CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

16. Adviesgroep BB+W - reactie op de concept-omgevingsvisie IJsselstein

Commissie Ruimte 13 april 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Overige ingekomen stukken4.622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BB+W

adviesgroep van en voor IJsselstein p. Walkade 15 3401DR IJsselstein t. 0306872934 m. info@wimvansijl.eu

Gemeente IJsselstein T.a.v. Burgemeester en Wethouders Overtoom 1 3401 BK IJsselstein IJsselstein, 9 maart 2021 BetreA: ambtelijke concept omgevingsvisie IJsselstein versie februari 2021 Geacht college,

Tijdens een digitale meeIng op donderdag 25 februari jl. heeA de gemeente, bij monde van Kuiper Company uit RoNerdam, de ambtelijke concept omgevingsvisie toegelicht. Het plan als geheel verontrusNe ons al Ijdens het lezen van het vooruit gezonde, boekwerk in grote mate. Om de ‘verwachIngen te managen’ werden alle deelnemers op 25 februari Ijdens het afsluitende vragenrondje te verstaan gegeven dat het college niet voornemens is om veel aan visie aan te passen. Unaniem waren alle deelnemers met stomheid geslagen en maakte dit ook duidelijk kenbaar. Waarom besteden wij hier immers zoveel Ijd aan? Weet het college onze inbreng wel op de juiste waarde te schaNen of zijn dergelijke overlegvormen slechts voor de bühne? In de kern krijgen wij de indruk dat de omgevingsvisie door het college misbruikt wordt, door het als onderligger te gebruiken, om de door het college gewenste nieuwbouwplannen in het Kromme IJssel-­‐ gebied te realiseren. Bovenstaande is voor BB+W aanleiding om in dit conceptstadium schriAelijk te reageren. In onze reacIe onderkennen wij de volgende vijf aandachtspunten: 1. Proces van parIcipaIe 2. Gemeente Lopikerwaard/Utrechtse Waarden 3. Woningbouw 4. Kromme IJssel-­‐gebied 5. VesIngstad IJsselstein

1.Proces van par8cipa8e Met ongenoegen moeten wij helaas vaststellen dat er, in de breedte van het proces, geen sprake is geweest van adequate parIcipaIe vanuit het maatschappelijke veld. Dit gevoel werd unaniem gedeeld door alle maatschappelijke vertegenwoordigers die wij hebben gesproken. Op 9 maart 2020 mochten wij parIciperen in een bijeenkomst met vertegenwoordigers van ‘cultuur’ en het ‘landschap/groen’. Deze bijeenkomst was inventariserend van aard. Deelnemers mochten mee denken over waar de behoeAen van IJsselstein liggen en hoe deze ingevuld kunnen worden. Vervolgens ontvingen wij in februari 2021 de ambtelijke concept omgevingsvisie. Deze visie werd in de eerder genoemde digitale meeIng van 25 februari toegelicht. Deelnemers aan deze meeIng waren vertegenwoordigers uit het maatschappelijke veld van ‘cultuur’, ‘landschap/groen’ en ‘ondernemers’. Unaniem herkende niemand iets van wat in de eerdere sessie was besproken. Met de input van de eerdere bijeenkomst was niets maar dan ook niets gedaan. Ronduit stuitend werd het toen Ijdens het ‘vragenrondje’ door de gesprekleider duidelijk werd gemaakt dat met de belangrijkste ingebrachte aanbevelingen door het college waarschijnlijk niets zou worden gedaan. Kortom de parIcipaIe bestond uit slechts twee bijeenkomsten.

Een bijeenkomst waar wij vol mochten meepraten en een afsluitende bijeenkomsten waar wij voor voldongen feiten werden geplaatst. In retrospecIef hebben wij sterk het gevoel dat deze vorm van parIcipaIe slechts voor de vorm heeA plaatsgevonden en dat er geen moment de oprechte intenIe bestond om met de belangrijke inbreng, van het gehele maatschappelijke veld, serieus iets te doen. Feit is dat er door Ientallen maatschappelijke vertegenwoordigers veel Ijd besteed is om tot afgewogen en gedegen inbreng te komen. Dan is het meer dan frustrerend dat daar niets mee wordt gedaan. Let wel, wij spreken hier niet alleen voor onszelf. Dit gevoel werd door alle betrokkenen uit het maatschappelijke veld zo ervaren. Over parFcipaFe-­‐processen het volgende: BB+W heeN ervaring met parFcipaFe-­‐processen. In bijvoorbeeld de vier arena-­‐debaPen ‘Visie landelijk gebied’, werd onze parFcipaFe wel degelijk opgenomen, dit in tegenstelling van bijvoorbeeld de UrgenFe-­‐agenda, waar onze inbreng niet werd opgenomen. hPps://bugelhajema.nl/bestanden/ijsselstein/Visie%20landelijk%20gebied%2020190402.pdf BB+W adviseert ook buiten de IJsselsteinse gemeentegrenzen en parFcipeerde o.a. bij de ontwikkeling van de Provinciale Omgevingsvisie. In bijlage 1. vindt u onze zienswijze op deze Provinciale Omgevingsvisie en onze reacFe op de beantwoording.

Ons advies richPe zich met name op het Kromme IJssel-­‐gebied. TensloPe een opmerking over het IJsselsteinse parFcipaFe-­‐proces in het algemeen. In 2018 hebben wij als adviesgroep de gemeenten Lopik en IJsselstein verzocht het stroomgebied van de Kromme IJssel aan te wijzen als ‘Natuurgebied’ (bijlage 2). Lopik heeN hierop een beargumenteerde reacFe gegeven. Van de gemeente IJsselstein hebben wij tot heden geen enkele reacFe ontvangen! Zie hier een voorbeeld van hoe met burger-­‐parFcipaFe in IJsselstein wordt omgegaan. 2.Gemeente Lopikerwaard/Utrechtse Waarden IJsselstein is met haar rijke geschiedenis en 34.000 inwoners een stad van formaat. Én IJsselstein is heel klein als het gaat om oppervlakte.

Daarom verbaasde het alle deelnemers aan de laatste bijeenkomst van 25 februari dat de omgevingsvisie wel een visie heeA over nieuwbouw (terwijl de ruimte hiervoor ontbreekt) en geen visie heeA over samenwerking met andere gemeenten in de regio. BB+W is van mening dat je niet tot een adequate omgevingsvisie kunt komen zonder dat duidelijkheid bestaat over de mogelijkheden tot samenwerking van gemeenten in de regio. Dit hebben wij in de bijeenkomst van 9 maart 2020 ook duidelijk ingebracht maar heeA helaas op geen enkele wijze een vervolg gekregen. Voor BB+W is het duidelijk: zelfstandig gaat IJsselstein haar woningbouw ambiIes niet realiseren. IJsselstein moet tot een keuze komen om op termijn samen te gaan met gemeenten ten westen van IJsselstein dan wel samenwerken met gemeenten ten noorden en/of ten oosten van IJsselstein (Utrecht en/of Nieuwegein). Agankelijk van de uitkomst van deze oriëntaIe geeA dat richIng aan de omgevingsvisie of de beoogde woningbouw ten westen van IJsselstein of meer ten noord/oosten moet plaatsvinden. Gemeente Lopik is nu, parallel aan de omgevingsvisie, acIef met een brede oriëntaIe welke strategische koers voor Lopik het meest gewenst is. Dat is de goede volgorde van het proces. Ergo IJsselstein had volgens BB+W ook moeten gaan voor een dergelijke aanpak c.q.

moet alsnog op korte termijn komen met een visie op samenwerking met gemeenten in de Lopikerwaard/Utrechtse Waarden of Utrecht/Nieuwegein. Als het gaat om invulling van de gewenste woningbouwbehoeAe van 2500 woningen is onze conclusie dat dat niet op IJsselsteins grondgebied is te realiseren. BB+W is van mening dat het voor IJsselstein het meest gewenst is om in westelijke richIng uit te breiden. De gehele bebouwde westelijke strook van IJsselstein van het noorden tot het zuiden i.q. van Achterveld tot en met het Groene Balkon is geschikt om woningen te bouwen. Het gebied ten zuiden van IJsselstein, het ‘Kromme IJssel-­‐gebied’ is vanwege haar cultuur/historische kwaliteiten volstrekt ongeschikt voor grootschalige woningbouw. Zie onderdeel 4. van dit schrijven. 3.Woningbouw Of de ronkende teksten over ‘vergrijzing’, ‘onze kinderen moeten hier ook kunnen blijven wonen’ en ‘behoeAe aan goedkope woningen’ allemaal even integer worden gebruikt en/of relevant zijn is discutabel. Als BB+W delen wij de mening dat er een woningbehoeAe in IJsselstein bestaat. Ook delen wij de mening dat nieuwbouwontwikkeling daarbij onontkoombaar is.

Belangrijk daarbij is dan wel de vraag voor wie gaat IJsselstein bouwen? En wat gaan we bouwen? Waarop zijn de huidige genoemde behoeAe aan woningen gebaseerd? BB+W is van mening dat er met name aan kleinere en goedkope wooneenheden behoeAe is, woningen ten behoeve van starters, senioren en één persoonshuishoudens. Voor snelle realisaIe van deze wooneenheden is revitalisering van hoogbouw aan de A2 een goede opIe. Adequaat beleid is dan noodzakelijk. In 2004 heeA BB+W in de Nota Bouwhoogte hier al een voorschot op gegeven. Maar ook bij invulling binnen de rode contouren missen wij beleid. Aan het Eiteren zijn vorig jaar bijvoorbeeld 17 grote gezinswoningen gebouwd in plaats van bijvoorbeeld 40 appartementen die voor de noodzakelijke doorstroming hadden kunnen zorgen. In de omgevingsvisie wordt overigens tegenstrijdige aantallen genoemd. Er was sprake van behoeAe aan 2500 woningen terwijl ook het aantal van 2900 wordt genoemd. In de digitale bijeenkomst werd dit erkend als een fout!

Het lijkt erop alsof IJsselstein van 2 walletjes wilt eten. Enerzijds mooie verhalen over aansluiIng bij Lopikerwaard-­‐gemeenten met oog voor alle groene kwaliteiten. Maar anderzijds daarbij absoluut geen terughoudend bouwbeleid, maar juist gaan voor de prijs van de relaIef meest bouwlusIge gemeente binnen de regio Utrecht. 4.Kromme IJssel-­‐gebied Het college heeA de omgevingsvisie aangegrepen om het kwetsbare historisch cultureel erfgoed op een onverantwoorde wijze te transformeren tot woongebied. Voor de ontsluiIng is een rondweg voorzien die aansluit op de rotonde van Nieuwegein-­‐Zuid. Het betekent een aanslag op dit zeer kwetsbare unieke gebied met o.a. een doorgaande weg langs de ‘Looije brug’ over de Kromme IJssel. De plannen met kleurrijke art impressies zijn zeer surrealisIsch. Typisch een product van mensen die de wereld virtueel van achter een beeldscherm invulling proberen te geven. Het mist iedere vorm van realiteitszin, maar mist ook de aansluiIng op de ‘Visie landelijk gebied’ uit 2019 (zie hierboven onder punt 1. genoemd inclusief link) waarin grootschalige woningbouw in het landelijke gebied ongewenst is. Ook vanwege economische redenen is de ontwikkeling tot bouwlocaIe van het Kromme IJssel-­‐gebied totaal niet realisIsch. De waterhuishouding c.q.

watercondiIes in dit gebied zijn zodanig dat dat alleen kan met zeer grote financiële investeringen waardoor bouwen voor starters, senioren en éénpersoonshuishoudens niet realisIsch is. Daarbij gaan bewoners van dit gebied boodschappen doen in winkelcentrum Hoogzandveld in Nieuwegein waardoor de lokale middenstand in IJsselstein er niet van gaat profiteren. En hoe zit het met een milieutoets? Kunnen er eigenlijk wel (zoveel) woningen worden gebouwd in het licht van het sIkstoneleid en de nabijheid van Natura 200-­‐gebieden in de Lek-­‐uiterwaard? Het Kromme IJssel-­‐gebied behoort tot het meest bijzondere gedeelten van het Groene Hart. Bouwen in het Groene Hart kan alleen onder strikte voorwaarden. De beoogde ontwikkelingen zijn funest voor het Kromme IJssel-­‐gebied en zullen dit meer dan duizend jaar oude cultuurhistorisch onherstelbare schade toebrengen. De cultuurhistorische waarde van dit gebied is onmiskenbaar. Oorspronkelijk vormde Kromme IJssel en Hollandse IJssel de hoofdstroom van de Lek waarlangs meerdere nederzeongen ontstonden, waaronder IJsselstein. De huidige hoofdstroom van de Lek ontstond in 1285 bij de afdamming bij het Klaphek. Het middeleeuwse stroomgebied van Kromme IJssel en Hollandse IJssel is buitengewoon belangrijk geweest voor economische, sociale en infrastructurele ontwikkelingen van de regio.

Deze ontwikkelingen zijn tot op heden in het ‘open’ landschap duidelijk te traceren en zijn waardevol voor toekomsIge ontwikkeling voor erfgoed, natuur, recreaIe en agrarisch cultuurlandschap. Wat ons ook verbaast is dat er door het college nooit serieus onderzoek is gedaan of dit gebied geschikt is voor woningbouw. Als dit wel had plaatsgevonden zou het de gemeente veel tijd en energie hebben bespaard. Volgens BB+W is het college op een opportunistische wijze te werk gegaan. 5.Ves8ngstad IJsselstein In februari 2021 heeA BB+W i.s.m. Historische Kring IJsselstein het inspiraIedocument VesIngstad IJsselstein het licht doen zien. hNp://www.wimvansijl.eu/VESTING_IJSSELSTEIN/VESTINGSTAD.html De duiding vesIngstad komt wel een enkele keer voor in de omgevingsvisie en daar zijn wij blij mee. En het kan zwaarder aangezet worden. Daarom pleiten wij ervoor dat het college de doelstelling van dit document onderschrijA en expliciet benoemd in de omgevingsvisie.

De doelstellingen laten zich als volgt samenvaNen: Aanwijzing Gemeentelijk Monument van de VesIngwerken IJsselstein; Gefaseerde realisaIe van markeringen, reconstrucIes en visualiseringen van VesIngstad IJsselstein. Onze middeleeuwse VesIngstad IJsselstein verdient het om de elementen van de vesIng verder te versterken. Met bovengenoemde aandachtgebieden vertrouwen wij erop dat wij onze zorgen voldoende hebben onderbouwd. Mochten er nog vragen zijn en/of behoeAe aan overleg dan zijn wij natuurlijk beschikbaar. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Graag vernemen wij een reacIe van het college op onze zienswijze. Met vriendelijke groeten,

Bart Rietveld

Bert Murk

Wim van Sijl

BB+W is een samenspel van individuele krachten die streven naar behoud en iden7ficering van cultuurhistorisch erfgoed in het algemeen en dat van IJsselstein in het bijzonder. Wij doen dit door middel van gevraagd-­‐ en ongevraagd advies en zo nodig met interven7es. Bart Rietveld voorziPer Historische Kring IJsselstein (boekdrukker) Bert Murk onbezoldigd directeur Museum IJsselstein (accountant) Wim van Sijl voorziPer SFchFng Boogbrug Vianen (beeldend kunstenaar) BB+W heeA bijdragen geleverd bij o.a: 1986 -­‐ 1996 ac7e tegen woningbouw Walkade, bescherming stadsmuur en realisa7e Ves7ngplantsoen 1992 -­‐ heden ontwikkeling en totstandkoming Kasteelpark 1995 behoud Zendergebouw en Por7ersloge Radio Nederland Wereldomroep (NOZEMA) 1999 -­‐ heden Integrale Visie Binnenstad / herinrich7ng SchuYersgracht / ontwikkelingen Binnenstad 2000 -­‐ 2015 totstandkoming nieuw Kloosterplantsoen 2004 nota Bouwhoogte 2005 zienswijze Regionaal Structuurplan 2008 visie op IJsselstein Stadsarchief 2016 reac7e op Stadsvisie ‘Hallo toekomst’, een college-­‐doorkijk naar 2030 2017 'IJsselstein IJzersterk' een manifest voor een krach7ge en autonome ves7ngstad 2018 verzoek tot Aanwijzing Natuurgebied Klaphek bij gemeenten IJsselstein en Lopik 2018 zienswijze Ontwerp 2e Par7ële Herziening Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie: ‘De Kroon’ 2020 proces tot Bescherming Kromme IJssel-­‐gebied / ontwikkeling

ves7ngwerken Molenstraat 2021 inspira7edocument / integraal plan VESTINGSTAD IJSSELSTEIN 2021 aanwijzing van het Complex IJsselsteinse Ves7ngwerken als gemeentelijk monument

BIJLAGE 1 zienswijze BB+W aan Probinciale Staten 1 november 2020 Provinciale Ontwerp Omgevingsvisie

reac7e BB+W aan Probinciale Staten 9 februari 2021 CONCEPT-­‐BEANTWOORDING ZIENSWIJZE OMGEVINGSVISIE

BB+W

adviesgroep van en voor IJsselstein p. Walkade 15 3401DR IJsselstein t. 0306872934 m. info@wimvansijl.eu

aan de Provinciale Staten van Utrecht

zienswijze.ogv@provincie-­‐utrecht.nl IJsselstein 1 november 2020 onderwerp: zienswijze Provinciale Ontwerp Omgevingsvisie Adviesgroep BB+W dient bij deze haar zienswijze in over het stoomgebied van de Hollandse IJssel, de Enge IJssel en de Kromme IJssel. In de Provinciale Ontwerp Omgevingsvisie worden deze historische stroomgebieden onvoldoende beschreven en gekwalifiseerd, terwijl deze middeleeuwse stroomgebieden buitengewoon belangrijk zijn geweest voor economische, sociale en infrastructurele ontwikkelingen van de regio. Deze ontwikkelingen zijn tot op heden in het ‘open’ landschap duidelijk te traceren en zijn waardevol voor toekomsIge ontwikkeling voor erfgoed, natuur, agrarisch cultuurlandschap en recreaIe. SamenvaNend verzoeken wij om: 1. De grote gebiedskwaliteiten alsnog te erkennen en dit tot recht te laten komen door:

a. het opnemen van de Kromme IJssel in de NNN als (potenIële) ecologische verbinding tussen enerzijds de bestaande NNN aan weerszijden van de A2 en anderzijds de bestaande NNN in de Lek-­‐uiterwaard;

b. het aanpassen van de betreffende sectorale kaarten in Omgevingsvisie en Omgevingsverordening t.a.v. agrarisch cultuurlandschap en historische infra 2. Inspraak te organiseren bij de nadere uitwerking van de regionale programmering.

Nadere toelichIng Ad 1a Op kaartkatern 1 van de Omgevingsverordening zijn langs de Kromme IJssel het natuurgebied Hoge Landen, direct oostelijk van de A2 in Nieuwegein (aangeduid met 1 in onderstaand kaartje) en de natuurstrook langs de zuidelijke oever van de Kromme IJssel, direct westelijk van de A2, (2) al opgenomen in de NNN. Hetzelfde geldt voor de noordelijke uiterwaard langs de Lek bij het Klaphek (3). Op verschillende plekken langs de Hollandse IJssel zijn gebiedjes aangeduid als “groene contour”

om zo gauw de kans zich voordoet ontbrekende natuur te realiseren. Ons is volstrekt onduidelijk waarom juist het gedeelte van de Kromme IJssel tussen het voornoemde gebiedje 2 en de Lekuiterwaard 3 (X op het kaartje) niet ook als zodanig is aangeduid. Natuurontwikkeling in het stroomdal van de Kromme IJssel zou een perfecte verbinding creëren tussen de bestaande natuur aan weerszijden van de A2 en de zowel bestaande als recent gerealiseerde natuur in de Lekuiterwaard bij Klaphek. Een passende natuurlijke gebiedsontwikkeling zou ook helemaal passen binnen de geopteerde groen-­‐ blauwe en recreaIeve ontwikkeling van de provinciale visie 2050, zoals weergegeven op blz 30 van de Omgevingsvisie. Het gebied vervult nu al een belangrijke funcIe voor de recreaIeve uitloop vanuit de aangrenzende stedelijke gebieden van Nieuwegein en IJsselstein. Een funcIe, die alleen maar in belang zal toenemen.

De cultuurhistorische waarde van dit gebied is onmiskenbaar. Oorspronkelijk vormde Kromme IJssel en Hollandse IJssel de hoofdstroom en heeA de Lek richIng Schoonhoven pas later deze funcIe over genomen. Tot 1285 vormde de Kromme IJssel een belangrijke zijtak van de Lek, waarlangs op de oeverwal zich de eerste landbouw heeA ontwikkeld en meerdere nederzeongen en stadjes zijn ontstaan, waaronder IJsselstein. De afdamming bij het Klaphek in dat jaar had grote gevolgen voor de waterbeheersing en landbouwkundige ontwikkeling van de landen tussen Hollandse IJssel en Oude Rijn.

Ad 1b Zoals hiervoor aangegeven heeA de Kromme en Hollandse IJssel in de geschiedenis als vaarweg een belangrijke ontsluiIngsrol vervuld (waaronder ook voor de stad Utrecht). Vanuit die opIek zou het logisch zijn om deze waterweg (net als de Vaartse Rijn en het Merwedekanaal) op de kaart van de CHS ook aan te duiden als “historische infrastructuur”. Een ander erfgoedaspect waarop de provincie focus legt, betreA de “agrarische cultuurlandschappen”. Opvallend dat hierbij nagenoeg enkel de landschappen van de cope-­‐ ontginningen zijn opgenomen. Zeker waardevol, waarmee tevens wordt benadrukt dat het groene hart ook het westelijke deel van de provincie Utrecht omvat. Maar wel wordt hiermee pijnlijk zichtbaar dat het oudere landschap van de blokverkaveling geen recht wordt gedaan. Dit oudere landschapstype vormde de eerste occupaIe vanuit de rivier en lag dan ook specifiek op de stroomruggronden. Maar is in de loop van de Ijd door verstedelijking steeds zeldzamer geworden.

Behoud van dit landschapstype zou dan ook prioriteit verdienen en gebieden met blokverkaveling zouden om die reden ook aangeduid moeten worden als “agrarisch cultuurlandschap”. Dit geldt feitelijk ook voor het gebied ten zuiden van IJsselstein en gelegen ten oosten van de Hogebiezendijk.

Ad 2 Een zeer belangrijk deel van de ruimtelijke besluitvorming bestaat uit het uitwerken van de totale woningbouwopgave in ontwikkelingen per regio en gemeente. Op basis hiervan worden behoeAe en locaIes nader ingevuld. In tegenstelling tot de vorige provinciale ruimtelijke kaders wordt dit nu niet in Omgevingsvisie en Omgevingsverordening vastgelegd, maar met regio en gemeenten nader uitgewerkt in regionale programma’s. Hierbij zullen tevens andere stakeholders worden betrokken. In hoofdstuk 6 wordt hierop nader ingegaan, maar hieruit blijkt dat het regionale woningbouwprogramma geen weNelijke verplichIng kent en dus niet onderworpen is aan een uitgebreide voorbereidingsprocedure, waarbij eenieder op het ontwerp kan reageren. Voor zover wij het nu kunnen beoordelen, is momenteel nog geheel onduidelijk of burgers de mogelijkheid gaan krijgen om te kunnen reageren op het concept-­‐programma. Omdat het woonprogramma blijkbaar onverplicht is en de totstandkoming en de vaststellingsprocedure daarmee ook aan GS zijn. Weliswaar is het uitvoeringsprogramma zelnindend, maar zullen geheid gepaard gaan met bestuurlijke uitvoeringsafspraken met regio en gemeenten. Bovendien kan ook de Omgevingsverordening desgewenst hierop worden aangepast.

Juist uit de nadere uitwerking in het regionaal uitvoeringsprogramma wonen moet duidelijk worden op welke wijze de woningbouwtaakstelling over de regio verdeeld gaat worden, in hoeverre toch buitenstedelijk gebouwd gaat worden en hoe daarbij wordt omgegaan met de regionale en gemeentegrens overschrijdende gebiedskwaliteiten. Het valt in deze Ijd met toenemende burgerparIcipaIe niet uit te leggen, dat op dit proces geen inspraak geboden zal worden. Wij verzoeken dan ook met klem om in de Omgevingsvisie vast te leggen, dat hierin alsnog zal worden voorzien. Uw reacIe op onze zienswijze zien wij met vertrouwen tegemoet. Met vriendelijke groet adviesgroep BB+W

Bart Rietveld

Bert Murk

Wim van Sijl

BB+W

adviesgroep van en voor IJsselstein p. Walkade 15 3401DR IJsselstein t. 0306872934 m. info@wimvansijl.eu

aan de Provinciale Staten van Utrecht zienswijze.ogv@provincie-­‐utrecht.nl IJsselstein 9 februari 2021 onderwerp: REACTIE OP CONCEPT-­‐BEANTWOORDING ZIENSWIJZE OMGEVINGSVISIE LS Adviesgroep BB+W heeA op 1 november 2020 haar zienswijze over het stoomgebied van de Hollandse IJssel, de Enge IJssel en de Kromme IJssel bij u ingediend. Hierop heeA u ons d.d. 28 januari 2021 via de Concept-­‐Nota van Beantwoording per mail beantwoord. Wij willen in deze brief hierop een reacIe geven en onze ongenoegen tonen. Het lukt ons helaas niet om in te spreken Ijdens de vergadering van de Commissie Omgevingsvisie van 10 februari 2021 vandaar deze schriAelijke reacIe voor in de hoop dat deze behandeld zal worden. Allereerst doet het deugd, dat ons bezwaar t.a.v. de onduidelijke vervolgprocedure, op blz. 107, is gehonoreerd met de toezegging dat het ontwerp Provinciaal Programma Wonen en Werken t.z.t. ter inzage zal worden gelegd. De verdere concept-­‐beantwoording op onze zienswijze vinden wij teleurstellend, maar ook onbegrijpelijk. 1. Op blz. 162 wijst u ons aanwijzings-­‐verzoek over de ecologische verbindingszone van de Kromme IJssel af en u verwart daarbij de Kromme IJssel, waarschijnlijk per abuis, met de Kromme Rijn. 1.2.

Wij vinden uw afwijzing teleurstellend en het steekt ons dat u in de uiterst summiere beantwoording, geen enkele blijk geeA van de onmiskenbare gebiedskwaliteiten in cultuurhistorisch, landschappelijk, recreaIef en natuurlijk opzicht terwijl deze kwaliteiten ook zijn aangetoond in de zienswijzen van 031 WBL en 043 HKIJ. Het stroomgebied is een ideale drager voor de verdere ontwikkeling van groen-­‐blauwe kwaliteiten. De provincie moet haar rol acIef oppakken en de groene contour in haar Omgevingsvisie onderstrepen met name wanneer deze contouren de gemeentegrenzen van IJsselstein en Nieuwegein overschrijden.

Ook bij de aanstaande versterking van de Lekdijk bij het Klaphek is het van belang dat de bijzondere gebiedskwaliteiten door u formeel worden erkend. 1.3. Onbegrijpelijk is de verwijzing naar het natuurbeheerplan, als zou dat het kader zijn waarin eerst overeenstemming over nieuwe natuurontwikkeling moet worden bereikt. Maar dit gebeurt pas als feitelijke realisering in beeld is gekomen. Het is van groot belang dat in het kader van de Omgevingsvisie aanvullend gewenste groene verbindingen op integrale wijze worden afgewogen en worden toegevoegd aan de groene contour. 2. Op blz. 139 weerlegt u ons pleidooi voor extra aandacht voor de blokverkaveling in de polder Over Oudland ten zuiden van IJsselstein. Gesteld wordt dat de blokverkaveling van Over Oudland niet uniek zou zijn en voorts niet zou aansluiten bij de huidige aanduiding Agrarisch Cultuurlandschap, omdat hierbinnen slechts polders met copeverkaveling zijn opgenomen. Gronden met blokverkaveling komen echter wel degelijk weinig voor én zijn overigens ouder dan copeverkaveling. 2.1 Voorts wordt er door GS op gewezen, dat blokverkaveling ten noorden van IJsselstein al extra wordt beschermd, doordat daar (toevallig) al wel de aanduiding Agrarisch Cultuurlandschap is opgenomen.

Merkwaardig dat een combinaIe van verkavelingstypen binnen één aanduiding door GS wel acceptabel wordt geacht! Los daarvan vinden wij het rigide om te stellen, dat binnen de aanduiding Agrarisch Cultuurlandschap slechts één bijzonder beleidsthema en dus ook slechts één verkavelingstype kan worden opgenomen. CONCLUSIE Wij vinden uw reacIe op de specifieke gebiedskwaliteiten, die met feiten door 075 BB+W, 031 WBL en 043 HKIJ zijn aangetoond, teleurstellend en wij vragen nogmaals aandacht voor onze zienswijze. Wij verzoeken u nadrukkelijk belang te hechten aan bescherming en ontwikkeling van de het gebied ten zuiden van IJsselstein en bepleiten wijzigingen van uw beantwoording. Uw reacIe zien wij met vertrouwen tegemoet. Met vriendelijke groet adviesgroep BB+W

Bart Rietveld

Bert Murk

Wim van Sijl

BIJLAGE 2 brief BB+W aan gemeente Lopik en IJsselstein 5 november 2018 onderwerp: STROOMGEBIED KLAPHEK

BB+W

adviesgroep van en voor IJsselstein p. Walkade 15 3401DR IJsselstein t. 0306872934 m. info@wimvansijl.eu Burgemeester en Wethouders gemeente IJsselstein Overtoom 1 3401 BK IJsselstein Bestuurssecretariaat@IJsselstein.nl IJsselstein 5 november 2018 onderwerp: STROOMGEBIED KLAPHEK

Geacht College, BB+W doet in deze brief een aanbeveling om het ‘Stroomgebied Klaphek’ aan te wijzen als natuurgebied. Reden van de aanbeveling zijn: 1. de ontwikkeling van de ‘Visie landelijk gebied IJsselstein’ 2. de noodzaak om het kwetsbare en unieke gebied tussen IJsselstein en de Lek te beschermen 3. het waardevolle gebied te ontwikkelen als natuurgebied met recreaIeve mogelijkheden en cultuurhistorische herkenningspunten. Visie landelijk gebied IJsselstein Integrale visievorming en besluitvorming over toekomsIge, ruimtelijke ontwikkeling van het buitengebied van IJsselstein worden momenteel door gemeente IJsselstein en BügelHajema Adviseurs onderzocht en zijn in voorbereiding. In mei 2017 en in augustus en oktober 2018 werden hiervoor onder andere bijeenkomsten voor stakeholders georganiseerd en d.d. 17 oktober 2017 werd hiervoor een Analysedocument door BügelHajema Adviseurs uitgegeven. Voor verdere visievorming doen BB+W nu een aanbeveling om het gebied tussen IJsselstein en de Lek als natuurgebied aan te wijzen. Een gedeelte van het natuurgebied ligt in de gemeente Lopik. Het is van belang dat Lopik betrokken wordt bij de visievorming en de aanbeveling tot natuurgebied.

De kernwaarden voor het natuurgebied zijn geformuleerd in het Analysedocument van BügelHajema Adviseurs: DEELGEBIED 1d De polder Over Oudland De opbouw van het oeverwallen-­‐ (hoog) en kommensysteem (laag) is een gevolg van het afzejngsmechanisme van de meanderende Hollandsche IJssel. De IJssel heeA gezorgd voor een brede oeverwal aan weerszijden van haar waterloop. Stroomruggen zijn oeverwallen langs verdwenen rivierlopen, die zich kenmerken door de van nature gevormde verhoogde ligging. Aan het lint Lage Dijk Zuid is bebouwing gelegen. Kenmerkend voor deze hogere delen zijn de erkeplan7ngen, boomgaarden, houtsingels en hagen. Kernkwaliteiten – aanwezigheid van historische landschapslijnen; – kleinschalige oeverwallen met onregelma7g blokverkaveling en beslo-­‐ten karakter; – grootschalige komgronden met regelma7ge cope-­‐verkaveling en open karakter;

– grote landschappelijke diversiteit en grondgebruiksvormen; – groene (bosrijke) en mul7func7onele karakter van de oeverwallen en stroomruggen; – doorzichten op het open achterland; – typische landschapselementen: kades, weteringen, laan-­‐ en erkeplan7ngen en hagen. DEELGEBIED 1e Karakteris8ek van het riviergebied langs de Kromme IJssel De opbouw van het oeverwallen-­‐ (hoog) en kommensysteem (laag) is een gevolg van het afzejngsmechanisme van de meanderende Hollandsche IJssel. De IJssel heeA gezorgd voor een brede oeverwal aan weerszijden van haar waterloop. Stroomruggen zijn oeverwallen langs verdwenen rivierlopen, die zich kenmerken door de van nature gevormde verhoogde ligging. Op de oeverwallen en stroomruggen zijn de nederzejngen ontstaan. Kenmerkend voor de hogere delen zijn de erkeplan7ngen, boomgaarden, houtsingels en hagen. Buurtschap Klaphek met enkele markante woningen langs de wegen Het Klaphek en de Lagedijk. De Kromme IJssel is een afsplitsing van de Hollandsche IJssel en als klein riviertje minder in het landschap herkenbaar.

Kernkwaliteiten – watergebonden natuur-­‐ en recrea7e (kleinschalig); – Impressie van vóór de ontginningen; – versterkt reliëf; – geleidelijke en scherpe overgangen (steilranden) in hoogteligging; – agrarisch gebied; – uitgestrekte weidevelden; – karakteris7eke boerderijen; – typische landschapselementen: dijken, kaden, wielen, boomgaarden, eendenkooien, gerieooutbosjes, griendbossen, weteringen. DEELGEBIED 1f Karakteris8ek van uiterwaard langs de Lek Het ongestuwde deel van de Lek stroomafwaarts vanaf Hagestein is met haar rela7ef grote ge7jdenslag een heel andere rivier dan het gestuwde deel vanaf Hagestein. Met kruidenrijke zandige oevers, oeverwallen en zelfs rivierduinen, direct naast rietgorzen en ge7jdengeulen. De hoge Lekdijk begrensd de uiterwaarden. Buitendijks van de buurtschap het Klaphek staat een peilschaal ter herinnering aan het gereedkomen van dit dijkvak in 1988. Kernkwaliteiten – meanderende rivier tussen zeedijken; – open ge7jdenlandschap; – vruchtbare en naYe uiterwaarden – weide-­‐ en hooiland; – zandige oevers; – onderdeel van Natuurnetwerk Nederland, waardevol voor de biodiversiteit; – typische landschapselementen: hoge dijken en griendbossen.

kwetsbaar en uniek gebied Het Stroomgebied Klaphek is een vroeg middeleeuws stroomgebied van Lek en Hollandse IJssel die in 1285 bij Klaphek werd afgedamd waardoor de Enge IJssel (richIng Lopik) en Kromme IJssel (richIng Hollandse IJssel) zijn ontstaan. Momenteel zijn de historische uiterwaarden en overstroomgebieden van de Enge en Kromme IJssel nog duidelijk herkenbaar. Het ‘Stroomgebied Klaphek’ heeA in naIonaal verband grote betekenis voor het Hollands Deltalandschap en met name de Rijndelta. Het gebied ligt in het Groene Hart en heeA een buitengewone status, zie het meegestuurde arIkel in de Volkskrant van 2 oktober 2018. Ergo: de historische uiterwaarden en overstroomgebieden van de Hollandse IJssel, Enge IJssel en Kromme IJssel beziNen grote archeologische, geografische, geologische, landschappelijke en recreaIeve waarden en zijn uiterst kwetsbaar en dienen een beschermde status te krijgen. ontwikkeling natuurgebied De Kromme IJssel is reeds ten oosten van de A2 in regionaal verband ingebed in een rijke natuuromgeving met nieuwe en goede recreaIemogelijkheden. Gemeente Nieuwegein heeA deze natuur sinds de jaren 80 in een park ontwikkeld. Dit park dient ten westen van de A2 doorgezet te

worden zodat de waarden en de schoonheid van het Kromme IJssel ook door de gemeente IJsselstein in de toekomst behouden en gewaarborgd blijven. BB+W ziet de aanwijzing van dit natuurgebied als waardevolle verrijking van het IJsselsteinse buitengebied met belangrijke recreaIeve mogelijkheden. Ter illustraIe hebben wij een kaart meegestuurd waarop herkenbare en openbare wandelroutes te vinden zijn. Voorts vragen wij extra aandacht voor de verdwenen griendbossen. Nieuwe aanleg van dit karakterisIeke cultuurlandschap zal bijdragen aan de recreaIeve en cultuurhistorische waarden van de IJsselsteinse buitengebieden. BB+W ziet uw reacIe op onze visie met vertrouwen tegemoet met vriendelijke groet

Bart Rietveld

Bert Murk

Wim van Sijl

Bijlagen: - arFkel Volkskrant, 2 oktober 2018 - wandelroutes NATUURGEBIED STROOMGEBIED KLAPHEK CC -­‐ Burgemeester en Wethouders gemeente Lopik -­‐ poliIeke parIjen IJsselstein -­‐ Werkgroep Behoud Lopikerwaard

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9868673/2