2. Beschouwingen gebiedsperspectief Kromme IJsselgebied
Tekst van het document
Beschouwingen gebiedsperspectief Kromme IJsselgebied Inleiding Het gebiedsperspectief Kromme IJsselgebied geeft een heldere kijk op de keuzes die gemaakt moeten worden om de richting te bepalen van de toekomst voor het gebied. Het gaat om grote keuzes die met inwoners in het gebied en belangenpartijen zijn doorgesproken. De beschouwingen in dit document geven meer inzicht in de afwegingen bij deze keuzes en alternatieven.
Kenmerken Een scherpe blik op het gebiedsperspectief laat verschillende belangrijke kenmerken zien. Allereerst is het gebiedsperspectief sterk gericht op voldoende ruimte voor het buitengebied. In dit buitengebied is vooral aandacht voor groen, water, recreatie en cultuurhistorie. Beperkt aandacht is besteed aan de opgave voor grootschalige energieopwek. De woningbouwopgave is geconcentreerd in een nieuwe stadsrand. In de klimaatopgave kan het gebied een rol spelen, maar de klimaatopgave voor het gebied zelf vraagt allen voor specifiek gebruik de nodige aanpassingen. Bij woningbouw is het van belang om rekening te houden met klimaatadaptatie. De landbouwtransitie zal leiden tot het wegtrekken van grootschalige veeteelt en landbouw uit het gebied, wat vraagt om nieuw gebruik van deze gronden.
Beschouwingen In het gebiedsperspectief zijn vijf uitgangspunten voor de toekomst van het gebied benoemd: scheg tussen stad en land (een scheg is hier een groene wig die het stedelijk gebied binnendringt); groene long voor de stad; stad-land verbindingen; een nieuwe, openbare stadsrand; bebouwing en groen groeien samen. Onderliggend zijn verschillende belangrijke keuzes te onderkennen, zoals het belang van cultuurhistorie. Om een scherper beeld te geven van deze keuzes worden in dit document verschillende onderwerpen belicht, waarbij ook alternatieven zijn aangegeven. Deze beschouwingen geven input voor de vervolgonderzoeken die nodig zijn om tot een concreet gebiedsplan en uitvoering te komen. Hieronder volgen de verschillende onderwerpen.
Cultuurhistorie en landschap De cultuurhistorische en landschappelijke waarden zijn in de analyse van het gebiedsperspectief beschreven en als basis gehanteerd voor het opstellen van het gebiedsperspectief. De analyse maakt duidelijk dat cultuurhistorie en landschap de belangrijkste bestaande waarden zijn in het gebied. Deze waarden moeten dan ook leidend zijn bij een verdere uitwerking van het gebiedsperspectief.
Alternatief Wanneer cultuurhistorie en landschap niet leidend zijn bij een verdere uitwerking van het gebiedsperspectief, is het risico op aantasting van deze gebiedswaarden groot. Hiermee wordt feitelijk afstand genomen van het gehele gebiedsperspectief en zal een nieuw gebiedsperspectief opgesteld moeten worden.
Woningbouw Om de volledige woningbouwopgave uit de Woonvisie 2030 te realiseren, is een uitleglocatie nodig waar zo mogelijk voor 2030 gestart kan worden met realisatie van voldoende woningen. Gezien het grondgebied van de gemeente kan de gemeente alleen directe invloed uitoefenen op gronden ten noorden en zuiden van de huidige kern IJsselstein. Belangrijkste verschil tussen beide locaties is de bereikbaarheid. Ten aanzien van de effecten van de woningbouwopgave op de bereikbaarheid, is op verzoek van de raad onderzoek uitgevoerd in de vorm van een knelpuntenanalyse. Uit deze analyse blijkt dat in de huidige situatie een hoge belasting van de belangrijkste uitvalswegen bestaat, met name de Utrechtseweg en in iets mindere mate de Baronieweg. Een ontwikkeling in het zuiden kan grotendeels via de N210 worden ontsloten, waarmee een toename aan verkeersdruk op de Baronieweg en zeker de Utrechtseweg beperkt blijft. Een uitbreiding in het noorden geeft een toename van verkeersdruk op de Utrechtseweg. Omdat deze weg geen capaciteit over heeft, leidt dit tot langere spitsen en langere reistijd. Dit is niet wenselijk. Daarnaast geeft een ontwikkeling in het noorden extra verkeersdruk op de Noord IJsseldijk en/of de Achtersloot. Deze beide wegen staan al onder druk en een grote toename van verkeer door ca 1000 woningen te realiseren is mede vanwege verkeersveiligheid niet gewenst.
Alternatief Het alternatief voor woningbouw in het Kromme IJsselgebied is realisatie van het woningbouwprogramma uit de Woonvisie 2030 te temporiseren. De woningen die buiten de bestaande kern gerealiseerd moeten worden, zullen in het noorden worden gebouwd wanneer met de komst van Rijnenburg een goede ontsluiting ontstaat. Hiermee wordt de beoogde stabilisatie van het aantal inwoners en lichte groei om de vitaliteit te borgen, veel later bereikt dan beoogd in de Woonvisie 2030. Dit heeft gevolgen voor de draagkracht van het huidige voorzieningenniveau en daarmee voor de aantrekkingskracht voor specifieke doelgroepen. Dit zal IJsselstein voor langere termijn veranderen. Hiernaast is het de vraag of Rijnenburg voor een betere ontsluiting van het noorden van IJsselstein zal zorgen. Voor een goede ontsluiting van Rijnenburg als woningbouwlocatie zullen grote ingrepen en investeringen noodzakelijk zijn. Een goede aansluiting op IJsselstein die tegelijk zorgt voor een goede ontsluiting van IJsselstein via Rijnenburg, is daarmee onzeker.
Omvang buitengebied In het gebiedsperspectief is een zorgvuldige afweging gemaakt tussen het belang van voldoende woningbouw en de bestaande waarden in het Kromme IJsselgebied. Behoud van deze waarden is het beste te borgen door scherp te definiëren welke omvang het buitengebied minimaal moet behouden. De voorgestelde verdeling met minimaal 80% buitengebied geeft veel ruimte om de belangrijkste waarden in het gebied, waaronder openheid, te behouden en waar mogelijk te versterken. Een zorgvuldige afbakening is hierbij wel een voorwaarde om de belangrijkste waarden daadwerkelijk te behouden voor de toekomst.
Alternatief Niet vastleggen van een heldere begrenzing tussen buitengebied en stedelijk gebied. Daarmee ligt een verdere uitbreiding van het stedelijk gebied in de toekomst open waarmee het risico bestaat dat waarden in het gebied worden aangetast. Het vastleggen van een heldere afbakening voorkomt dit scenario.
Stadsrand Met de keuze voor de omvang van het buitengebied, ligt de maximale omvang van te realiseren stedelijk gebied vast. Het is wenselijk om nieuwe woningen op zo kort mogelijke afstand tot de bestaande voorzieningen zoals de binnenstad te realiseren. Dit maakt het gebruik van alternatieven voor de auto, zoals openbaar vervoer en fiets, logischer en gemakkelijker. Daarnaast liggen de kernwaarden van het gebied, rond de Kromme IJssel, verder van de bestaande stedelijke rand af. De exacte begrenzing van de stadsrand ligt niet vast en moet worden uitgewerkt. Daarbij is het van belang om bestaande kenmerkende elementen in het landschap te benutten. De te realiseren groenen waterstructuur in de stadsrand moet goed aansluiten op het buitengebied en bestaand stedelijk gebied, zodat sprake is van een zachte overgang. Het realiseren van een scherpe lijn in het landschap (een harde stadsrand) is niet wenselijk. Daarnaast moet de woningbouw voldoende afstand houden tot onder meer de N210 om leefbaarheid te borgen (zie ook onder ‘Gezondheid’).
Alternatief Een stedelijk gebied verder van de huidige kern zorgt voor langere afstanden waarmee autogebruik wordt gestimuleerd. Daarnaast zorgt een positionering verder van de kern af voor een grotere inbreuk op de gebiedswaarde openheid en aantasting van het buitengebied. Het gebied raakt meer gefragmenteerd waardoor de beleefbaarheid van het totale buitengebied wezenlijk verandert.
Beperken automobiliteit Op verzoek van de raad is onderzoek gedaan naar deze knelpunten (zie bijlage knelpuntenonderzoek IJsselstein). Bij ‘Woningbouw’ is al aangegeven dat de huidige belasting van de (uitvals)wegen al groot is. Om een verdere toename van de belasting te beperken is het van belang om het gebruik van de auto te beperken door andere vormen van mobiliteit te stimuleren. Door gunstig gelegen openbaar vervoer haltes met een goede dienstregeling en het stimuleren van deelmobiliteit is het bezitten van een eigen auto geen vereiste, maar een keuze. Met korte en aantrekkelijke routes voor fietsers en voetgangers naar voorzieningen in de bestaande stad, wordt invulling gegeven aan nabijheid. Door ongelijkvloerse kruisingen met de N210 wordt de barrière geslecht. Naast het aanbieden van goede alternatieven voor de auto, is het van belang om voor het gebruik van de auto zelf drempels op te werpen. Een langere loopafstand naar de parkeerplaats kan hierbij al helpen, maar onderzoek naar de mogelijkheden is hierbij wel van belang. Daarnaast is het van belang om het aantal auto’s per huishouden beperkt te houden.
Alternatief Door geen aandacht te besteden aan het beperken van de automobiliteit, zal meer geïnvesteerd moeten worden in de capaciteit van gemeentelijke wegen waar dit nog mogelijk is. Veel verkeersbewegingen leiden tot de uitstoot van CO2 en fijnstof en geeft geluidshinder. Bij een grote
intensiteit is een weg moeilijker over te steken en vormt daardoor een grotere barrière voor langzaam verkeer. De toename van files zal zorgen voor een hogere druk op de leefbaarheid, met name rond de ontsluitingswegen. Bovendien zorgen de files voor een verminderde bereikbaarheid, zowel van het Kromme IJsselgebied als van de regio.
Gezondheid Gezondheid is van groot belang. Ongezonde leefomstandigheden hebben een sterk negatieve invloed op de fysieke en mentale gezondheid van mensen en het functioneren van deze mensen binnen de gemeenschap. Gevolgen kunnen onder meer zijn beperking van deelname aan de samenleving. De gezondheid van mensen wordt o.a. beïnvloed door de fysieke omgeving. Bij het uitwerken van de stadsrand moet duidelijk rekening worden gehouden met een inrichting die bijdraagt aan een goede gezondheid en een gezonde leefstijl stimuleert. Denk aan onder meer strategisch geplaatst groen om hittestress tegen te gaan en het plaatsen van fruitbomen voor het maken van gezonde keuzes. Hiernaast moet er in de leefomgeving ruimte zijn voor recreatie. Een inrichting die bijdraagt aan ontspannen, ontmoeten, sport en spel.
Alternatief Wanneer gezondheid geen aandachtspunt is bij het ontwerpen en uitdenken van het stedelijk gebied en buitengebied, zal met name binnen het stedelijk gebied de leefbaarheid en gezondheid onder druk staan.
Investeren Een woningbouwontwikkeling kan financiële middelen opleveren. Het is wenselijk om deze middelen in te zetten voor doelstellingen in het buitengebied van het Kromme IJsselgebied, zoals het realiseren van recreatieve verbindingen, het versterken van landschappelijke structuren, het beschermen van cultuurhistorie en het realiseren van een natuurnetwerk. Het realiseren van deze ontwikkelingen in het buitengebied hoeft niet volledig afhankelijk te zijn van bijdragen uit de woningbouw in het gebied. Waar mogelijk zullen subsidies en investeringen door andere partijen worden benut. Conform de uitgangspunten uit het Toets- en Afwegingskader duurzame energie, verkennen we de mogelijkheden om de financiële opbrengsten van energieopwek ten goede te laten komen aan de omgeving.
Alternatief Wanneer de opbrengsten van het stedelijk gebied niet gedeeltelijk als investeringen toevloeien naar het buitengebied, moet nog sterker worden gezocht naar andere financiering voor de gedachte en wenselijke investeringen in het buitengebied. Met name natuur en recreatieve routes zullen dan moeilijker gerealiseerd kunnen worden. Vanuit de provincie ligt de eis om investeringen in groen gelijk op te laten lopen met nieuwe woningen.
Passende recreatie De cultuurhistorie is leidend voor de verdere uitwerking van het gebiedsperspectief, zo ook voor de realisatie van passende (lokale) recreatie. In de huidige situatie is er vooral sprake van lokale
ommetjes te voet of op de fiets. Voor een nieuw woongebied is dit onvoldoende. Bij het realiseren van een woongebied is het van belang dat de toekomstige inwoner kan recreëren vanaf de voordeur en iets te kiezen heeft. Niet alleen is het hiermee een fijn woongebied, maar nodigt het ook uit tot bewegen (gezondheid) en zorgt het voor meer verbondenheid met het gebied (woongeluk). Op kleinschalig en lokaal niveau kunnen er ommetjes in en om de woongebieden gerealiseerd worden met uitnodigende fiets- en wandelpaden. Aanvullend kunnen de woongebieden ingericht worden met een variatie van sport en spel. Op het gebied van educatie (en recreatie) kan er gedacht worden aan een aansluiting op de lokale cultuurhistorische kwaliteiten als fruitteelt, de afwisselende bodemen landschapstype en/of de waardevolle flora en fauna, als ook energie opwek toepassingen.
Regionaal gezien vraagt passende recreatie om uitbreiding en verbetering van het recreatieve routenetwerk. Hiermee kan het nieuwe Kromme IJsselgebied verbonden worden met de Binnenstad van IJsselstein, het IJsselbos in Nieuwegein, het Zendstation in Lopik en de rivier de Lek. Recreatieve ontwikkelingen in het gebied die van toegevoegde waarde zijn voor de bovenlokale recreatieve voorzieningen, hebben de voorkeur boven lokale recreatieve mogelijkheden. Nieuwe recreatieve mogelijkheden die passen in het gebied kan een toename van werkgelegenheid met zich meebrengen. Dit wordt als een positieve ontwikkeling gezien.
Alternatief Door niet te investeren in recreatie, blijft het buitengebied meer zoals het nu is.
Natuurnetwerk Ecologie en natuur staan onder grote druk. Het realiseren van een natuurnetwerk dat samenhangend kan functioneren, helpt om deze druk te verlichten. Het Kromme IJsselgebied geeft goede mogelijkheden om de bestaande natuur in een netwerk op te nemen. Daarmee is inzet op het realiseren van een natuurnetwerk een verstandige en logische keuze.
Alternatief Door niet te investeren in natuur, blijven belangrijke kansen liggen. Door nieuwe functies in het gebeid zal het lastiger worden om later alsnog tot gewenste verbeteringen en versterking van de natuur te komen. Daarnaast wordt niet voldaan aan de regionale visie (het Integraal Ruimtelijk Perspectief) en de provinciale inzet (Groen Groeit Mee).
Alternatieven voor landbouw De grootschalige landbouw in het gebied heeft geen toekomst, zo stellen de agrariërs in het gebied. Het is voorstelbaar dat de gronden die vrijkomen bij vertrek van agrariërs kunnen bijdragen aan een vermindering van het aantal koeien per hectare die nodig is voor kringlooplandbouw. Tegelijk kent het gebied ook agrarische gronden waar een ander agrarisch gebruik een bijdrage kan leveren aan versterking van het landschap en een verbreding van de agrarische activiteiten. Daarmee wordt een bredere basis gelegd voor behoud van agrarische activiteiten in het gebied, waarmee ook beheer en behoud van de landschappelijke waarden geborgd kan worden. Om deze verbreding mogelijk te
maken, is het nodig om doelbewust alternatieven voor de huidige grootschalige landbouw te zoeken en stimuleren.
Alternatief Wanneer vanuit de overheid (gemeente) niet wordt ingezet op sturing in de alternatieven voor landbouw, is het aan de sector zelf om met voorstellen te komen. Mogelijk passen deze voorstellen niet altijd goed bij het perspectief voor het Kromme IJsselgebied, waarmee een impasse kan ontstaan.
Grootschalige energieopwek In het Toets- en Afwegingskader duurzame energie heeft de gemeente IJsselstein vastgesteld dat zij in 2030 0,05 TWh duurzame elektriciteit wil opwekken. Dit draagt bij aan de ambitie om in 2030 een klimaatneutrale gemeente te zijn en vormt tevens de gemeentelijke bijdrage aan de RES opgave van 1,8 TWh. Een deel van de gemeentelijke ambitie kan worden gerealiseerd middels zon op dak maar aanvullende daarop zullen ook zonnevelden en/of windturbines nodig zijn om de ambitie van 0,05 TWh (50 GWh) in te vullen. Naar schatting zal er 0,04 TWh moeten worden ingevuld middels zonnevelden en/of windturbines.
In het Toets- en Afwegingskader zijn een aantal zoekgebieden aangewezen. De belangrijkste zoekgebieden zijn: -
Noordoostelijk buitengebied/gebied rond de Hollandsche IJssel (zoekgebied zon)
-
IJsselstein Zuid/Kromme IJsselgebied (zoekgebied zon) + A2 zone (zoekgebied zon en wind)
In het gebiedsperspectief is een beperkt gebied beoogd waar grootschalige energieopwek gerealiseerd kan worden. Alleen de strook langs de A2 wordt in het gebiedsperspectief geschikt geacht voor de opwek van duurzame elektriciteit. In dit deel van het gebied is de waterzuivering, een fruitteeltbedrijf en een diepe plas gelegen. Door deze beperkingen is het niet tot nauwelijks mogelijk om in deze strook zonnevelden te realiseren. Eerste analyses laten echter zien dat windturbines in dit gebied wel mogelijk zijn.
Aan de hand van het gebiedsperspectief en de bovenstaande informatie ontstaan er grofweg een aantal scenario’s voor de opwek van duurzame elektriciteit: 1. Loslaten gebiedsperspectief met zon in noord en zuid (Scenario 1 uit Scenario schetsen duurzame energie ) 2. Vasthouden aan gebiedsperspectief en zon in noorden (Scenario 2 uit Scenario schetsen duurzame energie ) 3. Vasthouden aan het gebiedsperspectief met wind langs A2 en zon in noorden (Scenario 3 uit Scenario schetsen duurzame energie )
Het loslaten van het gebiedsperspectief is landschappelijk niet wenselijk. Deze stap wordt idealiter voorkomen waardoor scenario 1 afvalt. Scenario 2 en 3 sluiten wel aan bij het gebiedsperspectief en blijven daarmee over.
Scenario 2 gaat er vanuit dat de gehele opgave met zonnevelden word ingevuld en dat deze worden gerealiseerd rond de Hollandsche IJssel. In het gebied rond de Hollandse IJssel zijn dezelfde cultuurhistorische en landschappelijke waarden aanwezig als in het Kromme IJsselgebied. Bovendien wordt hier door partijen als Provincie, Staatsbosbeheer en Hoogheemraadschap gezocht naar mogelijkheden om meer ruimte te creëren voor natuur en recreatie. De mogelijkheden voor zonnevelden worden hierdoor sterk beperkt.
Hierdoor is het waarschijnlijk dat de ambitie van 0,05 TWh onder dit scenario niet wordt gehaald. Als alternatief zou in scenario 2 het gebied ten westen van de Achtersloot nog kunnen worden benut. In het Toets- en Afwegingskader is echter besloten dit gebied uit te sluiten van zonnevelden omdat dit de agrarische bedrijvigheid onder druk zou kunnen zetten. Een aanpassing van dit beleid zou dan ook nodig zijn om dit gebied te kunnen inzetten.
Wanneer vast wordt gehouden aan het gebiedsperspectief en de lokale ambitie van 0,05 TWh lijkt het verkennen van windenergie onontkoombaar. Wanneer windturbines technisch mogelijk blijken wordt het resterende oppervlak dat nodig is voor zonnevelden aanzienlijk teruggebracht en komt de ambitie binnen handbereik (Scenario 3 uit Scenario schetsen duurzame energie ).
De bovenstaande situatie maakt het noodzakelijk om de twee resterende zoekgebieden verder uit te werken. Gezien de beperkt fysieke beschikbare ruimte is het van belang om voorafgaande aan deze uitwerking zoveel mogelijk opties open te laten en nog geen aanvullende techniek keuzes te maken. Op die manier kunnen we samen met de maatschappij tot een weloverwogen afweging te komen. Later dit jaar leggen wij u een procesplan voor om de strook langs de A2 en het gebied rond de Hollandsche IJssel verder uit werken.
Alternatief Inzetten op Scenario 1 uit Scenario schetsen duurzame energie. Hiermee wordt een betere verdeling van zonnevelden over de zoekgebieden uit het Toets- en Afwegingskader bereikt. Tegelijk komen voor een langere periode belangrijke waarden in een groter deel van het Kromme IJsselgebied onder druk te staan.
Verdere uitwerking In het gebiedsperspectief wordt voorgesteld om te werken met opgave- en gebiedscoalities om tot verdere uitwerking van het gebiedsperspectief te komen. Het is in ieder geval belangrijk om in de eerste fase van verdere uitwerking als gemeente zelf sturing te geven aan het proces. De uitwerking voor de stadsrand en het buitengebied moet in samenhang worden opgepakt, waarmee splitsing in verschillende opgaven en gebieden voor nu nog niet aan de orde is. Wel is het van belang om de
verschillende partijen als Provincie Utrecht, Hoogheemraadschap, buurgemeenten, Rijkswaterstaat, woningcorporatie, maatschappelijk betrokken partijen en ook inwoners in het gebied direct bij deze uitwerking te betrekken.