2.1 Duidingsrapport Dashboard Minima gemeente IJsselstein
Tekst van het document
Duidingsrapport dashboard minima Meting over 2024 Gemeente IJsselstein
Opdrachtgever Gemeente IJsselstein Versiebeheer Versie 1.0 Datum Januari 2026 Auteurs Jitske Kooistra - van der Wijk Maaike Bonnema KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.
Duiding bij de cijfers In dit duidingsrapport staat een samenvatting van de belangrijkste bevindingen uit het Dashboard Minima. Het dashboard geeft inzicht in en informatie over de minimapopulatie, minimaregelingen en voorzieningen in de gemeente IJsselstein. Voor de verdere cijfers verwijzen wij u naar het dashboard. Weergave van de minimahuishoudens De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie weer op de betreffende peildatum van het onderzoek (31 december 2024), op basis van het inkomen op het wettelijk sociaal minimum (Wsm). Het gebruik van de diverse regelingen is gemeten over het gehele jaar voorafgaand aan de peildatum; dus van 1 januari 2024 tot 31 december 2024. Methodiek De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door zoveel mogelijk informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens aan elkaar te koppelen, kunnen we het aantal minimahuishoudens weergeven dat de gemeente op het peilmoment in beeld heeft. De gebruikers van regelingen betreffen diegenen die gekoppeld konden worden aan de BRP en als minima zijn geclassificeerd. Daarnaast maken we, op basis van de door KWIZ ontwikkelde Armoede Index, een schatting van het aantal minimahuishoudens dat niet bij de gemeente in beeld is, maar wél een laag inkomen en laag vermogen heeft.
Zodoende kunnen we een inschatting maken van de totale doelgroep van het minimabeleid. Het is op basis van de onderzoeksmethodiek niet mogelijk om gedetailleerde kenmerken van deze ‘ontbrekende’ doelgroep in beeld te krijgen. Leeswijzer In dit rapport maken we vergelijkingen met landelijke cijfers, deze zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ en/ of openbare cijfers van het CBS. Verder verwijzen wij regelmatig naar minimahuishoudens tot 125 procent Wsm.
Huishoudens in beeld Dit gaat op de huishoudens die de gemeente op basis van registraties in beeld heeft, omdat zij gebruik hebben gemaakt van een uitkering dan wel minimaregeling.
Schatting totale minimadoelgroep Dit zijn de huishoudens die de gemeente op basis van registraties in beeld heeft én een schatting van de doelgroep die de gemeente niet in beeld heeft.
Minimahuishoudens tot 125 procent Wsm Voor zowel de minimahuishoudens die de gemeente in beeld heeft als voor de geschatte totale doelgroep gaat het om de huishoudens die een inkomen hebben tot 125 procent Wsm én een eigen vermogen hebben dat onder de vermogensgrens van de Participatiewet ligt.
Samenvatting Het aandeel huishoudens met een minimuminkomen in de gemeente IJsselstein komt overeen met wat we gemiddeld bij andere (vergelijkbare) gemeenten zien. Het aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden met een minimuminkomen ligt hoger dan gemiddeld. Het bereik van de gemeentelijke regelingen ligt bij de meeste regelingen boven het gemiddelde bereik dat wij bij andere (vergelijkbare) gemeenten zien. In 2024 heeft 22 procent van de minimahuishoudens ook een Wmo-voorziening. Een derde van de minimahuishoudens met kinderen heeft een voorziening vanuit de Jeugdwet (32 procent).
Duidingsrapportage | Gemeente IJsselstein | 1
Kenmerken
Minimahuishoudens
Wat valt op als we kijken naar de kernmerken van de minimahuishoudens?
Aantallen en percentages Hoeveel minimahuishoudens heeft de gemeente in beeld en hoeveel minimahuishoudens zijn er in totaal? De cijfers van de gemeente IJsselstein komt overeen met wat we gemiddeld bij andere (vergelijkbare) gemeenten zien. Wij schatten dat 8,1 procent van de inwoners binnen de gemeente een inkomen heeft tot 125 procent Wsm. Dit aandeel komt overeen met het gangbare gemiddelde van 7 à 8 procent. De gemeente heeft een relatief groot deel hiervan in beeld. Inkomen
In beeld
Schatting
tot 100% Wsm
738 (5,1%)
811 (5,6%)
tot 110% Wsm
803 (5,5%)
917 (6,3%)
tot 125% Wsm
1.059 (7,3%)
1.169 (8,1%)
Kans op armoede Sommige huishoudens hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypes. Welke huishoudens zijn oververtegenwoordigd in de minimapopulatie? Eenoudergezinnen: 21 procent van alle eenoudergezinnen in de gemeente IJsselstein is een minimahuishouden. Dit aandeel ligt lager onder meerpersoonshuishoudens met kinderen, namelijk op 4 procent. Niet-westerse migratieachtergrond: 26 procent van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft een inkomen tot 125 procent Wsm. Ter vergelijking; onder alle huishoudens met een Nederlandse achtergrond heeft 4 procent een minimuminkomen. Buurten: in de buurten Europakwartier (8 procent) en IJsselveld Oost (9 procent is het aandeel minimahuishoudens het hoogst ten opzichte van alle buurten in de gemeente IJsselstein.
Het aandeel alleenstaande huishoudens ligt aan de onderkant van het gangbare gemiddelde. Gemiddeld ligt dit tussen de 50 en 55 procent, het aandeel in IJsselstein ligt op 49 procent. Verder komt de huishoudverdeling overeen met wat we gemiddeld zien. In totaal heeft 34 procent een inkomen vanuit de Participatiewet. Dit ligt lager dan wat we gemiddeld bij andere (vergelijkbare) gemeenten zien, namelijk tussen de 40 en 45 procent. Het aandeel huishoudens met een overig inkomen (zoals werk of WW) ligt hoger dan gemiddeld. 46 procent van de minimahuishoudens in beeld heeft een Nederlandse achtergrond. Daarnaast heeft 8 procent een westerse migratieachtergrond en 46 procent een niet-westerse migratieachtergrond.
Het grootste aandeel minimahuishoudens woont in de buurt IJsselveld Oost (23 procent). Daarnaast woont 23 procent in een van de buurten uit de ‘overige’ categorie*.
71 procent van de minimahuishoudens met een inkomen tot 125 procent Wsm is langdurig minima (3 jaar of langer). Dit ligt in lijn met het gangbare gemiddelde van andere gemeenten (70 tot 75 procent). *De buurten die in deze categorie vallen zijn Paardenveld, Groenvliet, Benschopperpoort/Het Podium, Achterveld Oost, De Tuinen, Landelijk gebied Noord, Landelijk gebied Zuid, Achterveld West, Achterveld Zuid, Binnenstad, Achterveld Noord, IJsseloevers, De Wereldsteden, De Rivieren, Panoven, Het Straatse, Het Groene Balkon, Over Oudland, Industrieterrein Lage Dijk, Bedrijventerrein de Corridor, Rijpickerwaard
Duidingsrapportage | Gemeente IJsselstein | 2
Kenmerken
Minimakinderen
Wat valt op als we kijken naar de kernmerken van de minimakinderen?
Aantallen en percentages Hoeveel minimakinderen heeft de gemeente in beeld en hoeveel huishoudens zijn er in totaal? We zien dat de cijfers voor de minimakinderen in de gemeente IJsselstein wat hoger zijn dan gemiddeld. Wij schatten dat 11 procent van de kinderen in de gemeente opgroeit in een minimahuishouden met een inkomen tot 125 procent. Gemiddeld ligt dit aandeel rond de 10 procent, het aandeel in IJsselstein zit hier dus boven. Inkomen
In beeld
Schatting
tot 100% Wsm
445 (7,1%)
517 (7,9%
tot 110% Wsm
457 (7,3%)
577 (8,8%)
tot 125% Wsm
545 (8,7%)
716 (11,0%)
Kans op armoede Sommige kinderen groeien vaker op in een huishouden met minimuminkomen dan andere kinderen. Welke kinderen oververtegenwoordigd in de minimapopulatie?
een zijn
Eenoudergezinnen: 27 procent van alle kinderen die opgroeien in een eenoudergezin groeit op in een huishouden met een minimuminkomen. Dit aandeel ligt voor kinderen uit tweeoudergezinnen op 5 procent. Niet-westerse migratieachtergrond: 30 procent van alle kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond groeit op in een huishouden met een inkomen tot 125 procent Wsm. Dit aandeel ligt aanzienlijk lager voor kinderen met een Nederlandse achtergrond of een westerse migratieachtergrond.
51 procent van de minimakinderen groeit op in een eenoudergezin. De overige 49 procent groeit op in een tweeoudergezin. Dit komt overeen met wat we bij andere gemeenten zien.
Ruim de helft (52 procent) van de minimakinderen groeit op in een huishouden met een inkomen vanuit de Participatiewet. Dit ligt in lijn met het gangbare gemiddelde van 50 tot 55 procent.
De meerderheid (66 procent) van de minimakinderen heeft een niet-westerse migratieachtergrond. Daarnaast heeft 6 procent van de kinderen een westerse migratieachtergrond en 28 procent een Nederlandse achtergrond.
39 procent van de kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden woont in IJsselveld Oost. Daarnaast woont 13 procent in de wijk Europakwartier.
43 procent van de minimakinderen is tussen de 4 en 12 jaar oud. 41 procent is 12 tot 18 jaar oud en de overige 15 procent is tussen de 0 en 4 jaar oud.
Buurten: In IJsselstein Oost en Europakwartier groeit respectievelijk 35 procent en 26 procent van de kinderen op in een huishouden met een minimuminkomen. In de andere buurten ligt dit aandeel lager. Duidingsrapportage | Gemeente IJsselstein | 3
Minimaregelingen
Bereik in IJsselstein
Bereik van de regelingen
Gemiddeld bereik
Welk deel van de doelgroep maakt gebruik van de regelingen? Het bereik van de minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de geschatte totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Om de bereikcijfers in perspectief te zetten, wordt het bereik van de regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in andere gemeenten met een inwonertal tot 50.000.
24%
Bijzondere bijstand
25% 79%
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
70%
Wat zien we in het bereik van de regelingen?
52%
Individuele inkomenstoeslag
Het bereik van de bijzondere bijstand komt overeen met het gemiddelde bereik dat we in andere (vergelijkbare) gemeenten zien (20 tot 30 procent). Het bereik van de kwijtschelding is 79 procent. Dit ligt boven het gangbare gemiddelde van 65 tot 75 procent. Het bereik van de individuele inkomenstoeslag zit aan de bovenkant van het gemiddelde dat wij bij andere gemeenten zien (40 tot 50 procent).
45% 47%
Collectieve zorgverzekering 35%
40%
U-pas
35%
Ook het bereik van de collectieve zorgverzekering (47 procent) ligt hoger dan wat we gemiddeld bij andere gemeenten zien (30 tot 40 procent).
83%
Stichting Leergeld
40 procent van de doelgroep maakt gebruik van de U-pas. Dit ligt in lijn met het gangbare gemiddelde (30 tot 40 procent) van een participatieregeling. 597 kinderen maakten gebruik van Stichting Leergeld. Hierbij is gekeken naar het totaal aantal gebruikers, dus ook de gebruikers die niet gekoppeld kunnen worden aan het BRP. Het bereik boven het gemiddelde bereik van 35 tot 45 procent. 13 ouders maken gebruik van de regeling voor de kinderopvang. Voor deze regeling zijn geen bereikcijfers beschikbaar.
40% 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Regelinggebruikers: aantal regelingen en inkomensniveau De meeste minimahuishoudens maken gebruik van één regeling (432 huishoudens) of twee regelingen (225 huishoudens). Verder hebben de meeste gebruikers van regelingen een inkomen op bijstandsniveau: 100 procent Wsm.
Duidingsrapportage | Gemeente IJsselstein | 4
Jeugdwet
Wmo
Voor dit onderzoek zijn gegevens vanuit de afdeling Jeugdwet aangeleverd om zo de overlap tussen de gebruikers van een voorziening uit de Jeugdwet en de minimadoelgroep in kaart te brengen. In 2024 hebben 969 kinderen in 841 huishoudens een vorm van ondersteuning gekregen op basis van de Jeugdwet.
Naast de gegevens van de Jeugdwet zijn ook gegevens vanuit de Wmo aangeleverd om zo ook de overlap met deze doelgroep te laten zien. In totaal maakten 1.246 huishoudens binnen de gemeente IJsselstein gebruik van een Wmo-voorziening in 2024. Cliënten maken het meeste gebruik van de huishoudelijke hulp**.
Minimahuishoudens met een Jeugdwet-voorziening Van de 841 huishoudens met een Jeugdwet-indicatie zijn 94 huishoudens in beeld als minima (11 procent). Dit is lager dan wat we gemiddeld bij andere gemeenten zien (rond de 15 procent).
Minimahuishoudens met Wmo-voorziening Op de peildatum zijn 233 huishoudens met een Wmo-voorziening ook in beeld als minimahuishouden: dit is 22 procent van alle minimahuishoudens. Gemiddeld ligt dit aandeel tussen de 25 en 35 procent, het aandeel in de gemeente IJsselstein zit hier dus onder. De overlap tussen type Wmo-voorziening en een minimuminkomen verschilt: huishoudens die gebruikmaken van begeleiding (28 procent) hebben vaker een minimuminkomen dan wanneer zij huishoudelijke hulp (17 procent), een vervoersvoorziening (18 procent) of een overige voorziening (11 procent) hebben.
Inkomenssituatie
Gebruik
Minima
94
11%
Niet-minima
747
89%
Totaal
841
100%
Type voorziening Hieronder staat de verdeling naar het type Jeugdwetvoorziening weergegeven op kindniveau. Jeugdwet cliënten maken het meeste gebruik van een Jeugd GGZvoorziening*. Kinderen met ambulante hulp vanuit de Jeugdwet wonen vaker in een minimahuishouden (22 procent) dan kinderen met een maatwerkvoorziening (20 procent), Jeugd GGZ (8 procent) of een overige voorziening (19 procent).
278
695
Maatwerkvoorziening
Jeugd GGZ
179
161
Ambulante hulp
Overig
Inkomenssituatie
Gebruik
Minima
233
19%
Niet-minima
1.013
81%
Totaal
1.246
100%
868
289
Huishoudelijke hulp
Vervoer
310
65
Begeleiding
Overige ondersteuning
**De uitsplitsing naar het type Wmo-voorziening telt op tot boven het totale aantal huishoudens dat gebruikmaakt van Wmo (1.246 huishoudens), omdat één huishouden van meerdere voorzieningen gebruik kan maken. *De uitsplitsing naar het type Jeugdwet-voorziening telt op tot boven het totale aantal kinderen (969 kinderen), omdat één kind van meerdere voorzieningen gebruik kan maken.
Duidingsrapportage | Gemeente IJsselstein | 5
ZZP
Financiën op orde
In dit hoofdstuk is het aantal personen dat ingeschreven staat bij de Kamer van koophandel weergegeven. We kijken hierbij naar de overlap met de minimahuishoudens die bij de gemeente in beeld zijn.
Vanuit Stichting Pulse wordt de dienst Financiën op Orde georganiseerd om mensen te ondersteunen bij hun financiële administratie. In het kader van dit onderzoek zijn gebruikscijfers hiervan aangeleverd.
In 2024 stonden 2.220 personen als zzp’er ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Van de 2.220 zzp’ers in IJsselstein, heeft de gemeente 69 zzp’ers met een inkomen tot 125 procent Wsm in beeld; dit is 3 procent van alle zzp’ers. Deze groep van 69 zzp’ers met een minimuminkomen is in beeld, omdat zij gebruik hebben gemaakt van een aanvullende uitkering of één of meerdere gemeentelijke minimaregelingen.
In 2024 hebben 169 huishoudens gebruikgemaakt van deze dienst. De meesten hiervan (63 procent) zijn bij de gemeente in beeld als minimahuishouden. Het merendeel hiervan (58 procent) heeft een inkomen tot 100 procent.
Inkomenssituatie
Gebruik
Minima
69
3%
Niet-minima
2.148
97%
Totaal
2.220
100%
De ondersteuning die in het kader van Financiën op orde wordt gegeven, bestaat bijvoorbeeld uit een spreekuur voor allerhande dienstverlening zoals juridische zaken, toeslagen, levensonderhoud (bijstand), vaste lasten (wonen, water, energie) of bankzaken.
63%
De 69 huishoudens die de gemeente IJsselstein in beeld heeft als minima én zzp’er, vormen 7 procent van de 1.059 huishoudens met een inkomen tot 125 procent Wsm die de gemeente al kent.
Duidingsrapportage | Gemeente IJsselstein | 6
Bijlage 1. Gekoppelde en niet-gekoppelde gebruikers Een aantal gebruikers van de regelingen kunnen niet gekoppeld worden aan het BRP, bijvoorbeeld omdat ze in de tussentijd zijn verhuisd zijn. In de onderstaande tabel staat het aantal gekoppelde en niet-gekoppelde gebruikers per regeling weergegeven. In de laatste kolom staat het verschil tussen deze aantallen. Het aantal in het rapport gaat over het aantal gekoppelde gebruikers aan de BRP; van deze gebruikers weten we immers in hoeveel huishoudens zij wonen en welke kenmerken zij hebben. Deze weergave is op persoonsniveau (i.v.m. de BRP-koppeling). In de analyse worden de meeste cijfers gerapporteerd op huishoudniveau - daarom komen de cijfers niet altijd overeen met onderstaande tabel. Onderstaande tabel is bedoeld om inzicht te geven in de stap erv voor (voor en na de BRP-koppeling, maar voor de aggregatiestap van personen naar huishoudens). Regeling
Totaal aantal gebruikers
Gekoppeld aan het BRP
Verschil
Bijzondere bijstand
283 gebruikers
258 gebruikers
25
Individuele inkomenstoeslag
275 gebruikers
270 gebruikers
5
Kwijtschelding
657 gebruikers
639 gebruikers
18
Collectieve zorgverzekering
618 gebruikers
584 gebruikers
34
U-pas
637 gebruikers
595 gebruikers
42
Stichting Leergeld
313 gebruikers
269 gebruikers
44
Financiën op orde
231 gebruikers
189 gebruikers
42
Kinderopvang
15 gebruikers
13 gebruikers
2
Wmo
1.493 gebruikers
1.282 gebruikers
211
Jeugdwet
1.027 gebruikers
983 gebruikers
44
Energietoeslag
103 gebruikers
98 gebruikers
5
ZZP
2.396 personen
2.221 personen
175
Duidingsrapportage | Gemeente IJsselstein | 7
KWIZ Bureau voor onderzoek en informatiemanagement www.kwiz.nl contact@kwiz.nl