aantal aanvragen. Re-integratie middelen (Lokale budget) De gemeenten zijn zelf aan zet om focus aan te brengen bij de inzet op participatie. In het lokale jaarplan beschrijven zij de inzet en de bijbehorende lokale begroting. WIL neemt deze lokale begroting in het lokale jaarplan geconsolideerd over. Omdat de lokale jaarplannen eind 2023 worden vastgesteld, verwerken wij deze in de ontwerp begroting 2025. Inkomsten terugvordering (1,5%) Het verwachte percentage inkomsten vanuit terugvordering is op 1,5% gesteld. BBZ 2004 BBZ 2004 is een vraag gestuurde regeling waarvoor WIL het budget bepaalt op basis van de uitkomsten vanuit de jaarstukken 2023. Vanaf 2020 is de financieringssystematiek voor de BBZ-kapitaalverstrekking gewijzigd.

Dit houdt in dat de eigen bijdrage voor de gemeenten van 25% naar 75% is toegenomen. De overheid gaat ervan uit dat 75% van de lening wordt terugbetaald. Hierdoor neemt het risico voor de gemeenten toe.

46

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

Verdeelsleutel Bij het opstellen van de begroting 2025 wordt voor de doorberekening van de uitvoeringskosten de verdeelsleutel bepaald aan de hand van de maatstaven uit de septembercirculaire en de definitieve uitkeringsspecificatie van het gemeentefonds. De regelingskosten worden verdeeld op basis van het aantal klanten per gemeente en de daadwerkelijke kosten per klant. De verdeelsleutel 2025 is nu nog niet bekend. Nullijn systematiek De financiële nullijn is sinds 2020 kaderstellend: WIL heeft het te doen met de middelen die beschikbaar worden/zijn gesteld. Tenzij.. . WIL van de Lekstroom gemeenten tijdelijk of structureel extra mag inzetten op specifieke onderdelen; dan is een ophoging van de begroting via een begrotingswijziging acceptabel. De meest recente zienswijzen op de 1ste Begrotingswijziging 2024 hebben opgeleverd dat WIL zich stringeter aan de Nullijn moet houden gelet op de precaire financiële situatie per gemeente. De Nullijn is dus weer meer principieel geworden, minder pragmatisch. Met uiteraard als grondhouding een sobere en doelmatige uitvoering. Begroting 2024 (inclusief de 1e begrotingswijziging 2024) als basis De begroting 2024 (inclusief de 1e begrotingswijziging 2024) wordt als basis genomen voor de voorliggende Begroting 2025.

In de 1ste begrotingswijziging 2024 zijn de volgende bijstellingen opgenomen: Programma Inkomen (2.6 fte) • Inzake de Wet op de lijkbezorging (WLB) is er 0,6 fte uitbreiding noodzakelijk. Door de huidige problematiek van hoog sociaal isolement zien wij een hoger beroep en grotere complexiteit op de WLB. Dit betreft een wettelijke verplichting en van deze ontwikkeling is reeds melding gemaakt in de Turap 2023 en de RIA. • Voor de WLB is structureel € 25.000,- meer regelingsgeld nodig. • Bijstand. Uitbreiding van 2,0 fte. De complexiteit van de aanvragen is afgelopen jaren flink toegenomen. Voorheen waren 2 van 10 aanvragen multi problematiek. Nu zijn het 8 van de 10 aanvragen. Dit vraagt om meer capaciteit. Programma Inkomensondersteuning (3,0 fte) • WSNP. Wet schuldsanering natuurlijke personen. Door wijziging van de termijn van 36 maanden naar 18 maanden is hier 1,0 fte uitbreiding noodzakelijk. Hierover is reeds melding gedaan in de Turap en de RIA. • Statushouders ( 1,0 fte) • Ontzorgen statushouders samen met ketenpartners vraagt intensieve aanpak. Door hoge aantallen en complexiteit dienstverlening statushouders is daarnaast ook regulier stevige inzet nodig • Bij BR speelt hetzelfde verhaal inzake multi-problematiek. Daarnaast speelt er nog een statushouders problematiek. Bij bijzondere regelingen zijn 2,0 fte benodigd.

Deze gaan we echter budgetneutraal financieren door binnen geheel WIL minder inhuur en meer vast personeel in te zetten. • Ten aanzien van de schuldenproblematiek speelt hetzelfde als bij de bijstandsaanvragen. De complexiteit van de aanvragen is enorm toegenomen. Hiervoor is een uitbreiding noodzakelijk van 1,0 fte. Ook deze uitbreiding gaan we binnen WIL budgetneutraal financieren door minder inhuur en meer vast personeel in te zetten. • En vanwege een structureel tekort op de bijzondere bijstand zijn de regelingskosten verhoogd met € 250.000.

47

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

Programma Werk (1,5 fte) • Vanwege ‘trapje op trapje af’ en instroom nieuwe doelgroep (Wajong) is hier voor 2024 1,5 fte benodigd. Hierover is ook reeds gesproken in de Turap en de RIA. Deze kunnen we in 2024 financieren met incidentele inkomsten uit ESF. In totaal dus incidentele extra uitgaven van 5,6 fte. Programma Bedrijfsvoering • Vanwege een DPIA (data protection impact assessment) in 2024 wordt hiervoor incidenteel € 45.000 aan de begroting toegevoegd. Voorziening verlofsparen Bij cao-afspraak is in 2022 het verlofsparen geïntroduceerd. Door het verlofsparen ontstaan voor WIL arbeidskosten financiële verplichtingen met een niet voorspelbare opbouw en ook onvoorspelbare afbouw. In het BBV is bepaald dat voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen waarvan het jaarlijkse bedrag geen gelijk volume heeft, een voorziening dient te worden gevormd. In 2023 hebben we deze voorziening ingericht. De totale kosten hiervan waren € 105.000. We zullen jaarlijks een bedrag in de voorziening Verlofsparen moeten storten ter dekking van de te maken kosten. Hoeveel er jaarlijks op deze voorziening gedoteerd is moeilijk in te schatten.

48

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

Overzicht van baten en lasten per programma Programma

Realisatie 2023

Realisatie 2023

1e BW 2024 saldo

1e BW 2024 saldo

Begroting 2025

Begroting 2025

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Programma Inkomen

45.132.347

45.132.347

0

44.087.196

44.087.196

0

48.450.458

48.450.458

saldo 0

Programma Werk

5.101.510

5.101.510

0

4.930.790

4.930.790

0

5.334.943

5.334.943

0

Programma Inkomensondersteuning

11.975.812

11.975.812

0

7.818.825

7.818.825

0

7.921.458

7.921.458

0

DVO SW

2.438.105

2.438.105

0

2.424.000

2.424.000

0

2.424.000

2.424.000

0

Totaal programma's

64.647.775

64.647.775

0

59.260.811

59.260.811

0

64.130.859

64.130.859

0

Uitvoeringskosten Gerealiseerd totaal van saldo van baten en lasten Mutaties reserve

9.097.077

9.097.077

0

8.636.149

8.636.149

0

9.318.380

9.318.380

0

73.744.852

73.744.852

0

8.636.149

8.636.149

0

9.318.380

9.318.380

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

73.744.852

73.744.852

0

67.896.960

67.896.960

73.449.239

73.449.239

Begroting 2027

Begroting 2027

0 0

0 0

Meerjarenraming per programma Het onderstaande overzicht presenteert de baten en lasten voor het meerjarenperspectief. Programma

Begroting 2025

Begroting 2025 saldo

Begroting 2026

Begroting 2026

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Programma Inkomen

48.450.458

48.450.458

0

50.096.388

50.096.388

saldo 0

51.733.330

51.733.330

saldo 0

Programma Werk

5.334.943

5.334.943

0

5.513.212

5.513.212

0

5.676.685

5.676.685

0

Programma Inkomensondersteuning

7.921.458

7.921.458

0

8.188.701

8.188.701

0

8.441.032

8.441.032

0

DVO SW

2.424.000

2.424.000

0

9.653.064

9.653.064

0

9.972.594

9.972.594

0

Totaal programma's

64.130.859

64.130.859

0

73.451.366

73.451.366

0

75.823.641

75.823.641

0

Uitvoeringskosten Gerealiseerd totaal van saldo van baten en lasten Mutaties reserve

9.318.380

9.318.380

0

0

0

0

0

0

0

9.318.380

9.318.380

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

73.449.239

73.449.239

0

0 73.451.366

73.451.366

0

0 75.823.641

75.823.641

0

49

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

BIJLAGE: Taakvelden Begroting 2025 Programma

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Verdeling Taakveld Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Domein: 0.0 Bestuur en ondersteuning Bedrijfsvoering

100% 0.4 Overhead

9.228.380

9.228.380

9.563.064

9.563.064

9.882.594

9.882.594

10.219.998

10.219.998

Inkomen

100% 6.3 Inkomensregelingen

47.327.501

47.327.501

48.940.298

48.940.298

50.544.262

50.544.262

52.201.528

52.201.528

Inkomensondersteuning

76% 6.3 Inkomensregelingen

5.764.258

5.764.258

5.961.217

5.961.217

6.146.958

6.146.958

6.339.014

6.339.014

Inkomensondersteuning

24% 6.71 Maatwerk dienstverlening

1.820.292

1.820.292

1.882.490

1.882.490

1.941.145

1.941.145

2.001.794

2.001.794

Werk

100% 6.5 Arbeidsparticipatie

5.334.943

5.334.943

5.513.212

5.513.212

5.676.685

5.676.685

5.847.024

5.847.024

DVO - SW

100% 6.4 WSW en beschut werk

1.150.000

1.150.000

1.150.000

1.150.000

1.150.000

1.150.000

1.150.000

1.150.000

Domein: 6.0 Sociaal domein

BIJLAGE: Beleidsindicatoren artikel 8 BBV De beleidsindicatoren in de onderstaande tabel zijn opgenomen op basis van de gegevens van ‘waar staat je gemeente’. Alleen de beleidsindicatoren die van toepassing zijn op de taken die WIL uitvoert zijn vermeld. Indicator bron waarstaatjegemeente.nl Personen met bijstandsuitkeringen, per 10.000 inwoners. Huishoudens met bijstandsuitkeringen (percentage t.o.v. totaal aantal huishoudens) Bijstand gerelateerde uitkering vanaf AOW-leeftijd, per 1000 inwoners. Alleenstaanden met bijstandsuitkeringen t.o.v. huishoudens alleenstaand. Lopende re-integratievoorzieningen (aantal per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) Personen met een lopende re-integratievoorziening naar inkomstenbron: - Werkend zonder bijstand (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) - Werkend met bijstand (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) - Niet werkend met bijstand (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) - Niet werken zonder bijstand (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) Banen (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) Werkloosheidspercentage

Jaar 2021 09-2022 2021 12-2021 2022-Q2

Houten

IJsselstein

Lopik Nieuwegein 183 369 2,3% 4,3% 3,8 15,2 4,0% 8,1% 7,2 21,0

Nederland 431 4,8% 17,1 8,7% 13,0

206 2,5% 8,1 5,4% 11,3

272 3,5% 10,6 6,0% 11,2

2022-Q2 2022-Q2 2022-Q2 2022-Q2 2021 2022

1,8 0,8 7,6 1,1 694,1 2,8%

2,3 0,4 7,7 0,8 572,3 3,0%

2,7 0,0 4,5 0,9 546,0 2.,7%

3,3 0,8 14,9 1,8 978,7 3,6%

3,3 1,1 7,6 1,0 685,7 3,5%

Huishoudens met laag inkomen

2020

5,0

6,0%

7,0%

7,0%

-

Huishoudens met hoog inkomen Kinderen (tot 18 jaar) opgroeiend in een uitkeringsgezin

2020 2021

16,0 3%

12,0% 5%

13,0% 5%

8,0% 6%

6%

50

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

51

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

BIJLAGE: De kansrijke opties in beeld WIL staat voor de taak om de balans tussen opdracht, dienstverlening en financiën structureel te herstellen. Hiervoor is nodig dat we zowel aan de hand van de inhoudelijke als de financiële piketpaaltjes in de eerste helft van 2024 een aantal kansrijke opties verkennen. Doel is zowel het inhoudelijke 'gat’ te dichten en de geschetste financiële uitdaging van minimaal € 800.000,-- te kunnen realiseren, als de dienstverlening van WIL verder aan te passen aan de eisen van deze tijd (werken vanuit vertrouwen, eenvoud, maatwerk en werken vanuit de bedoeling). Onderstaand treft u een kort en bondig overzicht aan van de kansrijke opties die wij willen verkennen om EN de geschetste financiële uitdaging te kunnen realiseren als onze dienstverlening nog beter te laten aansluiten op de eisen van deze tijd (werken vanuit vertrouwen, eenvoud, maatwerk en werken vanuit de bedoeling). Om welke kansrijke opties gaat het dan? Kansrijke optie De idee erachter Organiseren nog bredere toegang WIL (=WIL geldzaken)

Meer risico nemen in de uitvoering

Meer eenvoud in de uitvoering (incl. digitalisering/ automatisering waar mogelijk)

Nu zijn de aanvraagprocessen voor een uitkering, bijzondere regelingen, schuldhulpverlening en werk tot op zekere hoogte los van elkaar georganiseerd. Met een nog bredere toegang organiseren we niet alleen een klantvriendelijker proces, maar mogelijk ook een efficiënter proces. Het korte termijn-perspectief in deze is een koppeling van de aanvraag levensonderhoud met andere financiële vraagstukken/aanvragen. Ter illustratie: we herijken de bestaande Poort, waarbij we voor inwoners die voor een aanvraag levensonderhoud aankloppen in 1 keer ook waar aan de orde de bijzondere bijstand, minimaregelingen en schuldhulpverlening regelen/in gang zetten. Er zijn aanvraagprocessen waar de praktijk laat zien dat het % toekenningen (zeer) hoog is. We zouden hierin verder kunnen gaan door de toekenning voor dit soort aanvragen zo ongeveer te automatiseren vanuit maximaal vertrouwen (de klant zegt zwart op wit ‘ik ben eerlijk’ en wij zeggen ‘als je blieft''). Deze vorm van vereenvoudiging van het aanvraagproces is klantvriendelijk, maar levert ook efficiencywinst op. Ter illustratie: de aanvraag voor de collectieve zorgverzekering richten we zo in. Tijdens het aanvraagproces (vooral bij de minimaregelingen) moeten klanten veel informatie aanleveren en dat gebeurt soms gedeeltelijk, niet of in stappen.

Een verdere versimpeling van het aanvraagproces (let op: we werken al met een verkort proces bij inkomen!) kan klantvriendelijker zijn, maar ook efficiencywinst opleveren. Ter illustratie: een aanvraagproces met minder spelregels in geval van bijvoorbeeld de aanvraag van een individuele inkomenstoeslag of stadspas (onze medewerker krijgt de vrijheid te doen wat nodig is).

Ruwe inschatting effect (zowel voordelig als mogelijk nadelig, als ook mogelijke risico's) Minder inzet in fte's Maar mogelijk hogere regelingskosten, doordat we het ‘niet gebruik’ verkleinen en het bereik vergroten (een positief en negatief effect ineen). Mogelijk ook investeringen nodig qua implementatie en ICT

Minder inzet in fte's Maar mogelijk hogere regelingskosten, doordat er meer (ook niet rechtmatige) aanvragen door heen komen; de mate van dit risico als ook de beheersing hierop hebben we te verkennen. Het bereik neemt hierdoor ook toe (wederom een positief en negatief effect ineen). Mogelijk ook investeringen nodig qua implementatie en ICT Minder inzet in fte's Maar mogelijk hogere regelingskosten, doordat er meer (ook niet rechtmatige) aanvragen door heen komen; de mate van dit risico als ook de beheersing hierop hebben we te verkennen. Het bereik neemt hierdoor ook toe (wederom een positief en negatief effect ineen). Mogelijk ook investeringen nodig qua implementatie en ICT

Daar waar een aanvraagproces eenvoudig is (gemaakt), kan gedacht worden aan het digitaliseren of zelfs automatiseren van een aanvraag.

52

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief Ter illustratie: de aanvraag levensonderhoud voor specifieke groepen/alle klanten (cf. de methodiek van WIL Direct). Daarnaast geldt dat er erg veel (minima)regelingen zijn met vaak ieder lokaal accenten. Een forse mate van harmonisatie zou erg helpend zijn om sneller en efficiënter te kunnen werken. Let op! De spelregels worden lokaal vastgesteld. Wat we willen is dus een politieke keuze, maar beperkt een uitvoeringsvraagstuk.

Sec uitvoering wet

Tandje minder op intentie wetgeving

Verbrede inzet op rechtmatigheid

Verbrede inzet op parttime werken

Ter illustratie: een aantal lokale minimaregelingen wordt geschrapt dan wel onder 1 overkoepelende Lekstroom regeling gebracht, maar ook: inkomensgrenzen worden gelijk getrokken. We kijken nu in de aanvraagprocessen breed en acteren daar ook op. We zouden ook de focus kunnen leggen bij de vraag sec: ik wil een uitkering bijvoorbeeld. En de eventuele multi-problematiek bij de klant/inwoner laten, waarbij signalering en doorverwijzing kort en zakelijk plaatsvinden. Dat levert efficiencywinst op. Ter illustratie: i.g.v. de Wet op de Lijkbezorging (WLB) verzorgen wij snel een sobere uitvaart en niet meer dan dat (geen brede zoektocht naar familie, geen brede inzet op verhalen van kosten waar mogelijk of inzet op boedelafwikkeling). We proberen nu bij een aanvraag aan te sluiten op de leefwereld van de klant en de gedachte achter de wet: inwoners helpen met een inkomensvraag. Dat vraagt soms veel (doorloop)tijd. Ter illustratie: we zouden ook kunnen zeggen: u krijgt 2 kansen om aan te leveren wat nodig en zo niet; dan wijzen wij u aanvraag af. Dat levert efficiencywinst op. Door onze keuze dat al onze klanten de verkorte aanvraagroute volgen, we niet met jaarlijkse heronderzoeken werken en onze handhaving basaal risicogestuurd is, weten we dat we klanten in de uitkering hebben die hier geen recht (meer) op hebben.

Dit los van de inwoners die we bewust een uitkering geven omdat ze die nodig hebben, ondanks een (gedeeltelijk) gebrek aan recht hierop. Dit kost geld (=hogere regelingskosten en is ook uit het oogpunt van de leefwereld niet altijd wenselijk (i.v.m. het risico dat deze klanten later mogelijk moeten terugbetalen als hun situatie in beeld komt). Meer inzetten op rechtmatigheid gedurende de uitkeringsperiode kan ons klantenbestand terugbrengen en daarmee de omvang van de regelingskosten. Iets wat financieel positief kan zijn, zeker als je een zogenaamde ‘nadeel-gemeente’ bent. Ter illustratie: we doen (extra) steekproeven, hercontroles en/of thema-onderzoeken binnen Handhaving; maar ook: we vragen de werkcoaches of zij ook naar de rechtmatigheid kijken in hun contactmomenten en zich niet alleen focussen op doelmatigheid. Evenzo is een scan op eventuele voorliggende voorzieningen denkbaar. Het % parttime werken in de Lekstroom is zeer laag vergeleken bij de rest van Nederland; we zitten ver onder het benchmarkgemiddelde. Een brede inzet op meer parttime werken vanuit werk en inkomen, vanuit WIL en de lokale werkteams kan leiden tot een hogere participatiegraad (meer klanten aan het werk) en minder

Minder inzet in fte's Maar mogelijk wel meer maatschappelijke problematiek die elders of tafel komt of later bij WIL terug. De maatschappelijke winst is hierdoor mogelijk zelfs negatief en/of eventuele kosten komen elders op tafel te liggen. Mogelijk nemen de regelingskosten ook toe (i.g.v. voorbeeld WLB: minder verhaal is meer zelf betalen). Minder inzet in fte's Maar mogelijk wel meer maatschappelijke problematiek die elders of tafel komt of later bij WIL terug. De maatschappelijke winst is hierdoor mogelijk zelfs negatief en/of eventuele kosten komen elders op tafel te liggen. Minder regelingskosten. Divosa benchmarkcijfers laten zien dat een afname van enkele % niet onrealistisch hoeft te zijn. De uitvoeringskosten nemen hier wel (i.i.g. tijdelijk) toe, omdat er middels gesprekken of onderzoek wel extra geïnvesteerd moet worden. Deze inzet kan er niet bij.

Minder regelingskosten. Divosa benchmarkcijfers laten zien dat een afname van enkele % niet onrealistisch hoeft te zijn. De uitvoeringskosten nemen hier wel toe, omdat het stimuleren en faciliteren van klanten in deze (middels simpel 53

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief regelingskosten (wat minder (gedeeltelijke) uitkeringen). Voor klanten hoeft dit om tal van redenen niet altijd als positief uit te pakken of zo ervaren te worden, zeker niet op de korte termijn. Vanuit een langere termijn perspectief is duurzaam uit de uitkering (met een tijdelijke terugval) mogelijk wel te prefereren boven levenslang uitkeringsafhankelijk.

Meer doelgroepenbeleid ‘achter de poort’ en mogelijk ook al ‘vanaf de poort’

Meer lokale en afgestemde dienstverlening

Opzetten sociale infrastructuur Lekstroom Werkt

Ter illustratie: we (=lokale werkteam) gaan bij iedereen in uitkering kijken naar het verdienvermogen en proberen dit te verzilveren; ook al betekent dit dat mensen nog steeds in de uitkering blijven. We zetten hierbij o.a. de forfaitaire LKS in en jobcoaching waar nodig. We leggen maatregelen op als klanten niet parttime willen werken; we kijken hierbij uiteraard naar de situatie van de klant (=maatwerk). Tegelijk informeren we klanten vooraf goed en helpen hen met toeslagen, het stabiliseren van een eventueel wisselende inkomenssituatie, et cetera. Achter de poort (dus na het eerste contact met de klant) maakt iedere klant grofweg dezelfde klantreis. Dit is een principiële keuze bij de start van WIL geweest; geen doelgroepenbeleid. In onze praktijk zien we in ieder geval 2 doel- of focusgroepen die er uit springen qua ‘andere’ dienstverlening die ze nodig hebben: statushouders en inwoners met een stevige multi-problematiek. Uit onder meer efficiencyoverwegingen kan het slim zijn deze ‘andere’ dienstverlening als een apart dienstverleningsspoor in te richten; we creëren dan een schaalvoordeel.

Ter illustratie: we creëren een multi-disciplinair team van consulenten die met elkaar de klanten oppakken met stevige multi-problematiek en deze integraal bedienen wat betreft schuldhulpverlening, uitkering, bijzondere bijstand, minimaregelingen en de afstemming met andere ketenpartners. De WIL generalisten zijn onderdeel van dit team. Hetzelfde is denkbaar in het geval van statushouders. WIL biedt haar dienstverlening grotendeels vanuit Nieuwegein aan. Voor sommige klant(groep)en kan het effectiever en efficiënter zijn als we meer lokaal gaan werken; dan kunnen we sneller schakelen met onze ketenpartners als dat nodig (inclusief lokale werkteams). Op dit moment lopen hier een beperkt aantal pilots op. Ter illustratie: op een of meer dagdelen per week schuift een consulent inkomen, bijzondere regelingen en/of schuldhulpverlening bij het lokale werkteam of het lokale sociale team aan. Een steeds groter deel van onze klanten en uw inwoners heeft wel arbeidspotentieel, maar niet voldoende om volledig uitkeringsafhankelijk te kunnen zijn. Voor de SW’ers hebben we in deze een constructie die werkt: WIL en WerkwIJSS. Voor de PW’ers is er nog vrijwel niets. Het Rijk stimuleert gemeenten om de sociale infrastructuur die hiervoor nodig is snel neer te zetten. Hiervoor loopt een traject.

Ervaringen elders laten zien dat gemeenten met een effectieve infrastructuur (met een stevige inzet van LKS bijvoorbeeld) hun regelingskosten fors terug kunnen brengen en –afhankelijk van de wijze van organiseren- mogelijk ook de uitvoeringskosten van hun sociale dienst (de kosten vallen dan elders).

switchen bijvoorbeeld) wel extra inzet vraagt. Dit vraagt om een extra investering (die wel rendabel te maken is).

Minder inzet in fte's met waarschijnlijk ook een hogere en meer gelijke kwaliteit van dienstverlening. Tegelijk is dit mogelijk stigmatiserend, want wie krijgt dit 'label’ wel en wie niet?

Mogelijk minder inzet in fte's, maar misschien ook meer als er geen schaal te organiseren in wat we dan gaan doen op locatie. Voor veel klanten en inwoners kan dit wel als een vooruitgang ervaren worden; het is dicht bij hun leefwereld. En mogelijk levert het lokaal werken ook wel een hoger bereik op (en daarmee tegelijk hogere regelingskosten). Minder regelingskosten. Divosa benchmarkcijfers laten zien dat een afname van enkele % niet onrealistisch hoeft te zijn. Minder inzet/fte binnen de formatie van de sociale dienst, maar wel binnen het werkbedrijf.

54

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief Ter illustratie: we richten een werkbedrijf in dat klanten met beperkt verdienvermogen met ondersteuning bij reguliere werkgevers plaatst, detacheert of beschutte werkplekken aanbiedt; waarbij sommige van deze klanten in dienst genomen worden en dus uitstromen uit de uitkering.

In enkele zienswijzen op de 1ste BW 2024 zijn ook andere opties genoemd als het beleggen van taken in het lokale voorliggende veld (schuldhulpmaatjes in geval van schuldhulpverlening, vrijwilligers in geval van een aanvraag uitkering of bijzondere regelingen), het 1-op-1 doorsturen van alle klanten in de poort naar de lokale werkteams. We zullen hier uiteraard ook naar kijken in onze verkenning. En waar nodig ook andere opties verkennen als deze gedurende de rit op tafel komen.

55

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

BIJLAGE: Integraal overzicht op de opmerkingen en bedenkingen op de Kaderbrief 2025 Reactie van Werk en Inkomen Lekstroom op de zienswijzen van de Lekstroomgemeenten op de Kaderbrief 2024 Alle deelnemende raden hebben de een zienswijze op de ontwerp Kaderbrief 2025 ingediend, waarmee de betrokkenheid bij WIL bevestigd wordt. De zienswijzen worden door het bestuur meegenomen bij de besluitvorming over de Kaderbrief en het meenemen in de ontwerp Begroting 2025. De raad krijgt via een zienswijzeprocedure de mogelijkheid haar mening hierop te geven. De zienswijzen hebben als gemene deler dat de daadwerkelijke financiële consequenties afhankelijk zijn van de effecten van de stappen die we in het proces in 2024 nemen. Op welke wijze slagen wij er in om de opdracht, dienstverlening en middelen weer met elkaar in balans te brengen. Dat is de doelstelling voor 2025 en verder. Een gedeelde wens van raden en WIL waarbij we oog hebben voor de uitdagingen waar we samen voor staan. Een enkele raad heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om alvast enkele wensen mee te geven. Wij vertrouwen er op dat de opgave waar we samen voor staan ook daadwerkelijk tot positieve uitkomsten komt. In het voorliggende integrale overzicht geven wij aan hoe wij met de ingebrachte zienswijzen omgaan en hoe zij in de begroting 2025 worden verwerkt of op andere wijze worden opgepakt.

Als afsluiting geven we een reactie op de punten die de Cliëntenraad in haar zienswijze heeft opgenomen. Gemeente

Zienswijze/wens gemeenten

Hoe wordt deze zienswijze verwerkt?

1

Houten

2

IJsselstein

3

Lopik

De raad kan instemmen met de Kaderbrief 2025 omdat de bedragen Wij zijn blij dat de raad kan instemmen met de Kaderbrief 2025. Wij delen de die WIL in de risicoparagraaf noemt richtbedragen zijn die afhankelijk mening van de raad dat de daadwerkelijke financiële consequenties afhankelijk zijn van het proces dat gemeenten en WIL samen in 2024 gaan lopen. zijn van het proces dat wij gezamenlijk in 2024 doorlopen. Deze zullen In de begroting 2025 en de Kaderbrief 2026 verwachten wij een beeld inderdaad tot uiting komen in de begroting 2025 en de Kaderbrief 2026. voorgeschoteld te krijgen van een aangepaste WIL organisatie met een financieel plaatje Op basis daarvan neemt de raad een besluit over extra financiële middelen voor deze jaren. Met de Kaderbrief 2025 kan de raad uitsluitend instemmen met de Wij zijn blij te zien dat de raad kan instemmen met de Kaderbrief 2025. Net als inflatiecorrectie en de loonindexatie. Voor de bedragen die WIL in de de raad gaan wij ervanuit dat wij passende maatregelen kunnen nemen zodat risicoparagraaf noemt gaat de raad ervanuit dat WIL passende de bedragen uit de risicoparagraaf geen werkelijkheid worden. maatregelen treft zodat deze geen werkelijkheid worden. In de Kaderbrief 2026 ziet de raad graag een nadere uitwerking hiervan met bijbehorende financiën.

De raad kan instemmen met de Kaderbrief 2025, omdat afgezien van Wij zijn blij te zien dat de raad kan instemmen met de Kaderbrief 2025. Net als de inflatiecorrectie en loonindexatie, de bedragen in de risicode raad zetten ons in het proces dat we gezamenlijk in 2024 doorlopen, ervoor paragraaf richtbedragen zijn, die afhankelijk zijn van het proces dat in om te zorgen dat de genoemde risico’s zich niet daadwerkelijk zullen gemeenten en WIL samen zullen doorlopen in 2024. Deze bedragen realiseren. Ambtelijk zijn gemeenten en WIL al gestart met het proces, mede neemt de raad daarom nog niet over in onze begroting. richting de begroting 2025, zoals de raad ook aangeeft in zijn zienswijze. In de begroting 2025 leest de raad graag een eerste ontwerp van een aangepaste WIL-organisatie en ziet deze graag verder uitgewerkt in de kaderbrief 2026, met bijbehorende financiën. Aan het begin van het tussenjaar 2024 kan de raad niet vooruitlopen op de vraag wat de

56

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief nieuwe afspraken zullen betekenen voor het al of niet opnieuw handhaven van een nullijn in meerjarig perspectief. 4

Nieuwegein

De raad neemt kennis van de financiële kaders en van de risico WIL is zich terdege bewust van de financiële uitdagingen waar de gemeenten paragraaf. Zoals WIL weet kijkt de raad en veel andere gemeenten zich op middellange en lange termijn gesteld zien. Het is duidelijk dat dit aan tegen een substantiële financiële uitdaging vanaf het jaar 2026. impact zal hebben op het sociaal domein en dus ook op WIL. In het tussenjaar De gemeente Nieuwegein is een traject gestart om te kijken naar 2024 waarin opdracht, dienstverlening en middelen weer in balans gebracht mogelijke oplossingen en daarbij kijkt de raad ook naar WIL. De raad moeten worden, zal dit een belangrijk element zijn. De door de raad genoemde verzoekt WIL nadrukkelijk om rekening te houden met de financiële procesverbeteringen maken hier mede onderdeel van uit. situatie van de gemeente op de middellange en lange termijn door ook binnen de eigen WIL-begroting en WIL-organisatie te zoeken naar mogelijkheden om de stijgende kosten op te vangen. De procesverbetering die WIL voorstelt is een goede eerste stap.

57

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

Conceptreactie op de zienswijze van de cliëntenraad op de ontwerp Kaderbrief 2025 De Cliëntenraad heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de Kaderbrief 2025 (hierna Kaderbief). Tijdens het reguliere overleg tussen WIL en de Cliëntenraad is het advies van de Cliëntenraad reeds besproken. Dit wordt gewaardeerd en past bij de wijze en traditie waarop de Cliëntenraad gebruik maakt van de haar ter beschikking staande mogelijkheden om te adviseren aan WIL. Hieronder wordt samengevat de zienswijze van de Cliëntenraad weergegeven en voorzien van een reactie. Zienswijze/wens Cliëntenraad A

B

C

Reactie Bestuur

De ondersteuning van de beschreven omslag bevestigt dat WIL Prelude. Sinds eind 2022 is er sprake van omslag in het beleid namelijk: 1. Andere kijk op minimabeleid. Niet alle klanten zijn zelfredzaam. Er wordt meer gekeken (en gemeenten) de juiste richting zijn ingeslagen. naar de bestaanszekerheid van Cliënten. 2. Het leveren van maatwerk. 3. Werken vanuit vertrouwen. 4. De leefwereld. De omslag wordt in deze kaderbrief verankerd in het beleid. De dienstverlening onder andere op het gebied van werken uit vertrouwen en de leefwereld door te ontwikkelingen. Door samenwerken meer bestaanszekerheid en een vangnet te bieden voor een stabiele inkomenssituatie maar ook een springplank te geven om inwoners in staat te stellen om (weer) te participeren. De CRWIL ondersteunt deze uitgangspunten van harte. Ook in de “Oogst van het Raadsgesprek van 4 oktober 2023” wordt hier door de raadsleden van de 4 gemeenten deze koers nadrukkelijk onderschreven. Het is goed om te horen dat de Cliëntenraad de bedoeling van Uitgangspunten. De bedoeling van de WIL. ‘Inwoners van de Lekstroom en klanten van WIL in bijzonder, gericht WIL van harte ondersteund. vooruithelpen qua werk, inkomen en schulden. Met als doel dat mensen weer kunnen meedoen en perspectief hebben.’ Dus niet alleen het huidige probleem oplossen maar perspectief bieden.

Dit wordt Wij hebben er begrip voor dat de Cliëntenraad van mening is dat door de CRWIL van harte ondersteund. begrippen als Nullijn en bezuinigingsopdracht hier niet bij lijken te passen. Wij zien echter ook de noodzaak om opdracht, Voor de CRWIL passen daarin geen begrippen als de “Nullijn” en bezuinigingsopdrachten. De basis is dienstverlening en middelen weer in balans te brengen, met oog beleidsinzet en het stellen van prioriteiten op basis van financiële ruimte en verantwoordelijkheid nemen voor de portemonnee van de gemeenten nu en straks. voor het in te zetten beleid voor de komende jaren. Hierbij zijn voor de beoordeling vanuit de CRWIL de In het proces dat wij momenteel lopen zal ons streven er economische zekerheid en ondersteuning van de client essentieel. Tevens is hierbij de positie van de uiteraard op gericht zijn onze dienstverlening op een goed en werknemers bij WIL een belangrijk onderdeel van de uitgangspunten. passend niveau te kunnen blijven ondersteunen. Het is aan de Lekstroom gemeenten in deze om aan te geven hoe scherp zij de komende jaren financieel aan de wind willen varen. De CRWIL maakt zich (grote) zorgen over de volgende punten: • Extra werkdruk in het kader van de versoepeling Participatiewet • Hogere inflatiecijfers dan gebruikelijk in voorliggende jaren • Het uitgangspunt gelijke aantallen klanten bij WIL lijkt de CRWIL zeer opportuun

De zienswijzen van de raden en de reactie van WIL hierop zijn hiervoor weergegeven. Zo kan de Cliëntenraad kennisnemen van de standpunten van de raden.

58

Begroting 2025 en meerjarenbeleidsperspectief

•

D

Toename van arbeidsintensievere bediening doelgroepen, sterk toenemende Multiproblematiek.businesscase bewindvoering en een verwachte progressieve stijging schuldhulpverlening In dit kader is de CRWIL zeer belangstellend naar de antwoorden van de raden op de ontwerp kaderbrief 2025. Gezien de krapte in de personele bezetting en het hoge ziekteverzuim alsmede de voortdurende stroom In de concept 1ste begrotingswijziging 2024 is als 1 van de van extra, incidentele, taken waar WIL mee wordt geconfronteerd, kan het niet anders dan dat de maatregelen opgenomen om het aandeel inhuur te verminderen huidige pragmatische nullijn onvoldoende zal blijken. Nu reeds blijkt dat de uitbreiding van het en in te vullen met vast personeel om zo meer inzet te kunnen noodzakelijke personeelsbestand met 10,1 fte voor 2024 een goede onderbouwing kent. De CRWIL plegen. heeft reeds eerder aangedrongen op een inzet van minder flex/inhuurkrachten en over te gaan tot uitbreiding van het vaste personeelsbestand. De keuze om slechts gedeeltelijk over te gaan tot vaste uitbreiding van het personeelsbestand wordt niet onderschreven door de CRWIL.

E

De Nullijn als vertrekpunt vaststellen en daarmee geen extra financiële middelen in 2025 en de jaren erna op voorhand beschikbaar zijn, acht de CRWIL als een absoluut doemscenario.

F

De CRWIL vraagt met name aandacht voor de zwakste groepen op de arbeidsmarkt. De CRWIL pleit er Wij hebben net als u oog voor de kwetsbare groepen in de dan ook voor om ondanks alle gerezen financiële problemen waar de CRWIL absoluut oog voor heeft, samenleving. Wij werken aan een goede ondersteuning voor deze groep, mede vanuit onze doelstelling waarover onder punt toch aangaande de meest kwetsbare groep in de samenleving ruimhartig te blijven. B ook al is gesproken. 1. Ook bovenregionaal is winst te behalen. Met name de samenwerking met het WUV en een De samenwerking bij de Utrechtse Werk Tafel ontwikkelt zich gezamenlijke inzet binnen de Utrechtse Werk Tafel. OP een aantal terreinen is de inzet van het UWV verder. Hierbij is oog voor de samenwerking met UWV en de een voorliggende voorziening. Met een goede overdracht en voortzetting op de inzet van het UWV andere gemeenten. Daar waar we meerwaarde kunnen ondervindt de client minder belasting en kan zijn ontwikkeling zonder onderbreking voortzetten. Maar realiseren voor de klant (inwoner of werkgever) doen wij dit in ook collectief kan gebruik gemaakt worden van de inzet en afspraken van het WUV. Binnen de aanvulling op de gemeentelijke en WIL-dienstverlening. Uiteraard Utrechtse Werk Tafel kan deze afstemming vorm krijgen. is de werkgeversdienstverlening door het werkgeversservicepunt 2.

Ook kunnen gezamenlijke afspraken gemaakt worden over de gezamenlijke werkgeversbenadering hier aan belangrijk onderdeel van. (die vervolgens op alle niveaus tot invulling kunnen komen). Maar ook met betrekking tot scholing en boven regionale vacaturevervulling kan de Utrechtse Werk Tafel een toegevoegde waarde zijn.

G

Onder punt B hebben wij hier ook al een reactie op gegeven. Wij verwijzen u dus naar dat punt.

59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14123194/2